zondag 2 december 2012

Week 49 - Geestelijke gevoeligheid

Was mij schoon van mijn ongerechtigheid,
reinig mij van mijn zonde.
Want ik ken mijn overtredingen,
mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.
Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd,
ik heb gedaan wat kwaad is in Uw ogen,
zodat U rechtvaardig bent wanneer U rechtspreekt
en rein bent wanneer U oordeelt.
HSV

Was al mijn zonden af,
maak me weer rein.
Ik ken mijn schuld toch,
ze staat mij steeds voor ogen.
Tegen u heb ik gezondigd,
tegen u alleen,
want ik heb gedaan
wat u verafschuwt.
Terecht hebt u me veroordeeld,
uw vonnis is juist.
GNB

Psalm 51:4-6

(Bij deze tekst moet ik altijd denken aan het lied: ‘Create in me a clean heart, o God, and renew the right spirit into me’, maar dat is in dit geval meer iets voor aan het eind)

Bewust worden, bewust zijn van je zonden.
Hoe gevoelig zijn we daar voor?
Hoeveel tijd zit er tussen zonde en berouw?
Dat is waar Beth Moore op doelt met ‘Geestelijke fijngevoeligheid’.

Davids woorden komen nadat de profeet Nathan, gezonden door God, hem heeft gewezen op zijn zonden, overspel met Bathseba en de moord op Uria. (2 Samuël 11, 12:1-23)

De profeet Nathan komt bij David en aan de hand van een verhaal, waarin hij inspeelt op Davids gevoel voor rechtvaardigheid, wijst hij de zonden in Davids leven aan.
David zoekt geen uitvluchten, noch komt hij met allerlei excuses, nee, hij zegt heel eenvoudig: ‘Ik heb gezondigd tegen de Heere.’
Hij belijd zijn zonde en het wordt hem terstond vergeven.
(Zijn daden hadden echter ook gevolgen en consequenties, maar daar kom ik verderop op terug)

Maar dat Davids berouw dieper gaat dan alleen dit ene zinnetje, blijkt uit Psalm 51, die hij heeft geschreven nadat de profeet Nathan hem had onderhouden over zijn overspel met Bathseba.
Hij smeekt om Gods medelijden, terwijl hij God als het ware wijst op Zijn goedheid, Zijn liefde.
Nadat Nathan hem had gewezen op zijn zonden, staan ze hem voortdurend voor ogen, ze achtervolgen hem als het ware.
Zijn zondebesef ging heel diep; … zondig ben ik geboren, schuldig vanaf de moederschoot …
Hij beseft dat God alleen maar van hem verlangt dat hij oprecht is.
Ook vreugde kent hij niet meer: ‘… laat mij weer blij zijn, open mijn hart weer voor vreugde …’
Hij beseft, dat God niet in de eerste plaats naar brandoffers en vleesoffers verlangt, maar naar een offer van berouw; naar een gebroken en een verbrijzeld hart.
David beseft ten volle dat hij gezondigd heeft tegen God en dat God eigenlijk alle recht heeft om Zich van hem af te keren.
En David smeekt God om hem niet van Zich af te stoten, Zijn Heilige Geest niet van hem af te nemen.

Hoor hem smeken …

Wis mijn fouten uit.
Was al mijn zonden af.
Maak me weer rein.
Ik ken mijn schuld.
Tegen U heb ik gezondigd.
Besprenkel mij, was mij, dan word ik weer rein.
Spaar mijn leven.
Berouw is het offer dat U verlangt.
Een gebroken en een verbrijzeld hart veracht U niet, o God.

Kennen wij dit?
Kennen wij zulk een diep besef en berouw over onze zonden?
Staan wij open voor vermaning?
Mag God ons, ook door een ander heen, op onze zonden wijzen, of steigeren we gelijk al bij het idee en hebben we zoiets als, dat maakt God mijzelf dan wel duidelijk?

Nu zijn overspel met een zwangerschap tot gevolg en moord wel twee heel duidelijk zichtbare zonden, maar zijn voor God eigenlijk in wezen niet alle zonden gelijk?
Zelfs de kleinste zonde brengt scheiding tussen God en ons en zelfs voor de kleinste zonde moest de Here Jezus de kruisdood sterven.

We zijn ons ook lang niet altijd bewust van de zonden die we begaan.
Er zijn ook vele verborgen zonden in ons leven.
Ik moet hier aan denken, omdat David ook dit specifiek noemt in één van zijn andere Psalmen en daar ook vraagt of God hem zijn verborgen zonden wil vergeven.
Psalm 19:13 - ‘Zuiver mij van mijn verborgen zonden, want iedereen maakt fouten zonder het te weten.’

Hoe zeer zijn wij ons nog bewust van onze zonden, bewust of onbewust, en hebben we nog oprecht berouw?
En leidt ons berouw dan ook tot af keren van en het accepteren van eventuele gevolgen?

We leven in een tijd van compromissen en veel zaken, waarover Gods woord eigenlijk heel duidelijk is, wordt onder het mom van ‘om erger te voorkomen’ getolereerd en in aangepaste vorm geaccepteerd.
We doen concessies met tv kijken onder het mom van ‘het is maar een film, het is niet echt’ en we sluiten compromissen met onszelf en praten onszelf zo schoon.
En dit geldt voor zo vele dingen.
Het gevolg is echter dat we steeds minder gevoelig worden voor wat Gods woord zegt over wat zonden zijn, wat zondig is.
Wat Hem verdriet doet, wat scheiding brengt tussen Hem en ons.

Wees waakzaam, zegt Petrus, wees waakzaam!
Ja, aan de ene kant gaat de satan rond als een briesende leeuw en aan de andere kant sluipt hij als een stille moordenaar rond in onze huizen en verleidt ons met onze tv, onze computer, onze muziek, onze …

Hoe gevoelig zijn we nog voor De zachte stem van Gods Geest?
Horen we Hem nog wel, of zou Hij steeds harder tegen ons moeten schreeuwen?
Al hebben we dan wel een probleem, want Gods Geest is een gentleman, Die Zich niet opdringt, Die Zich niet verheft om maar gehoord te willen worden, Die ons de ruimte geeft voor onze eigen wil en keuzes.

En hoe langer een zonde in ons leven blijft bestaan, hoe moeilijker het ook kan zijn om er vanaf te komen en hoe groter ook de gevolgen kunnen zijn.

De gevolgen voor Davids zonden waren groot.
De verzen 10 t/m 14 spreken hierover, maar wat David en Bathseba als eerste hard treft, is het sterven van hun zoon.
Om wat David gedaan had, zou zijn zoon sterven.
Zijn kind wordt ziek en na zeven dagen sterft hij.

Wat ik zo ontzettend bijzonder vind, is hoe David hier mee omgaat.
Ook daarin ligt een enorme les voor ons.
De profeet Nathan gaat naar huis en Davids zoon wordt ernstig ziek.
Het eerste dat David gaat doen is bidden en heel streng vasten.
De Bijbel zegt zelfs dat David op de grond ging liggen en al die tijd dat zijn zoon ziek was, bleef hij daar liggen voor het aangezicht van God en at niet.
Het kind was voor zeven dagen ziek voor het stierf en toen het gestorven was, durfden Davids dienaren het niet eens tegen hem te zeggen, bevreesd als zij waren voor Davids reactie.
Hij had al die tijd niet naar hen willen luisteren, hoe zouden ze hem nu moeten zeggen dat zijn zoon dood is.
Ze waren gewoon bang dat hij zichzelf iets aan zou doen.
Maar David merkt dat er iets en hij vraagt of zijn zoon dood is.
Zijn dienaren bevestigen dat en gelijk staat David op van de grond, wast zich, zalft zich en trekt schonen kleding aan.
Vervolgens gaat hij naar Gods huis en kniel neer en bid.
Daarna gaat hij weer naar huis, vraagt om eten en eet.

Zijn dienaren begrijpen er niets van en vragen er dan ook naar.
‘Zeven dagen en nachten huilt, vast en bidt u en nu het kind dood is doet u alsof er niets aan de hand is en eet.
Davids antwoord raakt mij heel diep (2 Samuel 12:22,23); hij antwoordt hen: ‘Toen het kind nog leefde, vastte ik en stortte ik tranen. Ik dacht: Wie weet is de HEER me genadig en blijft het kind in leven. Maar nu het dood is, wat zou ik nu nog vasten? Daarmee kan ik het toch niet terughalen. Ik ga naar hem toe; hij komt niet terug bij mij.’

Als zijn kind ziek wordt, zoekt David Gods aangezicht en bid en smeekt hij of God hem, zijn kind, genadig wilt zijn en het weer beter zal maken, maar hij aanvaard het ook als God het niet doet.
Hij weet dat hij gezondigd heeft en hij accepteert de gevolgen daarvan.
Hij weet dat God rechtvaardig is en hij onderwerpt zich aan God.

Ik vind dit zo bijzonder!
God spreekt Zijn oordeel uit over David, David bidt en smeekt, maar accepteer ook Gods rechtvaardige oordeel.

Onze God is een rechtvaardige God.
Onze zonden worden niet meer zo direct bestraft als toen.
De komst van de Here Jezus heeft dat veranderd.
Ons oordeel op de zonde wacht ons na dit leven als een ieder van ons zal moeten verschijnen voor de rechterstoel van God.
David vreesde God niet, noch Zijn oordeel, want hij wist dat God een rechtvaardig God was, maar ook een liefdevol en genadig God.
Davids zonde werd hem vergeven, zijn kind stierf daarvoor en zijn hele huis en geslacht werd getroffen door de gevolgen van zijn keuzes, maar God liet hem niet aan zijn lot over.
David was, ondanks al zijn fouten en gebreken een man naar Gods hart.
En dit was, geloof ik, alleen maar zo, omdat David openstond voor Gods leiding en  terechtwijzingen.
David heeft veel verkeerde keuzes gemaakt in zijn leven en zijn gezin was alles behalve een voorbeeld gezin, maar hij was en bleef God trouw tot in de dood en was gevoelig voor de stem van Gods geest als het ging om zijn zonden en ongerechtigheden.

Steeds opnieuw lezen we over David hoe hij God bid en smeekt om vergeving van zijn zonden en ongerechtigheden, zelfs die verbogen waren.
Hij vroeg God om het hem te laten zien: ‘Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart,
beproef mij en ken mijn gedachten. Zie of er bij mij een schadelijke weg is
en leid mij op de eeuwige weg.’

David bezat een geestelijke gevoeligheid die hem heel dicht bij God hield en zorgde voor een bijzondere relatie met Hem, waardoor hij genoemd werd ‘een man naar Gods hart’.
O, wat verlang ik daar ook naar, een vrouw te zijn naar Gods hart.
Jij ook?




Lieve Vader in de hemel.
Wat verlang ik er ook naar om een vrouw te zijn, te worden, naar Uw hart.
Ik dank U, voor het getuigenis van Davids leven zoals dat opgeschreven staat in Uw woord.
David, een man naar Uw hart, en tegelijkertijd een mens als wij, met alle fouten en gebreken.
Wat kunnen we veel leren van zijn leven, van zijn woorden, van wie hij was, maar bovenal van zijn relatie met U.
Dank U, Vader, dat U werkelijk op alle mogelijke manieren naar ons toe komt en ons tegemoet komt.
En ik bid U om geestelijke gevoeligheid, zodat ik Uw zachte stem zal horen en verstaan en leer mij om ook te luisteren en te gehoorzamen.
Ik verlang naar een relatie met U, die steeds intiemer zal zijn en naar een leven dat steeds heiliger zal worden.
Ik verlang te zijn, een vrouw naar Uw hart.

In Jezus’ Naam.

- Amen –




Schep in mij, o God,
een rein en nieuw hart;
zuiver en reinig mij ook
van mijn verborgen zonden.
Maak mijn hart ontvankelijk
voor de stem van Uw Geest;
zacht en gevoelig, tot inkeer
van zonden en berouw.
Zodat het iedere dag
met U zal zijn verbonden.

©Rita Klapwijk



Create in me a clean heart

Create in me a clean heart, O God
And renew a right spirit within me
Create in me a clean heart, O God
And renew a right spirit within me

Cast me not away from thy presence, O Lord
Take not thy Holy Spirit from me.
Restore unto me the joy of my salvation.
And renew a right spirit within me
 

2 opmerkingen:

  1. Hoi lieve Rita, wat mooi geschrevenm create in me a clean hart, liefs Jetty xxx

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dank je wel, Jetty.
      Lachen, ik kwam net van jouw site, toen je reactie binnenkwam.
      Liefs Rita.

      Verwijderen