Posts tonen met het label bereid(heid). Alle posts tonen
Posts tonen met het label bereid(heid). Alle posts tonen

zondag 2 juni 2013

Week 23 - Levend geloof

'Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren, zegt de HEERE.
Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw;
al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.'
HSV

'Laten wij zien wie gelijk heeft.
Jullie zonden zijn rood als karmijn, paars als purper;
toch kunnen ze blank worden als sneeuw, wit als wol.'
GNB

Jesaja 1:18


Levend geloof; geloof dat leeft.
Niet alleen zeggen dat je gelooft, maar laten zien in je houding, gedrag, in je manier van leven, in wat je wel en niet doet, wel en niet zegt.
Hem dat laten toepassen in je leven, staat er op het kalendertje.

Ik las Jesaja 1 eerst maar eens in zijn geheel en proef hoe ontzettend belangrijk gehoorzaamheid voor God is.
Maar dan ook gehoorzaamheid aan God in alles en niet alleen in bepaalde dingen of op bepaalde gebieden.
In dit hoofdstuk klaagt God Zijn volk aan.
Ze brengen de voorgeschreven offers, ze lopen de tempel plat om Hem te vereren, ze houden de voorgeschreven feesten en samenkomsten, maar God walgt ervan, staat er.
Hij verafschuwt ze.
Hij kan ze niet langer verdragen.
Hij heeft het volk grootgebracht en opgevoed, maar ze zijn tegen Hem in opstand gekomen.

God zegt over Zijn volk in vers 3: Een rund kent zijn bezitter en een ezel de kribbe van zijn eigenaar, maar Israël heeft geen kennis, Mijn volk heeft geen inzicht.
Oftewel, Israël is nog dommer dan de rund en de ezel.
Zij kennen tenminste nog de hand die hen voed en die voor hen zorgt.
Maar het volk Israël heeft Hem de rug toegekeerd, heeft Hem verlaten.
Hem verworpen, zich van Hem vervreemd …
En ze blijven zich verzetten.
Het is zelfs zo erg, dat God Zijn ogen gesloten houdt als zij hun handen smekend omhoog heffen, dat Hij niet luistert, hoelang ze ook bidden.
Hun onrecht, hun zonden, hun wandaden staan als een onoverbrugbare kloof tussen hen en God in.

Was je, reinig je, keer je af van … roept God Zijn volk toe.
Jullie handen zitten vol bloed.
Houdt op met kwaad doen en leer goed te doen, help …

laten we zien wie er gelijk heeft.
Laten we een rechtszaak aanspannen.
Jullie en Ik …
En in één adem er achteraan: ‘Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw; al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.’

Luister; wees gewillig en bereid om te luisteren.
Wees gehoorzaam, dan …
Maar als je ongehoorzaam bent, dan …
De woorden van Jesaja gelden ook voor ons, zijn ook Gods waarschuwing aan ons.
Zonden.
Vergeving.
Gehoorzaamheid.

Ik kijk en zoek verder.
Levend geloof.
Geloof …

Mijn oog wordt getrokken door een tekst uit Lucas 5.
Vers 1 - Bij het zien van hun geloof zei Hij tegen de man: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’
Het verhaal van de verlamde man die door zijn vrienden naar Jezus wordt gebracht om genezing te kunnen ontvangen.
Het huis waar Jezus was, was echter zo vol dat ze niet naar binnen konden.
Maar ze gaven niet op.
Ze gingen naar het dak toe, maakten er een gat in en lieten hun vriend met bed en al door dit gat naar beneden zakken vlak voor Jezus.
Dan staat er in Lucas 5:20: Bij het zien van hun geloof zei Hij (Jezus) tegen de man: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’
De farizeeërs en schriftgeleerden vallen hier natuurlijk geweldig over, wie denkt Hij wel niet dat Hij, Jezus, is.
Wat een godslastering.
Maar Jezus kent hun gedachten en gaat daarop in door te laten zien dat Hij zowel de macht heeft om zonden te vergeven, als om te genezen.
Hij zegt daarom tegen de verlamde man dat hij op moet staan, zijn bed op moet pakken en naar huis moet gaan.
En de man staat op, pakt zijn bed en gaat, God lovend en prijzend, naar huis.

Levend geloof.
Zonden.
Vergeving.
Gehoorzaamheid.

Levend geloof!
De vrienden hadden geloof dat Jezus hun vriend kon genezen, maar als ze het daarbij hadden gelaten, zou hun vriend waarschijnlijk nooit genezen zijn.
Nee, ze geloofden dat Jezus het kon en daarom kwamen ze in actie en pakten hun vriend met bed en al op om hem naar Jezus toe te brengen.
Ze lieten zich ook niet tegenhouden door een dichte muur van mensen, maar waren vindingrijk en gingen naar het dak waar zij een gat in maakten om zo toch hun vriend maar bij Jezus te kunnen brengen.
Het gat dat zij moesten maken was niet een klein gaatje, want ze lieten hun vriend immers met bed en al naar beneden zakken, dus het gat waarover gesproken wordt is een behoorlijk groot gat en heeft hun heel wat gekost om te maken.

Levend geloof.
Praktisch.
Vindingrijk.
’t Mag wat kosten.
Liefde.
Bewogenheid.
Geloof: Hij kan het!
Gehoorzaamheid: Doen en gaan.

En dan: ‘Uw zonden zijn u vergeven!’
De ziel is voor Jezus belangrijker dan het lichaam.
Dat de ziel gered wordt, staat boven weer kunnen lopen.
Rein voor God kunnen verschijnen is van grotere waarde (= de grootste waarde) dan een lichaam dat gezond is en alles kan.
Misschien waren het zijn zonden wel die tussen hem en God instonden, dat weet ik niet.
Dit is immers niet altijd het geval, dat laat een ander voorbeeld uit de Bijbel ons wel zien.
Zie: Johannes 9:3
Maar Jezus zag het geloof (het levende geloof, want ze zetten hun geloof om in daden) van deze mannen en zei: Je zonden zijn je vergeven en daarna ontving de man ook genezing.
Doch de genezing werd pas zichtbaar en tastbaar, toen de man zelf ook opstond,zijn matras oppakte en ging.

Levend geloof.
Vergeving van zonden.
Geloof: horen.
Gehoorzaamheid: doen en gaan.

Mijn gedachten gaan zo van het één naar het ander.
Soms wordt het één geheel, één verhaal, nu gaan mijn gedachten van het één naar het ander.
Soms is dat ook goed, om zo uiteindelijk te kunnen komen waar God mij (ons) hebben wil, namelijk aan Zijn hart, bij Zijn wil.

God houdt van mij met heel Zijn  hart, vertelt het kalendertje mij.
Hij heeft van Zijn kant uit alles gedaan om mij te bevrijden.
Het leven van Zijn Zoon, onze Here Jezus, getuigt daarvan.
En dan Hem de ruimte geven dat te laten toepassen in mijn (ons) leven.

‘Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren, zegt de HEERE.’


Lieve Vader in de hemel.
Als er zonde in mijn leven is, zonde, die tussen U en mij in staat, laat mij dit dan zien.
Open mijn ogen daarvoor.
Soms ben ik mij er namelijk niet eens van bewust.
Verborgen zonden, noemt David ze, Vader.
Laat mij het zien, Vader, zoals U Uw volk in dit hoofdstuk van Jesaja hun zonden voorhield; al hun ongerechtigheden.
Dan kan en zal ik belijden.

‘Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw;
al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.’

HEER, ik wil luisteren naar wat U hebt te zeggen, ik wil niet koppig zijn.
Doe mij Uw stem horen, doe mij Uw stem verstaan.
Vergeef mij en help mij mij af te keren van wat U mij laat zien.
Vergeef mij, en mijn hart zal weer wit zijn als sneeuw, als witte wol.
Laat mijn geloof, Vader, zijn een levend geloof, dat zich afkeert  van zonde, vergeving ontvangt en in gehoorzaamheid de weg van Uw wil gaat.
Wandelend door de Geest aan Uw hand.
Groeiend, bloeiend, vruchtdragend.
Tot eer en glorie van Uw Naam.

- Amen -


Levend geloof.
Geloof dat zonden belijdt.

Levend geloof.
Leven in gehoorzaamheid.

Levend geloof.
Geloof in woord en daad.

Levend geloof.
Leven dat hoort, en gaat.

Levend geloof.
Geloof dat leeft.

Levend geloof.
Leven dat vruchten geeft.

Levend geloof.
Stapt uit en waagt.

Levend geloof.
Leven dat Hem behaagt.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 19 mei 2013

Week 21 - Vernieuwd denken

En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.
HSV

…, loop niet mee in het gareel van deze wereld. U moet andere mensen worden met een nieuwe gezindheid. Dan kunt u beoordelen wat God wil, wat goed is en volmaakt en wat Hem aangenaam is.
GNB

Romeinen 12:2

Jarenlang vond ik dit een heel lastige tekst; ik wist niet goed wat ik er mee moest.
Ik ken immers geen leven zonder God.
Ik ben niet alleen christelijk opgevoed, maar heb zolang ik mij kan herinneren ook altijd in Hem geloofd.
Hij heeft van kleins af aan deel uitgemaakt van mijn leven.
Ik associeerde deze tekst met een leven voor en een leven na iemands bekering.
En ja, zo’n leven ken ik niet.
Wat is een leven zonder God?
Hoe is dat en hoe wordt dat als je Hem leert kennen?
Ik snapte er niet veel van en schoof deze tekst maar weer gauw aan de kant.
Totdat ik ging beseffen dat deze tekst niet alleen is voor mensen die net tot geloof zijn gekomen, maar net zo goed voor mensen die geloven, ongeacht hoelang.

Matthew Henri zegt: ‘Bekering en heiliging vormen de vernieuwing van het gemoed.’
En ja, dat maakt het dan gelijk een stuk makkelijker, want het woord bekering kende ik toen wel, maar het woord heiliging niet.
Ik zal het ongetwijfeld best weleens gehoord hebben, maar ik ben meer opgegroeid met allerlei ge- en verboden en jarenlang heeft dat mijn denken bepaald, en tegelijk ook voor blokkades gezorgd.

Vernieuwing van mijn denken.
Heiliging.
‘Een verandering niet van de samenstelling, maar van de hoedanigheid,’ zegt Matthew Henri ook.
‘De vernieuwing van het gemoed is de vernieuwing van de gehele mens, want uit het gemoed zijn de uitgangen des levens.’
Oftewel, als ons denken wordt vernieuwd, worden wij mensen in het geheel vernieuwd, dus ook onze handel en wandel, want ons denken bepaald wat, hoe en waarom we iets doen, en vanuit welke intentie en met welke intentie.

De mooiste en voor mij denk ik de meest begrijpelijk uitleg die ik ooit over deze tekst ben tegengekomen, vond ik in de toespraak van Margreet van Straalen over ‘Van afwijzing naar aanvaarding’.

(Margreet gebruikt de NBG-vertaling waar het woordje hervormd gebruikt wordt)
‘Hervormd in ons denken wil zeggen (in de grondtekst), dat ons denken gerestaureerd moet worden.
En dan niet in de vorm van; hier en daar wat plakken, of we stoppen ieder gaatje dicht met wat cement en een kwastje verf erover en klaar.
Nee, er staat, dat met een inwerkend zuur, die oude laag ervan afgebikt wordt.
Au, dat doet zeer, als dat zuur in ons leven gaat werken.
Maar die oude laag van ons denken, moet echt afgebikt worden.
Die moeten we bij het kruis brengen.
Ons denken is gewoon misvormd in al die jaren waarin we God niet kenden en dat we geloofden in die leugens.
Het moet als het ware hergerestaureerd worden, dat is vernieuwing van ons denken naar de waarheid van Gods woord.
Daarom is het lezen en het leren van Gods woord zo belangrijk.
Daarom is het zo belangrijk om tijd te nemen/maken om over Gods woord te mediteren.’


Margreet spreekt hier vanuit de kant van afwijzing, maar haar uitleg over het restaureren dmv. een inwerkend zuur en niet slechts dmv. gaatje dichten met wat cement, likje verf erover en klaar, toonde mij wel, hoe diep de betekenis is achter het begrip ‘vernieuwing van mijn denken.
Zij gebruikt het in deze context met oog op afwijzing, maar het geldt natuurlijk voor alles in ons leven.

Ik geloof echter ook, dat ons denken niet alleen misvormd wordt in de jaren waarin we God niet kenden, maar dat het ook kan terwijl we God wel kennen.
Nog steeds kan ik bv. af en toe worstelen met mijn zelfbeeld door alle negatieve dingen die er tegen mij gezegd zijn en over mij zijn uitgesproken.
En hoewel ik weet wie ik ben in Christus, hoe God mij ziet, wat Zijn woord zegt, de negatieve woorden overheersen soms toch nog alles wat Hij zegt en kunnen me naar beneden halen.
Als Margreet dan spreekt over restaureren, dan spreekt dit mij geweldig aan, want restaureren betekent ook dat er tijd mee gemoeid is.
Restaureren gebeurt, afhankelijk van wat er gerestaureerd moet worden, op verschillende manieren, met verschillende technieken en verschillende middelen, maar één ding hebben ze allemaal gemeen: het kost tijd!
Dit betekent dus, dat wij onszelf ook de tijd moeten gunnen om God ons denken te laten vernieuwen.
Dit gebeurt niet zomaar doordat je bv. in de Bijbel leest dat je in Gods ogen kostbaar en waardevol bent.
Dit lezen of horen is wel de eerste stap, maar vervolgens zul je daar ook wat mee moeten doen.
Dingen die jarenlang in je hoofd zitten, die je jarenlang op een bepaalde manier gedaan hebt, die je keer op keer hebt gehoord, …. , verander je meestal (uitzonderingen daar gelaten, want onze God is een God van wonderen en Hij doet ze nog steeds) niet zomaar in één keer.

Wijzelf kunnen ons denken niet veranderen, het is God die dit in ons wilt doen.
De vraag is: laten we Hem dit doen en zijn wij bereid om datgene te doen wat Hij van ons vraagt om te doen daarin?

Verandering van denken betekent dat we Gods woord moeten lezen, overpeinzen, aannemen en het onszelf voorhouden wanneer iets anders wordt gezegd of ons denken binnenkomt.
Gods woord is de sleutel tot vernieuwing van ons denken, want door Zijn woord spreekt God tot ons.
In Zijn woord geeft Hij ons niet alleen richtlijnen, maar vertelt Hij ons ook wie wij zijn in Hem, hoe Hij ons ziet, hoeveel Hij van ons houdt.
In Zijn woord staan Zijn beloften.
In Zijn woord staan getuigenissen van vele mensen die ons bemoedigen en aanmoedigen om vol te houden hoelang soms iets ook duurt.
Zijn  woord geeft ons hoop voor de toekomst, hoe beroerd die er hier op deze aarde ook uit mag zien of wordt voorgespiegeld.

In haar toespraak geeft Margreet ons ook een voorbeeld hoe ons denken werkt.
‘Als we bijv. 10 minuten nadenken over; ik ben zo zielig, dan gaan we ons ook echt zielig en beroerd voelen, dus als we nu eens 10 minuten gaan nadenken over Gods woord waar Hij zegt: ‘De Vader Zelf heeft u lief.’; of ‘Alzo lief heeft God de wereld gehad…’ en laten we daar maar eens onze eigen naam invullen.
Kauw en proef er maar eens aan’


Herken je het?
Misschien dat je als je wat zwaarder op de hand bent, wat zwaarmoediger, dit eerder herkent dan iemand met een vrolijk en opgeruimd karakter, maar toch werkt het wel zo.
Persoonlijk heb ik ook gemerkt, dat als je voor langere tijd iemand om je heen heb die depressief is, ook dit zijn uitwerking op jou niet mist.

Wat dus betekent, dat als we ons Gods woord voorhouden, Zijn waarheden als bv. ‘dat Hij ons liefheeft, voor ons zorgt, ons niet zal verlaten, we in Zijn kracht alles aankunnen enz., enz., dit ons opbeurt en ons een ander beeld geeft van onszelf, de situatie, … .

We hebben altijd een keuze in wat we doen.
Laten we ons neerslachtig maken door onze negatieve gedachten, praten we onszelf de put in of vullen we onze gedachten met Zijn woorden van hoop en bemoediging, overdenken we Zijn woorden, spreken ze (hardop) uit en beuren zo onze geest op met wat Hij zegt.
Blijven we op ons bed liggen, of voor de tv hangen of gaan we naar de kerk of naar Bijbelstudie?

En zo werkt de vernieuwing van ons denken ook met andere waarheden.
Misschien ben je opgegroeid met de boodschap dat je nooit zeker kunt weten of je wel behouden bent.
Gods woord zegt echter: ‘Want alzo lief heeft God de wereld, opdat een ieder die in Hem gelooft, zal niet verloren ga, maar eeuwig leven heeft!’ (Joh. 3:16)
Misschien durf je, door wat voor reden dan ook, niet te zeggen dat je een kind van God bent.
Gods woord zegt echter: ‘Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; …  (Joh. 1:12)
Hoe groot is de liefde die de Vader ons heeft bewezen! We worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook.’ (1 Joh.3:1)
Misschien ben je opgegroeid met het beeld van een toornende God, met jezelf zien als een zondig, onrein en ellendig mens en is dat je beeld van God en van jezelf.
Maar Gods woord zegt ook: ‘Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!  (Rom. 8:15)
Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere!’
Maar ook geldt dit principe als het gaat om onze manier van leven, onze normen en waarden, wat wel en niet goed is.
De wereld waarin wij leven raakt meer en meer losgeslagen.
Normen en waarden vervagen en alles moet kunnen.
De mens moet voor zichzelf opkomen, heeft recht op, moet zelf kunnen beslissen over leven, dood, abortus, euthanasie …
Samenwonen, mannen met mannen, vrouwen met vrouwen …
Onze muziekkeuze, wat kijken we op tv, wat doen we met en op onze computer, wat lezen we …
Onze geest wordt vertroebeld door de vele dingen die we horen en zien, iedere dag weer.
Sommige dingen kunnen we tegenhouden, anderen sluipen toch ongemerkt ons leven binnen.
En omdat steeds meer dingen algemeen geaccepteerd worden, wordt het steeds moeilijker en lastiger om in te zien waar ons eigen denken vertroebeld raakt en uiteindelijk misvormd wordt.

‘Wordt niet gelijkvormig aan deze wereld,’ zegt Paulus, loop niet mee in haar gareel, pas je niet aan aan haar, maar wordt innerlijk veranderd in je denken, wordt andere mensen, met een nieuwe manier van denken, dan zullen we kunnen onderscheiden wat goed is en volmaakt en Hem aangenaam.

De wereld en Gods woord groeien meer en meer uit elkaar.
Steeds harder zal het geluid van de boze klinken.
Zijn tijd hier op aarde is beperkt en het einde nadert.

‘Let goed op,’ zegt Jezus, ‘en laat niemand je op een dwaalspoor brengen.
Want er zullen vele mensen komen die van Mijn Naam gebruik maken en beweren: Ik ben de Christus.
Daarmee zullen ze velen op een dwaalspoor brengen.
Jullie zullen wapengekletter horen en berichten over oorlogen horen.
Maar raak niet in paniek.
Dat moet allemaal gebeuren, maar het is het einde nog niet.
Het ene volk zal strijden tegen het andere volk, het ene rijk tegen het andere; er zullen hongersnoden zijn en aardbevingen, dan hier en dan daar.
Maar dat alles is nog maar het begin van de weeën.
Ze zullen jullie uitleveren, onderdrukken en ter dood brengen; alle volken zullen jullie haten vanwege Mijn Naam.
Velen zullen hun geloof verliezen.
Ze zullen elkaar verraden en haten.
Er zullen vele valse profeten komen  en zij zullen velen op een dwaalspoor brengen.
En omdat de verachting van de wet toeneemt, zal de liefde bij de mensen verkoelen.
Maar wie volhoudt tot het einde, zal gered worden.’ (Mattheüs 24:4-13)


Daarom is het lezen en het leren van Gods woord zo belangrijk.
Daarom is het zo belangrijk om tijd te nemen/maken om over Gods woord te mediteren.

Mattheüs 6:21 zegt: …, waar uw schat is, daar is ook uw hart.
En spreuken 4:23: Bewaak daarom boven alles je eigen hart, want daar ligt de bron van leven. (of zoals de Staten Vertaling zegt: ‘de uitgangen des levens’ – zie begin van dit stukje)

Wie of wat hebben we meer lief?
Waar besteden we onze tijd aan en hoe?
Wordt ons denken vernieuwd door de tv. computer(spelletjes), films, sport, …?
Of wordt ons denken vernieuwd door Gods woord, waar we tijd in steken om te lezen, te overdenken; te leren door Zijn ogen naar situaties of naar onszelf te kijken?

Een paar jaar geleden verkeerden wij als gezin in een behoorlijke crisis.
Ik wist dat ik het nooit vol zou houden als ik niet mijn toevlucht bij Hem zou zoeken.
Ik kende het principe van Gods woord bidden niet echt, ik had er wat van gehoord en een beetje gelezen.
Maar toen heb ik er voor gekozen om dit te gaan doen.
Ik ben de Psalmen ingedoken en met de woorden van David ben ik God gaan bestoken en ik ben meer veranderd dan ik voor mogelijk had gehouden.

‘Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.’

Hebreeën 4:12

Vernieuwing van ons denken.
Heiliging.
Zijn woord is de sleutel.


Lieve Vader in de hemel.
Vernieuw mijn denken, daar waar het nog vertroebeld, ja, misvormd is, door wat dan ook.
Leg het bloot, lieve Vader, zodat Uw woord er in kan komen en het opnieuw gaat vormen.
Toon mij niet alleen wie ik ben in U, in welke kracht in mag gaan en staan, maar leer mij ook om dat te doen.
Help mij daarbij, Vader, want ik ben geneigd om terug te zien op wat achter mij ligt of wat is geweest.
Vernieuw mijn denken, o Vader, vernieuw mijn denken.
Open uw woord voor mij.
Laat Uw Geest mij leiden en openbaren en help mij om dat vast te houden en van daaruit te leven.
Staand op Uw beloften.
Gaand in Uw kracht.
Rustend in Uw bescherming.
Met vrede in mijn hart.
Tot eer en glorie van uw Naam.
In Jezus’ Naam bid ik U.

- Amen -


Laat Uw Heilige Geest
als een vuur
mijn hart binnendringen
en wegbranden
alles wat mijn denken
misvormt.

Laat de waarheid
van Uw woord
mijn hart in bezit nemen
en plant in mij alles
wat goed en volmaakt is,
en U aangenaam.

Maak mij een nieuw mens
met een nieuwe manier
van denken.
Dan zal ik staande blijven
hoezeer de aarde ook beeft,
of het in mijn leven stormt.

Dan zal U de eer ontvangen,
de glorie en de heerlijkheid;
ja, alles wat U toebehoort.
Dan zal mijn loflied klinken
en opstijgen tot Uw troon;
erend Uw grote Naam.

Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 14 april 2013

Week 16 - Volledige gezondheid

En moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.
Hij Die u roept, is getrouw: Hij zal het ook doen.
HSV

Wij vragen dat God, die een God van vrede is, u in alle opzichten heiligt, en dat heel uw persoon, naar geest, ziel en lichaam, onberispelijk bewaard blijft tot de komst van de Here Jezus Christus.
Hij die u roept, is trouw.
Hij houdt Zijn woord.
GNB

1 Tessalonicenzen 5:23, 24

Volledige gezondheid is het onderwerp voor deze week.
Wel grappig gezien het feit dat ik met het schrijven hierover lichtelijk geveld ben door griepachtige verschijnselen.
Maar het brengt mij ook direct bij de kern van de zaak, namelijk dat volledige gezondheid, tenminste zoals dat hier bedoeld wordt, in wezen niets te maken heeft het ontbreken van lichamelijke ziekten en/of kwalen.
Sterker nog, misschien kun je zelfs wel zeggen dat iemand met een chronische lichamelijke aandoening vollediger gezond kan zijn dan iemand die blaakt van gezondheid.

Volledig gezond, heel ons persoontje gezond naar geest, ziel en lichaam.
In eerste instantie zullen onze gedachten hierbij als eerste uitgaan naar een gezond lichaam en een geestelijk stabiel en evenwichtig persoon.
Toch, als we 1 Tessalonicenzen, de Hoofdstuk 1 t/m 5 lezen, dan zien we dat het om heel andere dingen gaat.
Ik geloof echter wel, dat als we deze woorden van God in praktijk brengen, het er wel uit voort kan komen.
Beth Moore geeft dit in het laatste zinnetje op het kalendertje eigenlijk ook al aan, namelijk, dat alles wat wij doen tot Gods eer, dit ons ook ten goede komt.

Waarom ik nu ineens heel 1 Tessalonicenzen erbij haal?
De Matthew Henry Verklaring gaf aan dat bovenstaand vers (23) eigenlijk de samenvatting was van de hele brief, dus het meest wijze en verstandige om te doen was eerst deze vijf hoofdstukken maar eens te lezen.
Het is een prachtig boek en ik werd gaandeweg eigenlijk een beetje jaloers op hoe Paulus schrijft over deze mensen.
Jaloers in de goede zin van het woord, namelijk verlangend naar dat mijn leven ook zo mag zijn, zal worden.
Mag ik je eens even meenemen?
En als je meeleest, probeer net als ik je leven eens in dit licht te zetten.
Het zal ons helpen om te gaan zien waar wij in ons leven nog meer heiligmaking nodig hebben.

Ik wil je graag meenemen naar het eerste hoofdstuk.
Paulus, Silvanus en Timotheüs danken God voor het geloof van de Tessalonicenzen.
Als je het eerste hoofdstukje leest, dan proef je hun blijdschap, hun vreugde en dankbaarheid  over deze gemeente.
Het waren de daden, waaruit hun geloof bleek, hun onvermoeibare liefde en onwrikbare hoop op de Here Jezus, die Paulus en de andere twee, zo vulden met dankbaarheid naar God.
Ze hadden de boodschap van Paulus (een leven te leiden dat de goedkeuring heeft van God, die hen (en ons) roept om Zijn glorievolle koninkrijk binnen te gaan)  niet alleen gehoord, maar hadden hem ook aangenomen en in daden omgezet.
(gemakshalve spreek ik voor de rest even alleen over Paulus, maar onthoudt de andere twee namen, die horen erbij)
Ze hebben zich op geen enkele wijze tegen laten houden hoeveel tegenwerking ze ook kregen en ze zijn nu zelfs een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in  Macedonië en Achaje en zelfs ver daar buiten.
Ja, overal was hun geloof in God mensen ter ore gekomen.
De mensen spraken er uit zichzelf over tegen Paulus en de anderen.

Dat is toch wat!
Wordt er zo tot in de wijde omtrek gesproken over onze gemeentes, over ons?
En laten we dan wel de hand in eigen boezem steken als dit niet het geval is, en niet wijzen naar broeders en zusters in onze gemeentes, ‘die maar alles tegen proberen te houden en moeilijk doen’  etc., nee, is ons eigen leven zoals dat van de Tessalonicenzen.
Is ons persoonlijk leven een voorbeeld voor anderen?
Want laten we eerlijk zijn, als we zo’n gemeente willen worden/zijn, dan zal een ieder zijn/haar eigen leven met God op orde moeten hebben.

Dan maak ik even een sprongetje naar Hoofdstuk 4.
‘En nu het volgende broeders en zusters. U hebt van ons geleerd hoe u moet leven als u God wilt behagen. Zo leeft u ook, maar in de naam van de Heer Jezus vragen wij u dringend, dit nog meer te doen … God wil dat u een leven leidt dat Hem is toegewijd.
In de andere vertaling wordt gesproken over nog overvloediger worden in het God behagen en over heiliging als Gods wil ...
Hier stopt het woord niet, het gaat nog verder, maar daarover zo meteen.
Eerst wil ik even stilstaan en nadenken over deze woorden van Paulus.

‘U hebt geleerd. U leeft ook zo.’
Ook verderop, als Paulus schrijft over de onderlinge liefde van de Tessalonicenzen, zegt hij precies hetzelfde.
Vers 9,10: ‘Ik hoef u niet te schrijven over de onderlinge liefde. God Zelf heeft u geleerd elkaar lief te hebben. Die liefde brengt u ook in praktijk tegenover alle gelovigen in heel Macedonië. Maar wij drukken u op het hart, broeders en zusters, dit nog meer te doen.’
‘U hebt geleerd. U leeft ook zo.’
Nou, zouden wij dan zeggen, dan is het toch goed?
Of toch niet?
Ik heb soms het gevoel dat wij in een tijd leven waarin goed goed genoeg is.
Waarom zou je je uitstrekken naar meer?
We hebben het al druk genoeg dus als iets goed is, waarom zou je dan nog meer energie ergens insteken om er iets beters van te maken?
Toch is dat wel hetgeen dat Paulus hier vraagt.
‘U hebt geleerd; u leeft ook zo, maar …., en dan komt het dringende verzoek: ‘In de Naam van de Here Jezus vragen wij u dit nog meer te doen!’
Als je alles op een rijtje zet, is het eigenlijk niet meer dan logisch dat Paulus dit zegt.
Want, waar gaat het om?
Juist, het gaat om een leven te leven tot Gods eer, te leven om Hem te behagen.
En dan is goed, niet goed genoeg, dan is goed fijn en een aansporing tot nog meer.
als tot ons door gaat dringen wie God werkelijk is en wat Zijn Zoon voor ons heeft gedaan, dan moet het toch gewoon zo zijn dat wij alles uit de kast halen om een leven te leven dat volledig gericht is op wat Hem vreugde schenkt, blij maakt, behaagt!
Zoveel liefde ontvangen, zoveel om uit te delen, door te geven …

Ik moet bekennen en belijden dat dit veelal niet mijn levenswijze van alle dag is.
Terwijl ik met deze dingen bezig ben, besef ik dat bij mij toch regelmatig goed goed genoeg is.
De woorden van Paulus dringen dan ook diep door in mijn eigen hart.
U hebt geleerd.
U leeft ook zo.
Maar ik vraag je in de Naam van de Here Jezus dit nog meer te gaan doen …

Bewustwording …
Prioriteiten stellen …
Wie of wat heb ik meer lief …

Paulus vraagt dit niet om hemzelf of voor hemzelf, nee, hij vraagt het omdat hij weet dat het Gods wil is.
Vers 3: ‘Want dit is de wil van God: uw heiliging …’
In mijn achterhoofd weerklinkt Zijn woord: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig, maar Zijn woord gaat verder, ’… uw heiliging, dat u uzelf onthoud van ontucht, …’
Met het lezen van vers 3 en de volgende verzen 4-7 vroeg ik me heel even af waarom wordt hier nu specifiek ontucht/hoererij genoemd, maar ik moest ook gelijk weer terugdenken aan hetgeen waarover ik twee weken geleden schreef.
Toen ging het over ‘Sexuele reinheid’ en dat ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest.
En dat we met ontucht/hoererij niet alleen ons eigen lichaam verontreinigen, maar we onteren zo ook het gehele lichaam van Christus.
Nogmaals even het citaat vanuit de Matthew Henry: ‘Hoererij verontreinigt het lichaam, verlaagt het en het werpt een afschuwelijke smaad op wat de Verlosser in hoge mate waard heeft geacht om het één te maken met Zichzelf.’
Daarnaast zegt Gods woord ons ook nog eens heel duidelijk in 1 Korinthe 6:13b,14, dat ons lichaam er niet is om ontucht mee te doen, maar dat het lichaam er is voor de Heer, en de Heer voor het lichaam.

Ik denk dat we dus na al deze dingen te hebben gelezen, rustig kunnen stellen dat, hoewel de zonde van ontucht/hoererij het lichaam aangaat, automatisch door de enorme reikwijdte ervan, geest en ziel meeneemt in haar weg van ontheiliging en dus zeker niet naar een volledige gezondheid.
In de verzen 4 t/m 7  gaat Paulus hier nog even dieper op in, om vervolgens in vers 8 iedereen erop te wijzen, dat dit niet zijn woorden zijn, maar die van God en dat een ieder die deze woorden verwerpt, afwijst, in wezen God verwerpt/afwijst.

Dan ga ik terug naar de laatste woorden van Paulus van deze brief.

‘ … moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.’

Moge God Zelf u geheel en al heiligen …
Laten wij dit toe?
Staan wij God toe om ons leven te heiligen?
Mag Hij, door Zijn Heilige Geest, dingen in ons leven aanwijzen die (nog) niet goed zijn?
Staan we open voor correctie van Zijn Geest, zodat ons leven heiliger kan worden?

God wil het doen!
Hij wilt ons helpen!
Zelf kunnen we soms zo vreselijk blind zijn voor zonden, voor wat niet strookt met Zijn woord.
Maar Zijn Geest overtuigt ons van zonden.
Mag Hij?
Verlangen we er naar dat ons leven heiliger wordt?
Nog meer, overvloediger in Hem te behagen, weet je nog?

Volledige gezondheid.
‘… en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.’
Onberispelijk bewaard worden.
Onberispelijk.
Vrij van zonde, vrij van elke smet.
Gezond naar geest, ziel en lichaam, omdat het Hem is toegewijd, leeft om Zijn wil te doen en bereid is te sterven aan zichzelf, opdat steeds meer van Hem zichtbaar wordt in ons.





Lieve Vader in de hemel.
Wat gaat Uw woord dieper dan wij vaak zo even in het voorbij gaan lezen.
Wat is de betekenis van Uw woord groter dan wij vaak maar de tijd nemen om het te overdenken.
En wat is wat U zegt eigenlijk allemaal gericht op de eer van Uw Naam en op wat voor ons het beste is.
Vergeef mij, Vader, dat ik Uw woord toch nog zo vaak oppervlakkig lees en soms ook zo geselecteerd.
Zo van, dit kan ik gebruiken, oh, dat is een beetje lastig of moeilijk, laat dat maar (even).
Vergeef mij, Vader, vergeef ons, dat we zo vreselijk eigenwijs zijn en het altijd beter denken te weten dan U.
Leer ons om naar Uw woord te leven, niet hier en daar wat vandaan, maar naar geheel Uw woord, opdat het ons leven heiliger zal maken en is tot Uw eer en glorie.
Dank U wel, dat we dit niet alleen hoeven te doen.
Dank U wel, dat U weet dat wij dat van onszelf niet kunnen en dat U Uw Heilige Geest geeft om ons daarbij te helpen.
Dank U wel, dat U ons daarin door Uw Geest leidt.
Vergeef ons zo, Vader, reinig ons hart van eigengereidheid en eigenwaan en kom met Uw Geest.
Doorwaai ons hart en toon ons de plaatsen in ons leven, iedere dag opnieuw, waar wij, nog of weer, leven voor onszelf in plaats van voor U en tot Uw eer.
Laat mij, laat ons, iedere morgen wakker worden en met uit bed stappen beseffen, dat deze dag van U en voor U is.
En dat alles wat ik, wat wij doen, daarop gericht moet zijn.
Maak zo ons leven heiliger, Vader, opdat wij onberispelijk bewaard zullen worden tot de Here Jezus terugkomt.
In Jezus’ Naam.

- Amen –





Heer,
hier ben ik,
gewoon zoals ik ben.
Ik geef U mijzelf
om te doorzoeken
met Uw Geest
en te zien
waar mijn leven
nog meer heiligmaking
nodig heeft.

U wil ik behagen!
O, ik wil dat U
vreugde vindt
in alles wat ik doe.
Dat er een glimlach
op Uw lippen is
elk moment
dat U
naar mij kijkt.

Heer,
hier ben ik,
gewoon zoals ik ben.
Ik geef U mijzelf,
omdat ik weet:
alleen kan ik het niet.
Maar wel
door Uw Geest,
die in mij woont
en leeft.

©Rita Klapwijk

zondag 6 januari 2013

Week 2 - dienstbetoon

U noemt Mij Meester en Heere, en u zegt het terecht, want Ik ben het.
Als Ik dan, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, moet ook u elkaars voeten wassen.
HSV

‘Jullie noemen mij meester en Heer, en dat is juist, want dat ben ik.
Als ik, jullie Heer en meester, je voeten heb gewassen, moeten jullie ook elkaars voeten wassen.
GNB

Johannes 13:14,15

Voor de komende week een heel bekend verhaal uit de Bijbel om over na te denken, ‘De voetwassing’.
(Johannes 13:1-16)

Ik denk dat de meesten van ons wel weten dat in de tijd van de Here Jezus de mensen allemaal op blote voeten rondliepen, of alleen sandalen aan hadden.
Het gevolg was natuurlijk dat hun voeten altijd erg vuil waren.
Als zij ergens binnenkwamen, was het dan ook gewoon, dat hun voeten werden gewassen.
Dit vieze werkje was bestemd voor de laagste slaaf in huis.

In dit hoofdstuk neemt de Here Jezus de gestalte aan van de laagste slaaf en wast de voeten van de discipelen, die, doordat ze zich allemaal te goed voelden voor dit werkje, met vieze voeten aan tafel waren gegaan.
Niemand van hen wilde de minste zijn, niemand van hen wilde zich vernederen , niemand van hen wilde zich buigen voor de ander.
De Here Jezus echter deed wat niemand van hen wilde doen.
Hij deed Zijn mantel af,  bond een linnen doek om Zijn  middel, goot water in de daarvoor bestemde kom en begon de voeten van Zijn discipelen te wassen.
Hij, de Zoon van God, vernederde Zich tot een dienstknecht en gaf ons het voorbeeld op welke wijze God wordt verheerlijkt.

In Mattheüs 20:28 zegt Hij dan ook: ‘Neem een voorbeeld aan de Mensenzoon: Hij is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om Zelf te dienen en Zijn leven te geven in ruil voor het leven van veel anderen.’
Hij, de mensgeworden God, kwam om te dienen; de vraag aan ons is of wij bereid zijn om Zijn voorbeeld te volgen en om God te verheerlijken door te dienen.

Jezus zegt ons ook in de meegegeven tekst (zie hierboven), dat zoals Hij de voeten gewassen heeft, wij ook elkaars voeten moeten wassen.
Maar helaas lijkt het tegenwoordig vaak zo(en misschien was dat vroeger ook al wel zo), dat wij liever elkaar de oren wassen, dan elkaars voeten.
We zeggen de ander liever ongezouten waar het op staat, dan dat we de minste zijn en zwijgen of gewoon iets doen, ook al behoort het niet tot ons werk, of onze taak, of …

Dienstbetoon.
Hulpvaardig zijn.
De ander uitnemender achten dan jezelf.
Jezelf vernederen; en dan niet door jezelf af te kraken, maar door de minste te willen  zijn.
Bereid zijn om te dienen in plaats van gediend te worden.
Jezus voorbeeld volgen.
Niet alleen zeggen, maar ook doen.

Het toilet in de kerk/gemeente …
Het dweilen van de vloer …
Even een boodschapje doen, en dan niet alleen voor je moeder, broer of zus of vriendin, maar even voor je overbuurvrouw, of iemand uit je gemeente die je eigenlijk niet of nauwelijks kent.


In de beschrijving van Het Leven staat het zo heel mooi:
‘Jezus waste de voeten van Zijn discipelen niet opdat ze dan aardig voor elkaar zouden worden.
Zijn hogere doel was dat ze Zijn opdracht op deze aarde zouden voortzetten.
Zij moesten de wereld intrekken om God te dienen, elkaar te dienen en alle mensen aan wie ze de boodschap van redding brachten.’

Jezus verloor nooit het hogere doel waarvoor Hij was gekomen uit het oog, namelijk, dat Zijn Vader in de hemel in alles en op elke wijze, verheerlijkt zou worden.
Ook dit doel moeten wij voor ogen houden in en bij alles wat we doen, of wat op ons pad komt.

‘U moet die gezindheid hebben die ook Christus Jezus had.
Hij had de gestalte van God, maar heeft zich niet willen vastklampen aan zijn gelijkheid met God.
Hij heeft zijn grootheid opgegeven door de gestalte van een slaaf te aanvaarden en aan mensen gelijk te worden.
Hij leefde als een mens en hij vernederde zich door gehoorzaam te worden tot in de dood, de dood aan een kruis.’
Filippenzen 2:5-8 (GNB)

De Here Jezus is ons tot een voorbeeld gegeven, het meest ultieme voorbeeld.
Zijn gezindheid, Zijn denkwijze, Zijn houding, Zijn instelling, Zijn visie, Zijn mentaliteit moeten wij ook hebben, moet in ons zijn.
we moeten ons niet te goed voelen voor bepaalde klusjes of dingen; Jezus heeft ook niet vastgehouden aan Zijn God-zijn.
Hij heeft Zijn grootheid opgegeven en werd aan ons mensen gelijk!
Hij nam de gestalte, de gedaante, het aanzien, aan van een slaaf.
De grootheid, die Hij had bij God, legde Hij af om mens te worden en gehoorzaam te zijn aan Zijn Vader tot in de dood.
En  nog wel de dood aan het kruis, wat een schandelijke dood was, een dood voor misdadigers.

Als wij Jezus willen volgen, dan zullen we ook deze Jezus moeten willen volgen.
De Jezus die ons voorging in dienstbetoon.




Lieve vader in de hemel, vergeef ons, dat we Jezus vaak alleen maar willen volgen in de mooie dingen.
Als het echter gaat om lijden of dienbaarheid, dan geven we vaak niet thuis of we sputteren heel wat af.
Vergeef ons, Vader, vergeef mij.
Verander mijn hartsgesteldheid, Vader, daar waar het nog niet die gezindheid heeft van de Here Jezus.
Laat mij het zien waar en leer mij.
Dank U wel, voor Uw geduld en liefde met mij, met ons.
Dank U wel, dat U niet opgeeft, maar doorgaat.
Dank U wel, voor de tijd die U ons geeft om te leren en te veranderen.
Laat ook in mijn leven, in alles wat ik mag doen of wat op mijn pad komt, U verheerlijken en het hoogste doel zijn.
In Jezus’ Naam.

- Amen –




Jezus waste de voeten
van Zijn discipelen
en nam daarmee de gestalte
van een dienstknecht aan.
Zijn grootheid legde Hij af,
om in gehoorzaamheid,
Zijn Vader te verheerlijken.
Ja, tot in de dood is Hij gegaan.

En ik?
Ben ik bereid
mijn leven af te leggen;
mijn status, positie of baan?
Ben ik bereid om
Zijn voorbeeld te volgen,
in Zijn voetspoor te gaan?

Ben ik bereid
om ‘voeten te wassen’,
de minste te zijn?
Is ook mijn hoogste doel
de Vader in de hemel verheerlijken,
Hem in alles gehoorzaam te zijn?

Help mij,
o Heer en God,
om mijn bereidheid
om te zetten in daden;
niet slechts te spreken,
maar ook te gaan
op de door U
voorbetreden paden.

©Rita Klapwijk


Een prachtig verhaal hier over kun je lezen op ‘Into Your Hands’ onder het label ‘Verhalenderwijs’ of volg de link >> Een levenslang voorbeeld

zondag 29 juli 2012

Week 31 - Ochtenden

Sla acht op mijn stem als ik roep,
mijn Koning en mijn God,
want tot U bid ik.
's Morgens hoort U mijn stem, HEERE;
's morgens leg ik mijn gebed voor U neer
en zie ik naar U uit.
HSV

Luister naar mijn roepen om hulp,
mijn koning en mijn God,
want ik richt mij tot U.
In de morgen al hoort U mij roepen,
in de morgen al leg ik alles aan U voor
en ik wacht op Uw antwoord.
GNB

Psalm 5:3,4

In de morgen al hoort U mij roepen, in de morgen al leg ik alles aan U voor en wacht op Uw antwoord…

Wat gebeurt er in jouw binnenste als je deze woorden leest?
Vind je herkenning, begint je hart sneller te kloppen van verlangen bij deze woorden of word je al moe bij de gedachte eraan, begint alles van binnen te wrikken en te wringen van, O nee Heer, niet in de morgen …?
Of verlang je ernaar met hart en ziel, maar lukt het gewoon niet omdat je gewoonweg te moe bent ‘s morgens?

Persoonlijk begint mijn hart sneller te kloppen bij deze woorden en is het mijn diepst verlangen om Hem in de stilte van de vroege morgen te ontmoeten.
Niet dat mijn ochtenden altijd dan ook zo beginnen, maar het verlangen is zeer groot en ik kijk uit naar de tijd dat ik minder afhankelijk ben van allerlei factoren die dit in de weg staan.

Het eerste wat eigenlijk in mij boven kwam toen ik deze woorden las, waren de woorden van een gedichtje van een boekenlegger die ik ooit eens gekocht heb.
Het is een klein gedichtje van Tinie Goedhart.

Wek mij elke morgen
met Uw woorden.
Fluister mij wat ik nodig heb
aan levenswijsheid in.
Om op mijn beurt door te geven
uit Uw stroom van leven.
Gevoed in U
heeft elk moment zin.

Het tweede dat in mij opkwam,  was snel naar de Psalmen, en opzoeken wat er nog meer geschreven staat over ‘de morgen’.
Op Biblia.net gaat dat fantastisch.
Ik pik er even een paar uit die mij persoonlijk heel erg aanspreken.
Psalm 63:2:
O God, U bent mijn God!
U zoek ik vroeg in de morgen;
mijn ziel dorst naar U,
mijn lichaam verlangt naar U in een land,
dor en dorstig, zonder water.

Psalm 88:14:
Ik echter, ik roep tot U, HEERE,
mijn gebed komt U tegemoet in de morgen.

Psalm 90:14:
Verzadig ons in de morgen met Uw goedertierenheid,
dan zullen wij juichen en verblijd zijn,
tijdens al onze dagen.

Psalm 143:8:
Doe mij in de morgen Uw goedertierenheid horen,
want ik vertrouw op U;
maak mij de weg bekend die ik te gaan heb,
want tot U hef ik mijn ziel op.

En eentje uit Klaagliederen, eentje die mij altijd zeer bemoedigd; Klaagliederen 3:22,23:
Het zijn de gunstbewijzen des HEREN, dat wij niet omgekomen zijn,
want zijn barmhartigheden houden niet op,
elke morgen zijn zij nieuw,
groot is uw trouw!

Jaren ben ik eerder opgestaan dan de rest van mijn gezin, simpelweg omdat ik het niet alleen heerlijk vond om even rustig wakker te worden voordat de dagelijkse plicht riep en de daarbij horende drukte, maar ook omdat ik graag samen met de Heer de dag wilde beginnen en mijn kinderen en alle zorgen voor Zijn troon wil brengen aan het begin van de dag.
Het waren zeer kostbare en waardevolle tijden.
In de stilte van de vroege morgen ervaarde ik Gods aanwezigheid en in de stilte van Zijn aanwezigheid kon ik rustig wakker worden en Zijn kracht ontvangen voor de dag die voor me lag.
We hebben hele zware jaren achter de rug.
Kinderen zijn een zegen van God, maar soms zijn de wegen die we met onze kinderen gaan niet bepaald makkelijk of licht.
Meer dan ooit waren die momenten, in de stilte van de vroege morgen samen met de Heer, van levensbelang.
Mag ik je even meenemen naar een gedicht wat ik toen heb geschreven?

Het heet: In de stilte

In de stilte van de vroege morgen
ben ik dankbaar, dat ik bij U komen mag.
En ik breng U al mijn zorgen
van deze nieuwe, komende dag.

Er zijn zo vele dingen Heer,
die mij telkens zorgen baren.
Maar ik leg ze nu hier voor U neer,
brengt U de storm in mij maar tot bedaren.

Langzaam vult Uw vrede mijn hart
en worden de zorgen minder zwaar.
Lichter wordt de zwaarte van mijn smart
en opnieuw ervaar ik, U bent daar.

Oh, Heer, ik weet wel wat U tegen mij hebt gezegd;
Mijn juk is zacht, Mijn last is licht,
maar vaak heb ik deze woorden naast me neergelegd
en verloor daarmee op U mijn zicht.

Maar nu, terwijl de nieuwe ochtend gloort,
zoek ik U op en wil heel dicht bij U zijn,
om gesterkt te worden door Uw woord
en herinnerd te worden, dat ik nooit alleen zal zijn.

Als ik dit zo terug lees vult een stille vreugde mijn hart.
Het zijn mijn eigen woorden, maar nog steeds is dit het verlangen van mijn hart.
En eerlijk gezegd heb ik dit het afgelopen jaar gemist.
Heel erg gemist, realiseer ik me nu.

Het afgelopen jaar stond ik gelijk met één van de kinderen op en terwijl deze onder de douche verdween, nam ik mijn tijd met de Heer.
Maar regelmatig word ik hierin erg gestoord, want er viel schijnbaar altijd nog wel iets te vragen of te zeggen.
Hoewel ik dan weer aangaf van, hup, strakjes, nu naar boven, ik ben nu aan het Bijbellezen en bidden, toch was er daardoor niet die rust en vrede als toen.
Meer dan eens heb ik er afgelopen jaar aan gedacht om toch maar weer een half uurtje eerder op te staan, maar het late tijdstip van naar bed gaan en het slechte slapen (leeftijd ) weerhielden mij er nog van om het te doen.
Ik was (ben) vaak al zo moe al ik opstond; niet meer zo fit en helder als ik vroeger was.
Maar toch, nu ik dit weer zo lees samen met de woorden van de Psalmdichters en er weer aan denk en tegelijk ook ervaar welk een kracht en sterkte erin verscholen ligt, brandt mijn hart opnieuw van verlangen naar die stille, vredige, krachtgevende, ontmoetingen met Hem.

Terwijl ik afgelopen week al zo mijn gedachten liet gaan over dit thema, merkte ik, dat het bij het wakker worden al weer in mijn gedachten is.
Met de woorden van het gedichtje van Tinie Goedhart en het besef wat het betekent om de dag met Hem te beginnen, doet in mij opnieuw het verlangen ontstaan om toch weer eerder op te staan.
En terwijl ik dit zo schrijf, besef ik dat ik het meer heb gemist dan ik me bewust was.
Ja, ik heb overdag zeker mijn momenten met God gehad en nog, toch is dat anders dan aan het begin van de dag.
Langzaam begint het tot mij door te dringen wat ik mijzelf en God heb ontzegd.
Of moet ik zeggen God en mijzelf?

Mijn gedachten gaan naar het late tijdstip van naar bed gaan en het vroege opstaan.
(Hoe deed U dat toch, Heer Jezus?)
Keuzes maken, prioriteiten stellen …

Ik ga terug naar de woorden van de Psalmdichter.
De woorden van Psalm 5 zijn een roep om hulp in de vroege morgen, maar ik besef ook, dat dit niet altijd maar hoef te betekenen dat we in grote nood verkeren.
We hebben immers iedere dag Gods hulp nodig?
Niet alleen voor onze problemen, moeiten en zorgen, maar ook voor leiding, Zijn wil te zoeken, wat Zijn wil is in de wegen die we gaan, moeten gaan …
De dag in Zijn handen leggen, onze kinderen voor Zijn troon brengen, elkaar, als man en vrouw, het werk dat op ons wacht …
Het van Hem verwachten …

Hoe dorstig is mijn ziel?
Hoe groot mijn verlangen naar Hem?
Hoe graag wil ik Zijn goedertierenheid ontvangen die Hij iedere dag wil geven?


Tot wie (of wat) hef ik mijn ziel op aan het begin van de  nieuwe dag?
Een klein citaat van de kalender voor deze keer:

‘We geven Hem onze lege beker en vragen Hem deze met Zichzelf te vullen.’

Wat zou er gebeuren, hoe zullen onze dagen eruit gaan zien als wij iedere morgen voor Zijn troon zouden komen, onze lege beker ophouden en Hem vragen om hem te vullen?

Psalm 90:14 zegt: ‘Verzadig ons in de morgen met Uw goedertierenheid, dan zullen wij juichen en verblijd zijn, tijdens al onze dagen.’
De Psalmdichter in Psalm 5 ging aan het begin van de dag naar God toe, legde Hem alles voor en wachtte op antwoord.

Misschien ben je geen ochtendmens, misschien moet je nog regelmatig je bed uit voor ….
Misschien verlang je ernaar, maar weet je in de omstandigheden waarin je zit totaal niet hoe je dat vorm zou moeten geven …
Misschien …
We kunnen van alles invullen waarschijnlijk.
Maar God kent ons hart en onze omstandigheden.
Hij weet of we slechts uitvluchten zoeken of dat het ons verdriet doet dat …
Hij kent ons hart, onze gedachten en al onze verlangens.
Soms lukt het gewoon niet, wat een ander ook anders wil beweren, soms lukt het gewoon niet.
Maar ook dan weet God het en is Hij daar bij.

Voor mijzelf?
Ik ga na de vakantie toch maar weer dat half uurtje eerder op.

En jij?




Lieve Vader in de hemel.
Wat heb ik het gemist om zo bij U te zijn afgelopen jaar.
Wat heb ik het gemist, deze tijd met U.
Wat was het toch vervelend iedere keer gestoord te worden en wat moest ik er voor waken dat het er niet helemaal bij in zou schieten.
De leegte was groter dan ik heb beseft en ik zie er naar uit, Vader, om de dagen, ook na de vakantie, weer zo te beginnen.
Nu slaapt iedereen uit en heb ik deze momenten weer en waarschijnlijk besef ik daardoor ook te meer weer wat ik heb gemist.
Vergeef mij, vader, maar dank U wel dat U zo opnieuw tot mijn hart spreekt.
Ik bid U zo voor hen die ook verlangen naar deze momenten, maar waar het gewoon door omstandigheden of andere factoren, niet lukt.
Heere, U kent hun hart, en ik bid U, dat zij, in het ogenblik dat zij verlangend aan U denken, vervuld zullen worden met de warmte van Uw vuur, met de kracht van Uw Geest en de liefde van Uw nabijheid.
Spreek zo tot hun hart, Vader, in de stilte van dit kleine moment en bemoedig hen zo.

In Jezus’ Naam.

- Amen –

 


In de ochtend U ontmoeten,
samen met U
de nieuwe dag beginnen.
Alles aan U voorleggen,
in vertrouwen,
dat U luistert en hoort.
Uw woorden tot mij nemen;
indrinken,
overdenken en bezinnen.
Mijn lege beker laten vullen,
verwonderend
dat ik U toebehoor.
De nieuwe dag aankunnen,
gesterkt,
tot diep van binnen.

©Rita Klapwijk

   Before the day van Newsong

zondag 12 februari 2012

Week 7 - Een moeilijke taak

Want wij die leven, worden voortdurend aan de dood overgegeven om Jezus' wil, opdat ook het leven van Jezus openbaar wordt in ons sterfelijk vlees.
In ons aardse bestaan worden we om Jezus’ wil voortdurend uitgeleverd aan de dood, om juist zo het leven van Jezus in ons sterfelijk bestaan zichtbaar te laten worden.
2 Korinthe 4:11

Een moeilijke taak …
Het is inmiddels bijna zo’n vijf jaar geleden dat ik eindelijk de bereidheid had om echt  ‘de moeilijke weg’ van een gelovige te gaan waarover Beth Moore deze spreek.

Ik ben altijd een kind van God geweest en heb altijd getracht om naar Zijn wil te leven, zoals dat zo mooi gezegd wordt.
Maar daar zaten verschillende kanten aan.
Enerzijds een stuk krampachtigheid van zo en zo moet het, anders …; en aan de andere kant altijd een stuk angst voor het onbekende; dus vooral niet uitstappen in het geloof en dingen ondernemen of gaan doen, want daar draag je wel verantwoordelijkheid voor en zul je ook verantwoording over moeten afleggen bij God.
Ja, ik ben en was een oprecht kind van God, maar ik leefde heel vaak vanuit de angst dat ik iets zou doen wat verkeerd was.
Zolang ik op eigen terrein was, in mijn eigen huis, of iets samen met anderen, waarin ik geen verantwoordelijkheid had, dan was het wel te doen, maar anders …

In ons gezin zijn heel veel dingen gebeurd; dingen die heel moeilijk waren en veel zorgen en verdriet brachten.
(zie: www.intoyourhands.punt.nl - rubriek ‘Persoonlijk’)
Hele zware jaren die mij, menselijkerwijs gesproken bijna op de rand van de afgrond brachten, maar die juist door God werden gebruikt om mij te brengen op de plaats waar ik bereid werd om ‘de moeilijk weg’ van een gelovige te gaan.
De plaats van mijn eigen wil, mijn eigen leven, op te geven en de weg te gaan die Hij vraagt en wijst.
Mijn hoofd en hart te buigen voor Hem.
Mijn hand in die van Hem te leggen en te zeggen: ‘Hier ben ik, Heer, ik ben bereid Uw wegen te gaan. Niet meer mijn wil, maar Uw wil geschiede.’
Niet mijn angst mag reageren, maar U.

Dit betekende dat ik er voor koos  om niet meer ergens onderuit te komen, maar dat te doen wat Hij op mijn pad bracht.
Dit betekende mijn angsten opzij zetten, ondergeschikt maken aan Zijn wil.
Dit betekende uitstappen, in het geloof en vertrouwen dat Hij voor mij zorgt, ook als ik er niets van merk of voel.
Dit betekende gaan leven in Hem, uit Hem en door Hem.
Het betekende sterven aan mijzelf.
Het betekende worstelen en strijden, tranen van angst, boosheid, …
Het betekent dat ik er nog steeds voor kies om ergens niet meer onderuit te komen, maar te doen en te gaan waar Hij mij zendt, hoe moeilijk en eng ik dat nog steeds soms vind.
De vraag naar mijn bereidheid ligt er iedere dag.

De weg van Gods kinderen is geen makkelijke weg.
Vooral niet als wij gaan uitstappen en ons leven in Zijn dienst gaan stellen.
Als we uitkomen voor ons geloof op plaatsen waar maar weinig andere gelovigen zijn.
Bidden voor je eten in de kantine, in een restaurant, of andere openbare gelegenheden.
Spreken of juist zwijgen.
Vergeven in plaats van haten.
Liefde betonen in plaats van negeren.
Dienen in plaats van gediend worden.
De bewuste andere wang toekeren.
Trouw zijn in plaats van ontrouw.
Niet met gelijke munt terug betalen.
Leven, zoals Jezus leefde.
Bereid zijn de onderste weg te gaan.

En waarvoor?
Omdat we verlangen naar wat ons wacht na dit leven; een leven voor eeuwig bij Hem.
Openbaring 2:7,10b,11,17,26-28;
Openbaring 21:1-7:
‘En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan.
En de zee was er niet meer.
En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.
En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.
En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn.
Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.
En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw.
En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar.
En Hij zei tegen mij: Het is geschied.
Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde.
Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens.
Wie overwint, zal alles beërven, en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn.’

Ja, de taak die wij hebben gekregen is geen makkelijke taak, maar als we bereid zijn om de wedloop te lopen, ‘de moeilijke weg’ van een gelovige te gaan, dan wacht ons, in Christus, iets buitengewoons.




Lieve Vader in de hemel.
Ik wil U boven alles bedanken, dat we deze moeilijke weg niet alleen hoeven te gaan.
U gaf de Heilige Geest als onderpand, als voorschot op onze beloning, onze erfenis, die in de hemel op ons wacht.
Zo bent U iedere dag in ons en bij ons.
Door de kracht van Uw Geest helpt U ons op deze weg.
Het enige wat U van mij, van ons vraagt, is de bereidheid om te gaan en te doen wat U vraagt.
En daarin mogen we zeker weten dat U ons niet zult verlaten, noch begeven.
Maak mijn hart bereid, Heere, om U te volgen al de dagen van mijn leven.

In Jezus ’Naam.

- Amen -




Leven in Hem.
Bereid zijn,
dagelijks te sterven aan mijzelf;
zodat Jezus zichtbaar wordt
in mij.

Leven in Hem.
Mijn hart buigen.
Dagelijks mijn kruis opnemen;
Hem volgen hoe mijn weg
ook zij.

Leven in Hem.
Hem gehoorzaam zijn.
Bereid om moeilijke wegen te gaan;
mijn leven te leven
zoals Hij.

Leven in Hem.
De wedloop lopen
om de prijs te behalen,
die in de hemel wacht
op mij.

©Rita Klapwijk


What grace is mine van Keith en Kristyn Getty