Posts tonen met het label gehoorzaamheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gehoorzaamheid. Alle posts tonen

zondag 16 juni 2013

Week 25 - Volharding

'Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaam geweest bent, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veelmeer in mijn afwezigheid, werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.'
HSV

'Mijn dierbare vrienden, u bent altijd gehoorzaam geweest. Wees het niet alleen wanneer ik aanwezig ben, maar ook en des te meer nu ik afwezig ben. Werk aan uw heil in diep ontzag voor God, want Hij is het, die in u werkzaam is en u in staat stelt te willen en te doen wat in overeenstemming is met Zijn plan.'
GNB

Filippenzen 2:12,13


Er zijn een paar mooie definities die precies weergeven wat volharding inhoudt.

* Het standvastig of koppig volhouden wat je begonnen bent.
* Vasthouden aan een opvatting of plan totdat het beoogde doel bereikt is.
* De wil om waar men mee begonnen is ten einde toe uit te voeren.
* Standvastig/standvastigheid

Automatisch gaan mijn gedachten dan naar de wedloop waar Paulus over schreef in 1 Korinthiërs 9:23-27:

‘Voor het evangelie doe ik alles, om er zelf ook deel aan te hebben.
U weet dat van alle atleten die in het stadion hardlopen, er maar één de prijs behaalt.
Loop dus zo dat u hem in de wacht sleept.
Mensen die deelnemen aan een wedstrijd, moeten zich van alles ontzeggen.
Zij doen dat om een krans te krijgen die verwelkt, maar wij doen het om een krans die onvergankelijk is.
Ik loop dan ook niet zomaar in het wilde weg; ik ben geen bokser die in de lucht slaat.
Nee, als ik loop ga ik tot het uiterste, ik dwing mijn lichaam te doen wat ik wil.
Anders heb ik wel anderen opgeroepen om deel te nemen, maar word ikzelf gediskwalificeerd.’

En in 2 Timotheüs 3:6-8 als het einde van zijn leven is gekomen:

'Wat mij aangaat, mijn bloed vloeit al, het uur van mijn heengaan is aangebroken.
Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop tot het einde gelopen, het geloof bewaard.
Wat mij nog wacht, is de prijs, de krans van de rechtvaardigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, mij zal omhangen op de grote dag, en niet alleen mij, maar ook allen die verlangend hebben uitgezien naar Zijn verschijning.’

Eerlijk gezegd heb ik nog nooit van mijn leven gesport.
Als kind mocht ik het niet en toen ik geld verdiende en op mijzelf woonde, kreeg ik al snel dermate problemen met mijn rug en gewrichten, dat het niet kon.
Ooit nog weleens jaren later wat fitness geprobeerd, maar mijn gewrichten accepteerden het niet en protesteerden binnen de kortste keren.
Ik heb het dus maar opgegeven.
Ik begrijp dus ook helemaal niets van mensen die in hun sport tot het uiterste gaan.
Sportverdwazing is het vaak in mijn ogen.
Maar aan de andere kant, ik heb wel dezelfde mentaliteit als het om mijn geloof gaat.
Zoals sport soms helemaal verweven is met het leven van sommige mensen, zo is God onlosmakend verbonden met mijn leven.
Al durf ik (nog) niet te beweren dat alles moet wijken voor Hem, zoals dat bij sommige mensen wel het geval is met sport.
Ik ben bang dat ik hier en daar (misschien nog wel meer daar dan hier) moet leren om zover te komen, maar mijn bereidheid is er.
Ach, mensen die een wedloop lopen, leren ook met vallen en opstaan, leren ook door te trainen.
Het belangrijkste aspect bij beiden is echter: volharding.
Zowel met een wedloop (en elke andere sport denk ik ook wel als je het op topniveau wilt beoefenen) heb je volharding nodig.
De top bereiken gaat nu eenmaal niet zonder slag of stoot; of je nu een marathon wilt lopen, een berg beklimmen of, jazeker, ook als je stand wilt houden in je geloof tot het einde.
De woorden van Paulus getuigen hiervan.
We zien in zijn woorden dat het aankomt op volharding.
Van alles ontzeggen …
Gaan tot het uiterste …
Zijn lichaam dwingen te doen wat hij wil …

Het zal duidelijk zijn, dat deze dingen laten zien dat het dus iets kost om te bereiken wat je bereiken wilt.
Het gaat niet zonder slag of stoot.
Paulus wilt hiermee aangeven dat de wedloop van het leven lopen niet zonder hindernissen zal zijn.
Zoals het een atleet veel ‘kost’ om een krans te kunnen winnen, zo zal het ook van een gelovige het een en ander vragen.

In het Nieuwe Testament staan verschillende teksten over volharding.
Ik zal er eens een paar geven.

Lucas 21:19
Door uw volharding zult u uw leven verkrijgen. (HSV)
(Red je leven door standvastigheid! – NBV))

Romeinen 5:3b,4
En niet alleen dat, nee, ook roemen wij in de verdrukkingen, wetend dat de verdrukking volharding bewerkt, de volharding gehardheid en gehardheid hoop; …
(NB)
(En dat niet alleen! We beroemen ons er ook op als we verdrukt worden. Want we weten dat verdrukking volharding brengt, en volharding brengt kracht, en kracht brengt hoop – GNB))

Hebreeën 10:36
Want u hebt volharding nodig, opdat u, na het volbrengen van de wil van God, de vervulling van de belofte zult verkrijgen. (HSV)
(Om de wil van God te doen en om te krijgen wat hij belooft, hebt u volharding nodig – GNB)

Jacobus 1:3
Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt, want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt. (HSV)
(Het moet u tot grote blijdschap stemmen, broeders en zusters, als u allerlei beproevingen* ondergaat. Want u weet: wanneer uw geloof op de proef wordt gesteld, leidt dat tot standvastigheid – NBV - *De SV, HSV, NBG en NB spreken van verzoekingen, NBV, GNB en WB spreken van beproevingen)

Jacobus 5:11
Zie, wij prijzen hen gelukzalig die volharden. U hebt gehoord van de volharding van Job, en u hebt de uitkomst van de Heere gezien, dat de Heere vol ontferming is en barmhartig. (HSV)
(We prijzen hen gelukkig, omdat ze hebben volgehouden. U hebt gehoord hoe Job volhield en u weet hoe de Heer hem ten slotte behandeld heeft. De Heer is immers rijk aan barmhartigheid en ontferming  - GNB)

2 Petrus 1:5-7
En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis, aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht, aan de godsvrucht broederliefde en aan de broederliefde liefde voor iedereen. (HSV)
(Doe daarom uw uiterste best uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, deugdzaamheid met kennis, kennis met zelfbeheersing, zelfbeheersing met volharding, volharding met vroomheid, vroomheid met onderlinge vriendschap, vriendschap met liefde – GNB)

Door heel het Nieuwe Testament heen lezen we hoe belangrijk volharding is, maar ook dat het niet op een eenvoudige, makkelijke manier te verkrijgen is.
We zullen ons best ervoor moeten doen om het ons eigen te maken, om het te leren.
Het is niet echt leuk om te lezen dat volharding vaak geleerd wordt door verdrukking heen; dat ellende, verzoekingen, beproevingen van ons geloof nodig zijn om volharding te leren.
Maar Jacobus zegt dat we eigenlijk juist heel blij moeten zijn als we hier door heen gaan, omdat moeilijke omstandigheden, ellende, verdrukkingen ons de mogelijkheid geeft om te leren volharden en hij prijst iedereen gelukkig die volhoudt.
Waarom?
Omdat het uiteindelijk alles waard zal zijn.
Het zal ons leven redden.
We zullen de vervulling van de belofte ontvangen; een krans die niet verwelkt.

Paulus roept de Filippenzen op om, ook, er staat zelfs: nog wel meer nu hij niet bij hen is (wat dus ook voor ons betekent, als niemand ziet wat we doen),  gehoorzaam te blijven, te blijven volharden op de ingeslagen weg.
Werk aan uw zaligheid, uw redding, zegt hij met vrees en beven, met diep ontzag voor God.
Betekent dit dan toch dat onze redding van onszelf afhangt en niet van het offer van de Here Jezus?
Nee, zeker niet.
In Mattheüs 24:10 staat: ‘En dan zullen er velen struikelen en zij zullen elkaar overleveren en elkaar haten.’
Een andere vertaling zegt: ‘Velen zullen hun geloof verliezen.’

Matthew Henry zegt een paar dingen die het overdenken waard zijn:
‘Tijden van lijden zijn schokkende tijden.
Wie met mooi weer staande bleef, valt in de storm.
Velen zullen Christus in de zonneschijn volgen, maar zullen zichzelf redden op een bewolkte, donkere dag en Hem Zichzelf laten redden.
Tijden van vervolging zijn tijden van ontdekking.’

Ik wil met mijn schrijven niemand ontmoedigen of bang maken, maar wel laten zien dat het Gods woord zelf is, dat ons waarschuwt voor moeilijke tijden, voor verdrukking, voor ellende en ons aanspoort om ons toe te leggen om te leren volharden.
Om niet op te geven als er stormen komen in ons leven.
Hoe belangrijk dit ook is.
Maar God bemoedigd ons ook; Hij laat ons niet alleen in onze strijd.

‘Laten we het oog gericht houden op Jezus, die ons op de weg van het geloof voorgegaan is en ons naar de volmaaktheid brengt.
Om de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij het kruis op Zich genomen en de schande niet geteld.
Nu zit Hij aan de rechterzijde van de troon van God.
Denk aan Hem die zoveel tegenwerking van zondaars heeft verduurd.
Dat zal u helpen de moed niet te verliezen en de strijd niet op te geven.’
Hebreeën 12:2,3


Lieve Vader in de hemel.
Er staat nog zoveel meer in Uw woord over volharding en alles wat daar mee samenhangt.
Ik heb het gevoel nog maar een fractie daarvan te hebben overdacht.
Maar ik dank U, voor wat ik hier al van mocht leren.
Ik dank U voor de aansporing die hier in doorklinkt.
Ik dank U voor de bemoediging en de  troost.
Ik dank U ook voor de vreugde die ik mag ervaren door het zien ver boven de omstandigheden van ons leven momenteel uit.
Vreugde in wat het leren volharden uitwerkt; vreugde om wat er straks op mij, op ons wacht als we volhouden tot het einde.
Ik bid U, Vader, voor een ieder wiens leven uit verdrukking en ellende bestaat en die het daardoor zo moeilijk hebben en het haast niet meer zien zitten.
O, dat zij toch bemoedigd mogen worden door Uw woord, aangespoord door Uw liefde en genade om vol te houden.
Ontferm U over hen, als zij dreigen te bezwijken.
Houdt vast, Vader, wat U toebehoort.
Uw woord zegt: ‘Het geknakte riet zal Hij niet breken, de walmende vlaspit niet doven.’
‘Ik ben met je, iedere dag,’ zijn Uw woorden Heer Jezus, ‘tot aan de voltooiing van de wereld.’
O, dat we allen dit toch ook mogen ervaren, naast dat we het weten, opdat we gesterkt en bemoedigd zullen worden en daardoor beter in staat zullen zijn om vol te houden.
Laat als Uw woord verkondigd wordt, HEERE, ook daarin doorklinken dat het leven van een kind van U, niet alleen een leven is van voorspoed en zegen, waardoor ze als het moeilijk wordt, er verdrukking  komt, teleurgesteld raken en ontmoedigd, of misschien zelfs opgeven omdat ze er niet op waren voorbereid en het niet lijkt te kloppen met hun Godsbeeld.
Help ons, HEER, om tot het einde toe vol te houden, hoe moeilijk en zwaar onze weg ook is.
We hebben U nodig, Uw kracht, Uw troost, Uw liefde, Uw genade.
Om straks eens en voor altijd bij U te mogen zijn, in het land overvloeiende van melk en honing; waar geen rouw meer is of pijn, tranen of verdriet.
Waar U ons verwelkomt met de liefdevolle woorden: ‘Goed gedaan, mijn trouwe dienstknecht.
In Jezus’ Naam bid ik U dit alles.

- Amen -


Lieve Vader,
neem mij bij de hand en breng mij
naar de eindstreep van de wedloop van dit leven.
Zonder Uw hulp houd ik het niet vol,
ben ik bang dat ik het op zal geven.

Help mij, Vader,
het einddoel voor ogen te houden,
te zien op wat mij aan de eindstreep wacht.
leer mij volharden tot het einde toe,
wees daarin mijn hulp, sterkte en kracht.

Leer mij, Vader,
mijn oog gericht te houden op Jezus,
die mij in alles is voorgegaan.
Dat zal mij helpen de moed niet te verliezen,
maar vol te houden tot U zegt: ‘Goed gedaan!’


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 2 juni 2013

Week 23 - Levend geloof

'Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren, zegt de HEERE.
Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw;
al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.'
HSV

'Laten wij zien wie gelijk heeft.
Jullie zonden zijn rood als karmijn, paars als purper;
toch kunnen ze blank worden als sneeuw, wit als wol.'
GNB

Jesaja 1:18


Levend geloof; geloof dat leeft.
Niet alleen zeggen dat je gelooft, maar laten zien in je houding, gedrag, in je manier van leven, in wat je wel en niet doet, wel en niet zegt.
Hem dat laten toepassen in je leven, staat er op het kalendertje.

Ik las Jesaja 1 eerst maar eens in zijn geheel en proef hoe ontzettend belangrijk gehoorzaamheid voor God is.
Maar dan ook gehoorzaamheid aan God in alles en niet alleen in bepaalde dingen of op bepaalde gebieden.
In dit hoofdstuk klaagt God Zijn volk aan.
Ze brengen de voorgeschreven offers, ze lopen de tempel plat om Hem te vereren, ze houden de voorgeschreven feesten en samenkomsten, maar God walgt ervan, staat er.
Hij verafschuwt ze.
Hij kan ze niet langer verdragen.
Hij heeft het volk grootgebracht en opgevoed, maar ze zijn tegen Hem in opstand gekomen.

God zegt over Zijn volk in vers 3: Een rund kent zijn bezitter en een ezel de kribbe van zijn eigenaar, maar Israël heeft geen kennis, Mijn volk heeft geen inzicht.
Oftewel, Israël is nog dommer dan de rund en de ezel.
Zij kennen tenminste nog de hand die hen voed en die voor hen zorgt.
Maar het volk Israël heeft Hem de rug toegekeerd, heeft Hem verlaten.
Hem verworpen, zich van Hem vervreemd …
En ze blijven zich verzetten.
Het is zelfs zo erg, dat God Zijn ogen gesloten houdt als zij hun handen smekend omhoog heffen, dat Hij niet luistert, hoelang ze ook bidden.
Hun onrecht, hun zonden, hun wandaden staan als een onoverbrugbare kloof tussen hen en God in.

Was je, reinig je, keer je af van … roept God Zijn volk toe.
Jullie handen zitten vol bloed.
Houdt op met kwaad doen en leer goed te doen, help …

laten we zien wie er gelijk heeft.
Laten we een rechtszaak aanspannen.
Jullie en Ik …
En in één adem er achteraan: ‘Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw; al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.’

Luister; wees gewillig en bereid om te luisteren.
Wees gehoorzaam, dan …
Maar als je ongehoorzaam bent, dan …
De woorden van Jesaja gelden ook voor ons, zijn ook Gods waarschuwing aan ons.
Zonden.
Vergeving.
Gehoorzaamheid.

Ik kijk en zoek verder.
Levend geloof.
Geloof …

Mijn oog wordt getrokken door een tekst uit Lucas 5.
Vers 1 - Bij het zien van hun geloof zei Hij tegen de man: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’
Het verhaal van de verlamde man die door zijn vrienden naar Jezus wordt gebracht om genezing te kunnen ontvangen.
Het huis waar Jezus was, was echter zo vol dat ze niet naar binnen konden.
Maar ze gaven niet op.
Ze gingen naar het dak toe, maakten er een gat in en lieten hun vriend met bed en al door dit gat naar beneden zakken vlak voor Jezus.
Dan staat er in Lucas 5:20: Bij het zien van hun geloof zei Hij (Jezus) tegen de man: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’
De farizeeërs en schriftgeleerden vallen hier natuurlijk geweldig over, wie denkt Hij wel niet dat Hij, Jezus, is.
Wat een godslastering.
Maar Jezus kent hun gedachten en gaat daarop in door te laten zien dat Hij zowel de macht heeft om zonden te vergeven, als om te genezen.
Hij zegt daarom tegen de verlamde man dat hij op moet staan, zijn bed op moet pakken en naar huis moet gaan.
En de man staat op, pakt zijn bed en gaat, God lovend en prijzend, naar huis.

Levend geloof.
Zonden.
Vergeving.
Gehoorzaamheid.

Levend geloof!
De vrienden hadden geloof dat Jezus hun vriend kon genezen, maar als ze het daarbij hadden gelaten, zou hun vriend waarschijnlijk nooit genezen zijn.
Nee, ze geloofden dat Jezus het kon en daarom kwamen ze in actie en pakten hun vriend met bed en al op om hem naar Jezus toe te brengen.
Ze lieten zich ook niet tegenhouden door een dichte muur van mensen, maar waren vindingrijk en gingen naar het dak waar zij een gat in maakten om zo toch hun vriend maar bij Jezus te kunnen brengen.
Het gat dat zij moesten maken was niet een klein gaatje, want ze lieten hun vriend immers met bed en al naar beneden zakken, dus het gat waarover gesproken wordt is een behoorlijk groot gat en heeft hun heel wat gekost om te maken.

Levend geloof.
Praktisch.
Vindingrijk.
’t Mag wat kosten.
Liefde.
Bewogenheid.
Geloof: Hij kan het!
Gehoorzaamheid: Doen en gaan.

En dan: ‘Uw zonden zijn u vergeven!’
De ziel is voor Jezus belangrijker dan het lichaam.
Dat de ziel gered wordt, staat boven weer kunnen lopen.
Rein voor God kunnen verschijnen is van grotere waarde (= de grootste waarde) dan een lichaam dat gezond is en alles kan.
Misschien waren het zijn zonden wel die tussen hem en God instonden, dat weet ik niet.
Dit is immers niet altijd het geval, dat laat een ander voorbeeld uit de Bijbel ons wel zien.
Zie: Johannes 9:3
Maar Jezus zag het geloof (het levende geloof, want ze zetten hun geloof om in daden) van deze mannen en zei: Je zonden zijn je vergeven en daarna ontving de man ook genezing.
Doch de genezing werd pas zichtbaar en tastbaar, toen de man zelf ook opstond,zijn matras oppakte en ging.

Levend geloof.
Vergeving van zonden.
Geloof: horen.
Gehoorzaamheid: doen en gaan.

Mijn gedachten gaan zo van het één naar het ander.
Soms wordt het één geheel, één verhaal, nu gaan mijn gedachten van het één naar het ander.
Soms is dat ook goed, om zo uiteindelijk te kunnen komen waar God mij (ons) hebben wil, namelijk aan Zijn hart, bij Zijn wil.

God houdt van mij met heel Zijn  hart, vertelt het kalendertje mij.
Hij heeft van Zijn kant uit alles gedaan om mij te bevrijden.
Het leven van Zijn Zoon, onze Here Jezus, getuigt daarvan.
En dan Hem de ruimte geven dat te laten toepassen in mijn (ons) leven.

‘Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren, zegt de HEERE.’


Lieve Vader in de hemel.
Als er zonde in mijn leven is, zonde, die tussen U en mij in staat, laat mij dit dan zien.
Open mijn ogen daarvoor.
Soms ben ik mij er namelijk niet eens van bewust.
Verborgen zonden, noemt David ze, Vader.
Laat mij het zien, Vader, zoals U Uw volk in dit hoofdstuk van Jesaja hun zonden voorhield; al hun ongerechtigheden.
Dan kan en zal ik belijden.

‘Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw;
al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.’

HEER, ik wil luisteren naar wat U hebt te zeggen, ik wil niet koppig zijn.
Doe mij Uw stem horen, doe mij Uw stem verstaan.
Vergeef mij en help mij mij af te keren van wat U mij laat zien.
Vergeef mij, en mijn hart zal weer wit zijn als sneeuw, als witte wol.
Laat mijn geloof, Vader, zijn een levend geloof, dat zich afkeert  van zonde, vergeving ontvangt en in gehoorzaamheid de weg van Uw wil gaat.
Wandelend door de Geest aan Uw hand.
Groeiend, bloeiend, vruchtdragend.
Tot eer en glorie van Uw Naam.

- Amen -


Levend geloof.
Geloof dat zonden belijdt.

Levend geloof.
Leven in gehoorzaamheid.

Levend geloof.
Geloof in woord en daad.

Levend geloof.
Leven dat hoort, en gaat.

Levend geloof.
Geloof dat leeft.

Levend geloof.
Leven dat vruchten geeft.

Levend geloof.
Stapt uit en waagt.

Levend geloof.
Leven dat Hem behaagt.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 5 mei 2013

Week 19 - Trots

… en uw trotse macht zal Ik breken en uw hemel maken als ijzer en uw land als koper.
Dan zal uw kracht tevergeefs verbruikt worden; uw land zal zijn opbrengst niet geven en het geboomte des lands zal zijn vrucht niet dragen.
NBG

Ik zal de trots op uw eigen kracht breken. Ik zal uw hemel als ijzer maken en uw aarde als brons.
Dan zal al je gezwoeg tevergeefs zijn: van het land zul je niets binnenhalen en van de vruchtbomen zal niets te plukken zijn.
GNB

Ik zal de trots op uw eigen kracht breken. Ik zal uw hemel als ijzer maken en uw aarde als brons.
Uw kracht zal voor niets verbruikt worden, uw land geeft zijn opbrengst niet en de bomen op het land geven hun vruchten niet.
HSV

Leviticus 26:19,20


Trots, een woord met een negatieve klank en uitstraling.
Iets waarvoor je moet oppassen, voor moet waken, want ergens trots op zijn kan al heel gauw betekenen dat er een stukje hoogmoed om de hoek komt …
Met trots zijn op wat je gepresteerd heb, op je kind, iets wat je gemaakt hebt of gedaan hebt, moet je wel heel erg oppassen dat jij, of je kind, niet naast zijn schoenen gaat lopen …
Persoonlijk iets, waar ik best mee worstelen kan, want ik vraag me met deze dingen af of dit wel een verkeerde trots is.
Je mag toch trots zijn op wat je gemaakt of gedaan hebt, en je mag toch trots zijn op je kinderen en ze dat laten weten?
Complimentjes en bemoedigingen hebben we toch allemaal nodig?
Bevestigingen dat je goed bezig bent, aanmoedigingen om door te gaan en vol te houden!
Natuurlijk, je moet niet doorslaan naar de andere kant en jezelf of je kind ophemelen, maar trots is immers ook blij zijn met wat jij of je kind gedaan heb, daar uiting aan geven, en daar lijkt mij toch helemaal niets mis mee.
Wat zeg ik, het lijkt me zelfs heel belangrijk om dat aan te geven naar je kinderen: ‘Mama/papa is trots op jou; dat heb je goed gedaan.’
Het geeft zelfvertrouwen.
Het bemoedigd.
Het geeft een tevreden en voldaan gevoel en het zal jezelf of je kind stimuleren.
En als we daarbij onze dank aan God betuigen, omdat we ons in alles afhankelijk weten van Hem, …
Echter, zo met alles is, besef ik ook dat, zodra het woordje ‘te’ er voor komt te staan, het mis gaat en hoogmoed, arrogantie, gezonde en gepaste trots (laat ik het zo maar even noemen) verdrijven.

In de eerste regels van het kalendertje zegt Beth Moore: ‘Mijn naam is trots, ik ben een bedrieger. Je houdt van me omdat je denkt dat ik altijd het goede met je voor heb. Maar …’

Trots, een gevoel waardoor je wil laten zien dat je iets goed hebt gedaan of iets moois hebt gemaakt; een gevoel dat je meer waard bent dan anderen; een gevoel, dat je wilt pronken met wat je hebt of deed.
Maar ook: eigenwaarde, fierheid, grootsheid, hoogmoed, fier, hovaardig, groots, ongenaakbaar, hoogmoedig, hooghartig, opgeblazen, prachtig, pront, statig, aanzienlijk, arrogant, air, aanmatigend, deftig, dapper, eer, eigenwaan, eigendunk, eergevoel, flink, ferm.

Als er één ding is wat ik mijn leven heb gemerkt en geleerd (en dat wil niet zeggen dat ik het voor elkaar heb, maar alleen dat ik er van doordrongen ben geraakt), dan is het wel, dat er veel meer dingen onder trots vallen dan we vaak denken.

Misschien denk je wel bij jezelf dat je helemaal niet zo’n ‘trots’ figuur/persoon bent, maar is dat ook wel zo, en is dat eigenlijk al niet een teken van trots, van hoogmoed?
Als wij naar onszelf zouden gaan kijken door Gods ogen, wat zouden we dan zien en horen?
Nu kunnen we wel zeggen, van, ja, maar ik bedoel niet alles zoals het eruit komt, en dat weet God toch.
Maar toch …
En dan …

Als ik in de Bijbel (in dit geval op Biblia.net) op zoek ga naar het woordje ‘trots’, dan valt het me op dat dit woord in de Herziene Statenvertaling en de ‘gewone’ Statenvertaling, als in de NBG in het Nieuwe Testament niet voorkomt.
Daar is het woord vervangen door het woord ‘roemen’ of ‘beroemen’.
Heel apart.
De woorden ‘roemen’ of ‘beroemen’ zijn geen woorden die je vandaag de dag echt nog hoort.
Ik hoor tenminste nooit iemand zeggen ‘de roem die ik over mijn kinderen heb’ , of ‘ik beroem mij op …’, of ‘dit is mijn roem …’.
Misschien iets om ook eens verder over na te denken of te onderzoeken, maar nu niet.
Het viel mij echter wel op, vandaar dat ik het toch even genoemd wilde hebben.

Als er in het OT gesproken wordt over trots, dan zien we dat het eigenlijk steeds opnieuw gaat over het zich verheffen boven God, boven Zijn volk Israël, boven de ander.

God buitensluiten, Hem niet nodig hebben, op eigen kracht dingen doen of willen doen, is trots.
Het is de trots van een mens die hem doet zeggen of denken dat hij God niet nodig heeft. (Psalm 10:4)
En laten wij die geloven nu niet denken dat wij hier niet bij horen, want, hoe vaak doen wij geen dingen op eigen kracht?
Hoe vaak willen wij het eerst niet zelf oplossen voor dat wij naar God toe gaan en Hem om hulp vragen?
Hoe veel beslissingen nemen we niet zonder God er in te kennen?
(En dan heb ik het niet over met welk been je vandaag uit bed moet stappen, of welke kleur sokken je aan moet trekken)
Vergeven, niet boos blijven, de minste zijn.
... Nee, dat vergeef ik hem nooit, hij …
... Ja, maar hij is begonnen, je denkt toch niet dat ik dan …
... Ja, maar dat doe ik niet, ik ga geen wc’s schoonmaken, daar zijn de …

Het zijn zomaar een paar kleine voorbeelden; het gaat nog veel verder, en nog veel dieper.
Trots is een zeer grote en geniepige vijand, waarvan we soms niet eens doorhebben dat hij ons leven, of delen van ons leven, beheerst.
Het volk Israël is daarin voor ons een goede spiegel, als ook de vele volkeren, groeperingen en individuen, rondom hen die hen tot op de dag van vandaag belagen.

‘Ik zal de trots op uw eigen kracht breken,’ zegt God tegen Zijn volk in de bovenstaande tekst.
En dan volgt er een hele uiteenzetting van alles wat God zal doen als het volk trots, en dus ongehoorzaam, blijft.

In zekere zin geldt dit woord ook nog voor ons.
Ja, onze zonden zijn vergeven door het kostbare, vergoten bloed van de Here Jezus, maar daarmee zijn we er niet.
Veel dingen in ons leven stroken niet met Gods woord, met wat Zijn wil is.
Als Hij tegen ons zegt: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig,’ dan hebben we nog heel wat te leren en moet er nog heel wat veranderen in ons leven.
En als we denken dat we er al zijn of bepaalde dingen al geleerd hebben of niet (meer) nodig hebben, laten we dan vooral waakzaam zijn om niet te vallen!

Trots is vaak heel moeilijk te herkennen.
Waar begint het en waar eindigt het?
Kunnen we het eigenlijk wel onderkennen zonder Gods hulp?
Je kunt trots zijn op je kinderen of op iets wat je gedaan hebt, maar waar en wanneer gaat het over van ‘blij erom zijn’ in ‘verheffen boven anderen’.

Trots.
Gaan in eigen kracht.
Jezelf boven een ander plaatsen.
In woord en/of in daad.

Trots.
Zo geniepig en bedrieglijk.

Wie anders dan God alleen kan ons leren inzien waar trots in ons leven is, of zelfs heerst.





Lieve Vader in de hemel.
Vergeef mij mijn trots, mijn hoogmoed.
Vergeef mij,dat het soms zelfs zo erg kan zijn, dat ik het soms in het geheel niet eens zie als ik trots of hoogmoedig ben.
Vergeef mij, Vader, vergeef mij en reinig opnieuw mijn hart van deze zonde.
Al menigmaal heb ik mijn hoofd moeten buigen voor gedachten of ondoordachte woorden van trots en hoogmoed.
Opnieuw bid ik U daarom, dat U mij erop blijft wijzen waar trots mijn leven binnen wilt komen, binnen komt of is binnengekomen.
Open mijn ogen, Vader, ook voor deze geniepige en bedrieglijke zonde, waardoor ik mij verhef boven U en mijn naaste en waardoor ik ook nodeloos U en mijn naaste verdriet doe en kwets.
Doe ons toch beseffen hoe zeer trots scheiding brengt tussen U en ons, hoe groot de kloof is, die daardoor tussen U en ons ontstaat.
Leer ons buigen voor U, voor Uw wil.
Leer ons gehoorzaam zijn.
Maak ons zachtmoedig en nederig, zoals Uw Zoon, onze Here Jezus Christus.
Leer ons door Uw woord als een spiegel voor te houden.
Leidt ons door Uw Geest in Uw waarheid en tot eer van U.
In Jezus’ Naam.

- Amen –





Trots,
zo geniepig,
zo bedrieglijk.
Zo moeilijk soms
te onderscheiden.

Aan God voorbijgaand.
In eigen kracht
het leven uitstippelen
en leiden.

Zo op zichzelf gericht,
zichzelf zo verheffend.
Tegelijk de ander,
en boven alles God,
zo kwetsen, zo bezeren.

Trots.
Zichzelf,
boven alles,
vereren.

Laat Zijn Geest
je onderzoeken;
spiegel je leven
aan Zijn woord
en zie of je handel
en je wandel
Hem wel echt
bekoort.

©Rita Klapwijk





Toen ik zo aan het rondkijken was op Internet naar trots etc., kwam ik op het laatst het onderstaande gedicht tegen.
Het blijkt dat het citaat van Beth Moore op de kalender hieruit genomen is.
Daar er ongetwijfeld copyright op zit, kan ik het hier niet plaatsen, maar hier is wel de link naar de site waar het gedicht staat.
Mijn naam is trots – gedicht – Engelse versie
Ook heb ik geprobeerd het zo goed mogelijk te vertalen en wil dit op deze manier graag met jullie delen.

Mijn naam is trots.
Ik ben een bedrieger.
Ik bedrieg je, als het gaat om je door God gegeven bestemming.
omdat je er immers naar verlangt om je eigen weg te gaan.
Ik bedrieg als het gaat om tevreden te zijn,
omdat je toch beter verdient dan dit …
Ik bedrieg je als het gaat om kennis,’
omdat je toch alles al weet.
Ik bedrieg je als het gaat om genezing,
omdat je immers te vol bent van jezelf om te kunnen vergeven.
Ik bedrieg je als het gaat om je heiligheid,
omdat je weigert toe te geven wanneer je fout bent.
Ik bedrieg je als het gaat om je visie,
omdat liever in de spiegel kijkt dan uit het raam.
Ik bedrieg je als het gaat om echte vriendschap,
omdat niemand jou ooit werkelijk zal kennen.
Ik bedrieg je als het gaat om liefde,
omdat echte romantiek (liefde) offers vraagt.
Ik bedrieg je als het gaat om de grootheid van de hemel,
omdat je toch niet bereid bent om op aarde een ander zijn voeten te wassen.
Ik bedrieg je als het gaat om Gods glorie,
omdat ik er van overtuigt ben, dat je die van jezelf zoekt.
Mijn naam is trots.
Ik ben een bedrieger.
Je houdt van me, omdat je denk dat ik altijd het beste met je voor heb.
Maar dat is niet waar.
Ik ben er op uit om een dwaas van je te maken.
Ik geef toe, God heeft zoveel voor jou,
maar maak je geen zorgen.
Als je bij mij blijft, zul je het nooit weten.

Naar: My name is pride van Beth Moore
Zie bovengenoemde link

zondag 14 april 2013

Week 16 - Volledige gezondheid

En moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.
Hij Die u roept, is getrouw: Hij zal het ook doen.
HSV

Wij vragen dat God, die een God van vrede is, u in alle opzichten heiligt, en dat heel uw persoon, naar geest, ziel en lichaam, onberispelijk bewaard blijft tot de komst van de Here Jezus Christus.
Hij die u roept, is trouw.
Hij houdt Zijn woord.
GNB

1 Tessalonicenzen 5:23, 24

Volledige gezondheid is het onderwerp voor deze week.
Wel grappig gezien het feit dat ik met het schrijven hierover lichtelijk geveld ben door griepachtige verschijnselen.
Maar het brengt mij ook direct bij de kern van de zaak, namelijk dat volledige gezondheid, tenminste zoals dat hier bedoeld wordt, in wezen niets te maken heeft het ontbreken van lichamelijke ziekten en/of kwalen.
Sterker nog, misschien kun je zelfs wel zeggen dat iemand met een chronische lichamelijke aandoening vollediger gezond kan zijn dan iemand die blaakt van gezondheid.

Volledig gezond, heel ons persoontje gezond naar geest, ziel en lichaam.
In eerste instantie zullen onze gedachten hierbij als eerste uitgaan naar een gezond lichaam en een geestelijk stabiel en evenwichtig persoon.
Toch, als we 1 Tessalonicenzen, de Hoofdstuk 1 t/m 5 lezen, dan zien we dat het om heel andere dingen gaat.
Ik geloof echter wel, dat als we deze woorden van God in praktijk brengen, het er wel uit voort kan komen.
Beth Moore geeft dit in het laatste zinnetje op het kalendertje eigenlijk ook al aan, namelijk, dat alles wat wij doen tot Gods eer, dit ons ook ten goede komt.

Waarom ik nu ineens heel 1 Tessalonicenzen erbij haal?
De Matthew Henry Verklaring gaf aan dat bovenstaand vers (23) eigenlijk de samenvatting was van de hele brief, dus het meest wijze en verstandige om te doen was eerst deze vijf hoofdstukken maar eens te lezen.
Het is een prachtig boek en ik werd gaandeweg eigenlijk een beetje jaloers op hoe Paulus schrijft over deze mensen.
Jaloers in de goede zin van het woord, namelijk verlangend naar dat mijn leven ook zo mag zijn, zal worden.
Mag ik je eens even meenemen?
En als je meeleest, probeer net als ik je leven eens in dit licht te zetten.
Het zal ons helpen om te gaan zien waar wij in ons leven nog meer heiligmaking nodig hebben.

Ik wil je graag meenemen naar het eerste hoofdstuk.
Paulus, Silvanus en Timotheüs danken God voor het geloof van de Tessalonicenzen.
Als je het eerste hoofdstukje leest, dan proef je hun blijdschap, hun vreugde en dankbaarheid  over deze gemeente.
Het waren de daden, waaruit hun geloof bleek, hun onvermoeibare liefde en onwrikbare hoop op de Here Jezus, die Paulus en de andere twee, zo vulden met dankbaarheid naar God.
Ze hadden de boodschap van Paulus (een leven te leiden dat de goedkeuring heeft van God, die hen (en ons) roept om Zijn glorievolle koninkrijk binnen te gaan)  niet alleen gehoord, maar hadden hem ook aangenomen en in daden omgezet.
(gemakshalve spreek ik voor de rest even alleen over Paulus, maar onthoudt de andere twee namen, die horen erbij)
Ze hebben zich op geen enkele wijze tegen laten houden hoeveel tegenwerking ze ook kregen en ze zijn nu zelfs een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in  Macedonië en Achaje en zelfs ver daar buiten.
Ja, overal was hun geloof in God mensen ter ore gekomen.
De mensen spraken er uit zichzelf over tegen Paulus en de anderen.

Dat is toch wat!
Wordt er zo tot in de wijde omtrek gesproken over onze gemeentes, over ons?
En laten we dan wel de hand in eigen boezem steken als dit niet het geval is, en niet wijzen naar broeders en zusters in onze gemeentes, ‘die maar alles tegen proberen te houden en moeilijk doen’  etc., nee, is ons eigen leven zoals dat van de Tessalonicenzen.
Is ons persoonlijk leven een voorbeeld voor anderen?
Want laten we eerlijk zijn, als we zo’n gemeente willen worden/zijn, dan zal een ieder zijn/haar eigen leven met God op orde moeten hebben.

Dan maak ik even een sprongetje naar Hoofdstuk 4.
‘En nu het volgende broeders en zusters. U hebt van ons geleerd hoe u moet leven als u God wilt behagen. Zo leeft u ook, maar in de naam van de Heer Jezus vragen wij u dringend, dit nog meer te doen … God wil dat u een leven leidt dat Hem is toegewijd.
In de andere vertaling wordt gesproken over nog overvloediger worden in het God behagen en over heiliging als Gods wil ...
Hier stopt het woord niet, het gaat nog verder, maar daarover zo meteen.
Eerst wil ik even stilstaan en nadenken over deze woorden van Paulus.

‘U hebt geleerd. U leeft ook zo.’
Ook verderop, als Paulus schrijft over de onderlinge liefde van de Tessalonicenzen, zegt hij precies hetzelfde.
Vers 9,10: ‘Ik hoef u niet te schrijven over de onderlinge liefde. God Zelf heeft u geleerd elkaar lief te hebben. Die liefde brengt u ook in praktijk tegenover alle gelovigen in heel Macedonië. Maar wij drukken u op het hart, broeders en zusters, dit nog meer te doen.’
‘U hebt geleerd. U leeft ook zo.’
Nou, zouden wij dan zeggen, dan is het toch goed?
Of toch niet?
Ik heb soms het gevoel dat wij in een tijd leven waarin goed goed genoeg is.
Waarom zou je je uitstrekken naar meer?
We hebben het al druk genoeg dus als iets goed is, waarom zou je dan nog meer energie ergens insteken om er iets beters van te maken?
Toch is dat wel hetgeen dat Paulus hier vraagt.
‘U hebt geleerd; u leeft ook zo, maar …., en dan komt het dringende verzoek: ‘In de Naam van de Here Jezus vragen wij u dit nog meer te doen!’
Als je alles op een rijtje zet, is het eigenlijk niet meer dan logisch dat Paulus dit zegt.
Want, waar gaat het om?
Juist, het gaat om een leven te leven tot Gods eer, te leven om Hem te behagen.
En dan is goed, niet goed genoeg, dan is goed fijn en een aansporing tot nog meer.
als tot ons door gaat dringen wie God werkelijk is en wat Zijn Zoon voor ons heeft gedaan, dan moet het toch gewoon zo zijn dat wij alles uit de kast halen om een leven te leven dat volledig gericht is op wat Hem vreugde schenkt, blij maakt, behaagt!
Zoveel liefde ontvangen, zoveel om uit te delen, door te geven …

Ik moet bekennen en belijden dat dit veelal niet mijn levenswijze van alle dag is.
Terwijl ik met deze dingen bezig ben, besef ik dat bij mij toch regelmatig goed goed genoeg is.
De woorden van Paulus dringen dan ook diep door in mijn eigen hart.
U hebt geleerd.
U leeft ook zo.
Maar ik vraag je in de Naam van de Here Jezus dit nog meer te gaan doen …

Bewustwording …
Prioriteiten stellen …
Wie of wat heb ik meer lief …

Paulus vraagt dit niet om hemzelf of voor hemzelf, nee, hij vraagt het omdat hij weet dat het Gods wil is.
Vers 3: ‘Want dit is de wil van God: uw heiliging …’
In mijn achterhoofd weerklinkt Zijn woord: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig, maar Zijn woord gaat verder, ’… uw heiliging, dat u uzelf onthoud van ontucht, …’
Met het lezen van vers 3 en de volgende verzen 4-7 vroeg ik me heel even af waarom wordt hier nu specifiek ontucht/hoererij genoemd, maar ik moest ook gelijk weer terugdenken aan hetgeen waarover ik twee weken geleden schreef.
Toen ging het over ‘Sexuele reinheid’ en dat ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest.
En dat we met ontucht/hoererij niet alleen ons eigen lichaam verontreinigen, maar we onteren zo ook het gehele lichaam van Christus.
Nogmaals even het citaat vanuit de Matthew Henry: ‘Hoererij verontreinigt het lichaam, verlaagt het en het werpt een afschuwelijke smaad op wat de Verlosser in hoge mate waard heeft geacht om het één te maken met Zichzelf.’
Daarnaast zegt Gods woord ons ook nog eens heel duidelijk in 1 Korinthe 6:13b,14, dat ons lichaam er niet is om ontucht mee te doen, maar dat het lichaam er is voor de Heer, en de Heer voor het lichaam.

Ik denk dat we dus na al deze dingen te hebben gelezen, rustig kunnen stellen dat, hoewel de zonde van ontucht/hoererij het lichaam aangaat, automatisch door de enorme reikwijdte ervan, geest en ziel meeneemt in haar weg van ontheiliging en dus zeker niet naar een volledige gezondheid.
In de verzen 4 t/m 7  gaat Paulus hier nog even dieper op in, om vervolgens in vers 8 iedereen erop te wijzen, dat dit niet zijn woorden zijn, maar die van God en dat een ieder die deze woorden verwerpt, afwijst, in wezen God verwerpt/afwijst.

Dan ga ik terug naar de laatste woorden van Paulus van deze brief.

‘ … moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.’

Moge God Zelf u geheel en al heiligen …
Laten wij dit toe?
Staan wij God toe om ons leven te heiligen?
Mag Hij, door Zijn Heilige Geest, dingen in ons leven aanwijzen die (nog) niet goed zijn?
Staan we open voor correctie van Zijn Geest, zodat ons leven heiliger kan worden?

God wil het doen!
Hij wilt ons helpen!
Zelf kunnen we soms zo vreselijk blind zijn voor zonden, voor wat niet strookt met Zijn woord.
Maar Zijn Geest overtuigt ons van zonden.
Mag Hij?
Verlangen we er naar dat ons leven heiliger wordt?
Nog meer, overvloediger in Hem te behagen, weet je nog?

Volledige gezondheid.
‘… en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.’
Onberispelijk bewaard worden.
Onberispelijk.
Vrij van zonde, vrij van elke smet.
Gezond naar geest, ziel en lichaam, omdat het Hem is toegewijd, leeft om Zijn wil te doen en bereid is te sterven aan zichzelf, opdat steeds meer van Hem zichtbaar wordt in ons.





Lieve Vader in de hemel.
Wat gaat Uw woord dieper dan wij vaak zo even in het voorbij gaan lezen.
Wat is de betekenis van Uw woord groter dan wij vaak maar de tijd nemen om het te overdenken.
En wat is wat U zegt eigenlijk allemaal gericht op de eer van Uw Naam en op wat voor ons het beste is.
Vergeef mij, Vader, dat ik Uw woord toch nog zo vaak oppervlakkig lees en soms ook zo geselecteerd.
Zo van, dit kan ik gebruiken, oh, dat is een beetje lastig of moeilijk, laat dat maar (even).
Vergeef mij, Vader, vergeef ons, dat we zo vreselijk eigenwijs zijn en het altijd beter denken te weten dan U.
Leer ons om naar Uw woord te leven, niet hier en daar wat vandaan, maar naar geheel Uw woord, opdat het ons leven heiliger zal maken en is tot Uw eer en glorie.
Dank U wel, dat we dit niet alleen hoeven te doen.
Dank U wel, dat U weet dat wij dat van onszelf niet kunnen en dat U Uw Heilige Geest geeft om ons daarbij te helpen.
Dank U wel, dat U ons daarin door Uw Geest leidt.
Vergeef ons zo, Vader, reinig ons hart van eigengereidheid en eigenwaan en kom met Uw Geest.
Doorwaai ons hart en toon ons de plaatsen in ons leven, iedere dag opnieuw, waar wij, nog of weer, leven voor onszelf in plaats van voor U en tot Uw eer.
Laat mij, laat ons, iedere morgen wakker worden en met uit bed stappen beseffen, dat deze dag van U en voor U is.
En dat alles wat ik, wat wij doen, daarop gericht moet zijn.
Maak zo ons leven heiliger, Vader, opdat wij onberispelijk bewaard zullen worden tot de Here Jezus terugkomt.
In Jezus’ Naam.

- Amen –





Heer,
hier ben ik,
gewoon zoals ik ben.
Ik geef U mijzelf
om te doorzoeken
met Uw Geest
en te zien
waar mijn leven
nog meer heiligmaking
nodig heeft.

U wil ik behagen!
O, ik wil dat U
vreugde vindt
in alles wat ik doe.
Dat er een glimlach
op Uw lippen is
elk moment
dat U
naar mij kijkt.

Heer,
hier ben ik,
gewoon zoals ik ben.
Ik geef U mijzelf,
omdat ik weet:
alleen kan ik het niet.
Maar wel
door Uw Geest,
die in mij woont
en leeft.

©Rita Klapwijk

zondag 24 februari 2013

Week 9 - Eeuwige liefde

Zoals de Vader Mij liefgehad heeft, heb ook Ik u liefgehad; blijf in Mijn liefde.
Als u Mijn geboden in acht neemt, zult u in Mijn liefde blijven, zoals Ik de geboden van Mijn Vader in acht genomen heb en in Zijn liefde blijf.
HSV

Ik heb jullie lief zoals de Vader mij liefheeft.
Zorg dat jullie in mijn liefde blijven.
Als jullie je aan mijn geboden houden, blijven jullie in mijn liefde, zoals ik mij aan de geboden van mijn Vader houd en blijf in zijn liefde.
GNB

Johannes 15:9,10

Hoor de hartslag van Zijn onbegrensde liefde!
Hoor, luister goed, vooral als je het moeilijk hebt.
Laat het ritme van die harteklop je kracht zijn.
Zijn liefde zal je staande houden bij elke stap.

Hoor de hartslag van Zijn onbegrensde liefde!
Hoor, luister goed, zeker in tijden van pijn en verdriet.
Laat het ritme van die harteklop je troost zijn.
Zijn liefde zal je als een warme mantel omgeven.

Hoor de hartslag van Zijn onbegrensde liefde!
Hoor, luister goed, juist in tijden van drukte en stress.
Laat het ritme van die harteklop je doen ontspannen.
Zijn liefde is de bron voor rust en vree.

Hoor de hartslag van Zijn onbegrensde liefde!
Hoor, luister goed, speciaal in tijden van vreugd.
Laat het ritme van die harteklop je vullen met dank en lofprijs.
Zijn liefde is immers de kracht waardoor je leeft.

Hoor de hartslag van Zijn onbegrensde liefde is een gedeelte uit een regel die op het kalendertje staat en die mijn hart in beroering bracht.
De hele zin luidt: ‘Leg je oor tegen de borst van de Verlosser zodat je, als het moeilijk wordt, de hartslag van Zijn onbegrensde liefde kunt horen.’
Misschien hebben we gevoelsmatig dit het hardst nodig als we het moeilijk hebben, maar in principe hebben we het iedere dag nodig willen we het dienende leven kunnen leven zoals Hij deed.

Eeuwige liefde is het waar het deze keer omgaat.
Eeuwige liefde …

Als ik om mij heen kijk, word dit iets wat steeds moeilijker te geloven is dat het nog bestaat.
Het ene huwelijk na het andere sneuvelt; de één na de ander verlaat zijn vrouw, of vrouw haar man.
Reactie van de kinderen die daar bij betrokken zijn zeer schrijnend.
Opleidingen worden omgegooid, nooit zullen ze zelf trouwen, niemand is te vertrouwen …
Is het mijn schuld …?

Eeuwige liefde, bestaat het werkelijk nog wel?

Als we om ons heen kijken, naar onszelf kijken, het van onszelf of elkaar verwachten, dan gaat dat zeker niet lukken.
Onze liefde is helaas vaak van zoveel factoren afhankelijk.
Zelfs onder christenen zie je een verschuiving hierin; zelfs daar heeft de satan zich binnen weten te wringen met zijn leugens en bedrog en zijn echtscheidingen bijna al een normaal verschijnsel aan het worden.
Hij is er op gericht om het gezin, ooit de hoeksteen van onze samenleving genoemd, kapot te maken waar hij kan.
Hij lijkt daarin behoorlijk succes te hebben, getuige de vele gebroken gezinnen.
En de negatieve gevolgen hiervan worden steeds groter.
Steeds groter wordt de groep beschadigde mensen en kinderen.
Door zijn geniepige werkwijze lijkt het of satan steeds meer terrein wint in deze wereld.
En misschien is dat ook wel zo, of de verschillen worden steeds duidelijker, wie zal het zeggen …
Maar toch, het is maar voor even, want zijn verlies is een feit, hij is onttroond en wacht slechts nog op het tijdstip dat God definitief een einde maakt aan zijn heerschappij op deze wereld.
Zijn laatste, weliswaar (zeer) krachtige stuiptrekkingen, heeft als doel nog zoveel mogelijk mensen bij God, bij Zijn liefde, vandaan te trekken, blind te maken voor Zijn liefde.
Want bij Hem en Hem alleen is de eeuwige liefde, waar het hier om gaat, te vinden.
Immers, doordat Hij ons eerst heeft liefgehad, kunnen wij liefhebben!
Alle liefde, echte liefde, komt voort uit Hem!
Hij heeft ons geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis.
Als we niet in zonden waren gevallen, zouden we tot op de dag vandaag nog gewandeld en geleefd hebben in deze heerlijke, eeuwige liefde.

Maar er is hoop!
Het is niet voorbij!
Zijn eeuwige liefde is er nog steeds en beschikbaar voor een ieder die gelooft.
Gelooft, dat Jezus, Gods eniggeboren Zoon, aan het kruis is gestorven voor zijn/haar zonden.
God heeft ons niet aan ons lot overgelaten.
Toen niet en nu nog steeds niet.
Hij wil een ieder onderdompelen in Zijn liefde, in Zijn eeuwige liefde.
Hij wil genezen de gebrokenen van hart.
Hij wil helen alle wonden die zijn geslagen.
Ziekten, pijn en verdriet.
Daarvoor kwam Zijn Zoon!
Daarvoor gaf Zijn Zoon, onze Here Jezus Christus, Zijn leven!
Om te redden wat verloren is!
Al onze ziekten heeft Hij gedragen, al ons leed heeft Hij op Zich genomen, om onze zonden werd Hij doorboord, om onze schulden werd Hij vermorzeld!
Hij onderging de straf die ons de vrede bracht. (Jesaja 53)
Op geen enkele andere wijze kan God nog meer laten zien van Zijn liefde voor ons, van Zijn eeuwige liefde.
Het is aan een ieder van ons om deze liefde aan te nemen of niet.

En zoals God ons heeft liefgehad, zo heeft ook de Here Jezus ons lief.
De Vader en de Zoon zijn één, één in hun liefde voor ons en de Here Jezus wil  niets liever dan dat wij in Zijn liefde blijven.
‘Ik heb je lief’,  zegt Hij, ‘zoals de vader Mij liefheeft; blijf toch in Mijn  liefde!’
Hoor bij Zijn doop hoe God, Zijn Vader, spreekt: ‘Dit is Mijn Geliefde Zoon in wie Ik Mijn welbehagen heb.’
God had Jezus zo lief, zo lief en met deze liefde heeft Hij ons weer lief.
En Hij wil niets liever dan dat wij in deze liefde blijven.
‘Blijf in Mijn liefde!,’ zegt Hij.

Jezus bleef in de liefde van Zijn Vader door Zich aan Zijn geboden te houden.
Voor ons geldt hetzelfde, als wij ons aan Zijn geboden houden, blijven we in Zijn liefde.
Zijn eeuwige liefde.
Jezus vraagt niets van ons wat Hijzelf niet heen gedaan.
Jezus hield Zich echter niet uit plichtsbesef aan de geboden van Zijn Vader, maar uit liefde voor Hem.
Liefde is de sleutel.
Liefde was het waarom God een reddingsplan had bedacht.
Liefde was het waardoor Hij Zijn Zoon zond.
Liefde was het waardoor Jezus kwam
Liefde was het waarom Hij stierf.
Liefde is het waarom tot op de dag van vandaag Zijn doorboorde handen nog steeds uitgestrekt zijn.
Liefde is het waardoor deze boodschap tot op de dag van vandaag klinkt.
Liefde is het waarom God zo veel geduld heeft en wacht met terugkomen.
Liefde is het, Zijn eeuwige liefde voor ons mensen.

Hoor, Luister toch naar die hartslag van Zijn onbegrensde liefde.




Lieve Vader in de hemel.
Mijn hart is vol van ontroering, van ontzag, van …, ik heb er geen woorden voor Vader, hoe onder de indruk mijn hart is van Uw grote en eeuwige liefde voor mij, voor ons.
Ik heb zo het gevoel te kort te schieten in mijn bewoordingen om dit uit te leggen, door te geven, maar dank U, dat Uw Geest het zal doen.
O Vader, dit is de bede van mijn hart, dat een ieder Uw liefde mag gaan zien en ervaren.
Ondergedompeld mag worden in Uw liefde, waardoor er genezing plaatsvindt naar geest ziel en lichaam.
Dat, waar wij bij Uw liefde vandaan zijn geraakt, terug mogen komen.
Laat ons zien, Vader, waar we door ongehoorzaamheid onder Uw liefde vandaan dreigen te geraken of zijn geraakt.
Geef, Vader, dat we niet uit plichtsbesef ons aan Uw geboden zullen houden, maar uit liefde, en laat die liefde zichtbaar worden naar buiten toe, zodat anderen weer geraakt zullen worden door die liefde.
Dat ze niet afgestoten worden door de gedachte dat je als kind van U niets mag, maar dat ze aangetrokken worden door de liefde die van U hebben ontvangen en waaruit wij nu in vrijheid mogen en kunnen leven.
En dat het houden aan Uw geboden, dat voor velen zo’n blokkade is, niet een last of zwaar juk is, maar een uiting van onze liefde naar U.
O Vader, vul zo mijn hart, ons hart met Uw liefde.
Laat zo, Heer Jezus, Uw leven met het onze worden verweven, dat wie U bent zichtbaar wordt/ bent door ons heen.
Niet alleen nu, in deze lijdenstijd, maar iedere dag, tot U terugkomt of totdat de dood ons thuishaalt.
In Jezus’ Naam bid ik U dit, Vader, in Jezus’ Naam.

- Amen -




Hoor de hartslag van Zijn onbegrensde liefde!
Hoor, luister goed, neem de tijd ervoor iedere dag.
Laat het ritme van die harteklop de adem van je leven zijn,
de tred van iedere stap die je zet,
de Bron van waaruit je leeft en geeft.
Zijn liefde heeft Hij jou bewezen
toen Hij stierf aan het kruis op Golgotha,
waar de hartslag van Zijn onbegrensde liefde
voor korte tijd stopte met slaan,
zodat een ieder, die in Hem gelooft, eeuwig leven heeft.

- Amen –

©Rita Klapwijk

zondag 17 februari 2013

Week 8 - Nee zeggen

Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen,
en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven, …
HSV

Want Gods genade is verschenen tot redding van alle mensen.
Ze voedt ons op en leert ons dat we ons moeten afkeren van ons goddeloze leven en onze wereldse verlangens en dat we bezonnen, rechtvaardig en vroom moeten leven in deze wereld, …
GNB

Titus 2:11,12

Gedeeltelijk citaat (kalendertje): ‘Door de kracht van de Heilige Geest en het gezag van Zijn Woord kunnen we nee zeggen tegen de dingen waar we nee tegen moeten zeggen.’

Allerlei verschillende gedachten komen in mij boven als ik hierover aan het nadenken ben.
In mijn achterhoofd weerklinken opnieuw de stemmen van mensen die mij vertellen wat ik wel en niet mag doen, en wat ik moet doen.
Allerlei gevoelens kom weer boven, gevoelens van frustratie en onmacht, van verdriet en berouw, van wel willen en toch niet kunnen.
Diep van binnen klinkt een schreeuw naar boven, ‘HERE, help mij! Het goede dat ik doen wil, dat doe ik niet, en het verkeerde, dat ik niet wil, dat doe ik …’
Mijn gedachten en gevoelens zijn net een rollercoaster; en zoals de sneeuw buiten op dit moment voortjakkert en door elkaar dwarrelt, zo voelt het ook bij mij van binnen.

Maar ik weet wel waar het vandaan komt, waar het uit voortkomt.
Al heel lang weet ik dat ik moet gaan lijnen maar de fut en moed ontbreken me.
Ik heb het al zo vaak geprobeerd en iedere keer blijf ik steken bij een paar kilootjes, omdat ik er niet bij kan sporten of genoeg bewegen en dan geef ik het maar weer op.
En binnen de kortste keren zit alles wat er af was, er weer aan.
Zo frustrerend.
En dan nu dit onderwerp.
Nee zeggen; ‘door de kracht van de Heilige Geest en het gezag van Zijn woord kunnen we nee zeggen tegen de dingen waar we nee tegen moeten zeggen.’
Binnenin mij vindt een groot gevecht plaats …

Misschien heb jij wel heel andere dingen waarvan je weet dat je er ‘nee’ tegen zou moeten zeggen.
Misschien is het voor jou de tv, de computer, je werk, porno, of roken, of …
Er valt nog genoeg in te vullen.
Misschien lees je bovenstaande zin wel over de kracht van de Heilige Geest en denk je, ja, ja, daar heb je er weer zo eentje met zo’n ‘simpele oplossing’, alsof het allemaal zo makkelijk is.
Je moest eens weten hoe vaak ik al gevochten heb tegen …
Je moest eens weten hoe sterk dat andere is …
Je moest eens weten hoeveel ik al gebeden heb en voor me laten bidden …
Nee zeggen, och, als het toch eens zo simpel was …

Wees niet maar niet bang, er komt geen preek over de kracht van de Heilige Geest en hoe wij door Zijn kracht alles kunnen overwinnen.
(Hoewel dit natuurlijk wel waar is, maar ik denk dat als we heel eerlijk zijn, we dit zelf eigenlijk best wel weten)
Ik kan mijn Bijbel nu openen en allerlei Bijbelteksten opzoeken die gaan over Zijn kracht en hulp.
Ik kan terug gaan naar mijn gedichtensite waar ik een prachtig gedicht heb geschreven over Zijn Opstandingskracht; een gedicht wat ik doorleefd en doorworsteld heb voordat het op papier kwam.
Ik kan getuigenissen doorgeven van mensen die in één klap bevrijd of genezen waren.
Ik kan van alles aanhalen of neerschrijven, en misschien dat iets daarvan je even motiveert, of je stimuleert om je schouders er weer onder te zetten en ‘nee’ te zeggen.
En misschien dat het sommigen zelfs echt zou helpen, maar omdat dit ook voor mij persoonlijk, nu, op dit moment een issue is, keer ik terug naar een moment van bijna 6 jaar geleden.
Naar de dag waarop ik ‘nee’ zei tegen mijn sigaretten, tegen het roken.

Al heel wat eerder (paar jaar?) had God mij laten zien dat Hij graag wilde dat ik zou stoppen met het roken, maar wat heeft het lang geduurd voordat ik zover was dat het me ook daadwerkelijk lukte.
Eén groot gevecht is het geweest eer ik zover was.
Ik weet niet hoe het met jou is, maar ik heb in mijn eigen leven wel ontdekt, dat het niet een kwestie was/is van niet kunnen stoppen, maar niet willen.

Wat mijn roken betreft;  heel lang verschool ik mij achter dingen als: ik ga die gezelligheid missen, nog even samen gezellig een sigaretje roken.
Of ik heb teveel problemen, dus dat gaat hem nu niet worden.
Of de kilo’s vliegen er dan aan, ik rook liever dan dat ik dik word.
Of …
Ach, we hebben denk ik zo allemaal wel onze eigen redenen/excuses waarom we nu geen ‘nee’ kunnen zeggen.
Maar als ik heel eerlijk ben, ging het uiteindelijk bij mij maar om één ding: diep, heel diep van binnen wilde ik niet!
Alleen al de gedachte dat ik nooit meer zou mogen roken, riep allerlei gevoelens van paniek op.
O, wat ben ik in die tijd naar het stoppen met roken onredelijk geweest tegen God.
‘Wilt U me dit ook nog afpakken?
Ik heb al niets, kan al niets, moet ik dit ook nog missen?
Ik kan al niet sporten of zoiets, want mijn lichaam kan dat niet, ik mag al niet snoepen want dan vliegen de kilo’s eraan en nu moet ik mijn sigaret ook nog inleveren?
Weet U wel wat U van mij vraag?
O God, waarom?
Waarom? …’

Apart, opnieuw kan ik deze pijn voelen, de pijn van mijn strijd met God, de strijd van mijn wil tegen de Zijne.
Want, dat was, en is, de kern van alles.
Het gaat er niet om of ik het wel of niet kan, het gaat erom of ik bereid ben mijn wil te onderwerpen aan die van Hem!
En ik denk dat dit in wezen voor ons allemaal geldt, niet alleen voor mij.
Wat het ook is, waar we ook ‘nee’ tegen moeten zeggen, uiteindelijk draait het maar om één ding: gehoorzaamheid!
 Gehoorzamen aan Hem, of doen we onze eigen zin.

Afgelopen week is de lijdenstijd begonnen.
Overal om je heen hoor en zie je berichtjes over bidden en vasten, over je richten, zien op Jezus.

Tussen twee haakjes, geloof jij dat God dingen leidt in je leven?
Dingen samenbrengt, zo arrangeert dat ze samenvallen, of geloof jij in toeval?
Ik geloof niet in toeval, ik geloof dat God mijn leven leidt, dat Hij dingen op mijn pad brengt en dat het aan mij is of ik ze zie, oppak en wat mee doe of niet.
Nee, niet dat Hij zo mijn hele leven van minuut tot minuut uitstippelt en dat ik het maar zou moeten doen, nee, dan zou ik een marionet zijn en zo heeft Hij ons niet geschapen.
Hij heeft ons geschapen met een eigen wil, maar ik geloof met heel mijn hart dat Hij mij leidt en daarin dus dingen toelaat of juist op mijn weg brengt.
Hoe ‘toevallig’ kan dit anders zijn?
De lijdenstijd is begonnen. (straks zul je begrijpen waarom dit voor mij belangrijk is)
Met het kalendertje van Beth Moore kom ik deze week precies uit bij ‘nee zeggen’.
Ik schrijf mijn stukje meestal op donderdag en soms als ik meer tijd nodig heb, ga ik op vrijdag, zo nodig zaterdag, verder.
Daar ik gister al behoorlijk heb geworsteld met dit onderwerp, en amper wat op papier kreeg, moest ik vandaag (vrijdag) verder.
En uitgerekend gisteravond kom ik met mijn Bijbelsdagboekje bij het hoofdstukje over ‘dieet en bewegen’.
(Als ik dan toch heel eerlijk en persoonlijk bezig ben, laat ik je dan ook maar dit vertellen, ik werd even heel chagrijnig en heb het van weeromstuit niet eens goed gelezen)

Ik geloof dat God ons allemaal tot een punt brengt waarop we echt een keuze moeten maken, doen we dit niet, dan heeft dat consequenties.
In de eerste plaats consequenties voor onze relatie met God, maar het kan ook in relaties tussen man/vrouw/gezin/vrienden etc., of voor ons lichaam.

Als God ons dingen wil leren, of ons vraagt te stoppen –nee te zeggen– tegen bepaalde dingen en we willen niet, gaan door met … wat het ook is, dan sluiten we Hem buiten dat terrein van ons leven en behoort niet ons gehele leven aan Hem toe.
Daarmee stellen we dus onze eigen wil boven die van Hem.
Het proces van strijd dat daaraan vooraf kan gaan – onze wil tegen die van Hem, wat nog eens extra gevoed kan worden door influisteringen en handelen van de boze, tegen die van Hem – is voor de één misschien totaal onbegrijpelijk en voor een ander een weg die onontkoombaar is.
Ik weet van mijzelf hoe dom het was, en is, en toch lijkt het wel alsof ik het ‘nodig’ heb om te komen tot een totale overgave ook op dat terrein van mijn leven.
Ik weet dat ik mijn wil moet afleggen tegen die van Hem; ik weet dat ik dat uiteindelijk zal doen omdat ik niet anders kan, en toch ben ik zo’n moeilijk mens die hardnekkig vecht en strijd met God.
Geloof me, ik wilde dat het anders was, en aan de andere kant leer ik daardoor God ook weer kennen, waardoor ik nog meer van Hem ga houden.
(Hoe krom kunnen dingen soms zijn, of maak ik ze zo?)

Voor mijzelf geloof ik dat God mij met dit onderwerp, en alles wat Hij daarom heen bij elkaar liet/laat vallen, (opnieuw) op dit punt heeft gebracht, net als met het roken.

Want Gods genade is verschenen tot redding van alle mensen.
Ze voedt ons op en leert ons dat we ons …

‘Ze voedt ons op en leert ons’ zegt de tekst die erbij gegeven is.
Gods genade, Jezus, is verschenen en voedt ons op en leert ons …

Opnieuw kom ik uit bij maar één ding, willen we dat?
Wil ik dat?
Ja?
Dan kan ik ook ‘nee’ zeggen tegen ...
Alles komt aan op onze keuze en van daaruit ondernemen we de stappen die nodig zijn.
Dan komt de kracht van de Heilige Geest om de hoek, want God geeft ons geen kracht voor iets waar we nog aan moeten beginnen.
We zullen Zijn kracht pas ervaren als we op weg zijn gegaan en soms ontdekken we zelfs pas dat Hij ons geholpen heeft als we terugkijken.
Soms zullen we de hulp van andere mensen erbij nodig hebben, maar dat is niet erg.
God heeft ons mensen ook aan elkaar gegeven om voor elkaar te zorgen, naar elkaar om te zien.
Voor elkaar te bidden, elkaar te bemoedigen en op te beuren.

Gods woord zegt: ‘Ik vermag alle dingen in Hem die mij kracht geeft.’
Dat is het woord waaraan we ons als het ware vast moeten klampen, onszelf heel de dag door  moeten voorhouden.
De kracht die vrij kwam toen Jezus opstond uit de dood, is de kracht die in ons is!
Hij heeft alles overwonnen en wij zijn in Hem meer dan overwinnaar, dus hoezo we kunnen geen ‘nee zeggen’.

Niet mijn wil, maar Uw wil geschiedde …

Goede vrijdag.
Gethsemané.
Lijdenstijd.

Naast mij ligt het schriftje waarin ik mijn verhaal heb geschreven over mijn keuze om ‘nee’ te zeggen tegen het roken.
Ik had het vorig jaar al met Goede Vrijdag op mijn site willen plaatsen, maar ik kon niet meer vinden waar ik het in opgeschreven had.
(zegt iets over mij, over alle papiertjes en schriftjes die ik heb en waarin dingen staan opgeschreven )
Ergens in de week die achter me ligt, kwam ik het tegen en had het vast apart gelegd voor …?...
Het verteld van hoe ik tot het uiteindelijke punt kwam om ‘nee’ te (kunnen) zeggen.
Misschien dat het ook jou op weg kan helpen, waar dan ook voor …
Zelf wil ik het nogmaals lezen, nogmaals doorleven voor de weg waar ik nu voorstaat.

6 april 2007
Vandaag is het Goede Vrijdag; bijna was, want de dag is bijna om.

In gedachten liep ik vandaag met U mee, Heer.
Wat ging er door U heen vandaag zoveel jaar terug?
U wist dat Uw einde vandaag kwam.
Het lijden, het sterven.
Bent U nog gewoon doorgegaan met Uw werk tot aan het avondmaal?
Ja, dat geloof ik vast, mensen redden, genezen, ja, ik geloof dat U dat deed.
Gewoon alles wat U iedere dag deed, ondanks dat U wist wat er ging gebeuren deze dag.

Steeds opnieuw keerden deze gedachten vandaag terug in mijn hoofd.
Wat deed U nu, Heer Jezus?
Waar was U nu mee bezig?
Welke gedachten gingen er door U heen als U dacht aan wat er ging gebeuren?

Ik weet dat het eigenlijk geen vergelijking is, maar toch …
Opnieuw doorloop ik mijn dag.

… Ik ga ook gewoon door met mijn werk, met de dingen die moeten gebeuren.
Af en toe denk ik aan vanavond; nee, dat zie ik dan wel, nu gewoon mijn werk …
Af en toe sta ik even stil en vraag: ‘Heer Jezus, hoe deed U dat?
Ik voel me dicht bij Hem, verwant met Hem, of eigenlijk moet ik zeggen, ik voel Zijn verwantschap met mij.
Het zou Hem alles kosten; verraad, verloochend, immense pijn , verdriet etc.
Zonde – Dood – door God verlaten …
En ik?
Als ik stop met roken vanavond na de dienst, na ‘de kruisiging en Zijn dood’, heb ik alleen maar winst.
Ja, het zal mij wat kosten, maar nooit alles.
Zo loop ik vandaag als het ware met U op, samen.
Ik voel pijn en verdriet, om U, om mijzelf.
Bijna zover.
Bijna.

Wat niet in mijn schriftje staat, maar wat ik nog wel weet, is dat ik diep van binnen eigenlijk nog niet wilde stoppen.
‘Gethsemané’ staat mij nog helder voor de geest.
Zijn strijd, Zijn angst, Zijn wanhoop …
Af en toe vliegt mij dit ook aan die dag en op de één of andere manier voelt het ook goed; het mag, er is ruimte voor.
Ruimte voor mijn angst, voor de leegte, het onbekende, de strijd, de pijn, voor het nooit meer …
Ik vind troost bij Jezus, in de hof van Gethsemané.

’s Avonds in de dienst woedt de strijd voort.
Nog heb ik een keuze, nog kan ik anders kiezen.
(Ik had mijzelf de tijd gegeven tot na de dienst; op de één of andere manier zou ik of wel of niet mijn sigaretten met Hem begraven)
In gedachten leg ik mijn sloffen sigaretten aan Uw voeten bij het kruis, maar nog kan ik ze me terug nemen …
Alstublieft, Heer Jezus, alstublieft …
’t Doet zo’n pijn, zo’n pijn …
Ik ben zo bang.
En toch …

’t Is voorbij.
De Here Jezus is dood.
In stilte lopen we de kerkzaal uit, zoals je in stilte loopt met een begrafenis.
’t Is voorbij, voor U, voor mij!?
Stilte omringt me.

Dan, in de hal, komt ineens de vraag van iemand: ‘Kom je mee een sigaretje roken?’
Ik kijk haar aan.
Binnenin mij stuiptrekt het; het moment van de keuze is aangebroken.
Zo vreemd, ze vraagt het me nooit.
Ik antwoord: ‘Nee, ik ben gestopt.’

Ik ben gestopt!
Voor het eerst van mijn leven spreek ik deze woorden uit.
Anders was het altijd: nee, ik probeer te stoppen, en nu …
’t Is gebeurd, ’t is echt voorbij.
Als ik naar buiten naar mijn auto loop, kijk ik omhoog.
‘Ik vertrouw hierbij op Uw hulp, Heer Jezus, want alleen red ik het niet.’
Een mengeling van gevoelens bekruipt mij.
Verdriet, opluchting, angst, onwennigheid, vrede, pijn.

Van U, Heer Jezus.
Voor U.
Mijn aan U gedane belofte.

En Hij heeft mij geholpen.
Dit jaar met Goede Vrijdag is het zes jaar geleden dat ik mijn laatste sigaret heb gerookt en tot op de dag van vandaag heb ik geen moment spijt.

En nu?

Sterven aan mijzelf …
Sterven aan jezelf …
Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede …




Lieve Vader in de hemel.
Hoe groot is niet Uw liefde en geduld met ons mensen. (en met mij in het bijzonder)
Dank U, dat U zoveel van mij houdt, dat U geduldig wacht tot ik uitgestreden en geworsteld ben.
Ik weet dat het dom is, Heer, gelijk overgeven aan Uw wil scheelt zoveel strijd, pijn en verdriet, en toch hebt U mij lief.
Ik wilde dat ik anders was, Here, niet zo’n tegenstribbelaar, niet iemand die alles moet doorleven, doorworstelen om te komen waar U haar hebben wilt.
Maar U weet, dat ik van U houd, heel veel.
U weet het, U weet het …
Help mij, lieve Vader, opnieuw.
En dank U wel dat ik weten mag dat U dat ook zult doen, opnieuw.
Ik bid voor hen die worstelen en strijden met hetzelfde probleem, of met wat anders.
Ik bid U, Vader, dat U ook op hen laat weten dat U geduldig wacht, of hen helpt als zij ‘nee’ gaan zeggen tegen hun issue.
Dank U wel, dat er voor ons allemaal vergeving is, genade, en hulp.
Dank U voor de vrijheid die komt als wij ‘nee’ zeggen tegen die dingen waarvan U dat van ons vraagt en zegt in Uw woord.
Ik bid echter ook om Uw hulp in dit proces van sterven aan onszelf.
Breng ons bij Jezus in de hof van Gethsemané, waar Hij ons kan en zal troosten, ons moed geeft, zoals U Hem getroost hebt en Hem de moed en kracht gaf die Hij nodig had.
Heer Jezus, U ging de zwaarste weg en hoe zwaar onze weg soms ook mag lijken, laten wij kracht en troost putten uit het feit dat U ons op de zwaarste weg bent voorgegaan en zo met ons mee kan voelen.
U zei: Uw wil geschiede; leer mij hetzelfde te zeggen.
U gaf alles en vraagt slecht zo weinig.
U stierf, zodat wij kunnen leven.
Laat Uw grote liefde ons hart dringen om te doen wat juist is.
Laat mij liefhebben wat U liefheeft, en haten wat U haat.
Niet mijn wil, maar Uw wil …
Niet omdat het moet, maar omdat ik van U houd, om wat U overgehad hebt voor mij …
Ook dit deel van mijn leven geef ik aan U.

- Amen –




‘Niet mijn wil,
maar Uw wil geschiede.’

Met gebogen hoofd
spreek ik de woorden,
terwijl mijn ogen het bloed zien
van de spijkers die Uw handen 
en voeten doorboorden.

‘Niet mijn wil, maar Uw wil …‘
O Heer, help mij toch om zo te leven.
En om werkelijk elk deel van mijzelf,
ook wat ik nog verborgen houd
aan U te geven.

‘Niet mijn wil,
maar Uw wil geschiede.’

Ja, Heer, U wil ik gehoorzaam zijn,
tot in de kleinste dingen.
Maar heb alstublieft geduld met mij
en blijf mij met Uw liefde en trouw
omringen.

©Rita Klapwijk

zondag 6 januari 2013

Week 2 - dienstbetoon

U noemt Mij Meester en Heere, en u zegt het terecht, want Ik ben het.
Als Ik dan, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, moet ook u elkaars voeten wassen.
HSV

‘Jullie noemen mij meester en Heer, en dat is juist, want dat ben ik.
Als ik, jullie Heer en meester, je voeten heb gewassen, moeten jullie ook elkaars voeten wassen.
GNB

Johannes 13:14,15

Voor de komende week een heel bekend verhaal uit de Bijbel om over na te denken, ‘De voetwassing’.
(Johannes 13:1-16)

Ik denk dat de meesten van ons wel weten dat in de tijd van de Here Jezus de mensen allemaal op blote voeten rondliepen, of alleen sandalen aan hadden.
Het gevolg was natuurlijk dat hun voeten altijd erg vuil waren.
Als zij ergens binnenkwamen, was het dan ook gewoon, dat hun voeten werden gewassen.
Dit vieze werkje was bestemd voor de laagste slaaf in huis.

In dit hoofdstuk neemt de Here Jezus de gestalte aan van de laagste slaaf en wast de voeten van de discipelen, die, doordat ze zich allemaal te goed voelden voor dit werkje, met vieze voeten aan tafel waren gegaan.
Niemand van hen wilde de minste zijn, niemand van hen wilde zich vernederen , niemand van hen wilde zich buigen voor de ander.
De Here Jezus echter deed wat niemand van hen wilde doen.
Hij deed Zijn mantel af,  bond een linnen doek om Zijn  middel, goot water in de daarvoor bestemde kom en begon de voeten van Zijn discipelen te wassen.
Hij, de Zoon van God, vernederde Zich tot een dienstknecht en gaf ons het voorbeeld op welke wijze God wordt verheerlijkt.

In Mattheüs 20:28 zegt Hij dan ook: ‘Neem een voorbeeld aan de Mensenzoon: Hij is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om Zelf te dienen en Zijn leven te geven in ruil voor het leven van veel anderen.’
Hij, de mensgeworden God, kwam om te dienen; de vraag aan ons is of wij bereid zijn om Zijn voorbeeld te volgen en om God te verheerlijken door te dienen.

Jezus zegt ons ook in de meegegeven tekst (zie hierboven), dat zoals Hij de voeten gewassen heeft, wij ook elkaars voeten moeten wassen.
Maar helaas lijkt het tegenwoordig vaak zo(en misschien was dat vroeger ook al wel zo), dat wij liever elkaar de oren wassen, dan elkaars voeten.
We zeggen de ander liever ongezouten waar het op staat, dan dat we de minste zijn en zwijgen of gewoon iets doen, ook al behoort het niet tot ons werk, of onze taak, of …

Dienstbetoon.
Hulpvaardig zijn.
De ander uitnemender achten dan jezelf.
Jezelf vernederen; en dan niet door jezelf af te kraken, maar door de minste te willen  zijn.
Bereid zijn om te dienen in plaats van gediend te worden.
Jezus voorbeeld volgen.
Niet alleen zeggen, maar ook doen.

Het toilet in de kerk/gemeente …
Het dweilen van de vloer …
Even een boodschapje doen, en dan niet alleen voor je moeder, broer of zus of vriendin, maar even voor je overbuurvrouw, of iemand uit je gemeente die je eigenlijk niet of nauwelijks kent.


In de beschrijving van Het Leven staat het zo heel mooi:
‘Jezus waste de voeten van Zijn discipelen niet opdat ze dan aardig voor elkaar zouden worden.
Zijn hogere doel was dat ze Zijn opdracht op deze aarde zouden voortzetten.
Zij moesten de wereld intrekken om God te dienen, elkaar te dienen en alle mensen aan wie ze de boodschap van redding brachten.’

Jezus verloor nooit het hogere doel waarvoor Hij was gekomen uit het oog, namelijk, dat Zijn Vader in de hemel in alles en op elke wijze, verheerlijkt zou worden.
Ook dit doel moeten wij voor ogen houden in en bij alles wat we doen, of wat op ons pad komt.

‘U moet die gezindheid hebben die ook Christus Jezus had.
Hij had de gestalte van God, maar heeft zich niet willen vastklampen aan zijn gelijkheid met God.
Hij heeft zijn grootheid opgegeven door de gestalte van een slaaf te aanvaarden en aan mensen gelijk te worden.
Hij leefde als een mens en hij vernederde zich door gehoorzaam te worden tot in de dood, de dood aan een kruis.’
Filippenzen 2:5-8 (GNB)

De Here Jezus is ons tot een voorbeeld gegeven, het meest ultieme voorbeeld.
Zijn gezindheid, Zijn denkwijze, Zijn houding, Zijn instelling, Zijn visie, Zijn mentaliteit moeten wij ook hebben, moet in ons zijn.
we moeten ons niet te goed voelen voor bepaalde klusjes of dingen; Jezus heeft ook niet vastgehouden aan Zijn God-zijn.
Hij heeft Zijn grootheid opgegeven en werd aan ons mensen gelijk!
Hij nam de gestalte, de gedaante, het aanzien, aan van een slaaf.
De grootheid, die Hij had bij God, legde Hij af om mens te worden en gehoorzaam te zijn aan Zijn Vader tot in de dood.
En  nog wel de dood aan het kruis, wat een schandelijke dood was, een dood voor misdadigers.

Als wij Jezus willen volgen, dan zullen we ook deze Jezus moeten willen volgen.
De Jezus die ons voorging in dienstbetoon.




Lieve vader in de hemel, vergeef ons, dat we Jezus vaak alleen maar willen volgen in de mooie dingen.
Als het echter gaat om lijden of dienbaarheid, dan geven we vaak niet thuis of we sputteren heel wat af.
Vergeef ons, Vader, vergeef mij.
Verander mijn hartsgesteldheid, Vader, daar waar het nog niet die gezindheid heeft van de Here Jezus.
Laat mij het zien waar en leer mij.
Dank U wel, voor Uw geduld en liefde met mij, met ons.
Dank U wel, dat U niet opgeeft, maar doorgaat.
Dank U wel, voor de tijd die U ons geeft om te leren en te veranderen.
Laat ook in mijn leven, in alles wat ik mag doen of wat op mijn pad komt, U verheerlijken en het hoogste doel zijn.
In Jezus’ Naam.

- Amen –




Jezus waste de voeten
van Zijn discipelen
en nam daarmee de gestalte
van een dienstknecht aan.
Zijn grootheid legde Hij af,
om in gehoorzaamheid,
Zijn Vader te verheerlijken.
Ja, tot in de dood is Hij gegaan.

En ik?
Ben ik bereid
mijn leven af te leggen;
mijn status, positie of baan?
Ben ik bereid om
Zijn voorbeeld te volgen,
in Zijn voetspoor te gaan?

Ben ik bereid
om ‘voeten te wassen’,
de minste te zijn?
Is ook mijn hoogste doel
de Vader in de hemel verheerlijken,
Hem in alles gehoorzaam te zijn?

Help mij,
o Heer en God,
om mijn bereidheid
om te zetten in daden;
niet slechts te spreken,
maar ook te gaan
op de door U
voorbetreden paden.

©Rita Klapwijk


Een prachtig verhaal hier over kun je lezen op ‘Into Your Hands’ onder het label ‘Verhalenderwijs’ of volg de link >> Een levenslang voorbeeld

zondag 4 november 2012

Week 45 - Terugkerende zegen

Vergeld geen kwaad met kwaad of laster met laster,
maar zegen daarentegen, omdat u weet dat u daartoe geroepen bent,
opdat u zegen zult beërven.
HSV

Vergeld geen kwaad met kwaad, en als u wordt uitgescholden, scheld dan niet terug; zegen juist, opdat u ook zelf zegen ontvangt, want daartoe bent u geroepen.
NBV

1 Petrus 3:9

‘Vergeld geen laster met laster,
noch kwaad met kwaad.’
Maar, Heer,
weet U wel wat mij is aangedaan;
hoe gruwelijk was niet hun daad?

‘Vergeld geen laster met laster,
noch kwaad met kwaad.’
Maar, Heer,
weet U wel wat men over mij heeft gezegd;
hoe hun woorden mij hebben geschaad?

‘Vergeld geen laster met laster,
noch kwaad met kwaad.’
Maar, Heer,
weet U wel hoeveel pijn en verdriet men mij doet;
met hun woorden en daden, hun grenzeloze haat.

‘Vergeld geen laster met laster,
noch kwaad met kwaad.’
Maar Heer,
weet U wel …

Ja, Mijn kind ik weet het,
Ik heb weet wat jou is overkomen,
wat jou is aangedaan.
Ik was erbij
en heb net als jij
alles ondergaan.

Kijk eens naar Mijn handen en voeten,
naar de littekens op Mijn hoofd, en in Mijn zij.
Kijk eens naar de wonden in  Mijn hart
door de woorden die gesproken zijn over Mij.
Kijk eens naar hoe men Mij heeft gehaat,
wat het gevolg was van hun razernij.

En was ook jij niet één van hen?
Zag ik jou ook niet ergens staan?
Misschien niet zo zichtbaar, zo duidelijk,
maar …, heb jij nooit iets verkeerds gedaan?

Ik heb jou vergeven, Mijn kind.
Al je zonden, al je ongerechtigheden.
Vergeef zoals Ik jou vergeven heb,
en bid zoals ik voor jou heb gebeden.

Vergeld geen laster met laster,
noch kwaad met kwaad.
Zegen, want daartoe heb Ik je geroepen;
zegen, en ontvang Mijn zegen.
Wees vrij, omdat je in Mijn voetspoor gaat.

In de Bijbel wordt er op verschillende plaatsen gesproken over geen kwaad met kwaad vergelden of die richting uit.
Leviticus 19:18 – Je mag geen wraak nemen of wrok koesteren, maar je moet je naaste liefhebben als jezelf.
Spreuken 24:29 – Niet met gelijke munt terugbetalen.
Mattheüs 5:39 – De rechterwang toekeren.
Romeinen 12:17 – Het goede voor hebben met alle mensen.
1 Korinthe 6:7 – Beter onrecht lijden, te kort laten doen, dan verliezers zijn.
1 Thessalonicenzen 5:15 – Altijd het goede najagen, voor elkaar, voor allen.
Spreuken 20:22 – Wacht op de Heere, Hij zal je verlossen, helpen, bevrijden, voor je opkomen.

Ik weet niet hoe het met jou is, maar ik vind dit niet één van de makkelijkste dingen om te doen.
Soms gaat er een enorm gevecht aan vooraf voordat ik mijn trotse hoofd buigt voor Zijn woord en gaat mijn ‘Maar, Heer, weet U wel …’ heel wat keren naar boven.
Toch weet ik uit ervaring, dat om vrij te zijn, ik moet vergeven en geen kwaad met kwaad moet vergelden.
Door hetzelfde te doen als de ander verbindt je je als het ware aan de ander, kom je op zijn/haar niveau.
Onze reactie op wat een ander zegt of doet, bepaalt wat de gevolgen zullen zijn, niet alleen voor de ander, maar ook voor onszelf.
Als we met gelijke munt terug betalen zal het misschien even opluchten en voldoening geven, maar het maakt ons niet los van wat ons is aangedaan.
Het zal blijven terugkomen in ons denken en als het ware wortel gaan schieten en groeien.
Boosheid en bitterheid zullen ons hart gaan vullen, waardoor er steeds minder plaats zal zijn voor God en Zijn woord.
Het zal een venijnige plek zijn, als een angel in je vlees; als onkruid en gif ons leven doorwoekeren en ons roven van alle blijdschap, vreugde en vrede.
Gods woord zegt ons, dat het ons maakt tot verliezers.
Daarnaast zondigen we ook, want we gaan in tegen Gods wil.

God heeft ons nooit gezegd en beloofd dat ons leven makkelijk zal zijn.
Dat we alleen maar voorspoed en zegen zullen kennen als we de Here Jezus als onze Verlosser aannemen.
Soms zullen we onszelf moeten trainen om dingen te leren.
Eigenlijk is het heel gek, we trainen ons soms suf in de sportschool, of we hebben heel wat over om bepaalde dingen, die we leuk vinden om te doen, onder de knie te krijgen, maar als het gaat om training om Gods wil en woord te leren, onder de knie te krijgen, dan lopen we te zuchten en te steunen en te sputteren.
Paulus zegt in 1 Timotheüs 4:8: ‘Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, maar de godsvrucht is nuttig voor alle dingen, omdat zij de belofte van het tegenwoordige en van het toekomende leven heeft. (HSV)
Met andere woorden: je lichaam trainen heeft slechts beperkte waarde, maar vroom leven, godsdienstig, is in alle opzichten nuttig en waardevol, omdat het een belofte inhoudt voor het leven hier en voor het leven in de eeuwigheid.

De Bijbel staat vol met beloften als wij leven vanuit ontzag voor Hem, vanuit het ons houden aan Zijn wet, aan Zijn woord(en).
De belofte voor een godvruchtig leven ligt onder andere in Mattheüs 25:34: ‘Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn rechterhand zijn: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld.’
God vraagt van ons gehoorzaamheid, maar geeft ons tegelijk prachtige beloften als wij gehoorzaam zijn.

De Here Jezus heeft gehoorzaamheid geleerd door Zijn lijden.
Als wij delen in Zijn lijden, zullen we ook delen in Zijn heerlijkheid. (Rom. 8:17)
Lijden kan dan ook betekenen geen kwaad met kwaad vergelden, geen laster met laster, niet met gelijke munt terug betalen, de rechterwang toekeren, liever onrecht lijden.
De Here Jezus is hierin ons grootste voorbeeld.
Wat hebben wij Hem niet aangedaan!
In woorden, in daden, aan onrecht!
En al wat Hij deed was bidden en zegenen.

‘Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.’

‘Ik bid voor hen.
Niet voor de wereld, maar voor hen, die U Mij gegeven hebt, want zij zijn van U.
En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven, …’

‘Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u.‘

Als Hij, Gods eigen Zoon, gehoorzaamheid moest leren door lijden, waarom wij dan niet?
Laten we ons trotse hoofd buigen voor Zijn wil en ons uitstrekken, net als Jezus, om gehoorzaamheid te leren om zo Zijn wil te doen en te verkrijgen hetgeen ons is beloofd.

Zegen allen die je onrecht aandoen, kwaadspreken over jou, of wat dan ook.
Zegen en ontvang Zijn zegen over jou.




Heer Jezus, als wij in Uw voetspoor willen wandelen, zullen we moeten leven zoals U.
En dat, Here, is niet makkelijk en zeker niet echt aangenaam en populair in deze tijd.
De rechterwang toekeren, liever onrecht lijden dan met gelijke munt terug betalen is de tegenovergestelde boodschap van de wereld, die spreekt over opkomen voor jezelf, de rechten die je hebt, niet over je laten lopen, etc.
Hoe moeilijk is het soms niet om Uw woord boven die van de schreeuwende mensenmassa uit, te horen.
Hoe laten we ons vaak niet meeslepen door onze gevoelens en gedachten, in plaats van wat U zegt in uw woord.
O Vader, en als ik denk aan onze kinderen, aan de boodschap die zij meekrijgen van de wereld.
Hoe er aan hen getrokken wordt door de wereld.
Getrokken aan hun denken, getrokken aan hun zijn, getrokken aan hen in de keuzes die zij moeten maken.
Door de vele echtscheidingen in christelijke gezinnen, kiezen kinderen er maar voor om te gaan samenwonen, want …
Assertief zijn, voor je eigen opkomen, zorgen, is wat ze met de paplepel ingegoten krijgen, waardoor ze het brood van lijden niet meer willen eten.
Waar blijven wij als ouders met ons voorbeeld, Vader.
Vergeef ons, Vader, ons falen en tekortschieten en houdt U onze kinderen vast.
U belooft ons in Uw woord dat U ons zal helpen in en bij alles; help ons om onze kinderen te laten zien dat wij leven vanuit dat rotsvaste vertrouwen in U.
Heer Jezus, zoals U ons voorbeeld bent, laat ons leven zo een voorbeeld zijn, een voorbeeld worden voor onze kinderen; voor de mensen om ons heen.
Dat zij U zullen zien in ons.
De ene keer door wat wij doen, de ander keer door wat wij juist niet doen.
de ene keer door wat wij zeggen, en de andere keer juist door ons zwijgen.
Leer ons, Heer Jezus, zoals U hebt geleerd.
En ik dank U van uit het diepst van mijn hart dat ik weten mag dat ik het niet alleen hoef te doen, maar dat U mij helpt.
Ik dank U en prijs Uw Naam.
U bent waardig te ontvangen alle lof en alle eer.
Van nu aan tot in eeuwigheid.

- Amen –




Zegen,
vergeld geen kwaad
met kwaad.

Zegen,
zodat er niets tussen Mij
en jou instaat.

Zegen
en
wees vrij.

Zegen
en ontvang zegen
van Mij.

©Rita Klapwijk