'Maar Jezus antwoordde en zei tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.'
HSV
'Toen gaf Jezus dit antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke wel.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardige mensen tot een nieuw leven te roepen, maar zondaars.’
GNB
Lucas 5:31,32
Ik weet niet hoe jij er over denkt, maar mijn ervaring (en zelfkennis) doen mij constateren dat wij mensen vaak vreselijk eigenwijs zijn en daarnaast vaak ook behoorlijk trots en hoogmoedig.
Allemaal ingrediënten die ons ervan kunnen weerhouden om hulp te zoeken als we die eigenlijk nodig hebben.
Want laten we eerlijk zijn, we zijn toch doorgaans alleen bereid tot het vragen om hulp als we (bijna) stuklopen of niet meer verder kunnen?
Hoe lang gaan we vaak niet door met zelf proberen voordat we naar iemand toegaan en de ander om hulp vragen?
In dat opzicht zijn we vaak net als kleine kinderen: Ikke zelluf doen!
En als we er dan echt niet uitkomen, of het bijna fout loopt, dan …
Maar als het gaat om onze eeuwigheid, om ons leven na dit leven, dan is er niets, maar dan ook niets dat wij zelf kunnen doen om dit te bewerken.
Dan komt alles aan op ‘Genade’.
Jezus spreekt bovenaanstaande woorden op een groot feestmaal dat Levi, een tollenaar, ter ere van Jezus hield. (Lucas 5:27-32)
Levi had gehoor gegeven aan Jezus roep: ‘Kom en volg Mij’, en hij had terstond alles achter zich galaten en was met Jezus meegegaan.
Nu gaf hij een feest ter ere van Jezus en op dat feest had hij heel wat mensen, waaronder andere tollenaars, uitgenodigd.
De Farizeeërs en Schriftgeleerden die dit zagen, staken hun afkeuring niet onder stoelen of banken, maar riepen als het ware de discipelen ter verantwoording: ‘Waarom eten en drinken jullie met tollenaars en zondaars?’
Met andere woorden: ‘Hoe kunnen jullie; hoe durven jullie.’
Maar het is Jezus (Hij hoorde het dus duidelijk ook) die antwoord gaf : ‘Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.’
Jezus had een bijzondere manier van spreken.
Op de vraag van de Farizeeërs en Schriftgeleerden geeft Hij niet een hele uiteenzetting van waarom Hij gekomen is, maar vergelijkt simpelweg de zondaar met iemand die ziek is en een dokter nodig heeft en dat Hij daarom was gekomen.
O, Jezus kent Zijn pappenheimers zo goed.
Hij doorziet de vrome praatjes, de trots en hoogmoed van de Farizeeërs en Schriftgeleerden, en geeft daarom een antwoord, waarvan wij misschien zouden zeggen dat het een steek onder water is, maar wat zij totaal niet doorhadden, vervuld als zij waren van hun eigendunk.
‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te brengen, maar zondaars.’
Door hun trots en hoogmoed, hun eigenwaan, hadden ze niet eens door hoe het er werkelijk met hen voor stond.
Zij herkenden Jezus daardoor ook niet als de Zoon van God, de Messias, de Beloofde en lang verwachte.
Ze kenden de Schrift, maar ze kenden slechts de letter en waren blind voor de vervulling ervan.
We zijn nu ruim tweeduizend jaar verder en in wezen is er niet veel veranderd.
Ja, wij kennen de boodschap, we weten waarom Hij kwam en voor wie.
We weten dat Hij Zijn leven gaf om het onze te redden, maar nog steeds zijn er vele mensen blind en doof voor deze boodschap.
Dat was toen, dat is nu en dat zal altijd zo zijn.
Maar dit zal altijd de keuze van de mens zelf zijn, want Jezus wijst geen enkel mens af, die met berouw tot Hem komt.
Ja, Zijn woorden waren vol venijn en grimmig over de Farizeeërs en Schriftgeleerden, - adderengebroed noemde Hij hen.
Hij wees hun trotse en arrogante, op uiterlijk vertoon gerichte houding af, maar nooit hen die nederig waren en vol berouw, die in Hem geloofden, Hem wilden volgen.
‘En zo trok Jezus rond door alle steden en dorpen.
Hij onderwees de mensen in hun synagogen, verkondigde hun het grote nieuws over het koninkrijk en genas hen van alle ziekten en kwalen.
Bij het zien van de menigte was Hij zeer met hen begaan, want ze waren als schapen zonder herder, opgejaagd en verzwakt.’
In andere vertalingen staat: ‘… was/werd Hij met innerlijke ontferming over hen bewogen.’ ( Mattheüs 9:36)
Jezus hart was, en is nog steeds, vol innerlijke ontferming bewogen.
Alles om ons heen verandert, niets blijft hetzelfde, maar Zijn woord is, en blijft, waarheid en eeuwig.
Hij is dezelfde, gisteren, heden en tot in alle eeuwigheid!
Lieve Heer Jezus, nog steeds is Uw hart bewogen voor ons mensen en nog steeds is er daarom tijd om tot U te komen met een berouwvol hart, want wie tot U komt met een hart vol berouw, een hart dat beseft U nodig te hebben, neemt U vol innerlijke ontferming aan.
Niemand die zo komt stuurt U weg, maar wordt in liefde ontvangen en aangenomen.
Uw liefde, Uw vergeving, Uw genade is zo groot, zo groot …
Maar we leven in een wereld, Heer Jezus, waar men U steeds minder denkt nodig te hebben.
Een wereld, waarin wat U voor ons heeft gedaan, naar de achtergrond verdwijnt, ja, zelfs bestempeld wordt als ‘alleen een leuk verhaaltje’ en waar vele mensen niet eens meer weten waarom ze vrij zijn als het Pasen is.
We leven in een wereld waarin alles draait om zelfrecht, zelfbeschikking.
Een wereld waarin U meer en meer verdreven wordt uit scholen, politiek, …; ja, zelfs uit kerken.
Vergeef ons, Uw kinderen, Heer Jezus, dat wij dit soms gewoon laten gebeuren en ik bid U voor onze wereld, voor de mensheid, voor ons land, ons volk, voor Uw volk, dat U ogen opent.
We kunnen niet zonder U, Heer, Jezus, we gaan verloren zonder U.
Open ogen, open harten, breng tot inkeer voor het te laat is en spoor ons Uw kinderen aan om te vertellen van U.
De oogst is groot, zegt U in Uw woord, maar de arbeiders weinig; doe ons onze verantwoordelijkheid beseffen en opnemen waar we kunnen.
In Jezus’ Naam bid ik U dit, Vader, in Jezus’ Naam smeek ik U dit.
- Amen -
Niemand die tot U komt, Heer Jezus,
met een hart vol berouw
zal door U worden afgewezen.
Niemand die komt
om vergeving te ontvangen
wordt door U doorverwezen.
Niemand die komt
met een oprecht, zoekend hart,
wordt aan een ander toegewezen.
Wie zo tot U komt, Heer Jezus,
wordt met vreugde ontvangen
en in liefde aangenomen.
Zonden worden vergeven,
en Uw liefdevolle genade
zal een ieder doorstromen.
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen
zondag 15 september 2013
zondag 11 augustus 2013
Week 33 - Discipline
'Mijn zoon, verwerp de vermaning van de HEERE niet
en heb geen afkeer van Zijn bestraffing.
Want de HEERE straft wie Hij liefheeft,
zoals een vader doet met de zoon die hij goedgezind is.'
HSV
'Laat je door de Heer terechtwijzen, mijn zoon,
kom niet in opstand, als Hij je straft.
De Heer straft van wie Hij houdt,
zoals een vader zijn zoon die hij liefheeft.'
GNB
Spreuken 3:11,12
Discipline, straf, oordeel …
Met het woord discipline had ik in eerste instantie een heel andere betekenis voor ogen en snapte even niet wat discipline met dit alles te maken had.
Maar ja, discipline is meer dan alleen jezelf aan het werk zetten, en dat was ik even vergeten.
Discipline is ook tucht en onderwerping.
Ik moet wel zeggen dat ik bij het woordje tucht nog steeds een beetje de kriebels krijg.
Tucht, ook wel afstraffing of heel ouderwets kastijding genoemd, roept immers niet echt prettige gevoelens op en het is ook niet iets waar je (doorgaans) naar uitkijkt.
Al met al eigenlijk niet echt een prettig onderwerp om over te moeten nadenken of schrijven.
Met alles wat we allemaal al hebben meegemaakt (en nog) ben ik een mens geworden die er naar verlangt om te bemoedigen.
Gods woord staat vol bemoedigende woorden, vol bemoedigende beloften en hoe heerlijk is het niet om die op te zoeken, er over te lezen, na te denken, ze eigen te maken, ze op te schrijven.
Hoeveel kracht put ik er niet uit om alles aan te kunnen, om te kunnen doorgaan, hoop te houden.
Discipline (tucht), straf en oordeel zijn dan eigenlijk wel de laatste dingen waar ik me mee bezig wil houden.
Zeker gezien ook de negatieve klank dat het woord tucht door vroeger heeft gekregen.
Met dit schrijven buitelen dan ook een mengeling aan gevoelens en gedachten over elkaar heen, terwijl herinneringen boven komen.
Maar ik wil mijzelf hierin niet verliezen, en richt me op het positieve dat in discipline ligt.
‘Laat je door de Heer terechtwijzen, mijn zoon(mijn dochter), kom niet in opstand, als Hij je straft.
De Heer straft van wie Hij houdt, zoals een vader zijn zoon die hij liefheeft.’
‘De Heer straft van wie Hij houdt,
zoals een vader zijn zoon die hij liefheeft.’
In gedachten hoor ik een kind, dat terechtgewezen wordt, tegen zijn vader/moeder zeggen: Je houdt helemaal niet van mij; en ik zie hem vervolgens wegrennen naar zijn kamertje en huilend op bed neer te vallen.
Op de één of andere manier lijken wij mensen de neiging te hebben (of is dat alleen maar in mijn hoofd zo?) om in te vullen, dat als iemand ons terechtwijst of corrigeert, wij als persoon worden afgewezen.
‘Zie je wel, ze moeten me niet’, of zoals het kind in het voorbeeld, ‘zie je wel, hij/zij houdt niet van me, want anders zou ze dat niet zeggen of doen’.
Alsof houden van iemand betekent dat je dan alles maar moet accepteren of goedvinden.
Ik ben ook bang dat wij mensen doorgaans niet zo heel erg goed zijn in het op de juiste manier –in en uit liefde- terechtwijzen.
Ik ben bang dat wij ons veelal laten leiden door onze emoties.
Op rustige en liefdevolle wijze onze kinderen (of een ander) terechtwijzen en corrigeren, valt niet altijd mee.
Ik weet niet hoe het met jou is, maar toen mijn kinderen nog klein waren, reageerde ik niet altijd op liefdevolle wijze, hoeveel ik ook van ze hield(houdt).
Soms namen boosheid of frustraties, of beiden, de overhand en strafte ik daar vanuit in plaats van uit het feit dat ik van hen houd en het beste met hen voor heb.
Dan kwam er op dat moment echt geen liefde aan te pas en ik heb daardoor ook wel sorry tegen mijn kinderen moeten zeggen en om vergeving moeten vragen, omdat ik besefte dat mijn wijze van handelen verkeerd was.
Hoewel het op dat moment op z’n plaats was om ze terecht te wijzen en ze te straffen, liet de manier waarop soms geheel te wensen over.
Ik denk ook dat er veel beschadigde mensen rondlopen; mensen die een verwrongen beeld hebben gekregen van God door de manier waarop hun ouders met hen omgingen en hen behandelden.
Misschien geldt dit voor vaders nog wel het meest, daar God Zichzelf voorstelt als Vader en ons als Zijn kinderen.
We hebben als mens toch de neiging onszelf of de ander te spiegelen aan iets of iemand.
Dus als we een vader hebben gehad(of hebben) die ons mishandelde, bij het minste geringste sloeg, of opsloot, of …, dan hebben we waarschijnlijk een heel ander beeld van God als Vader dan degenen wiens vader zorgzaam en liefdevol was(is) en die tijd nam om met zijn kinderen te praten en dingen uit te leggen.
En er kan heel wat tijd en strijd overheen gaan, voordat we God niet meer zien als onze aardse vader, maar het juiste beeld van Hem krijgen, namelijk een Vader die vol liefde is, zorgzaam, ons beschermt, ons troost als we verdriet hebben, naar ons luistert.
Een Vader, die als Hij ons terechtwijst, dit doet omdat Hij van ons houdt, omdat Hij het beste met ons voor heeft en niet omdat Hij er plezier in heeft om ons pijn te doen, of omdat Hij Zich af moet reageren op ons, of het leuk vindt om ons dingen te verbieden of juist te laten doen.
Het juiste beeld hebben van God als Vader is cruciaal om de woorden uit Spreuken te kunnen aannemen.
Dit kan betekenen dat we misschien alle gedachten, gevoelens en ideeën die we hebben over hoe een vader is, opzij moeten zetten en opnieuw moeten gaan kijken naar wat de Bijbel zegt en laat zien over God.
De beste manier om dat te doen, is door te gaan kijken naar het leven van de Here Jezus, naar Zijn relatie met Zijn Vader, hoe Zij met elkaar omgingen(gaan).
Hun relatie is een relatie die gekenmerkt wordt door een innige verbondenheid van jongs af aan.
‘Waarom hebt u naar Mij gezocht? Wist u niet dat Ik moet zijn waar Mijn Vader is?’ (Lucas 2:49)
Door intiem contact, steeds opnieuw.
Heel vroeg – het was nog donker – stond Jezus op en ging naar buiten. Hij ging naar een eenzame plek om er te bidden. (Marcus 1:35)
‘Toen Hij afscheid van de mensen had genomen, ging Hij de berg op om er te bidden.’
(Marcus 6:46)
Door gehoorzaamheid.
… Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt. (Mattheüs 26:39)
Een relatie waarin Jezus bevestigd werd door Zijn Vader in wie Hij was.
Hoor hoeveel liefde en trots (in de goede zin van het woord) er doorklinkt in de woorden van Zijn Vader: ‘Jij bent Mijn geliefde Zoon, de man naar Mijn hart!’ (Lucas 3:22)
Hoor hoe Jezus wist wie Hij was en dat Hij geliefd was door Zijn Vader, deed wat Zijn wil was en alles wat Hij daarvoor nodig had van Zijn vader ontving:
‘Ik verzeker u,’ zei Jezus tegen hen, ‘de Zoon kan niets doen vanuit Zichzelf; Hij doet alleen wat Hij de Vader ziet doen. Wat Hij doet, doet de Zoon ook. Want de Vader heeft de Zoon lief en laat Hem alles zien wat Hij Zelf doet ...’ (Johannes 5:19,20)
Het gebed van de Here Jezus in Johannes 17, vlak voor dat Hij wordt gearresteerd, is één van mijn favoriete Bijbelgedeelten.
Ik ben zo onder de indruk van wat Jezus hier bidt.
Wat er allemaal niet in door klinkt!
Hier doet onze ‘grote Broer’ voorbede voor jou en mij bij onze Vader.
Hier zien we de perfecte relatie tussen de Vader en de Zoon.
Hoor het vertrouwen.
Proef de onderlinge liefde.
Ervaar de geborgenheid.
Hoor de bevestiging.
Proef de bewogenheid.
Ervaar de bescherming.
Zie de kracht die Zijn deel is door deze verbondenheid.
God, de Vader.
Abba, papa.
U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om Hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’. (Romeinen 8:15)
Zijn Vaderliefde en zorg reiken verder dan de grootste en diepste liefde die wij ooit voor onze kinderen of anderen, kunnen hebben of voelen.
Onze liefde is kwetsbaar en breekbaar, onderhevig aan emoties, aan dingen die gebeuren of die mensen ons aandoen.
Gods liefde niet.
Gods liefde is onwankelbaar en steeds overvloedig.
Als dan het woord uit Spreuken tot ons komt, hoeven we er geen nare en vervelende gevoelens of gedachten meer bij te krijgen.
Dan kunnen we ook dit woord van God aannemen en zelfs koesteren, want in die terechtwijzing of straf, ligt een liefde geborgen die ons verstand te boven gaat.
Lieve Vader in de hemel.
Kreeg ik aan het begin de kriebels bij de woorden discipline, tucht, terechtwijzing, straf en oordeel, hoe anders is het waar ik nu eindig: geborgen in Uw Vaderliefde.
Geen angst, want U houdt van mij en hebt het beste met mij voor.
U houdt van mij en wijst mij daarom terecht waar dit nodig is
Straft U, maar nooit om pijn te doen, te kwetsen of omdat U er behagen in schept.
U wijst mij niet af, maar wil mij zo graag dicht bij U houden in een innige liefdevolle Vader-kind relatie, en daar is soms discipline voor nodig.
Lieve Vader, laat mij zien en onderkennen, waar U mij terechtwijst of straft om mij weer op de goede weg te brengen.
Ik belijd U, Vader, dat ik daar niet echt voor open stond; vergeef mij.
Hier ben ik, Vader, bereid om gehoorzaam Uw weg te gaan, Uw wil te doen.
Ik verlang naar Uw totale liefde!
Ik weet nu, ik ben ook veilig en geborgen, liefdevol omgeven als U mij terechtwijst of straft.
Ik prijs Uw Naam!
Halleluja!
- Amen -
Vrees niet, Mijn kind,
als Ik je terechtwijs of straf.
Ik houd van jou
en heb het beste met je voor.
Ik kan niet zo maar alles toelaten,
je alles maar laten doen
wat jij zo graag wilt,
of je alleen dat vertellen
wat jij graag hoort.
Het is niet goed voor je,
je zal er niets van leren,
noch zal het jou
dichter bij Mij brengen.
Aanvaard Mijn terechtwijzingen,
kom niet in opstand als Ik je straf,
Ik doe er immers alles aan
om jou veilig THUIS te brengen.
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
en heb geen afkeer van Zijn bestraffing.
Want de HEERE straft wie Hij liefheeft,
zoals een vader doet met de zoon die hij goedgezind is.'
HSV
'Laat je door de Heer terechtwijzen, mijn zoon,
kom niet in opstand, als Hij je straft.
De Heer straft van wie Hij houdt,
zoals een vader zijn zoon die hij liefheeft.'
GNB
Spreuken 3:11,12
Discipline, straf, oordeel …
Met het woord discipline had ik in eerste instantie een heel andere betekenis voor ogen en snapte even niet wat discipline met dit alles te maken had.
Maar ja, discipline is meer dan alleen jezelf aan het werk zetten, en dat was ik even vergeten.
Discipline is ook tucht en onderwerping.
Ik moet wel zeggen dat ik bij het woordje tucht nog steeds een beetje de kriebels krijg.
Tucht, ook wel afstraffing of heel ouderwets kastijding genoemd, roept immers niet echt prettige gevoelens op en het is ook niet iets waar je (doorgaans) naar uitkijkt.
Al met al eigenlijk niet echt een prettig onderwerp om over te moeten nadenken of schrijven.
Met alles wat we allemaal al hebben meegemaakt (en nog) ben ik een mens geworden die er naar verlangt om te bemoedigen.
Gods woord staat vol bemoedigende woorden, vol bemoedigende beloften en hoe heerlijk is het niet om die op te zoeken, er over te lezen, na te denken, ze eigen te maken, ze op te schrijven.
Hoeveel kracht put ik er niet uit om alles aan te kunnen, om te kunnen doorgaan, hoop te houden.
Discipline (tucht), straf en oordeel zijn dan eigenlijk wel de laatste dingen waar ik me mee bezig wil houden.
Zeker gezien ook de negatieve klank dat het woord tucht door vroeger heeft gekregen.
Met dit schrijven buitelen dan ook een mengeling aan gevoelens en gedachten over elkaar heen, terwijl herinneringen boven komen.
Maar ik wil mijzelf hierin niet verliezen, en richt me op het positieve dat in discipline ligt.
‘Laat je door de Heer terechtwijzen, mijn zoon(mijn dochter), kom niet in opstand, als Hij je straft.
De Heer straft van wie Hij houdt, zoals een vader zijn zoon die hij liefheeft.’
‘De Heer straft van wie Hij houdt,
zoals een vader zijn zoon die hij liefheeft.’
In gedachten hoor ik een kind, dat terechtgewezen wordt, tegen zijn vader/moeder zeggen: Je houdt helemaal niet van mij; en ik zie hem vervolgens wegrennen naar zijn kamertje en huilend op bed neer te vallen.
Op de één of andere manier lijken wij mensen de neiging te hebben (of is dat alleen maar in mijn hoofd zo?) om in te vullen, dat als iemand ons terechtwijst of corrigeert, wij als persoon worden afgewezen.
‘Zie je wel, ze moeten me niet’, of zoals het kind in het voorbeeld, ‘zie je wel, hij/zij houdt niet van me, want anders zou ze dat niet zeggen of doen’.
Alsof houden van iemand betekent dat je dan alles maar moet accepteren of goedvinden.
Ik ben ook bang dat wij mensen doorgaans niet zo heel erg goed zijn in het op de juiste manier –in en uit liefde- terechtwijzen.
Ik ben bang dat wij ons veelal laten leiden door onze emoties.
Op rustige en liefdevolle wijze onze kinderen (of een ander) terechtwijzen en corrigeren, valt niet altijd mee.
Ik weet niet hoe het met jou is, maar toen mijn kinderen nog klein waren, reageerde ik niet altijd op liefdevolle wijze, hoeveel ik ook van ze hield(houdt).
Soms namen boosheid of frustraties, of beiden, de overhand en strafte ik daar vanuit in plaats van uit het feit dat ik van hen houd en het beste met hen voor heb.
Dan kwam er op dat moment echt geen liefde aan te pas en ik heb daardoor ook wel sorry tegen mijn kinderen moeten zeggen en om vergeving moeten vragen, omdat ik besefte dat mijn wijze van handelen verkeerd was.
Hoewel het op dat moment op z’n plaats was om ze terecht te wijzen en ze te straffen, liet de manier waarop soms geheel te wensen over.
Ik denk ook dat er veel beschadigde mensen rondlopen; mensen die een verwrongen beeld hebben gekregen van God door de manier waarop hun ouders met hen omgingen en hen behandelden.
Misschien geldt dit voor vaders nog wel het meest, daar God Zichzelf voorstelt als Vader en ons als Zijn kinderen.
We hebben als mens toch de neiging onszelf of de ander te spiegelen aan iets of iemand.
Dus als we een vader hebben gehad(of hebben) die ons mishandelde, bij het minste geringste sloeg, of opsloot, of …, dan hebben we waarschijnlijk een heel ander beeld van God als Vader dan degenen wiens vader zorgzaam en liefdevol was(is) en die tijd nam om met zijn kinderen te praten en dingen uit te leggen.
En er kan heel wat tijd en strijd overheen gaan, voordat we God niet meer zien als onze aardse vader, maar het juiste beeld van Hem krijgen, namelijk een Vader die vol liefde is, zorgzaam, ons beschermt, ons troost als we verdriet hebben, naar ons luistert.
Een Vader, die als Hij ons terechtwijst, dit doet omdat Hij van ons houdt, omdat Hij het beste met ons voor heeft en niet omdat Hij er plezier in heeft om ons pijn te doen, of omdat Hij Zich af moet reageren op ons, of het leuk vindt om ons dingen te verbieden of juist te laten doen.
Het juiste beeld hebben van God als Vader is cruciaal om de woorden uit Spreuken te kunnen aannemen.
Dit kan betekenen dat we misschien alle gedachten, gevoelens en ideeën die we hebben over hoe een vader is, opzij moeten zetten en opnieuw moeten gaan kijken naar wat de Bijbel zegt en laat zien over God.
De beste manier om dat te doen, is door te gaan kijken naar het leven van de Here Jezus, naar Zijn relatie met Zijn Vader, hoe Zij met elkaar omgingen(gaan).
Hun relatie is een relatie die gekenmerkt wordt door een innige verbondenheid van jongs af aan.
‘Waarom hebt u naar Mij gezocht? Wist u niet dat Ik moet zijn waar Mijn Vader is?’ (Lucas 2:49)
Door intiem contact, steeds opnieuw.
Heel vroeg – het was nog donker – stond Jezus op en ging naar buiten. Hij ging naar een eenzame plek om er te bidden. (Marcus 1:35)
‘Toen Hij afscheid van de mensen had genomen, ging Hij de berg op om er te bidden.’
(Marcus 6:46)
Door gehoorzaamheid.
… Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt. (Mattheüs 26:39)
Een relatie waarin Jezus bevestigd werd door Zijn Vader in wie Hij was.
Hoor hoeveel liefde en trots (in de goede zin van het woord) er doorklinkt in de woorden van Zijn Vader: ‘Jij bent Mijn geliefde Zoon, de man naar Mijn hart!’ (Lucas 3:22)
Hoor hoe Jezus wist wie Hij was en dat Hij geliefd was door Zijn Vader, deed wat Zijn wil was en alles wat Hij daarvoor nodig had van Zijn vader ontving:
‘Ik verzeker u,’ zei Jezus tegen hen, ‘de Zoon kan niets doen vanuit Zichzelf; Hij doet alleen wat Hij de Vader ziet doen. Wat Hij doet, doet de Zoon ook. Want de Vader heeft de Zoon lief en laat Hem alles zien wat Hij Zelf doet ...’ (Johannes 5:19,20)
Het gebed van de Here Jezus in Johannes 17, vlak voor dat Hij wordt gearresteerd, is één van mijn favoriete Bijbelgedeelten.
Ik ben zo onder de indruk van wat Jezus hier bidt.
Wat er allemaal niet in door klinkt!
Hier doet onze ‘grote Broer’ voorbede voor jou en mij bij onze Vader.
Hier zien we de perfecte relatie tussen de Vader en de Zoon.
Hoor het vertrouwen.
Proef de onderlinge liefde.
Ervaar de geborgenheid.
Hoor de bevestiging.
Proef de bewogenheid.
Ervaar de bescherming.
Zie de kracht die Zijn deel is door deze verbondenheid.
God, de Vader.
Abba, papa.
U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om Hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’. (Romeinen 8:15)
Zijn Vaderliefde en zorg reiken verder dan de grootste en diepste liefde die wij ooit voor onze kinderen of anderen, kunnen hebben of voelen.
Onze liefde is kwetsbaar en breekbaar, onderhevig aan emoties, aan dingen die gebeuren of die mensen ons aandoen.
Gods liefde niet.
Gods liefde is onwankelbaar en steeds overvloedig.
Als dan het woord uit Spreuken tot ons komt, hoeven we er geen nare en vervelende gevoelens of gedachten meer bij te krijgen.
Dan kunnen we ook dit woord van God aannemen en zelfs koesteren, want in die terechtwijzing of straf, ligt een liefde geborgen die ons verstand te boven gaat.
Lieve Vader in de hemel.
Kreeg ik aan het begin de kriebels bij de woorden discipline, tucht, terechtwijzing, straf en oordeel, hoe anders is het waar ik nu eindig: geborgen in Uw Vaderliefde.
Geen angst, want U houdt van mij en hebt het beste met mij voor.
U houdt van mij en wijst mij daarom terecht waar dit nodig is
Straft U, maar nooit om pijn te doen, te kwetsen of omdat U er behagen in schept.
U wijst mij niet af, maar wil mij zo graag dicht bij U houden in een innige liefdevolle Vader-kind relatie, en daar is soms discipline voor nodig.
Lieve Vader, laat mij zien en onderkennen, waar U mij terechtwijst of straft om mij weer op de goede weg te brengen.
Ik belijd U, Vader, dat ik daar niet echt voor open stond; vergeef mij.
Hier ben ik, Vader, bereid om gehoorzaam Uw weg te gaan, Uw wil te doen.
Ik verlang naar Uw totale liefde!
Ik weet nu, ik ben ook veilig en geborgen, liefdevol omgeven als U mij terechtwijst of straft.
Ik prijs Uw Naam!
Halleluja!
- Amen -
Vrees niet, Mijn kind,
als Ik je terechtwijs of straf.
Ik houd van jou
en heb het beste met je voor.
Ik kan niet zo maar alles toelaten,
je alles maar laten doen
wat jij zo graag wilt,
of je alleen dat vertellen
wat jij graag hoort.
Het is niet goed voor je,
je zal er niets van leren,
noch zal het jou
dichter bij Mij brengen.
Aanvaard Mijn terechtwijzingen,
kom niet in opstand als Ik je straf,
Ik doe er immers alles aan
om jou veilig THUIS te brengen.
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
zondag 14 juli 2013
Week 29 - Gaafheid
'Heere, bij deze dingen leeft men,
en in al deze dingen is het leven van mijn geest.
Want U hebt mij gezond gemaakt en mij genezen.'
HSV
'Een mens leeft van uw beloften, Heer,
alleen daaruit put ik levensmoed.
Houd mij gezond, laat mij in leven.'
GNB
Jesaja 38:16
De schrijfster van de stukjes op de kalender geeft aan, dat zij ervan overtuigd is, dat ons hart pas gezond is, als het verzadigd is met de liefde van God, daar deze liefde de enige volkomen gezonde liefde is die er bestaat.
Het deed mij denken aan een prachtig citaat van Augustinus wat ik ooit eens ergens las en waarvan ik met heel mijn hart geloof dat het waar is:
‘Almachtige God, in wie wij leven, bewegen en ons bestaan hebben.
U heeft ons voor Uzelf gemaakt, waardoor onze harten rusteloos zijn, tot ze rusten in U.’
Rusten in God.
Rusten in Zijn liefde.
En verzadigd worden.
'In Hem leef ik, beweeg ik, is mijn bestaan …'
(Handelingen 17:28)
‘En Hij maakte uit één bloed heel het menselijke geslacht om op heel de aardbodem te wonen; en Hij heeft de hun van tevoren toegemeten tijden bepaald, en de grenzen van hun woongebied, opdat zij de Heere zouden zoeken, of zij Hem misschien al tastend zouden mogen vinden, hoewel Hij niet ver is van ieder van ons.’
Handelingen 17:26,27
God heeft ons gemaakt en niet alleen om deze aarde te bewonen, maar boven alles dat wij Hem zouden zoeken!
Misschien al tastend –proberend, pogend, verkennend– maar er op gericht om Hem te vinden en met Hem alles wat ons leven compleet maakt.
Zijn liefde!
God heeft de mens geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis.
Man en vrouw schiep Hij hen; en zie, het was zeer goed!
Hun leven was een leven in volledige vrede en harmonie, in de volheid van Gods liefde.
Er was geen onrust, er was geen angst, er was geen onvrede, er was geen bezorgdheid, er was geen verwarring, er was geen gejaagdheid, er was geen …
Ze leefden samen in volle harmonie met God en alles om hen heen.
Rust en vrede waren de kenmerken van hun leven in de liefde van God.
Ze wisten zich geliefd, bemind, veilig, vertrouwd, waardevol en kostbaar.
Ze waren naakt, maar hadden er geen weet van.
Er was geen bedekking nodig, in geen enkel opzicht, want ze waren geborgen in de liefde van God, hun Schepper.
Dan gebeurt er iets dat hun leven voorgoed verandert.
Niets zou meer hetzelfde zijn.
Ze lieten zich door de duivel verleiden tot zonde; voor een moment vergaten ze wat God had gezegd en het werd hun ondergang.
Verbroken was hun intieme relatie met God.
Verbroken was de diepe rust en vrede in hun hart en leven.
Verbroken was de liefdesrelatie met God, hun Schepper.
Verbroken was de liefde waarin zij rustten, leefden en wandelden.
Angst en schaamte namen de plaats in van vrede, rust en veiligheid.
Angst en schaamte namen de plaats in van liefde en geborgenheid.
Angst en schaamte maakten dat zij zich verstopten voor hun Maker.
Voorbij was de gaafheid, de volmaaktheid, de volledigheid, de vlekkeloosheid van/in hun relatie met God.
‘Bij het opsteken van de avondwind hoorden ze God, de Heer, door de tuin lopen en zij verborgen zich voor hem tussen de bomen.’
Gen. 3:8
Voorbij …
Ook in het leven van koning Saul zien we dit terug.
Saul was door God aangesteld als koning over Israël; Zijn Geest rustte op Hem (1 Sam. 10:6,9,10)
Toen God echter Zijn Geest van Saul weer had weggenomen (1 Sam. 16:14), werd het leven van Saul rusteloos; nooit heeft hij meer rust gevonden.
Angst ging zijn leven beheersen.
Slechts op de momenten dat David speelde werd hij rustig. (1 Sam. 16:23)
Voorbij …
Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!
Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God …
Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij?
Hoop op God …
Mijn ziel verlangt, ja, bezwijkt zelfs van verlangen naar de voorhoven van de HEERE, mijn hart en mijn lichaam roepen het uit tot de levende God.
Mijn ziel wacht op de HEERE, meer dan wachters op de morgen, wachters op de morgen.
O God, U bent mijn God!
U zoek ik vroeg in de morgen; mijn ziel dorst naar U, mijn lichaam verlangt naar U in een land, dor en dorstig, zonder water.
Voorwaar, ik heb mijn ziel tot rust en tot stilte gebracht, als een kind dat de borst ontwend is, bij zijn moeder, mijn ziel is in mij als een kind dat de borst ontwend is.
Laat mij vroeg in de ochtend uw liefde vernemen, want ik stel mijn vertrouwen in U.
Wijs mij de weg die ik moet gaan: naar U gaat mijn verlangen uit.
Alleen bij God is stilte voor mijn ziel, …
Alleen bij God: wees stil, mijn ziel, …
Alleen Hij is …
Ps. 42:2,3,6; Ps. 84:3; Ps. 130:6; Ps. 63:2; Ps. 131:2; Ps. 143;8;
Ps. 62:2,6,7
De Psalmisten, onder wie David, omschrijven op bijzondere wijze het verlangen naar God, wat in principe in ieder mens aanwezig is.
Hoewel velen dit niet zullen erkennen, blijkt uit het getuigenis van velen die eerst zonder God leefden en vervolgens God leerden kennen, dat hun leven nu pas de rust heeft gevonden waar ze zo naar op zoek waren, waar ze zo naar verlangden.
Rust in de liefde van God voor hen.
Augustinus was één van hen!
In de Here Jezus heeft God het mogelijk gemaakt om ook opnieuw te kunnen rusten in Zijn liefde.
God Zelf heeft er voor gezorgd, dat de verbroken relatie met Hem, geheeld kan worden.
Zijn liefde voor ons mensen, het maaksel van Zijn hand, is zo ontzettend groot, dat Hij Zijn Zoon heeft overgegeven om voor ons te lijden en te sterven voor onze zonden.
De angst en schaamte die deel van ons leven waren geworden nadat Adam en Eva gezondigd hadden, en alles wat daar weer uit voortvloeide, kunnen weer omgezet worden in vrede en rust, in veiligheid en geborgenheid.
De naaktheid van de mens, die hem kwetsbaar maakt en waardeloos en onvolmaakt doet voelen, wordt bedekt met het Kleed van Rechtvaardigheid, dat Jezus over zijn schouders legt.
Zijn vergoten bloed wast schoon, reinigt, heelt en herstelt in ere.
Gaafheid, volmaaktheid, vlekkeloosheid, neemt de plaats in van angst en schaamte over hun naaktheid.
De liefde van Jezus, van God, heelt en brengt genezing en herstel.
Het hart dat ziek was, wordt weer gezond.
Er kan weer gewandeld worden in de koele bries van Gods liefde.
Overgave is het geheim van rusten in Gods liefde.
Gehoorzaamheid is weer het geheim van overgave.
Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede …
Het net als Jezus (willen) leren door lijden heen …
Jezus was die Hij was, kon zijn wie Hij was, doordat Hij één was met God, Zijn Vader; Zijn wil stond in alles voorop.
In Zijn liefde rustte Hij, in Zijn wil leefde Hij.
‘Dit is Mijn geliefde Zoon!’
Zijn woord is waarheid.
Zijn beloften komt Hij na.
Zijn genade is onze redding.
Zijn liefde de verzadiging voor onze ziel.
…..
In U, en U alleen, o Vader, ligt de volheid van mijn leven, de rust voor mijn ziel.
Alleen door U, Heer Jezus, alleen door Uw volbrachte werk, kan ik deze verzadigende liefde ontvangen en zo de rust vinden voor mijn ziel.
Ik verlang als de Psalmist te wonen in Uw voorhoven.
Ik verlang naar Uw allesomvattende liefde.
De rust voor mijn ziel, Uw Shalom in mijn hart.
Heer Jezus, U bent de liefde van mijn leven; de rust die mijn ziel zocht.
Alleen bij U, o God, ben ik als het gespeende kind, dat rust heeft gevonden in de armen van zijn moeder.
In U leef ik, beweeg ik, is mijn bestaan.
Als ik mijn ogen sluit, is het alsof ik wandel in de koele avondbries met U.
Dank U wel, Heer Jezus, dank U wel, lieve Vader.
Dank U wel.
- Amen -
Johannes 17:26
In de stilte van dit moment;
in de ontzagwekkende diepte
die in deze woorden ligt,
komt mijn ziel tot rust
in de verzadigende liefde van Hem,
die, door Jezus,
ook mijn Vader is.
In de stilte van dit moment;
in de ontzagwekkende diepte
die in deze woorden ligt,
wordt mijn ziel geheeld,
mijn hart gezond;
weg is elk gemis.
In de stilte van dit moment;
in de ontzagwekkende diepte
die in deze woorden ligt,
heeft mijn ziel
haar rust gevonden.
Kostbaar en waardevol,
gaaf en volmaakt.
Door het bloed van Jezus
verdween elke duisternis.
In de stilte van dit moment;
in de ontzagwekkende diepte
die in deze woorden ligt,
is mijn ziel tot rust gekomen
in Hem die Liefde is.
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
en in al deze dingen is het leven van mijn geest.
Want U hebt mij gezond gemaakt en mij genezen.'
HSV
'Een mens leeft van uw beloften, Heer,
alleen daaruit put ik levensmoed.
Houd mij gezond, laat mij in leven.'
GNB
Jesaja 38:16
De schrijfster van de stukjes op de kalender geeft aan, dat zij ervan overtuigd is, dat ons hart pas gezond is, als het verzadigd is met de liefde van God, daar deze liefde de enige volkomen gezonde liefde is die er bestaat.
Het deed mij denken aan een prachtig citaat van Augustinus wat ik ooit eens ergens las en waarvan ik met heel mijn hart geloof dat het waar is:
‘Almachtige God, in wie wij leven, bewegen en ons bestaan hebben.
U heeft ons voor Uzelf gemaakt, waardoor onze harten rusteloos zijn, tot ze rusten in U.’
Rusten in God.
Rusten in Zijn liefde.
En verzadigd worden.
'In Hem leef ik, beweeg ik, is mijn bestaan …'
(Handelingen 17:28)
‘En Hij maakte uit één bloed heel het menselijke geslacht om op heel de aardbodem te wonen; en Hij heeft de hun van tevoren toegemeten tijden bepaald, en de grenzen van hun woongebied, opdat zij de Heere zouden zoeken, of zij Hem misschien al tastend zouden mogen vinden, hoewel Hij niet ver is van ieder van ons.’
Handelingen 17:26,27
God heeft ons gemaakt en niet alleen om deze aarde te bewonen, maar boven alles dat wij Hem zouden zoeken!
Misschien al tastend –proberend, pogend, verkennend– maar er op gericht om Hem te vinden en met Hem alles wat ons leven compleet maakt.
Zijn liefde!
God heeft de mens geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis.
Man en vrouw schiep Hij hen; en zie, het was zeer goed!
Hun leven was een leven in volledige vrede en harmonie, in de volheid van Gods liefde.
Er was geen onrust, er was geen angst, er was geen onvrede, er was geen bezorgdheid, er was geen verwarring, er was geen gejaagdheid, er was geen …
Ze leefden samen in volle harmonie met God en alles om hen heen.
Rust en vrede waren de kenmerken van hun leven in de liefde van God.
Ze wisten zich geliefd, bemind, veilig, vertrouwd, waardevol en kostbaar.
Ze waren naakt, maar hadden er geen weet van.
Er was geen bedekking nodig, in geen enkel opzicht, want ze waren geborgen in de liefde van God, hun Schepper.
Dan gebeurt er iets dat hun leven voorgoed verandert.
Niets zou meer hetzelfde zijn.
Ze lieten zich door de duivel verleiden tot zonde; voor een moment vergaten ze wat God had gezegd en het werd hun ondergang.
Verbroken was hun intieme relatie met God.
Verbroken was de diepe rust en vrede in hun hart en leven.
Verbroken was de liefdesrelatie met God, hun Schepper.
Verbroken was de liefde waarin zij rustten, leefden en wandelden.
Angst en schaamte namen de plaats in van vrede, rust en veiligheid.
Angst en schaamte namen de plaats in van liefde en geborgenheid.
Angst en schaamte maakten dat zij zich verstopten voor hun Maker.
Voorbij was de gaafheid, de volmaaktheid, de volledigheid, de vlekkeloosheid van/in hun relatie met God.
‘Bij het opsteken van de avondwind hoorden ze God, de Heer, door de tuin lopen en zij verborgen zich voor hem tussen de bomen.’
Gen. 3:8
Voorbij …
Ook in het leven van koning Saul zien we dit terug.
Saul was door God aangesteld als koning over Israël; Zijn Geest rustte op Hem (1 Sam. 10:6,9,10)
Toen God echter Zijn Geest van Saul weer had weggenomen (1 Sam. 16:14), werd het leven van Saul rusteloos; nooit heeft hij meer rust gevonden.
Angst ging zijn leven beheersen.
Slechts op de momenten dat David speelde werd hij rustig. (1 Sam. 16:23)
Voorbij …
Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!
Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God …
Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij?
Hoop op God …
Mijn ziel verlangt, ja, bezwijkt zelfs van verlangen naar de voorhoven van de HEERE, mijn hart en mijn lichaam roepen het uit tot de levende God.
Mijn ziel wacht op de HEERE, meer dan wachters op de morgen, wachters op de morgen.
O God, U bent mijn God!
U zoek ik vroeg in de morgen; mijn ziel dorst naar U, mijn lichaam verlangt naar U in een land, dor en dorstig, zonder water.
Voorwaar, ik heb mijn ziel tot rust en tot stilte gebracht, als een kind dat de borst ontwend is, bij zijn moeder, mijn ziel is in mij als een kind dat de borst ontwend is.
Laat mij vroeg in de ochtend uw liefde vernemen, want ik stel mijn vertrouwen in U.
Wijs mij de weg die ik moet gaan: naar U gaat mijn verlangen uit.
Alleen bij God is stilte voor mijn ziel, …
Alleen bij God: wees stil, mijn ziel, …
Alleen Hij is …
Ps. 42:2,3,6; Ps. 84:3; Ps. 130:6; Ps. 63:2; Ps. 131:2; Ps. 143;8;
Ps. 62:2,6,7
De Psalmisten, onder wie David, omschrijven op bijzondere wijze het verlangen naar God, wat in principe in ieder mens aanwezig is.
Hoewel velen dit niet zullen erkennen, blijkt uit het getuigenis van velen die eerst zonder God leefden en vervolgens God leerden kennen, dat hun leven nu pas de rust heeft gevonden waar ze zo naar op zoek waren, waar ze zo naar verlangden.
Rust in de liefde van God voor hen.
Augustinus was één van hen!
In de Here Jezus heeft God het mogelijk gemaakt om ook opnieuw te kunnen rusten in Zijn liefde.
God Zelf heeft er voor gezorgd, dat de verbroken relatie met Hem, geheeld kan worden.
Zijn liefde voor ons mensen, het maaksel van Zijn hand, is zo ontzettend groot, dat Hij Zijn Zoon heeft overgegeven om voor ons te lijden en te sterven voor onze zonden.
De angst en schaamte die deel van ons leven waren geworden nadat Adam en Eva gezondigd hadden, en alles wat daar weer uit voortvloeide, kunnen weer omgezet worden in vrede en rust, in veiligheid en geborgenheid.
De naaktheid van de mens, die hem kwetsbaar maakt en waardeloos en onvolmaakt doet voelen, wordt bedekt met het Kleed van Rechtvaardigheid, dat Jezus over zijn schouders legt.
Zijn vergoten bloed wast schoon, reinigt, heelt en herstelt in ere.
Gaafheid, volmaaktheid, vlekkeloosheid, neemt de plaats in van angst en schaamte over hun naaktheid.
De liefde van Jezus, van God, heelt en brengt genezing en herstel.
Het hart dat ziek was, wordt weer gezond.
Er kan weer gewandeld worden in de koele bries van Gods liefde.
Overgave is het geheim van rusten in Gods liefde.
Gehoorzaamheid is weer het geheim van overgave.
Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede …
Het net als Jezus (willen) leren door lijden heen …
Jezus was die Hij was, kon zijn wie Hij was, doordat Hij één was met God, Zijn Vader; Zijn wil stond in alles voorop.
In Zijn liefde rustte Hij, in Zijn wil leefde Hij.
‘Dit is Mijn geliefde Zoon!’
Zijn woord is waarheid.
Zijn beloften komt Hij na.
Zijn genade is onze redding.
Zijn liefde de verzadiging voor onze ziel.
Lieve Vader in de hemel, lieve Heer Jezus, woorden ontbreken mij eigenlijk om te spreken.
Ik neem een moment van stil te worden in Uw helende liefde en tot mij door te laten dringen wat U, Heer Jezus voor mij hebt gedaan en wat dat allemaal betekent en tot gevolg heeft.…..
In U, en U alleen, o Vader, ligt de volheid van mijn leven, de rust voor mijn ziel.
Alleen door U, Heer Jezus, alleen door Uw volbrachte werk, kan ik deze verzadigende liefde ontvangen en zo de rust vinden voor mijn ziel.
Ik verlang als de Psalmist te wonen in Uw voorhoven.
Ik verlang naar Uw allesomvattende liefde.
De rust voor mijn ziel, Uw Shalom in mijn hart.
Heer Jezus, U bent de liefde van mijn leven; de rust die mijn ziel zocht.
Alleen bij U, o God, ben ik als het gespeende kind, dat rust heeft gevonden in de armen van zijn moeder.
In U leef ik, beweeg ik, is mijn bestaan.
Als ik mijn ogen sluit, is het alsof ik wandel in de koele avondbries met U.
Dank U wel, Heer Jezus, dank U wel, lieve Vader.
Dank U wel.
- Amen -
'…, opdat de liefde waarmee U Mij hebt liefgehad, in hen is,
en Ik in hen.'Johannes 17:26
In de stilte van dit moment;
in de ontzagwekkende diepte
die in deze woorden ligt,
komt mijn ziel tot rust
in de verzadigende liefde van Hem,
die, door Jezus,
ook mijn Vader is.
In de stilte van dit moment;
in de ontzagwekkende diepte
die in deze woorden ligt,
wordt mijn ziel geheeld,
mijn hart gezond;
weg is elk gemis.
In de stilte van dit moment;
in de ontzagwekkende diepte
die in deze woorden ligt,
heeft mijn ziel
haar rust gevonden.
Kostbaar en waardevol,
gaaf en volmaakt.
Door het bloed van Jezus
verdween elke duisternis.
In de stilte van dit moment;
in de ontzagwekkende diepte
die in deze woorden ligt,
is mijn ziel tot rust gekomen
in Hem die Liefde is.
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
zondag 23 juni 2013
Week 26 - Berouw
'Ik, Ik ben het Die uw overtredingen uitdelgt omwille van Mijzelf,
en aan uw zonden denk Ik niet.'
HSV
'Ik ben je niets verplicht, maar dan ook niets.
Het is pure goedheid dat Ik je opstandigheid vergeef,
niet terugkom op je zonden.'
GNB
Jesaja 43:25
Drie dingen komen in mijn gedachten, namelijk een woord van David: ‘Ik ken mijn overtredingen; mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.’ (Psalm 51:5), een filmpje van Carman genaamd ‘The courtroom’ en een tekst uit Micha (Micha 7:19b) waar staat: ‘…, ja, U zult al hun zonden werpen in de diepten van de zee.’
De eerste tekst is verbonden met de titel/thema, het filmpje en de tekst uit Micha met de tekst en wat er op het kalendertje staat.
Wat er op het kalendertje staat komt op het volgende neer: Als wij dicht bij God wandelen, zullen de inspanningen van de aanklager te vergeefs zijn, want God zal Zich onze zonden niet herinneren tegen de tijd dat de boze in de hemel komt met zijn aanklachten tegen ons.
Berouw
‘Ik ken mijn overtredingen; mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.’
Ik heb hier al weleens vaker over geschreven, het is een tekst die mij diep raakt; die mij wijst op het belang van belijden en berouw hebben.
Deze Psalm heeft David geschreven nadat de Profeet Nathan hem gewezen had op zijn overspel met Bathseba en zijn aandeel in de dood van Uria. (2 Samuël 11)
Deze Psalm wordt ook wel een boetpsalm genoemd.
Een Psalm waarin David zijn schuld erkent, belijdt en smeekt om vergeving.
David heeft niet alleen maar spijt van wat hij heeft gedaan.
Het is bij hem geen kwestie van: ‘sorry, Heer, ik heb iets gedaan wat niet mocht, maar wilt U mij vergeven,’ maar er is er sprake van diep en oprecht berouw over zijn zonde.
Hoewel spijt en berouw ook naar elkaar verwijzen als je kijkt naar wat ze betekenen, toch is er weldegelijk een verschil het ergens spijt van hebben en berouw hebben.
Spijt is het gevoel hebben dat je iets niet had moeten doen; het jammer vinden omdat je iets verkeerd hebt gedaan.
Berouw is naast (erge) spijt over iets dat je verkeerd hebt gedaan ook boetvaardigheid, inkeer, bekering, hartknaging.
En deze woorden, deze betekenissen, vind je niet terug bij spijt.
Mijns inziens gaat berouw dieper dan spijt; ben je met berouw altijd bewust van de diepte van je zonde, terwijl spijt meerdere kanten op kan.
We zeggen soms zo makkelijk ‘het spijt me’, maar spijt het ons dan werkelijk?
Hebben we dan ook spijt in de zin van berouw over wat we verkeerd hebben gedaan?
Als ik iemand vergeten ben om een mailtje te sturen terwijl ik het belooft had, dan zeg ik ‘sorry, het spijt me; vergeef me’, maar doorgaans houdt het daar bij op.
Tenzij het heel belangrijk was en het misschien de ander schade berokkent heeft of emotioneel heel erg raakt, dan kan het zijn dat het diep in mijn hart gaat knagen en mijn spijt verandert in berouw.
Dan is er ook geen ‘sorry, het spijt me’ meer naar die ander toe, maar vanuit een diepe pijn vanuit mijn hart, in alle ootmoed en nederigheid, bekennen; ik ben fout geweest, dit had niet mogen gebeuren. Ik zie wat het je doet, gedaan heeft, en het doet mij pijn en verdriet. Ik zal er alles aan doen zodat het niet weer gebeurt.
Het is vanuit deze hartsgesteldheid dat David naar God toegaat en deze woorden spreekt.
Ik ken mijn overtredingen; o, hij besefte zo goed wat hij had gedaan.
Mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen; hij kon aan niets anders meer denken dan aan wat hij verkeerd had gedaan en alleen als God hem zou vergeven, zou hij weer verder kunnen.
David besefte dat wat hij had gedaan scheiding had gebracht tussen hem en God en hij kon niet meer verder voordat God hem zijn zonde zou vergeven.
Het is geen goedkoop ‘het spijt me, God’, maar een berouw vanuit het diepst van zijn hart.
Hij wist dat hij verkeerd was geweest.
Hij wist wat hij verkeerd had gedaan.
Hij kon het bij name noemen; ook al was het pas nadat de profeet Nathan hem erop gewezen had.
Hij accepteerde Gods straf.
Hieraan kunnen we ook zien dat God soms andere mensen gebruikt om ons op onze zonde te wijzen.
Diep in ons hart kunnen we weten dat iets niet goed is, maar ons er tegelijk voor afsluiten.
God kan dan door andere heen ons terechtwijzen.
Dit omdat Hij weet dat het ons anders steeds verder van Hem verwijdert en dat wil Hij niet.
Hij houdt zo onnoemelijk veel van ons, dat Hij van Zijn kant er alles aan gedaan heeft, en doet, om de relatie tussen Hem en ons in orde te houden.
Maar Hij verlangt ook van ons dat wij doen wat Hij van ons vraagt.
David betaalde een hoge prijs voor zijn overspel met Bathseba.
Het zoontje dat geboren werd uit dit samenzijn, stierf.
Maar ook voor de rest van zijn leven had dit overspel met Bathseba gevolgen.
Je kunt het nalezen in (2 Samuël 12)
Het zijn deze woorden van David die mij tot nadenken hebben gestemd over hoe het ervoor staat met mijzelf.
Hoe zit het met mij, met mijn berouw, of voel ik alleen maar spijt over mijn zonde?
Knaagt mijn hart over mijn zonde?
Brengt mijn zonde mij tot inkeer, tot bekering van?
Soms kan mij dit dwars zitten, ervaar ik eigenlijk helemaal geen berouw over de zonden die ik doe.
Ja, als ik echt iets specifieks weet, dan komt dat echte diepe berouw om de hoek, maar gewoon zo, na een gewone dag, zonder opzienbarende gebeurtenissen, dan belijd ik aan Hem dat ik gezondigd heb, maar dat ik soms eigenlijk niet eens weet welke zonden ik heb gedaan.
Ik belijd, omdat ik weet dat ik zonden ontvangen en geboren ben.
En dan ben ik zo blij met weer andere woorden van David uit Psalm 19:13, ook die heb ik vaker genoemd: ‘Zuiver mij van mijn verborgen zonden, want iedereen maakt fouten zonder het te weten.’
Ik weet, de Here Jezus is voor mijn (onze) zonden gestorven aan het kruis op Golgotha.
Ik ben gekocht en betaald met Zijn bloed.
Ik ben vergeven en mijn toegang tot de troon van genade is vrij.
De aanklager kan naar God toe gaan en alles wat ik verkeerd heb gedaan aan God voorhouden, maar het Bloed van de Here Jezus heeft mij gereinigd, en reinigt mij, van alle zonden en de aanklager zal tandenknarsend afdruipen, omdat God mijn zonden niet meer ziet als ik ze beleden heb.
Want als ik gezondigd heb, zal ik mijn zonde ook moeten belijden, anders zal het tussen God en mij blijven staan.
Ik kan geen overspel plegen, of stelen of een moord begaan, en verder leven omdat ik vergeven ben met dat ik Hem heb aangenomen als mijn Heer en Heiland.
Ik kan niet roddelen, verkeerde bladen lezen, computerspelletjes/-pagina’s bekijken zonder dat het scheiding brengt tussen Hem en mij.
Alleen belijden en berouw zullen vergeving geven.
Al met al doen deze woorden van David mij beseffen hoe belangrijk berouw hebben over zonde voor God is en het doet mij mijzelf uitstrekken naar een echt berouwvol hart.
Naar een verlangen dat God mij mijn zonde voor ogen geeft en een oprecht berouw, meer dan een ‘het spijt me, Heer, ik heb het weer verkeerd gedaan’.
Welk een vreugde komt er dan ook, want het is door het offer van Zijn Zoon, onze Here Jezus Christus, dat er vergeving is.
(Zie bijv. Mattheüs 26 en volgende hoofdstukken)
En het is niet zomaar een vergeving, niet een ‘ik vergeef je’ en het komt later als er weer iets verkeerd gaat, terug om opnieuw voor je voeten geworpen te worden.
Het is niet zomaar een vergeving, omdat de ander een bepaalde verplichting naar je heeft.
Het is niet zomaar een vergeving, het is VERGEVING!
Een niet meer denken aan!
Weggedaan in de diepten van de zee! (Micha 7:19b)
Vergeten!
Het is Vergeving uit Genade!
Onverdiend!
Om Zijnentwil!
Pure goedheid!
Pure liefde!
Pure Genade!
Welk een vreugde komt er dan ook, want het is het grootste en mooiste geschenk dat iemand ooit kan geven.
Niets heeft meer waarde, niets is kostbaarder, dan Zijn geschenk van genade aan ons.
Welk een vreugde komt er dan ook, want Hij is onze zonde vergeten.
Ja, echt helemaal vergeten.
Nooit zal Hij meer terugkomen op zonden die zijn beleden en waar Hij vergeving over heeft gegeven.
Nooit meer.
Wij mensen hebben nogal eens de neiging om te ‘vergeven’, maar als er dan weer iets gebeurt het met dezelfde vaart weer iemand voor de voeten te gooien,
Ja, maar toen …
Maar God niet!
Hij vergeeft en vergeet.
Corrie ten Boom zei altijd bij de tekst uit Micha; Hij zet er een bordje bij: ‘Verboden te vissen’.
En zo komt het, dat als wij dicht bij God wandelen, de inspanningen van de aanklager te vergeefs zullen zijn, want God zal Zich onze zonden niet herinneren tegen de tijd dat de boze in de hemel komt met zijn aanklachten tegen ons.
Want dicht bij God wandelen, dicht bij Hem leven, maakt ons bewust van onze zonden en doet ons onze zonden belijden.
En Gods woord zegt dan: ‘Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.’
1 Johannes 1:9
Lieve Vader in de hemel, wat een prachtig woord om het stukje mee te mogen besluiten.
Dank U wel, voor Uw liefde en genade, voor Uw goedheid en Uw trouw.
Mijn woorden schieten te kort, Vader, als ik U wil danken, loven en prijzen om wie U bent en om alles wat U heeft gedaan en doet.
Het is zo onbegrijpelijk.
Zo onvoorstelbaar.
Zo …
Lieve Vader, dank U wel, voor wie U bent; dat U bent die U bent.
Help mij, Vader, om te leren leven naar Uw wil, naar Uw geboden; vanuit mijzelf kan ik het niet.
Help mij ook, als de boze mij steeds opnieuw reeds vergeven zonden voorhoudt.
Laat mij opstaan en hem wijzen op Uw woord waarin U Zelf zegt dat als U vergeeft, U er ook niet meer aan denkt.
Dat U mijn zonden wegdoet in de diepten van de zee.
Hij heeft geen poot om op te staan; laten we ons daar toch van bewust zijn, bewust worden en gaan leven vanuit Uw kracht in ons, vanuit Uw woord.
Dank U, Vader, ik prijs Uw heilige Naam.
Ik loof U, want U bent waardig om mijn lof en aanbidding te ontvangen.
Niet alleen door mijn woorden, maar ook door mijn leven.
Ik wil dicht bij U wandelen, dicht bij U leven.
Help mij daarbij, Vader.
In Jezus’ Naam.
- Amen -
Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Pure goedheid, liefde en genade,
giet Hij uit over mij.
Welk een lessen mag ik leren
met het luisteren naar Zijn stem.
Welk een veilige plek is het gaan
met Hem dagelijks aan mijn zij.
Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Hoe heerlijk is het te mogen weten:
al mijn zonden zijn vergeven.
Welk een liefde en genade
klinkt er door in Zijn stem,
als Hij spreekt en tot mij zegt:
‘Ik ben bij je elke dag van je leven.’
Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Hoe heerlijk is het te wandelen
met Hem aan mijn zij.
Welk een rust en vrede ligt er
in het luisteren naar Zijn stem.
Welk een kracht in het weten:
op al mijn wegen leidt Hij mij!
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
en aan uw zonden denk Ik niet.'
HSV
'Ik ben je niets verplicht, maar dan ook niets.
Het is pure goedheid dat Ik je opstandigheid vergeef,
niet terugkom op je zonden.'
GNB
Jesaja 43:25
Drie dingen komen in mijn gedachten, namelijk een woord van David: ‘Ik ken mijn overtredingen; mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.’ (Psalm 51:5), een filmpje van Carman genaamd ‘The courtroom’ en een tekst uit Micha (Micha 7:19b) waar staat: ‘…, ja, U zult al hun zonden werpen in de diepten van de zee.’
De eerste tekst is verbonden met de titel/thema, het filmpje en de tekst uit Micha met de tekst en wat er op het kalendertje staat.
Wat er op het kalendertje staat komt op het volgende neer: Als wij dicht bij God wandelen, zullen de inspanningen van de aanklager te vergeefs zijn, want God zal Zich onze zonden niet herinneren tegen de tijd dat de boze in de hemel komt met zijn aanklachten tegen ons.
Berouw
‘Ik ken mijn overtredingen; mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.’
Ik heb hier al weleens vaker over geschreven, het is een tekst die mij diep raakt; die mij wijst op het belang van belijden en berouw hebben.
Deze Psalm heeft David geschreven nadat de Profeet Nathan hem gewezen had op zijn overspel met Bathseba en zijn aandeel in de dood van Uria. (2 Samuël 11)
Deze Psalm wordt ook wel een boetpsalm genoemd.
Een Psalm waarin David zijn schuld erkent, belijdt en smeekt om vergeving.
David heeft niet alleen maar spijt van wat hij heeft gedaan.
Het is bij hem geen kwestie van: ‘sorry, Heer, ik heb iets gedaan wat niet mocht, maar wilt U mij vergeven,’ maar er is er sprake van diep en oprecht berouw over zijn zonde.
Hoewel spijt en berouw ook naar elkaar verwijzen als je kijkt naar wat ze betekenen, toch is er weldegelijk een verschil het ergens spijt van hebben en berouw hebben.
Spijt is het gevoel hebben dat je iets niet had moeten doen; het jammer vinden omdat je iets verkeerd hebt gedaan.
Berouw is naast (erge) spijt over iets dat je verkeerd hebt gedaan ook boetvaardigheid, inkeer, bekering, hartknaging.
En deze woorden, deze betekenissen, vind je niet terug bij spijt.
Mijns inziens gaat berouw dieper dan spijt; ben je met berouw altijd bewust van de diepte van je zonde, terwijl spijt meerdere kanten op kan.
We zeggen soms zo makkelijk ‘het spijt me’, maar spijt het ons dan werkelijk?
Hebben we dan ook spijt in de zin van berouw over wat we verkeerd hebben gedaan?
Als ik iemand vergeten ben om een mailtje te sturen terwijl ik het belooft had, dan zeg ik ‘sorry, het spijt me; vergeef me’, maar doorgaans houdt het daar bij op.
Tenzij het heel belangrijk was en het misschien de ander schade berokkent heeft of emotioneel heel erg raakt, dan kan het zijn dat het diep in mijn hart gaat knagen en mijn spijt verandert in berouw.
Dan is er ook geen ‘sorry, het spijt me’ meer naar die ander toe, maar vanuit een diepe pijn vanuit mijn hart, in alle ootmoed en nederigheid, bekennen; ik ben fout geweest, dit had niet mogen gebeuren. Ik zie wat het je doet, gedaan heeft, en het doet mij pijn en verdriet. Ik zal er alles aan doen zodat het niet weer gebeurt.
Het is vanuit deze hartsgesteldheid dat David naar God toegaat en deze woorden spreekt.
Ik ken mijn overtredingen; o, hij besefte zo goed wat hij had gedaan.
Mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen; hij kon aan niets anders meer denken dan aan wat hij verkeerd had gedaan en alleen als God hem zou vergeven, zou hij weer verder kunnen.
David besefte dat wat hij had gedaan scheiding had gebracht tussen hem en God en hij kon niet meer verder voordat God hem zijn zonde zou vergeven.
Het is geen goedkoop ‘het spijt me, God’, maar een berouw vanuit het diepst van zijn hart.
Hij wist dat hij verkeerd was geweest.
Hij wist wat hij verkeerd had gedaan.
Hij kon het bij name noemen; ook al was het pas nadat de profeet Nathan hem erop gewezen had.
Hij accepteerde Gods straf.
Hieraan kunnen we ook zien dat God soms andere mensen gebruikt om ons op onze zonde te wijzen.
Diep in ons hart kunnen we weten dat iets niet goed is, maar ons er tegelijk voor afsluiten.
God kan dan door andere heen ons terechtwijzen.
Dit omdat Hij weet dat het ons anders steeds verder van Hem verwijdert en dat wil Hij niet.
Hij houdt zo onnoemelijk veel van ons, dat Hij van Zijn kant er alles aan gedaan heeft, en doet, om de relatie tussen Hem en ons in orde te houden.
Maar Hij verlangt ook van ons dat wij doen wat Hij van ons vraagt.
David betaalde een hoge prijs voor zijn overspel met Bathseba.
Het zoontje dat geboren werd uit dit samenzijn, stierf.
Maar ook voor de rest van zijn leven had dit overspel met Bathseba gevolgen.
Je kunt het nalezen in (2 Samuël 12)
Het zijn deze woorden van David die mij tot nadenken hebben gestemd over hoe het ervoor staat met mijzelf.
Hoe zit het met mij, met mijn berouw, of voel ik alleen maar spijt over mijn zonde?
Knaagt mijn hart over mijn zonde?
Brengt mijn zonde mij tot inkeer, tot bekering van?
Soms kan mij dit dwars zitten, ervaar ik eigenlijk helemaal geen berouw over de zonden die ik doe.
Ja, als ik echt iets specifieks weet, dan komt dat echte diepe berouw om de hoek, maar gewoon zo, na een gewone dag, zonder opzienbarende gebeurtenissen, dan belijd ik aan Hem dat ik gezondigd heb, maar dat ik soms eigenlijk niet eens weet welke zonden ik heb gedaan.
Ik belijd, omdat ik weet dat ik zonden ontvangen en geboren ben.
En dan ben ik zo blij met weer andere woorden van David uit Psalm 19:13, ook die heb ik vaker genoemd: ‘Zuiver mij van mijn verborgen zonden, want iedereen maakt fouten zonder het te weten.’
Ik weet, de Here Jezus is voor mijn (onze) zonden gestorven aan het kruis op Golgotha.
Ik ben gekocht en betaald met Zijn bloed.
Ik ben vergeven en mijn toegang tot de troon van genade is vrij.
De aanklager kan naar God toe gaan en alles wat ik verkeerd heb gedaan aan God voorhouden, maar het Bloed van de Here Jezus heeft mij gereinigd, en reinigt mij, van alle zonden en de aanklager zal tandenknarsend afdruipen, omdat God mijn zonden niet meer ziet als ik ze beleden heb.
Want als ik gezondigd heb, zal ik mijn zonde ook moeten belijden, anders zal het tussen God en mij blijven staan.
Ik kan geen overspel plegen, of stelen of een moord begaan, en verder leven omdat ik vergeven ben met dat ik Hem heb aangenomen als mijn Heer en Heiland.
Ik kan niet roddelen, verkeerde bladen lezen, computerspelletjes/-pagina’s bekijken zonder dat het scheiding brengt tussen Hem en mij.
Alleen belijden en berouw zullen vergeving geven.
Al met al doen deze woorden van David mij beseffen hoe belangrijk berouw hebben over zonde voor God is en het doet mij mijzelf uitstrekken naar een echt berouwvol hart.
Naar een verlangen dat God mij mijn zonde voor ogen geeft en een oprecht berouw, meer dan een ‘het spijt me, Heer, ik heb het weer verkeerd gedaan’.
Welk een vreugde komt er dan ook, want het is door het offer van Zijn Zoon, onze Here Jezus Christus, dat er vergeving is.
(Zie bijv. Mattheüs 26 en volgende hoofdstukken)
En het is niet zomaar een vergeving, niet een ‘ik vergeef je’ en het komt later als er weer iets verkeerd gaat, terug om opnieuw voor je voeten geworpen te worden.
Het is niet zomaar een vergeving, omdat de ander een bepaalde verplichting naar je heeft.
Het is niet zomaar een vergeving, het is VERGEVING!
Een niet meer denken aan!
Weggedaan in de diepten van de zee! (Micha 7:19b)
Vergeten!
Het is Vergeving uit Genade!
Onverdiend!
Om Zijnentwil!
Pure goedheid!
Pure liefde!
Pure Genade!
Welk een vreugde komt er dan ook, want het is het grootste en mooiste geschenk dat iemand ooit kan geven.
Niets heeft meer waarde, niets is kostbaarder, dan Zijn geschenk van genade aan ons.
Welk een vreugde komt er dan ook, want Hij is onze zonde vergeten.
Ja, echt helemaal vergeten.
Nooit zal Hij meer terugkomen op zonden die zijn beleden en waar Hij vergeving over heeft gegeven.
Nooit meer.
Wij mensen hebben nogal eens de neiging om te ‘vergeven’, maar als er dan weer iets gebeurt het met dezelfde vaart weer iemand voor de voeten te gooien,
Ja, maar toen …
Maar God niet!
Hij vergeeft en vergeet.
Corrie ten Boom zei altijd bij de tekst uit Micha; Hij zet er een bordje bij: ‘Verboden te vissen’.
En zo komt het, dat als wij dicht bij God wandelen, de inspanningen van de aanklager te vergeefs zullen zijn, want God zal Zich onze zonden niet herinneren tegen de tijd dat de boze in de hemel komt met zijn aanklachten tegen ons.
Want dicht bij God wandelen, dicht bij Hem leven, maakt ons bewust van onze zonden en doet ons onze zonden belijden.
En Gods woord zegt dan: ‘Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.’
1 Johannes 1:9
Lieve Vader in de hemel, wat een prachtig woord om het stukje mee te mogen besluiten.
Dank U wel, voor Uw liefde en genade, voor Uw goedheid en Uw trouw.
Mijn woorden schieten te kort, Vader, als ik U wil danken, loven en prijzen om wie U bent en om alles wat U heeft gedaan en doet.
Het is zo onbegrijpelijk.
Zo onvoorstelbaar.
Zo …
Lieve Vader, dank U wel, voor wie U bent; dat U bent die U bent.
Help mij, Vader, om te leren leven naar Uw wil, naar Uw geboden; vanuit mijzelf kan ik het niet.
Help mij ook, als de boze mij steeds opnieuw reeds vergeven zonden voorhoudt.
Laat mij opstaan en hem wijzen op Uw woord waarin U Zelf zegt dat als U vergeeft, U er ook niet meer aan denkt.
Dat U mijn zonden wegdoet in de diepten van de zee.
Hij heeft geen poot om op te staan; laten we ons daar toch van bewust zijn, bewust worden en gaan leven vanuit Uw kracht in ons, vanuit Uw woord.
Dank U, Vader, ik prijs Uw heilige Naam.
Ik loof U, want U bent waardig om mijn lof en aanbidding te ontvangen.
Niet alleen door mijn woorden, maar ook door mijn leven.
Ik wil dicht bij U wandelen, dicht bij U leven.
Help mij daarbij, Vader.
In Jezus’ Naam.
- Amen -
Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Pure goedheid, liefde en genade,
giet Hij uit over mij.
Welk een lessen mag ik leren
met het luisteren naar Zijn stem.
Welk een veilige plek is het gaan
met Hem dagelijks aan mijn zij.
Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Hoe heerlijk is het te mogen weten:
al mijn zonden zijn vergeven.
Welk een liefde en genade
klinkt er door in Zijn stem,
als Hij spreekt en tot mij zegt:
‘Ik ben bij je elke dag van je leven.’
Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Hoe heerlijk is het te wandelen
met Hem aan mijn zij.
Welk een rust en vrede ligt er
in het luisteren naar Zijn stem.
Welk een kracht in het weten:
op al mijn wegen leidt Hij mij!
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
zondag 16 juni 2013
Week 25 - Volharding
'Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaam geweest bent, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veelmeer in mijn afwezigheid, werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.'
HSV
'Mijn dierbare vrienden, u bent altijd gehoorzaam geweest. Wees het niet alleen wanneer ik aanwezig ben, maar ook en des te meer nu ik afwezig ben. Werk aan uw heil in diep ontzag voor God, want Hij is het, die in u werkzaam is en u in staat stelt te willen en te doen wat in overeenstemming is met Zijn plan.'
GNB
Filippenzen 2:12,13
Er zijn een paar mooie definities die precies weergeven wat volharding inhoudt.
* Het standvastig of koppig volhouden wat je begonnen bent.
* Vasthouden aan een opvatting of plan totdat het beoogde doel bereikt is.
* De wil om waar men mee begonnen is ten einde toe uit te voeren.
* Standvastig/standvastigheid
Automatisch gaan mijn gedachten dan naar de wedloop waar Paulus over schreef in 1 Korinthiërs 9:23-27:
‘Voor het evangelie doe ik alles, om er zelf ook deel aan te hebben.
U weet dat van alle atleten die in het stadion hardlopen, er maar één de prijs behaalt.
Loop dus zo dat u hem in de wacht sleept.
Mensen die deelnemen aan een wedstrijd, moeten zich van alles ontzeggen.
Zij doen dat om een krans te krijgen die verwelkt, maar wij doen het om een krans die onvergankelijk is.
Ik loop dan ook niet zomaar in het wilde weg; ik ben geen bokser die in de lucht slaat.
Nee, als ik loop ga ik tot het uiterste, ik dwing mijn lichaam te doen wat ik wil.
Anders heb ik wel anderen opgeroepen om deel te nemen, maar word ikzelf gediskwalificeerd.’
En in 2 Timotheüs 3:6-8 als het einde van zijn leven is gekomen:
'Wat mij aangaat, mijn bloed vloeit al, het uur van mijn heengaan is aangebroken.
Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop tot het einde gelopen, het geloof bewaard.
Wat mij nog wacht, is de prijs, de krans van de rechtvaardigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, mij zal omhangen op de grote dag, en niet alleen mij, maar ook allen die verlangend hebben uitgezien naar Zijn verschijning.’
Eerlijk gezegd heb ik nog nooit van mijn leven gesport.
Als kind mocht ik het niet en toen ik geld verdiende en op mijzelf woonde, kreeg ik al snel dermate problemen met mijn rug en gewrichten, dat het niet kon.
Ooit nog weleens jaren later wat fitness geprobeerd, maar mijn gewrichten accepteerden het niet en protesteerden binnen de kortste keren.
Ik heb het dus maar opgegeven.
Ik begrijp dus ook helemaal niets van mensen die in hun sport tot het uiterste gaan.
Sportverdwazing is het vaak in mijn ogen.
Maar aan de andere kant, ik heb wel dezelfde mentaliteit als het om mijn geloof gaat.
Zoals sport soms helemaal verweven is met het leven van sommige mensen, zo is God onlosmakend verbonden met mijn leven.
Al durf ik (nog) niet te beweren dat alles moet wijken voor Hem, zoals dat bij sommige mensen wel het geval is met sport.
Ik ben bang dat ik hier en daar (misschien nog wel meer daar dan hier) moet leren om zover te komen, maar mijn bereidheid is er.
Ach, mensen die een wedloop lopen, leren ook met vallen en opstaan, leren ook door te trainen.
Het belangrijkste aspect bij beiden is echter: volharding.
Zowel met een wedloop (en elke andere sport denk ik ook wel als je het op topniveau wilt beoefenen) heb je volharding nodig.
De top bereiken gaat nu eenmaal niet zonder slag of stoot; of je nu een marathon wilt lopen, een berg beklimmen of, jazeker, ook als je stand wilt houden in je geloof tot het einde.
De woorden van Paulus getuigen hiervan.
We zien in zijn woorden dat het aankomt op volharding.
Van alles ontzeggen …
Gaan tot het uiterste …
Zijn lichaam dwingen te doen wat hij wil …
Het zal duidelijk zijn, dat deze dingen laten zien dat het dus iets kost om te bereiken wat je bereiken wilt.
Het gaat niet zonder slag of stoot.
Paulus wilt hiermee aangeven dat de wedloop van het leven lopen niet zonder hindernissen zal zijn.
Zoals het een atleet veel ‘kost’ om een krans te kunnen winnen, zo zal het ook van een gelovige het een en ander vragen.
In het Nieuwe Testament staan verschillende teksten over volharding.
Ik zal er eens een paar geven.
Lucas 21:19
Door uw volharding zult u uw leven verkrijgen. (HSV)
(Red je leven door standvastigheid! – NBV))
Romeinen 5:3b,4
En niet alleen dat, nee, ook roemen wij in de verdrukkingen, wetend dat de verdrukking volharding bewerkt, de volharding gehardheid en gehardheid hoop; …
(NB)
(En dat niet alleen! We beroemen ons er ook op als we verdrukt worden. Want we weten dat verdrukking volharding brengt, en volharding brengt kracht, en kracht brengt hoop – GNB))
Hebreeën 10:36
Want u hebt volharding nodig, opdat u, na het volbrengen van de wil van God, de vervulling van de belofte zult verkrijgen. (HSV)
(Om de wil van God te doen en om te krijgen wat hij belooft, hebt u volharding nodig – GNB)
Jacobus 1:3
Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt, want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt. (HSV)
(Het moet u tot grote blijdschap stemmen, broeders en zusters, als u allerlei beproevingen* ondergaat. Want u weet: wanneer uw geloof op de proef wordt gesteld, leidt dat tot standvastigheid – NBV - *De SV, HSV, NBG en NB spreken van verzoekingen, NBV, GNB en WB spreken van beproevingen)
Jacobus 5:11
Zie, wij prijzen hen gelukzalig die volharden. U hebt gehoord van de volharding van Job, en u hebt de uitkomst van de Heere gezien, dat de Heere vol ontferming is en barmhartig. (HSV)
(We prijzen hen gelukkig, omdat ze hebben volgehouden. U hebt gehoord hoe Job volhield en u weet hoe de Heer hem ten slotte behandeld heeft. De Heer is immers rijk aan barmhartigheid en ontferming - GNB)
2 Petrus 1:5-7
En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis, aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht, aan de godsvrucht broederliefde en aan de broederliefde liefde voor iedereen. (HSV)
(Doe daarom uw uiterste best uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, deugdzaamheid met kennis, kennis met zelfbeheersing, zelfbeheersing met volharding, volharding met vroomheid, vroomheid met onderlinge vriendschap, vriendschap met liefde – GNB)
Door heel het Nieuwe Testament heen lezen we hoe belangrijk volharding is, maar ook dat het niet op een eenvoudige, makkelijke manier te verkrijgen is.
We zullen ons best ervoor moeten doen om het ons eigen te maken, om het te leren.
Het is niet echt leuk om te lezen dat volharding vaak geleerd wordt door verdrukking heen; dat ellende, verzoekingen, beproevingen van ons geloof nodig zijn om volharding te leren.
Maar Jacobus zegt dat we eigenlijk juist heel blij moeten zijn als we hier door heen gaan, omdat moeilijke omstandigheden, ellende, verdrukkingen ons de mogelijkheid geeft om te leren volharden en hij prijst iedereen gelukkig die volhoudt.
Waarom?
Omdat het uiteindelijk alles waard zal zijn.
Het zal ons leven redden.
We zullen de vervulling van de belofte ontvangen; een krans die niet verwelkt.
Paulus roept de Filippenzen op om, ook, er staat zelfs: nog wel meer nu hij niet bij hen is (wat dus ook voor ons betekent, als niemand ziet wat we doen), gehoorzaam te blijven, te blijven volharden op de ingeslagen weg.
Werk aan uw zaligheid, uw redding, zegt hij met vrees en beven, met diep ontzag voor God.
Betekent dit dan toch dat onze redding van onszelf afhangt en niet van het offer van de Here Jezus?
Nee, zeker niet.
In Mattheüs 24:10 staat: ‘En dan zullen er velen struikelen en zij zullen elkaar overleveren en elkaar haten.’
Een andere vertaling zegt: ‘Velen zullen hun geloof verliezen.’
Matthew Henry zegt een paar dingen die het overdenken waard zijn:
‘Tijden van lijden zijn schokkende tijden.
Wie met mooi weer staande bleef, valt in de storm.
Velen zullen Christus in de zonneschijn volgen, maar zullen zichzelf redden op een bewolkte, donkere dag en Hem Zichzelf laten redden.
Tijden van vervolging zijn tijden van ontdekking.’
Ik wil met mijn schrijven niemand ontmoedigen of bang maken, maar wel laten zien dat het Gods woord zelf is, dat ons waarschuwt voor moeilijke tijden, voor verdrukking, voor ellende en ons aanspoort om ons toe te leggen om te leren volharden.
Om niet op te geven als er stormen komen in ons leven.
Hoe belangrijk dit ook is.
Maar God bemoedigd ons ook; Hij laat ons niet alleen in onze strijd.
‘Laten we het oog gericht houden op Jezus, die ons op de weg van het geloof voorgegaan is en ons naar de volmaaktheid brengt.
Om de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij het kruis op Zich genomen en de schande niet geteld.
Nu zit Hij aan de rechterzijde van de troon van God.
Denk aan Hem die zoveel tegenwerking van zondaars heeft verduurd.
Dat zal u helpen de moed niet te verliezen en de strijd niet op te geven.’
Hebreeën 12:2,3
Lieve Vader in de hemel.
Er staat nog zoveel meer in Uw woord over volharding en alles wat daar mee samenhangt.
Ik heb het gevoel nog maar een fractie daarvan te hebben overdacht.
Maar ik dank U, voor wat ik hier al van mocht leren.
Ik dank U voor de aansporing die hier in doorklinkt.
Ik dank U voor de bemoediging en de troost.
Ik dank U ook voor de vreugde die ik mag ervaren door het zien ver boven de omstandigheden van ons leven momenteel uit.
Vreugde in wat het leren volharden uitwerkt; vreugde om wat er straks op mij, op ons wacht als we volhouden tot het einde.
Ik bid U, Vader, voor een ieder wiens leven uit verdrukking en ellende bestaat en die het daardoor zo moeilijk hebben en het haast niet meer zien zitten.
O, dat zij toch bemoedigd mogen worden door Uw woord, aangespoord door Uw liefde en genade om vol te houden.
Ontferm U over hen, als zij dreigen te bezwijken.
Houdt vast, Vader, wat U toebehoort.
Uw woord zegt: ‘Het geknakte riet zal Hij niet breken, de walmende vlaspit niet doven.’
‘Ik ben met je, iedere dag,’ zijn Uw woorden Heer Jezus, ‘tot aan de voltooiing van de wereld.’
O, dat we allen dit toch ook mogen ervaren, naast dat we het weten, opdat we gesterkt en bemoedigd zullen worden en daardoor beter in staat zullen zijn om vol te houden.
Laat als Uw woord verkondigd wordt, HEERE, ook daarin doorklinken dat het leven van een kind van U, niet alleen een leven is van voorspoed en zegen, waardoor ze als het moeilijk wordt, er verdrukking komt, teleurgesteld raken en ontmoedigd, of misschien zelfs opgeven omdat ze er niet op waren voorbereid en het niet lijkt te kloppen met hun Godsbeeld.
Help ons, HEER, om tot het einde toe vol te houden, hoe moeilijk en zwaar onze weg ook is.
We hebben U nodig, Uw kracht, Uw troost, Uw liefde, Uw genade.
Om straks eens en voor altijd bij U te mogen zijn, in het land overvloeiende van melk en honing; waar geen rouw meer is of pijn, tranen of verdriet.
Waar U ons verwelkomt met de liefdevolle woorden: ‘Goed gedaan, mijn trouwe dienstknecht.
In Jezus’ Naam bid ik U dit alles.
- Amen -
Lieve Vader,
neem mij bij de hand en breng mij
naar de eindstreep van de wedloop van dit leven.
Zonder Uw hulp houd ik het niet vol,
ben ik bang dat ik het op zal geven.
Help mij, Vader,
het einddoel voor ogen te houden,
te zien op wat mij aan de eindstreep wacht.
leer mij volharden tot het einde toe,
wees daarin mijn hulp, sterkte en kracht.
Leer mij, Vader,
mijn oog gericht te houden op Jezus,
die mij in alles is voorgegaan.
Dat zal mij helpen de moed niet te verliezen,
maar vol te houden tot U zegt: ‘Goed gedaan!’
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
HSV
'Mijn dierbare vrienden, u bent altijd gehoorzaam geweest. Wees het niet alleen wanneer ik aanwezig ben, maar ook en des te meer nu ik afwezig ben. Werk aan uw heil in diep ontzag voor God, want Hij is het, die in u werkzaam is en u in staat stelt te willen en te doen wat in overeenstemming is met Zijn plan.'
GNB
Filippenzen 2:12,13
Er zijn een paar mooie definities die precies weergeven wat volharding inhoudt.
* Het standvastig of koppig volhouden wat je begonnen bent.
* Vasthouden aan een opvatting of plan totdat het beoogde doel bereikt is.
* De wil om waar men mee begonnen is ten einde toe uit te voeren.
* Standvastig/standvastigheid
Automatisch gaan mijn gedachten dan naar de wedloop waar Paulus over schreef in 1 Korinthiërs 9:23-27:
‘Voor het evangelie doe ik alles, om er zelf ook deel aan te hebben.
U weet dat van alle atleten die in het stadion hardlopen, er maar één de prijs behaalt.
Loop dus zo dat u hem in de wacht sleept.
Mensen die deelnemen aan een wedstrijd, moeten zich van alles ontzeggen.
Zij doen dat om een krans te krijgen die verwelkt, maar wij doen het om een krans die onvergankelijk is.
Ik loop dan ook niet zomaar in het wilde weg; ik ben geen bokser die in de lucht slaat.
Nee, als ik loop ga ik tot het uiterste, ik dwing mijn lichaam te doen wat ik wil.
Anders heb ik wel anderen opgeroepen om deel te nemen, maar word ikzelf gediskwalificeerd.’
En in 2 Timotheüs 3:6-8 als het einde van zijn leven is gekomen:
'Wat mij aangaat, mijn bloed vloeit al, het uur van mijn heengaan is aangebroken.
Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop tot het einde gelopen, het geloof bewaard.
Wat mij nog wacht, is de prijs, de krans van de rechtvaardigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, mij zal omhangen op de grote dag, en niet alleen mij, maar ook allen die verlangend hebben uitgezien naar Zijn verschijning.’
Eerlijk gezegd heb ik nog nooit van mijn leven gesport.
Als kind mocht ik het niet en toen ik geld verdiende en op mijzelf woonde, kreeg ik al snel dermate problemen met mijn rug en gewrichten, dat het niet kon.
Ooit nog weleens jaren later wat fitness geprobeerd, maar mijn gewrichten accepteerden het niet en protesteerden binnen de kortste keren.
Ik heb het dus maar opgegeven.
Ik begrijp dus ook helemaal niets van mensen die in hun sport tot het uiterste gaan.
Sportverdwazing is het vaak in mijn ogen.
Maar aan de andere kant, ik heb wel dezelfde mentaliteit als het om mijn geloof gaat.
Zoals sport soms helemaal verweven is met het leven van sommige mensen, zo is God onlosmakend verbonden met mijn leven.
Al durf ik (nog) niet te beweren dat alles moet wijken voor Hem, zoals dat bij sommige mensen wel het geval is met sport.
Ik ben bang dat ik hier en daar (misschien nog wel meer daar dan hier) moet leren om zover te komen, maar mijn bereidheid is er.
Ach, mensen die een wedloop lopen, leren ook met vallen en opstaan, leren ook door te trainen.
Het belangrijkste aspect bij beiden is echter: volharding.
Zowel met een wedloop (en elke andere sport denk ik ook wel als je het op topniveau wilt beoefenen) heb je volharding nodig.
De top bereiken gaat nu eenmaal niet zonder slag of stoot; of je nu een marathon wilt lopen, een berg beklimmen of, jazeker, ook als je stand wilt houden in je geloof tot het einde.
De woorden van Paulus getuigen hiervan.
We zien in zijn woorden dat het aankomt op volharding.
Van alles ontzeggen …
Gaan tot het uiterste …
Zijn lichaam dwingen te doen wat hij wil …
Het zal duidelijk zijn, dat deze dingen laten zien dat het dus iets kost om te bereiken wat je bereiken wilt.
Het gaat niet zonder slag of stoot.
Paulus wilt hiermee aangeven dat de wedloop van het leven lopen niet zonder hindernissen zal zijn.
Zoals het een atleet veel ‘kost’ om een krans te kunnen winnen, zo zal het ook van een gelovige het een en ander vragen.
In het Nieuwe Testament staan verschillende teksten over volharding.
Ik zal er eens een paar geven.
Lucas 21:19
Door uw volharding zult u uw leven verkrijgen. (HSV)
(Red je leven door standvastigheid! – NBV))
Romeinen 5:3b,4
En niet alleen dat, nee, ook roemen wij in de verdrukkingen, wetend dat de verdrukking volharding bewerkt, de volharding gehardheid en gehardheid hoop; …
(NB)
(En dat niet alleen! We beroemen ons er ook op als we verdrukt worden. Want we weten dat verdrukking volharding brengt, en volharding brengt kracht, en kracht brengt hoop – GNB))
Hebreeën 10:36
Want u hebt volharding nodig, opdat u, na het volbrengen van de wil van God, de vervulling van de belofte zult verkrijgen. (HSV)
(Om de wil van God te doen en om te krijgen wat hij belooft, hebt u volharding nodig – GNB)
Jacobus 1:3
Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt, want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt. (HSV)
(Het moet u tot grote blijdschap stemmen, broeders en zusters, als u allerlei beproevingen* ondergaat. Want u weet: wanneer uw geloof op de proef wordt gesteld, leidt dat tot standvastigheid – NBV - *De SV, HSV, NBG en NB spreken van verzoekingen, NBV, GNB en WB spreken van beproevingen)
Jacobus 5:11
Zie, wij prijzen hen gelukzalig die volharden. U hebt gehoord van de volharding van Job, en u hebt de uitkomst van de Heere gezien, dat de Heere vol ontferming is en barmhartig. (HSV)
(We prijzen hen gelukkig, omdat ze hebben volgehouden. U hebt gehoord hoe Job volhield en u weet hoe de Heer hem ten slotte behandeld heeft. De Heer is immers rijk aan barmhartigheid en ontferming - GNB)
2 Petrus 1:5-7
En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis, aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht, aan de godsvrucht broederliefde en aan de broederliefde liefde voor iedereen. (HSV)
(Doe daarom uw uiterste best uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, deugdzaamheid met kennis, kennis met zelfbeheersing, zelfbeheersing met volharding, volharding met vroomheid, vroomheid met onderlinge vriendschap, vriendschap met liefde – GNB)
Door heel het Nieuwe Testament heen lezen we hoe belangrijk volharding is, maar ook dat het niet op een eenvoudige, makkelijke manier te verkrijgen is.
We zullen ons best ervoor moeten doen om het ons eigen te maken, om het te leren.
Het is niet echt leuk om te lezen dat volharding vaak geleerd wordt door verdrukking heen; dat ellende, verzoekingen, beproevingen van ons geloof nodig zijn om volharding te leren.
Maar Jacobus zegt dat we eigenlijk juist heel blij moeten zijn als we hier door heen gaan, omdat moeilijke omstandigheden, ellende, verdrukkingen ons de mogelijkheid geeft om te leren volharden en hij prijst iedereen gelukkig die volhoudt.
Waarom?
Omdat het uiteindelijk alles waard zal zijn.
Het zal ons leven redden.
We zullen de vervulling van de belofte ontvangen; een krans die niet verwelkt.
Paulus roept de Filippenzen op om, ook, er staat zelfs: nog wel meer nu hij niet bij hen is (wat dus ook voor ons betekent, als niemand ziet wat we doen), gehoorzaam te blijven, te blijven volharden op de ingeslagen weg.
Werk aan uw zaligheid, uw redding, zegt hij met vrees en beven, met diep ontzag voor God.
Betekent dit dan toch dat onze redding van onszelf afhangt en niet van het offer van de Here Jezus?
Nee, zeker niet.
In Mattheüs 24:10 staat: ‘En dan zullen er velen struikelen en zij zullen elkaar overleveren en elkaar haten.’
Een andere vertaling zegt: ‘Velen zullen hun geloof verliezen.’
Matthew Henry zegt een paar dingen die het overdenken waard zijn:
‘Tijden van lijden zijn schokkende tijden.
Wie met mooi weer staande bleef, valt in de storm.
Velen zullen Christus in de zonneschijn volgen, maar zullen zichzelf redden op een bewolkte, donkere dag en Hem Zichzelf laten redden.
Tijden van vervolging zijn tijden van ontdekking.’
Ik wil met mijn schrijven niemand ontmoedigen of bang maken, maar wel laten zien dat het Gods woord zelf is, dat ons waarschuwt voor moeilijke tijden, voor verdrukking, voor ellende en ons aanspoort om ons toe te leggen om te leren volharden.
Om niet op te geven als er stormen komen in ons leven.
Hoe belangrijk dit ook is.
Maar God bemoedigd ons ook; Hij laat ons niet alleen in onze strijd.
‘Laten we het oog gericht houden op Jezus, die ons op de weg van het geloof voorgegaan is en ons naar de volmaaktheid brengt.
Om de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij het kruis op Zich genomen en de schande niet geteld.
Nu zit Hij aan de rechterzijde van de troon van God.
Denk aan Hem die zoveel tegenwerking van zondaars heeft verduurd.
Dat zal u helpen de moed niet te verliezen en de strijd niet op te geven.’
Hebreeën 12:2,3
Lieve Vader in de hemel.
Er staat nog zoveel meer in Uw woord over volharding en alles wat daar mee samenhangt.
Ik heb het gevoel nog maar een fractie daarvan te hebben overdacht.
Maar ik dank U, voor wat ik hier al van mocht leren.
Ik dank U voor de aansporing die hier in doorklinkt.
Ik dank U voor de bemoediging en de troost.
Ik dank U ook voor de vreugde die ik mag ervaren door het zien ver boven de omstandigheden van ons leven momenteel uit.
Vreugde in wat het leren volharden uitwerkt; vreugde om wat er straks op mij, op ons wacht als we volhouden tot het einde.
Ik bid U, Vader, voor een ieder wiens leven uit verdrukking en ellende bestaat en die het daardoor zo moeilijk hebben en het haast niet meer zien zitten.
O, dat zij toch bemoedigd mogen worden door Uw woord, aangespoord door Uw liefde en genade om vol te houden.
Ontferm U over hen, als zij dreigen te bezwijken.
Houdt vast, Vader, wat U toebehoort.
Uw woord zegt: ‘Het geknakte riet zal Hij niet breken, de walmende vlaspit niet doven.’
‘Ik ben met je, iedere dag,’ zijn Uw woorden Heer Jezus, ‘tot aan de voltooiing van de wereld.’
O, dat we allen dit toch ook mogen ervaren, naast dat we het weten, opdat we gesterkt en bemoedigd zullen worden en daardoor beter in staat zullen zijn om vol te houden.
Laat als Uw woord verkondigd wordt, HEERE, ook daarin doorklinken dat het leven van een kind van U, niet alleen een leven is van voorspoed en zegen, waardoor ze als het moeilijk wordt, er verdrukking komt, teleurgesteld raken en ontmoedigd, of misschien zelfs opgeven omdat ze er niet op waren voorbereid en het niet lijkt te kloppen met hun Godsbeeld.
Help ons, HEER, om tot het einde toe vol te houden, hoe moeilijk en zwaar onze weg ook is.
We hebben U nodig, Uw kracht, Uw troost, Uw liefde, Uw genade.
Om straks eens en voor altijd bij U te mogen zijn, in het land overvloeiende van melk en honing; waar geen rouw meer is of pijn, tranen of verdriet.
Waar U ons verwelkomt met de liefdevolle woorden: ‘Goed gedaan, mijn trouwe dienstknecht.
In Jezus’ Naam bid ik U dit alles.
- Amen -
Lieve Vader,
neem mij bij de hand en breng mij
naar de eindstreep van de wedloop van dit leven.
Zonder Uw hulp houd ik het niet vol,
ben ik bang dat ik het op zal geven.
Help mij, Vader,
het einddoel voor ogen te houden,
te zien op wat mij aan de eindstreep wacht.
leer mij volharden tot het einde toe,
wees daarin mijn hulp, sterkte en kracht.
Leer mij, Vader,
mijn oog gericht te houden op Jezus,
die mij in alles is voorgegaan.
Dat zal mij helpen de moed niet te verliezen,
maar vol te houden tot U zegt: ‘Goed gedaan!’
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
zondag 21 april 2013
Week 17 - Afwijzing
… wij worden vervolgd, maar niet verlaten; neergeworpen, maar niet te gronde gericht.
Wij dragen altijd het sterven van de Heere Jezus in het lichaam mee, opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam openbaar wordt.
HSV
… we worden vervolgd, maar niet aan ons lot overgelaten; we worden neergeslagen, maar komen niet om.
Altijd dragen we het sterven van Jezus in ons lichaam mee, om ook het leven van Jezus in ons lichaam zichtbaar te laten worden.
GNB
2 Korinthiërs 4:9,10
Toen ik afgelopen zondag het blaadje van de kalender omsloeg naar de volgende en het woord afwijzing zag, gingen er heel wat gedachten en emoties door mij heen.
Er is zoveel gebeurd.
Zowel persoonlijk, als aan onze kinderen.
Rauwe, diepe wonden -zichtbaar en verborgen- nog altijd aanwezig.
Diepe sporen van pijn en verdriet.
Achtergebleven littekens.
En kwetsbaar, o zo kwetsbaar …
Jarenlange afwijzing doet wat met een mens, met zijn zelfbeeld, zijn karakter, wie en hoe hij is, was …
Zo ingrijpend, zo pijnlijk en kwetsend, zo vernederend, zo vernietigend …
Ja, in God, in Christus is er herstel, genezing en aanvaarding te vinden, maar daar gaat vaak een lange weg aan vooraf.
Ja, Bijbelteksten bidden, zoals er op het kalendertje staat, kan je veel kracht geven, maar …
Ja, er is een maar, want soms kun je dat gewoonweg niet.
Ben je zo kapot gemaakt dat het enige dat je nog uitbrengen kunt is een heel zacht ‘help’ naar boven, of zelfs ieder woord van je mond is verstomd.
Soms is de vernietigende werking van afwijzing zo groot en zo sterk, dat je niet meer verder kunt, niet meer verder wilt.
Afwijzing.
Als we ons echt bewust zouden zijn van wat allemaal onder afwijzing valt, en wat de gevolgen daarvan (kunnen) zijn en soms gewoon simpelweg de gevolgen zijn, dan vraag ik me af of we nog zo makkelijk onbedacht dingen zouden zeggen of doen.
Ook hier steek ik mijn hand in eigen boezem, want met hoeveel afwijzing ik persoonlijk ook te maken heb gehad, en hoe ik er ook op probeer te letten, zonder me er soms op zo’n moment van bewust te zijn heb ik al iets gezegd of gedaan, wat in wezen de ander afwijst.
Een aantal jaar geleden heb ik voor een studieochtend met onze kleine vrouwengroep de toespraak van Margreet van Straalen over afwijzing - 'Van afwijzing naar aanvaarding' - volledig uitgetypt.
Praktisch woordelijk.
Het was een hele klus, maar het werkte voor mij tegelijk heel genezend.
Deze toespraak staat ook op mijn oude ‘Into Your Hands’-site, maar gezien de enorme impact en vernietigende werking die afwijzing kan hebben, plaats ik deze toespraak, die ik met toestemming van Margreet op mijn site mocht plaatsen, ook op deze site.
Deze toespraak heet: ‘Van afwijzing naar aanvaarding’ en is nog steeds te verkrijgen bij Nehemia Ministries.
Zowel op CD als ook direct te downloaden op (of is het via?) MP3.
In deze toespraak gaat Margreet uitgebreid in op de vele aspecten die met afwijzing te maken hebben.
De toespraak duurt een klein uurtje, dus je begrijpt dat het ook een heleboel tekst is.
Maar als je leven vastloopt, of je dreigt vast te lopen, door de gevolgen van afwijzing, stel je zelf dan eens de vraag: ‘Wat is een uurtje van je leven ten opzichte van de tijd die je nog rest hier op aarde?’
Ik wil hiermee niet impliceren dat na het luisteren of lezen van deze toespraak je genezen bent, absoluut niet, maar als je er voor openstaat ligt er wel een weg naar genezing in.
Soms zul je extra hulp van buitenaf nodig hebben, en daar is niets mis mee.
Ja, God kan genezen; één knip van Zijn vingers is genoeg, één woord van Zijn mond, maar soms is het gewoon goed om gebruik te maken van de hulp van een ander.
Twijfel niet aan Gods liefde voor jou!
Nee, ik heb geen antwoord op de vraag waarom God bij de één ingrijpt en bij de ander niet.
Waarom de één door één gebed genezing ontvangt en de ander bidt z’n knieën kapot zonder zichtbare genezing te ontvangen.
Nee, ook ik begrijp er niets van hoe God al het leed op de wereld aan kan zien zonder in te grijpen, noch hoe Hij het geschreeuw aan kan horen van alle kinderen die worden misbruikt of mishandeld.
Net zo min als jij kan ik God begrijpen.
Zijn wegen zijn hoger dan onze wegen en Zijn gedachten zijn hoger dan onze gedachten.
Maar ik weet dat Hij een rechtvaardige God is, die zal vergelden, die zal oordelen, die wraak zal nemen over al het onrecht dat in de wereld gebeurt, wat Zijn kinderen wordt aangedaan.
Mij komt de wraak toe, zegt Hij!
Tot de dag dat de Here Jezus terugkomt, zullen we leven in deze gebroken wereld vol van duisternis, haat en nijd, pijn en verdriet.
Een wereld waarin de boze het voor het zeggen heeft; nog wel …
Niemand kan beseffen, laat staan bevatten hoe enorm groot Gods pijn en verdriet moet zijn als Hij naar de wereld kijkt, noch Zijn boosheid, Zijn toorn, over alle zonden en onrecht.
Als we de Bijbel lezen kunnen we een kleine glimp opvangen van deze dingen.
Misschien heb je voor je gevoel geen geloof meer (over) om nog in je Bijbel te lezen, noch om Zijn woorden aan te nemen, zo murw of verslagen ben je.
Toch wil ik je aanmoedigen om de verbinding met God open te houden, al is het maar door het uitschreeuwen van het ene kleine woordje ‘Help!’ naar boven.
Hij hoort het en zal je helpen!
Houdt vast aan Hem, al is het door dit ene kleine woordje!
Vroeg of laat komt Hij je te hulp!
Misschien duurt het je allemaal te lang, en geloof me, ik ken dat gevoel, toch zal Hij uitkomst geven, want Hij heeft het in Zijn woord beloofd!
Daarnaast is er Iemand die voor je bid en pleit bij de Vader.
Jezus Zelf bidt voor jou!
De Heilige Geest bidt en pleit voor jou!
Met onuitsprekelijke verzuchtingen!
Ik ben een gevoelsmens, en was dat dus ook in mijn geloofsleven.
Als ik Hem voelde, ervoer, dan was het goed, maar als er stormen kwamen en dat gevoel verdween, dan zat ik in een diep, donker dal waar ik niet wist hoe ik eruit moest komen.
Mijn leven was als het lied: ‘Op bergen en in dalen, ja, overal is God’.
Ja, God was overal, ook in die dalen en menigmaal heeft Hij mij daar weer uit gehaald, maar wat heeft het lang geduurd voor ik begreep, en kon accepteren, dat geloven meer dan alleen voelen, ervaren is en dat dat geen huichelarij is, maar het aannemen en leven vanuit wat God zegt in Zijn woord.
Ik vond het ook zo heerlijk om op die bergtoppen te zitten, dat ik die dalen voor lief nam, en ik begreep niet hoeveel rijker ik zou zijn als ik ongeacht mijn gevoelens, zou kunnen leven op grond van Zijn woord.
Vandaar dat Gods woord voor mij zo belangrijk is geworden.
Ik heb ontdekt, dat Gods woord uitspreken, uitbidden, iets in mij verandert.
Het doet werkelijk iets, het werkt werkelijk iets uit!
Het doet er niet toe of ik het voel of niet.
Gods woord onderzoeken, ervan leren, het mij toe-eigenen door het hardop uit te spreken als een gebed, als een proclamatie, er op gaan staan als zijnde de waarheid omdat God het is Die het zegt, maakt mijn geloof krachtig, maakt mij sterk en weerbaar tegen de boze.
Als de wapenrusting spreekt over Gods woord als een schild waarop alle brandende pijlen van de boze zullen doven, dan zullen we Gods woord ook wel moeten kennen anders kunnen we het niet als een schild gebruiken.
Misschien heb je nu wel zoiets van: ‘ … maar Gods woord doet me nu helemaal niets. Ik lees, maar het zeg me niets, doet me niets (meer). ’t Is zinloos; ’t lijkt zo zinloos …’
In mijn wanhoop jaren geleden heb ik de keus gemaakt om tegen alles wat mijn gevoel of gedachten zeiden in te gaan.
Ik verkeerde in een enorme strijd waarin ik het onderspit aan het delven was en waarin mijn gezin meegesleept werd.
Ik kon er niets tegen doen; het was alsof het buiten mij om gebeurde, alsof ik een speelbal in de handen van de boze was.
Toen kwam ik op Internet ‘Het geestelijk strijdend gebed’ tegen.
Ik wist niet of het zoals het daar allemaal instond, ook zo was, en ik wist ook niet of het wel zou ‘werken’ als ik het zou bidden zonder erin te geloven, maar ik was ten einde raad en ben het gewoon gaan bidden.
Ik heb het tegen God gezegd: ‘Heer, ik weet het niet meer. Ik kan niet meer en ik weet niet of dit zo is, of zo werkt, daar is mijn kennis, en mijn geloof te klein voor, maar hier ben ik en ik ga dit gebed bidden; wilt U het doen.’
Het is een lang gebed, wel tien minuten ongeveer, maar of ik nu geloofde of niet, het werkte werkelijk wat uit en heeft mij bevrijd en is het begin geworden van leren geloven niet op basis van mijn voelen of ervaren, maar op grond van Zijn woord.
En daarin ligt ook de weg van genezing en bescherming van afwijzing.
Gods woord is en blijft het antwoord op alle afwijzing die wij in het leven tegen gekomen zijn of tegenkomen.
Want afwijzing zal er altijd zijn zolang we hier op deze aarde leven.
Gods woord is en blijft het antwoord tegen alle leugens van de boze.
Bij Hem, en Hem alleen, is er genezing te vinden van alles wat ons is, of wordt, aangedaan.
Hij, de Here Jezus, is ons in alles voorgegaan.
Lees Zijn verhaal maar eens en zie hoe Hij is afgewezen, vernedert en uiteindelijk zelfs vermoord!
Vind troost en hulp bij Degene die weet wat jij voelt, waar jij doorheen gaat, meegemaakt hebt.
Zijn striemen, Zijn wonden, brengen ons genezing.
Lieve Vader in de hemel, niemand anders dan U hebt meer weet van de pijn, het verdriet, de ellende en de nood die er in deze wereld is.
Niemand meer dan U, ziet en hoort het geschreeuw van de talloze slachtoffers van welk geweld dan ook.
Niemand meer dan U hebt oog voor een ieder die hulp nodig heeft.
Niemand meer dan U, niemand meer dan U …
Vergeef ons, Vader, als we in onze onbezonnenheid U betichten van dat U er niet voor ons bent, dat U ons niet hoort of ziet.
Vergeef ons, dat we zo vaak te klein en te min van/over U denken en U zelfs de schuld geven van dingen, die eigenlijk in wezen door ons eigen toedoen zo zijn.
Vergeef ons, Vader, vergeef ons en open onze ogen voor wie U bent, voor Uw liefde en bewogenheid, voor wat U allemaal voor ons doet en gedaan hebt.
Ik bid U zo speciaal voor een ieder die het leven niet meer ziet zitten, die ten einde raad is.
Voor hen, die de moed hebben verloren om welke reden, of door welke oorzaak dan ook.
Voor hen, die niet meer kunnen bidden, voor wie de hemel van koper lijkt.
Voor hen, die geen woorden meer hebben, slechts tranen om te huilen.
Voor hen, die geen tranen meer hebben om te huilen, die dor en doods zijn van binnen.
Voor hen, die geen hoop, geen geloof meer hebben.
Voor hen, die zo te neergeslagen zijn dat ze op willen geven, of zelfs al opgegeven hebben.
Ik bid U, Vader, voor hen, voor een ieder van hen, met heel mijn hart en ziel, met al mijn kracht: ‘Ontfermt U over hen!
Ja, ontfermt U over hen!’
U kent een ieder van hen persoonlijk!
U weet wat een ieder van hen persoonlijk nodig heeft!
U weet wat er is gebeurt en U weet wat het men hen heeft gedaan en/of doet!
U weet, U ziet, U hoort, U voelt!
O Vader God, ontfermt U over een ieder van hen, hoofd voor hoofd en breng herstel en genezing!
Kom met Uw liefde in hun pijn en verdriet, met Uw troost, met Uw bemoedigingen!
Kom met Uw Geest en doorstroom een ieder van hen met nieuwe kracht!
Beur op die moedeloos zijn!
Veeg weg de tranen die het zicht op U tegenhouden, zodat ze U weer, of voor het eerst, kunnen zien.
Schenk tranen aan hen wiens tranen opgedroogd zijn, opdat er bevrijding kan komen van alle opgekropte pijn en verdriet en wees U allen nabij in dit gehele proces.
Kom, o God, kom!
Troost, herstel, genees!
Ontferm U, lieve Vader, ontferm U!
In Jezus’ Naam smeek ik U dit.
In Jezus’ Naam.
In Jezus’ Naam.
- Amen -
Misschien heb je alle hoop verloren,
lijkt je leven doelloos,
uitzichtloos en zinloos.
Misschien heb je nooit anders gehoord
dan dat je voor het ongeluk
bent geboren.
Misschien ga je als een schim door het leven,
angstig, schichtig, schuw,
alsof je er niet mag zijn.
Misschien ben je alleen maar afgewezen,
en heeft niemand je ooit
liefde en geborgenheid gegeven.
Misschien sta je aan de rand van de afgrond,
slechts een klein zetje
is alles wat nog nodig is.
Misschien ben je moe gestreden en uitgeput,
weerloos, krachteloos,
en dodelijk verwond.
Laat dan alles los en geef het aan Mij.
Je worstelt en strijdt al zo lang.
Laat Mij je toch helpen.
Vertrouw Mij; Ik ben er voor jou.
Ook al zag of voelde jij het niet
Ik was echt overal bij!
Kom, Mijn kind, en vertrouw Mij maar.
Ik heb je nooit verlaten,
jouw pijn zit diep in Mij.
Het geknakte riet zal Ik nooit breken,
noch de walmende vlaspit doven.
Elk woord van Mij is waar.
Laat maar los, en laat Mij maar komen
in elk deel van je leven,
in elk verdriet, in elke pijn.
Wat dood is, wordt weer levend,
als Mijn genezende liefde
door jou heen mag stromen.
©Rita Klapwijk
Wij dragen altijd het sterven van de Heere Jezus in het lichaam mee, opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam openbaar wordt.
HSV
… we worden vervolgd, maar niet aan ons lot overgelaten; we worden neergeslagen, maar komen niet om.
Altijd dragen we het sterven van Jezus in ons lichaam mee, om ook het leven van Jezus in ons lichaam zichtbaar te laten worden.
GNB
2 Korinthiërs 4:9,10
Toen ik afgelopen zondag het blaadje van de kalender omsloeg naar de volgende en het woord afwijzing zag, gingen er heel wat gedachten en emoties door mij heen.
Er is zoveel gebeurd.
Zowel persoonlijk, als aan onze kinderen.
Rauwe, diepe wonden -zichtbaar en verborgen- nog altijd aanwezig.
Diepe sporen van pijn en verdriet.
Achtergebleven littekens.
En kwetsbaar, o zo kwetsbaar …
Jarenlange afwijzing doet wat met een mens, met zijn zelfbeeld, zijn karakter, wie en hoe hij is, was …
Zo ingrijpend, zo pijnlijk en kwetsend, zo vernederend, zo vernietigend …
Ja, in God, in Christus is er herstel, genezing en aanvaarding te vinden, maar daar gaat vaak een lange weg aan vooraf.
Ja, Bijbelteksten bidden, zoals er op het kalendertje staat, kan je veel kracht geven, maar …
Ja, er is een maar, want soms kun je dat gewoonweg niet.
Ben je zo kapot gemaakt dat het enige dat je nog uitbrengen kunt is een heel zacht ‘help’ naar boven, of zelfs ieder woord van je mond is verstomd.
Soms is de vernietigende werking van afwijzing zo groot en zo sterk, dat je niet meer verder kunt, niet meer verder wilt.
Afwijzing.
Als we ons echt bewust zouden zijn van wat allemaal onder afwijzing valt, en wat de gevolgen daarvan (kunnen) zijn en soms gewoon simpelweg de gevolgen zijn, dan vraag ik me af of we nog zo makkelijk onbedacht dingen zouden zeggen of doen.
Ook hier steek ik mijn hand in eigen boezem, want met hoeveel afwijzing ik persoonlijk ook te maken heb gehad, en hoe ik er ook op probeer te letten, zonder me er soms op zo’n moment van bewust te zijn heb ik al iets gezegd of gedaan, wat in wezen de ander afwijst.
Een aantal jaar geleden heb ik voor een studieochtend met onze kleine vrouwengroep de toespraak van Margreet van Straalen over afwijzing - 'Van afwijzing naar aanvaarding' - volledig uitgetypt.
Praktisch woordelijk.
Het was een hele klus, maar het werkte voor mij tegelijk heel genezend.
Deze toespraak staat ook op mijn oude ‘Into Your Hands’-site, maar gezien de enorme impact en vernietigende werking die afwijzing kan hebben, plaats ik deze toespraak, die ik met toestemming van Margreet op mijn site mocht plaatsen, ook op deze site.
Deze toespraak heet: ‘Van afwijzing naar aanvaarding’ en is nog steeds te verkrijgen bij Nehemia Ministries.
Zowel op CD als ook direct te downloaden op (of is het via?) MP3.
In deze toespraak gaat Margreet uitgebreid in op de vele aspecten die met afwijzing te maken hebben.
De toespraak duurt een klein uurtje, dus je begrijpt dat het ook een heleboel tekst is.
Maar als je leven vastloopt, of je dreigt vast te lopen, door de gevolgen van afwijzing, stel je zelf dan eens de vraag: ‘Wat is een uurtje van je leven ten opzichte van de tijd die je nog rest hier op aarde?’
Ik wil hiermee niet impliceren dat na het luisteren of lezen van deze toespraak je genezen bent, absoluut niet, maar als je er voor openstaat ligt er wel een weg naar genezing in.
Soms zul je extra hulp van buitenaf nodig hebben, en daar is niets mis mee.
Ja, God kan genezen; één knip van Zijn vingers is genoeg, één woord van Zijn mond, maar soms is het gewoon goed om gebruik te maken van de hulp van een ander.
Twijfel niet aan Gods liefde voor jou!
Nee, ik heb geen antwoord op de vraag waarom God bij de één ingrijpt en bij de ander niet.
Waarom de één door één gebed genezing ontvangt en de ander bidt z’n knieën kapot zonder zichtbare genezing te ontvangen.
Nee, ook ik begrijp er niets van hoe God al het leed op de wereld aan kan zien zonder in te grijpen, noch hoe Hij het geschreeuw aan kan horen van alle kinderen die worden misbruikt of mishandeld.
Net zo min als jij kan ik God begrijpen.
Zijn wegen zijn hoger dan onze wegen en Zijn gedachten zijn hoger dan onze gedachten.
Maar ik weet dat Hij een rechtvaardige God is, die zal vergelden, die zal oordelen, die wraak zal nemen over al het onrecht dat in de wereld gebeurt, wat Zijn kinderen wordt aangedaan.
Mij komt de wraak toe, zegt Hij!
Tot de dag dat de Here Jezus terugkomt, zullen we leven in deze gebroken wereld vol van duisternis, haat en nijd, pijn en verdriet.
Een wereld waarin de boze het voor het zeggen heeft; nog wel …
Niemand kan beseffen, laat staan bevatten hoe enorm groot Gods pijn en verdriet moet zijn als Hij naar de wereld kijkt, noch Zijn boosheid, Zijn toorn, over alle zonden en onrecht.
Als we de Bijbel lezen kunnen we een kleine glimp opvangen van deze dingen.
Misschien heb je voor je gevoel geen geloof meer (over) om nog in je Bijbel te lezen, noch om Zijn woorden aan te nemen, zo murw of verslagen ben je.
Toch wil ik je aanmoedigen om de verbinding met God open te houden, al is het maar door het uitschreeuwen van het ene kleine woordje ‘Help!’ naar boven.
Hij hoort het en zal je helpen!
Houdt vast aan Hem, al is het door dit ene kleine woordje!
Vroeg of laat komt Hij je te hulp!
Misschien duurt het je allemaal te lang, en geloof me, ik ken dat gevoel, toch zal Hij uitkomst geven, want Hij heeft het in Zijn woord beloofd!
Daarnaast is er Iemand die voor je bid en pleit bij de Vader.
Jezus Zelf bidt voor jou!
De Heilige Geest bidt en pleit voor jou!
Met onuitsprekelijke verzuchtingen!
Ik ben een gevoelsmens, en was dat dus ook in mijn geloofsleven.
Als ik Hem voelde, ervoer, dan was het goed, maar als er stormen kwamen en dat gevoel verdween, dan zat ik in een diep, donker dal waar ik niet wist hoe ik eruit moest komen.
Mijn leven was als het lied: ‘Op bergen en in dalen, ja, overal is God’.
Ja, God was overal, ook in die dalen en menigmaal heeft Hij mij daar weer uit gehaald, maar wat heeft het lang geduurd voor ik begreep, en kon accepteren, dat geloven meer dan alleen voelen, ervaren is en dat dat geen huichelarij is, maar het aannemen en leven vanuit wat God zegt in Zijn woord.
Ik vond het ook zo heerlijk om op die bergtoppen te zitten, dat ik die dalen voor lief nam, en ik begreep niet hoeveel rijker ik zou zijn als ik ongeacht mijn gevoelens, zou kunnen leven op grond van Zijn woord.
Vandaar dat Gods woord voor mij zo belangrijk is geworden.
Ik heb ontdekt, dat Gods woord uitspreken, uitbidden, iets in mij verandert.
Het doet werkelijk iets, het werkt werkelijk iets uit!
Het doet er niet toe of ik het voel of niet.
Gods woord onderzoeken, ervan leren, het mij toe-eigenen door het hardop uit te spreken als een gebed, als een proclamatie, er op gaan staan als zijnde de waarheid omdat God het is Die het zegt, maakt mijn geloof krachtig, maakt mij sterk en weerbaar tegen de boze.
Als de wapenrusting spreekt over Gods woord als een schild waarop alle brandende pijlen van de boze zullen doven, dan zullen we Gods woord ook wel moeten kennen anders kunnen we het niet als een schild gebruiken.
Misschien heb je nu wel zoiets van: ‘ … maar Gods woord doet me nu helemaal niets. Ik lees, maar het zeg me niets, doet me niets (meer). ’t Is zinloos; ’t lijkt zo zinloos …’
In mijn wanhoop jaren geleden heb ik de keus gemaakt om tegen alles wat mijn gevoel of gedachten zeiden in te gaan.
Ik verkeerde in een enorme strijd waarin ik het onderspit aan het delven was en waarin mijn gezin meegesleept werd.
Ik kon er niets tegen doen; het was alsof het buiten mij om gebeurde, alsof ik een speelbal in de handen van de boze was.
Toen kwam ik op Internet ‘Het geestelijk strijdend gebed’ tegen.
Ik wist niet of het zoals het daar allemaal instond, ook zo was, en ik wist ook niet of het wel zou ‘werken’ als ik het zou bidden zonder erin te geloven, maar ik was ten einde raad en ben het gewoon gaan bidden.
Ik heb het tegen God gezegd: ‘Heer, ik weet het niet meer. Ik kan niet meer en ik weet niet of dit zo is, of zo werkt, daar is mijn kennis, en mijn geloof te klein voor, maar hier ben ik en ik ga dit gebed bidden; wilt U het doen.’
Het is een lang gebed, wel tien minuten ongeveer, maar of ik nu geloofde of niet, het werkte werkelijk wat uit en heeft mij bevrijd en is het begin geworden van leren geloven niet op basis van mijn voelen of ervaren, maar op grond van Zijn woord.
En daarin ligt ook de weg van genezing en bescherming van afwijzing.
Gods woord is en blijft het antwoord op alle afwijzing die wij in het leven tegen gekomen zijn of tegenkomen.
Want afwijzing zal er altijd zijn zolang we hier op deze aarde leven.
Gods woord is en blijft het antwoord tegen alle leugens van de boze.
Bij Hem, en Hem alleen, is er genezing te vinden van alles wat ons is, of wordt, aangedaan.
Hij, de Here Jezus, is ons in alles voorgegaan.
Lees Zijn verhaal maar eens en zie hoe Hij is afgewezen, vernedert en uiteindelijk zelfs vermoord!
Vind troost en hulp bij Degene die weet wat jij voelt, waar jij doorheen gaat, meegemaakt hebt.
Zijn striemen, Zijn wonden, brengen ons genezing.
Lieve Vader in de hemel, niemand anders dan U hebt meer weet van de pijn, het verdriet, de ellende en de nood die er in deze wereld is.
Niemand meer dan U, ziet en hoort het geschreeuw van de talloze slachtoffers van welk geweld dan ook.
Niemand meer dan U hebt oog voor een ieder die hulp nodig heeft.
Niemand meer dan U, niemand meer dan U …
Vergeef ons, Vader, als we in onze onbezonnenheid U betichten van dat U er niet voor ons bent, dat U ons niet hoort of ziet.
Vergeef ons, dat we zo vaak te klein en te min van/over U denken en U zelfs de schuld geven van dingen, die eigenlijk in wezen door ons eigen toedoen zo zijn.
Vergeef ons, Vader, vergeef ons en open onze ogen voor wie U bent, voor Uw liefde en bewogenheid, voor wat U allemaal voor ons doet en gedaan hebt.
Ik bid U zo speciaal voor een ieder die het leven niet meer ziet zitten, die ten einde raad is.
Voor hen, die de moed hebben verloren om welke reden, of door welke oorzaak dan ook.
Voor hen, die niet meer kunnen bidden, voor wie de hemel van koper lijkt.
Voor hen, die geen woorden meer hebben, slechts tranen om te huilen.
Voor hen, die geen tranen meer hebben om te huilen, die dor en doods zijn van binnen.
Voor hen, die geen hoop, geen geloof meer hebben.
Voor hen, die zo te neergeslagen zijn dat ze op willen geven, of zelfs al opgegeven hebben.
Ik bid U, Vader, voor hen, voor een ieder van hen, met heel mijn hart en ziel, met al mijn kracht: ‘Ontfermt U over hen!
Ja, ontfermt U over hen!’
U kent een ieder van hen persoonlijk!
U weet wat een ieder van hen persoonlijk nodig heeft!
U weet wat er is gebeurt en U weet wat het men hen heeft gedaan en/of doet!
U weet, U ziet, U hoort, U voelt!
O Vader God, ontfermt U over een ieder van hen, hoofd voor hoofd en breng herstel en genezing!
Kom met Uw liefde in hun pijn en verdriet, met Uw troost, met Uw bemoedigingen!
Kom met Uw Geest en doorstroom een ieder van hen met nieuwe kracht!
Beur op die moedeloos zijn!
Veeg weg de tranen die het zicht op U tegenhouden, zodat ze U weer, of voor het eerst, kunnen zien.
Schenk tranen aan hen wiens tranen opgedroogd zijn, opdat er bevrijding kan komen van alle opgekropte pijn en verdriet en wees U allen nabij in dit gehele proces.
Kom, o God, kom!
Troost, herstel, genees!
Ontferm U, lieve Vader, ontferm U!
In Jezus’ Naam smeek ik U dit.
In Jezus’ Naam.
In Jezus’ Naam.
- Amen -
Misschien heb je alle hoop verloren,
lijkt je leven doelloos,
uitzichtloos en zinloos.
Misschien heb je nooit anders gehoord
dan dat je voor het ongeluk
bent geboren.
Misschien ga je als een schim door het leven,
angstig, schichtig, schuw,
alsof je er niet mag zijn.
Misschien ben je alleen maar afgewezen,
en heeft niemand je ooit
liefde en geborgenheid gegeven.
Misschien sta je aan de rand van de afgrond,
slechts een klein zetje
is alles wat nog nodig is.
Misschien ben je moe gestreden en uitgeput,
weerloos, krachteloos,
en dodelijk verwond.
Laat dan alles los en geef het aan Mij.
Je worstelt en strijdt al zo lang.
Laat Mij je toch helpen.
Vertrouw Mij; Ik ben er voor jou.
Ook al zag of voelde jij het niet
Ik was echt overal bij!
Kom, Mijn kind, en vertrouw Mij maar.
Ik heb je nooit verlaten,
jouw pijn zit diep in Mij.
Het geknakte riet zal Ik nooit breken,
noch de walmende vlaspit doven.
Elk woord van Mij is waar.
Laat maar los, en laat Mij maar komen
in elk deel van je leven,
in elk verdriet, in elke pijn.
Wat dood is, wordt weer levend,
als Mijn genezende liefde
door jou heen mag stromen.
©Rita Klapwijk
zondag 14 april 2013
Week 16 - Volledige gezondheid
En moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.
Hij Die u roept, is getrouw: Hij zal het ook doen.
HSV
Wij vragen dat God, die een God van vrede is, u in alle opzichten heiligt, en dat heel uw persoon, naar geest, ziel en lichaam, onberispelijk bewaard blijft tot de komst van de Here Jezus Christus.
Hij die u roept, is trouw.
Hij houdt Zijn woord.
GNB
1 Tessalonicenzen 5:23, 24
Volledige gezondheid is het onderwerp voor deze week.
Wel grappig gezien het feit dat ik met het schrijven hierover lichtelijk geveld ben door griepachtige verschijnselen.
Maar het brengt mij ook direct bij de kern van de zaak, namelijk dat volledige gezondheid, tenminste zoals dat hier bedoeld wordt, in wezen niets te maken heeft het ontbreken van lichamelijke ziekten en/of kwalen.
Sterker nog, misschien kun je zelfs wel zeggen dat iemand met een chronische lichamelijke aandoening vollediger gezond kan zijn dan iemand die blaakt van gezondheid.
Volledig gezond, heel ons persoontje gezond naar geest, ziel en lichaam.
In eerste instantie zullen onze gedachten hierbij als eerste uitgaan naar een gezond lichaam en een geestelijk stabiel en evenwichtig persoon.
Toch, als we 1 Tessalonicenzen, de Hoofdstuk 1 t/m 5 lezen, dan zien we dat het om heel andere dingen gaat.
Ik geloof echter wel, dat als we deze woorden van God in praktijk brengen, het er wel uit voort kan komen.
Beth Moore geeft dit in het laatste zinnetje op het kalendertje eigenlijk ook al aan, namelijk, dat alles wat wij doen tot Gods eer, dit ons ook ten goede komt.
Waarom ik nu ineens heel 1 Tessalonicenzen erbij haal?
De Matthew Henry Verklaring gaf aan dat bovenstaand vers (23) eigenlijk de samenvatting was van de hele brief, dus het meest wijze en verstandige om te doen was eerst deze vijf hoofdstukken maar eens te lezen.
Het is een prachtig boek en ik werd gaandeweg eigenlijk een beetje jaloers op hoe Paulus schrijft over deze mensen.
Jaloers in de goede zin van het woord, namelijk verlangend naar dat mijn leven ook zo mag zijn, zal worden.
Mag ik je eens even meenemen?
En als je meeleest, probeer net als ik je leven eens in dit licht te zetten.
Het zal ons helpen om te gaan zien waar wij in ons leven nog meer heiligmaking nodig hebben.
Ik wil je graag meenemen naar het eerste hoofdstuk.
Paulus, Silvanus en Timotheüs danken God voor het geloof van de Tessalonicenzen.
Als je het eerste hoofdstukje leest, dan proef je hun blijdschap, hun vreugde en dankbaarheid over deze gemeente.
Het waren de daden, waaruit hun geloof bleek, hun onvermoeibare liefde en onwrikbare hoop op de Here Jezus, die Paulus en de andere twee, zo vulden met dankbaarheid naar God.
Ze hadden de boodschap van Paulus (een leven te leiden dat de goedkeuring heeft van God, die hen (en ons) roept om Zijn glorievolle koninkrijk binnen te gaan) niet alleen gehoord, maar hadden hem ook aangenomen en in daden omgezet.
(gemakshalve spreek ik voor de rest even alleen over Paulus, maar onthoudt de andere twee namen, die horen erbij)
Ze hebben zich op geen enkele wijze tegen laten houden hoeveel tegenwerking ze ook kregen en ze zijn nu zelfs een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in Macedonië en Achaje en zelfs ver daar buiten.
Ja, overal was hun geloof in God mensen ter ore gekomen.
De mensen spraken er uit zichzelf over tegen Paulus en de anderen.
Dat is toch wat!
Wordt er zo tot in de wijde omtrek gesproken over onze gemeentes, over ons?
En laten we dan wel de hand in eigen boezem steken als dit niet het geval is, en niet wijzen naar broeders en zusters in onze gemeentes, ‘die maar alles tegen proberen te houden en moeilijk doen’ etc., nee, is ons eigen leven zoals dat van de Tessalonicenzen.
Is ons persoonlijk leven een voorbeeld voor anderen?
Want laten we eerlijk zijn, als we zo’n gemeente willen worden/zijn, dan zal een ieder zijn/haar eigen leven met God op orde moeten hebben.
Dan maak ik even een sprongetje naar Hoofdstuk 4.
‘En nu het volgende broeders en zusters. U hebt van ons geleerd hoe u moet leven als u God wilt behagen. Zo leeft u ook, maar in de naam van de Heer Jezus vragen wij u dringend, dit nog meer te doen … God wil dat u een leven leidt dat Hem is toegewijd.
In de andere vertaling wordt gesproken over nog overvloediger worden in het God behagen en over heiliging als Gods wil ...
Hier stopt het woord niet, het gaat nog verder, maar daarover zo meteen.
Eerst wil ik even stilstaan en nadenken over deze woorden van Paulus.
‘U hebt geleerd. U leeft ook zo.’
Ook verderop, als Paulus schrijft over de onderlinge liefde van de Tessalonicenzen, zegt hij precies hetzelfde.
Vers 9,10: ‘Ik hoef u niet te schrijven over de onderlinge liefde. God Zelf heeft u geleerd elkaar lief te hebben. Die liefde brengt u ook in praktijk tegenover alle gelovigen in heel Macedonië. Maar wij drukken u op het hart, broeders en zusters, dit nog meer te doen.’
‘U hebt geleerd. U leeft ook zo.’
Nou, zouden wij dan zeggen, dan is het toch goed?
Of toch niet?
Ik heb soms het gevoel dat wij in een tijd leven waarin goed goed genoeg is.
Waarom zou je je uitstrekken naar meer?
We hebben het al druk genoeg dus als iets goed is, waarom zou je dan nog meer energie ergens insteken om er iets beters van te maken?
Toch is dat wel hetgeen dat Paulus hier vraagt.
‘U hebt geleerd; u leeft ook zo, maar …., en dan komt het dringende verzoek: ‘In de Naam van de Here Jezus vragen wij u dit nog meer te doen!’
Als je alles op een rijtje zet, is het eigenlijk niet meer dan logisch dat Paulus dit zegt.
Want, waar gaat het om?
Juist, het gaat om een leven te leven tot Gods eer, te leven om Hem te behagen.
En dan is goed, niet goed genoeg, dan is goed fijn en een aansporing tot nog meer.
als tot ons door gaat dringen wie God werkelijk is en wat Zijn Zoon voor ons heeft gedaan, dan moet het toch gewoon zo zijn dat wij alles uit de kast halen om een leven te leven dat volledig gericht is op wat Hem vreugde schenkt, blij maakt, behaagt!
Zoveel liefde ontvangen, zoveel om uit te delen, door te geven …
Ik moet bekennen en belijden dat dit veelal niet mijn levenswijze van alle dag is.
Terwijl ik met deze dingen bezig ben, besef ik dat bij mij toch regelmatig goed goed genoeg is.
De woorden van Paulus dringen dan ook diep door in mijn eigen hart.
U hebt geleerd.
U leeft ook zo.
Maar ik vraag je in de Naam van de Here Jezus dit nog meer te gaan doen …
Bewustwording …
Prioriteiten stellen …
Wie of wat heb ik meer lief …
Paulus vraagt dit niet om hemzelf of voor hemzelf, nee, hij vraagt het omdat hij weet dat het Gods wil is.
Vers 3: ‘Want dit is de wil van God: uw heiliging …’
In mijn achterhoofd weerklinkt Zijn woord: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig, maar Zijn woord gaat verder, ’… uw heiliging, dat u uzelf onthoud van ontucht, …’
Met het lezen van vers 3 en de volgende verzen 4-7 vroeg ik me heel even af waarom wordt hier nu specifiek ontucht/hoererij genoemd, maar ik moest ook gelijk weer terugdenken aan hetgeen waarover ik twee weken geleden schreef.
Toen ging het over ‘Sexuele reinheid’ en dat ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest.
En dat we met ontucht/hoererij niet alleen ons eigen lichaam verontreinigen, maar we onteren zo ook het gehele lichaam van Christus.
Nogmaals even het citaat vanuit de Matthew Henry: ‘Hoererij verontreinigt het lichaam, verlaagt het en het werpt een afschuwelijke smaad op wat de Verlosser in hoge mate waard heeft geacht om het één te maken met Zichzelf.’
Daarnaast zegt Gods woord ons ook nog eens heel duidelijk in 1 Korinthe 6:13b,14, dat ons lichaam er niet is om ontucht mee te doen, maar dat het lichaam er is voor de Heer, en de Heer voor het lichaam.
Ik denk dat we dus na al deze dingen te hebben gelezen, rustig kunnen stellen dat, hoewel de zonde van ontucht/hoererij het lichaam aangaat, automatisch door de enorme reikwijdte ervan, geest en ziel meeneemt in haar weg van ontheiliging en dus zeker niet naar een volledige gezondheid.
In de verzen 4 t/m 7 gaat Paulus hier nog even dieper op in, om vervolgens in vers 8 iedereen erop te wijzen, dat dit niet zijn woorden zijn, maar die van God en dat een ieder die deze woorden verwerpt, afwijst, in wezen God verwerpt/afwijst.
Dan ga ik terug naar de laatste woorden van Paulus van deze brief.
‘ … moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.’
Moge God Zelf u geheel en al heiligen …
Laten wij dit toe?
Staan wij God toe om ons leven te heiligen?
Mag Hij, door Zijn Heilige Geest, dingen in ons leven aanwijzen die (nog) niet goed zijn?
Staan we open voor correctie van Zijn Geest, zodat ons leven heiliger kan worden?
God wil het doen!
Hij wilt ons helpen!
Zelf kunnen we soms zo vreselijk blind zijn voor zonden, voor wat niet strookt met Zijn woord.
Maar Zijn Geest overtuigt ons van zonden.
Mag Hij?
Verlangen we er naar dat ons leven heiliger wordt?
Nog meer, overvloediger in Hem te behagen, weet je nog?
Volledige gezondheid.
‘… en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.’
Onberispelijk bewaard worden.
Onberispelijk.
Vrij van zonde, vrij van elke smet.
Gezond naar geest, ziel en lichaam, omdat het Hem is toegewijd, leeft om Zijn wil te doen en bereid is te sterven aan zichzelf, opdat steeds meer van Hem zichtbaar wordt in ons.

Lieve Vader in de hemel.
Wat gaat Uw woord dieper dan wij vaak zo even in het voorbij gaan lezen.
Wat is de betekenis van Uw woord groter dan wij vaak maar de tijd nemen om het te overdenken.
En wat is wat U zegt eigenlijk allemaal gericht op de eer van Uw Naam en op wat voor ons het beste is.
Vergeef mij, Vader, dat ik Uw woord toch nog zo vaak oppervlakkig lees en soms ook zo geselecteerd.
Zo van, dit kan ik gebruiken, oh, dat is een beetje lastig of moeilijk, laat dat maar (even).
Vergeef mij, Vader, vergeef ons, dat we zo vreselijk eigenwijs zijn en het altijd beter denken te weten dan U.
Leer ons om naar Uw woord te leven, niet hier en daar wat vandaan, maar naar geheel Uw woord, opdat het ons leven heiliger zal maken en is tot Uw eer en glorie.
Dank U wel, dat we dit niet alleen hoeven te doen.
Dank U wel, dat U weet dat wij dat van onszelf niet kunnen en dat U Uw Heilige Geest geeft om ons daarbij te helpen.
Dank U wel, dat U ons daarin door Uw Geest leidt.
Vergeef ons zo, Vader, reinig ons hart van eigengereidheid en eigenwaan en kom met Uw Geest.
Doorwaai ons hart en toon ons de plaatsen in ons leven, iedere dag opnieuw, waar wij, nog of weer, leven voor onszelf in plaats van voor U en tot Uw eer.
Laat mij, laat ons, iedere morgen wakker worden en met uit bed stappen beseffen, dat deze dag van U en voor U is.
En dat alles wat ik, wat wij doen, daarop gericht moet zijn.
Maak zo ons leven heiliger, Vader, opdat wij onberispelijk bewaard zullen worden tot de Here Jezus terugkomt.
In Jezus’ Naam.
- Amen –
Heer,
hier ben ik,
gewoon zoals ik ben.
Ik geef U mijzelf
om te doorzoeken
met Uw Geest
en te zien
waar mijn leven
nog meer heiligmaking
nodig heeft.
U wil ik behagen!
O, ik wil dat U
vreugde vindt
in alles wat ik doe.
Dat er een glimlach
op Uw lippen is
elk moment
dat U
naar mij kijkt.
Heer,
hier ben ik,
gewoon zoals ik ben.
Ik geef U mijzelf,
omdat ik weet:
alleen kan ik het niet.
Maar wel
door Uw Geest,
die in mij woont
en leeft.
©Rita Klapwijk
Hij Die u roept, is getrouw: Hij zal het ook doen.
HSV
Wij vragen dat God, die een God van vrede is, u in alle opzichten heiligt, en dat heel uw persoon, naar geest, ziel en lichaam, onberispelijk bewaard blijft tot de komst van de Here Jezus Christus.
Hij die u roept, is trouw.
Hij houdt Zijn woord.
GNB
1 Tessalonicenzen 5:23, 24
Volledige gezondheid is het onderwerp voor deze week.
Wel grappig gezien het feit dat ik met het schrijven hierover lichtelijk geveld ben door griepachtige verschijnselen.
Maar het brengt mij ook direct bij de kern van de zaak, namelijk dat volledige gezondheid, tenminste zoals dat hier bedoeld wordt, in wezen niets te maken heeft het ontbreken van lichamelijke ziekten en/of kwalen.
Sterker nog, misschien kun je zelfs wel zeggen dat iemand met een chronische lichamelijke aandoening vollediger gezond kan zijn dan iemand die blaakt van gezondheid.
Volledig gezond, heel ons persoontje gezond naar geest, ziel en lichaam.
In eerste instantie zullen onze gedachten hierbij als eerste uitgaan naar een gezond lichaam en een geestelijk stabiel en evenwichtig persoon.
Toch, als we 1 Tessalonicenzen, de Hoofdstuk 1 t/m 5 lezen, dan zien we dat het om heel andere dingen gaat.
Ik geloof echter wel, dat als we deze woorden van God in praktijk brengen, het er wel uit voort kan komen.
Beth Moore geeft dit in het laatste zinnetje op het kalendertje eigenlijk ook al aan, namelijk, dat alles wat wij doen tot Gods eer, dit ons ook ten goede komt.
Waarom ik nu ineens heel 1 Tessalonicenzen erbij haal?
De Matthew Henry Verklaring gaf aan dat bovenstaand vers (23) eigenlijk de samenvatting was van de hele brief, dus het meest wijze en verstandige om te doen was eerst deze vijf hoofdstukken maar eens te lezen.
Het is een prachtig boek en ik werd gaandeweg eigenlijk een beetje jaloers op hoe Paulus schrijft over deze mensen.
Jaloers in de goede zin van het woord, namelijk verlangend naar dat mijn leven ook zo mag zijn, zal worden.
Mag ik je eens even meenemen?
En als je meeleest, probeer net als ik je leven eens in dit licht te zetten.
Het zal ons helpen om te gaan zien waar wij in ons leven nog meer heiligmaking nodig hebben.
Ik wil je graag meenemen naar het eerste hoofdstuk.
Paulus, Silvanus en Timotheüs danken God voor het geloof van de Tessalonicenzen.
Als je het eerste hoofdstukje leest, dan proef je hun blijdschap, hun vreugde en dankbaarheid over deze gemeente.
Het waren de daden, waaruit hun geloof bleek, hun onvermoeibare liefde en onwrikbare hoop op de Here Jezus, die Paulus en de andere twee, zo vulden met dankbaarheid naar God.
Ze hadden de boodschap van Paulus (een leven te leiden dat de goedkeuring heeft van God, die hen (en ons) roept om Zijn glorievolle koninkrijk binnen te gaan) niet alleen gehoord, maar hadden hem ook aangenomen en in daden omgezet.
(gemakshalve spreek ik voor de rest even alleen over Paulus, maar onthoudt de andere twee namen, die horen erbij)
Ze hebben zich op geen enkele wijze tegen laten houden hoeveel tegenwerking ze ook kregen en ze zijn nu zelfs een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in Macedonië en Achaje en zelfs ver daar buiten.
Ja, overal was hun geloof in God mensen ter ore gekomen.
De mensen spraken er uit zichzelf over tegen Paulus en de anderen.
Dat is toch wat!
Wordt er zo tot in de wijde omtrek gesproken over onze gemeentes, over ons?
En laten we dan wel de hand in eigen boezem steken als dit niet het geval is, en niet wijzen naar broeders en zusters in onze gemeentes, ‘die maar alles tegen proberen te houden en moeilijk doen’ etc., nee, is ons eigen leven zoals dat van de Tessalonicenzen.
Is ons persoonlijk leven een voorbeeld voor anderen?
Want laten we eerlijk zijn, als we zo’n gemeente willen worden/zijn, dan zal een ieder zijn/haar eigen leven met God op orde moeten hebben.
Dan maak ik even een sprongetje naar Hoofdstuk 4.
‘En nu het volgende broeders en zusters. U hebt van ons geleerd hoe u moet leven als u God wilt behagen. Zo leeft u ook, maar in de naam van de Heer Jezus vragen wij u dringend, dit nog meer te doen … God wil dat u een leven leidt dat Hem is toegewijd.
In de andere vertaling wordt gesproken over nog overvloediger worden in het God behagen en over heiliging als Gods wil ...
Hier stopt het woord niet, het gaat nog verder, maar daarover zo meteen.
Eerst wil ik even stilstaan en nadenken over deze woorden van Paulus.
‘U hebt geleerd. U leeft ook zo.’
Ook verderop, als Paulus schrijft over de onderlinge liefde van de Tessalonicenzen, zegt hij precies hetzelfde.
Vers 9,10: ‘Ik hoef u niet te schrijven over de onderlinge liefde. God Zelf heeft u geleerd elkaar lief te hebben. Die liefde brengt u ook in praktijk tegenover alle gelovigen in heel Macedonië. Maar wij drukken u op het hart, broeders en zusters, dit nog meer te doen.’
‘U hebt geleerd. U leeft ook zo.’
Nou, zouden wij dan zeggen, dan is het toch goed?
Of toch niet?
Ik heb soms het gevoel dat wij in een tijd leven waarin goed goed genoeg is.
Waarom zou je je uitstrekken naar meer?
We hebben het al druk genoeg dus als iets goed is, waarom zou je dan nog meer energie ergens insteken om er iets beters van te maken?
Toch is dat wel hetgeen dat Paulus hier vraagt.
‘U hebt geleerd; u leeft ook zo, maar …., en dan komt het dringende verzoek: ‘In de Naam van de Here Jezus vragen wij u dit nog meer te doen!’
Als je alles op een rijtje zet, is het eigenlijk niet meer dan logisch dat Paulus dit zegt.
Want, waar gaat het om?
Juist, het gaat om een leven te leven tot Gods eer, te leven om Hem te behagen.
En dan is goed, niet goed genoeg, dan is goed fijn en een aansporing tot nog meer.
als tot ons door gaat dringen wie God werkelijk is en wat Zijn Zoon voor ons heeft gedaan, dan moet het toch gewoon zo zijn dat wij alles uit de kast halen om een leven te leven dat volledig gericht is op wat Hem vreugde schenkt, blij maakt, behaagt!
Zoveel liefde ontvangen, zoveel om uit te delen, door te geven …
Ik moet bekennen en belijden dat dit veelal niet mijn levenswijze van alle dag is.
Terwijl ik met deze dingen bezig ben, besef ik dat bij mij toch regelmatig goed goed genoeg is.
De woorden van Paulus dringen dan ook diep door in mijn eigen hart.
U hebt geleerd.
U leeft ook zo.
Maar ik vraag je in de Naam van de Here Jezus dit nog meer te gaan doen …
Bewustwording …
Prioriteiten stellen …
Wie of wat heb ik meer lief …
Paulus vraagt dit niet om hemzelf of voor hemzelf, nee, hij vraagt het omdat hij weet dat het Gods wil is.
Vers 3: ‘Want dit is de wil van God: uw heiliging …’
In mijn achterhoofd weerklinkt Zijn woord: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig, maar Zijn woord gaat verder, ’… uw heiliging, dat u uzelf onthoud van ontucht, …’
Met het lezen van vers 3 en de volgende verzen 4-7 vroeg ik me heel even af waarom wordt hier nu specifiek ontucht/hoererij genoemd, maar ik moest ook gelijk weer terugdenken aan hetgeen waarover ik twee weken geleden schreef.
Toen ging het over ‘Sexuele reinheid’ en dat ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest.
En dat we met ontucht/hoererij niet alleen ons eigen lichaam verontreinigen, maar we onteren zo ook het gehele lichaam van Christus.
Nogmaals even het citaat vanuit de Matthew Henry: ‘Hoererij verontreinigt het lichaam, verlaagt het en het werpt een afschuwelijke smaad op wat de Verlosser in hoge mate waard heeft geacht om het één te maken met Zichzelf.’
Daarnaast zegt Gods woord ons ook nog eens heel duidelijk in 1 Korinthe 6:13b,14, dat ons lichaam er niet is om ontucht mee te doen, maar dat het lichaam er is voor de Heer, en de Heer voor het lichaam.
Ik denk dat we dus na al deze dingen te hebben gelezen, rustig kunnen stellen dat, hoewel de zonde van ontucht/hoererij het lichaam aangaat, automatisch door de enorme reikwijdte ervan, geest en ziel meeneemt in haar weg van ontheiliging en dus zeker niet naar een volledige gezondheid.
In de verzen 4 t/m 7 gaat Paulus hier nog even dieper op in, om vervolgens in vers 8 iedereen erop te wijzen, dat dit niet zijn woorden zijn, maar die van God en dat een ieder die deze woorden verwerpt, afwijst, in wezen God verwerpt/afwijst.
Dan ga ik terug naar de laatste woorden van Paulus van deze brief.
‘ … moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.’
Moge God Zelf u geheel en al heiligen …
Laten wij dit toe?
Staan wij God toe om ons leven te heiligen?
Mag Hij, door Zijn Heilige Geest, dingen in ons leven aanwijzen die (nog) niet goed zijn?
Staan we open voor correctie van Zijn Geest, zodat ons leven heiliger kan worden?
God wil het doen!
Hij wilt ons helpen!
Zelf kunnen we soms zo vreselijk blind zijn voor zonden, voor wat niet strookt met Zijn woord.
Maar Zijn Geest overtuigt ons van zonden.
Mag Hij?
Verlangen we er naar dat ons leven heiliger wordt?
Nog meer, overvloediger in Hem te behagen, weet je nog?
Volledige gezondheid.
‘… en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.’
Onberispelijk bewaard worden.
Onberispelijk.
Vrij van zonde, vrij van elke smet.
Gezond naar geest, ziel en lichaam, omdat het Hem is toegewijd, leeft om Zijn wil te doen en bereid is te sterven aan zichzelf, opdat steeds meer van Hem zichtbaar wordt in ons.

Lieve Vader in de hemel.
Wat gaat Uw woord dieper dan wij vaak zo even in het voorbij gaan lezen.
Wat is de betekenis van Uw woord groter dan wij vaak maar de tijd nemen om het te overdenken.
En wat is wat U zegt eigenlijk allemaal gericht op de eer van Uw Naam en op wat voor ons het beste is.
Vergeef mij, Vader, dat ik Uw woord toch nog zo vaak oppervlakkig lees en soms ook zo geselecteerd.
Zo van, dit kan ik gebruiken, oh, dat is een beetje lastig of moeilijk, laat dat maar (even).
Vergeef mij, Vader, vergeef ons, dat we zo vreselijk eigenwijs zijn en het altijd beter denken te weten dan U.
Leer ons om naar Uw woord te leven, niet hier en daar wat vandaan, maar naar geheel Uw woord, opdat het ons leven heiliger zal maken en is tot Uw eer en glorie.
Dank U wel, dat we dit niet alleen hoeven te doen.
Dank U wel, dat U weet dat wij dat van onszelf niet kunnen en dat U Uw Heilige Geest geeft om ons daarbij te helpen.
Dank U wel, dat U ons daarin door Uw Geest leidt.
Vergeef ons zo, Vader, reinig ons hart van eigengereidheid en eigenwaan en kom met Uw Geest.
Doorwaai ons hart en toon ons de plaatsen in ons leven, iedere dag opnieuw, waar wij, nog of weer, leven voor onszelf in plaats van voor U en tot Uw eer.
Laat mij, laat ons, iedere morgen wakker worden en met uit bed stappen beseffen, dat deze dag van U en voor U is.
En dat alles wat ik, wat wij doen, daarop gericht moet zijn.
Maak zo ons leven heiliger, Vader, opdat wij onberispelijk bewaard zullen worden tot de Here Jezus terugkomt.
In Jezus’ Naam.
- Amen –
Heer,
hier ben ik,
gewoon zoals ik ben.
Ik geef U mijzelf
om te doorzoeken
met Uw Geest
en te zien
waar mijn leven
nog meer heiligmaking
nodig heeft.
U wil ik behagen!
O, ik wil dat U
vreugde vindt
in alles wat ik doe.
Dat er een glimlach
op Uw lippen is
elk moment
dat U
naar mij kijkt.
Heer,
hier ben ik,
gewoon zoals ik ben.
Ik geef U mijzelf,
omdat ik weet:
alleen kan ik het niet.
Maar wel
door Uw Geest,
die in mij woont
en leeft.
©Rita Klapwijk
zondag 24 februari 2013
Week 9 - Eeuwige liefde
Zoals de Vader Mij liefgehad heeft, heb ook Ik u liefgehad; blijf in Mijn liefde.
Als u Mijn geboden in acht neemt, zult u in Mijn liefde blijven, zoals Ik de geboden van Mijn Vader in acht genomen heb en in Zijn liefde blijf.
HSV
Ik heb jullie lief zoals de Vader mij liefheeft.
Zorg dat jullie in mijn liefde blijven.
Als jullie je aan mijn geboden houden, blijven jullie in mijn liefde, zoals ik mij aan de geboden van mijn Vader houd en blijf in zijn liefde.
GNB
Johannes 15:9,10
Hoor de hartslag van Zijn onbegrensde liefde!
Hoor, luister goed, vooral als je het moeilijk hebt.
Laat het ritme van die harteklop je kracht zijn.
Zijn liefde zal je staande houden bij elke stap.
Hoor de hartslag van Zijn onbegrensde liefde!
Hoor, luister goed, zeker in tijden van pijn en verdriet.
Laat het ritme van die harteklop je troost zijn.
Zijn liefde zal je als een warme mantel omgeven.
Hoor de hartslag van Zijn onbegrensde liefde!
Hoor, luister goed, juist in tijden van drukte en stress.
Laat het ritme van die harteklop je doen ontspannen.
Zijn liefde is de bron voor rust en vree.
Hoor de hartslag van Zijn onbegrensde liefde!
Hoor, luister goed, speciaal in tijden van vreugd.
Laat het ritme van die harteklop je vullen met dank en lofprijs.
Zijn liefde is immers de kracht waardoor je leeft.
Hoor de hartslag van Zijn onbegrensde liefde is een gedeelte uit een regel die op het kalendertje staat en die mijn hart in beroering bracht.
De hele zin luidt: ‘Leg je oor tegen de borst van de Verlosser zodat je, als het moeilijk wordt, de hartslag van Zijn onbegrensde liefde kunt horen.’
Misschien hebben we gevoelsmatig dit het hardst nodig als we het moeilijk hebben, maar in principe hebben we het iedere dag nodig willen we het dienende leven kunnen leven zoals Hij deed.
Eeuwige liefde is het waar het deze keer omgaat.
Eeuwige liefde …
Als ik om mij heen kijk, word dit iets wat steeds moeilijker te geloven is dat het nog bestaat.
Het ene huwelijk na het andere sneuvelt; de één na de ander verlaat zijn vrouw, of vrouw haar man.
Reactie van de kinderen die daar bij betrokken zijn zeer schrijnend.
Opleidingen worden omgegooid, nooit zullen ze zelf trouwen, niemand is te vertrouwen …
Is het mijn schuld …?
Eeuwige liefde, bestaat het werkelijk nog wel?
Als we om ons heen kijken, naar onszelf kijken, het van onszelf of elkaar verwachten, dan gaat dat zeker niet lukken.
Onze liefde is helaas vaak van zoveel factoren afhankelijk.
Zelfs onder christenen zie je een verschuiving hierin; zelfs daar heeft de satan zich binnen weten te wringen met zijn leugens en bedrog en zijn echtscheidingen bijna al een normaal verschijnsel aan het worden.
Hij is er op gericht om het gezin, ooit de hoeksteen van onze samenleving genoemd, kapot te maken waar hij kan.
Hij lijkt daarin behoorlijk succes te hebben, getuige de vele gebroken gezinnen.
En de negatieve gevolgen hiervan worden steeds groter.
Steeds groter wordt de groep beschadigde mensen en kinderen.
Door zijn geniepige werkwijze lijkt het of satan steeds meer terrein wint in deze wereld.
En misschien is dat ook wel zo, of de verschillen worden steeds duidelijker, wie zal het zeggen …
Maar toch, het is maar voor even, want zijn verlies is een feit, hij is onttroond en wacht slechts nog op het tijdstip dat God definitief een einde maakt aan zijn heerschappij op deze wereld.
Zijn laatste, weliswaar (zeer) krachtige stuiptrekkingen, heeft als doel nog zoveel mogelijk mensen bij God, bij Zijn liefde, vandaan te trekken, blind te maken voor Zijn liefde.
Want bij Hem en Hem alleen is de eeuwige liefde, waar het hier om gaat, te vinden.
Immers, doordat Hij ons eerst heeft liefgehad, kunnen wij liefhebben!
Alle liefde, echte liefde, komt voort uit Hem!
Hij heeft ons geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis.
Als we niet in zonden waren gevallen, zouden we tot op de dag vandaag nog gewandeld en geleefd hebben in deze heerlijke, eeuwige liefde.
Maar er is hoop!
Het is niet voorbij!
Zijn eeuwige liefde is er nog steeds en beschikbaar voor een ieder die gelooft.
Gelooft, dat Jezus, Gods eniggeboren Zoon, aan het kruis is gestorven voor zijn/haar zonden.
God heeft ons niet aan ons lot overgelaten.
Toen niet en nu nog steeds niet.
Hij wil een ieder onderdompelen in Zijn liefde, in Zijn eeuwige liefde.
Hij wil genezen de gebrokenen van hart.
Hij wil helen alle wonden die zijn geslagen.
Ziekten, pijn en verdriet.
Daarvoor kwam Zijn Zoon!
Daarvoor gaf Zijn Zoon, onze Here Jezus Christus, Zijn leven!
Om te redden wat verloren is!
Al onze ziekten heeft Hij gedragen, al ons leed heeft Hij op Zich genomen, om onze zonden werd Hij doorboord, om onze schulden werd Hij vermorzeld!
Hij onderging de straf die ons de vrede bracht. (Jesaja 53)
Op geen enkele andere wijze kan God nog meer laten zien van Zijn liefde voor ons, van Zijn eeuwige liefde.
Het is aan een ieder van ons om deze liefde aan te nemen of niet.
En zoals God ons heeft liefgehad, zo heeft ook de Here Jezus ons lief.
De Vader en de Zoon zijn één, één in hun liefde voor ons en de Here Jezus wil niets liever dan dat wij in Zijn liefde blijven.
‘Ik heb je lief’, zegt Hij, ‘zoals de vader Mij liefheeft; blijf toch in Mijn liefde!’
Hoor bij Zijn doop hoe God, Zijn Vader, spreekt: ‘Dit is Mijn Geliefde Zoon in wie Ik Mijn welbehagen heb.’
God had Jezus zo lief, zo lief en met deze liefde heeft Hij ons weer lief.
En Hij wil niets liever dan dat wij in deze liefde blijven.
‘Blijf in Mijn liefde!,’ zegt Hij.
Jezus bleef in de liefde van Zijn Vader door Zich aan Zijn geboden te houden.
Voor ons geldt hetzelfde, als wij ons aan Zijn geboden houden, blijven we in Zijn liefde.
Zijn eeuwige liefde.
Jezus vraagt niets van ons wat Hijzelf niet heen gedaan.
Jezus hield Zich echter niet uit plichtsbesef aan de geboden van Zijn Vader, maar uit liefde voor Hem.
Liefde is de sleutel.
Liefde was het waarom God een reddingsplan had bedacht.
Liefde was het waardoor Hij Zijn Zoon zond.
Liefde was het waardoor Jezus kwam
Liefde was het waarom Hij stierf.
Liefde is het waarom tot op de dag van vandaag Zijn doorboorde handen nog steeds uitgestrekt zijn.
Liefde is het waardoor deze boodschap tot op de dag van vandaag klinkt.
Liefde is het waarom God zo veel geduld heeft en wacht met terugkomen.
Liefde is het, Zijn eeuwige liefde voor ons mensen.
Hoor, Luister toch naar die hartslag van Zijn onbegrensde liefde.
Lieve Vader in de hemel.
Mijn hart is vol van ontroering, van ontzag, van …, ik heb er geen woorden voor Vader, hoe onder de indruk mijn hart is van Uw grote en eeuwige liefde voor mij, voor ons.
Ik heb zo het gevoel te kort te schieten in mijn bewoordingen om dit uit te leggen, door te geven, maar dank U, dat Uw Geest het zal doen.
O Vader, dit is de bede van mijn hart, dat een ieder Uw liefde mag gaan zien en ervaren.
Ondergedompeld mag worden in Uw liefde, waardoor er genezing plaatsvindt naar geest ziel en lichaam.
Dat, waar wij bij Uw liefde vandaan zijn geraakt, terug mogen komen.
Laat ons zien, Vader, waar we door ongehoorzaamheid onder Uw liefde vandaan dreigen te geraken of zijn geraakt.
Geef, Vader, dat we niet uit plichtsbesef ons aan Uw geboden zullen houden, maar uit liefde, en laat die liefde zichtbaar worden naar buiten toe, zodat anderen weer geraakt zullen worden door die liefde.
Dat ze niet afgestoten worden door de gedachte dat je als kind van U niets mag, maar dat ze aangetrokken worden door de liefde die van U hebben ontvangen en waaruit wij nu in vrijheid mogen en kunnen leven.
En dat het houden aan Uw geboden, dat voor velen zo’n blokkade is, niet een last of zwaar juk is, maar een uiting van onze liefde naar U.
O Vader, vul zo mijn hart, ons hart met Uw liefde.
Laat zo, Heer Jezus, Uw leven met het onze worden verweven, dat wie U bent zichtbaar wordt/ bent door ons heen.
Niet alleen nu, in deze lijdenstijd, maar iedere dag, tot U terugkomt of totdat de dood ons thuishaalt.
In Jezus’ Naam bid ik U dit, Vader, in Jezus’ Naam.
- Amen -
Hoor de hartslag van Zijn onbegrensde liefde!
Hoor, luister goed, neem de tijd ervoor iedere dag.
Laat het ritme van die harteklop de adem van je leven zijn,
de tred van iedere stap die je zet,
de Bron van waaruit je leeft en geeft.
Zijn liefde heeft Hij jou bewezen
toen Hij stierf aan het kruis op Golgotha,
waar de hartslag van Zijn onbegrensde liefde
voor korte tijd stopte met slaan,
zodat een ieder, die in Hem gelooft, eeuwig leven heeft.
- Amen –
©Rita Klapwijk
Als u Mijn geboden in acht neemt, zult u in Mijn liefde blijven, zoals Ik de geboden van Mijn Vader in acht genomen heb en in Zijn liefde blijf.
HSV
Ik heb jullie lief zoals de Vader mij liefheeft.
Zorg dat jullie in mijn liefde blijven.
Als jullie je aan mijn geboden houden, blijven jullie in mijn liefde, zoals ik mij aan de geboden van mijn Vader houd en blijf in zijn liefde.
GNB
Johannes 15:9,10
Hoor de hartslag van Zijn onbegrensde liefde!
Hoor, luister goed, vooral als je het moeilijk hebt.
Laat het ritme van die harteklop je kracht zijn.
Zijn liefde zal je staande houden bij elke stap.
Hoor de hartslag van Zijn onbegrensde liefde!
Hoor, luister goed, zeker in tijden van pijn en verdriet.
Laat het ritme van die harteklop je troost zijn.
Zijn liefde zal je als een warme mantel omgeven.
Hoor de hartslag van Zijn onbegrensde liefde!
Hoor, luister goed, juist in tijden van drukte en stress.
Laat het ritme van die harteklop je doen ontspannen.
Zijn liefde is de bron voor rust en vree.
Hoor de hartslag van Zijn onbegrensde liefde!
Hoor, luister goed, speciaal in tijden van vreugd.
Laat het ritme van die harteklop je vullen met dank en lofprijs.
Zijn liefde is immers de kracht waardoor je leeft.
Hoor de hartslag van Zijn onbegrensde liefde is een gedeelte uit een regel die op het kalendertje staat en die mijn hart in beroering bracht.
De hele zin luidt: ‘Leg je oor tegen de borst van de Verlosser zodat je, als het moeilijk wordt, de hartslag van Zijn onbegrensde liefde kunt horen.’
Misschien hebben we gevoelsmatig dit het hardst nodig als we het moeilijk hebben, maar in principe hebben we het iedere dag nodig willen we het dienende leven kunnen leven zoals Hij deed.
Eeuwige liefde is het waar het deze keer omgaat.
Eeuwige liefde …
Als ik om mij heen kijk, word dit iets wat steeds moeilijker te geloven is dat het nog bestaat.
Het ene huwelijk na het andere sneuvelt; de één na de ander verlaat zijn vrouw, of vrouw haar man.
Reactie van de kinderen die daar bij betrokken zijn zeer schrijnend.
Opleidingen worden omgegooid, nooit zullen ze zelf trouwen, niemand is te vertrouwen …
Is het mijn schuld …?
Eeuwige liefde, bestaat het werkelijk nog wel?
Als we om ons heen kijken, naar onszelf kijken, het van onszelf of elkaar verwachten, dan gaat dat zeker niet lukken.
Onze liefde is helaas vaak van zoveel factoren afhankelijk.
Zelfs onder christenen zie je een verschuiving hierin; zelfs daar heeft de satan zich binnen weten te wringen met zijn leugens en bedrog en zijn echtscheidingen bijna al een normaal verschijnsel aan het worden.
Hij is er op gericht om het gezin, ooit de hoeksteen van onze samenleving genoemd, kapot te maken waar hij kan.
Hij lijkt daarin behoorlijk succes te hebben, getuige de vele gebroken gezinnen.
En de negatieve gevolgen hiervan worden steeds groter.
Steeds groter wordt de groep beschadigde mensen en kinderen.
Door zijn geniepige werkwijze lijkt het of satan steeds meer terrein wint in deze wereld.
En misschien is dat ook wel zo, of de verschillen worden steeds duidelijker, wie zal het zeggen …
Maar toch, het is maar voor even, want zijn verlies is een feit, hij is onttroond en wacht slechts nog op het tijdstip dat God definitief een einde maakt aan zijn heerschappij op deze wereld.
Zijn laatste, weliswaar (zeer) krachtige stuiptrekkingen, heeft als doel nog zoveel mogelijk mensen bij God, bij Zijn liefde, vandaan te trekken, blind te maken voor Zijn liefde.
Want bij Hem en Hem alleen is de eeuwige liefde, waar het hier om gaat, te vinden.
Immers, doordat Hij ons eerst heeft liefgehad, kunnen wij liefhebben!
Alle liefde, echte liefde, komt voort uit Hem!
Hij heeft ons geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis.
Als we niet in zonden waren gevallen, zouden we tot op de dag vandaag nog gewandeld en geleefd hebben in deze heerlijke, eeuwige liefde.
Maar er is hoop!
Het is niet voorbij!
Zijn eeuwige liefde is er nog steeds en beschikbaar voor een ieder die gelooft.
Gelooft, dat Jezus, Gods eniggeboren Zoon, aan het kruis is gestorven voor zijn/haar zonden.
God heeft ons niet aan ons lot overgelaten.
Toen niet en nu nog steeds niet.
Hij wil een ieder onderdompelen in Zijn liefde, in Zijn eeuwige liefde.
Hij wil genezen de gebrokenen van hart.
Hij wil helen alle wonden die zijn geslagen.
Ziekten, pijn en verdriet.
Daarvoor kwam Zijn Zoon!
Daarvoor gaf Zijn Zoon, onze Here Jezus Christus, Zijn leven!
Om te redden wat verloren is!
Al onze ziekten heeft Hij gedragen, al ons leed heeft Hij op Zich genomen, om onze zonden werd Hij doorboord, om onze schulden werd Hij vermorzeld!
Hij onderging de straf die ons de vrede bracht. (Jesaja 53)
Op geen enkele andere wijze kan God nog meer laten zien van Zijn liefde voor ons, van Zijn eeuwige liefde.
Het is aan een ieder van ons om deze liefde aan te nemen of niet.
En zoals God ons heeft liefgehad, zo heeft ook de Here Jezus ons lief.
De Vader en de Zoon zijn één, één in hun liefde voor ons en de Here Jezus wil niets liever dan dat wij in Zijn liefde blijven.
‘Ik heb je lief’, zegt Hij, ‘zoals de vader Mij liefheeft; blijf toch in Mijn liefde!’
Hoor bij Zijn doop hoe God, Zijn Vader, spreekt: ‘Dit is Mijn Geliefde Zoon in wie Ik Mijn welbehagen heb.’
God had Jezus zo lief, zo lief en met deze liefde heeft Hij ons weer lief.
En Hij wil niets liever dan dat wij in deze liefde blijven.
‘Blijf in Mijn liefde!,’ zegt Hij.
Jezus bleef in de liefde van Zijn Vader door Zich aan Zijn geboden te houden.
Voor ons geldt hetzelfde, als wij ons aan Zijn geboden houden, blijven we in Zijn liefde.
Zijn eeuwige liefde.
Jezus vraagt niets van ons wat Hijzelf niet heen gedaan.
Jezus hield Zich echter niet uit plichtsbesef aan de geboden van Zijn Vader, maar uit liefde voor Hem.
Liefde is de sleutel.
Liefde was het waarom God een reddingsplan had bedacht.
Liefde was het waardoor Hij Zijn Zoon zond.
Liefde was het waardoor Jezus kwam
Liefde was het waarom Hij stierf.
Liefde is het waarom tot op de dag van vandaag Zijn doorboorde handen nog steeds uitgestrekt zijn.
Liefde is het waardoor deze boodschap tot op de dag van vandaag klinkt.
Liefde is het waarom God zo veel geduld heeft en wacht met terugkomen.
Liefde is het, Zijn eeuwige liefde voor ons mensen.
Hoor, Luister toch naar die hartslag van Zijn onbegrensde liefde.
Lieve Vader in de hemel.
Mijn hart is vol van ontroering, van ontzag, van …, ik heb er geen woorden voor Vader, hoe onder de indruk mijn hart is van Uw grote en eeuwige liefde voor mij, voor ons.
Ik heb zo het gevoel te kort te schieten in mijn bewoordingen om dit uit te leggen, door te geven, maar dank U, dat Uw Geest het zal doen.
O Vader, dit is de bede van mijn hart, dat een ieder Uw liefde mag gaan zien en ervaren.
Ondergedompeld mag worden in Uw liefde, waardoor er genezing plaatsvindt naar geest ziel en lichaam.
Dat, waar wij bij Uw liefde vandaan zijn geraakt, terug mogen komen.
Laat ons zien, Vader, waar we door ongehoorzaamheid onder Uw liefde vandaan dreigen te geraken of zijn geraakt.
Geef, Vader, dat we niet uit plichtsbesef ons aan Uw geboden zullen houden, maar uit liefde, en laat die liefde zichtbaar worden naar buiten toe, zodat anderen weer geraakt zullen worden door die liefde.
Dat ze niet afgestoten worden door de gedachte dat je als kind van U niets mag, maar dat ze aangetrokken worden door de liefde die van U hebben ontvangen en waaruit wij nu in vrijheid mogen en kunnen leven.
En dat het houden aan Uw geboden, dat voor velen zo’n blokkade is, niet een last of zwaar juk is, maar een uiting van onze liefde naar U.
O Vader, vul zo mijn hart, ons hart met Uw liefde.
Laat zo, Heer Jezus, Uw leven met het onze worden verweven, dat wie U bent zichtbaar wordt/ bent door ons heen.
Niet alleen nu, in deze lijdenstijd, maar iedere dag, tot U terugkomt of totdat de dood ons thuishaalt.
In Jezus’ Naam bid ik U dit, Vader, in Jezus’ Naam.
- Amen -
Hoor de hartslag van Zijn onbegrensde liefde!
Hoor, luister goed, neem de tijd ervoor iedere dag.
Laat het ritme van die harteklop de adem van je leven zijn,
de tred van iedere stap die je zet,
de Bron van waaruit je leeft en geeft.
Zijn liefde heeft Hij jou bewezen
toen Hij stierf aan het kruis op Golgotha,
waar de hartslag van Zijn onbegrensde liefde
voor korte tijd stopte met slaan,
zodat een ieder, die in Hem gelooft, eeuwig leven heeft.
- Amen –
©Rita Klapwijk
zondag 17 februari 2013
Week 8 - Nee zeggen
Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen,
en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven, …HSV
Want Gods genade is verschenen tot redding van alle mensen.
Ze voedt ons op en leert ons dat we ons moeten afkeren van ons goddeloze leven en onze wereldse verlangens en dat we bezonnen, rechtvaardig en vroom moeten leven in deze wereld, …
GNB
Titus 2:11,12
Gedeeltelijk citaat (kalendertje): ‘Door de kracht van de Heilige Geest en het gezag van Zijn Woord kunnen we nee zeggen tegen de dingen waar we nee tegen moeten zeggen.’
Allerlei verschillende gedachten komen in mij boven als ik hierover aan het nadenken ben.
In mijn achterhoofd weerklinken opnieuw de stemmen van mensen die mij vertellen wat ik wel en niet mag doen, en wat ik moet doen.
Allerlei gevoelens kom weer boven, gevoelens van frustratie en onmacht, van verdriet en berouw, van wel willen en toch niet kunnen.
Diep van binnen klinkt een schreeuw naar boven, ‘HERE, help mij! Het goede dat ik doen wil, dat doe ik niet, en het verkeerde, dat ik niet wil, dat doe ik …’
Mijn gedachten en gevoelens zijn net een rollercoaster; en zoals de sneeuw buiten op dit moment voortjakkert en door elkaar dwarrelt, zo voelt het ook bij mij van binnen.
Maar ik weet wel waar het vandaan komt, waar het uit voortkomt.
Al heel lang weet ik dat ik moet gaan lijnen maar de fut en moed ontbreken me.
Ik heb het al zo vaak geprobeerd en iedere keer blijf ik steken bij een paar kilootjes, omdat ik er niet bij kan sporten of genoeg bewegen en dan geef ik het maar weer op.
En binnen de kortste keren zit alles wat er af was, er weer aan.
Zo frustrerend.
En dan nu dit onderwerp.
Nee zeggen; ‘door de kracht van de Heilige Geest en het gezag van Zijn woord kunnen we nee zeggen tegen de dingen waar we nee tegen moeten zeggen.’
Binnenin mij vindt een groot gevecht plaats …
Misschien heb jij wel heel andere dingen waarvan je weet dat je er ‘nee’ tegen zou moeten zeggen.
Misschien is het voor jou de tv, de computer, je werk, porno, of roken, of …
Er valt nog genoeg in te vullen.
Misschien lees je bovenstaande zin wel over de kracht van de Heilige Geest en denk je, ja, ja, daar heb je er weer zo eentje met zo’n ‘simpele oplossing’, alsof het allemaal zo makkelijk is.
Je moest eens weten hoe vaak ik al gevochten heb tegen …
Je moest eens weten hoe sterk dat andere is …
Je moest eens weten hoeveel ik al gebeden heb en voor me laten bidden …
Nee zeggen, och, als het toch eens zo simpel was …
Wees niet maar niet bang, er komt geen preek over de kracht van de Heilige Geest en hoe wij door Zijn kracht alles kunnen overwinnen.
(Hoewel dit natuurlijk wel waar is, maar ik denk dat als we heel eerlijk zijn, we dit zelf eigenlijk best wel weten)
Ik kan mijn Bijbel nu openen en allerlei Bijbelteksten opzoeken die gaan over Zijn kracht en hulp.
Ik kan terug gaan naar mijn gedichtensite waar ik een prachtig gedicht heb geschreven over Zijn Opstandingskracht; een gedicht wat ik doorleefd en doorworsteld heb voordat het op papier kwam.
Ik kan getuigenissen doorgeven van mensen die in één klap bevrijd of genezen waren.
Ik kan van alles aanhalen of neerschrijven, en misschien dat iets daarvan je even motiveert, of je stimuleert om je schouders er weer onder te zetten en ‘nee’ te zeggen.
En misschien dat het sommigen zelfs echt zou helpen, maar omdat dit ook voor mij persoonlijk, nu, op dit moment een issue is, keer ik terug naar een moment van bijna 6 jaar geleden.
Naar de dag waarop ik ‘nee’ zei tegen mijn sigaretten, tegen het roken.
Al heel wat eerder (paar jaar?) had God mij laten zien dat Hij graag wilde dat ik zou stoppen met het roken, maar wat heeft het lang geduurd voordat ik zover was dat het me ook daadwerkelijk lukte.
Eén groot gevecht is het geweest eer ik zover was.
Ik weet niet hoe het met jou is, maar ik heb in mijn eigen leven wel ontdekt, dat het niet een kwestie was/is van niet kunnen stoppen, maar niet willen.
Wat mijn roken betreft; heel lang verschool ik mij achter dingen als: ik ga die gezelligheid missen, nog even samen gezellig een sigaretje roken.
Of ik heb teveel problemen, dus dat gaat hem nu niet worden.
Of de kilo’s vliegen er dan aan, ik rook liever dan dat ik dik word.
Of …
Ach, we hebben denk ik zo allemaal wel onze eigen redenen/excuses waarom we nu geen ‘nee’ kunnen zeggen.
Maar als ik heel eerlijk ben, ging het uiteindelijk bij mij maar om één ding: diep, heel diep van binnen wilde ik niet!
Alleen al de gedachte dat ik nooit meer zou mogen roken, riep allerlei gevoelens van paniek op.
O, wat ben ik in die tijd naar het stoppen met roken onredelijk geweest tegen God.
‘Wilt U me dit ook nog afpakken?
Ik heb al niets, kan al niets, moet ik dit ook nog missen?
Ik kan al niet sporten of zoiets, want mijn lichaam kan dat niet, ik mag al niet snoepen want dan vliegen de kilo’s eraan en nu moet ik mijn sigaret ook nog inleveren?
Weet U wel wat U van mij vraag?
O God, waarom?
Waarom? …’
Apart, opnieuw kan ik deze pijn voelen, de pijn van mijn strijd met God, de strijd van mijn wil tegen de Zijne.
Want, dat was, en is, de kern van alles.
Het gaat er niet om of ik het wel of niet kan, het gaat erom of ik bereid ben mijn wil te onderwerpen aan die van Hem!
En ik denk dat dit in wezen voor ons allemaal geldt, niet alleen voor mij.
Wat het ook is, waar we ook ‘nee’ tegen moeten zeggen, uiteindelijk draait het maar om één ding: gehoorzaamheid!
Gehoorzamen aan Hem, of doen we onze eigen zin.
Afgelopen week is de lijdenstijd begonnen.
Overal om je heen hoor en zie je berichtjes over bidden en vasten, over je richten, zien op Jezus.
Tussen twee haakjes, geloof jij dat God dingen leidt in je leven?
Dingen samenbrengt, zo arrangeert dat ze samenvallen, of geloof jij in toeval?
Ik geloof niet in toeval, ik geloof dat God mijn leven leidt, dat Hij dingen op mijn pad brengt en dat het aan mij is of ik ze zie, oppak en wat mee doe of niet.
Nee, niet dat Hij zo mijn hele leven van minuut tot minuut uitstippelt en dat ik het maar zou moeten doen, nee, dan zou ik een marionet zijn en zo heeft Hij ons niet geschapen.
Hij heeft ons geschapen met een eigen wil, maar ik geloof met heel mijn hart dat Hij mij leidt en daarin dus dingen toelaat of juist op mijn weg brengt.
Hoe ‘toevallig’ kan dit anders zijn?
De lijdenstijd is begonnen. (straks zul je begrijpen waarom dit voor mij belangrijk is)
Met het kalendertje van Beth Moore kom ik deze week precies uit bij ‘nee zeggen’.
Ik schrijf mijn stukje meestal op donderdag en soms als ik meer tijd nodig heb, ga ik op vrijdag, zo nodig zaterdag, verder.
Daar ik gister al behoorlijk heb geworsteld met dit onderwerp, en amper wat op papier kreeg, moest ik vandaag (vrijdag) verder.
En uitgerekend gisteravond kom ik met mijn Bijbelsdagboekje bij het hoofdstukje over ‘dieet en bewegen’.
(Als ik dan toch heel eerlijk en persoonlijk bezig ben, laat ik je dan ook maar dit vertellen, ik werd even heel chagrijnig en heb het van weeromstuit niet eens goed gelezen)
Ik geloof dat God ons allemaal tot een punt brengt waarop we echt een keuze moeten maken, doen we dit niet, dan heeft dat consequenties.
In de eerste plaats consequenties voor onze relatie met God, maar het kan ook in relaties tussen man/vrouw/gezin/vrienden etc., of voor ons lichaam.
Als God ons dingen wil leren, of ons vraagt te stoppen –nee te zeggen– tegen bepaalde dingen en we willen niet, gaan door met … wat het ook is, dan sluiten we Hem buiten dat terrein van ons leven en behoort niet ons gehele leven aan Hem toe.
Daarmee stellen we dus onze eigen wil boven die van Hem.
Het proces van strijd dat daaraan vooraf kan gaan – onze wil tegen die van Hem, wat nog eens extra gevoed kan worden door influisteringen en handelen van de boze, tegen die van Hem – is voor de één misschien totaal onbegrijpelijk en voor een ander een weg die onontkoombaar is.
Ik weet van mijzelf hoe dom het was, en is, en toch lijkt het wel alsof ik het ‘nodig’ heb om te komen tot een totale overgave ook op dat terrein van mijn leven.
Ik weet dat ik mijn wil moet afleggen tegen die van Hem; ik weet dat ik dat uiteindelijk zal doen omdat ik niet anders kan, en toch ben ik zo’n moeilijk mens die hardnekkig vecht en strijd met God.
Geloof me, ik wilde dat het anders was, en aan de andere kant leer ik daardoor God ook weer kennen, waardoor ik nog meer van Hem ga houden.
(Hoe krom kunnen dingen soms zijn, of maak ik ze zo?)
Voor mijzelf geloof ik dat God mij met dit onderwerp, en alles wat Hij daarom heen bij elkaar liet/laat vallen, (opnieuw) op dit punt heeft gebracht, net als met het roken.
Want Gods genade is verschenen tot redding van alle mensen.
Ze voedt ons op en leert ons dat we ons …
‘Ze voedt ons op en leert ons’ zegt de tekst die erbij gegeven is.
Gods genade, Jezus, is verschenen en voedt ons op en leert ons …
Opnieuw kom ik uit bij maar één ding, willen we dat?
Wil ik dat?
Ja?
Dan kan ik ook ‘nee’ zeggen tegen ...
Alles komt aan op onze keuze en van daaruit ondernemen we de stappen die nodig zijn.
Dan komt de kracht van de Heilige Geest om de hoek, want God geeft ons geen kracht voor iets waar we nog aan moeten beginnen.
We zullen Zijn kracht pas ervaren als we op weg zijn gegaan en soms ontdekken we zelfs pas dat Hij ons geholpen heeft als we terugkijken.
Soms zullen we de hulp van andere mensen erbij nodig hebben, maar dat is niet erg.
God heeft ons mensen ook aan elkaar gegeven om voor elkaar te zorgen, naar elkaar om te zien.
Voor elkaar te bidden, elkaar te bemoedigen en op te beuren.
Gods woord zegt: ‘Ik vermag alle dingen in Hem die mij kracht geeft.’
Dat is het woord waaraan we ons als het ware vast moeten klampen, onszelf heel de dag door moeten voorhouden.
De kracht die vrij kwam toen Jezus opstond uit de dood, is de kracht die in ons is!
Hij heeft alles overwonnen en wij zijn in Hem meer dan overwinnaar, dus hoezo we kunnen geen ‘nee zeggen’.
Niet mijn wil, maar Uw wil geschiedde …
Goede vrijdag.
Gethsemané.
Lijdenstijd.
Naast mij ligt het schriftje waarin ik mijn verhaal heb geschreven over mijn keuze om ‘nee’ te zeggen tegen het roken.
Ik had het vorig jaar al met Goede Vrijdag op mijn site willen plaatsen, maar ik kon niet meer vinden waar ik het in opgeschreven had.
(zegt iets over mij, over alle papiertjes en schriftjes die ik heb en waarin dingen staan opgeschreven )
Ergens in de week die achter me ligt, kwam ik het tegen en had het vast apart gelegd voor …?...
Het verteld van hoe ik tot het uiteindelijke punt kwam om ‘nee’ te (kunnen) zeggen.
Misschien dat het ook jou op weg kan helpen, waar dan ook voor …
Zelf wil ik het nogmaals lezen, nogmaals doorleven voor de weg waar ik nu voorstaat.
6 april 2007
Vandaag is het Goede Vrijdag; bijna was, want de dag is bijna om.
In gedachten liep ik vandaag met U mee, Heer.
Wat ging er door U heen vandaag zoveel jaar terug?
U wist dat Uw einde vandaag kwam.
Het lijden, het sterven.
Bent U nog gewoon doorgegaan met Uw werk tot aan het avondmaal?
Ja, dat geloof ik vast, mensen redden, genezen, ja, ik geloof dat U dat deed.
Gewoon alles wat U iedere dag deed, ondanks dat U wist wat er ging gebeuren deze dag.
Steeds opnieuw keerden deze gedachten vandaag terug in mijn hoofd.
Wat deed U nu, Heer Jezus?
Waar was U nu mee bezig?
Welke gedachten gingen er door U heen als U dacht aan wat er ging gebeuren?
Ik weet dat het eigenlijk geen vergelijking is, maar toch …
Opnieuw doorloop ik mijn dag.
… Ik ga ook gewoon door met mijn werk, met de dingen die moeten gebeuren.
Af en toe denk ik aan vanavond; nee, dat zie ik dan wel, nu gewoon mijn werk …
Af en toe sta ik even stil en vraag: ‘Heer Jezus, hoe deed U dat?
Ik voel me dicht bij Hem, verwant met Hem, of eigenlijk moet ik zeggen, ik voel Zijn verwantschap met mij.
Het zou Hem alles kosten; verraad, verloochend, immense pijn , verdriet etc.
Zonde – Dood – door God verlaten …
En ik?
Als ik stop met roken vanavond na de dienst, na ‘de kruisiging en Zijn dood’, heb ik alleen maar winst.
Ja, het zal mij wat kosten, maar nooit alles.
Zo loop ik vandaag als het ware met U op, samen.
Ik voel pijn en verdriet, om U, om mijzelf.
Bijna zover.
Bijna.
Wat niet in mijn schriftje staat, maar wat ik nog wel weet, is dat ik diep van binnen eigenlijk nog niet wilde stoppen.
‘Gethsemané’ staat mij nog helder voor de geest.
Zijn strijd, Zijn angst, Zijn wanhoop …
Af en toe vliegt mij dit ook aan die dag en op de één of andere manier voelt het ook goed; het mag, er is ruimte voor.
Ruimte voor mijn angst, voor de leegte, het onbekende, de strijd, de pijn, voor het nooit meer …
Ik vind troost bij Jezus, in de hof van Gethsemané.
’s Avonds in de dienst woedt de strijd voort.
Nog heb ik een keuze, nog kan ik anders kiezen.
(Ik had mijzelf de tijd gegeven tot na de dienst; op de één of andere manier zou ik of wel of niet mijn sigaretten met Hem begraven)
In gedachten leg ik mijn sloffen sigaretten aan Uw voeten bij het kruis, maar nog kan ik ze me terug nemen …
Alstublieft, Heer Jezus, alstublieft …
’t Doet zo’n pijn, zo’n pijn …
Ik ben zo bang.
En toch …
’t Is voorbij.
De Here Jezus is dood.
In stilte lopen we de kerkzaal uit, zoals je in stilte loopt met een begrafenis.
’t Is voorbij, voor U, voor mij!?
Stilte omringt me.
Dan, in de hal, komt ineens de vraag van iemand: ‘Kom je mee een sigaretje roken?’
Ik kijk haar aan.
Binnenin mij stuiptrekt het; het moment van de keuze is aangebroken.
Zo vreemd, ze vraagt het me nooit.
Ik antwoord: ‘Nee, ik ben gestopt.’
Ik ben gestopt!
Voor het eerst van mijn leven spreek ik deze woorden uit.
Anders was het altijd: nee, ik probeer te stoppen, en nu …
’t Is gebeurd, ’t is echt voorbij.
Als ik naar buiten naar mijn auto loop, kijk ik omhoog.
‘Ik vertrouw hierbij op Uw hulp, Heer Jezus, want alleen red ik het niet.’
Een mengeling van gevoelens bekruipt mij.
Verdriet, opluchting, angst, onwennigheid, vrede, pijn.
Van U, Heer Jezus.
Voor U.
Mijn aan U gedane belofte.
En Hij heeft mij geholpen.
Dit jaar met Goede Vrijdag is het zes jaar geleden dat ik mijn laatste sigaret heb gerookt en tot op de dag van vandaag heb ik geen moment spijt.
En nu?
Sterven aan mijzelf …
Sterven aan jezelf …
Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede …
Lieve Vader in de hemel.
Hoe groot is niet Uw liefde en geduld met ons mensen. (en met mij in het bijzonder)
Dank U, dat U zoveel van mij houdt, dat U geduldig wacht tot ik uitgestreden en geworsteld ben.
Ik weet dat het dom is, Heer, gelijk overgeven aan Uw wil scheelt zoveel strijd, pijn en verdriet, en toch hebt U mij lief.
Ik wilde dat ik anders was, Here, niet zo’n tegenstribbelaar, niet iemand die alles moet doorleven, doorworstelen om te komen waar U haar hebben wilt.
Maar U weet, dat ik van U houd, heel veel.
U weet het, U weet het …
Help mij, lieve Vader, opnieuw.
En dank U wel dat ik weten mag dat U dat ook zult doen, opnieuw.
Ik bid voor hen die worstelen en strijden met hetzelfde probleem, of met wat anders.
Ik bid U, Vader, dat U ook op hen laat weten dat U geduldig wacht, of hen helpt als zij ‘nee’ gaan zeggen tegen hun issue.
Dank U wel, dat er voor ons allemaal vergeving is, genade, en hulp.
Dank U voor de vrijheid die komt als wij ‘nee’ zeggen tegen die dingen waarvan U dat van ons vraagt en zegt in Uw woord.
Ik bid echter ook om Uw hulp in dit proces van sterven aan onszelf.
Breng ons bij Jezus in de hof van Gethsemané, waar Hij ons kan en zal troosten, ons moed geeft, zoals U Hem getroost hebt en Hem de moed en kracht gaf die Hij nodig had.
Heer Jezus, U ging de zwaarste weg en hoe zwaar onze weg soms ook mag lijken, laten wij kracht en troost putten uit het feit dat U ons op de zwaarste weg bent voorgegaan en zo met ons mee kan voelen.
U zei: Uw wil geschiede; leer mij hetzelfde te zeggen.
U gaf alles en vraagt slecht zo weinig.
U stierf, zodat wij kunnen leven.
Laat Uw grote liefde ons hart dringen om te doen wat juist is.
Laat mij liefhebben wat U liefheeft, en haten wat U haat.
Niet mijn wil, maar Uw wil …
Niet omdat het moet, maar omdat ik van U houd, om wat U overgehad hebt voor mij …
Ook dit deel van mijn leven geef ik aan U.
- Amen –
‘Niet mijn wil,
maar Uw wil geschiede.’
Met gebogen hoofd
spreek ik de woorden,
terwijl mijn ogen het bloed zien
van de spijkers die Uw handen
en voeten doorboorden.
‘Niet mijn wil, maar Uw wil …‘
O Heer, help mij toch om zo te leven.
En om werkelijk elk deel van mijzelf,
ook wat ik nog verborgen houd
aan U te geven.
‘Niet mijn wil,
maar Uw wil geschiede.’
Ja, Heer, U wil ik gehoorzaam zijn,
tot in de kleinste dingen.
Maar heb alstublieft geduld met mij
en blijf mij met Uw liefde en trouw
omringen.
©Rita Klapwijk
Abonneren op:
Posts (Atom)

