Posts tonen met het label bevrijding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bevrijding. Alle posts tonen

zondag 8 september 2013

Week 37 - Angst

'De HEERE nu is het Die voor u uit gaat. Hij zal met u zijn. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten.
Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld.'
HSV

'De Heer Zelf zal voor je uittrekken, Hij zal je ter zijde staan.
Hij laat je niet aan je lot over, Hij laat je niet alleen.
Wees dus niet bang, laat je geen schrik aanjagen.'
GNB

Deuteronomium 31:8


Angst, al jaren reis je met me mee.
Soms op de achtergrond verscholen,
soms in alle hevigheid op de voorgrond.
Soms legde je me lam en ontnam me alle moed.
Je hebt me zelfs op de rand van de afgrond gebracht,
me bijna dodelijk verwond.

Angst, al jaren reis je met me mee.
Door jou is mijn leven moeilijk en zwaar.
Soms ben je als een molensteen om mijn nek.
Je hebt maar één wens, één verlangen,
mij beroven van het doel dat God met mij heeft;
mij opsluiten op een afgelegen plek.

Angst, al jaren reis je met me mee …

Angst, al jaren reis je met mij mee,
maar langzaam brokkelt je invloed af,
en wordt jouw plaats kleiner in mijn leven.
Je nagels, worden stukje bij beetje losgetrokken,
en de wonden worden  behoedzaam behandeld
door Degene Die Zijn leven tot genezing heeft gegeven.

‘Als kinderen van God zijn we net zo kwetsbaar
als onze onwil groot is om ons om te draaien
en bij Hem te schuilen.’

Beth Moore

Persoonlijk geloof ik niet dat het altijd onwil is om je niet om te draaien om bij Hem te schuilen.
Ik geloof dat trauma’s soms zo groot kunnen zijn, dat het geen onwil is, maar onmacht;
geen onwil, maar niet kunnen, niet weten hoe.
Dit is iets wat mij in de eerste plaats even van het hart moet bij dit citaat, want soms heb je gewoon hulp nodig, voordat je in staat ben om je om te draaien.
Is het wel mogelijk?
Ja, dat geloof ik wel.
God wil immers niet dat we leven in angst en beven, dat het ons belemmert om iets te doen, wegen te gaan, ons te ontplooien, Hem te zien, zoals Hij werkelijk is.
Maar er kunnen nu eenmaal dingen gebeuren in dit leven die mensen in de gevangenis van angst kunnen brengen.
Ik laat het open of dit onwil is, of onmacht; ik geloof echter wel dat God wel bij machte is om een ieder te bevrijden.
Ik laat het open, omdat ikzelf nog steeds worstel met bepaalde angsten door dingen die vroeger zijn gebeurd en geen kant en klaar antwoord heb op de vraag hoe er dan uit te komen.
Het is een weg die ik samen met God ga en die voor een ieder anders zal zijn.
Voor de één is er bevrijding in één gebed, terwijl een ander zijn gehele leven worstelt.
Eén ding weet ik wel, straks is dat alles allemaal voorgoed voorbij.
Geen angst meer, alle strijd voorbij!
En tot die tijd …

Anders wordt het als God je de mogelijkheid geeft, iets op je pad brengt, om die angst aan te pakken, dan zou het toch wel een beetje dom zijn om dat niet te doen.
Ik wil daarbij ook zeggen, dat ik echt heel, heel erg blij ben met Gods geduld.
Dat Hij niet één keer iets wil geven of laat zien, en als je daar niets mee doet, je dan pech hebt, maar dat Hij soms meerder keren hetzelfde terug brengt op je pad en je zo de tijd en ruimte geeft om je angst onder ogen te zien en om de stappen te kunnen zetten die nodig zijn.
God bracht mij op een gegeven moment een bepaalde cursus onder ogen, waarvan ik ervoer, dat is voor mij.
Niet in de zin van: dat vind ik leuk, of dat past precies bij mij, nee, helemaal niet.
Er was niets bij dat ik leuk vond, en er was niets in die cursus dat bij mij paste, alleen dat het mij zou kunnen helpen om met bepaalde angsten om te gaan en er eventueel van af te komen.
Eigenlijk bestond de cursus overwegend uit dingen waar ik bang voor was, die ik nog nooit had gedaan uit angst voor …?
Ik durfde me echter niet op te geven, angst weerhield me: ik zou daar immers alleen heen moeten …
Hoewel ik wist dat dit een antwoord kon zijn, weerhield mijn angst mij om erop te reageren.
Echter tot driemaal toe kwam dezelfde advertentie mij onder ogen en de derde keer durfde ik geen ‘nee’ meer te zeggen, want ik besefte, dat als hetzelfde drie keer terugkomt, God het kan zijn die mij weleens iets duidelijk zou willen maken.
Toen heb ik gebeld en een afspraak gemaakt; met God en mezelf afsprekende, dat alles wat in die cursus gevraagd werd om te doen, ik het zou doen.
Mede dankzij deze cursus, kwam het begin van genezing van angst.

Inmiddels zijn we bijna 6 jaar verder en wat heb ik, met vallen en opstaan, veel geleerd in deze 6 jaar.
Het belangrijkste echter dat ik geleerd heb, maar tegelijk ook nog moet leren om steeds opnieuw in praktijk te brengen, is, om Gods woord in alles voor ogen te houden.

Na die cursus zijn er heel veel dingen nog gebeurd binnen ons gezin, in mijn leven, waarin angst mij terug had kunnen werpen in haar gevangenis, maar gelukkig, als God ergens aan begint, maakt Hij het ook af.
Tenzij wijzelf het bijltje erbij neergooien en niet bereid zijn het ooit weer op te pakken, voltooit God wat Zijn hand begonnen is te doen.

Gods woord is, ja, hoe moet ik het zeggen, … is mijn alles geworden.
Het was al belangrijk, maar nu werd het mijn wapen, mijn gids, mijn houvast.
Daarin zijn woorden van hoop, van troost, van moed, van kracht.
Daarmee kan ik de leugens van de boze weerleggen, hem de mond snoeren als hij mij belaagd, maar ook mijn gedachten en gevoelens een halt toeroepen als ze mij de verkeerde kant op doen (of dreigen te doen) gaan.
Gods woord is zo kostbaar, ook, of misschien wel juist, als je leven beheerst wordt door angst.

Het meest belangrijkste (voor mij) is wel dat God angst erkent.
Angst is een wezenlijke emotie, net als vreugde, verdriet en pijn.
En angst op zich is niet verkeerd, hoe wij er mee om gaan is waar het om draait.

Niemand kent grotere angst, dan de Here Jezus in de Hof van Gethsemané.
Zijn angst was zo groot, dat Zijn zweet werd als bloed.
Jezus worstelde en streed met Zijn angst; ook hierin is Hij ons voorgegaan!
Laten we dus niet wanhopen, als angst deel is van ons leven, maar opzien naar Degene die ons daarin kan helpen.
Jezus worstelde en streed in Gethsemané, maar Hij deed dat wel samen met Zijn vader.
Hij bleef niet bij Zijn discipelen; Hij sprak niet met hen over Zijn angst.
Hij ging met Zijn angst naar de Enige waarvan Hij wist, Die er iets aan kon doen: Zijn Vader.
En Hij zocht in de stilte van de beginnende nacht het aangezicht van Zijn Vader en stortte Zijn hart uit.
Nee, God nam niet weg wat Hem zoveel angst aanjoeg.
Wat God van Hem vroeg, bleef staan, maar Hij gaf Hem wel de troost, de kracht en de moed, die Hij nodig had om alles aan te kunnen.
God zond een engel om Hem bij te staan.

En dat mogen wij leren van de Here Jezus.
In onze angst zien op Degene die ons kan, wil  en zal helpen.
De Here Jezus koos ervoor om naar Zijn Vader te gaan, zo hebben ook wij een keuze; gaan we met onze angst naar Degene die ons kan helpen, of blijven we zien op wat ons angst aanjaagt?

In mijn gedachten komt het verhaal van Petrus die over het water naar Jezus toe loopt.
Het verhaal staat in Mattheüs 14:22-33.

Als de discipelen van de schrik zijn bekomen doordat ze ontdekken dat het de Here Jezus is, die daar naar hen toe komt, is het de impulsieve Petrus die het uitroept: Heer, als U het bent, laat me dan over het water naar U toe komen.
‘Kom!’, zei Jezus en Petrus, ziende op Jezus, stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe.
Alles gaat goed, zolang zijn ogen gericht zijn op Jezus.
Echter zodra hij zich realiseert hoe hard het waait en daarmee ziet op wat om hem heen gebeurt, zinkt hij.
Meteen steekt Jezus Zijn hand uit en grijpt Petrus vast.
‘Wat is je geloof klein! Waarom twijfelde je?’
O, wat een waardevolle lessen liggen in dit stukje!
Zien op Jezus houdt je staande!
Als wij struikelen/vallen, dan is daar Zijn hand om ons overeind te helpen!
Bid om meer geloof, om een groter geloof, zodat we minder en minder zullen gaan twijfelen.

‘De HEERE nu is het Die voor u uit gaat.
Hij zal met u zijn.
Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten.
Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld.’

Het zijn geen loze woorden, geen loze beloften, die Mozes uitsprak tegen het volk Israël.
Het zijn ook geen loze woorden en beloften voor ons.
Zei de Here Jezus het Zelf ook niet: ‘Ik ben met je alle dagen tot aan de voleinding der wereld!'

Opnieuw spreekt God Zijn woord; nu in het bijzonder tegen een ieder die gebukt gaat onder of leeft  in angst:
‘Ik ga met je mee!
Ik ben bij je, elke dag, elke nacht.
Ik lig ’s nachts niet te soezen, en slapen doe Ik helemaal niet.
Als Ik zeg dat ik bij je ben alle dagen, dan zijn het ook alle dagen; de nachten horen daarbij.
Ik zal je niet loslaten; laat jij Mij dan ook niet los!
Wees toch niet bang!
Laat je geen angst aanjagen!
Ik ben bij je!
Ik ga met je mee; ja, voor je uit om de weg te wijzen, de weg te banen.
Wees niet onwillig als een klein kind kan zijn, maar hef je hoofd omhoog, naar Mij.
Kies!
Kies ervoor om bij Mij te schuilen!
Ik zal je helpen!


Lieve Vader in de hemel.
Dank U wel voor Uw liefde, Uw trouw.
Dank U wel, dat U er bent voor mij, iedere dag.
Dat U met mij meegaat, voor mij zorgt, over mij waakt.
Dank U wel voor Uw geduld met mij in het leerproces van geloof, vertrouwen en gehoorzaamheid.
Dank U wel, voor Uw woord dat U hebt gegeven.
Doe mij Uw woord verstaan, begrijpen, en het gebruiken als het wapen dat U hebt gegeven.
Dank U wel, dat U niet oordeelt en mij maar opgeeft of aan de kant zet als ik zo worstel met angst, of waar dan ook mee, maar dat U mij wilt helpen en daarin soms heel geduldig wacht tot dat ik zover ben om mij te laten helpen.
Dank U wel, dat u mij daarin ook soms gewoon aanspoort, ook dat heb ik soms gewoon nodig: ‘Hup, nu niet meer zeuren en moeilijk doen, maar kom op!’
Dank U wel, Heer Jezus, dat U mij ook hierin bent voorgegaan, dat U weet, nog meer dan ik, wat angst is.
Dank U wel, dat u ook dit op U hebt genomen en aan het kruis hebt genageld, zodat ook hiervoor bevrijding en genezing is.
Dank U wel! Dank U wel! Dank U wel!
Ik bid U zo ook, lieve Vader, voor een ieder die vast zit in de gevangenis van angst.
Die lam zijn geslagen en geen stap meer vooruit of achteruit kunnen, durven.
Ik bid om Uw hulp voor hen; ontferm U vader, Heer Jezus, over hen!
Wees hen genadig!
Kom, Heer Jezus, met Uw Geest in hun angst, in wat hen angst aanjaagt en breng bevrijding, genezing.
Help een ieder van hen om de stappen te zetten die nodig zijn.
Open hun ogen daarvoor en geef hen de kracht en moed om te gaan, of ook hulp in de vorm van een persoon naast hen.
Ontferm U, Vader, ontferm U!
In Jezus’ Naam bid ik U.

- Amen -


Zie op Mij;
houd je ogen op Mij gericht!
Ik ben er
en zal er altijd voor je zijn.
Schuil in de warmte van Mijn Licht.

Wees maar niet bang,
Ik ben bij je, elke dag!
Wees toch niet bang,
je weet toch dat je met alles
bij Mij komen mag!

Niets is Mij vreemd,
niets is voor Mij verborgen!
Kom bij Mij, schuil bij Mij,
Laat Mij toch elk moment
voor je zorgen!

Ik zie hoe je worstelt,
ik zie hoe je strijdt!
Zie toch op Mij;
Ik ben Degene
die helpt, geneest
en bevrijdt!

Wees toch niet bang,
maar laat Mij je helpen!
Vertrouw Mij;
laat Mij je bloedende
wonden stelpen.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita


* Wat voed jij?
(persoonlijk gedachten rond een citaat van Max Lucado over angst uit het boekje 'Vrees niet'; boekje is overigens echt aan te bevelen)

* De uitgestoken hand
(persoonlijke gedachten rond Mattheüs 15:31)

zondag 28 april 2013

Week 18 - Belijdenis

'Zie, U vindt vreugde in waarheid in het binnenste,
in het verborgene maakt U mij wijsheid bekend.
Ontzondig mij met hysop, dan zal ik rein zijn,
was mij, dan zal ik witter zijn dan sneeuw.'

HSV

'Maar u verlangt alleen dat ik oprecht ben,
tot in het diepst van mijn ziel;
vervul mij met uw wijsheid
tot in het diepst van mijn hart.
Besprenkel mij,
dan word ik weer rein;
was mij,
dan word ik witter dan sneeuw.'

GNB

Psalm 51:8,9


Psalm 51 heeft David geschreven nadat de profeet Nathan bij hem geweest was en hem gewezen had op zijn overspel met Bathseba en zijn verantwoordelijkheid voor de dood van Uria, de man van Bathseba.
Het verhaal van David en Bathseba kun je lezen in 2 Samuël 11 en 12 t/m vers 25.

Het berouw van David gaat diep, heel diep.
Ik neem even de woorden vanuit Het Boek:

‘Geef mij genade, o God, hoewel ik dat niet heb verdiend.
Laat toch blijken hoe groot Uw liefde en goedheid is.
Wilt U door Uw vergevende mildheid mijn zonden wegdoen?
Reinig mij toch van deze zonde, die een smet op mij werpt.
Ik weet dat ik heb gezondigd; steeds opnieuw gaan mijn gedachten terug naar deze daad, waarmee ik van Uw pad afweek.
Mijn God, ik heb tegen U gezondigd en Uw gebod overtreden.
Wat U er ook over zegt, het is altijd goed en rechtvaardig.
Uw uitspraken zijn altijd zuiver.
Ik weet dat ik vanaf mijn geboorte al een zondaar ben; toen ik werd verwekt, stond al vast dat ik een zondaar zou zijn.’

Als de profeet Nathan tegen David zegt: ‘Die man bent u’, zoekt David geen uitvluchten, maar antwoordt: ’Ik heb tegen de Heer gezondigd.’
‘Mijn gedachten gaan automatisch naar het Paradijs, naar Adam en Eva, naar hun reactie, toen God hen confronteerde met hun zonde.
Hoe anders was hun reactie!
Ja, maar de slang …
Ja, maar de vrouw, die U mij gegeven hebt …
Ja maar …
David niet; ‘Ik heb tegen de HEER gezondigd.’
En in deze Psalm 51 komt heel duidelijk naar voren hoe diep zijn zondebesef is, zijn berouw.
Hij maakte het niet kleiner en niet minder erg dan het was, noch zoekt hij uitvluchten of probeert hij de schuld in andermans schoenen te schuiven.
‘Ja, maar die vrouw; die had daar niet moeten gaan baden, mijn dakterras kijkt uit op haar tuin, zij had …’
Nee, zijn zonde staat hem heel duidelijk voor ogen, steeds opnieuw gaan zijn gedachten terug naar wat hij verkeerd heeft gedaan.

Hoe is dat bij ons?
Als ik naar mijzelf kijk, dan betrap ik mijzelf erop, dat ik toch wel de neiging heb om net als Adam en Eva, uitvluchten te zoeken, de schuld richting een ander te schuiven, in plaats van gewoon gelijk eerlijk toe te geven dat ik fout was.
Als ik bijvoorbeeld mijn geduld verlies met mijn dochter, dan weet ik dat het verkeerd is, maar in gedachten heb ik al vele excuses naar God toe over dat het gewoon niet anders kon, want zij …’
En zo zijn er nog legio voorbeelden te noemen.
… als die andere autobestuurder mij niet had afgesneden met zijn auto, dan had ik niet zo gescholden.
… als die vrouw zich niet zo sexy had gekleed, dan …
… Ja, maar, ik was zo verdrietig, en hij was zo lief voor mij …
… O, als die ander nu maar niet het bloed onder mijn nagels vandaan had gehaald …
Als …
Ja, maar …

Welk een voorbeeld is David dan hier voor ons.
Ja, hij had gezondigd.
Ja, hij had Gods gebod overtreden; wat zeg ik, meerdere zelfs.
Maar toen hij er mee geconfronteerd werd, boog hij zijn hoofd en erkende zijn schuld, zijn zonde.

En dat is waar het deze keer om gaat: het erkennen en bekennen van onze schuld.
Belijdenis doen van onze zonden, zodat we in vrijheid kunnen (gaan) leven.
En dat geldt voor elke zonde!
Hoe diep we het ook hebben weggestopt, onzichtbaar voor de buitenwereld, maar nog steeds aanwezig in dat geheime hoekje.
Willen we ooit in Vrijheid kunnen leven, zullen we elke zonde moeten belijden.
Elk deel van ons leven, zelfs het kleinst hoekje, dienen we in het licht van Gods woord te houden om te zien of er zonde aanwezig is.
We moeten ons dag in, dag uit bewust zijn, bewuster worden, van het feit dat God vreugde vindt in de waarheid, dat Hij verlangt dat wij oprecht zijn, niet zomaar oprecht, maar oprecht tot in het diepst van onze ziel.
Het diepst van onze ziel, tot in het diepst van ons wezen; geen enkel verborgen plekje, geen enkel verborgen hoekje, geen enkel geheim vakje.

God kent ons, Hij doorgrond ons, Hij weet alles van ons.
Niets is voor Hem verborgen, maar Hij verlangt ernaar dat wij onze zonden belijden, klein en groot.
Hij verlangt ernaar dat wij eerlijk en oprecht zijn, de waarheid spreken.
En Hij verlangt dit niet alleen van ons, maar Hij wil ons ook helpen daarbij.
God wil ons, tot in het diepst van ons hart, bekendmaken welke zonde(n) er nog in ons leven is (zijn).
David verlangt daarnaar, en is zich bewust van deze genade van God.

Ik moet ook denken aan Psalm 19:13, waar David bidt om vergeving van zijn verborgen zonden.
David is zich ervan bewust dat God alles van hem weet, dus ook iedere zonde die hij heeft begaan.
God kent veel meer kwaad van ons dan wij van onszelf, zegt Matthew Henri.
Wij vergeten, maar God kan pas vergeten als wij onze zonden hebben beleden.
Dan kan Hij vergeven en vergeten.

Als ik eind van de dag in mijn bed stap, weet ik beslist niet meer wat ik die dag allemaal verkeerd heb gedaan, dus bid ik ook met Davids woorden: ‘HEER, vergeef mij ook mijn verborgen zonden.’
Maar ook vraag ik of Hij mij, als er specifieke dingen zijn, die Hij met name genoemd wil hebben, mij bekend maakt, zodat ik ze kan belijden en Hij kan vergeven.
Want ik verlang ernaar om in vrijheid te leven.
Ik verlang naar een leven waar niets tussen mij en God instaat.
Wat zie ik daarom uit naar de dag dat Hij terugkomt!

Wij hebben thuis een CD van Peter Helms, ik weet niet meer precies welke, maar op één van die CD’s is een lied en één regel daaruit blijft al jaar en dag in mijn gedachten.
Niet elke dag, soms zelfs lange tijd niet, maar met het schrijven komt deze regel weer terug: ‘Schrob mijn leven schoon!’
Deze regel heeft zich vastgezet, niet alleen in mijn gedachten, maar ook in mijn hart.
En er zijn soms van die momenten dat ik vanuit het diepst van mijn hart dit bid: ‘schrob mijn leven schoon, HEER, ja, schrob mijn leven schoon!’
Dan lijkt een ‘gewone reiniging niet voldoende, dan verlang ik naar meer.
Dan verlang ik ernaar om brandschoon te zijn, zodat ik heel dicht in Zijn nabijheid, in Zijn aanwezigheid, kan komen, kan zijn.

David verlangde daar ook naar.
Ontzondig mij met hysop, dan zal ik rein zijn, was mij, dan zal ik witter zijn dan sneeuw.
Ontzondig mij, was mij, dan zal ik rein zijn, witter dan sneeuw!

Verlang jij er ook naar om in Vrijheid te leven?
Verlang jij ook naar een leven dicht in Zijn nabijheid?
Verlang jij ook naar een intiemere, vriendschappelijke relatie met God, zoals David?
Belijd Hem dan je zonden, wacht daar niet mee, en keer je af van verkeerde wegen.
Zonde schept altijd verwijdering tussen God en ons.
We kunnen niet in Gods nabijheid komen als er zonde in ons leven is, deze zal als een onoverbrugbare kloof tussen Hem en ons instaan.
Jezus is de brug geworden door te sterven aan het kruis.
Belijdt en ontvang vergeving.
Belijdt en wordt witter dan sneeuw.
Belijdt en wordt vrij!

 
Ja, lieve Vader, was, schrob mijn leven schoon!
Werp door Uw woord en Geest Uw licht op mijn leven.
Ja, tot in het kleinste hoekje en laat mij zien waar er nog dingen moeten veranderen.
Kom met Uw waarheid in mijn hart.
Open mijn hart voor Uw wijsheid.
Was mij, reinig mij, van alle zonden.
Vergeef mij ook mijn verborgen zonden, opdat er niets tussen U en mij in zal blijven staan.
Leer mij zo te leven in Uw waarheid, dat als ik zondig, Uw Geest mij daar direct bewust van maakt en ik mijn zonden kan belijden.
Kom met Uw Geest van wijsheid tot in het diepst van mijn hart en leer mij, leidt mij.
Laat mijn leven een leven zijn, dat U vreugde geeft.
Leer mij daarom in Uw waarheid te wandelen en maak mij eerlijk en oprecht tot in het diepst van mij ziel.
In Jezus’ Naam.


– Amen –


O Heer, niets is mooier,
niets is beter,
niets is begerenswaardiger,
dan in Vrijheid te leven.

Vrij van elke aanklacht,
van elke schuld,
van elke zonde
ooit door mij bedreven.

Leid mij daarom, Heer,
in Uw waarheid,
leer mij
en geef mij wijsheid van hart.

Doe mij onderkennen
elke zonde,
elke smet,
die deze vrijheid tart.

Ik verlang te belijden, Heer,
alles wat er staat
tussen U en mij.
Vergeef mij; was mij rein!

Het is mijn diepst verlangen,
U te eren, U te dienen,
voor U te leven.
O God, van U alleen wil ik zijn.


©Rita Klapwijk

zondag 21 april 2013

Week 17 - Afwijzing

… wij worden vervolgd, maar niet verlaten; neergeworpen, maar niet te gronde gericht.
Wij dragen altijd het sterven van de Heere Jezus in het lichaam mee, opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam openbaar wordt.
HSV

… we worden vervolgd, maar niet aan ons lot overgelaten; we worden neergeslagen, maar komen niet om.
Altijd dragen we het sterven van Jezus in ons lichaam mee, om ook het leven van Jezus in ons lichaam zichtbaar te laten worden.
GNB

2 Korinthiërs 4:9,10

Toen ik afgelopen zondag het blaadje van de kalender omsloeg naar de volgende en het woord afwijzing zag, gingen er heel wat gedachten en emoties door mij heen.
Er is zoveel gebeurd.
Zowel persoonlijk, als aan onze kinderen.
Rauwe, diepe wonden -zichtbaar en verborgen- nog altijd aanwezig.
Diepe sporen van pijn en verdriet.
Achtergebleven littekens.
En kwetsbaar, o zo kwetsbaar …

Jarenlange afwijzing doet wat met een mens, met zijn zelfbeeld, zijn karakter, wie en hoe hij is, was …
Zo ingrijpend, zo pijnlijk en kwetsend, zo vernederend, zo vernietigend …
Ja, in God, in Christus is er herstel, genezing en aanvaarding te vinden, maar daar gaat vaak een lange weg aan vooraf.
Ja, Bijbelteksten bidden, zoals er op het kalendertje staat, kan je veel kracht geven, maar …
Ja, er is een maar, want soms kun je dat gewoonweg niet.
Ben je zo kapot gemaakt dat het enige dat je nog uitbrengen kunt is een heel zacht ‘help’ naar boven, of zelfs ieder woord van je mond is verstomd.
Soms is de vernietigende werking van afwijzing zo groot en zo sterk, dat je niet meer verder kunt, niet meer verder wilt.

Afwijzing.
Als we ons echt bewust zouden zijn van wat allemaal onder afwijzing valt, en wat de gevolgen daarvan (kunnen) zijn en soms gewoon simpelweg de gevolgen zijn, dan vraag ik me af of we nog zo makkelijk onbedacht dingen zouden zeggen of doen.
Ook hier steek ik mijn hand in eigen boezem, want met hoeveel afwijzing ik persoonlijk ook te maken heb gehad, en hoe ik er ook op probeer te letten, zonder me er soms op zo’n moment van bewust te zijn heb ik al iets gezegd of gedaan, wat in wezen de ander afwijst.

Een aantal jaar geleden heb ik voor een studieochtend met onze kleine vrouwengroep de toespraak van Margreet van Straalen over afwijzing - 'Van afwijzing naar aanvaarding' -  volledig uitgetypt.
Praktisch woordelijk.
Het was een hele klus, maar het werkte voor mij tegelijk heel genezend.
Deze toespraak staat ook op mijn oude ‘Into Your Hands’-site, maar gezien de enorme impact en vernietigende werking die afwijzing kan hebben, plaats ik deze toespraak, die ik met toestemming van Margreet op mijn site mocht plaatsen, ook op deze site.

Deze toespraak heet: ‘Van afwijzing naar aanvaarding’ en is nog steeds te verkrijgen bij Nehemia Ministries.
Zowel op CD als ook direct te downloaden op (of is het via?) MP3.

In deze toespraak gaat Margreet uitgebreid in op de vele aspecten die met afwijzing te maken hebben.
De toespraak duurt een klein uurtje, dus je begrijpt dat het ook een heleboel tekst is.
Maar als je leven vastloopt, of je dreigt vast te lopen, door de gevolgen van afwijzing, stel je zelf dan eens de vraag: ‘Wat is een uurtje van je leven ten opzichte van de tijd die je nog rest hier op aarde?’
Ik wil hiermee niet impliceren dat na het luisteren of lezen van deze toespraak je genezen bent, absoluut niet, maar als je er voor openstaat ligt er wel een weg naar genezing in.

Soms zul je extra hulp van buitenaf nodig hebben, en daar is niets mis mee.
Ja, God kan genezen; één knip van Zijn vingers is genoeg, één woord van Zijn mond, maar soms is het gewoon goed om gebruik te maken van de hulp van een ander.

Twijfel niet aan Gods liefde voor jou!

Nee, ik heb geen antwoord op de vraag waarom God bij de één ingrijpt en bij de ander niet.
Waarom de één door één gebed genezing ontvangt en de ander bidt z’n knieën kapot zonder zichtbare genezing te ontvangen.
Nee, ook ik begrijp er niets van hoe God al het leed op de wereld aan kan zien zonder in te grijpen, noch hoe Hij het geschreeuw aan kan horen van alle kinderen die worden misbruikt of mishandeld.
Net zo min als jij kan ik God begrijpen.
Zijn wegen zijn hoger dan onze wegen en Zijn gedachten zijn hoger dan onze gedachten.
Maar ik weet dat Hij een rechtvaardige God is, die zal vergelden, die zal oordelen, die wraak zal nemen over al het onrecht dat in de wereld gebeurt, wat Zijn kinderen wordt aangedaan.
Mij komt de wraak toe, zegt Hij!
Tot de dag dat de Here Jezus terugkomt, zullen we leven in deze gebroken wereld vol van duisternis, haat en nijd, pijn en verdriet.
Een wereld waarin de boze het voor het zeggen heeft; nog wel …

Niemand kan beseffen, laat staan bevatten hoe enorm groot Gods pijn en verdriet moet zijn als Hij naar de wereld kijkt, noch Zijn boosheid, Zijn toorn, over alle zonden en onrecht.
Als we de Bijbel lezen kunnen we een kleine glimp opvangen van deze dingen.

Misschien heb je voor je gevoel geen geloof meer (over) om nog in je Bijbel te lezen, noch om Zijn woorden aan te nemen, zo murw of verslagen ben je.
Toch wil ik je aanmoedigen om de verbinding met God open te houden, al is het maar door het uitschreeuwen van het ene kleine woordje ‘Help!’ naar boven.
Hij hoort het en zal je helpen!
Houdt vast aan Hem, al is het door dit ene kleine woordje!
Vroeg of laat komt Hij je te hulp!
Misschien duurt het je allemaal te lang, en geloof me, ik ken dat gevoel, toch zal Hij uitkomst geven, want Hij heeft het in Zijn woord beloofd!
Daarnaast is er Iemand die voor je bid en pleit bij de Vader.
Jezus Zelf bidt voor jou!
De Heilige Geest bidt en pleit voor jou!
Met onuitsprekelijke verzuchtingen!
Ik ben een gevoelsmens, en was dat dus ook in mijn geloofsleven.
Als ik Hem voelde, ervoer, dan was het goed, maar als er stormen kwamen en dat gevoel verdween, dan zat ik in een diep, donker dal waar ik niet wist hoe ik eruit moest komen.
Mijn leven was als het lied: ‘Op bergen en in dalen, ja, overal is God’.
Ja, God was overal, ook in die dalen en menigmaal heeft Hij mij daar weer uit gehaald, maar wat heeft het lang geduurd voor ik begreep, en kon accepteren, dat geloven meer dan alleen voelen, ervaren is en dat dat geen huichelarij is, maar het aannemen en leven vanuit wat God zegt in Zijn woord.
Ik vond het ook zo heerlijk om op die bergtoppen te zitten, dat ik die dalen voor lief nam, en ik begreep niet hoeveel rijker ik zou zijn als ik ongeacht mijn gevoelens, zou kunnen leven op grond van Zijn woord.
Vandaar dat Gods woord voor mij zo belangrijk is geworden.
Ik heb ontdekt, dat Gods woord uitspreken, uitbidden, iets in mij verandert.
Het doet werkelijk iets, het werkt werkelijk iets uit!
Het doet er niet toe of ik het voel of niet.
Gods woord onderzoeken, ervan leren, het mij toe-eigenen door het hardop uit te spreken als een gebed, als een proclamatie, er op gaan staan als zijnde de waarheid omdat God het is Die het zegt, maakt mijn geloof krachtig, maakt mij sterk en weerbaar tegen de boze.
Als de wapenrusting spreekt over Gods woord als een schild waarop alle brandende pijlen van de boze zullen doven, dan zullen we Gods woord ook wel moeten kennen anders kunnen we het niet als een schild gebruiken.

Misschien heb je nu wel zoiets van: ‘ … maar Gods woord doet me nu helemaal niets. Ik lees, maar het zeg me niets, doet me niets (meer). ’t Is zinloos; ’t lijkt zo zinloos …’
In mijn wanhoop jaren geleden heb ik de keus gemaakt om tegen alles wat mijn gevoel of gedachten zeiden in te gaan.
Ik verkeerde in een enorme strijd waarin ik het onderspit aan het delven was en waarin mijn gezin meegesleept werd.
Ik kon er niets tegen doen; het was alsof het buiten mij om gebeurde, alsof ik een speelbal in de handen van de boze was.
Toen kwam ik op Internet ‘Het geestelijk strijdend gebed’ tegen.
Ik wist niet of het zoals het daar allemaal instond, ook zo was, en ik wist ook niet of het wel zou ‘werken’ als ik het zou bidden zonder erin te geloven, maar ik was ten einde raad en ben het gewoon gaan bidden.
Ik heb het tegen God gezegd: ‘Heer, ik weet het niet meer. Ik kan niet meer en ik weet niet of dit zo is, of zo werkt, daar is mijn kennis, en mijn geloof te klein voor, maar hier ben ik en ik ga dit gebed bidden; wilt U het doen.’
Het is een lang gebed, wel tien minuten ongeveer, maar of ik nu geloofde of niet, het werkte werkelijk wat uit en heeft mij bevrijd en is het begin geworden van leren geloven niet op basis van mijn voelen of ervaren, maar op grond van Zijn woord.
En daarin ligt ook de weg van genezing en bescherming van afwijzing.

Gods woord is en blijft het antwoord op alle afwijzing die wij in het leven tegen gekomen zijn of tegenkomen.
Want afwijzing zal er altijd zijn zolang we hier op deze aarde leven.
Gods woord is en blijft het antwoord tegen alle leugens van de boze.
Bij Hem, en Hem alleen, is er genezing te vinden van alles wat ons is, of wordt, aangedaan.
Hij, de Here Jezus, is ons in alles voorgegaan.
Lees Zijn verhaal maar eens en zie hoe Hij is afgewezen, vernedert en uiteindelijk zelfs vermoord!
Vind troost en hulp bij Degene die weet wat jij voelt, waar jij doorheen gaat, meegemaakt hebt.
Zijn striemen, Zijn wonden, brengen ons genezing.





Lieve Vader in de hemel, niemand anders dan U hebt meer weet van de pijn, het verdriet, de ellende en de nood die er in deze wereld is.
Niemand meer dan U, ziet en hoort het geschreeuw van de talloze slachtoffers van welk geweld dan ook.
Niemand meer dan U hebt oog voor een ieder die hulp nodig heeft.
Niemand meer dan U, niemand meer dan U …
Vergeef ons, Vader, als we in onze onbezonnenheid U betichten van dat U er niet voor ons bent, dat U ons niet hoort of ziet.
Vergeef ons, dat we zo vaak te klein en te min van/over U denken en U zelfs de schuld geven van dingen, die eigenlijk in wezen door ons eigen toedoen zo zijn.
Vergeef ons, Vader, vergeef ons en open onze ogen voor wie U bent, voor Uw liefde en bewogenheid, voor wat U allemaal voor ons doet en gedaan hebt.
Ik bid U zo speciaal voor een ieder die het leven niet meer ziet zitten, die ten einde raad is.
Voor hen, die de moed hebben verloren om welke reden, of door welke oorzaak dan ook.
Voor hen, die niet meer kunnen bidden, voor wie de hemel van koper lijkt.
Voor hen, die geen woorden meer hebben, slechts tranen om te huilen.
Voor hen, die geen tranen meer hebben om te huilen, die dor en doods zijn van binnen.
Voor hen, die geen hoop, geen geloof meer hebben.
Voor hen, die zo te neergeslagen zijn dat ze op willen geven, of zelfs al opgegeven hebben.
Ik bid U, Vader, voor hen, voor een ieder van hen, met heel mijn hart en ziel, met al mijn kracht: ‘Ontfermt U over hen!
Ja, ontfermt U over hen!’
U kent een ieder van hen persoonlijk!
U weet wat een ieder van hen persoonlijk nodig heeft!
U weet wat er is gebeurt en U weet wat het men hen heeft gedaan en/of doet!
U weet, U ziet, U hoort, U voelt!
O Vader God, ontfermt U over een ieder van hen, hoofd voor hoofd en breng herstel en genezing!
Kom met Uw liefde in hun pijn en verdriet, met Uw troost, met Uw bemoedigingen!
Kom met Uw Geest en doorstroom een ieder van hen met nieuwe kracht!
Beur op die moedeloos zijn!
Veeg weg de tranen die het zicht op U tegenhouden, zodat ze U weer, of voor het eerst, kunnen zien.
Schenk tranen aan hen wiens tranen opgedroogd zijn, opdat er bevrijding kan komen van alle opgekropte pijn en verdriet en wees U allen nabij in dit gehele proces.
Kom, o God, kom!
Troost, herstel, genees!
Ontferm U, lieve Vader, ontferm U!
In Jezus’ Naam smeek ik U dit.
In Jezus’ Naam.
In Jezus’ Naam.

- Amen - 





Misschien heb je alle hoop verloren,
lijkt je leven doelloos,
uitzichtloos en zinloos.
Misschien heb je nooit anders gehoord
dan dat je voor het ongeluk
bent geboren.

Misschien ga je als een schim door het leven,
angstig, schichtig, schuw,
alsof je er niet mag zijn.
Misschien ben je alleen maar afgewezen,
en heeft niemand je ooit
liefde en geborgenheid gegeven.

Misschien sta je aan de rand van de afgrond,
slechts een klein zetje
is alles wat nog nodig is.
Misschien ben je moe gestreden en uitgeput,
weerloos, krachteloos,
en dodelijk verwond.

Laat dan alles los en geef het aan Mij.
Je worstelt en strijdt al zo lang.
Laat Mij je toch helpen.
Vertrouw Mij; Ik ben er voor jou.
Ook al zag of voelde jij het niet
Ik was echt overal bij!

Kom, Mijn kind, en vertrouw Mij maar.
Ik heb je nooit verlaten,
jouw pijn zit diep in Mij.
Het geknakte riet zal Ik nooit breken,
noch de walmende vlaspit doven.
Elk woord van Mij is waar.

Laat maar los, en laat Mij maar komen
in elk deel van je leven,
in elk verdriet, in elke pijn.
Wat dood is, wordt weer levend,
als Mijn genezende liefde
door jou heen mag stromen.

©Rita Klapwijk



zondag 20 mei 2012

Week 21 - Bevrijding

Bitterheid maakte plaats voor vrede,
U bundelde mijn levenskrachten,
haalde mij weg bij de kuil der ontbinding.
U vergaf al mijn zonden,
U kwam er niet meer op terug.
GNB

Mijn ellende is veranderd in vrede,
U hebt mij genezen,
mij uit het graf en van de ondergang gered.
Want al mijn zonden hebt U weggedaan,
U hebt ze de rug toegekeerd.
WB

Zie, tot vrede is de bitterheid voor mij bitter geweest,
want U hebt mijn ziel lieflijk omhelsd,
van het graf van de ontbinding vandaan gehaald.
Want U hebt al mijn zonden
achter Uw rug geworpen.
HSV

Jesaja 38:17

Deze tekst komt uit het danklied van koning Hizkia nadat God hem genezen had van zijn ziekte.
En niet zomaar een ziekte, nee, een ziekte waarbij hij ten dode was opgeschreven.
Ik ga even naar het begin van hoofdstuk 38.

De profeet Jesaja kwam naar Hizkia toe om hem aan te sporen om alles te regelen wat er geregeld moet worden als je koning bent, want hij zou niet meer herstellen van de ziekte die hij had.
Zodra Hizkia dit hoort, draait hij zich om en gaat met zijn hoofd naar de muur liggen en onder vele tranen bid hij tot God.
De profeet Jesaja was het paleis nog niet uit toen God opnieuw tot hem sprak en een nieuwe boodschap voor Hizkia gaf.
Jesaja gaat terug naar koning Hizkia en vertelt hem dat God zijn gebed heeft gehoord en zijn vele tranen heeft gezien.
Nog vijftien jaar zal God aan het leven van Hizkia toevoegen en als teken dat hij zal genezen en weer naar de tempel kan gaan, zal de Heer de schaduw die op de trap van Achaz de zonnestand aangeeft, tien treden laten terugschuiven.
En het gebeurde zoals was gezegd.
Toen Hizkia herstelt was van zijn ziekte schreef hij het danklied waaruit deze tekst komt.

Koning Hizkia wordt niet alleen genezen, hij wordt als het ware bevrijdt van de banden des doods.
De dood had hem in de greep, je zou kunnen zeggen dat hij al met één been in het graf stond, maar God geneest en bevrijdt hem.
God hoorde zijn gebed, God zag zijn tranen en God verhoorde.

Hizkia besefte heel goed welk een wonder God had gedaan aan hem.
Hij was zeer ernstig ziek geweest, maar God had zijn ellende gezien en heeft het weggenomen en vrede kwam er voor in de plaats.
Tegelijk besefte hij daarbij duidelijk ook heel goed, dat hij een zondig mens was, maar dat God zijn zonden had vergeven en ze had weggedaan.
‘Achter Uw rug geworpen’, zegt hij, met andere woorden God ziet ze niet meer; Hij komt er niet meer op terug.
God herstelt hem en hij mag nog vijftien jaar verder regeren.
Bevrijdt van ziekte, bevrijdt van de dood; wie zou niet dankbaar zijn.

Maar aan al deze dingen die gebeuren, ligt één ding ten grondslag.
Eén heel belangrijk ding, namelijk: Hizkia’s relatie met God.
Hizkia was een koning die God diende.
Net als zijn voorvader koning David, stond God bij hem op de eerste plaats en stelde hij zijn vertrouwen op God.
Er staat zelfs in 2 Koningen 18:5-7 dat niemand van zijn voorgangers of opvolgers zich met hem konden vergelijken, zo groot was zijn vertrouwen op God en zijn trouw aan God.
Hij hield zich in alles aan wat God aan Mozes bevolen had.
Alles nam hij in acht.
Hizkia had duidelijk God de hoogste plaats in zijn leven gegeven.
Hij kende God, had een relatie met hem.
Daarom keerde Hizkia zich ook om naar de muur toen Jesaja die vreselijke boodschap kwam brengen, hij wilde alleen zijn met God.
Niet de ach’s en wee’s van de mensen rondom hem wilde hij horen, maar hij zocht zijn toevlucht bij God en bracht zijn nood bij Hem.
Dat was hij ook gewend om te doen.
Hizkia zocht God op bij alles en in elke omstandigheid.

Een ander voorbeeld daarvan is als hij een brief ontvangt van afgezanten namens de koning van Assur, die hem en Jeruzalem bedreigt en hem aanspoort om toch maar niet op God te vertrouwen, want die kan hem toch niet redden.
Zijn macht was toch te groot en de koning van Assur wees op alle overwinningen die hij reeds had behaald.
En hoe reageert Hizkia?
Wat doet hij?
Hij leest de brief, gaat direct naar de tempel en legt daar de brief open voor God neer en bid.

Je moet iemand toch wel heel goed kennen wil je alles met iemand delen en ook bepaalde verwachtingen kunnen hebben.
Vertrouwen is niet iets wat er gewoon zomaar is, het is iets wat groeit naar mate we iemand beter leren kennen en van daaruit is trouw een keuze die we kunnen maken.

Hizkia heeft zich duidelijk verdiept in Gods woord, want hij hield zich aan alles wat God door Mozes heen had bevolen.
Hij heeft duidelijk de schriften bestudeerd en leefde ze na.
En het is mede door de schrift heen dat hij God heeft leren kennen en zijn relatie met Hem is gegroeid.
Al bedreigde de koning van Assur hem met allerlei voorbeelden van volken die hij had overwonnen ondanks hun goden, Hizkia wist dat de goden van deze volkeren slechts goden waren van steen en hout, gemaakt door mensen handen, maar dat zijn God de Enige, Levende God was, de Schepper van hemel en aarde.
Hij kende God, Zijn beloften en daarom zocht hij zijn toevlucht bij Hem, telkens weer.

God is nog steeds dezelfde als toen.
Hij is niet veranderd.
Hij is nog steeds de God die wil genezen en bevrijden, maar boven alles verlangt Hij naar een diepe relatie met ons.
En naar mate onze relatie met Hem groeit, wij Hem beter leren kennen, zullen we merken dat wij Hem ook meer gaan zoeken en meer met Hem delen.
En van daaruit zullen we weer merken dat Hij meer voor ons kan doen.
Geloof en vertrouwen zijn hele belangrijke zaken om van God dingen te verwachten of te ontvangen, maar onze relatie met God is het belangrijkste, belangrijker dan de genezing of bevrijding.

God hoorde en zag de gebeden en de tranen van Hizkia en Hij verhoorde.
Nu verhoort God onze gebeden niet altijd en niet altijd brengen onze tranen en gebeden de verhoring zoals bij Hizkia, maar God is wel nog steeds Dezelfde God als van toen.
Een antwoord op het waarom de één wel; en de ander niet, heb ik niet, maar één ding weet ik: Hij is de God van Israël, de Schepper van hemel en aarde; die troont op de gevleugelde wezens en die de macht heeft over alle koninkrijken van de aarde.
En bij Hem mag ik komen met al mijn noden en alles mag  en kan ik aan Hem toevertrouwen.
Ik mag als het ware net als koning Hizkia, het als een geopende brief voor Gods troon leggen; ‘Heer, hier is het; die is mijn nood, ik geef het aan U, ik leg het aan U voor.’
God verlangt ernaar dat wij ons naar Hem toekeren met alles wat ons bezighoudt.
Niets is te klein of te min voor Hem.
En al zeggen de mensen om ons heen van alles en nog wat, laten we ons op God richten, op wie Hij is en op wat Hij zegt in Zijn woord.
God is betrouwbaar en Hij zal antwoorden op het juiste moment en op de juiste tijd.

Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade,
opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip.
Hebreeën 4:16

Nader tot God, en Hij zal tot U naderen.
Jacobus 4:8

Laten we dan God naderen met een oprecht hart en een rotsvast geloof, met een hart dat gereinigd is van een slecht geweten en met een lichaam dat met zuiver water is gewassen.
We moeten stevig vasthouden aan wat we hopen en belijden, want God, die ons die beloften deed, is betrouwbaar.
Hebreeën 10:22,23




Lieve Vader in de hemel.
Ja, U bent nog steeds dezelfde God als toen, de Schepper van hemel en aarde; de God die troon in de hemel en die alle macht heeft.
U hoorde Hizkia’s gebeden, U hoorde en zag zijn groot geween toen hij zich tot U keerde.
Zo hoort en ziet U ook onze gebeden en onze tranen als wij ons tot U wenden.
U verlangt ernaar dat wij Uw aangezicht zoeken en met alles bij U komen.
Zowel met onze pijn en verdriet, als ook onze blijdschap en vreugde.
Met grote dingen, maar ook met kleine dingen.
Lieve Vader, ik ben U zo dankbaar dat ik met alles bij U komen mag; dat U niets raar vindt of stom.
U houdt zoveel van mij; het interesseert U werkelijk wat mij bezighoudt en het doet er U werkelijk wat toe.
U wilt deel uitmaken van elk detail van mijn leven.
U verlangt ernaar gekend te worden in elk facet van mijn leven.
U, de grote God, de Schepper van hemel en aarde, ziet uit naar mij en wacht tot ik met alles bij U komt.
Heer, het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven, ik kan er niet bij.
Het maakt mij klein en ik bid U, vergeef mij mijn ongeloof, vergeef mij mijn zonden en ongerechtigheden, was mijn leven schoon en kom met Uw Geest in mij.
Heer, ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp.
U bent de waarachtige, de Alpha en de Omega, het Begin en het Einde.
U bent alles in al.
Ja, woorden schieten mij te kort.
Vanuit Uw beloften kan ik leven, alleen daaruit put ik levensmoed.
Uw grote Naam zij alle eer.
Ik prijs U; ik aanbid U; ik dank U.
Ik heb U lief.

- Amen –




Heer,
in mijn grote nood
kom ik tot U
en breng alles
voor Uw aangezicht.

Hier is mijn brief
met daarin al mijn noden,
verdriet en pijn;
ik breng het
in Uw licht.

Heer, mijn God,
kom in mijn omstandigheden,
ik leg ze hier aan U voor.
Zonder U kan ik niet verder,
zonder U ga ik eraan onderdoor.

Heer,
net als Hizkia
breng ik het al
voor Uw aangezicht.
U bent mijn Heer en God,
de Schepper
van hemel en aard.
Tot U en U alleen
is mijn bede gericht.

Hoor mijn gebed, o Heer,
en zie naar mij om.
Alstublieft, antwoord mij
vanuit Uw heiligdom.

In Jezus’ naam.

- Amen -

©Rita Klapwijk