'Maar Jezus antwoordde en zei tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.'
HSV
'Toen gaf Jezus dit antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke wel.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardige mensen tot een nieuw leven te roepen, maar zondaars.’
GNB
Lucas 5:31,32
Ik weet niet hoe jij er over denkt, maar mijn ervaring (en zelfkennis) doen mij constateren dat wij mensen vaak vreselijk eigenwijs zijn en daarnaast vaak ook behoorlijk trots en hoogmoedig.
Allemaal ingrediënten die ons ervan kunnen weerhouden om hulp te zoeken als we die eigenlijk nodig hebben.
Want laten we eerlijk zijn, we zijn toch doorgaans alleen bereid tot het vragen om hulp als we (bijna) stuklopen of niet meer verder kunnen?
Hoe lang gaan we vaak niet door met zelf proberen voordat we naar iemand toegaan en de ander om hulp vragen?
In dat opzicht zijn we vaak net als kleine kinderen: Ikke zelluf doen!
En als we er dan echt niet uitkomen, of het bijna fout loopt, dan …
Maar als het gaat om onze eeuwigheid, om ons leven na dit leven, dan is er niets, maar dan ook niets dat wij zelf kunnen doen om dit te bewerken.
Dan komt alles aan op ‘Genade’.
Jezus spreekt bovenaanstaande woorden op een groot feestmaal dat Levi, een tollenaar, ter ere van Jezus hield. (Lucas 5:27-32)
Levi had gehoor gegeven aan Jezus roep: ‘Kom en volg Mij’, en hij had terstond alles achter zich galaten en was met Jezus meegegaan.
Nu gaf hij een feest ter ere van Jezus en op dat feest had hij heel wat mensen, waaronder andere tollenaars, uitgenodigd.
De Farizeeërs en Schriftgeleerden die dit zagen, staken hun afkeuring niet onder stoelen of banken, maar riepen als het ware de discipelen ter verantwoording: ‘Waarom eten en drinken jullie met tollenaars en zondaars?’
Met andere woorden: ‘Hoe kunnen jullie; hoe durven jullie.’
Maar het is Jezus (Hij hoorde het dus duidelijk ook) die antwoord gaf : ‘Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.’
Jezus had een bijzondere manier van spreken.
Op de vraag van de Farizeeërs en Schriftgeleerden geeft Hij niet een hele uiteenzetting van waarom Hij gekomen is, maar vergelijkt simpelweg de zondaar met iemand die ziek is en een dokter nodig heeft en dat Hij daarom was gekomen.
O, Jezus kent Zijn pappenheimers zo goed.
Hij doorziet de vrome praatjes, de trots en hoogmoed van de Farizeeërs en Schriftgeleerden, en geeft daarom een antwoord, waarvan wij misschien zouden zeggen dat het een steek onder water is, maar wat zij totaal niet doorhadden, vervuld als zij waren van hun eigendunk.
‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te brengen, maar zondaars.’
Door hun trots en hoogmoed, hun eigenwaan, hadden ze niet eens door hoe het er werkelijk met hen voor stond.
Zij herkenden Jezus daardoor ook niet als de Zoon van God, de Messias, de Beloofde en lang verwachte.
Ze kenden de Schrift, maar ze kenden slechts de letter en waren blind voor de vervulling ervan.
We zijn nu ruim tweeduizend jaar verder en in wezen is er niet veel veranderd.
Ja, wij kennen de boodschap, we weten waarom Hij kwam en voor wie.
We weten dat Hij Zijn leven gaf om het onze te redden, maar nog steeds zijn er vele mensen blind en doof voor deze boodschap.
Dat was toen, dat is nu en dat zal altijd zo zijn.
Maar dit zal altijd de keuze van de mens zelf zijn, want Jezus wijst geen enkel mens af, die met berouw tot Hem komt.
Ja, Zijn woorden waren vol venijn en grimmig over de Farizeeërs en Schriftgeleerden, - adderengebroed noemde Hij hen.
Hij wees hun trotse en arrogante, op uiterlijk vertoon gerichte houding af, maar nooit hen die nederig waren en vol berouw, die in Hem geloofden, Hem wilden volgen.
‘En zo trok Jezus rond door alle steden en dorpen.
Hij onderwees de mensen in hun synagogen, verkondigde hun het grote nieuws over het koninkrijk en genas hen van alle ziekten en kwalen.
Bij het zien van de menigte was Hij zeer met hen begaan, want ze waren als schapen zonder herder, opgejaagd en verzwakt.’
In andere vertalingen staat: ‘… was/werd Hij met innerlijke ontferming over hen bewogen.’ ( Mattheüs 9:36)
Jezus hart was, en is nog steeds, vol innerlijke ontferming bewogen.
Alles om ons heen verandert, niets blijft hetzelfde, maar Zijn woord is, en blijft, waarheid en eeuwig.
Hij is dezelfde, gisteren, heden en tot in alle eeuwigheid!
Lieve Heer Jezus, nog steeds is Uw hart bewogen voor ons mensen en nog steeds is er daarom tijd om tot U te komen met een berouwvol hart, want wie tot U komt met een hart vol berouw, een hart dat beseft U nodig te hebben, neemt U vol innerlijke ontferming aan.
Niemand die zo komt stuurt U weg, maar wordt in liefde ontvangen en aangenomen.
Uw liefde, Uw vergeving, Uw genade is zo groot, zo groot …
Maar we leven in een wereld, Heer Jezus, waar men U steeds minder denkt nodig te hebben.
Een wereld, waarin wat U voor ons heeft gedaan, naar de achtergrond verdwijnt, ja, zelfs bestempeld wordt als ‘alleen een leuk verhaaltje’ en waar vele mensen niet eens meer weten waarom ze vrij zijn als het Pasen is.
We leven in een wereld waarin alles draait om zelfrecht, zelfbeschikking.
Een wereld waarin U meer en meer verdreven wordt uit scholen, politiek, …; ja, zelfs uit kerken.
Vergeef ons, Uw kinderen, Heer Jezus, dat wij dit soms gewoon laten gebeuren en ik bid U voor onze wereld, voor de mensheid, voor ons land, ons volk, voor Uw volk, dat U ogen opent.
We kunnen niet zonder U, Heer, Jezus, we gaan verloren zonder U.
Open ogen, open harten, breng tot inkeer voor het te laat is en spoor ons Uw kinderen aan om te vertellen van U.
De oogst is groot, zegt U in Uw woord, maar de arbeiders weinig; doe ons onze verantwoordelijkheid beseffen en opnemen waar we kunnen.
In Jezus’ Naam bid ik U dit, Vader, in Jezus’ Naam smeek ik U dit.
- Amen -
Niemand die tot U komt, Heer Jezus,
met een hart vol berouw
zal door U worden afgewezen.
Niemand die komt
om vergeving te ontvangen
wordt door U doorverwezen.
Niemand die komt
met een oprecht, zoekend hart,
wordt aan een ander toegewezen.
Wie zo tot U komt, Heer Jezus,
wordt met vreugde ontvangen
en in liefde aangenomen.
Zonden worden vergeven,
en Uw liefdevolle genade
zal een ieder doorstromen.
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
Posts tonen met het label trots. Alle posts tonen
Posts tonen met het label trots. Alle posts tonen
zondag 15 september 2013
zondag 5 mei 2013
Week 19 - Trots
… en uw trotse macht zal Ik breken en uw hemel maken als ijzer en uw land als koper.
Dan zal uw kracht tevergeefs verbruikt worden; uw land zal zijn opbrengst niet geven en het geboomte des lands zal zijn vrucht niet dragen.
NBG
Ik zal de trots op uw eigen kracht breken. Ik zal uw hemel als ijzer maken en uw aarde als brons.
Dan zal al je gezwoeg tevergeefs zijn: van het land zul je niets binnenhalen en van de vruchtbomen zal niets te plukken zijn.
GNB
Ik zal de trots op uw eigen kracht breken. Ik zal uw hemel als ijzer maken en uw aarde als brons.
Uw kracht zal voor niets verbruikt worden, uw land geeft zijn opbrengst niet en de bomen op het land geven hun vruchten niet.
HSV
Leviticus 26:19,20
Trots, een woord met een negatieve klank en uitstraling.
Iets waarvoor je moet oppassen, voor moet waken, want ergens trots op zijn kan al heel gauw betekenen dat er een stukje hoogmoed om de hoek komt …
Met trots zijn op wat je gepresteerd heb, op je kind, iets wat je gemaakt hebt of gedaan hebt, moet je wel heel erg oppassen dat jij, of je kind, niet naast zijn schoenen gaat lopen …
Persoonlijk iets, waar ik best mee worstelen kan, want ik vraag me met deze dingen af of dit wel een verkeerde trots is.
Je mag toch trots zijn op wat je gemaakt of gedaan hebt, en je mag toch trots zijn op je kinderen en ze dat laten weten?
Complimentjes en bemoedigingen hebben we toch allemaal nodig?
Bevestigingen dat je goed bezig bent, aanmoedigingen om door te gaan en vol te houden!
Natuurlijk, je moet niet doorslaan naar de andere kant en jezelf of je kind ophemelen, maar trots is immers ook blij zijn met wat jij of je kind gedaan heb, daar uiting aan geven, en daar lijkt mij toch helemaal niets mis mee.
Wat zeg ik, het lijkt me zelfs heel belangrijk om dat aan te geven naar je kinderen: ‘Mama/papa is trots op jou; dat heb je goed gedaan.’
Het geeft zelfvertrouwen.
Het bemoedigd.
Het geeft een tevreden en voldaan gevoel en het zal jezelf of je kind stimuleren.
En als we daarbij onze dank aan God betuigen, omdat we ons in alles afhankelijk weten van Hem, …
Echter, zo met alles is, besef ik ook dat, zodra het woordje ‘te’ er voor komt te staan, het mis gaat en hoogmoed, arrogantie, gezonde en gepaste trots (laat ik het zo maar even noemen) verdrijven.
In de eerste regels van het kalendertje zegt Beth Moore: ‘Mijn naam is trots, ik ben een bedrieger. Je houdt van me omdat je denkt dat ik altijd het goede met je voor heb. Maar …’
Trots, een gevoel waardoor je wil laten zien dat je iets goed hebt gedaan of iets moois hebt gemaakt; een gevoel dat je meer waard bent dan anderen; een gevoel, dat je wilt pronken met wat je hebt of deed.
Maar ook: eigenwaarde, fierheid, grootsheid, hoogmoed, fier, hovaardig, groots, ongenaakbaar, hoogmoedig, hooghartig, opgeblazen, prachtig, pront, statig, aanzienlijk, arrogant, air, aanmatigend, deftig, dapper, eer, eigenwaan, eigendunk, eergevoel, flink, ferm.
Als er één ding is wat ik mijn leven heb gemerkt en geleerd (en dat wil niet zeggen dat ik het voor elkaar heb, maar alleen dat ik er van doordrongen ben geraakt), dan is het wel, dat er veel meer dingen onder trots vallen dan we vaak denken.
Misschien denk je wel bij jezelf dat je helemaal niet zo’n ‘trots’ figuur/persoon bent, maar is dat ook wel zo, en is dat eigenlijk al niet een teken van trots, van hoogmoed?
Als wij naar onszelf zouden gaan kijken door Gods ogen, wat zouden we dan zien en horen?
Nu kunnen we wel zeggen, van, ja, maar ik bedoel niet alles zoals het eruit komt, en dat weet God toch.
Maar toch …
En dan …
Als ik in de Bijbel (in dit geval op Biblia.net) op zoek ga naar het woordje ‘trots’, dan valt het me op dat dit woord in de Herziene Statenvertaling en de ‘gewone’ Statenvertaling, als in de NBG in het Nieuwe Testament niet voorkomt.
Daar is het woord vervangen door het woord ‘roemen’ of ‘beroemen’.
Heel apart.
De woorden ‘roemen’ of ‘beroemen’ zijn geen woorden die je vandaag de dag echt nog hoort.
Ik hoor tenminste nooit iemand zeggen ‘de roem die ik over mijn kinderen heb’ , of ‘ik beroem mij op …’, of ‘dit is mijn roem …’.
Misschien iets om ook eens verder over na te denken of te onderzoeken, maar nu niet.
Het viel mij echter wel op, vandaar dat ik het toch even genoemd wilde hebben.
Als er in het OT gesproken wordt over trots, dan zien we dat het eigenlijk steeds opnieuw gaat over het zich verheffen boven God, boven Zijn volk Israël, boven de ander.
God buitensluiten, Hem niet nodig hebben, op eigen kracht dingen doen of willen doen, is trots.
Het is de trots van een mens die hem doet zeggen of denken dat hij God niet nodig heeft. (Psalm 10:4)
En laten wij die geloven nu niet denken dat wij hier niet bij horen, want, hoe vaak doen wij geen dingen op eigen kracht?
Hoe vaak willen wij het eerst niet zelf oplossen voor dat wij naar God toe gaan en Hem om hulp vragen?
Hoe veel beslissingen nemen we niet zonder God er in te kennen?
(En dan heb ik het niet over met welk been je vandaag uit bed moet stappen, of welke kleur sokken je aan moet trekken)
Vergeven, niet boos blijven, de minste zijn.
... Nee, dat vergeef ik hem nooit, hij …
... Ja, maar hij is begonnen, je denkt toch niet dat ik dan …
... Ja, maar dat doe ik niet, ik ga geen wc’s schoonmaken, daar zijn de …
Het zijn zomaar een paar kleine voorbeelden; het gaat nog veel verder, en nog veel dieper.
Trots is een zeer grote en geniepige vijand, waarvan we soms niet eens doorhebben dat hij ons leven, of delen van ons leven, beheerst.
Het volk Israël is daarin voor ons een goede spiegel, als ook de vele volkeren, groeperingen en individuen, rondom hen die hen tot op de dag van vandaag belagen.
‘Ik zal de trots op uw eigen kracht breken,’ zegt God tegen Zijn volk in de bovenstaande tekst.
En dan volgt er een hele uiteenzetting van alles wat God zal doen als het volk trots, en dus ongehoorzaam, blijft.
In zekere zin geldt dit woord ook nog voor ons.
Ja, onze zonden zijn vergeven door het kostbare, vergoten bloed van de Here Jezus, maar daarmee zijn we er niet.
Veel dingen in ons leven stroken niet met Gods woord, met wat Zijn wil is.
Als Hij tegen ons zegt: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig,’ dan hebben we nog heel wat te leren en moet er nog heel wat veranderen in ons leven.
En als we denken dat we er al zijn of bepaalde dingen al geleerd hebben of niet (meer) nodig hebben, laten we dan vooral waakzaam zijn om niet te vallen!
Trots is vaak heel moeilijk te herkennen.
Waar begint het en waar eindigt het?
Kunnen we het eigenlijk wel onderkennen zonder Gods hulp?
Je kunt trots zijn op je kinderen of op iets wat je gedaan hebt, maar waar en wanneer gaat het over van ‘blij erom zijn’ in ‘verheffen boven anderen’.
Trots.
Gaan in eigen kracht.
Jezelf boven een ander plaatsen.
In woord en/of in daad.
Trots.
Zo geniepig en bedrieglijk.
Wie anders dan God alleen kan ons leren inzien waar trots in ons leven is, of zelfs heerst.
Lieve Vader in de hemel.
Vergeef mij mijn trots, mijn hoogmoed.
Vergeef mij,dat het soms zelfs zo erg kan zijn, dat ik het soms in het geheel niet eens zie als ik trots of hoogmoedig ben.
Vergeef mij, Vader, vergeef mij en reinig opnieuw mijn hart van deze zonde.
Al menigmaal heb ik mijn hoofd moeten buigen voor gedachten of ondoordachte woorden van trots en hoogmoed.
Opnieuw bid ik U daarom, dat U mij erop blijft wijzen waar trots mijn leven binnen wilt komen, binnen komt of is binnengekomen.
Open mijn ogen, Vader, ook voor deze geniepige en bedrieglijke zonde, waardoor ik mij verhef boven U en mijn naaste en waardoor ik ook nodeloos U en mijn naaste verdriet doe en kwets.
Doe ons toch beseffen hoe zeer trots scheiding brengt tussen U en ons, hoe groot de kloof is, die daardoor tussen U en ons ontstaat.
Leer ons buigen voor U, voor Uw wil.
Leer ons gehoorzaam zijn.
Maak ons zachtmoedig en nederig, zoals Uw Zoon, onze Here Jezus Christus.
Leer ons door Uw woord als een spiegel voor te houden.
Leidt ons door Uw Geest in Uw waarheid en tot eer van U.
In Jezus’ Naam.
- Amen –
Trots,
zo geniepig,
zo bedrieglijk.
Zo moeilijk soms
te onderscheiden.
Aan God voorbijgaand.
In eigen kracht
het leven uitstippelen
en leiden.
Zo op zichzelf gericht,
zichzelf zo verheffend.
Tegelijk de ander,
en boven alles God,
zo kwetsen, zo bezeren.
Trots.
Zichzelf,
boven alles,
vereren.
Laat Zijn Geest
je onderzoeken;
spiegel je leven
aan Zijn woord
en zie of je handel
en je wandel
Hem wel echt
bekoort.
©Rita Klapwijk
Toen ik zo aan het rondkijken was op Internet naar trots etc., kwam ik op het laatst het onderstaande gedicht tegen.
Het blijkt dat het citaat van Beth Moore op de kalender hieruit genomen is.
Daar er ongetwijfeld copyright op zit, kan ik het hier niet plaatsen, maar hier is wel de link naar de site waar het gedicht staat.
Mijn naam is trots – gedicht – Engelse versie
Ook heb ik geprobeerd het zo goed mogelijk te vertalen en wil dit op deze manier graag met jullie delen.
Mijn naam is trots.
Ik ben een bedrieger.
Ik bedrieg je, als het gaat om je door God gegeven bestemming.
omdat je er immers naar verlangt om je eigen weg te gaan.
Ik bedrieg als het gaat om tevreden te zijn,
omdat je toch beter verdient dan dit …
Ik bedrieg je als het gaat om kennis,’
omdat je toch alles al weet.
Ik bedrieg je als het gaat om genezing,
omdat je immers te vol bent van jezelf om te kunnen vergeven.
Ik bedrieg je als het gaat om je heiligheid,
omdat je weigert toe te geven wanneer je fout bent.
Ik bedrieg je als het gaat om je visie,
omdat liever in de spiegel kijkt dan uit het raam.
Ik bedrieg je als het gaat om echte vriendschap,
omdat niemand jou ooit werkelijk zal kennen.
Ik bedrieg je als het gaat om liefde,
omdat echte romantiek (liefde) offers vraagt.
Ik bedrieg je als het gaat om de grootheid van de hemel,
omdat je toch niet bereid bent om op aarde een ander zijn voeten te wassen.
Ik bedrieg je als het gaat om Gods glorie,
omdat ik er van overtuigt ben, dat je die van jezelf zoekt.
Mijn naam is trots.
Ik ben een bedrieger.
Je houdt van me, omdat je denk dat ik altijd het beste met je voor heb.
Maar dat is niet waar.
Ik ben er op uit om een dwaas van je te maken.
Ik geef toe, God heeft zoveel voor jou,
maar maak je geen zorgen.
Als je bij mij blijft, zul je het nooit weten.
Naar: My name is pride van Beth Moore
Zie bovengenoemde link
Dan zal uw kracht tevergeefs verbruikt worden; uw land zal zijn opbrengst niet geven en het geboomte des lands zal zijn vrucht niet dragen.
NBG
Ik zal de trots op uw eigen kracht breken. Ik zal uw hemel als ijzer maken en uw aarde als brons.
Dan zal al je gezwoeg tevergeefs zijn: van het land zul je niets binnenhalen en van de vruchtbomen zal niets te plukken zijn.
GNB
Ik zal de trots op uw eigen kracht breken. Ik zal uw hemel als ijzer maken en uw aarde als brons.
Uw kracht zal voor niets verbruikt worden, uw land geeft zijn opbrengst niet en de bomen op het land geven hun vruchten niet.
HSV
Leviticus 26:19,20
Trots, een woord met een negatieve klank en uitstraling.
Iets waarvoor je moet oppassen, voor moet waken, want ergens trots op zijn kan al heel gauw betekenen dat er een stukje hoogmoed om de hoek komt …
Met trots zijn op wat je gepresteerd heb, op je kind, iets wat je gemaakt hebt of gedaan hebt, moet je wel heel erg oppassen dat jij, of je kind, niet naast zijn schoenen gaat lopen …
Persoonlijk iets, waar ik best mee worstelen kan, want ik vraag me met deze dingen af of dit wel een verkeerde trots is.
Je mag toch trots zijn op wat je gemaakt of gedaan hebt, en je mag toch trots zijn op je kinderen en ze dat laten weten?
Complimentjes en bemoedigingen hebben we toch allemaal nodig?
Bevestigingen dat je goed bezig bent, aanmoedigingen om door te gaan en vol te houden!
Natuurlijk, je moet niet doorslaan naar de andere kant en jezelf of je kind ophemelen, maar trots is immers ook blij zijn met wat jij of je kind gedaan heb, daar uiting aan geven, en daar lijkt mij toch helemaal niets mis mee.
Wat zeg ik, het lijkt me zelfs heel belangrijk om dat aan te geven naar je kinderen: ‘Mama/papa is trots op jou; dat heb je goed gedaan.’
Het geeft zelfvertrouwen.
Het bemoedigd.
Het geeft een tevreden en voldaan gevoel en het zal jezelf of je kind stimuleren.
En als we daarbij onze dank aan God betuigen, omdat we ons in alles afhankelijk weten van Hem, …
Echter, zo met alles is, besef ik ook dat, zodra het woordje ‘te’ er voor komt te staan, het mis gaat en hoogmoed, arrogantie, gezonde en gepaste trots (laat ik het zo maar even noemen) verdrijven.
In de eerste regels van het kalendertje zegt Beth Moore: ‘Mijn naam is trots, ik ben een bedrieger. Je houdt van me omdat je denkt dat ik altijd het goede met je voor heb. Maar …’
Trots, een gevoel waardoor je wil laten zien dat je iets goed hebt gedaan of iets moois hebt gemaakt; een gevoel dat je meer waard bent dan anderen; een gevoel, dat je wilt pronken met wat je hebt of deed.
Maar ook: eigenwaarde, fierheid, grootsheid, hoogmoed, fier, hovaardig, groots, ongenaakbaar, hoogmoedig, hooghartig, opgeblazen, prachtig, pront, statig, aanzienlijk, arrogant, air, aanmatigend, deftig, dapper, eer, eigenwaan, eigendunk, eergevoel, flink, ferm.
Als er één ding is wat ik mijn leven heb gemerkt en geleerd (en dat wil niet zeggen dat ik het voor elkaar heb, maar alleen dat ik er van doordrongen ben geraakt), dan is het wel, dat er veel meer dingen onder trots vallen dan we vaak denken.
Misschien denk je wel bij jezelf dat je helemaal niet zo’n ‘trots’ figuur/persoon bent, maar is dat ook wel zo, en is dat eigenlijk al niet een teken van trots, van hoogmoed?
Als wij naar onszelf zouden gaan kijken door Gods ogen, wat zouden we dan zien en horen?
Nu kunnen we wel zeggen, van, ja, maar ik bedoel niet alles zoals het eruit komt, en dat weet God toch.
Maar toch …
En dan …
Als ik in de Bijbel (in dit geval op Biblia.net) op zoek ga naar het woordje ‘trots’, dan valt het me op dat dit woord in de Herziene Statenvertaling en de ‘gewone’ Statenvertaling, als in de NBG in het Nieuwe Testament niet voorkomt.
Daar is het woord vervangen door het woord ‘roemen’ of ‘beroemen’.
Heel apart.
De woorden ‘roemen’ of ‘beroemen’ zijn geen woorden die je vandaag de dag echt nog hoort.
Ik hoor tenminste nooit iemand zeggen ‘de roem die ik over mijn kinderen heb’ , of ‘ik beroem mij op …’, of ‘dit is mijn roem …’.
Misschien iets om ook eens verder over na te denken of te onderzoeken, maar nu niet.
Het viel mij echter wel op, vandaar dat ik het toch even genoemd wilde hebben.
Als er in het OT gesproken wordt over trots, dan zien we dat het eigenlijk steeds opnieuw gaat over het zich verheffen boven God, boven Zijn volk Israël, boven de ander.
God buitensluiten, Hem niet nodig hebben, op eigen kracht dingen doen of willen doen, is trots.
Het is de trots van een mens die hem doet zeggen of denken dat hij God niet nodig heeft. (Psalm 10:4)
En laten wij die geloven nu niet denken dat wij hier niet bij horen, want, hoe vaak doen wij geen dingen op eigen kracht?
Hoe vaak willen wij het eerst niet zelf oplossen voor dat wij naar God toe gaan en Hem om hulp vragen?
Hoe veel beslissingen nemen we niet zonder God er in te kennen?
(En dan heb ik het niet over met welk been je vandaag uit bed moet stappen, of welke kleur sokken je aan moet trekken)
Vergeven, niet boos blijven, de minste zijn.
... Nee, dat vergeef ik hem nooit, hij …
... Ja, maar hij is begonnen, je denkt toch niet dat ik dan …
... Ja, maar dat doe ik niet, ik ga geen wc’s schoonmaken, daar zijn de …
Het zijn zomaar een paar kleine voorbeelden; het gaat nog veel verder, en nog veel dieper.
Trots is een zeer grote en geniepige vijand, waarvan we soms niet eens doorhebben dat hij ons leven, of delen van ons leven, beheerst.
Het volk Israël is daarin voor ons een goede spiegel, als ook de vele volkeren, groeperingen en individuen, rondom hen die hen tot op de dag van vandaag belagen.
‘Ik zal de trots op uw eigen kracht breken,’ zegt God tegen Zijn volk in de bovenstaande tekst.
En dan volgt er een hele uiteenzetting van alles wat God zal doen als het volk trots, en dus ongehoorzaam, blijft.
In zekere zin geldt dit woord ook nog voor ons.
Ja, onze zonden zijn vergeven door het kostbare, vergoten bloed van de Here Jezus, maar daarmee zijn we er niet.
Veel dingen in ons leven stroken niet met Gods woord, met wat Zijn wil is.
Als Hij tegen ons zegt: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig,’ dan hebben we nog heel wat te leren en moet er nog heel wat veranderen in ons leven.
En als we denken dat we er al zijn of bepaalde dingen al geleerd hebben of niet (meer) nodig hebben, laten we dan vooral waakzaam zijn om niet te vallen!
Trots is vaak heel moeilijk te herkennen.
Waar begint het en waar eindigt het?
Kunnen we het eigenlijk wel onderkennen zonder Gods hulp?
Je kunt trots zijn op je kinderen of op iets wat je gedaan hebt, maar waar en wanneer gaat het over van ‘blij erom zijn’ in ‘verheffen boven anderen’.
Trots.
Gaan in eigen kracht.
Jezelf boven een ander plaatsen.
In woord en/of in daad.
Trots.
Zo geniepig en bedrieglijk.
Wie anders dan God alleen kan ons leren inzien waar trots in ons leven is, of zelfs heerst.
Lieve Vader in de hemel.
Vergeef mij mijn trots, mijn hoogmoed.
Vergeef mij,dat het soms zelfs zo erg kan zijn, dat ik het soms in het geheel niet eens zie als ik trots of hoogmoedig ben.
Vergeef mij, Vader, vergeef mij en reinig opnieuw mijn hart van deze zonde.
Al menigmaal heb ik mijn hoofd moeten buigen voor gedachten of ondoordachte woorden van trots en hoogmoed.
Opnieuw bid ik U daarom, dat U mij erop blijft wijzen waar trots mijn leven binnen wilt komen, binnen komt of is binnengekomen.
Open mijn ogen, Vader, ook voor deze geniepige en bedrieglijke zonde, waardoor ik mij verhef boven U en mijn naaste en waardoor ik ook nodeloos U en mijn naaste verdriet doe en kwets.
Doe ons toch beseffen hoe zeer trots scheiding brengt tussen U en ons, hoe groot de kloof is, die daardoor tussen U en ons ontstaat.
Leer ons buigen voor U, voor Uw wil.
Leer ons gehoorzaam zijn.
Maak ons zachtmoedig en nederig, zoals Uw Zoon, onze Here Jezus Christus.
Leer ons door Uw woord als een spiegel voor te houden.
Leidt ons door Uw Geest in Uw waarheid en tot eer van U.
In Jezus’ Naam.
- Amen –
Trots,
zo geniepig,
zo bedrieglijk.
Zo moeilijk soms
te onderscheiden.
Aan God voorbijgaand.
In eigen kracht
het leven uitstippelen
en leiden.
Zo op zichzelf gericht,
zichzelf zo verheffend.
Tegelijk de ander,
en boven alles God,
zo kwetsen, zo bezeren.
Trots.
Zichzelf,
boven alles,
vereren.
Laat Zijn Geest
je onderzoeken;
spiegel je leven
aan Zijn woord
en zie of je handel
en je wandel
Hem wel echt
bekoort.
©Rita Klapwijk
Toen ik zo aan het rondkijken was op Internet naar trots etc., kwam ik op het laatst het onderstaande gedicht tegen.
Het blijkt dat het citaat van Beth Moore op de kalender hieruit genomen is.
Daar er ongetwijfeld copyright op zit, kan ik het hier niet plaatsen, maar hier is wel de link naar de site waar het gedicht staat.
Mijn naam is trots – gedicht – Engelse versie
Ook heb ik geprobeerd het zo goed mogelijk te vertalen en wil dit op deze manier graag met jullie delen.
Mijn naam is trots.
Ik ben een bedrieger.
Ik bedrieg je, als het gaat om je door God gegeven bestemming.
omdat je er immers naar verlangt om je eigen weg te gaan.
Ik bedrieg als het gaat om tevreden te zijn,
omdat je toch beter verdient dan dit …
Ik bedrieg je als het gaat om kennis,’
omdat je toch alles al weet.
Ik bedrieg je als het gaat om genezing,
omdat je immers te vol bent van jezelf om te kunnen vergeven.
Ik bedrieg je als het gaat om je heiligheid,
omdat je weigert toe te geven wanneer je fout bent.
Ik bedrieg je als het gaat om je visie,
omdat liever in de spiegel kijkt dan uit het raam.
Ik bedrieg je als het gaat om echte vriendschap,
omdat niemand jou ooit werkelijk zal kennen.
Ik bedrieg je als het gaat om liefde,
omdat echte romantiek (liefde) offers vraagt.
Ik bedrieg je als het gaat om de grootheid van de hemel,
omdat je toch niet bereid bent om op aarde een ander zijn voeten te wassen.
Ik bedrieg je als het gaat om Gods glorie,
omdat ik er van overtuigt ben, dat je die van jezelf zoekt.
Mijn naam is trots.
Ik ben een bedrieger.
Je houdt van me, omdat je denk dat ik altijd het beste met je voor heb.
Maar dat is niet waar.
Ik ben er op uit om een dwaas van je te maken.
Ik geef toe, God heeft zoveel voor jou,
maar maak je geen zorgen.
Als je bij mij blijft, zul je het nooit weten.
Naar: My name is pride van Beth Moore
Zie bovengenoemde link
zondag 11 maart 2012
Week 11 - Zelfzucht
… want alles wat in de wereld is – zelfzuchtige begeerte, afgunstige inhaligheid, pronkzucht –, dat alles komt niet uit de Vader voort maar uit de wereld.
NBV
Want al het wereldse, alles waarop de mensen hun zinnen zetten en waar ze hun ogen niet vanaf kunnen houden en alle aardse zaken waarvan de mensen zo hoog opgeven, dat alles komt niet uit de Vader voort maar uit de wereld.
GNB
Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld.
HSV
1 Johannes 2:16
Trots, zelfzucht, hoogmoed, egoïsme, vol van onszelf.
Laten we eerlijk zijn, het zijn geen kenmerken die we alleen tegenkomen bij hen die niet geloven.
Als we eerlijk zijn, komen we ze ook tegen in het leven van ons gelovigen.
Vroeg of laat loop je er als kind van God zo wie zo tegen aan, simpelweg omdat deze dingen niet van God zijn maar van de wereld.
En daar waar er dingen van de wereld in ons leven zijn, daar kan God niet zijn.
Daar, waar er dingen van de wereld in ons leven zijn, daar is geen ruimte voor de Geest van God.
Vol van onszelf is leeg voor God;
vol van God is leeg van onszelf.
Het woord dat ons ‘tot inspiratie’ (dus tot overdenken) erbij gegeven is, noemt nog twee dingen naast trots.
Namelijk hartstocht - de begeerten van het vlees – en materialisme - de begeerten van de ogen.
Kort samengevat worden de dingen van de wereld dus in drie dingen onderscheiden: hartstocht, materialisme en trots (hoogmoed).*2
En al deze dingen zullen in ons leven moeten worden gedood en overwonnen, zodat er ruimte komt/is voor Gods Geest.*1
En laat het ook duidelijk zijn, dat van de wereld en haar dingen houden, niet alleen begint bij het doen van deze dingen, of met wie we omgaan, of de plaatsen waar we komen/naar toe gaan, maar dat het al begint in ons hart.
Zei de Here Jezus het Zelf niet: ‘Wie met begeerte naar de vrouw/man van een ander kijkt, heeft in haar/zijn hart al echtbreuk gepleegd.’ (Mattheüs 5:28)
Ik geloof dat dit principe ook geldt voor de andere terreinen.
De drie aanvalsterreinen waarop de satan werkt zien we ook heel duidelijk bij Eva en bij de Here Jezus, als Hij verzocht wordt in de woestijn. *2
‘De vrouw zag dat er heerlijke vruchten aan de boom hingen.
Ze zagen er aanlokkelijk en veelbelovend uit: door ervan te eten zou je verstandig kunnen worden!
Daarom plukte ze wat vruchten van de boom en at ervan.
Genesis 3:6
1. Eva zag.
2. Eva plukte.
3. Eva deed wat zij wilde.
De verzoeking van de Here Jezus in de woestijn.
Matteüs 4:1-11
1. Jezus zag.
2. Jezus sprak: ‘Er staat geschreven …’
3. Jezus gehoorzaamde God.
In beide voorbeelden gebruikte de satan mooie, prachtige dingen, om te verleiden en waar de één liet zich verleiden, bleef de Ander gehoorzaam; was de één vol van zichzelf, bleef de Ander vol van God.
Satan zal alles in het werk stellen om ons te verleiden, steeds opnieuw, zodat er minder van Gods Geest in ons zal zijn.
We zullen dus waakzaam moeten zijn, maar het is ook goed om jezelf Gods woord als een spiegel voor te houden.
Bid Zijn woord uit; laat God je hart doorzoeken en sta open voor de leiding van Zijn Geest om je duidelijk te maken welke dingen niet goed zijn in je leven.
In Psalm 139 begint David de Psalm met de erkenning dat God hem kent zoals niemand hem kent.
David gebruikt het woord ‘doorgrondt’.
Doorgronden wil zeggen ‘tot op de bodem kennen’, begrijpen hoe het werkelijk is.
Als David dan zegt: ‘Heer, U doorgrond mij, U kent mij, dan geeft hij daarmee aan, dat God hem kent door en door kent.
Dat God weet wat er in zijn hart leeft en van waaruit, vanuit welke intenties hij dingen doet of laat.
David eindigt dezelfde Psalm (vers 23,24) met het volgende gebed:
Mijn God, doorgrond mij,
kijk in mijn hart,
onderzoek mij,
peil mijn gedachten.
Dreig ik van U af te dwalen,
breng mij dan terug op de weg naar U.
David verlangde ernaar om God te gehoorzamen en te dienen.
Hij wilde Gods wegen gaan, maar hij besefte daarin ook, dat hij dat vanuit zichzelf niet kon en dat hij God daar voor nodig had.
Hij besefte, dat hij ook de fout in kon gaan zonder dat hij het direct doorhad en van daaruit kwam zijn gebed, zodat God hem kon laten zien als hij zich op de verkeerde weg bevond.
De weg die van God afleidde in plaats van naar Hem toe.
Dan kon hij berouw hebben en vergeving ontvangen.
Dan zou hij weer terugkeren op de eeuwige weg, de weg naar God.
En zo is het ook goed als wij deze woorden bidden en Gods met een oprecht hart vragen om ons hart te onderzoeken, ja, zelfs onze gedachten te peilen, om ons te laten zien waar er nog zonden zijn in ons leven.
Zodat ook wij ons daarvan af kunnen keren met een berouwvol hart, vergeving ontvangen en weer gaan op de juiste weg.
Ja, Vader, zo bid ik met de woorden van David, de man naar Uw hart:
‘Doorgrond mij en kijk in mijn hart.
Onderzoek mij, ja, Vader, peil zelfs mijn gedachten en zie welke zonden er nog in mijn leven zijn.
Laat mij door Uw Geest zien, welke dingen er (nog) tussen U en mij instaan.
Laat mij door Uw Geest zien, welke kenmerken van de wereld (nog) in mij aanwezig zijn.
Maak mij daar, door Uw Geest, bewust van, als ze mijn leven met U bedreigen, dan kan ik U mijn zonden belijden en mij ervan afkeren.
Ja, doorgrond mij, o God en kijk in mijn hart, in mijn gedachten en onderzoek mij.
En dreig ik van U af te dwalen, breng mij dan terug op de eeuwige weg, juiste weg.
- Amen -
*1 Matthew Henri’s Verklaring
*2 Het Leven
De boom was vol prachtige vruchten,
zo verlokkelijk, zo veelbelovend.
Een stem klonk: Toe maar, eet,
zijn ze niet betoverend?’
En ach, de geest is wel gewillig,
maar het vlees is zo zwak.
Eva plukte, at van de vruchten
en God’s hart brak.
Ze had een keus,
Hem gehoorzamen of niet.
Maar de verleiding was te groot
en zo begon een leven vol verdriet.
Alle koninkrijken van de wereld
werden Hem getoond;
Hij hoefde alleen maar te knielen
en zou dan rijkelijk worden beloond.
Na 40 dagen en nachten vasten,
was Hij moe, hongerig en zwak.
Maar Hij antwoordde: ‘Er staat geschreven …’
Gehoorzaamheid lag in de woorden die Hij sprak.
Hij had een keus
Zijn Vader gehoorzamen of niet.
Maar Hij werd ons een voorbeeld:
‘weersta de duivel en hij vliedt.’
©Rita Klapwijk
NBV
Want al het wereldse, alles waarop de mensen hun zinnen zetten en waar ze hun ogen niet vanaf kunnen houden en alle aardse zaken waarvan de mensen zo hoog opgeven, dat alles komt niet uit de Vader voort maar uit de wereld.
GNB
Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld.
HSV
1 Johannes 2:16
Trots, zelfzucht, hoogmoed, egoïsme, vol van onszelf.
Laten we eerlijk zijn, het zijn geen kenmerken die we alleen tegenkomen bij hen die niet geloven.
Als we eerlijk zijn, komen we ze ook tegen in het leven van ons gelovigen.
Vroeg of laat loop je er als kind van God zo wie zo tegen aan, simpelweg omdat deze dingen niet van God zijn maar van de wereld.
En daar waar er dingen van de wereld in ons leven zijn, daar kan God niet zijn.
Daar, waar er dingen van de wereld in ons leven zijn, daar is geen ruimte voor de Geest van God.
Vol van onszelf is leeg voor God;
vol van God is leeg van onszelf.
Het woord dat ons ‘tot inspiratie’ (dus tot overdenken) erbij gegeven is, noemt nog twee dingen naast trots.
Namelijk hartstocht - de begeerten van het vlees – en materialisme - de begeerten van de ogen.
Kort samengevat worden de dingen van de wereld dus in drie dingen onderscheiden: hartstocht, materialisme en trots (hoogmoed).*2
En al deze dingen zullen in ons leven moeten worden gedood en overwonnen, zodat er ruimte komt/is voor Gods Geest.*1
En laat het ook duidelijk zijn, dat van de wereld en haar dingen houden, niet alleen begint bij het doen van deze dingen, of met wie we omgaan, of de plaatsen waar we komen/naar toe gaan, maar dat het al begint in ons hart.
Zei de Here Jezus het Zelf niet: ‘Wie met begeerte naar de vrouw/man van een ander kijkt, heeft in haar/zijn hart al echtbreuk gepleegd.’ (Mattheüs 5:28)
Ik geloof dat dit principe ook geldt voor de andere terreinen.
De drie aanvalsterreinen waarop de satan werkt zien we ook heel duidelijk bij Eva en bij de Here Jezus, als Hij verzocht wordt in de woestijn. *2
‘De vrouw zag dat er heerlijke vruchten aan de boom hingen.
Ze zagen er aanlokkelijk en veelbelovend uit: door ervan te eten zou je verstandig kunnen worden!
Daarom plukte ze wat vruchten van de boom en at ervan.
Genesis 3:6
1. Eva zag.
2. Eva plukte.
3. Eva deed wat zij wilde.
De verzoeking van de Here Jezus in de woestijn.
Matteüs 4:1-11
1. Jezus zag.
2. Jezus sprak: ‘Er staat geschreven …’
3. Jezus gehoorzaamde God.
In beide voorbeelden gebruikte de satan mooie, prachtige dingen, om te verleiden en waar de één liet zich verleiden, bleef de Ander gehoorzaam; was de één vol van zichzelf, bleef de Ander vol van God.
Satan zal alles in het werk stellen om ons te verleiden, steeds opnieuw, zodat er minder van Gods Geest in ons zal zijn.
We zullen dus waakzaam moeten zijn, maar het is ook goed om jezelf Gods woord als een spiegel voor te houden.
Bid Zijn woord uit; laat God je hart doorzoeken en sta open voor de leiding van Zijn Geest om je duidelijk te maken welke dingen niet goed zijn in je leven.
In Psalm 139 begint David de Psalm met de erkenning dat God hem kent zoals niemand hem kent.
David gebruikt het woord ‘doorgrondt’.
Doorgronden wil zeggen ‘tot op de bodem kennen’, begrijpen hoe het werkelijk is.
Als David dan zegt: ‘Heer, U doorgrond mij, U kent mij, dan geeft hij daarmee aan, dat God hem kent door en door kent.
Dat God weet wat er in zijn hart leeft en van waaruit, vanuit welke intenties hij dingen doet of laat.
David eindigt dezelfde Psalm (vers 23,24) met het volgende gebed:
Mijn God, doorgrond mij,
kijk in mijn hart,
onderzoek mij,
peil mijn gedachten.
Dreig ik van U af te dwalen,
breng mij dan terug op de weg naar U.
David verlangde ernaar om God te gehoorzamen en te dienen.
Hij wilde Gods wegen gaan, maar hij besefte daarin ook, dat hij dat vanuit zichzelf niet kon en dat hij God daar voor nodig had.
Hij besefte, dat hij ook de fout in kon gaan zonder dat hij het direct doorhad en van daaruit kwam zijn gebed, zodat God hem kon laten zien als hij zich op de verkeerde weg bevond.
De weg die van God afleidde in plaats van naar Hem toe.
Dan kon hij berouw hebben en vergeving ontvangen.
Dan zou hij weer terugkeren op de eeuwige weg, de weg naar God.
En zo is het ook goed als wij deze woorden bidden en Gods met een oprecht hart vragen om ons hart te onderzoeken, ja, zelfs onze gedachten te peilen, om ons te laten zien waar er nog zonden zijn in ons leven.
Zodat ook wij ons daarvan af kunnen keren met een berouwvol hart, vergeving ontvangen en weer gaan op de juiste weg.
Ja, Vader, zo bid ik met de woorden van David, de man naar Uw hart:
‘Doorgrond mij en kijk in mijn hart.
Onderzoek mij, ja, Vader, peil zelfs mijn gedachten en zie welke zonden er nog in mijn leven zijn.
Laat mij door Uw Geest zien, welke dingen er (nog) tussen U en mij instaan.
Laat mij door Uw Geest zien, welke kenmerken van de wereld (nog) in mij aanwezig zijn.
Maak mij daar, door Uw Geest, bewust van, als ze mijn leven met U bedreigen, dan kan ik U mijn zonden belijden en mij ervan afkeren.
Ja, doorgrond mij, o God en kijk in mijn hart, in mijn gedachten en onderzoek mij.
En dreig ik van U af te dwalen, breng mij dan terug op de eeuwige weg, juiste weg.
- Amen -
*1 Matthew Henri’s Verklaring
*2 Het Leven
Voor Eva was het een vrucht,
voor Jezus de koninkrijken van de wereld,
voor ons, ach, vul voor jezelf maar in.
Zijn we vol van onszelf,
of zijn we vol van Gods Geest?
Wie of wat geeft ons leven zin?
De boom was vol prachtige vruchten,
zo verlokkelijk, zo veelbelovend.
Een stem klonk: Toe maar, eet,
zijn ze niet betoverend?’
En ach, de geest is wel gewillig,
maar het vlees is zo zwak.
Eva plukte, at van de vruchten
en God’s hart brak.
Ze had een keus,
Hem gehoorzamen of niet.
Maar de verleiding was te groot
en zo begon een leven vol verdriet.
Alle koninkrijken van de wereld
werden Hem getoond;
Hij hoefde alleen maar te knielen
en zou dan rijkelijk worden beloond.
Na 40 dagen en nachten vasten,
was Hij moe, hongerig en zwak.
Maar Hij antwoordde: ‘Er staat geschreven …’
Gehoorzaamheid lag in de woorden die Hij sprak.
Hij had een keus
Zijn Vader gehoorzamen of niet.
Maar Hij werd ons een voorbeeld:
‘weersta de duivel en hij vliedt.’
©Rita Klapwijk
Abonneren op:
Posts (Atom)


