'Maar Jezus antwoordde en zei tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.'
HSV
'Toen gaf Jezus dit antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke wel.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardige mensen tot een nieuw leven te roepen, maar zondaars.’
GNB
Lucas 5:31,32
Ik weet niet hoe jij er over denkt, maar mijn ervaring (en zelfkennis) doen mij constateren dat wij mensen vaak vreselijk eigenwijs zijn en daarnaast vaak ook behoorlijk trots en hoogmoedig.
Allemaal ingrediënten die ons ervan kunnen weerhouden om hulp te zoeken als we die eigenlijk nodig hebben.
Want laten we eerlijk zijn, we zijn toch doorgaans alleen bereid tot het vragen om hulp als we (bijna) stuklopen of niet meer verder kunnen?
Hoe lang gaan we vaak niet door met zelf proberen voordat we naar iemand toegaan en de ander om hulp vragen?
In dat opzicht zijn we vaak net als kleine kinderen: Ikke zelluf doen!
En als we er dan echt niet uitkomen, of het bijna fout loopt, dan …
Maar als het gaat om onze eeuwigheid, om ons leven na dit leven, dan is er niets, maar dan ook niets dat wij zelf kunnen doen om dit te bewerken.
Dan komt alles aan op ‘Genade’.
Jezus spreekt bovenaanstaande woorden op een groot feestmaal dat Levi, een tollenaar, ter ere van Jezus hield. (Lucas 5:27-32)
Levi had gehoor gegeven aan Jezus roep: ‘Kom en volg Mij’, en hij had terstond alles achter zich galaten en was met Jezus meegegaan.
Nu gaf hij een feest ter ere van Jezus en op dat feest had hij heel wat mensen, waaronder andere tollenaars, uitgenodigd.
De Farizeeërs en Schriftgeleerden die dit zagen, staken hun afkeuring niet onder stoelen of banken, maar riepen als het ware de discipelen ter verantwoording: ‘Waarom eten en drinken jullie met tollenaars en zondaars?’
Met andere woorden: ‘Hoe kunnen jullie; hoe durven jullie.’
Maar het is Jezus (Hij hoorde het dus duidelijk ook) die antwoord gaf : ‘Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.’
Jezus had een bijzondere manier van spreken.
Op de vraag van de Farizeeërs en Schriftgeleerden geeft Hij niet een hele uiteenzetting van waarom Hij gekomen is, maar vergelijkt simpelweg de zondaar met iemand die ziek is en een dokter nodig heeft en dat Hij daarom was gekomen.
O, Jezus kent Zijn pappenheimers zo goed.
Hij doorziet de vrome praatjes, de trots en hoogmoed van de Farizeeërs en Schriftgeleerden, en geeft daarom een antwoord, waarvan wij misschien zouden zeggen dat het een steek onder water is, maar wat zij totaal niet doorhadden, vervuld als zij waren van hun eigendunk.
‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te brengen, maar zondaars.’
Door hun trots en hoogmoed, hun eigenwaan, hadden ze niet eens door hoe het er werkelijk met hen voor stond.
Zij herkenden Jezus daardoor ook niet als de Zoon van God, de Messias, de Beloofde en lang verwachte.
Ze kenden de Schrift, maar ze kenden slechts de letter en waren blind voor de vervulling ervan.
We zijn nu ruim tweeduizend jaar verder en in wezen is er niet veel veranderd.
Ja, wij kennen de boodschap, we weten waarom Hij kwam en voor wie.
We weten dat Hij Zijn leven gaf om het onze te redden, maar nog steeds zijn er vele mensen blind en doof voor deze boodschap.
Dat was toen, dat is nu en dat zal altijd zo zijn.
Maar dit zal altijd de keuze van de mens zelf zijn, want Jezus wijst geen enkel mens af, die met berouw tot Hem komt.
Ja, Zijn woorden waren vol venijn en grimmig over de Farizeeërs en Schriftgeleerden, - adderengebroed noemde Hij hen.
Hij wees hun trotse en arrogante, op uiterlijk vertoon gerichte houding af, maar nooit hen die nederig waren en vol berouw, die in Hem geloofden, Hem wilden volgen.
‘En zo trok Jezus rond door alle steden en dorpen.
Hij onderwees de mensen in hun synagogen, verkondigde hun het grote nieuws over het koninkrijk en genas hen van alle ziekten en kwalen.
Bij het zien van de menigte was Hij zeer met hen begaan, want ze waren als schapen zonder herder, opgejaagd en verzwakt.’
In andere vertalingen staat: ‘… was/werd Hij met innerlijke ontferming over hen bewogen.’ ( Mattheüs 9:36)
Jezus hart was, en is nog steeds, vol innerlijke ontferming bewogen.
Alles om ons heen verandert, niets blijft hetzelfde, maar Zijn woord is, en blijft, waarheid en eeuwig.
Hij is dezelfde, gisteren, heden en tot in alle eeuwigheid!
Lieve Heer Jezus, nog steeds is Uw hart bewogen voor ons mensen en nog steeds is er daarom tijd om tot U te komen met een berouwvol hart, want wie tot U komt met een hart vol berouw, een hart dat beseft U nodig te hebben, neemt U vol innerlijke ontferming aan.
Niemand die zo komt stuurt U weg, maar wordt in liefde ontvangen en aangenomen.
Uw liefde, Uw vergeving, Uw genade is zo groot, zo groot …
Maar we leven in een wereld, Heer Jezus, waar men U steeds minder denkt nodig te hebben.
Een wereld, waarin wat U voor ons heeft gedaan, naar de achtergrond verdwijnt, ja, zelfs bestempeld wordt als ‘alleen een leuk verhaaltje’ en waar vele mensen niet eens meer weten waarom ze vrij zijn als het Pasen is.
We leven in een wereld waarin alles draait om zelfrecht, zelfbeschikking.
Een wereld waarin U meer en meer verdreven wordt uit scholen, politiek, …; ja, zelfs uit kerken.
Vergeef ons, Uw kinderen, Heer Jezus, dat wij dit soms gewoon laten gebeuren en ik bid U voor onze wereld, voor de mensheid, voor ons land, ons volk, voor Uw volk, dat U ogen opent.
We kunnen niet zonder U, Heer, Jezus, we gaan verloren zonder U.
Open ogen, open harten, breng tot inkeer voor het te laat is en spoor ons Uw kinderen aan om te vertellen van U.
De oogst is groot, zegt U in Uw woord, maar de arbeiders weinig; doe ons onze verantwoordelijkheid beseffen en opnemen waar we kunnen.
In Jezus’ Naam bid ik U dit, Vader, in Jezus’ Naam smeek ik U dit.
- Amen -
Niemand die tot U komt, Heer Jezus,
met een hart vol berouw
zal door U worden afgewezen.
Niemand die komt
om vergeving te ontvangen
wordt door U doorverwezen.
Niemand die komt
met een oprecht, zoekend hart,
wordt aan een ander toegewezen.
Wie zo tot U komt, Heer Jezus,
wordt met vreugde ontvangen
en in liefde aangenomen.
Zonden worden vergeven,
en Uw liefdevolle genade
zal een ieder doorstromen.
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
Posts tonen met het label vergeving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vergeving. Alle posts tonen
zondag 15 september 2013
zondag 23 juni 2013
Week 26 - Berouw
'Ik, Ik ben het Die uw overtredingen uitdelgt omwille van Mijzelf,
en aan uw zonden denk Ik niet.'
HSV
'Ik ben je niets verplicht, maar dan ook niets.
Het is pure goedheid dat Ik je opstandigheid vergeef,
niet terugkom op je zonden.'
GNB
Jesaja 43:25
Drie dingen komen in mijn gedachten, namelijk een woord van David: ‘Ik ken mijn overtredingen; mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.’ (Psalm 51:5), een filmpje van Carman genaamd ‘The courtroom’ en een tekst uit Micha (Micha 7:19b) waar staat: ‘…, ja, U zult al hun zonden werpen in de diepten van de zee.’
De eerste tekst is verbonden met de titel/thema, het filmpje en de tekst uit Micha met de tekst en wat er op het kalendertje staat.
Wat er op het kalendertje staat komt op het volgende neer: Als wij dicht bij God wandelen, zullen de inspanningen van de aanklager te vergeefs zijn, want God zal Zich onze zonden niet herinneren tegen de tijd dat de boze in de hemel komt met zijn aanklachten tegen ons.
Berouw
‘Ik ken mijn overtredingen; mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.’
Ik heb hier al weleens vaker over geschreven, het is een tekst die mij diep raakt; die mij wijst op het belang van belijden en berouw hebben.
Deze Psalm heeft David geschreven nadat de Profeet Nathan hem gewezen had op zijn overspel met Bathseba en zijn aandeel in de dood van Uria. (2 Samuël 11)
Deze Psalm wordt ook wel een boetpsalm genoemd.
Een Psalm waarin David zijn schuld erkent, belijdt en smeekt om vergeving.
David heeft niet alleen maar spijt van wat hij heeft gedaan.
Het is bij hem geen kwestie van: ‘sorry, Heer, ik heb iets gedaan wat niet mocht, maar wilt U mij vergeven,’ maar er is er sprake van diep en oprecht berouw over zijn zonde.
Hoewel spijt en berouw ook naar elkaar verwijzen als je kijkt naar wat ze betekenen, toch is er weldegelijk een verschil het ergens spijt van hebben en berouw hebben.
Spijt is het gevoel hebben dat je iets niet had moeten doen; het jammer vinden omdat je iets verkeerd hebt gedaan.
Berouw is naast (erge) spijt over iets dat je verkeerd hebt gedaan ook boetvaardigheid, inkeer, bekering, hartknaging.
En deze woorden, deze betekenissen, vind je niet terug bij spijt.
Mijns inziens gaat berouw dieper dan spijt; ben je met berouw altijd bewust van de diepte van je zonde, terwijl spijt meerdere kanten op kan.
We zeggen soms zo makkelijk ‘het spijt me’, maar spijt het ons dan werkelijk?
Hebben we dan ook spijt in de zin van berouw over wat we verkeerd hebben gedaan?
Als ik iemand vergeten ben om een mailtje te sturen terwijl ik het belooft had, dan zeg ik ‘sorry, het spijt me; vergeef me’, maar doorgaans houdt het daar bij op.
Tenzij het heel belangrijk was en het misschien de ander schade berokkent heeft of emotioneel heel erg raakt, dan kan het zijn dat het diep in mijn hart gaat knagen en mijn spijt verandert in berouw.
Dan is er ook geen ‘sorry, het spijt me’ meer naar die ander toe, maar vanuit een diepe pijn vanuit mijn hart, in alle ootmoed en nederigheid, bekennen; ik ben fout geweest, dit had niet mogen gebeuren. Ik zie wat het je doet, gedaan heeft, en het doet mij pijn en verdriet. Ik zal er alles aan doen zodat het niet weer gebeurt.
Het is vanuit deze hartsgesteldheid dat David naar God toegaat en deze woorden spreekt.
Ik ken mijn overtredingen; o, hij besefte zo goed wat hij had gedaan.
Mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen; hij kon aan niets anders meer denken dan aan wat hij verkeerd had gedaan en alleen als God hem zou vergeven, zou hij weer verder kunnen.
David besefte dat wat hij had gedaan scheiding had gebracht tussen hem en God en hij kon niet meer verder voordat God hem zijn zonde zou vergeven.
Het is geen goedkoop ‘het spijt me, God’, maar een berouw vanuit het diepst van zijn hart.
Hij wist dat hij verkeerd was geweest.
Hij wist wat hij verkeerd had gedaan.
Hij kon het bij name noemen; ook al was het pas nadat de profeet Nathan hem erop gewezen had.
Hij accepteerde Gods straf.
Hieraan kunnen we ook zien dat God soms andere mensen gebruikt om ons op onze zonde te wijzen.
Diep in ons hart kunnen we weten dat iets niet goed is, maar ons er tegelijk voor afsluiten.
God kan dan door andere heen ons terechtwijzen.
Dit omdat Hij weet dat het ons anders steeds verder van Hem verwijdert en dat wil Hij niet.
Hij houdt zo onnoemelijk veel van ons, dat Hij van Zijn kant er alles aan gedaan heeft, en doet, om de relatie tussen Hem en ons in orde te houden.
Maar Hij verlangt ook van ons dat wij doen wat Hij van ons vraagt.
David betaalde een hoge prijs voor zijn overspel met Bathseba.
Het zoontje dat geboren werd uit dit samenzijn, stierf.
Maar ook voor de rest van zijn leven had dit overspel met Bathseba gevolgen.
Je kunt het nalezen in (2 Samuël 12)
Het zijn deze woorden van David die mij tot nadenken hebben gestemd over hoe het ervoor staat met mijzelf.
Hoe zit het met mij, met mijn berouw, of voel ik alleen maar spijt over mijn zonde?
Knaagt mijn hart over mijn zonde?
Brengt mijn zonde mij tot inkeer, tot bekering van?
Soms kan mij dit dwars zitten, ervaar ik eigenlijk helemaal geen berouw over de zonden die ik doe.
Ja, als ik echt iets specifieks weet, dan komt dat echte diepe berouw om de hoek, maar gewoon zo, na een gewone dag, zonder opzienbarende gebeurtenissen, dan belijd ik aan Hem dat ik gezondigd heb, maar dat ik soms eigenlijk niet eens weet welke zonden ik heb gedaan.
Ik belijd, omdat ik weet dat ik zonden ontvangen en geboren ben.
En dan ben ik zo blij met weer andere woorden van David uit Psalm 19:13, ook die heb ik vaker genoemd: ‘Zuiver mij van mijn verborgen zonden, want iedereen maakt fouten zonder het te weten.’
Ik weet, de Here Jezus is voor mijn (onze) zonden gestorven aan het kruis op Golgotha.
Ik ben gekocht en betaald met Zijn bloed.
Ik ben vergeven en mijn toegang tot de troon van genade is vrij.
De aanklager kan naar God toe gaan en alles wat ik verkeerd heb gedaan aan God voorhouden, maar het Bloed van de Here Jezus heeft mij gereinigd, en reinigt mij, van alle zonden en de aanklager zal tandenknarsend afdruipen, omdat God mijn zonden niet meer ziet als ik ze beleden heb.
Want als ik gezondigd heb, zal ik mijn zonde ook moeten belijden, anders zal het tussen God en mij blijven staan.
Ik kan geen overspel plegen, of stelen of een moord begaan, en verder leven omdat ik vergeven ben met dat ik Hem heb aangenomen als mijn Heer en Heiland.
Ik kan niet roddelen, verkeerde bladen lezen, computerspelletjes/-pagina’s bekijken zonder dat het scheiding brengt tussen Hem en mij.
Alleen belijden en berouw zullen vergeving geven.
Al met al doen deze woorden van David mij beseffen hoe belangrijk berouw hebben over zonde voor God is en het doet mij mijzelf uitstrekken naar een echt berouwvol hart.
Naar een verlangen dat God mij mijn zonde voor ogen geeft en een oprecht berouw, meer dan een ‘het spijt me, Heer, ik heb het weer verkeerd gedaan’.
Welk een vreugde komt er dan ook, want het is door het offer van Zijn Zoon, onze Here Jezus Christus, dat er vergeving is.
(Zie bijv. Mattheüs 26 en volgende hoofdstukken)
En het is niet zomaar een vergeving, niet een ‘ik vergeef je’ en het komt later als er weer iets verkeerd gaat, terug om opnieuw voor je voeten geworpen te worden.
Het is niet zomaar een vergeving, omdat de ander een bepaalde verplichting naar je heeft.
Het is niet zomaar een vergeving, het is VERGEVING!
Een niet meer denken aan!
Weggedaan in de diepten van de zee! (Micha 7:19b)
Vergeten!
Het is Vergeving uit Genade!
Onverdiend!
Om Zijnentwil!
Pure goedheid!
Pure liefde!
Pure Genade!
Welk een vreugde komt er dan ook, want het is het grootste en mooiste geschenk dat iemand ooit kan geven.
Niets heeft meer waarde, niets is kostbaarder, dan Zijn geschenk van genade aan ons.
Welk een vreugde komt er dan ook, want Hij is onze zonde vergeten.
Ja, echt helemaal vergeten.
Nooit zal Hij meer terugkomen op zonden die zijn beleden en waar Hij vergeving over heeft gegeven.
Nooit meer.
Wij mensen hebben nogal eens de neiging om te ‘vergeven’, maar als er dan weer iets gebeurt het met dezelfde vaart weer iemand voor de voeten te gooien,
Ja, maar toen …
Maar God niet!
Hij vergeeft en vergeet.
Corrie ten Boom zei altijd bij de tekst uit Micha; Hij zet er een bordje bij: ‘Verboden te vissen’.
En zo komt het, dat als wij dicht bij God wandelen, de inspanningen van de aanklager te vergeefs zullen zijn, want God zal Zich onze zonden niet herinneren tegen de tijd dat de boze in de hemel komt met zijn aanklachten tegen ons.
Want dicht bij God wandelen, dicht bij Hem leven, maakt ons bewust van onze zonden en doet ons onze zonden belijden.
En Gods woord zegt dan: ‘Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.’
1 Johannes 1:9
Lieve Vader in de hemel, wat een prachtig woord om het stukje mee te mogen besluiten.
Dank U wel, voor Uw liefde en genade, voor Uw goedheid en Uw trouw.
Mijn woorden schieten te kort, Vader, als ik U wil danken, loven en prijzen om wie U bent en om alles wat U heeft gedaan en doet.
Het is zo onbegrijpelijk.
Zo onvoorstelbaar.
Zo …
Lieve Vader, dank U wel, voor wie U bent; dat U bent die U bent.
Help mij, Vader, om te leren leven naar Uw wil, naar Uw geboden; vanuit mijzelf kan ik het niet.
Help mij ook, als de boze mij steeds opnieuw reeds vergeven zonden voorhoudt.
Laat mij opstaan en hem wijzen op Uw woord waarin U Zelf zegt dat als U vergeeft, U er ook niet meer aan denkt.
Dat U mijn zonden wegdoet in de diepten van de zee.
Hij heeft geen poot om op te staan; laten we ons daar toch van bewust zijn, bewust worden en gaan leven vanuit Uw kracht in ons, vanuit Uw woord.
Dank U, Vader, ik prijs Uw heilige Naam.
Ik loof U, want U bent waardig om mijn lof en aanbidding te ontvangen.
Niet alleen door mijn woorden, maar ook door mijn leven.
Ik wil dicht bij U wandelen, dicht bij U leven.
Help mij daarbij, Vader.
In Jezus’ Naam.
- Amen -
Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Pure goedheid, liefde en genade,
giet Hij uit over mij.
Welk een lessen mag ik leren
met het luisteren naar Zijn stem.
Welk een veilige plek is het gaan
met Hem dagelijks aan mijn zij.
Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Hoe heerlijk is het te mogen weten:
al mijn zonden zijn vergeven.
Welk een liefde en genade
klinkt er door in Zijn stem,
als Hij spreekt en tot mij zegt:
‘Ik ben bij je elke dag van je leven.’
Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Hoe heerlijk is het te wandelen
met Hem aan mijn zij.
Welk een rust en vrede ligt er
in het luisteren naar Zijn stem.
Welk een kracht in het weten:
op al mijn wegen leidt Hij mij!
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
en aan uw zonden denk Ik niet.'
HSV
'Ik ben je niets verplicht, maar dan ook niets.
Het is pure goedheid dat Ik je opstandigheid vergeef,
niet terugkom op je zonden.'
GNB
Jesaja 43:25
Drie dingen komen in mijn gedachten, namelijk een woord van David: ‘Ik ken mijn overtredingen; mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.’ (Psalm 51:5), een filmpje van Carman genaamd ‘The courtroom’ en een tekst uit Micha (Micha 7:19b) waar staat: ‘…, ja, U zult al hun zonden werpen in de diepten van de zee.’
De eerste tekst is verbonden met de titel/thema, het filmpje en de tekst uit Micha met de tekst en wat er op het kalendertje staat.
Wat er op het kalendertje staat komt op het volgende neer: Als wij dicht bij God wandelen, zullen de inspanningen van de aanklager te vergeefs zijn, want God zal Zich onze zonden niet herinneren tegen de tijd dat de boze in de hemel komt met zijn aanklachten tegen ons.
Berouw
‘Ik ken mijn overtredingen; mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.’
Ik heb hier al weleens vaker over geschreven, het is een tekst die mij diep raakt; die mij wijst op het belang van belijden en berouw hebben.
Deze Psalm heeft David geschreven nadat de Profeet Nathan hem gewezen had op zijn overspel met Bathseba en zijn aandeel in de dood van Uria. (2 Samuël 11)
Deze Psalm wordt ook wel een boetpsalm genoemd.
Een Psalm waarin David zijn schuld erkent, belijdt en smeekt om vergeving.
David heeft niet alleen maar spijt van wat hij heeft gedaan.
Het is bij hem geen kwestie van: ‘sorry, Heer, ik heb iets gedaan wat niet mocht, maar wilt U mij vergeven,’ maar er is er sprake van diep en oprecht berouw over zijn zonde.
Hoewel spijt en berouw ook naar elkaar verwijzen als je kijkt naar wat ze betekenen, toch is er weldegelijk een verschil het ergens spijt van hebben en berouw hebben.
Spijt is het gevoel hebben dat je iets niet had moeten doen; het jammer vinden omdat je iets verkeerd hebt gedaan.
Berouw is naast (erge) spijt over iets dat je verkeerd hebt gedaan ook boetvaardigheid, inkeer, bekering, hartknaging.
En deze woorden, deze betekenissen, vind je niet terug bij spijt.
Mijns inziens gaat berouw dieper dan spijt; ben je met berouw altijd bewust van de diepte van je zonde, terwijl spijt meerdere kanten op kan.
We zeggen soms zo makkelijk ‘het spijt me’, maar spijt het ons dan werkelijk?
Hebben we dan ook spijt in de zin van berouw over wat we verkeerd hebben gedaan?
Als ik iemand vergeten ben om een mailtje te sturen terwijl ik het belooft had, dan zeg ik ‘sorry, het spijt me; vergeef me’, maar doorgaans houdt het daar bij op.
Tenzij het heel belangrijk was en het misschien de ander schade berokkent heeft of emotioneel heel erg raakt, dan kan het zijn dat het diep in mijn hart gaat knagen en mijn spijt verandert in berouw.
Dan is er ook geen ‘sorry, het spijt me’ meer naar die ander toe, maar vanuit een diepe pijn vanuit mijn hart, in alle ootmoed en nederigheid, bekennen; ik ben fout geweest, dit had niet mogen gebeuren. Ik zie wat het je doet, gedaan heeft, en het doet mij pijn en verdriet. Ik zal er alles aan doen zodat het niet weer gebeurt.
Het is vanuit deze hartsgesteldheid dat David naar God toegaat en deze woorden spreekt.
Ik ken mijn overtredingen; o, hij besefte zo goed wat hij had gedaan.
Mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen; hij kon aan niets anders meer denken dan aan wat hij verkeerd had gedaan en alleen als God hem zou vergeven, zou hij weer verder kunnen.
David besefte dat wat hij had gedaan scheiding had gebracht tussen hem en God en hij kon niet meer verder voordat God hem zijn zonde zou vergeven.
Het is geen goedkoop ‘het spijt me, God’, maar een berouw vanuit het diepst van zijn hart.
Hij wist dat hij verkeerd was geweest.
Hij wist wat hij verkeerd had gedaan.
Hij kon het bij name noemen; ook al was het pas nadat de profeet Nathan hem erop gewezen had.
Hij accepteerde Gods straf.
Hieraan kunnen we ook zien dat God soms andere mensen gebruikt om ons op onze zonde te wijzen.
Diep in ons hart kunnen we weten dat iets niet goed is, maar ons er tegelijk voor afsluiten.
God kan dan door andere heen ons terechtwijzen.
Dit omdat Hij weet dat het ons anders steeds verder van Hem verwijdert en dat wil Hij niet.
Hij houdt zo onnoemelijk veel van ons, dat Hij van Zijn kant er alles aan gedaan heeft, en doet, om de relatie tussen Hem en ons in orde te houden.
Maar Hij verlangt ook van ons dat wij doen wat Hij van ons vraagt.
David betaalde een hoge prijs voor zijn overspel met Bathseba.
Het zoontje dat geboren werd uit dit samenzijn, stierf.
Maar ook voor de rest van zijn leven had dit overspel met Bathseba gevolgen.
Je kunt het nalezen in (2 Samuël 12)
Het zijn deze woorden van David die mij tot nadenken hebben gestemd over hoe het ervoor staat met mijzelf.
Hoe zit het met mij, met mijn berouw, of voel ik alleen maar spijt over mijn zonde?
Knaagt mijn hart over mijn zonde?
Brengt mijn zonde mij tot inkeer, tot bekering van?
Soms kan mij dit dwars zitten, ervaar ik eigenlijk helemaal geen berouw over de zonden die ik doe.
Ja, als ik echt iets specifieks weet, dan komt dat echte diepe berouw om de hoek, maar gewoon zo, na een gewone dag, zonder opzienbarende gebeurtenissen, dan belijd ik aan Hem dat ik gezondigd heb, maar dat ik soms eigenlijk niet eens weet welke zonden ik heb gedaan.
Ik belijd, omdat ik weet dat ik zonden ontvangen en geboren ben.
En dan ben ik zo blij met weer andere woorden van David uit Psalm 19:13, ook die heb ik vaker genoemd: ‘Zuiver mij van mijn verborgen zonden, want iedereen maakt fouten zonder het te weten.’
Ik weet, de Here Jezus is voor mijn (onze) zonden gestorven aan het kruis op Golgotha.
Ik ben gekocht en betaald met Zijn bloed.
Ik ben vergeven en mijn toegang tot de troon van genade is vrij.
De aanklager kan naar God toe gaan en alles wat ik verkeerd heb gedaan aan God voorhouden, maar het Bloed van de Here Jezus heeft mij gereinigd, en reinigt mij, van alle zonden en de aanklager zal tandenknarsend afdruipen, omdat God mijn zonden niet meer ziet als ik ze beleden heb.
Want als ik gezondigd heb, zal ik mijn zonde ook moeten belijden, anders zal het tussen God en mij blijven staan.
Ik kan geen overspel plegen, of stelen of een moord begaan, en verder leven omdat ik vergeven ben met dat ik Hem heb aangenomen als mijn Heer en Heiland.
Ik kan niet roddelen, verkeerde bladen lezen, computerspelletjes/-pagina’s bekijken zonder dat het scheiding brengt tussen Hem en mij.
Alleen belijden en berouw zullen vergeving geven.
Al met al doen deze woorden van David mij beseffen hoe belangrijk berouw hebben over zonde voor God is en het doet mij mijzelf uitstrekken naar een echt berouwvol hart.
Naar een verlangen dat God mij mijn zonde voor ogen geeft en een oprecht berouw, meer dan een ‘het spijt me, Heer, ik heb het weer verkeerd gedaan’.
Welk een vreugde komt er dan ook, want het is door het offer van Zijn Zoon, onze Here Jezus Christus, dat er vergeving is.
(Zie bijv. Mattheüs 26 en volgende hoofdstukken)
En het is niet zomaar een vergeving, niet een ‘ik vergeef je’ en het komt later als er weer iets verkeerd gaat, terug om opnieuw voor je voeten geworpen te worden.
Het is niet zomaar een vergeving, omdat de ander een bepaalde verplichting naar je heeft.
Het is niet zomaar een vergeving, het is VERGEVING!
Een niet meer denken aan!
Weggedaan in de diepten van de zee! (Micha 7:19b)
Vergeten!
Het is Vergeving uit Genade!
Onverdiend!
Om Zijnentwil!
Pure goedheid!
Pure liefde!
Pure Genade!
Welk een vreugde komt er dan ook, want het is het grootste en mooiste geschenk dat iemand ooit kan geven.
Niets heeft meer waarde, niets is kostbaarder, dan Zijn geschenk van genade aan ons.
Welk een vreugde komt er dan ook, want Hij is onze zonde vergeten.
Ja, echt helemaal vergeten.
Nooit zal Hij meer terugkomen op zonden die zijn beleden en waar Hij vergeving over heeft gegeven.
Nooit meer.
Wij mensen hebben nogal eens de neiging om te ‘vergeven’, maar als er dan weer iets gebeurt het met dezelfde vaart weer iemand voor de voeten te gooien,
Ja, maar toen …
Maar God niet!
Hij vergeeft en vergeet.
Corrie ten Boom zei altijd bij de tekst uit Micha; Hij zet er een bordje bij: ‘Verboden te vissen’.
En zo komt het, dat als wij dicht bij God wandelen, de inspanningen van de aanklager te vergeefs zullen zijn, want God zal Zich onze zonden niet herinneren tegen de tijd dat de boze in de hemel komt met zijn aanklachten tegen ons.
Want dicht bij God wandelen, dicht bij Hem leven, maakt ons bewust van onze zonden en doet ons onze zonden belijden.
En Gods woord zegt dan: ‘Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.’
1 Johannes 1:9
Lieve Vader in de hemel, wat een prachtig woord om het stukje mee te mogen besluiten.
Dank U wel, voor Uw liefde en genade, voor Uw goedheid en Uw trouw.
Mijn woorden schieten te kort, Vader, als ik U wil danken, loven en prijzen om wie U bent en om alles wat U heeft gedaan en doet.
Het is zo onbegrijpelijk.
Zo onvoorstelbaar.
Zo …
Lieve Vader, dank U wel, voor wie U bent; dat U bent die U bent.
Help mij, Vader, om te leren leven naar Uw wil, naar Uw geboden; vanuit mijzelf kan ik het niet.
Help mij ook, als de boze mij steeds opnieuw reeds vergeven zonden voorhoudt.
Laat mij opstaan en hem wijzen op Uw woord waarin U Zelf zegt dat als U vergeeft, U er ook niet meer aan denkt.
Dat U mijn zonden wegdoet in de diepten van de zee.
Hij heeft geen poot om op te staan; laten we ons daar toch van bewust zijn, bewust worden en gaan leven vanuit Uw kracht in ons, vanuit Uw woord.
Dank U, Vader, ik prijs Uw heilige Naam.
Ik loof U, want U bent waardig om mijn lof en aanbidding te ontvangen.
Niet alleen door mijn woorden, maar ook door mijn leven.
Ik wil dicht bij U wandelen, dicht bij U leven.
Help mij daarbij, Vader.
In Jezus’ Naam.
- Amen -
Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Pure goedheid, liefde en genade,
giet Hij uit over mij.
Welk een lessen mag ik leren
met het luisteren naar Zijn stem.
Welk een veilige plek is het gaan
met Hem dagelijks aan mijn zij.
Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Hoe heerlijk is het te mogen weten:
al mijn zonden zijn vergeven.
Welk een liefde en genade
klinkt er door in Zijn stem,
als Hij spreekt en tot mij zegt:
‘Ik ben bij je elke dag van je leven.’
Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Hoe heerlijk is het te wandelen
met Hem aan mijn zij.
Welk een rust en vrede ligt er
in het luisteren naar Zijn stem.
Welk een kracht in het weten:
op al mijn wegen leidt Hij mij!
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
zondag 19 augustus 2012
Week 34 - Verdriet over zonde
Nu verblijd ik mij, niet omdat u bedroefd bent geweest, maar omdat u bedroefd bent geweest tot bekering. Want u bent bedroefd geweest overeenkomstig de wil van God, zodat u in geen enkel opzicht door ons schade hebt geleden.
Want de droefheid die overeenkomstig de wil van God is, brengt een onberouwelijke bekering tot zaligheid teweeg, maar de droefheid van de wereld brengt de dood teweeg.
HSV
Maar nu ben ik blij, niet om uw droefheid maar omdat uw droefheid geleid heeft tot een verandering in uw gedrag.
Want u was bedroefd zoals God dat bedoelde, en daarom hebt u geen schade ondervonden van wat wij u aandeden.
GNB
2 Korinthe 7:9,10
Verdriet over zonde …
Berouw…
Inkeer …
Toen zei David tegen Nathan: Ik heb gezondigd tegen de HEERE.
En Nathan zei tegen David: De HEERE heeft ook uw zonde weggenomen; u zult niet sterven.
2 Samuël 12:13
Onmiddellijk kraaide er een haan.
Toen herinnerde Petrus zich dat Jezus gezegd had: ‘Nog vóór de haan kraait, zul je driemaal beweren dat je Mij niet kent.’
En hij ging naar buiten en huilde bittere tranen.
Mattheüs 26:75
Maar de tollenaar bleef achteraf staan en durfde zelfs zijn ogen niet naar de hemel op te slaan.
Hij zei, terwijl hij zich op de borst sloeg: O God, ik ben een zondaar.
Wees mij genadig!
Lucas 18:30
Het verwijzingspijltje bij 2 Korinthe 7:10 (HSV & SV) geeft de bovenstaande voorbeelden van mensen uit de Bijbel die berouw hebben over hun zonde.
En eerlijk gezegd was ik daar best blij mee.
Ik had al na lopen denken over dit onderwerp en daarmee natuurlijk ook over mijn eigen berouw over zonde, en mijn gedachten knaagden soms een beetje.
Ik voel er niet altijd echt iets erbij, het gaat niet altijd gepaard met vele of bittere tranen.
Zou het dan toch niet oprecht zijn?
Berouw hebben over, daar horen toch emoties bij, of toch niet?
Of de ene keer wel en de andere keer niet?
Of is iets anders belangrijker dan emoties?Hoewel ik het antwoord diep in mijn hart best wel weet, knagen dit soort gedachten soms toch; al denk ik na het schrijven van dit stukje niet meer.
In de bovenstaande voorbeelden reageren alle drie de mannen anders.
David zegt dat hij gezondigd heeft, terwijl Petrus wegloopt en bittere tranen huilt.
En de tollenaar slaat zichzelf op de borst terwijl hij vol wroeging God erkent dat hij een zondaar is; hij durft niet eens naar voren te gaan in de tempel, noch zijn ogen op te slaan naar de hemel.
Hoewel het laatste voorbeeld een voorbeeld is uit een gelijkenis van de Here Jezus, toch vertellen alle drie de voorbeelden over echt berouw over hun zonde.
Hun reactie is verschillend in uiting, maar hun berouw diep en echt.
Over de tollenaar zegt de Here Jezus:
‘Ik zeg u: Deze man ging gerechtvaardigd terug naar zijn huis, in tegenstelling tot die andere.’
Uit het laatste voorbeeld, dat van de tollenaar en de Farizeeër, blijkt ook dat hoogmoed en nederigheid twee woorden zijn die nauw samenhangen met berouw hebben over zonde.
Kijk maar eens naar de Farizeeër, zijn hoogmoed maak hem blind voor zijn zonde, terwijl de tollenaar zich het liefst zo klein mogelijk maakt in besef eigenlijk onwaardig te zijn.
Je zonden niet willen/kunnen belijden betekent dan automatisch dat je hoogmoedig bent.
En God heeft juist de nederigen van hart zo lief!
Voor hen is er genade! (Jacobus 6:4,10; 1 Petrus 5:5)
De echtheid van berouw blijkt echter niet uit of je wel of niet huilt, ook niet uit de hoeveelheid tranen die je vergiet, maar uit het feit of er een verandering komt in je levenswijze/levenswandel.
Je kunt onmogelijk echt berouw over je zonde hebben en moedwillig dezelfde zonde blijven begaan.
Let op het woordje ‘moedwillig’, dat betekent met opzet, bewust.
Echt berouw over je zonde betekent een verandering in je gedrag, een bekering, een afkeren van.
Daarom schrijft Paulus hierboven dat hij blij is; niet omdat de Korinthiërs verdrietig waren geworden van zijn brief, maar omdat hun verdriet over hetgeen hij hen geschreven had, geleid heeft tot veranderingen.
‘Droefheid overeenkomstig Gods wil’ noemt hij dat.
Met andere woorden, zij werden bedroefd omdat zij inzagen dat wat zij deden niet in overeenstemming was met Gods wil en zij beleden hun zonden en bekeerden zich van hun wegen.
Hierover verheugde Paulus, hierover was hij blij, want dit verdriet wat zij even hadden gehad zou hen geen schade brengen.
Soms, als God, of God door een ander heen, ons laat zien dat er dingen niet goed zijn in ons leven, niet in overeenstemming met Zijn wil, dan kunnen we misschien eerst wel boos worden, of heel verdrietig, of beiden, maar als het uiteindelijk een verandering te weeg brengt in ons leven, dan is ons verdriet (en soms onze strijd) ten goede geweest.
En het zal ons ook nooit beschadigen.
Een belangrijk aspect in het aangeven of iemand een verkeerde weg bewandeld, zonde doet, is liefde.
Paulus hakt niet met een botte bijl in de gemeente te Korinthe.
Het is bijzonder en een les voor ons allemaal om te lezen hoe hij zijn brief aan de gemeente begint.
Hij begint zijn brief met een zegen uit te spreken over deze gemeente en vervolgt met God te danken voor wie zij zijn, daarna pas komen zijn waarschuwingen en terechtwijzingen.
Welk een les ligt hierin voor ons!
Hoeveel mensen zijn en worden er (blijvend) beschadigd door de manier waarop zij terechtgewezen zijn/worden of een waarschuwing ontvangen/ontvingen.
Hoeveel mensen zijn er niet die het geloof aan de kant hebben gezet vanwege wat mensen zeiden of deden.
Diep gekwetst, beschadigd.
Ik moet nu ook even denken aan de splinter en de balk …
Goed om in gedachten te houden voordat we ooit anderen terechtwijzen.
(Mattheüs 7:1-5)
Verdriet over zonde …
Berouw …
Inkeer …
Afkeren van …
Lieve Vader in de hemel.
Dank U wel dat er bij U vergeving is.
Dank U wel voor het offer dat Uw Zoon voor ons heeft gebracht.
Dank U wel, Heer Jezus, dat U al onze zonden op U hebt genomen, waardoor wij vergeving kunnen ontvangen.
Dank U wel, dat er daardoor steeds een nieuw begin mogelijk is.
Dank U voor Uw woord, voor de voorbeelden die daarin staan waar wij weer van kunnen leren, maar die tevens ook een enorme bemoediging voor ons zijn.
Dank U wel, Vader, dank U wel.
Maar ik bid U ook om een nederig hart, een hart dat bereid is om correctie te ontvangen.
Een hart dat bereid is om af te keren van wat niet goed is in Uw ogen.
Een hart dat bereid is om zich te laten kneden en vormen naar Uw wil.
Een hart dat oprecht berouw heeft over haar zonden.
Maak mij, maak ons, bewust, Vader, over onze zonden, of we ook echt de bereidheid hebben om ons daarvan af te keren; over de oprechtheid van ons berouw.
Help ons daarbij, Vader, want het is niet altijd even makkelijk, soms zelfs erg moeilijk.
Dank U wel, dat U ons ook daarin tegemoet wilt komen en ons helpt als we erom vragen.
Ik prijs Uw Naam en verlang er meer en meer naar om op U te lijken en Uw wil te doen.
Ik houd van U, Vader.
Kneed en vorm mij maar.
Toon mij maar de gebieden in mijn leven die nog niet in overeenstemming zijn met Uw wil en laat mij zien wat het met U doet, opdat het verdriet over mijn zonden een verandering in mijn gedrag, in mijn levenswandel te weeg breng.
In Jezus ‘Naam
- Amen –
Verdriet hebben over mijn zonden;
berouw dat inkeer tot gevolg heeft
en mij doet afkeren van wat Hem
zoveel pijn en verdriet geeft.
Oprecht berouw en verdriet,
over mijn zonden en ongerechtigheden,
kan en mag mij niet onveranderd laten.
Immers, het offer dat Hij bracht
en de genade die ik ontvang,
moet mij alles wat niet is naar Zijn wil, doen haten.
©Rita Klapwijk
Want de droefheid die overeenkomstig de wil van God is, brengt een onberouwelijke bekering tot zaligheid teweeg, maar de droefheid van de wereld brengt de dood teweeg.
HSV
Maar nu ben ik blij, niet om uw droefheid maar omdat uw droefheid geleid heeft tot een verandering in uw gedrag.
Want u was bedroefd zoals God dat bedoelde, en daarom hebt u geen schade ondervonden van wat wij u aandeden.
GNB
2 Korinthe 7:9,10
Verdriet over zonde …
Berouw…
Inkeer …
Toen zei David tegen Nathan: Ik heb gezondigd tegen de HEERE.
En Nathan zei tegen David: De HEERE heeft ook uw zonde weggenomen; u zult niet sterven.
2 Samuël 12:13
Onmiddellijk kraaide er een haan.
Toen herinnerde Petrus zich dat Jezus gezegd had: ‘Nog vóór de haan kraait, zul je driemaal beweren dat je Mij niet kent.’
En hij ging naar buiten en huilde bittere tranen.
Mattheüs 26:75
Maar de tollenaar bleef achteraf staan en durfde zelfs zijn ogen niet naar de hemel op te slaan.
Hij zei, terwijl hij zich op de borst sloeg: O God, ik ben een zondaar.
Wees mij genadig!
Lucas 18:30
Het verwijzingspijltje bij 2 Korinthe 7:10 (HSV & SV) geeft de bovenstaande voorbeelden van mensen uit de Bijbel die berouw hebben over hun zonde.
En eerlijk gezegd was ik daar best blij mee.
Ik had al na lopen denken over dit onderwerp en daarmee natuurlijk ook over mijn eigen berouw over zonde, en mijn gedachten knaagden soms een beetje.
Ik voel er niet altijd echt iets erbij, het gaat niet altijd gepaard met vele of bittere tranen.
Zou het dan toch niet oprecht zijn?
Berouw hebben over, daar horen toch emoties bij, of toch niet?
Of de ene keer wel en de andere keer niet?
Of is iets anders belangrijker dan emoties?Hoewel ik het antwoord diep in mijn hart best wel weet, knagen dit soort gedachten soms toch; al denk ik na het schrijven van dit stukje niet meer.
In de bovenstaande voorbeelden reageren alle drie de mannen anders.
David zegt dat hij gezondigd heeft, terwijl Petrus wegloopt en bittere tranen huilt.
En de tollenaar slaat zichzelf op de borst terwijl hij vol wroeging God erkent dat hij een zondaar is; hij durft niet eens naar voren te gaan in de tempel, noch zijn ogen op te slaan naar de hemel.
Hoewel het laatste voorbeeld een voorbeeld is uit een gelijkenis van de Here Jezus, toch vertellen alle drie de voorbeelden over echt berouw over hun zonde.
Hun reactie is verschillend in uiting, maar hun berouw diep en echt.
Over de tollenaar zegt de Here Jezus:
‘Ik zeg u: Deze man ging gerechtvaardigd terug naar zijn huis, in tegenstelling tot die andere.’
Uit het laatste voorbeeld, dat van de tollenaar en de Farizeeër, blijkt ook dat hoogmoed en nederigheid twee woorden zijn die nauw samenhangen met berouw hebben over zonde.
Kijk maar eens naar de Farizeeër, zijn hoogmoed maak hem blind voor zijn zonde, terwijl de tollenaar zich het liefst zo klein mogelijk maakt in besef eigenlijk onwaardig te zijn.
Je zonden niet willen/kunnen belijden betekent dan automatisch dat je hoogmoedig bent.
En God heeft juist de nederigen van hart zo lief!
Voor hen is er genade! (Jacobus 6:4,10; 1 Petrus 5:5)
De echtheid van berouw blijkt echter niet uit of je wel of niet huilt, ook niet uit de hoeveelheid tranen die je vergiet, maar uit het feit of er een verandering komt in je levenswijze/levenswandel.
Je kunt onmogelijk echt berouw over je zonde hebben en moedwillig dezelfde zonde blijven begaan.
Let op het woordje ‘moedwillig’, dat betekent met opzet, bewust.
Echt berouw over je zonde betekent een verandering in je gedrag, een bekering, een afkeren van.
Daarom schrijft Paulus hierboven dat hij blij is; niet omdat de Korinthiërs verdrietig waren geworden van zijn brief, maar omdat hun verdriet over hetgeen hij hen geschreven had, geleid heeft tot veranderingen.
‘Droefheid overeenkomstig Gods wil’ noemt hij dat.
Met andere woorden, zij werden bedroefd omdat zij inzagen dat wat zij deden niet in overeenstemming was met Gods wil en zij beleden hun zonden en bekeerden zich van hun wegen.
Hierover verheugde Paulus, hierover was hij blij, want dit verdriet wat zij even hadden gehad zou hen geen schade brengen.
Soms, als God, of God door een ander heen, ons laat zien dat er dingen niet goed zijn in ons leven, niet in overeenstemming met Zijn wil, dan kunnen we misschien eerst wel boos worden, of heel verdrietig, of beiden, maar als het uiteindelijk een verandering te weeg brengt in ons leven, dan is ons verdriet (en soms onze strijd) ten goede geweest.
En het zal ons ook nooit beschadigen.
Een belangrijk aspect in het aangeven of iemand een verkeerde weg bewandeld, zonde doet, is liefde.
Paulus hakt niet met een botte bijl in de gemeente te Korinthe.
Het is bijzonder en een les voor ons allemaal om te lezen hoe hij zijn brief aan de gemeente begint.
Hij begint zijn brief met een zegen uit te spreken over deze gemeente en vervolgt met God te danken voor wie zij zijn, daarna pas komen zijn waarschuwingen en terechtwijzingen.
Welk een les ligt hierin voor ons!
Hoeveel mensen zijn en worden er (blijvend) beschadigd door de manier waarop zij terechtgewezen zijn/worden of een waarschuwing ontvangen/ontvingen.
Hoeveel mensen zijn er niet die het geloof aan de kant hebben gezet vanwege wat mensen zeiden of deden.
Diep gekwetst, beschadigd.
Ik moet nu ook even denken aan de splinter en de balk …
Goed om in gedachten te houden voordat we ooit anderen terechtwijzen.
(Mattheüs 7:1-5)
Verdriet over zonde …
Berouw …
Inkeer …
Afkeren van …
Lieve Vader in de hemel.
Dank U wel dat er bij U vergeving is.
Dank U wel voor het offer dat Uw Zoon voor ons heeft gebracht.
Dank U wel, Heer Jezus, dat U al onze zonden op U hebt genomen, waardoor wij vergeving kunnen ontvangen.
Dank U wel, dat er daardoor steeds een nieuw begin mogelijk is.
Dank U voor Uw woord, voor de voorbeelden die daarin staan waar wij weer van kunnen leren, maar die tevens ook een enorme bemoediging voor ons zijn.
Dank U wel, Vader, dank U wel.
Maar ik bid U ook om een nederig hart, een hart dat bereid is om correctie te ontvangen.
Een hart dat bereid is om af te keren van wat niet goed is in Uw ogen.
Een hart dat bereid is om zich te laten kneden en vormen naar Uw wil.
Een hart dat oprecht berouw heeft over haar zonden.
Maak mij, maak ons, bewust, Vader, over onze zonden, of we ook echt de bereidheid hebben om ons daarvan af te keren; over de oprechtheid van ons berouw.
Help ons daarbij, Vader, want het is niet altijd even makkelijk, soms zelfs erg moeilijk.
Dank U wel, dat U ons ook daarin tegemoet wilt komen en ons helpt als we erom vragen.
Ik prijs Uw Naam en verlang er meer en meer naar om op U te lijken en Uw wil te doen.
Ik houd van U, Vader.
Kneed en vorm mij maar.
Toon mij maar de gebieden in mijn leven die nog niet in overeenstemming zijn met Uw wil en laat mij zien wat het met U doet, opdat het verdriet over mijn zonden een verandering in mijn gedrag, in mijn levenswandel te weeg breng.
In Jezus ‘Naam
- Amen –
Verdriet hebben over mijn zonden;
berouw dat inkeer tot gevolg heeft
en mij doet afkeren van wat Hem
zoveel pijn en verdriet geeft.
Oprecht berouw en verdriet,
over mijn zonden en ongerechtigheden,
kan en mag mij niet onveranderd laten.
Immers, het offer dat Hij bracht
en de genade die ik ontvang,
moet mij alles wat niet is naar Zijn wil, doen haten.
©Rita Klapwijk
zondag 22 april 2012
Week 17 - Vergeving
U bent door God uitgekozen, Hem behoort u toe en Hij heeft u lief.
Kleed u dus met medeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld.
Verdraag elkaar en vergeef elkaar, als iemand over een ander te klagen heeft.
Vergeef zoals de Heer ook u vergeven heeft.
GNB
Bekleed u dan, als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden, met innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld.
Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.
Kolossenzen 3:12,13
Met het lezen van de twee Bijbelteksten voor het stukje voor deze keer (en het lezen wat er in de Matthew Henri’s Verklaring hierover staat) dringt het opnieuw weer eens heel diep tot me door hoe onvoorstelbaar groot de betekenis is van deze woorden.
Welk een verantwoordelijkheid wij als Christen ook hebben.
Waar God naar verlangt dat wij doen als kind van Hem.
Deze twee Bijbelteksten staan in het gedeelte waar Paulus schrijft over de oude en de nieuwe mens.
In vers 5 t/m 9 geeft Paulus aan wat het leven van de oude mens, die we waren voordat we de Here Jezus als onze Verlosser hebben aangenomen, inhield.
In vers 9 t/m 11 wat er gebeurd is met het aannemen van de Here Jezus als onze Verlosser.
En in vers 12 en 13 geeft hij aan wie we nu zijn en wat er daarmee van ons wordt verwacht.
En zo komen Gods woorden door Paulus heen tot ons die Hem toebehoren.
Ik mag Bijbelteksten graag persoonlijk maken door mijn eigen naam in te vullen.
Hierdoor komen de woorden vaak veel dieper binnen.
Ook nu wil ik dit doen en ik vraag je, als je dit lees, dit ook te doen.
Vul eens je eigen naam in en lees de woorden alsof ze rechtstreeks tot jou gesproken worden.
Rita/…..., je bent door Mij uitgekozen.
Je behoort toe aan Mij.
Ik heb jou lief.
Rita/….… , kleed je dus met medeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld.
Rita/…….. , verdraag de ander en vergeef de ander; als je iets te klagen hebt over iemand.
Zoals Mijn Zoon, Jezus, jou vergeven heeft Rita/….... , zo moet ook jij de ander vergeven.
Ik weet niet hoe het bij jou is, maar deze woorden hebben een behoorlijke impact op mij en ik besef hoe ik vaak schromelijk te kort schiet.
Maar ik wil daar niet in blijven steken en lees opnieuw de woorden en laat ze diep tot me doordringen en een hernieuwd verlangen, om Zijn woorden na te leven, ontspringt in mijn hart.
En ik ga er eens goed voor zitten om Zijn woorden te bestuderen.
Allereerst is het dus heel belangrijk dat ik ten volle besef wie ik ben.
Ik ben door God uitgekozen, de Allerhoogste, de Almachtige, de Schepper van hemel en aarde heeft mij uitgekozen om Zijn kind te zijn.
Hem behoor ik toe en Hij, Jaweh - El Elohim, heeft mij lief!
Mij, zondig mens, met allemaal fouten en gebreken, soms tig keer dezelfde fout makend, heeft Hij lief!
Hij houdt van mij zoals ik ben.
Hij kent mij door en door en nog houdt Hij van me!
…
Maar wat doe ik daarmee ?
Het mag duidelijk zijn dat een leven met Jezus als onze Verlosser en Heer niet zonder consequenties is.
In de eerste verzen liet Paulus ons al zien dat ons leven drastisch veranderen moet als we een nieuw leven gaan leiden.
Sommige dingen zullen we vanzelf laten, maar van andere dingen zullen we ons bewust moeten worden.
Als we jaar en dag op een bepaalde manier geleefd hebben, dingen hebben gedaan, dan zijn we dat niet altijd maar in één keer kwijt.
Soms zullen we daar hard aan moeten werken en zullen we het moeten leren met vallen en opstaan.
En dat geeft niet, zolang we ons maar blijven uitstrekken naar het doen van Gods wil.
Lopen leerden we per slot van rekening ook niet in één keer, en ook dat ging gepaard met vallen en opstaan.
Maar naast het afleren/laten van dingen, verlangt God ook van ons dat we andere dingen gaan doen.
…… kleed je dus met medeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld.
Het is dus niet alleen een kwestie van maar weer nieuwe dingen aanleren of gaan doen, maar hier staat duidelijk dat we ons er mee moeten aankleden.
Met andere woorden, we moeten ’s morgens dus niet alleen onze gewone kleren aantrekken, maar ook deze eigenschappen als een kledingstuk aandoen.
We moeten er dus duidelijk voor kiezen om deze eigenschappen aan te trekken!
Zoals we ’s morgens als we voor onze kledingkast staan om onze kleren voor die dag uit te zoeken, zo moeten we ook dus bepalen of we de eigenschappen van een kind van God aantrekken of de eigenschappen van de wereld.
Vanuit onszelf bezitten we deze eigenschappen niet echt of nauwelijks, maar als wij dagelijks Gods aangezicht zoeken, tijd met Hem doorbrengen, met hem wandelen, dan zal Zijn Geest ons deze dingen leren.
En vaak gaat dat …, juist, door middel van moeilijke mensen die op je pad komen (laten we ons daarin ook beseffen dat wijzelf weleens de moeilijke persoon in het leven van een ander kunnen zijn), of moeilijke situaties, of mogelijkheden om goed te doen, medeleven te betonen enzovoort, enzovoort.
Nu, ook hierin moet ik bekennen, dat, als ik mij ’s morgens aankleed, ik echt niet aan deze dingen denk om ze ook aan te trekken.
Het is eerder ’s morgens vaak een kwestie van uitkienen wanneer ik de badkamer in kan en dan vaak opschieten, want de volgende moet erin.
Stille tijd, of te wel, tijd met God doorbrengen aan het begin van de dag, is daarom wel zo belangrijk.
Natuurlijk kan het ook op een ander moment van de dag, het belangrijkste is dat we tijd met God doorbrengen, stil worden, Zijn woord lezen, bidden, danken.
Door te kijken naar hoe Jezus, Zijn Zoon, leefde, en te gaan wandelen in Zijn voetsporen, hoe meer Zijn karaktereigenschappen zichtbaar zullen worden in ons leven.
Dan zullen we ’s morgens niet alleen meer onze gewone dagelijkse kleding aan trekken, maar ook het kleed van medeleven, het kleed van goedheid, het kleed van bescheidenheid, het kleed van zachtmoedigheid en het kleed van geduld.
We zijn er dan echter nog niet; verdraagzaamheid en vergeving horen er ook nog bij.
En laten we eerlijk zijn, verdraagzaamheid en vergeving zijn in deze dagen soms vaak ver te zoeken.
Het extreme dringt zich aan mij op in de beelden die mij voor ogen komen van de voetballer die afgelopen week tegen het hoofd is geschopt en waarbij het bloed van zijn gezicht afdruipt.
Ik weet niet eens wat er precies gebeurd is, behalve dat hij in zijn gezicht getrapt is; doch het lijkt mij een extreme uiting van onverdraagzaamheid en onvergevingsgezindheid.
Als ik denk aan al die tv programma’s die er zijn om ruzies in families en met vrienden bij te leggen, dan zegt dat denk ik genoeg over onze mate van verdraagzaamheid en vergevingsgezindheid.
En zo zijn er wel tig voorbeelden te noemen; ik denk dat we ze allemaal wel kennen.
Ook in ons eigen leven.
Soms denk je dat je van jezelf best wel verdraagzaam ben, maar is dat ook zo?
Als een andere automobilist je afsnijdt, hoe reageer je dan?
Word je boos, scheld je een keer, ga je die persoon zelf even snel inhalen en afsnijden, of is je reactie: ach, hij (zij) heeft het vast niet goed gezien, Heer, zegen deze persoon en bewaar hem (haar).
Of je komt er achter dat je vriendin, die je iets in vertrouwen had verteld, het heeft doorverteld aan iemand anders.
Of je collega loopt over je te roddelen en verteld allemaal dingen over jou die helmaal niet waar zijn.
Iemand dringt voor in de rij bij de kassa.
Of een broeder of zuster in je kerk/gemeente zegt iets heel vervelends tegen je, of iemand belooft iets en vergeet het.
Hoe reageren wij?
Hoe is onze reactie?
Zijn we ook bereid tot vergeving?
Dit is wel hetgeen God van ons vraagt.
Een aangrijpend voorbeeld van vergeving is het voorbeeld van Corrie ten Boom, die, toen zij na een spreekbeurt oog in oog kwam te staan met één van de beul uit kamp Ravensbrück, waar haar zuster is gestorven.
Deze man was tot geloof gekomen en kwam haar om vergeving vragen.
Het hele verhaal, lees hier >> Vergeven <<
Maar het aller aangrijpendste en indrukwekkendste voorbeeld van vergeving, is het voorbeeld dat de Here Jezus ons heeft gegeven met Zijn lijden en sterven voor onze zonden.
En een ieder die in Hem zijn/haar Verlosser en Redder weet, kent de grootte van de vergeving die hij/zij zelf ontvangen heeft.
(zo niet, dan is het goed om daar eens over na te denken)
En zo kom ik bij het laatste gedeelte van de Bijbelteksten voor deze keer: ‘Zoals de Here Jezus mij vergeven heeft, zo moet ook ik de ander vergeven.’
Is dit makkelijk?
Ging dit Corrie ten boom zo makkelijk af?
Nee, het is waarschijnlijk één van de moeilijkste dingen die we soms ooit moeten doen, maar de Here Jezus vraagt het wel van ons, van mij.
Daarom is het goed om steeds weer te kijken naar hoeveel de Here Jezus ons heeft vergeven.
Opnieuw klinken in mijn gedachten de klanken van een lied dat mij eens persoonlijk heel erg heeft geholpen om tot vergeving te komen.
Het lied van Laura Woodley Osman - I’ve been forgiven of more than I could ever be angry for;
instead of judgement I choose mercy."
God heeft mij meer vergeven dan dat ik ooit ergens boos over kan zijn.
In plaats van veroordeling kies ik voor genade.
Voor meer, lees hier >> I’ve been forgiven of more … <<
(Het nummer heet: ‘Mercy’ en is van de CD ‘In love’)
Ja, God heeft ons meer vergeven dan dat ik ergens boos over kan zijn.
In plaats van veroordeling, kies ik voor genade.
Vergeven is een keuze.
Vergeef ik de ander of blijf ik boos?
Ongeacht wat de ander heeft gedaan.
Ik schrijf dit niet licht, maar houdt voor ogen wat de Here Jezus voor mij heeft gedaan en wat ik als voorbeeld heb gekregen (gehoord/gezien)
Soms denken we dat de ander eerst om vergeving moet vragen; als de ander om vergeving vraagt, dan moeten wij het ook schenken.
Maar een ander altijd vergeven is ook beter voor onszelf, dus ook als de ander niet om vergeving vraagt.
Niet vergeven en dus boos blijven, groeit dan als het ware als van een klein boompje uit tot een reusachtige boom en de wortels van bitterheid, pijn en verdriet verankeren zich tot diep in je hart en je leven.
En waar deze dingen zitten kan de liefde van God dan niet komen en het zal als een kloof tussen jou en God in komen te staan en je zult uitgroeien tot een bitter persoon.
Je leven zal beheerst worden door wat de ander je heeft aangedaan en de mooie dingen zul je niet meer zien, want alles wordt overschaduwd door bitterheid, door wat er eens is gebeurd en wat jou is aangedaan.
Als kind van God hoef je het niet alleen te doen.
God geeft ons de opdracht om te vergeven, maar Hij zal ons daartoe de kracht geven om het ook te doen, als wij maar gehoorzaam willen zijn.
Corrie ten Boom wilde en kon het vanuit zichzelf niet doen, alles in haar verwrong zich door wat er was gebeurd, maar uit gehoorzaamheid aan God stak zij haar hand uit en God kwam haar tegemoet.
De vergeving die Corrie schonk aan deze man kwam niet voort uit het juiste gevoel, maar uit gehoorzaamheid aan God en van daaruit veranderde haar gevoel.
Als wij in gehoorzaamheid wandelen, zal God ons tegemoet komen op welke manier dan ook.
Lieve Vader in de hemel, soms denk ik dat ik Uw wegen bewandel, loop in het voetspoor van Here Jezus Christus, maar als ik de bovenaanstaande woorden lees, dan besef ik weer eens te meer, dat ik toch ook wel heel vaak naast dat pad loop.
Ik vergeet nooit om mij ’s morgens aan te kleden, dat gaat vanzelf, maar om de kleden van medeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld iedere dag aan te doen, kom ik soms niet toe of ik denk er niet eens aan.
De dingen van alle dag kunnen me soms zo opslokken en meenemen voor ik er ook maar erg in heb.
Vergeef mij, Heer, vergeef mij.
En ook in verdraagzaamheid schiet ik vaak zo te kort, Heer, ook dat is zo vaak weg uit mijn gedachten op het moment dat een ander mij iets aan doet.
En dat geldt ook voor vergeving, Vader.
Vergeef mij, dat ik soms zo hardleers ben en het gewoon vergeet of zelfs soms niet eens wil.
Dan ben ik het zat om steeds maar weer de minste te zijn, of om voor een watje aangezien te worden, of ik houd mezelf voor dat ik als Christen toch ook niet over me hoef te laten lopen.
De ander moet maar …
Vader, ik belijd U deze zonden en vraag om vergeving en ik dank U, dat ik mij vergeven mag weten door het vergoten bloed van Uw Zoon, onze Here Jezus Christus.
Ik bid U om meer van Uw Heilige Geest in mij, meer van Uw liefde, Uw bewogenheid, zodat al die andere dingen in mij tot rijping kunnen komen en ik meer en meer op U zal gaan lijken.
Laat mij zien, Vader, waar nog onvergevingsgezindheid is in mijn leven, opdat ik dat kan belijden, vergeving kan ontvangen en alsnog zal vergeven.
Leer mij zo om Uw wil te doen, naar Uw wil te leven en help mij daar alstublieft bij door de kracht van Uw Geest.
In Jezus’ Naam.
- Amen -
Als wij,
als kinderen van de Allerhoogste,
nu eens iedere dag opnieuw,
niet alleen onze gewone kleding aantrekken,
maar ook de klederen van medeleven en goedheid,
bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld.
Als wij,
kinderen die Hem toebehoren
en door Hem zo worden bemind,
verdraagzaam zouden zijn, vergevingsgezind,
wat zou de wereld er dan anders uitzien,
en minder worden verteerd door schuld.
Als wij,
die door God zijn uitgekozen,
steeds opnieuw zouden vergeven,
zoals Hij ons vergeven heeft,
wat zou de wereld dan
met meer van Zijn liefde worden vervuld.
Heer, ik wil afleggen, alles,
wat mij zo hinderlijk in de weg staat
om meer op U te gaan lijken.
Kom met Uw Geest, bedauw mijn hart,
laat mij met meer van U zijn omhuld.
©Rita Klapwijk
Kleed u dus met medeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld.
Verdraag elkaar en vergeef elkaar, als iemand over een ander te klagen heeft.
Vergeef zoals de Heer ook u vergeven heeft.
GNB
Bekleed u dan, als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden, met innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld.
Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.
Kolossenzen 3:12,13
Met het lezen van de twee Bijbelteksten voor het stukje voor deze keer (en het lezen wat er in de Matthew Henri’s Verklaring hierover staat) dringt het opnieuw weer eens heel diep tot me door hoe onvoorstelbaar groot de betekenis is van deze woorden.
Welk een verantwoordelijkheid wij als Christen ook hebben.
Waar God naar verlangt dat wij doen als kind van Hem.
Deze twee Bijbelteksten staan in het gedeelte waar Paulus schrijft over de oude en de nieuwe mens.
In vers 5 t/m 9 geeft Paulus aan wat het leven van de oude mens, die we waren voordat we de Here Jezus als onze Verlosser hebben aangenomen, inhield.
In vers 9 t/m 11 wat er gebeurd is met het aannemen van de Here Jezus als onze Verlosser.
En in vers 12 en 13 geeft hij aan wie we nu zijn en wat er daarmee van ons wordt verwacht.
En zo komen Gods woorden door Paulus heen tot ons die Hem toebehoren.
Ik mag Bijbelteksten graag persoonlijk maken door mijn eigen naam in te vullen.
Hierdoor komen de woorden vaak veel dieper binnen.
Ook nu wil ik dit doen en ik vraag je, als je dit lees, dit ook te doen.
Vul eens je eigen naam in en lees de woorden alsof ze rechtstreeks tot jou gesproken worden.
Rita/…..., je bent door Mij uitgekozen.
Je behoort toe aan Mij.
Ik heb jou lief.
Rita/….… , kleed je dus met medeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld.
Rita/…….. , verdraag de ander en vergeef de ander; als je iets te klagen hebt over iemand.
Zoals Mijn Zoon, Jezus, jou vergeven heeft Rita/….... , zo moet ook jij de ander vergeven.
Ik weet niet hoe het bij jou is, maar deze woorden hebben een behoorlijke impact op mij en ik besef hoe ik vaak schromelijk te kort schiet.
Maar ik wil daar niet in blijven steken en lees opnieuw de woorden en laat ze diep tot me doordringen en een hernieuwd verlangen, om Zijn woorden na te leven, ontspringt in mijn hart.
En ik ga er eens goed voor zitten om Zijn woorden te bestuderen.
Allereerst is het dus heel belangrijk dat ik ten volle besef wie ik ben.
Ik ben door God uitgekozen, de Allerhoogste, de Almachtige, de Schepper van hemel en aarde heeft mij uitgekozen om Zijn kind te zijn.
Hem behoor ik toe en Hij, Jaweh - El Elohim, heeft mij lief!
Mij, zondig mens, met allemaal fouten en gebreken, soms tig keer dezelfde fout makend, heeft Hij lief!
Hij houdt van mij zoals ik ben.
Hij kent mij door en door en nog houdt Hij van me!
…
Maar wat doe ik daarmee ?
Het mag duidelijk zijn dat een leven met Jezus als onze Verlosser en Heer niet zonder consequenties is.
In de eerste verzen liet Paulus ons al zien dat ons leven drastisch veranderen moet als we een nieuw leven gaan leiden.
Sommige dingen zullen we vanzelf laten, maar van andere dingen zullen we ons bewust moeten worden.
Als we jaar en dag op een bepaalde manier geleefd hebben, dingen hebben gedaan, dan zijn we dat niet altijd maar in één keer kwijt.
Soms zullen we daar hard aan moeten werken en zullen we het moeten leren met vallen en opstaan.
En dat geeft niet, zolang we ons maar blijven uitstrekken naar het doen van Gods wil.
Lopen leerden we per slot van rekening ook niet in één keer, en ook dat ging gepaard met vallen en opstaan.
Maar naast het afleren/laten van dingen, verlangt God ook van ons dat we andere dingen gaan doen.
…… kleed je dus met medeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld.
Het is dus niet alleen een kwestie van maar weer nieuwe dingen aanleren of gaan doen, maar hier staat duidelijk dat we ons er mee moeten aankleden.
Met andere woorden, we moeten ’s morgens dus niet alleen onze gewone kleren aantrekken, maar ook deze eigenschappen als een kledingstuk aandoen.
We moeten er dus duidelijk voor kiezen om deze eigenschappen aan te trekken!
Zoals we ’s morgens als we voor onze kledingkast staan om onze kleren voor die dag uit te zoeken, zo moeten we ook dus bepalen of we de eigenschappen van een kind van God aantrekken of de eigenschappen van de wereld.
Vanuit onszelf bezitten we deze eigenschappen niet echt of nauwelijks, maar als wij dagelijks Gods aangezicht zoeken, tijd met Hem doorbrengen, met hem wandelen, dan zal Zijn Geest ons deze dingen leren.
En vaak gaat dat …, juist, door middel van moeilijke mensen die op je pad komen (laten we ons daarin ook beseffen dat wijzelf weleens de moeilijke persoon in het leven van een ander kunnen zijn), of moeilijke situaties, of mogelijkheden om goed te doen, medeleven te betonen enzovoort, enzovoort.
Nu, ook hierin moet ik bekennen, dat, als ik mij ’s morgens aankleed, ik echt niet aan deze dingen denk om ze ook aan te trekken.
Het is eerder ’s morgens vaak een kwestie van uitkienen wanneer ik de badkamer in kan en dan vaak opschieten, want de volgende moet erin.
Stille tijd, of te wel, tijd met God doorbrengen aan het begin van de dag, is daarom wel zo belangrijk.
Natuurlijk kan het ook op een ander moment van de dag, het belangrijkste is dat we tijd met God doorbrengen, stil worden, Zijn woord lezen, bidden, danken.
Door te kijken naar hoe Jezus, Zijn Zoon, leefde, en te gaan wandelen in Zijn voetsporen, hoe meer Zijn karaktereigenschappen zichtbaar zullen worden in ons leven.
Dan zullen we ’s morgens niet alleen meer onze gewone dagelijkse kleding aan trekken, maar ook het kleed van medeleven, het kleed van goedheid, het kleed van bescheidenheid, het kleed van zachtmoedigheid en het kleed van geduld.
We zijn er dan echter nog niet; verdraagzaamheid en vergeving horen er ook nog bij.
En laten we eerlijk zijn, verdraagzaamheid en vergeving zijn in deze dagen soms vaak ver te zoeken.
Het extreme dringt zich aan mij op in de beelden die mij voor ogen komen van de voetballer die afgelopen week tegen het hoofd is geschopt en waarbij het bloed van zijn gezicht afdruipt.
Ik weet niet eens wat er precies gebeurd is, behalve dat hij in zijn gezicht getrapt is; doch het lijkt mij een extreme uiting van onverdraagzaamheid en onvergevingsgezindheid.
Als ik denk aan al die tv programma’s die er zijn om ruzies in families en met vrienden bij te leggen, dan zegt dat denk ik genoeg over onze mate van verdraagzaamheid en vergevingsgezindheid.
En zo zijn er wel tig voorbeelden te noemen; ik denk dat we ze allemaal wel kennen.
Ook in ons eigen leven.
Soms denk je dat je van jezelf best wel verdraagzaam ben, maar is dat ook zo?
Als een andere automobilist je afsnijdt, hoe reageer je dan?
Word je boos, scheld je een keer, ga je die persoon zelf even snel inhalen en afsnijden, of is je reactie: ach, hij (zij) heeft het vast niet goed gezien, Heer, zegen deze persoon en bewaar hem (haar).
Of je komt er achter dat je vriendin, die je iets in vertrouwen had verteld, het heeft doorverteld aan iemand anders.
Of je collega loopt over je te roddelen en verteld allemaal dingen over jou die helmaal niet waar zijn.
Iemand dringt voor in de rij bij de kassa.
Of een broeder of zuster in je kerk/gemeente zegt iets heel vervelends tegen je, of iemand belooft iets en vergeet het.
Hoe reageren wij?
Hoe is onze reactie?
Zijn we ook bereid tot vergeving?
Dit is wel hetgeen God van ons vraagt.
Een aangrijpend voorbeeld van vergeving is het voorbeeld van Corrie ten Boom, die, toen zij na een spreekbeurt oog in oog kwam te staan met één van de beul uit kamp Ravensbrück, waar haar zuster is gestorven.
Deze man was tot geloof gekomen en kwam haar om vergeving vragen.
Het hele verhaal, lees hier >> Vergeven <<
Maar het aller aangrijpendste en indrukwekkendste voorbeeld van vergeving, is het voorbeeld dat de Here Jezus ons heeft gegeven met Zijn lijden en sterven voor onze zonden.
En een ieder die in Hem zijn/haar Verlosser en Redder weet, kent de grootte van de vergeving die hij/zij zelf ontvangen heeft.
(zo niet, dan is het goed om daar eens over na te denken)
En zo kom ik bij het laatste gedeelte van de Bijbelteksten voor deze keer: ‘Zoals de Here Jezus mij vergeven heeft, zo moet ook ik de ander vergeven.’
Is dit makkelijk?
Ging dit Corrie ten boom zo makkelijk af?
Nee, het is waarschijnlijk één van de moeilijkste dingen die we soms ooit moeten doen, maar de Here Jezus vraagt het wel van ons, van mij.
Daarom is het goed om steeds weer te kijken naar hoeveel de Here Jezus ons heeft vergeven.
Opnieuw klinken in mijn gedachten de klanken van een lied dat mij eens persoonlijk heel erg heeft geholpen om tot vergeving te komen.
Het lied van Laura Woodley Osman - I’ve been forgiven of more than I could ever be angry for;
instead of judgement I choose mercy."
God heeft mij meer vergeven dan dat ik ooit ergens boos over kan zijn.
In plaats van veroordeling kies ik voor genade.
Voor meer, lees hier >> I’ve been forgiven of more … <<
(Het nummer heet: ‘Mercy’ en is van de CD ‘In love’)
Ja, God heeft ons meer vergeven dan dat ik ergens boos over kan zijn.
In plaats van veroordeling, kies ik voor genade.
Vergeven is een keuze.
Vergeef ik de ander of blijf ik boos?
Ongeacht wat de ander heeft gedaan.
Ik schrijf dit niet licht, maar houdt voor ogen wat de Here Jezus voor mij heeft gedaan en wat ik als voorbeeld heb gekregen (gehoord/gezien)
Soms denken we dat de ander eerst om vergeving moet vragen; als de ander om vergeving vraagt, dan moeten wij het ook schenken.
Maar een ander altijd vergeven is ook beter voor onszelf, dus ook als de ander niet om vergeving vraagt.
Niet vergeven en dus boos blijven, groeit dan als het ware als van een klein boompje uit tot een reusachtige boom en de wortels van bitterheid, pijn en verdriet verankeren zich tot diep in je hart en je leven.
En waar deze dingen zitten kan de liefde van God dan niet komen en het zal als een kloof tussen jou en God in komen te staan en je zult uitgroeien tot een bitter persoon.
Je leven zal beheerst worden door wat de ander je heeft aangedaan en de mooie dingen zul je niet meer zien, want alles wordt overschaduwd door bitterheid, door wat er eens is gebeurd en wat jou is aangedaan.
Als kind van God hoef je het niet alleen te doen.
God geeft ons de opdracht om te vergeven, maar Hij zal ons daartoe de kracht geven om het ook te doen, als wij maar gehoorzaam willen zijn.
Corrie ten Boom wilde en kon het vanuit zichzelf niet doen, alles in haar verwrong zich door wat er was gebeurd, maar uit gehoorzaamheid aan God stak zij haar hand uit en God kwam haar tegemoet.
De vergeving die Corrie schonk aan deze man kwam niet voort uit het juiste gevoel, maar uit gehoorzaamheid aan God en van daaruit veranderde haar gevoel.
Als wij in gehoorzaamheid wandelen, zal God ons tegemoet komen op welke manier dan ook.
Lieve Vader in de hemel, soms denk ik dat ik Uw wegen bewandel, loop in het voetspoor van Here Jezus Christus, maar als ik de bovenaanstaande woorden lees, dan besef ik weer eens te meer, dat ik toch ook wel heel vaak naast dat pad loop.
Ik vergeet nooit om mij ’s morgens aan te kleden, dat gaat vanzelf, maar om de kleden van medeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld iedere dag aan te doen, kom ik soms niet toe of ik denk er niet eens aan.
De dingen van alle dag kunnen me soms zo opslokken en meenemen voor ik er ook maar erg in heb.
Vergeef mij, Heer, vergeef mij.
En ook in verdraagzaamheid schiet ik vaak zo te kort, Heer, ook dat is zo vaak weg uit mijn gedachten op het moment dat een ander mij iets aan doet.
En dat geldt ook voor vergeving, Vader.
Vergeef mij, dat ik soms zo hardleers ben en het gewoon vergeet of zelfs soms niet eens wil.
Dan ben ik het zat om steeds maar weer de minste te zijn, of om voor een watje aangezien te worden, of ik houd mezelf voor dat ik als Christen toch ook niet over me hoef te laten lopen.
De ander moet maar …
Vader, ik belijd U deze zonden en vraag om vergeving en ik dank U, dat ik mij vergeven mag weten door het vergoten bloed van Uw Zoon, onze Here Jezus Christus.
Ik bid U om meer van Uw Heilige Geest in mij, meer van Uw liefde, Uw bewogenheid, zodat al die andere dingen in mij tot rijping kunnen komen en ik meer en meer op U zal gaan lijken.
Laat mij zien, Vader, waar nog onvergevingsgezindheid is in mijn leven, opdat ik dat kan belijden, vergeving kan ontvangen en alsnog zal vergeven.
Leer mij zo om Uw wil te doen, naar Uw wil te leven en help mij daar alstublieft bij door de kracht van Uw Geest.
In Jezus’ Naam.
- Amen -
Als wij,
als kinderen van de Allerhoogste,
nu eens iedere dag opnieuw,
niet alleen onze gewone kleding aantrekken,
maar ook de klederen van medeleven en goedheid,
bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld.
Als wij,
kinderen die Hem toebehoren
en door Hem zo worden bemind,
verdraagzaam zouden zijn, vergevingsgezind,
wat zou de wereld er dan anders uitzien,
en minder worden verteerd door schuld.
Als wij,
die door God zijn uitgekozen,
steeds opnieuw zouden vergeven,
zoals Hij ons vergeven heeft,
wat zou de wereld dan
met meer van Zijn liefde worden vervuld.
Heer, ik wil afleggen, alles,
wat mij zo hinderlijk in de weg staat
om meer op U te gaan lijken.
Kom met Uw Geest, bedauw mijn hart,
laat mij met meer van U zijn omhuld.
©Rita Klapwijk
Abonneren op:
Posts (Atom)


