Posts tonen met het label troost. Alle posts tonen
Posts tonen met het label troost. Alle posts tonen

zondag 13 oktober 2013

Week 42 - De waarheid spreken

'Maar omdat wij dezelfde Geest van het geloof hebben, overeenkomstig wat geschreven staat: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken, geloven ook wij, en daarom spreken wij ook.'
HSV

'Wij bezitten die geloofshouding waarover de Schrift zegt: Ik geloofde, en daarom heb ik gesproken. Ook wij geloven en daarom spreken we ook.'
GNB

2 Korinthiërs 4:13


Dit is mijn laatste stukje naar aanleiding van het kalendertje van Beth Moore.
Ik wil niet zeggen dat dit mijn laatste stukje is (en afbeelding met gedicht) maar wel voorlopig.
Er is (nog) niets anders in de plaats gekomen, dus ik neem een tijd van ‘rust en ruimte’ om mij te richten op andere dingen en ik zie vanzelf wel hoe of wat.
Hoewel het af en toe heel pittig was en ook heel intensief, was het een goede tijd om zo  iedere week met Gods woord bezig te zijn en ik heb er dan ook heel erg veel van geleerd.
Daarnaast heeft het mijn geloof zeer verdiept en verrijkt.
Soms had ik het gevoel me in allerlei bochten te moeten wringen om het af te krijgen, dat mijn man weleens zei: ‘joh, laat toch een keertje,’ maar ik voelde me als een pitbull die ergens zijn tanden inzet en niet meer loslaat.
Tegelijkertijd zorgden deze momenten er juist ook voor dat ik meer dan ooit besefte hoe afhankelijk ik wel niet ben van Zijn Heilige Geest, terwijl er ook momenten waren dat ik binnen no-time iets op ’papier’ had staan, waarvan ik zelf niet begreep hoe het mogelijk was, dan behalve door de leiding van Zijn Geest.
Soms gaf God, soms liet Hij mij worstelen en graven tot tranen toe, maar altijd weer leerde ik en kreeg menig kijkje in mijzelf.
Wat een rijkdom!

Er zijn echter door het schrijven ook dingen blijven liggen, waar ik niet (meer) aan toe kwam, en vandaar dat het ook goed is om een tijd van rust en ruimte te hebben nu.
En misschien brengt God wel weer iets nieuws om over te schrijven op mijn pad, wie zal het zeggen.
Ik sta er altijd open voor, vanwege de zegen die het brengt in de eerste plaats altijd voor mijzelf.
Het laatste blaadje van de kalender gaat over de waarheid, de waarheid spreken, en dan hebben we het natuurlijk over Gods woord.

Een laatste citaat van het kalendertje:

‘Als je gelooft en de waarheid van Gods woord spreekt, is het alsof je gereanimeerd wordt door de Heilige Geest.’

Ik heb wel even goed moeten na denken over de woorden ‘alsof je gereanimeerd wordt door de Heilige Geest’, maar hoe langer ik er over nadacht, hoe meer ik me realiseerde dat het eigenlijk ook zo is.
Tot nog toe had ik niet het juiste woord kunnen vinden dat omschreef wat er gebeurde en hoe ik mij vervolgens voelde, toen ik in zeer moeilijke omstandigheden uit wanhoop woorden uit de Psalmen ging proclameren.
Maar als ik dit citaat lees en herlees en de woorden tot me door laat dringen, dan is dit precies hetgeen er gebeurde.
Ik werd inderdaad ‘gereanimeerd’.
Reanimatie wil zeggen ‘het hart weer op gang brengen’, of  ‘beademen’, of ‘tot leven wekken’ en ook wel ‘weer bezielen’.

Het exacte moment kan ik me niet meer herinneren, noch welke woorden het precies waren, maar tot op de dag van vandaag weet en voel ik nog steeds wat er gebeurde toen ik Gods woord ging proclameren.
Er gebeurde iets van binnen; er gebeurde iets met mijn hart!
Mijn verwonde en beschadigde hart, dat alleen nog maar kon huilen van wanhoop en verdriet, dat zo zoekende was naar iets van troost van God, naar Zijn kracht om vol te houden, werd met het hardop uitspreken van Zijn woorden  als het ware gereanimeerd.
Met het hardop lezen en uitspreken van Gods woord was het alsof met iedere tekst er een stroomstoot werd gegeven om het hart weer op gang te brengen.
De eerste paar verzen deden nog niet zoveel; ach, mijn hart was ook zo verwond.
Maar met ieder vers dat ik las en uitsprak was het alsof er een stroomstoot werd gegeven.
En nog een stroomstoot, en nog één, en nog één, en nog één …
En ineens … daar was het moment waarop mijn hart weer ging ‘kloppen’; kracht doorstroomde mijn hart en met ieder volgend vers dat ik las werd het sterker en sterker, totdat ik alleen maar kon huilen van vreugde om wat Hij, door Zijn woord heen, in mij had gedaan.
Nog nooit had ik zo de kracht van Gods woord ervaren, maar ik had ook nog nooit zo Zijn woord uitgesproken, geproclameerd.
Met het uitspreken werden mijn gevoelens en gedachten stuk voor stuk overstemd totdat uiteindelijk Gods woord alleen nog telde.

O, welk een rijkdom vond ik in de Psalmen in deze tijd van nood!
Als er één boek is in de Bijbel die werkelijk alle menselijke gevoelens die er zijn weergeeft, dan is het het Bijbelboek ‘Psalmen’ wel.
Voor elke omstandigheid, of voor hoe je je ook voel zijn er wel Bijbelteksten te vinden.
Maar nog kostbaarder en belangrijker is het feit dat de Psalmisten, en met name David, hun Psalmen bijna altijd eindigen met het uitspreken van hun vertrouwen op God om wie Hij is.
En daarmee komen we bij de kern van de ‘stroomstoot’.
Eigenlijk kun je wel zeggen dat het uitspreken van wie God is, wat Hij gedaan heeft (en nog steeds doet) de ‘stroomstoot’ is.
Alle handelingen die worden verricht voordat je, zeg maar de ‘AED’, kunt gebruiken, kun je vergelijken met alle teksten die je uitspreekt over hoe je je voelt, in welke omstandigheden je verkeert etc., maar de uiteindelijke stroomstoot is het uitspreken van wie God is, wat Hij gedaan heeft en doet.
Dat is wat het hart beademt, het hart bezield, het hart weer tot leven brengt.

Psalm 13 is hier een prachtig voorbeeld van.
‘Hoelang nog, Here, hoelang nog?!?’, schreeuwt David uit, maar hij eindigt met de woorden: ‘Op Uw liefde vertrouw ik, Heer. Ik juich van vreugde, want U brengt redding. Over U zal ik zingen, want U bent goed voor mij.’

Soms moeten we ons eigen hart herinneren aan wie God is!
Soms moeten we gewoon ons eigen hart laten reanimeren door Gods Geest!
Als wij Gods woord opnemen en het hardop gaan uitspreken, dan zal Gods Geest Zijn werk doen in ons,
Hij zal ons hart ‘beademen’ en daarmee opnieuw tot leven wekken.

‘Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.’
Hebreeën 4:12

Gods woord is levend en krachtig!

'Dit is mij tot troost in mijn ellende: dat Uw belofte mij levend heeft gemaakt.'
HSV 
Ps. 119:50

'Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.'
HSV
Ps. 119:105

'Het opengaan van Uw woorden geeft licht, het schenkt eenvoudigen inzicht.'  - HSV
'Uw woorden zijn deuren naar licht, inzicht krijgt wie nog in het duister tast.'  - GNB
Ps. 119:130

'Uw woord is zeer gelouterd, …'
HSV
Ps. 119:140

'Op wat de Heer zegt, kun je aan. 
Zijn woorden zijn zuiver als zilver, als zilver in de oven gelouterd, tot zevenmaal toe.'
GNB 
Ps. 12:7

'Wat deze God doet is volmaakt, de Heer kun je op Zijn woord vertrouwen; een schild is Hij voor wie bij Hem schuilen.'
GNB 
Ps. 18:31

'Uw rechtvaardige getuigenissen zijn voor eeuwig; geef mij inzicht, dan zal ik leven.'
HSV
Ps. 119:144

Gods woord is waarheid en daarom levend en krachtig.
Het is ons door God gegeven als leidraad voor ons leven, maar ook als wapen om mee te strijden!

‘Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte Zijner macht.
Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.

Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden.
Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid, de voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes; neemt bij dit alles het schild des geloofs ter hand, waarmede gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven; en neemt de helm des heils aan en het zwaard des Geestes, dat is het woord van God.
En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen; …'

Efeze 6:10-18

Gods woord is het krachtigste wapen dat er is.
Het maakt levend, het troost, het is een lamp, het geeft inzicht, het beschermd, het leidt, het geeft hoop, het …

Gods Woord.
Waarheid.
Leven.


Lieve Vader in de hemel.
Dank U wel, dat U Uw Woord aan ons hebt gegeven.
Dank U wel, voor de ontzagwekkend grote liefde van U die daarin doorklinkt en zichtbaar is.
Dank U wel, dat U daar doorheen laat zien wie U bent, wat U gedaan hebt en wat U nog zal gaan doen.
Dank U wel, voor Uw richtlijnen, die er altijd op zijn gericht met ons welzijn voor ogen.
Heer, Uw gedachten zijn hoger dan onze gedachten en Uw wegen hoger dan onze wegen, maar doe ons Uw woord verstaan in wat we nodig hebben, in inzicht, in leiding, in …
Leer ons ook om Uw woord als wapen te gebruiken, ook daarvoor heeft U het ons gegeven.
Het proclameren van Uw woord, het hardop uitspreken van Uw woord zal de onzichtbare wereld in beweging brengen, zal ons hart in beweging brengen, en daardoor leven brengen.
Maak Uw woord tot de adem voor onze ziel, opdat we U zullen leren kennen, liefhebben en eren.
Tot de dag dat we thuis worden gehaald.
In de Naam van Hem die het levend geworden woord en de waarheid is, bid ik U dit.
In de Naam van Jezus bid ik U.

- Amen -


Woord van God,
wees de adem voor het gebroken hart.
Woord van God,
wees de adem van kracht in alle smart.

Levend en krachtig
is immers Uw woord, o God,
en scherper dan
een tweesnijdend zwaard.
Het is de lamp, het licht,
dat voor misstappen
behoed en bewaard.

Het is de verkwikking voor de ziel
en geeft troost en hoop
in elk verdriet en gevaar.
Uw woord, o God, is gelouterd
en zie, het is zuiver,
volmaakt en waar.

Woord van God,
wees de adem voor het gebroken hart.
Woord van God,
wees de adem van kracht in alle smart.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 9 juni 2013

Week 24 - Depressie

'Wat buigt u zich neer, mijn ziel,
en bent u onrustig in mij?
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven
voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht.'
HSV

'Mijn ziel, wat drukt je terneer,
waarom ben je zo onrustig?
Op God wil ik vertrouwen,
eens zal ik hem weer prijzen,
hem, mijn behoud, mijn God.'
GNB

Psalm 42:6


De titel voor het stukje voor de komende week is ‘Depressie’.
Ik wil vooraf even de volgende kanttekening hierbij plaatsen.
Zowel de ter inspiratie erbij gegeven tekst als met wat er op het kalendertje staat, betreft dit stukje depressieve gevoelens en niet de echte depressie of aanverwante stoornissen.
Echte depressie is meer dan een dip of je neerslachtig voelen.
Ik denk dat de laatste zin op het kalendertje anders ronduit als schokkend kan worden ervaren en zelfs mensen die echt depressief zijn, ook nog eens een (extra) schuldgevoel bezorgen.

Ik citeer: ‘Vergeet niet dat de nederlaag niet ligt in het worstelen met depressieve gevoelens, maar in het eraan toegeven.’

Met het lezen van deze zin, kon ik bijna de pijn voelen van hen die echt depressief zijn, omdat het voor hen vaak geen kwestie is van dat ze eraan toegeven, maar ze hebben niet meer het vermogen om te vechten.
Echte depressie (depressieve stoornissen) is geen kwestie van toegeven aan depressieve gevoelens.
Hoeveel en hoe zwaar de worstelingen van mensen die lijden aan depressie  zijn, kunnen we ons maar nauwelijks voorstellen, tenzij we er zelf doorheen zijn gegaan.
Om dan te spreken over de nederlaag die een feit is als men aan deze gevoelens toegeeft, komt bij mij binnen als enorm pijnlijk en kwetsend, en ik vraag me af hoe dit wel niet moet zijn voor mensen die hieraan lijden.
Misschien was een titel als ‘Depressieve gevoelens’ beter geweest dan alleen het woordje ‘Depressie’.
Toch hoop ik en bid ik, dat zij die depressief zijn en dit lezen een beetje hoop, een beetje moed, een beetje troost, zullen vinden in wat God mij op het hart legt om hierover te schrijven.

In de duistere, donkere wereld van depressie,
waar vaak geen enkel lichtstraaltje binnenkomt.
Waar kleuren langzaam vervagen
en in elkaar overlopen tot één mistige, grauwe nevel
die hoop en moed het zicht ontneemt
en een lege leegte achterlaat;
waarin gevoelens van vreugde
verloren gaan.
Waar zinloosheid de regie overneemt;
het leven doelloos maakt,
en iedere dag tot een strijdtoneel
zelfs tot op leven en dood.
Waar God niet meer kan worden gezien,
noch Zijn liefde, kracht en troost
kan worden gevoeld of ervaren
en waar elke smeekbede
voor niets lijkt te zijn gedaan.
De duistere, donkere wereld van depressie,
waar de ene noodkreet soms volgt op de andere.
Tot zelfs een stem verstomt
en slechts de dood uitkomst lijkt te bieden
aan de hopeloosheid
van het huidige bestaan.

O, God van liefde,
God van licht,
God van kracht,
en God van leven.
God van troost,
God van hoop,
God van bevrijding,
en God van genezing.

Ontferm U!
Ontferm U!
Ontferm U!
En wil uitkomst geven!

In Jezus’ Naam.

- Amen –


Depressieve gevoelens

Houdt moed! zijn de twee eerste woorden waar kalendertje mee begint.
Houdt moed!
Moed houden terwijl je je zo voelt, is niet makkelijk.
Let wel, we hebben het hier ook weer niet over je een dagje down of neerslachtig voelen.
Dat kan soms al verholpen worden door een dagje lekker niets doen, of jezelf lekker verwennen met een goed boek op de bank of een keertje vroeg naar bed.
Naar mijn idee gaat het hier over iets wat er tussenin ligt; tenminste, zo ervaar ik het.

Er zullen ongetwijfeld ook veel gelovige mannen en vrouwen zijn die worstelen, of hebben geworsteld, met depressieve gevoelens, of met depressiviteit.
Ook in de Bijbel komen we ze tegen.
De eerste persoon die in mijn gedachten kwam toen ik las waar het over ging, was Elia.
Maar ook koning Saul worstelde met dit soort gevoelens, en Job, en David, de man naar Gods hart.
Het woord ‘depressief’ of depressiviteit’ komt zover ik weet niet in de Bijbel voor, maar er zijn wel meerdere plaatsen waar men de gevoelens van depressiviteit in woorden weergeeft.
God gaat dus duidelijk niet aan deze gevoelens voorbij, maar heeft ze opgenomen in Zijn woord.
Er is dus bij Hem duidelijk ook ruimte voor deze gevoelens.
Ook zien we soms de achterliggende oorzaak.
Elia bijvoorbeeld gaf zich over aan depressieve gevoelens toen Izebel hem naar het leven stond.
Hij had nauwelijks een paar geweldige geloofservaringen/bemoedigingen achter de rug,
(1 Kon. 17; 1 Kon. 18) en hij vluchtte weg de woestijn in.
Na een dag lopen ging hij onder een bremstruik zitten en wenste dat hij dood was.
‘Het is nu genoeg, Heer,’ zei hij. Neem mij maar uit het leven weg, ik ben niet beter dan mijn voorouders.’
Toen ging hij onder de bremstruik liggen slapen.

Bij Koning Saul was het een ander verhaal.
Hij had gezondigd tegen God en God Zelf was Degene die hem een boze geest stuurde.
1 Samuël 16:14 – Van Saul was de geest van de Heer geweken en een boze geest, door de Heer gestuurd, joeg hem angst aan.
In 1 Samuël 15 lezen we dat Saul wel erkent dat hij heeft gezondigd, dat hij zich wil neerbuigen voor God, maar nergens lezen we over zijn berouw van zijn zonden.
Hij maakt zich eerder druk om wat zijn manschappen zullen zeggen als Samuël weer zomaar zou vertrekken.

Ook Job is een man bij wie depressieve gevoelens de overhand kregen.
Maar daar zullen wij denk ik het meeste begrip voor hebben en ons ook het meeste misschien bij voor kunnen stellen als we kijken naar wat hem allemaal is overkomen.
(Job 1)
In Job 3 lezen we over zijn gevoelens.
Vers 11 – ‘Was ik maar gestorven toen ik ter wereld kwam, was ik maar gestikt bij mijn geboorte.’

Ook koning David had van tijd tot tijd last van depressieve gevoelens.
Soms lag schuldgevoel hier aan ten grondslag (Psalm 38:18,19)
Maar ook mannen als Jeremia en Jona kenden deze gevoelens.

Soms was het God Zelf die hen tot de orde riep, hen aanspoorde om niet meer toe te geven aan deze gevoelens, maar om andere stappen te zetten.
Maar God hakte niet met de botte bijl.
Als ik kijk naar Elia, dan stuurt God hem een engel die hem wakker maakte uit zijn slaap en hem aanspoorde om wat te eten en te drinken
Hij had zelfs voor wat eten en drinken gezorgd. (1 Kon. 19:5-9)

Soms, zoals bij Saul, bleef de depressie.
Zijn zonden bleven tussen hem en God instaan, waardoor er geen herstel mogelijk was.
(1 Sam. 31)

Job werd in ere hersteld (Job 42) en  ook David vond steeds opnieuw zijn weg uit deze gevoelens door bij God aan te kloppen en het van Hem te verwachten.

Psalm 30:4,12 – Bij het dodenrijk hebt U mij weggehaald; ik was op weg naar het graf, maar U bracht mij weer tot leven.
Heer, U hebt mij geholpen; ik treur niet meer, ik kan weer dansen van vreugde; feestkleren heb ik aangetrokken, mijn rouwkleed afgelegd.


En soms moeten we onszelf aanpakken en tot de orde roepen.
Naar het bovenstaande tekstwoord je ziel als het ware een schop onder zijn/haar achterste geven door te wijzen op wie je je hoop moet stellen.
Jezelf moed inspreken op grond van Gods woord.

‘Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij?
Wat is er toch met je aan de hand, ziel?
Waarom ben je toch zo onrustig?
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht.’


Vestig je hoop, ziel, op God; lees Zijn woord en zie hoe Hij te vertrouwen is, hoe Hij voor je zorgt, je opbeurt.
Vestig je hoop op Hem, mijn ziel, dan zul je Hem weer kunnen loven en prijzen, want Hij is Degene die bevrijdt en geneest.

Zolang ik me kan herinneren ben ik wat zwaarmoedig van karakter, al is het hoe meer en dichter ik met Hem leef, mijn hoop op Hem vestig, mijn troost bij Hem zoek, Zijn woord bid en als proclamatie gebruik vele malen minder geworden dan het was.
Een Psalm die ontzettend belangrijk voor mij is geweest (en nog) in dit proces, is Psalm 13.

‘Hoelang nog, HEER, zult U mij vergeten?
Hoelang nog, houdt U Zich voor mij verborgen?
Hoelang nog moet ik naar een uitweg zoeken met de angst in mijn hart, dag in, dag uit?
Hoelang nog zullen mijn vijanden (en voor mij waren dat dan mijn depressieve gevoelens en gedachten) sterker zijn?


HEER, mijn GOD, kijk toch, antwoord mij!
Geef mij weer uitzicht, laat mij niet sterven.
Ik hoor mijn vijanden al roepen:
‘We hebben haar in onze macht!’
Ik hoor ze al juichen bij mijn val.’


Heel lang bleef ik hier, tot aan dit vers (vers 2 t/m 5) steken.
In het begin keek ik soms nog even naar het laatste vers, maar daar kon ik niets mee, want zo voelde ik het immers niet.
Dus kon ik dat ook niet uitspreken, wat zeg ik, ik wilde het vaak op zo’n moment niet eens lezen.

Ik denk dat de ommekeer kwam met het nummer ‘How long, o Lord’ van Brian Doerksen.
O, niet gelijk hoor, maar gaande weg veranderde er iets.
En als ik nu terugkijk, dan weet ik dat de verandering kwam doordat ik het refrein op den duur toch mee begon te zingen.
Veelal terwijl de tranen over mijn wangen stroomden.



Nu houd ik vast  aan de woorden van vers 6.
Met vallen en opstaan leer ik om dwars door mijn gevoelens heen te gaan en ze (en andere) als een proclamatie uit te spreken.
Niet omdat ik het altijd zo voel, maar omdat Hij die er achter zit, te vertrouwen is.
Hij houdt van mij en Hij zorgt voor mij.
Ook al is dat soms anders dan ik het graag zou zien.

‘Op Uw liefde vertrouw ik, HEER.
Ik juich van vreugde, want U brengt redding.
Over U zal ik zingen, want U bent goed voor mij.’


Soms worstel ik nog met mijn gedachten, waarin het woord ‘huichelaar’ alles op alles zet om mij ervan te weerhouden om toch te danken, te zingen, Zijn woord uit te bidden, te spreken.
Maar door het steeds opnieuw toch te doen, is deze strijd steeds sneller gestreden en komt ook minder vaak terug.

Ik hoop en bid, dat de woorden van Psalm 73:21-28, naast Psalm 13, jouw lijfwoorden mogen zijn of worden.
Want zolang wij onze toevlucht bij Hem zoeken, onze hulp van Hem verwachten, zullen we nooit beschaamd uitkomen.
Bij Hem is vergeving en bevrijding en genezing.

‘Toen ik zo verbitterd was, gekrenkt tot in mijn ziel, was ik een grote dwaas, iemand zonder verstand.
Ik gedroeg mij tegenover U zo redeloos als een dier.
Toch ben ik steeds bij U, want U neemt mijn hand en leidt mij volgens Uw plan; en dan ontvangt U mij met alle eer.
Wie heb ik in de hemel behalve U?
Behalve U verlang ik ook niets op aarde.
Al zou mijn lichaam bezwijken, al zou mijn hart het opgeven, U bent de rots waarop ik bouw, U bent mijn hele bezit, o GOD, voor altijd.


Wie U verlaat gaat haar/zijn ondergang tegemoet; U vernietigt wie U ontrouw is.

Dicht bij U te zijn, dat is mij het liefst.
Bij U, HEER GOD, zoek ik mijn toevlucht.
Vertellen zal ik alles wat U voor mij deed.'



Lieve Vader in de hemel.
Met het schrijven van de woorden ‘want U neemt mijn hand en leidt mij volgens Uw plan’ raakt mijn hart tot tranen bewogen.
Deels omdat ik zelf al zo vaak heb mogen zien dat U mijn hand genomen hebt en mij geleid hebt en deels omdat ik een pijn en bewogenheid in mijn hart voel voor allen die worstelen met depressieve gevoelens of depressie.
Dwars door het diepe dal van depressie en depressieve gevoelens heen wilt U bij de hand pakken en leiden en ik bid U, Vader, dat een ieder haar/zijn hand zal blijven uitstrekken, ook als er ogenschijnlijk verder niets lijkt te gebeuren.
Uw woord zegt: ‘U neemt mijn hand en leidt mij volgens Uw plan’ en Uw woord is Ja en Amen.
Waarheid, waarachtig, betrouwbaar.
Er zal herstel komen als we ons vertrouwen op U blijven stellen.
U zult ons dan met eer ontvangen.
Ontferm U, Vader, ontferm U over een ieder, want de strijd kan zo zwaar zijn en zo lang duren.
Ontferm U, Vader, ontferm U.
Wees hun licht in de duisternis, hun hoop in de leegte, hun troost in het dal van tranen en hun houvast op het moment dat de zinloosheid van het leven oprukt.
Ontferm U, Vader, ontferm U!
In Jezus’ Naam bid ik U dit.

- Amen -


Hoelang nog, Here, hoelang nog?
Hoor hoe David de woorden
uitroept naar God.
Het duurt al zo lang;
is God hem vergeten;
houdt God Zich voor hem verborgen?

Hoelang nog, Here, hoelang nog?
Hoor hoe David schreeuwt
om een antwoord van God.
Hoe hij roept om uitzicht
in de donkere uren van zijn leven
naar de ochtendgloren van de morgen.

Hoelang nog, Here, Hoelang nog?

Misschien is het ook wel jouw roep;
hardop, of in de stilte van je hart.
Klinkt jouw stem samen
met die van David
in deze woorden van smart.

Loop dan ook met David mee
tot aan het einde van zijn gebed.
Waarin hij blijft vertrouwen
op de God waarvan hij weet:
Hij is liefde en Hij redt.

Zing met hem
over de goedheid van God.
Want in Zijn hand
ligt ons aller levenslot.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita


Ps.
Er is iets wat mij niet loslaat en dat zijn de woorden: onvergevingsgezindheid en bitterheid.
Beide dingen kunnen mensen ziek maken als ze in ons leven aanwezig blijven, als we er aan vast blijven houden.
Ik wil hier niet verder op in gaan, maar de woorden wil ik wel genoemd hebben, daar ze maar in mijn hoofd blijven rondspoken.
Ik wil hierbij slechts alleen nog daarbij aangeven dat beiden zonde en rebellie inhouden.
God zegt dat we moeten vergeven en als we dit weigeren, komen we in opstand tegen Hem, met alle gevolgen van dien.

zondag 10 februari 2013

Week 7 - Een kroon op hun hoofd in plaats van stof

 … om aangaande de treurenden van Sion te beschikken dat hun gegeven zal worden  sieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een benauwde geest, opdat zij genoemd worden eiken van de gerechtigheid, een planting door de HEERE, om Hem te verheerlijken.
HSV

… om aan Sions treurenden te schenken een kroon op hun hoofd in plaats van stof,
vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad, feestkledij in plaats van verslagenheid.
Men noemt hen ‘Terebinten van gerechtigheid’, geplant door de HEER als teken van zijn luister.
NBV

Jesaja 61:3

De woorden uit Jesaja 52, de eerste 2 verzen, laten me niet los als ik aan het nadenken over de bovenstaande tekst en de woorden die op het kalendertje staan.

‘Word wakker, Sion, word wakker
en verzamel je krachten!
Jeruzalem, heilige stad,
kleed je in vol ornaat!
Wie onbesneden zijn of onrein,
zullen je poorten niet meer binnengaan.

Sta op, Jeruzalem,
schud het stof van je af
en neem plaats op je troon.
Gevangen bevolking van Sion,
ruk de ketenen van je hals.’

Maar eerst wil ik naar Lucas 4:18-21, waar de Here Jezus in de synagoge in Nazareth opgestaan was om de voorlezing te doen:

“De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken van hart zijn, om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken.
En toen Hij het boek dichtgedaan en aan de dienaar teruggegeven had, ging Hij zitten, en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gevestigd.
Hij begon tegen hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren in vervulling gegaan.”

Vers 18 en 19 zijn exact dezelfde woorden die Jesaja sprak in Jesaja 61:1,2, alleen met één groot verschil.
Jesaja sprak deze profetie uit over de Joden in Babylon en Jezus sprak deze woorden uit met het oog op de gehele wereld.
Jesaja profeteerde deze woorden, Jezus was de vervulling van deze profetie.

Vol van Gods Geest is Hij op weg gegaan en heeft gedaan wat Zijn Vader Hem had opgedragen.
Door het volbrachte werk van de Here Jezus aan het kruis op Golgotha is er bevrijding van de zonde mogelijk, kunnen we worden getroost, van blind ziende worden, van gebonden in de vrijheid komen.
Jezus is de Verlosser, waar de wereld op heeft gewacht vanaf het begin van de zondeval.
Jezus is de vervulling van Gods belofte.
Jezus is Gods genadegeschenk aan ons.
Jezus is Degene die gebroken harten heelt, troost wie treuren, vrijmaakt die gebonden zijn, die blind zijn weer laat zien.
Harten die gebroken zijn door de zonde, die gebukt gaan onder verdriet over de zonde, mensen die gebonden zijn door de macht van de satan, ogen opent voor de zonde.
Hij kwam om genade te schenken, te verlossen en te bevrijden, te helen en te genezen.
Een ieder die hun troost, hun bevrijding, hun verlossing niet in de wereld zoekt, maar bij Hem, zullen het vinden.

Aan hen die zo treuren, die hun smarten bij de troon der genade brengen, geeft Hij een sieraad in plaats van as, een kroon in plaats van stof.
Hun verdriet verandert Hij in vreugde, Hij geeft vreugdeolie in plaats van rouw; een lofgewaad in plaats van een benauwde, een kwijnende geest.

O, de Matthew Henry zegt het zo mooi:

‘Vreugdeolie, die het gelaat doet blinken in plaats van treuren.
Het gewaad des lof (lofgewaad) die prachtige klederen zoals die op dankdagen werden gedragen, in plaats van een benauwde geest.’

En dan komen mijn gedachten als vanzelf bij Jesaja 52:1,2; waar klinkt: ‘Word wakker, word wakker! Sta op, schudt het stof van je af!
Jezus is gekomen, we hoeven niet meer weg te kwijnen en onder het stof en de as te zitten.
Hij staat klaar met vreugdeolie, met een lofgewaad.
Hij wil ons bevrijden, genezen en herstellen.

Neem Zijn verlossing aan en schudt de ketenen van de gebondenheid van je af.
Hij heeft de satan overwonnen, de boze heeft geen macht meer over je als je Zijn verlossing aanneemt.

In mij dringt de boodschap om het uit te roepen; Word wakker, word toch wakker!
Sta op en schudt het stof van je af en neem je plaats in Zijn koninkrijk in!
Laat Hem je overgieten met de vreugdeolie en je gelaat zal gaan blinken.
Neem het lofgewaad van Hem aan en trek die prachtige klederen aan; het kleed van redding en de mantel van gerechtigheid.
En neem zo je plaats in in Gods koninkrijk, in Zijn wijngaard, als levende, sterke bomen, die vruchtdragen en Hem verheerlijken.

En dan kom ik uit bij wat er op het kalendertje* staat:

Welk een goddelijke wraak is het als God onze missers gebruikt om ons te vormen, waardoor Hij ons nog beter kan gebruiken.

Moge God de vijand beroven door uit het kwade zoveel goeds voort te brengen
dat satan er spijt van krijgt dat hij ons ooit tot zonde leidde.




Lieve Vader in de hemel.
Dank U wel, dat het met de zondeval voor U niet over en uit was met ons mensen, maar dat U de Here Jezus zond, Uw eigen Zoon, om voor ons te lijden en te sterven aan het kruis op Golgotha.
Dank U wel, voor dit onvoorstelbaar, grote genadegeschenk.
Dank U wel, dat U alles kunt gebruiken om ons te vormen, zodat we alleen maar bruikbaarder worden in Uw koninkrijk.
Al onze missers, al onze fouten en gebreken, kunt U gebruiken en er iets goeds uit doen voortkomen, als wij U Uw gang laten gaan en openstaan voor de leiding van Uw Heilige Geest.
Dank U wel, Heer Jezus, voor de kroon!
Dank U wel voor de vreugdeolie!
Dank U wel voor het lofgewaad!
Dank U wel voor de nieuwe naam!
Laat ons zo stralen van vreugde, Vader, in onze prachtige klederen die we hebben ontvangen, met onze nieuwe naam, tot eer en verheerlijking van die van U.
In Jezus’ Naam.

- Amen –




Word wakker en schud het stof van je af.
Verzamel je krachten en kleed je in je mooiste klederen.
Ruk in Zijn kracht de ketenen van je hals en sta op.
Neem je plaats in; je bent immers van koninklijk komaf.

Zie de Messias, Hij is gekomen om te verlossen en bevrijden,
Hij wil troosten hen die treuren, helen de gebrokenen van hart.
In Zijn hand is een kroon voor op je hoofd,
vreugdeolie, om je gezicht te doen stralen,
en een lofgewaad die de plaats inneemt van alle wanhoop en rouw.
Neem het aan, laat niets je nog langer van Hem scheiden.

Word wakker, sta op en ontvang een nieuwe naam.
Straal, weerspiegel wie Hij is in jou.
Wees sterk en draag veel vrucht.
Loof en prijs in alles Zijn heilige Naam.

©Rita Klapwijk

zondag 3 februari 2013

Week 6 - Kwetsbaar

Waar kan ik Uw Geest ontgaan,
waar Uw aangezicht ontvluchten?
Al steeg ik op naar de hemel, U bent daar;
of legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar.
HSV

Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen,
hoe aan uw blikken ontkomen?
Klom ik op naar de hemel – u tref ik daar aan,
lag ik neer in het dodenrijk – u bent daar.
NBV

Psalm 139:7,8


In het stukje op de kalender van deze week wordt aangegeven, dat, hoewel wij onszelf dikwijls als kwetsbaar en breekbaar beschouwen, in feite alleen onze trots kwetsbaar is.
En dat pas als het omhulsel gebroken is en het hart open en bloot ligt, we ons bewust zijn van de streling van Gods liefdevolle zorg, maar dat Hij ons tot die tijd wel vasthoudt.
Samen met de bovenstaande verzen mogen we hier over nadenken, of zoals het kalendertje zo mooi zegt: ‘ons door laten inspireren.’

Persoonlijk vraag ik mij af of dit wel zo is, dat in principe alleen onze trots kwetsbaar is.
Ik geloof zeker wel dat onze trots heel kwetsbaar is, maar om nu te zeggen dat alleen onze trots eigenlijk kwetsbaar is …?

Kwetsbaar is broos, breekbaar, gevoelig, weinig beschermd tegen beschadiging, wankel, zwak, teer, licht te raken.
Ik geloof niet, dat dit alleen met trots heeft te maken.
Er kunnen allerlei omstandigheden in ons leven zijn (of zijn geweest) die ons zo hebben geraakt, beschadigd, dat we heel kwetsbaar zijn geworden.
En dat kan voor allerlei verschillende dingen zijn.

Met dit onderwerp gingen mijn gedachten naar een gedicht dat ik heb geschreven bij een schilderij van Caroline van de Vate.
Het schilderij, dat ook ‘Kwetsbaar’ heet, is een schilderij van een klaproos.
Klaprozen zijn heel kwetsbaar; de blaadjes zijn heel fragiel, heel teer en vallen snel uit.

Met het lezen van de naam van het schilderij, kwamen er al snel allerlei gevoelens en gedachten boven en ik voelde mij op een bepaalde manier verbonden met dit schilderij.

Mijn leven was op het moment dat ik de schilderijen van Caroline ontdekte  (en haar van daaruit leerde kennen) heel kwetsbaar.
Na jaren van thuis zijn voor twee van mijn kinderen, die door jarenlang pesten depressief waren geworden en het leven niet meer zagen zitten, was mijn wereldje heel erg klein geworden, en van mijn toch al niet zo grote zelfvertrouwen en zelfbeeld was niet veel meer over.
Toen het beter ging met onze kinderen, was ikzelf in een diepe put beland, en de beginverschijnselen van de overgang hielpen me ook niet bijster goed, noch alle beschadigingen van weleer.
Toch heeft God mij (ons) vastgehouden, er door heen geholpen, maar de eerste stappen om weer terug onder de mensen te komen, weer een eigen leven op te bouwen, waren zwaar en ik was heel kwetsbaar.
Als God dan de schilderijen van Caroline (en haar ) op mijn pad brengt, is dat een volgende stap in het proces van heling en genezing.
Een streling van Zijn liefdevolle zorg voor mij.

Kwetsbaar


De duisternis
is van mijn zijde
aan het wijken.
Voorzichtig
stap ik in het licht.
Wankel en onzeker
zijn mijn
eerste stappen,
maar ik loop
in het spoor
van Uw aangezicht.

Angstig
kijk ik soms
om mij heen.
Zoekend naar
een tastbaar houvast.
Maar ik weet,
U bent het
die mij leidt.
En in U
is mijn juk zacht
en licht mijn last.

Nog
is mijn leven
broos en kwetsbaar.
Maar,
ik ga in Uw Licht.
Het omgeeft mij,
toont mij de weg
die ik moet gaan.
Tot ik als bruid
in volle eer en glorie
sta voor Uw aangezicht.

Alleen onze trots in feite kwetsbaar?
Nee, de dingen die in ons leven gebeuren, wat ons is aangedaan, kunnen ons ook heel kwetsbaar maken.
(Mijn gedachten gaan automatisch naar de tekst van het geknakte riet en de walmende vlaspit - Jesaja 42:3)

Maar, één ding is wel zeker, we hoeven daar niet te blijven.
Dat is ook niet wat God zou willen.
Hij verlangt ernaar dat we weer sterk en krachtig worden in Hem, door Hem.
Ja, in Hem en door Hem.
In Hem, omdat daar onze werkelijke identiteit ligt en het zo belangrijk is dat we die weer gaan vinden en aannemen.
Door Hem, omdat we het niet alleen hoeven te doen.

Als ik dan de tekst erbij haal die tot overdenken erbij gegeven is, dan zijn deze woorden in deze context weer een enorme bemoediging.

Waar kan ik Uw Geest ontgaan,
waar Uw aangezicht ontvluchten?
Al steeg ik op naar de hemel, U bent daar;
of legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar.

Geven ze aan de ene kant Gods grootheid weer en zeggen ze wie Hij is, aan de andere kant mogen we er troost in vinden, omdat in welke situatie we ons ook bevinden, hoe diep de put ook is, of hoever weg we ook van Hem zijn afgedwaald, Hij ons ziet, ons in het oog houdt.
Hij houdt ons vast in tijden als wij niet meer weten hoe, of het niet kunnen, omdat alles om ons heen zo moeilijk en donker is.

Het is dan alsof deze woorden zeggen:

‘Hoever je ook weg bent
bij Mijn aangezicht vandaan;
zoekende, dolende,
of in de diepste put,
er is geen enkele weg
waar Ik niet met jou mee
zal gaan.’


Welk een troost, welk een bemoediging, ligt er dan in deze woorden!


Lieve Vader in de hemel,
in de eerste plaats wil ik U zo danken voor alles wat U reeds voor mij hebt gedaan.
Danken voor Uw liefde en trouw, die nimmer van mij zijn geweken, ook al zag ik het zelf niet.
Dank U, dat U niet losliet, maar mij vasthield toen ik het niet meer kon of wist.
Dank U, dat U mij zag in elke omstandigheid, dat U met mij mee bent gegaan de gehele weg.
En dank U wel dat U nog steeds met mij meegaat en ook zal blijven gaan.
Ik dank U, dat U bij mij bent in mijn kwetsbaarheid.
Dank U, voor Uw geduld met mij in dit leerproces van groei.
Mijn leven wordt steeds minder broos en kwetsbaar, maar help mij te waken voor de valkuilen en help mij om mijn blik op U gericht te houden.
Zien op wie U bent en op wat U doet; op wie ik ben in U, maken mij minder kwetsbaar, maken mij sterk.
O, ik dank U, voor Uw eindeloze trouw en liefde!
Maar ik bid U voor allen die zich nog aan ‘de andere kant’ bevinden.
Die nog zo zoekende en dolende zijn door alles wat er om hen heen gebeurt, wat er in hun leven gebeurt of gebeurd is.
Wiens leven misschien wel op dit moment niets anders is dan voortslepen van de ene dag naar de andere, van uitzichtloos naar hopeloos.
Vader, ik bid U, speciaal voor hen, dat U weer hoop geeft en uitzicht biedt.
Dat U ze laat weten, dat U er bent, dat U bij hen bent, dat U hen ziet!
Ja, ziet in de diepste of smerigste put!
En dat U hen niet alleen ziet, maar dat U Uw hand ook uitgestoken houdt, net zolang tot dat zij hem zien en zullen pakken.
Open hun ogen daarvoor, Vader, och, open hun ogen, opdat ze Uw reddende hand zullen zien.
Verlos hen, Vader, ontferm U, Vader, en breng herstel en genezing.
In Jezus’  Naam.


- Amen -


Hoever je ook weg bent
bij Mijn aangezicht vandaan;
zoekende, dolende,
of in de diepste put,
er is geen enkele weg
waar Ik niet met jou mee
zal gaan.

Ik ben bij je op elke weg,
ook al zie jij Mij niet.
Ik ben op de hoogste berg,
Ik ben in het diepste dal,
en houd Mijn hand uitgestoken,
net zo lang tot jij
hem ziet.

Hoe kwetsbaar je ook bent,
wees niet bang voor Mij.
Ik zal je met Mijn liefde overladen;
Mijn zorg zal liefdevol en teder zijn.
Zie Mijn uitgestoken hand, grijp vast
en laat Mij jouw wonden genezen
door Mijn liefde te brengen
in alle verdriet en pijn.


©Rita Klapwijk

zondag 28 oktober 2012

Week 44 - Hulp

'Als de HEERE niet mijn Helper was geweest,
had mijn ziel bijna in de stilte gewoond.
Toen ik zei: Mijn voet wankelt,
ondersteunde Uw goedertierenheid mij, HEERE.'

HSV

'Heer, als U me niet te hulp gekomen was,
ik had mijzelf tot de doden moeten rekenen.
Steeds als ik dacht te bezwijken,
hield Uw liefde me staande.'

GNB

Psalm 94:17,18

Er zijn vele momenten in mijn (ons) leven geweest waarvan ik kan zeggen:
‘Heere, als U mij niet te hulp was gekomen, als U niet mijn Helper was geweest, dan …
Steeds als ik dacht te bezwijken, hield Uw liefde mij staande.’
Velen van ons zullen die momenten ook wel kennen van het gevoel hebben niet meer verder te kunnen, er aan onderdoor te gaan, of met de woorden van de Psalmist te spreken, te bezwijken.

Misschien ga jij nu wel door zo’n periode heen, waarin je het gevoel hebt niet meer verder te kunnen en sta je voor je gevoel aan de afgrond en je voelt je voet wankelen.
Eén keer zwikken en je stort die afgrond in …
Je weet wel dat God je Helper is en je weet wel dat Hij voor je zorgt en je kent de Bijbel wel en al die mooie bemoedigende teksten, maar je gevoel zegt je dat het bijna voorbij is en je het einde van je kunnen nadert.
Nog één dingetje en …

Of misschien lees je dit en ken je God helemaal niet.
Ben je hier ‘toevallig’ terecht gekomen omdat je iets zocht of …, en herken je jezelf in deze woorden en is er iets dat je ‘trekt’ om verder te lezen, omdat je zoiets hebt, van ‘ik heb toch niets meer te verliezen’.

Eén ding weet ik zeker, hoe je hier ook bent gekomen en om wat voor reden dan ook, niets gebeurd bij toeval.
God heeft jou hier gebracht om je te vertellen, het zij voor het eerst of voor de zoveelste keer, dat Hij jou ziet!
Jou, je situatie, je pijn, je verdriet, je moeiten, je zorgen, je ellende, ja, alles ziet Hij en Hij kent elk detail van jouw leven.
Niets is voor Hem verborgen.
En vandaag, nu, op dit moment wil Hij jou ontmoeten en jou vertellen dat Hij van je houdt, je wilt helpen en voor jou wilt zorgen.

O, wat wil God graag Degene voor jou zijn als Hij was voor de Psalmist!
Wat verlangt Hij daar naar!
Hij houdt immers zoveel van jou!

Je hoeft het niet te begrijpen hoe dat nu zou kunnen, het is gewoon zo.
Je hoeft er ook niets voor te doen, noch te laten.
Je kunt ook niets doen waardoor Hij meer van je gaat houden en er is ook niets dat je kunt doen, waardoor Hij minder van je gaat houden.
Hij houdt van jou en wil je Helper zijn.
Hij verlangt ernaar om vreugde en vrede te brengen in jouw leven.
Hoop en toekomst.

Voel je zachtjes die hand aan je kin, die hem zachtjes aanraakt?
Nee, het is geen dwingend gevoel, God dwingt niemand om Hem aan te kijken, maar gewoon heel zachtjes als een tinteling, een briesje wind wat langs je hals, je kin, strijkt.
Kijk omhoog, naar boven en niet meer naar de grond; daar is geen hulp.
Nee, kijk omhoog en zie Hem.
Hij zal Zich op de één of andere manier aan jou laten zien.
Een zonnestraal, een vlinder, een vogeltje, een duif.
Een belletje, een kaartje, een mailtje, deze woorden, de Bijbelverzen hierboven …
God is een God die ook door anderen en andere dingen Zich laat zien.
Zijn hulp komt soms op de vreemdste manieren en op een tijdstip dat je het niet, of niet meer, verwacht.
Maar Hij komt!

Het is echter aan jou de keus of je die toegestoken hand wil vastgrijpen of niet.
God zal je niet dwingen, al heeft Hij nog zoveel verdriet om een ieder die Zijn hand wegduwt in plaats van vastgrijpt.
Hoeveel pijn en verdriet het Hem ook doet, Hij zal je keuze respecteren en geduldig blijven wachten tot je het opgeeft met zelf te vechten en je Zijn hand vastgrijpt, zodat Hij je uit die kolkende woeste golven, die je dreigen te verdrinken, kan trekken.

Hij wil je schoonwassen met het bloed van Zijn Zoon, Jezus, Die voor al jouw zonden is gestorven en Hij wil je Zijn mantel van verlossing, van bevrijding, van gerechtigheid, aandoen.
Zijn Geest wil Hij je geven om in je te wonen, zodat je nooit en ook nooit meer alleen zult zijn, want Hij is altijd in je.
Zijn Geest zal je kracht zijn, je troost, je sterkte, je bijstand, je onderwijzer.
Zijn Geest zal je binnenste vullen met vrede, een vrede die alle verstand te boven gaat.
Een vrede die van God Zelf komt.
Een vrede, niet zoals de wereld hem kent, maar alleen zoals Jezus hem kan geven.

Nee, je problemen zullen niet in één keer weg zijn of opgelost, maar je zult er niet meer alleen doorheen hoeven te gaan en de lasten zul je niet meer alleen hoeven te dragen, want Hij zal je Helper zijn.
Zijn liefde zal je staande houden.
Ook al denk je dat je zult bezwijken, Hij zal je nooit meer te dragen geven dan je aankunt.
En met alle moeiten, zorgen, problemen, pijn en verdriet, zal Hij ook voor de uitkomst zorgen.

Het enige dat Hij van jou vraagt is geloof en vertrouwen.
Kom, Hij wacht.



 Lieve Vader in de hemel.
O, wat verlangt U ernaar dat wij met alles naar U toe komen.
Met al onze zorgen, onze beslommeringen, onze moeiten en pijnen, ons verdriet.
Ach, Heere, met alles.
Niets is voor U te min of te klein, want Uw liefde voor ons is zo oneindig groot, dat alles wat ons aangaat of ons betreft, U in het hart raakt.
Maar U respecteer ook onze keuze om het zelf te willen doen.
Het doet U oneindig veel verdriet, maar U respecteert het, en wacht …
Welk een liefde ligt er ook in dat wachten.
Hoe moeilijk moet dit ook voor U zijn, kunnen helpen, willen helpen, maar niet mogen helpen omdat de ander Uw hand wegduwt en het niet wilt.
O Vader, ik ken slechts een kleine fractie van die pijn en dat verdriet als ouder.
Maar bij U, het gaat zoveel dieper, is zoveel groter, omdat U de reikwijdte van alles kent, van wat wij onszelf aandoen en te kort doen.
Heere, Vader God, ik bid U voor een ieder die Uw hulp nodig heeft; of ze U nu kennen of niet.
Heere, allemaal zullen we op de juiste tijd hulp van U ontvangen als wij onze hulp zoeken bij U.
U laat niemand in de kou staan.
Uw liefdevolle Vaderhart wacht op een ieder die zich buigt en erkent dat hij/zij het zelf niet kan.
En de hemel zal juichen van vreugde bij elk mensenkind dat zich tot U keert.
En de lofgezangen zullen door de hemel klinken bij het getuigenis van hun mond, als zij gaan vertellen over de redding die U heeft gebracht.
Over de hulp, die U heeft geschonken.
Over de liefde van U, die hen staande hield.
O Vader, laat zo Uw liefde door deze woorden heen klinken en mensenharten raken en tot U trekken.
In Jezus' Naam.


- Amen -



 Als de grond onder je wegzakt
en je voeten wankelen.
Als je niet meer verder kunt;
en denkt, nu is alles voorbij.

Als de stilte je ziel bijna heeft omhuld
en diepe duisternis haar vergezeld.
Als het leven ondraaglijk wordt
en het einde nabij.

Weet dan,
er is er Eén Wiens liefde
jou staande kan houden
als jij denkt te bezwijken.
Geef je over aan Hem,
Op Zijn hulp kun je rekenen.
Zijn liefde en trouw
zullen niet van je wijken.

Gods rijke zegen en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 1 juli 2012

Week 27 - Wanhoop

Smaad heeft mijn hart gebroken en ik ben zeer zwak;
ik heb gewacht op medeleven, maar het is er niet,
op troosters, maar ik heb ze niet gevonden.
Ja, zij hebben mij gal als mijn voedsel gegeven,
in mijn dorst hebben zij mij zure wijn laten drinken.
HSV

Al die spot heeft mij gebroken, ik kan niet meer.
Ik hoopte op wat medeleven, maar tevergeefs,
op een woord van troost, maar ik kreeg er geen.
Ik had honger en zij gaven mij gif,
ik had dorst en ik kreeg azijn.
GNB

Psalm 69:21,22

Ieder huisje heeft zijn kruisje.
Iedereen kent deze uitdrukking vast wel en ik geloof ook zeker dat dit zo is.
Van de buitenkant kan het lijken alsof een ander geen moeilijkheden heeft of kent, en dat alles voor de wind gaat, maar als we een kijkje van dichtbij zouden kunnen nemen, dan denk ik dat we gigantisch zullen schrikken van wat er soms bij een ander speelt.
Niet iedereen laat het even makkelijk zien als er wat is.
Sommigen zijn meesters in het verbloemen van hun emoties.
Ze zijn vaak heel meelevend naar een ander toe, maar laten niets blijken, of vertellen niets van wat er bij hen zelf speelt of leeft.
Toch heeft ieder mens zijn eigen portie leed te dragen in dit leven.
Niemand van ons komt daaronder uit.
De één misschien wat meer dan de ander, maar toch…
Leed, verdriet, pijn, zorgen en moeiten, door de zondeval is dit onlosmakend verbonden met ons leven.

Maar niet elk leed drijft ons tot wanhoop.
Ik durf niet te beweren dat ieder mens het gevoel van wanhoop kent, de één zal eerder tot wanhoop gedreven zijn dan de ander, maar ik denk wel, dat, als we om ons heen kijken en zien/horen wat er allemaal gebeurt en speelt, dat  we ons in ieder geval wel ons kunnen voorstellen dat  mensen tot wanhoop gedreven worden.

Maar misschien weet je zelf wel als geen ander wat wanhoop is.
Ken je het gevoel van geen uitkomst meer zien.
Misschien ben je nu, op dit moment wel wanhopig door alles wat er nu gebeurt in je leven en zie je geen uitkomst meer.
Misschien ben je al langer wanhopig en heeft de wanhoop je in zijn greep genomen en ga je gebukt onder zijn wurgende greep.
Dan wil ik je graag meenemen naar Gods woord en ik bid dat je open zult staan voor d genezing die daar te vinden is.

Wanhoop.
Ja, God laat dingen toe in ons leven die ons tot wanhoop kunnen drijven, die ons wanhopig maken, die ons in zijn wurgende greep neemt.
Ook koning David ontkwam er niet aan.
De twee teksten die ter overdenking zijn gegeven komen uit  Psalm 69  en als je die Psalm in zijn geheel leest, dan voel je, dan proef je, de wanhoop van David.
Hij zegt het ook zelf:
 ‘Verlos mij, o God, want het water is tot aan mijn ziel gekomen’. (HSV)
(Een andere vertaling gebruikt de voor ons bekende uitdrukking: ‘Red mij, God, want het water staat mij aan de lippen.’)
Vers 3: ‘Ik ben gezonken in bodemloze modder, waarin men niet kan staan; ik ben gekomen in de waterdiepten en de vloed overspoelt mij.’
Welk een wanhoop klinkt niet door in deze woorden.
In de volgende verzen gaat hij verder en stort hij zijn hele hart uit bij God.
Alles wat hij voelt, ervaart, hoe de dingen bij hem binnenkomen, alles legt hij bloot voor God.
Niets houdt hij achter, ook niet zijn eigen zonden en dwaasheden die hij heeft begaan.
Hij stort echt zijn hele hart uit bij God.
In de bovenstaande tekst zegt hij ook tegen God, hoe hij op medeleven gewacht heeft en het niet kreeg, eerder het tegenovergestelde.
Wanhoop heeft zich van hem meester gemaakt, maar hij kiest ervoor om er mee naar God toe te gaan.

Wat ons ook tot wanhoop drijft, of het nu de omstandigheden zijn of mensen, de beste weg om er niet in om te komen of te verdrinken, is door ermee naar God toe te gaan.
Dit laat David ons ook duidelijk zien.

Wat ik altijd zo bijzonder vind aan David, is dat hij altijd uitkomt bij God de eer geven, Hem te  loven en te prijzen, te roemen om wie Hij is.
Vaak is er nog niets aan de situatie veranderd, maar David gelooft met zijn hele hart dat God ingrijpt en hem recht zal doen.’
Hij vertrouwt op Gods barmhartigheid, Zijn liefde, Zijn rechtvaardigheid.
En op basis daarvan, op basis van dit geloof, dit kennen van zijn Heer en God, looft hij Hem, eert hij Hem, dankt hij Hem.
Ook in deze Psalm vinden we dat terug.

Vers 30: ‘Ik echter ben ellendig en lijd pijn; laat Uw heil, o God, mij in een veilige vesting zetten’ en er achteraan in vers 31: ‘Ik zal Gods Naam loven met gezang en Hem met dankzegging groot maken.
Het zal Hem aangenamer zijn dan een offer (vs. 33)
God hoort de armen, de nooddruftigen (SV), Hij veracht zijn gevangenen niet.(vs.34)
Dit is iets wat je steeds weer tegenkomt bij David.
(En veel woorden van David zijn ook verwijzingen weer naar de Here Jezus, naar Zijn lijden en sterven, naar dat Hij ons in alles gelijk geworden is.)

‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?
Ik schreeuw om hulp. maar U bent zo ver weg.
Dag en nacht roep ik, maar U, mijn God antwoordt niet,
voor mij heeft U geen aandacht.
U bent toch …

… Heer, U hebt mij geantwoord!’
Psalm 22:2,3,22b

Genees mij, want ik ben volkomen gebroken,
gebroken ben ik naar lichaam en ziel.
Hoelang nog, Heer,
hoelang moet ik nog wachten?
ik ben moe van het vele zuchten,
elke nacht is mijn bed nat van tranen,
mijn kussen doorweekt …

… Want de Heer hoort mij als ik huil,
 de Heer luistert als ik smeek,
de Heer wijst mij niet af.
Psalm 6: 3b,4,7,9b,10

Mijn God, luister naar mijn smeken,
verberg U niet voor mij.

Sla acht op mijn woorden,
antwoord mij!
Nergens vind ik meer rust,
het is niet meer te dragen …

… God, de Heer, roep ik te hulp,
Hij biedt uitkomst.
Ik zal niet ophouden te klagen,
ik zal niet ophouden te kreunen,
van de ochtend tot de avond,
de Heer zal naar mij luisteren.
Psalm 55:2,3,17,18

Zomaar even drie gedeelten uit de Psalmen waarin de wanhoop doorklinkt, maar ook steeds opnieuw het rotsvaste vertrouwen in God.
Wat geweldig dat God deze woorden in de Bijbel heeft opgenomen.
Zo weten we dat niets Hem vreemd is en dat we werkelijk met alles bij Hem mogen komen.
We hoeven niet bang te zijn dat God ons vervelend vind of een stel zeurkousen.
Kijk maar eens naar wat David schrijft: ‘Ik zal niet ophouden met klagen, kreunen …, de Heer zal naar mij luisteren.’

Graag wil ik je bemoedigen met woorden uit de Psalmen.
Gods woord, en vooral de Psalmen, zijn een Bron van Hoop en Bemoediging.
We mogen de woorden van de Psalmisten gebruiken om onze nood, onze wanhoop naar God uit te spreken, maar ook om tegelijkertijd opgebeurd en bemoedigd te worden door het geloof en vertrouwen van de schrijvers.
Zelf heb ik de Psalmen vaak gebruikt in mijn momenten van wanhoop.
Ik heb ze uitgeschreven en hardop voorgelezen, ze uitgesproken om mijn wanhopige ziel tot rust te brengen.
Om de gedachten, die mij anders in de greep van wanhoop zouden houden, op God te richten, op wie Hij is, op Zijn beloften.
Geloof me, er verandert werkelijk iets als we dit gaan doen.
Niemand kan, in de hoop op wat God kan doen,  Zijn woord hardop uitspreken zonder dat er iets gebeurt.
We kunnen het lezen, het overdenken, maar er gebeurt echt pas iets als we er wat mee doen.
Er zit kracht in Zijn woord!

Maar, Heer, U bent voor mij als een schild,
U bent mijn eer,
om U houd ik het hoofd opgericht.
Wanneer ik de Heer om hulp roep,
antwoord Hij mij vanaf Zijn heilige berg.
Ik ben gaan slapen en ik ben weer ontwaakt;
de Heer heeft mij onder Zijn hoede.

In de morgen al hoort U mij roepen,
in de morgen al leg ik alles aan U voor
en wacht op Uw antwoord.
Heer, wie U zijn toegedaan, kunnen op U rekenen;
wie bij U hun toevlucht zoeken,
laat U niet in de steek.

Wie zich door de Heer laten leiden,
zich naar Hem richt:
Mocht hij eens vallen,
de Heer grijpt hem bij de hand.

God is onze toevlucht,
Hij geeft ons kracht;
in de grootste nood
heeft Hij ons geholpen.

De Heer zal mij Zijn liefde geven, elke dag,
Zijn lied zal ik horen, elke nacht,
een gebed tot de God
die mij in leven houdt.
Ik zal tegen Hem zeggen:
‘U bent mijn toevlucht.’

De Almachtige Heer is aan onze zijde,
onze burcht is de God van Jakob!

Ik zal zingen over Uw kracht,
juichen over Uw liefde, mijn God,
vanaf de vroege morgen.
Want U bent een burcht voor mij,
een toevlucht in nood.
Ik zal zingen voor U,
want U geeft mij kracht.
God, U bent mijn burcht,
de God die van mij houdt.

Ps. 3:4-6; Ps.5:4; Ps. 9:11; Ps. Ps. 37:23,24; Ps. 46:2: Ps. 42;9,10a; Ps. 46:8; Ps. 59:17,18           

Bij U, de Allerhoogste, zoek ik mijn bescherming,
in de nabijheid van U, de Almachtige, wil ik verblijven,
want dan kan ik zeggen:
"U, Here bent mijn schuilplaats,
bij U ben ik veilig en geborgen,
op U kan ik vertrouwen,"
U, Heere, bedekt mij met Uw vleugels,
onder Uw hoede ben ik veilig.
Uw trouw is als een beschermend schild rondom mij.
Ja, Heere, bij U zoek ik mijn bescherming,
in Uw nabijheid wil ik zijn.

Ps. 91:1,2,4,9




Lieve Vader in de hemel.
Ik wil  U danken, danken voor Uw liefde, voor Uw trouw.
Voor uw goedheid, Uw bewogenheid.
Ik wil u danken dat ik, net als David, het in al mijn moeiten en zorgen, in al mijn wanhoop, tot U mag uitroepen en dat U mij dan hoort en antwoordt.
Als ik uw woord lees, Vader, dan ben ik zo blij en dankbaar om de vele herkenning die ik erin vind.
Daardoor mag ik weten dat niets U vreemd is en niets raar of te min of te onbelangrijk.
Heer, David laat ons zien, en ook de andere Psalmisten, dat we met alles bij U mogen komen en dat U het fijn vindt als we U alles zeggen; U deelgenoot maken van alles wat er in ons leven gebeurt.
U verlangt ernaar dat we U in elk onderdeel van ons leven betrekken.
Onze pijn en verdriet, is Uw pijn en verdriet.
Leer ons, Vader, om zo ook als we wanhopig zijn, U te zoeken en op Uw woord te vertrouwen.
Als de wanhoop in ons leven toeslaat, dan wordt het zo donker in ons leven.
Daarom bid ik U, Vader, dat toch een sprankje van U licht ergens doorheen zal komen, zodat wij niet zullen vergeten om U ook te zoeken in onze diepe wanhoop.
Want U bent het antwoord in elke situatie van ons leven.
Met U kunnen wij alles aan.
Hoe moeilijk alles ook is, zelfs al vallen wij, Uw woord zegt ons dat U er altijd bent en dat U ons weer opricht als wij vallen.
Daarmee, lieve Vader, kan het leven of de dingen van het leven ons soms wanhopig maken, tot wanhoop drijven, maar behoeven wij er niet in te blijven.
U kunt en wilt ons genezen van de pijn en verwoesting van de wanhoop.
Dank U, Vader, voor Uw liefde en Uw trouw.
Ik prijs en eer Uw grote Naam.

- Amen –




Laat Uw licht schijnen, Heer,
in de wanhoop
die het leven mij soms brengt.

Laat Uw licht schijnen,
en dan met mijn wanhoop
worden vermengd.

Laat Uw licht schijnen, Heer,
zodat de wanhoop oplost
in het schijnsel van Uw licht.

Laat zo Uw licht schijnen,
en in mijn hart
verrijst een lofgedicht.

U, en U alleen, bent waardig,
te ontvangen alle lof en alle eer.
U, en U alleen, bent waardig;
ik prijs en aanbid U, mijn koning en Heer.

©Rita Klapwijk