Posts tonen met het label Jezus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jezus. Alle posts tonen

zondag 15 september 2013

Week 38 - Hulp zoeken

'Maar Jezus antwoordde en zei tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.'
HSV

'Toen gaf Jezus dit antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke wel.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardige mensen tot een nieuw leven te roepen, maar zondaars.’
GNB

Lucas 5:31,32

Ik weet niet hoe jij er over denkt, maar mijn ervaring (en zelfkennis) doen mij constateren dat wij mensen vaak vreselijk eigenwijs zijn en daarnaast vaak ook behoorlijk trots en hoogmoedig.
Allemaal ingrediënten die ons ervan kunnen weerhouden om hulp te zoeken als we die eigenlijk nodig hebben.
Want laten we eerlijk zijn, we zijn toch doorgaans alleen bereid tot het vragen om hulp als we (bijna) stuklopen of niet meer verder kunnen?
Hoe lang gaan we vaak niet door met zelf proberen voordat we naar iemand toegaan en de ander om hulp vragen?
In dat opzicht zijn we vaak net als kleine kinderen: Ikke zelluf doen!
En als we er dan echt niet uitkomen, of het bijna fout loopt, dan …
Maar als het gaat om onze eeuwigheid, om ons leven na dit leven, dan is er niets, maar dan ook niets dat wij zelf kunnen doen om dit te bewerken.
Dan komt alles aan op ‘Genade’.

Jezus spreekt bovenaanstaande woorden op een groot feestmaal dat Levi, een tollenaar, ter ere van Jezus hield. (Lucas 5:27-32)
Levi had gehoor gegeven aan Jezus roep: ‘Kom en volg Mij’, en hij had terstond alles achter zich galaten en was met Jezus meegegaan.
Nu gaf hij een feest ter ere van Jezus en op dat feest had hij heel wat mensen, waaronder andere tollenaars, uitgenodigd.
De Farizeeërs en Schriftgeleerden die dit zagen, staken hun afkeuring niet onder stoelen of banken, maar riepen als het ware de discipelen ter verantwoording: ‘Waarom eten en drinken jullie met  tollenaars en zondaars?’
Met andere woorden: ‘Hoe kunnen jullie; hoe durven jullie.’
Maar het is Jezus (Hij hoorde het dus duidelijk ook) die antwoord gaf : ‘Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.’

Jezus had een bijzondere manier van spreken.
Op de vraag van de Farizeeërs en Schriftgeleerden geeft Hij niet een hele uiteenzetting van waarom Hij gekomen is, maar vergelijkt simpelweg de zondaar met iemand die ziek is en een dokter nodig heeft en dat Hij daarom was gekomen.
O, Jezus kent Zijn pappenheimers zo goed.
Hij doorziet de vrome praatjes, de trots en hoogmoed van de Farizeeërs en Schriftgeleerden, en geeft daarom een antwoord, waarvan wij misschien zouden zeggen dat het een steek onder water is, maar wat zij totaal niet doorhadden, vervuld als zij waren van hun eigendunk.
‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te brengen, maar zondaars.’

Door hun trots en hoogmoed, hun eigenwaan, hadden ze niet eens door hoe het er werkelijk met hen voor stond.
Zij herkenden Jezus daardoor ook niet als de Zoon van God, de Messias, de Beloofde en lang verwachte.
Ze kenden de Schrift, maar ze kenden slechts de letter en waren blind voor de vervulling ervan.

We zijn nu ruim tweeduizend jaar verder en in wezen is er niet veel veranderd.
Ja, wij kennen de boodschap, we weten waarom Hij kwam en voor wie.
We weten dat Hij Zijn leven gaf om het onze te redden, maar nog steeds zijn er vele mensen blind en doof voor deze boodschap.
Dat was toen, dat is nu en dat zal altijd zo zijn.
Maar dit zal altijd de keuze van de mens zelf zijn, want Jezus wijst geen enkel mens af, die met berouw tot Hem komt.

Ja, Zijn woorden waren vol venijn en grimmig over de Farizeeërs en Schriftgeleerden, - adderengebroed noemde Hij hen.
Hij wees hun trotse en arrogante, op uiterlijk vertoon gerichte houding af, maar nooit hen die nederig waren en vol berouw, die in Hem geloofden, Hem wilden volgen.

‘En zo trok Jezus rond door alle steden en dorpen.
Hij onderwees de mensen in hun synagogen, verkondigde hun het grote nieuws over het koninkrijk en genas hen van alle ziekten en kwalen.
Bij het zien van de menigte was Hij zeer met hen begaan, want ze waren als schapen zonder herder, opgejaagd en verzwakt.’
In andere vertalingen staat: ‘… was/werd Hij met innerlijke ontferming over hen bewogen.’ ( Mattheüs 9:36)

Jezus hart was, en is nog steeds, vol innerlijke ontferming bewogen.
Alles om ons heen verandert, niets blijft hetzelfde, maar Zijn woord is, en blijft, waarheid en eeuwig.
Hij is dezelfde, gisteren, heden en tot in alle eeuwigheid!


Lieve Heer Jezus, nog steeds is Uw hart bewogen voor ons mensen en nog steeds is er daarom tijd om tot U te komen met een berouwvol hart, want wie tot U komt met een hart vol berouw, een hart dat beseft U nodig te hebben, neemt U vol innerlijke ontferming aan.
Niemand die zo komt stuurt U weg, maar wordt in liefde ontvangen en aangenomen.
Uw liefde, Uw vergeving, Uw genade is zo groot, zo groot …
Maar we leven in een wereld, Heer Jezus, waar men U steeds minder denkt nodig te hebben.
Een wereld, waarin wat U voor ons heeft gedaan, naar de achtergrond verdwijnt, ja, zelfs bestempeld wordt als ‘alleen een leuk verhaaltje’ en waar vele mensen niet eens meer weten waarom ze vrij zijn als het Pasen is.
We leven in een wereld waarin alles draait om zelfrecht, zelfbeschikking.
Een wereld waarin U meer en meer verdreven wordt uit scholen, politiek, …; ja, zelfs uit kerken.
Vergeef ons, Uw kinderen, Heer Jezus, dat wij dit soms gewoon laten gebeuren en ik bid U voor onze wereld, voor de mensheid, voor ons land, ons volk, voor Uw volk, dat U ogen opent.
We kunnen niet zonder U, Heer, Jezus, we gaan verloren zonder U.
Open ogen, open harten, breng tot inkeer voor het te laat is en spoor ons Uw kinderen aan om te vertellen van U.
De oogst is groot, zegt U in Uw woord, maar de arbeiders weinig; doe ons onze verantwoordelijkheid beseffen en opnemen waar we kunnen.
In Jezus’ Naam bid ik U dit, Vader, in Jezus’ Naam smeek ik U dit.

- Amen - 


Niemand die tot U komt, Heer Jezus,
met een hart vol berouw
zal door U worden afgewezen.
Niemand die komt
om vergeving te ontvangen
wordt door U doorverwezen.
Niemand die komt
met een oprecht, zoekend hart,
wordt aan een ander toegewezen.

Wie zo tot U komt, Heer Jezus,
wordt met vreugde ontvangen
en in liefde aangenomen.
Zonden worden vergeven,
en Uw liefdevolle genade
zal een ieder doorstromen.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 21 juli 2013

Week 30 - Misleiding

'Integendeel, wij hebben de schandelijke, verborgen praktijken verworpen; wij wandelen niet in bedrog en vervalsen ook niet het Woord van God, maar door het openbaar maken van de waarheid bevelen wij onszelf aan bij elk menselijk geweten, in de tegenwoordigheid van God.'
HSV

'Van daden die het daglicht niet kunnen zien en waarvoor we ons moeten schamen, hebben we ons altijd ver gehouden.
Wij gaan niet sluw te werk en vervalsen de boodschap van God niet.
Nee, door de waarheid openlijk te verkondigen bevelen we voor het oog van God ons aan bij het geweten van ieder mens.'
GNB

2 Korinthiërs 4:2


Met misleiding als thema draait het allemaal om waarheid of leugen.
Misleiding wilt zeggen, een opzettelijke en geslaagde poging iemand een onjuiste indruk te geven, en iets gemeens en oneerlijks.
Misleiding houdt ook in: leugen, bedrog, vervalsing, bedriegerij.

Tegenwoordig lezen en horen we regelmatig hoe mensen om de tuin geleid worden met allerlei mooie of zielige verhalen, aan de deur, via de computer of telefoon, en voor ze het door hebben zijn ze soms heel wat geld armer.
Of men denkt de prins van hun dromen gevonden te hebben via een datingsite, maar als het op een ontmoeting aankomt, is de persoon totaal anders dan de foto liet zien.
Of die prachtige auto op marktplaats, of via een advertentie …
Ach, we kennen denk ik allemaal wel verhalen over misleiding; zijn ze niet uit eigen ervaring, dan wel waar we over gehoord of gelezen hebben.
Naast verdriet, zal boosheid dan vaak de boventoon voeren en we nemen ons voor dat ons dit niet nog eens zal gebeuren.
En als het in je naaste omgeving gebeurt, of met iemand die je dierbaar is, dan neem je je voor om heel goed op te letten zodat het jou niet overkomt.
Dit soort dingen maakt een mens waakzaam, of moet ik zeggen wantrouwig?

In ons leven als kind(eren) van God is misleiding ook eigenlijk orde van de dag.
Satan doet er alles aan om Gods kinderen te misleiden en ze zo tot zonde te brengen.
Vanaf het allereerste begin is dit al zo; denk maar aan Adam en Eva en verder zien we het de hele Bijbel door gebeuren.
Helaas is er in dat opzicht tot de dag van vandaag niets veranderd.
Hij deed het toen, hij doet het nu en hij zal het blijven doen tot dat de Here Jezus terugkomt en voorgoed een einde maakt aan zijn praktijken.

De Bijbel zegt over hem:

‘Hij(satan) is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij heeft nooit aan de kant van de waarheid gestaan, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij leugentaal spreekt, spreekt hij zoals hij is, want hij is een aartsleugenaar, hij is de vader van de leugen.’
(Johannes 8:44)

Satan is een meester in misleiding.
Laten we nog eens terug kijken naar wat misleiding eigenlijk betekent.
Misleiding wil zeggen: een opzettelijke en geslaagde poging iemand een onjuiste indruk te geven.
En dat is precies ook wat hij keer op keer doet.
Hij deed bij Adam en Eva:

‘God heeft zeker gezegd dat jullie van geen enkele boom in de tuin de vruchten mogen eten?
Sterven? Je zult helemaal niet sterven!
Integendeel, God weet dat jullie de ogen open zullen gaan zodra je ervan eet. Dan zul je aan hem gelijk zijn en inzicht hebben in goed en kwaad.’
(Genesis 3:1-5)

Maar hij probeerde het ook bij Jezus:
‘Als U de Zoon van God bent, zeg dan dat deze stenen veranderen in brood.
Als U de Zoon van God bent, stort U dan naar beneden! Want er staat geschreven: God zal U zijn engelen sturen en zij zullen U op hun handen dragen, U zult Uw voeten aan geen steen stoten.
Ten slotte bracht de duivel Hem op een heel hoge berg en liet hij Hem alle koninkrijken op de wereld zien met al hun pracht.
En hij zei: ‘Dit alles zal ik U geven, als U voor mij neerknielt en mij aanbidt.’
(Mattheüs 4:1-11)

Dat satan een meester is in misleiden, blijkt wel uit de manier waarop hij het doet, of probeert te doen.
Heel geniepig, heel gemeen.
Als hij naar Eva (en Adam) was toegegaan en gezegd had van, joh, je moet van die boom eten, want dan …, dan denk ik niet dat zij zo gauw gegeten had(den) van die boom.
Dan zouden ze waarschijnlijk gereageerd hebben met, nee, echt niet, want God heeft gezegd …
Maar de satan was(is) heel slim en gebruikte de woorden van God, maar verdraaide ze net een beetje.
Precies zo, dat Eva met hem in gesprek ging en daarmee gaf ze de satan precies de ruimte en de mogelijkheid om haar een rad voor de ogen te draaien en om de tuin te leiden, met alle gevolgen van dien.

Later zien we dat hij het ook probeert bij de Here Jezus.
Maar hoe anders is Zijn reactie.
Hij geeft de satan geen ruimte, geen mogelijkheid.
Hij gaat niet met hem in gesprek, maar kapt hem direct af.
Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: …’

Satan kent Gods woord als de beste en gebruikt, misschien kan ik beter zeggen, misbruikt, het om ons te misleiden.
Juist doordat hij het zo goed kent, kan hij het net zo brengen dat het lijkt alsof het de waarheid is, maar ondertussen is alles in tegenspraak met Gods woord.

Hieraan kunnen we zien hoe ontzettend belangrijk het is dat wij, als kinderen van God de Bijbel kennen.
Dat we hem lezen, er over nadenken, God om wijsheid en inzicht vragen om te begrijpen wat er staat, wat Hij bedoelt.
Hoe hard hebben we de Heilige Geest niet nodig om de gemene streken van de satan te onderkennen en te doorzien.

Er is eigenlijk niet veel veranderd met de tijd van toen en de tijd van nu.
Nog steeds is satan druk bezig met het misleiden van de mens en hij gebruikt daarvoor alles wat nodig en beschikbaar is.
Zo ook voorgangers/dominees.
Sommigen onder hen beschouwen de Bijbel, Gods woord, niet meer als de volle waarheid; sommigen onder hen geloven zelfs niet (meer) in Jezus als onze Redder en Verlosser, en zij worden zo door satan gebruikt om vele mensen te misleiden en bij de waarheid weg te halen.
Want als de dominee het zegt, of de voorganger, nou dan zal het toch wel …
Maar de Bijbel waarschuwt ons voor deze mensen.
2 Johannes 7 - ‘Want er zijn veel misleiders in de wereld gekomen, die niet belijden dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Dat is de misleider en de antichrist.’

De Here Jezus spoort ons aan om goed op te letten dat niemand ons misleidt. (Mattheüs 24:4)
En Johannes zegt ons in 1 Johannes 4:1 om niet alles maar te geloven, maar om te onderzoeken of wat gezegd wordt wel van God is.

Als we satans werk, zijn misleidingen, willen opmerken, dan zullen we Gods woord goed moeten kennen, want het is in het licht van Zijn woord, dat de leugens van de satan bloot komen te liggen.
Want Gods woord is waarheid. (Johannes 17:17)

Als de tijd voor Jezus bijna is aangebroken dat Hij verraden zal worden, bidt Hij voor Zijn leerlingen, maar ook voor ons.
Voor hen (vers 9,10) die God aan Hem heeft toevertrouwd, maar ook voor hen (vers 20) die door hun woord in Mij zullen geloven.
Hij bidt: ‘Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.’

Staan wij daar voor open?


Lieve Heer Jezus.
Dank U wel voor Uw gebed voor mij.
Dank U wel, dat U, met de dood voor ogen nog oog had voor mij.
U wist/weet, wat ons allemaal te wachten stond en staat.
U kent de satan; U weet, meer dan wie dan ook, hoe hij zal proberen ons te misleiden.
U weet hoe wij daarvoor Uw waarheid nodig zullen hebben om dat te kunnen onderkennen.
En zo bad U voor ons terwijl U de dood in de ogen keek.
Hoe groot is Uw liefde voor ons!
Hoe groot …
Hoe groot …
Ja, heilig mij door Uw waarheid, Heer Jezus, ja, heilig mij, door Uw waarheid!
Doe mij Uw woord kennen, doe mij Uw woord begrijpen, doe mij Uw woord vasthouden.
Uw woord is immers waarheid.
U bent de waarheid.
Ja, heilig mij door Uw waarheid, opdat ik de leugens van de satan zal herkennen en bewaard zal blijven voor zijn misleidingen.
In Uw Naam bid ik dit, Heer Jezus.

- Amen -


Satan is de grote misleider,
de vader van de leugen,
een moordenaar vanaf het begin.

Hij is uit op onze ondergang,
ons het leven zuur te maken,
of te leven voor eigen gewin.

Jezus spoort ons aan:
‘Wees waakzaam,
laat niemand je
misleiden.
Ik ben de waarheid;
gebruik Mijn woord
om te strijden.’

Laat je leiden door Zijn woord.
Lees het, overdenk, drink het in,
het is je sterkte, maakt blij.

Het helpt je onderscheiden.
Leugens komen aan het licht,
Gods waarheid maakt vrij!


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 7 juli 2013

Week 28 - Leven in(en) overvloed

'De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en verloren te laten gaan; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben.'
HSV

'Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.'
NBV

Johannes 10:10

Met het woord overvloed denken we al gauw aan overdaad, rijkdom, weelde; in ieder geval aan meer dan voldoende hebben.
Een leven in overvloed zal dan ook al gauw gezien worden als een leven waarin het je aan niets ontbreek, er is meer dan genoeg van alles wat je nodig hebt; misschien kun je zelfs wel zeggen, meer dan iemand nodig heeft of ooit op kan maken of gebruiken.
En als we het dan hebben over een leven in overvloed naar wereldse begrippen, dan zien we waarschijnlijk miljonairs voor ons, of in ieder geval mensen die daar met hun beurs dichtbij komen.
Mensen die wonen in prachtige grote villa’s met een zwembad erbij en vele slaapkamers en badkamers, kasten met kleding en schoenen die lijken op complete winkels.
Enz. enz.
Toch geloof ik niet dat dit is wat de Here Jezus hier bedoeld.

Er zijn twee mannen die maar in mijn gedachten blijven komen sinds ik bezig ben met dit stukje; Paulus en Silas.

‘Omstreeks middernacht waren Paulus en Silas aan het bidden en ook zongen zij, tot eer van God. De andere gevangenen luisterden toe.’
(Handelingen 16:25)

Het is misschien niet de meest logische gedachtegang, van een leven in overvloed naar Paulus en Silas in de kerker.
Bij beiden waren de kleren van het lijf gerukt en vervolgens werden zij beiden, na een aantal stokslagen in de gevangenis gegooid.
En daar, rond middernacht, waren ze aan het bidden en zingen tot eer van God.

‘Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben.
Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.’

Paulus en Silas bevinden zich niet in een prachtige villa met grote slaapkamers en badkamers.
Hun kleding was hen zelfs van het lijf gerukt en hun ruggen waren bont en blauw en helemaal kapot, en hun voeten zaten vast in blokken.
Hoezo ‘leven en overvloed’?

En toch, …

Te midden van hun pijn en moeilijke situatie bidden zij, zingen zij.
Er is dus iets met hen, in hen, dat hen boven hun omstandigheden uittilt.
Er is iets dat zij hebben, waardoor zij vrij zijn terwijl hun voeten vast zitten in een blok en zij zich bevinden in een donkere kerker.
In dit moment ligt voor mij de diepte en de werkelijke betekenis van een leven en overvloed dat de Here Jezus is komen brengen.
Want hoewel hun voeten vastzaten in blokken, was hun ziel vrij om Gods aangezicht te zoeken en Hem te aanbidden.
Hoewel de diepe duisternis van de nacht en de kerker hen omringde, scheen het Licht van Jezus in hun leven en verlichtte hun hart.
Hoewel hun ruggen kapot waren van de stokslagen, was hun hart, hun leven, hun ziel, genezen.
Al zouden ze dit met de dood moeten bekopen, ze waren niet bang, want ze wisten dat ze eeuwig leven hun deel zou zijn.

De vrede die elk menselijk verstand te boven gaat, was in hun hart.
Volheid van vrede.
Ze leefden vanuit de zekerheid dat hun leven veilig was in Gods hand en niets en niemand ze daaruit kon roven.
De vreugde om wat Jezus voor hen had gedaan, dreef hen voort en deed hen zingen en getuigen in de donkere nacht.
Volheid van vreugde.
Gods trouw voerde de boventoon; Zijn liefde was hun kracht.
Leven en overvloed was voor hen leven in Zijn nabijheid, in Zijn Licht.
Jezus was alles wat zij nodig hadden.
Jezus in je hart hebben, betekent overvloed hebben, betekent een leven in overvloed, in volheid.
In Jezus, door Jezus, hadden zij alles wat ze nodig hadden.

Jezus, die de Goede Herder is.
De deur waardoor de schapen de stal binnen kunnen komen.
Degene die voor de schapen zorgt dat het hen aan niets ontbreekt.
Degene die kwam om leven te geven, eeuwig leven.
Degene, waardoor wij kunnen groeien en bloeien ongeacht onze omstandigheden, omdat we door Hem geliefd en aanvaard zijn.
In Hem, en door Hem, komen we tot onze bestemming, namelijk een leven tot eer van Hem die ons geschapen heeft.

De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.
Hij doet mij neerliggen in grazige weiden,
Hij leidt mij zachtjes naar stille wateren.
Hij verkwikt mijn ziel,
Hij leidt mij in het spoor van de gerechtigheid,
omwille van Zijn Naam.
Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood,
ik zou geen kwaad vrezen,
want U bent met mij;
Uw stok en Uw staf,
die vertroosten mij.
U maakt voor mij de tafel gereed
voor de ogen van mijn tegenstanders;
U zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.
Ja, goedheid en goedertierenheid zullen mij volgen
al de dagen van mijn leven.
Ik zal in het huis van de HEERE blijven
tot in lengte van dagen.

Jezus is de enige toegang tot de Vader; de enige weg tot ons behoud.
Hij is niet een herder, maar de Goede Herder, die Zijn leven heeft gegeven voor Zijn schapen.
Hij kwam om ons leven te geven, leven in overvloed …
 …mij ontbreekt niets.
… mijn beker vloeit over.

Al ga ik door een dal vol schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij …
… Omstreeks middernacht waren Paulus en Silas aan het bidden en ook zongen zij, tot eer van God.

Leven en overvloed, leven in al zijn volheid, is een leven waarin Hij de leiding heeft; waarin Jezus het centrum is.
Jezus is het Leven!
En hoe zouden wij deze Herder niet kunnen vertrouwen?
Hij gaf Zijn leven zodat wij kunnen leven.
Als Zijn schapen kunnen wij ons vol vertrouwen door Hem laten leiden, want Hij
zorgt ervoor dat het ons aan niets ontbreekt.



Lieve Heer Jezus, dank U wel, dat U gekomen bent.
Dank U wel, dat U de Goede Herder bent.
Dank U wel, dat U Uw leven hebt gegeven voor mij, voor ons.
Dank U wel, dat ik daardoor leven heb ontvangen, een leven in overvloed, of zoals een andere vertaling zegt, in al zijn volheid.
O Heer Jezus, zonder U is mijn leven doelloos en leeg.
Al bezit ik alles wat er op aarde te vinden is, maar als ik U niet heb in mijn hart, dan zou mijn leven nog steeds leeg en doelloos zijn, zou ik nog steeds het gevoel hebben dat er iets ontbreekt, dat ik nog niet alles heb.
U, Heer, Jezus, en U alleen, bent het die mijn leven compleet maakt.
U bent het, die mij Het Leven geeft.
Door U, en in U, kan ik groeien en bloeien en leren leven tot eer en glorie van God de Vader.
In alle ontspannenheid, want U zorgt voor mij, U leidt mij; het zal mij aan niets ontbreken.
Dank U, Heer Jezus, dank U Vader.
Ik prijs Uw Naam.


- Amen -


Leven en overvloed,
leven in al zijn volheid.
Leven dat Jezus kent
en in zich heeft.

Volheid van vrede,
volheid van vreugde.
Volheid van liefde;
alleen Jezus geeft.

Groeien, bloeien,
tot eer en glorie van Hem.
Geliefd en aanvaard;
met Hem verkleeft.

Leven en overvloed,
leven in al zijn volheid.
Leven dat Jezus kent
en in zich heeft.


Gods rijke zegen 
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 30 juni 2013

Week 27 - Afhankelijkheid

'Deze dingen hebben wel een schijnreden van wijsheid, door eigenwillige godsdienst en nederigheid, en verachting van het lichaam, maar ze zijn zonder enige waarde en dienen tot verzadiging van het vlees.'
HSV

'Dat alles heeft wel de schijn van wijsheid met zijn zelfbedachte religie, zijn nederige houding en lichaamskastijding, maar in feite is het van geen enkele waarde en streelt het alleen maar zelfzuchtige neigingen.'
GNB

Kolossenzen 2:23


Na een aardige tijd te hebben zitten worstelen met het onderwerp, de gegeven Bijbeltekst en hetgeen er op het kalendertje staat, realiseer ik me dat het woord ‘afhankelijkheid’ waarschijnlijk helemaal niet zo’n populair woord is.
Misschien kan ik zelfs wel zeggen dat het helemaal geen populair woord is.

Afhankelijkheid, afhankelijk zijn, is in de tijd waarin we leven eigenlijk ondenkbaar als je ook maar enigszins een eigen keuze hebt.
Natuurlijk hebben we niet altijd een keuze.
Er kunnen dingen gebeuren of spelen vanaf de geboorte waardoor we, in meer of mindere mate, ‘gedwongen’ afhankelijk zijn van anderen.
Maar dan nog zien we in deze maatschappij dat alles er op gericht is om, waar mogelijk is, zo min mogelijk afhankelijk te zijn van anderen.
Zelfredzaamheid en zelfstandigheid is een heel belangrijk goed in onze samenleving en  waar iedereen recht op heeft.
Soms lijkt het zelfs wel alsof je door afhankelijkheid, afhankelijk zijn van anderen, minder waard bent.

Als ik ga kijken naar de definitie en de synoniemen van afhankelijk/afhankelijkheid, dan klinkt dat ook inderdaad niet als iets waar je erg vrolijk van wordt.
Definitie: situatie dat je hulp van anderen nodig hebt; het steun of hulpbehoevend zijn van anderen.
Synoniemen o.a.: onzelfstandig, onvrijheid, knechtschap, ondergeschikt, hulpbehoevend, onderworpen.
Nou, laten we eerlijk zijn, niemand wil toch graag ondergeschikt, hulpbehoevend of onderworpen zijn.

Dit alles maakt het voor sommigen dan ook heel moeilijk om te geloven en het verlossende werk van de Here Jezus aan te nemen.
Als het namelijk gaat om het herstel van de relatie tussen God en ons mensen, om redding van ons leven, om vergeving van onze zonden, om het verkrijgen van het eeuwige leven, om verlossing, bevrijding, genezing, vrede …, dan zijn we volledig en totaal afhankelijk van Jezus Christus, Gods eigen Zoon.
Er is namelijk niets dat wij kunnen doen, of laten, dat onze redding/verlossing bewerkt.
Er is niets dat wij kunnen doen, of laten, waardoor onze relatie met God wordt herstelt.
We zijn daarin totaal afhankelijk van de Here Jezus, van Zijn genadegeschenk, van Zijn verlossingswerk, van wat Hij heeft gedaan voor ons.

Menig ongelovige denkt dat hij vrij is en dat gelovigen gebonden zijn.
En misschien is dat ook wel de boodschap die we vaak (ongemerkt) uitstralen.
Je moet Bijbel lezen, je moet naar de kerk op zondag, je moet bidden, je mag dit niet, je mag dat niet …
En hoewel dit natuurlijk niet de boodschap is die door iedereen wordt uitgedragen is het wel de boodschap die het langst blijft hangen.

De gedachten van velen zullen hierbij uitgaan naar de ‘zware’ kerk; hun leven staat immers redelijk bol van alle ge- en verboden.
En dat is ook wel zo, maar toen ik de Evangelische kringen binnenkwam, ontdekte ik langzaam aan, dat zij op sommige fronten net zo wettisch waren als waar zij de ‘zware’ kerken van beschuldigden; alleen op heel andere gebieden.
En veelal hadden/hebben ze het niet eens door.
Ik ervoer het soms alsof ik ontsnapt was aan het ene wettische gebeuren en het volgende er voor in de plaats was gekomen.
Inmiddels heb ik daar redelijk mijn weg in gevonden, maar soms blijft het lastig.

Op de een of andere manier lijkt het dus bijna in de mens te zitten om iets te moeten doen.
Ook zomaar iets aannemen van iemand zonder iets terug te doen, is schijnbaar heel erg moeilijk.
Geef iemand iets cadeau, doe iets voor iemand, … en hij/zij voelt zich vaak verplicht om op de één of andere manier iets terug te doen.
Soms lijkt dat ook zo het geval te zijn in ons geloof.
We ontvangen van de Here Jezus verlossing en we leggen onszelf vervolgens vaak nog weer allerlei dingen op wat wij dan weer voor Hem ‘moeten’ doen.
En negen van de tien keer zijn het door ons mensen zelf verzonnen dingen.

Dit lijkt ook het geval te zijn in Kolosse, want Paulus waarschuwt deze gemeente voor misleidende ideeën van mensen (vers 8) en hij zegt verderop:
‘Trek u dus niets aan van kritiek als het gaat om eten en drinken, het vieren van feestdagen, Nieuwe Maan of sabbat. (vers 16)

Blijkbaar houden de Kolossenzen er anders dan andere gebruiken op na wat betreft eetgewoonten of godsdienstige gebruiken.
Paulus zegt hen echter dat ze zich niets aan moeten trekken van wat mensen daarover zeggen, maar dat ze zich in alles moeten richten op de Here Jezus.

Dingen kunnen soms heel vroom en godsdienstig lijken; we kunnen onder de indruk raken van de discipline die sommige mensen hebben, maar dit wil nog niet zeggen dat iedereen het precies zo moet doen.
Het gaat niet om de middelen, het gaat om het doel en het doel is de Here Jezus.
Het gaat er niet om wat mensen zeggen, het gaat om wat Jezus zegt.
Of zoals op het kalendertje staat: Gods woord gaat niet over onze wil, maar over die van Hem.

Door onze zondige natuur zijn we niet in staat om vanuit onszelf te leven zoals Hij het van ons vraagt.
We kunnen onszelf van alles aanleren en/of een enorme discipline opleggen, regeltjes en zo gebruiken, de vraag is dan echter: wie volgen we dan nog, en wie eren we daarmee?
Zoals we afhankelijk zijn van de Here Jesus voor onze redding, zo zijn we ook van Hem afhankelijk als het gaat om te leven zoals Hij.

Als ik nog eens naar de definitie en de synoniemen kijk van het woord afhankelijkheid, en dit plaats in het licht van afhankelijk zijn van Jezus, van God, dan krijgt dit woord een heel andere betekenis.
Daar waar afhankelijkheid in deze wereld vaak een teken van zwakte is, is het in het geloof juist andersom.
Hoe meer wij afhankelijk zijn van God, hoe meer Hij juist met Zijn kracht door ons heen kan werken.
Jezus deed niets zonder toestemming van Zijn Vader.
Hij deed niets wat Hij Zijn Vader niet had zien doen.
Hij zegt zelfs: Ik kan van Mijzelf niets doen. (Johannes 6:30)
Hij leefde in volle afhankelijkheid van Zijn Vader.
Het was juist daardoor dat Hij was Die Hij was en kon doen wat Hij moest doen.
Als wij ook willen worden, willen zijn, die Hij ons bestemd heeft te zijn, dan zullen wij moeten leren leven in afhankelijkheid van Hem.

Afhankelijk zijn van God, is beseffen dat je hulpbehoevend bent, dat je het zonder Zijn hulp op geen enkel front, zelf kan.
Beseffen dat je de Here Jezus nodig hebt, Zijn lijden en sterven, Zijn opstanding, Zijn teruggaan naar de Vader, de door Hem beloofde Heilige Geest.
Afhankelijk zijn van God, is ook gehoorzaam zijn, Zijn wil zoeken boven die van jezelf.
Afhankelijk zijn van God, is sterven aan onszelf, Hij moet wassen, ik moet minder worden.
Afhankelijk zijn van God, is ook vrij zijn, geborgen zijn, vrede hebben, een koningskind zijn.
Vrij, want we hoeven het zelf niet meer te doen.
Geborgen, want Hij zorgt voor ons.
Vrede, want we rusten in Hem.
Koningskind, want we zijn kinderen van de Allerhoogste.

Afhankelijk zijn van God, van Jezus, van de Heilige Geest in ons, is geen teken zwakte, maar is juist onze kracht.
Want de kracht die vrijkwam toen Jezus opstond uit de dood, is onze kracht.
Zijn kracht wordt ten volle openbaar in onze zwakheid.


Lieve Vader in de hemel.
Wij mensen willen zo graag onafhankelijk zijn, dat we U zelfs vaak aan de kant duwen en als kleine kinderen klinken: ‘Ikke zelluf doen.’
Het ergste is, Vader, dat we ons er vaak ook nog niet eens van bewust zijn, totdat we stuklopen en moeten erkennen, we hebben het weer uit eigen kracht proberen te doen.
Vergeef ons, Vader, vergeef ons dat we vaak wel weten wat we moeten doen, maar het toch niet doen.
Ook hierin, Lieve Vader, zijn we ook afhankelijk van U, dat U ons helpt en leert.
Dank U wel, voor Uw geduld met ons.
Dank U voor Uw liefde voor ons.
Dank u voor Uw vergeving, iedere keer weer.
Help ons, Vader, om te leren leven in (volkomen) afhankelijkheid van U.
Niet mijn wil, maar Uw wil.
Niet wat mensen zeggen, maar wat U zegt.
Niet wat fijn en aangenaam is, maar wat goed is.
In Jezus’  Naam.

- Amen -


Ik heb een heerlijk vooruitzicht,
een wonderschone toekomst is wat mij wacht.
En in het leven hier op aarde,
ben ik sterk en vol van kracht.

Als ik moe ben,
word ik opgebeurd;
als ik geen kracht meer heb,
word ik weer sterk gemaakt.
Als ik niet weet waar ik heen moet gaan,
wordt mij de weg gewezen
en heel de weg die ik dan ga,
wordt over mij gewaakt.

Als ik verdrietig ben,
word ik liefdevol getroost.
Als ik niet meer verder kan,
opgetild en gedragen.
En als ik het allemaal niet meer weet,
het donker is om mij heen,
zelf geen uitkomst zie,
mag ik alles vragen.

Als ik bang ben,
is er een veilige plek.
En als ik wanhopig ben,
een toevluchtsoord.
Als stormen komen in mijn leven,
mijn schreeuw om hulp klinkt,
wordt elke schreeuw
gehoord.

De wereld noemt het zwakte,
ziet het als gebondenheid.
Misschien zelfs als blamage,
ondergeschikt en onzelfstandigheid.

Maar ik weet mij geborgen
in Zijn sterke hand.
Afhankelijk zijn van Hem
is juist mijn kracht en sterkte,
want Hij brengt mij veilig thuis
in mijn hemels Vaderland.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 23 juni 2013

Week 26 - Berouw

'Ik, Ik ben het Die uw overtredingen uitdelgt omwille van Mijzelf,
en aan uw zonden denk Ik niet.'
HSV

'Ik ben je niets verplicht, maar dan ook niets.
Het is pure goedheid dat Ik je opstandigheid vergeef,
niet terugkom op je zonden.'
GNB

Jesaja 43:25


Drie dingen komen in mijn gedachten, namelijk een woord van David: ‘Ik ken mijn overtredingen; mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.’ (Psalm 51:5), een filmpje van Carman genaamd ‘The courtroom’ en een tekst uit Micha (Micha 7:19b) waar staat: ‘…, ja, U zult al hun zonden werpen in de diepten van de zee.’

De eerste tekst is verbonden met de titel/thema, het filmpje en de tekst uit Micha met de tekst en wat er op het kalendertje staat.

Wat er op het kalendertje staat komt op het volgende neer: Als wij dicht bij God wandelen, zullen de inspanningen van de aanklager te vergeefs zijn, want God zal Zich onze zonden niet herinneren tegen de tijd dat de boze in de hemel komt met zijn aanklachten tegen ons.

Berouw

‘Ik ken mijn overtredingen; mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.’
Ik heb hier al weleens vaker over geschreven, het is een tekst die mij diep raakt; die mij wijst op het belang van belijden en berouw hebben.
Deze Psalm heeft David geschreven nadat de Profeet Nathan hem gewezen had op zijn overspel met Bathseba en zijn aandeel in de dood van Uria. (2 Samuël 11)

Deze Psalm wordt ook wel een boetpsalm genoemd.
Een Psalm waarin David zijn schuld erkent, belijdt en smeekt om vergeving.
David heeft niet alleen maar spijt van wat hij heeft gedaan.
Het is bij hem geen kwestie van: ‘sorry, Heer, ik heb iets gedaan wat niet mocht, maar wilt U mij vergeven,’ maar er is er sprake van diep en oprecht berouw over zijn zonde.

Hoewel spijt en berouw ook naar elkaar verwijzen als je kijkt naar wat ze betekenen, toch is er weldegelijk een verschil het ergens spijt van hebben en berouw hebben.
Spijt is het gevoel hebben dat je iets niet had moeten doen; het jammer vinden omdat je iets verkeerd hebt gedaan.
Berouw is naast (erge) spijt over iets dat je verkeerd hebt gedaan ook boetvaardigheid, inkeer, bekering, hartknaging.
En deze woorden, deze betekenissen, vind je niet terug bij spijt.
Mijns inziens gaat berouw dieper dan spijt; ben je met berouw altijd bewust van de diepte van je zonde, terwijl spijt meerdere kanten op kan.
We zeggen soms zo makkelijk ‘het spijt me’, maar spijt het ons dan werkelijk?
Hebben we dan ook spijt in de zin van berouw over wat we verkeerd hebben gedaan?

Als ik iemand vergeten ben om een mailtje te sturen terwijl ik het belooft had, dan zeg ik ‘sorry, het spijt me; vergeef me’, maar doorgaans houdt het daar bij op.
Tenzij het heel belangrijk was en het misschien de ander schade berokkent heeft of emotioneel heel erg raakt, dan kan het zijn dat het diep in mijn hart gaat knagen en mijn spijt verandert in berouw.
Dan is er ook geen ‘sorry, het spijt me’ meer naar die ander toe, maar vanuit een diepe pijn vanuit mijn hart, in alle ootmoed en nederigheid, bekennen; ik ben fout geweest, dit had niet mogen gebeuren. Ik zie wat het je doet, gedaan heeft, en het doet mij pijn en verdriet. Ik zal er alles aan doen zodat het niet weer gebeurt.

Het is vanuit deze hartsgesteldheid dat David naar God toegaat en deze woorden spreekt.
Ik ken mijn overtredingen; o, hij besefte zo goed wat hij had gedaan.
Mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen; hij kon aan niets anders meer denken dan aan wat hij verkeerd had gedaan en alleen als God hem zou vergeven, zou hij weer verder kunnen.
David besefte dat wat hij had gedaan scheiding had gebracht tussen hem en God en hij kon niet meer verder voordat God hem zijn zonde zou vergeven.
Het is geen goedkoop ‘het spijt me, God’, maar een berouw vanuit het diepst van zijn hart.
Hij wist dat hij verkeerd was geweest.
Hij wist wat hij verkeerd had gedaan.
Hij kon het bij name noemen; ook al was het pas nadat de profeet Nathan hem erop gewezen had.
Hij accepteerde Gods straf.

Hieraan kunnen we ook zien dat God soms andere mensen gebruikt om ons op onze zonde te wijzen.
Diep in ons hart kunnen we weten dat iets niet goed is, maar ons er tegelijk voor afsluiten.
God kan dan door andere heen ons terechtwijzen.
Dit omdat Hij weet dat het ons anders steeds verder van Hem verwijdert en dat wil Hij niet.
Hij houdt zo onnoemelijk veel van ons, dat Hij van Zijn kant er alles aan gedaan heeft, en doet, om de relatie tussen Hem en ons in orde te houden.
Maar Hij verlangt ook van ons dat wij doen wat Hij van ons vraagt.

David betaalde een hoge prijs voor zijn overspel met Bathseba.
Het zoontje dat geboren werd uit dit samenzijn, stierf.
Maar ook voor de rest van zijn leven had dit overspel met Bathseba gevolgen.
Je kunt het nalezen in (2 Samuël 12)

Het zijn deze woorden van David die mij tot nadenken hebben gestemd over hoe het ervoor staat met mijzelf.
Hoe zit het met mij, met mijn berouw, of voel ik alleen maar spijt over mijn zonde?
Knaagt mijn hart over mijn zonde?
Brengt mijn zonde mij tot inkeer, tot bekering van?

Soms kan mij dit dwars zitten, ervaar ik eigenlijk helemaal geen berouw over de zonden die ik doe.
Ja, als ik echt iets specifieks weet, dan komt dat echte diepe berouw om de hoek, maar gewoon zo, na een gewone dag, zonder opzienbarende gebeurtenissen, dan belijd ik aan Hem dat ik gezondigd heb, maar dat ik soms eigenlijk niet eens weet welke zonden ik heb gedaan.
Ik belijd, omdat ik weet dat ik zonden ontvangen en geboren ben.
En dan ben ik zo blij met weer andere woorden van David uit Psalm 19:13, ook die heb ik vaker genoemd: ‘Zuiver mij van mijn verborgen zonden, want iedereen maakt fouten  zonder het te weten.’

Ik weet, de Here Jezus is voor mijn (onze) zonden gestorven aan het kruis op Golgotha.
Ik ben gekocht en betaald met Zijn bloed.
Ik ben vergeven en mijn toegang tot de troon van genade is vrij.
De aanklager kan naar God toe gaan en alles wat ik verkeerd heb gedaan aan God voorhouden, maar het Bloed van de Here Jezus heeft mij gereinigd, en reinigt mij, van alle zonden en de aanklager zal tandenknarsend afdruipen, omdat God mijn zonden niet meer ziet als ik ze beleden heb.
Want als ik gezondigd heb, zal ik mijn zonde ook moeten belijden, anders zal het tussen God en mij blijven staan.
Ik kan geen overspel plegen, of stelen of een moord begaan, en verder leven omdat ik vergeven ben met dat ik Hem heb aangenomen als mijn Heer en Heiland.
Ik kan niet roddelen, verkeerde bladen lezen, computerspelletjes/-pagina’s bekijken zonder dat het scheiding brengt tussen Hem en mij.
Alleen belijden en berouw zullen vergeving geven.

Al met al doen deze woorden van David mij beseffen hoe belangrijk berouw hebben over zonde voor God is en het doet mij mijzelf uitstrekken naar een echt berouwvol hart.
Naar een verlangen dat God mij mijn zonde voor ogen geeft en een oprecht berouw, meer dan een ‘het spijt me, Heer, ik heb het weer verkeerd gedaan’.

Welk een vreugde komt er dan ook, want het is door het offer van Zijn Zoon, onze Here Jezus Christus, dat er vergeving is.
(Zie bijv. Mattheüs 26 en volgende hoofdstukken)

En het is niet zomaar een vergeving, niet een ‘ik vergeef je’ en het komt later als er weer iets verkeerd gaat, terug om opnieuw voor je voeten geworpen te worden.
Het is niet zomaar een vergeving, omdat de ander een bepaalde verplichting naar je heeft.
Het is niet zomaar een vergeving, het is VERGEVING!
Een niet meer denken aan!
Weggedaan in de diepten van de zee! (Micha 7:19b)
Vergeten!
Het is Vergeving uit Genade!
Onverdiend!
Om Zijnentwil!
Pure goedheid!
Pure liefde!
Pure Genade!

Welk een vreugde komt er dan ook, want het is het grootste en mooiste geschenk dat iemand ooit kan geven.
Niets heeft meer waarde, niets is kostbaarder, dan Zijn geschenk van genade aan ons.

Welk een vreugde komt er dan ook, want Hij is onze zonde vergeten.
Ja, echt helemaal vergeten.
Nooit zal Hij meer terugkomen op zonden die zijn beleden en waar Hij vergeving over heeft gegeven.
Nooit meer.
Wij mensen hebben nogal eens de neiging om te ‘vergeven’, maar als er dan weer iets gebeurt het met dezelfde vaart weer iemand voor de voeten te gooien,
Ja, maar toen …
Maar God niet!
Hij vergeeft en vergeet.
Corrie ten Boom zei altijd bij de tekst uit Micha; Hij zet er een bordje bij: ‘Verboden te vissen’.

En zo komt het, dat als wij dicht bij God wandelen, de inspanningen van de aanklager te vergeefs zullen zijn, want God zal Zich onze zonden niet herinneren tegen de tijd dat de boze in de hemel komt met zijn aanklachten tegen ons.
Want dicht bij God wandelen, dicht bij Hem leven, maakt ons bewust van onze zonden en doet ons onze zonden belijden.
En Gods woord zegt dan: ‘Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.’
1 Johannes 1:9


Lieve Vader in de hemel, wat een prachtig woord om het stukje mee te mogen besluiten.
Dank U wel, voor Uw liefde en genade, voor Uw goedheid en Uw trouw.
Mijn woorden schieten te kort, Vader, als ik U wil danken, loven en prijzen om wie U bent en om alles wat U heeft gedaan en doet.
Het is zo onbegrijpelijk.
Zo onvoorstelbaar.
Zo …
Lieve Vader, dank U wel, voor wie U bent; dat U bent die U bent.
Help mij, Vader, om te leren leven naar Uw wil, naar Uw geboden; vanuit mijzelf kan ik het niet.
Help mij ook, als de boze mij steeds opnieuw reeds vergeven zonden voorhoudt.
Laat mij opstaan en hem wijzen op Uw woord waarin U Zelf zegt dat als U vergeeft, U er ook niet meer aan denkt.
Dat U mijn zonden wegdoet in de diepten van de zee.
Hij heeft geen poot om op te staan; laten we ons daar toch van bewust zijn, bewust worden en gaan leven vanuit Uw kracht in ons, vanuit Uw woord.
Dank U, Vader, ik prijs Uw heilige Naam.
Ik loof U, want U bent waardig om mijn lof en aanbidding te ontvangen.
Niet alleen door mijn woorden, maar ook door mijn leven.
Ik wil dicht bij U wandelen, dicht bij U leven.
Help mij daarbij, Vader.
In Jezus’ Naam.

- Amen -


Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Pure goedheid, liefde en genade,
giet Hij uit over mij.
Welk een lessen mag ik leren
met het luisteren naar Zijn stem.
Welk een veilige plek is het gaan
met Hem dagelijks aan mijn zij.

Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Hoe heerlijk is het te mogen weten:
al mijn zonden zijn vergeven.
Welk een liefde en genade
klinkt er door in Zijn stem,
als Hij spreekt en tot mij zegt:
‘Ik ben bij je elke dag van je leven.’

Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Hoe heerlijk is het te wandelen
met Hem aan mijn zij.
Welk een rust en vrede ligt er
in het luisteren naar Zijn stem.
Welk een kracht in het weten:
op al mijn wegen leidt Hij mij!


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 26 mei 2013

Week 22 - Kinderen van God

Lieve kinderen, u bent uit God en u hebt hen overwonnen, want Hij Die in u is, is groter dan hij die in de wereld is.
HSV

Maar u, mijn kinderen, behoort God toe en u hebt de valse profeten overwonnen. Want hij die in u leeft, is machtiger dan hij die de wereld bezielt.
GNB

1 Johannes 4:4


Het is alweer even geleden dat ik een afbeelding (was een bestaande afbeelding van Internet) bewerkte en maakte tot een bemoediging voor mijzelf.
Het was in een zeer moeilijke en zware periode binnen ons gezin dat het me allemaal  teveel dreigde te worden.
De strijd was zo zwaar en er leken wel achtenveertig uur in één dag te zitten in plaats van maar vierentwintig.
Mijn eigen kracht dreigde te bezwijken, en ook Gods kracht leek soms ver te zoeken.
En toen kwam ineens dit woord op mijn pad.
‘Want Hij die in mij leeft, is machtiger dan hij die de wereld bezielt.’

Ik koos met opzet voor de vertaling uit de GNB, want het woordje ‘bezielt’ gaf voor mij precies weer, zoals het was (en ook is).
… dan die de wereld bezielt …
De Naardense Bijbel zegt het zo: … dan hij die in de wereld huist …
Misschien vind je me een kniesoor om zo op een woordje te letten, maar het verschil dat ik proef tussen … dan die in de wereld is … en dan die de wereld bezielt/… dan die in de wereld huist, is voor mij zo groot en zo veelzeggend.
Wil je eens met mij meegaan de diepte van deze woordjes in en vervolgens alles leggen naast het ‘Hij die in mij is, in mij leef, is machtiger, is groter’?
Je zult zien dat de betekenis van deze tekst daardoor nog veel groter en meer zeggend wordt.

Voor mijzelf houdt het zinnetje  … dan die in de wereld is … in, dat hij ergens en overal is, rondzwerft, zich niet bevindt op een specifieke plek of plaats.
Er ligt iets in dit zinnetje dat het in mijn ogen ruim maakt.
En daarmee lijkt ook zijn kracht, zijn macht; minder, minder heftig, minder ingrijpend, waardoor ook de kracht van Hem die in ons is ook minder sterk naar voren komt.

Het woordje bezielt komt van het werkwoord bezielen, wat meerdere betekenissen heeft.
Enkele betekenissen zijn: begeesteren, leven geven aan, aanvuren, animeren, drijven, inspireren, verrukken.
Misschien denk je nu dat een aantal daarvan wel geschrapt kunnen worden omdat ze in dit verband niet van toepassing zijn, maar niets is minder waar.
Als je namelijk weer kijkt naar de betekenissen van elk van deze woorden en die invult in de tekst, dan kunnen we zien dat de boze een geduchte tegenstander is.

Nee, ik wil niemand bang maken, noch hem, de boze, in de spotlight zetten, maar in een oorlog – en we leven als christenen immers in oorlog met de boze en zijn trawanten  - is het belangrijk je vijand goed te kennen, zodat je hem, zijn kracht/zijn macht, niet onderschat en weet hoe je tegen hem moet vechten om hem te kunnen verslaan.

Laten we de woorden maar eens in deze regels invullen:
… dan hij die de wereld begeestert; die de wereld tot hartstocht brengt …
… dan hij die aan de wereld leven geeft …
… dan hij die de wereld aanvuurt; aanwakkert, aandrijft, aanblaast …
… dan hij die de wereld animeert; opmontert, opvrolijkt …
… dan hij die de wereld drijft; voortduwt, runt …
… dan hij die de wereld inspireert; ingeeft, inblaast, …
… dan hij die de wereld verrukt; betovert, in vervoering brengt …

Dit is wat de boze doet.
Hij is niet zomaar alleen in de wereld, maar hij heerst in de wereld en hij doet alles wat in zijn vermogen ligt om de mensen bij God vandaan te houden of te krijgen.
Geen enkel middel schuwt hij daarvoor.
De Bijbel zegt niet voor niets dat hij de vader van de leugen is, een mensenmoordenaar vanaf het begin. (Joh. 8:44)
Waar hij de kans krijgt, betovert hij mensen door ze van alles voor te spiegelen en voor te houden en brengt ze in vervoering van geld, macht, aanzien, schoonheid, …
Hij duwt ze voort, brengt ze tot hartstocht en verleidt ze tot zonde.
Hij blaast de wereld, de mensheid, waar hij maar kan zijn adem in, adem vol leugen en bedrog, een adem die leidt tot de dood.

De boze bezielt de wereld, hij huist in de wereld.
De wereld is zijn woning.
De wereld is zijn thuis.
En hij weet dat het bijna zover is dat hij zijn ‘thuis’ kwijtraakt, waardoor hij alles in het werk stelt om Degene die hem straks zijn ‘thuis’ voorgoed afpakt en hem voor eeuwig verbant naar de afgrond, nog zoveel mogelijk dwars te zitten en wat Hem zo lief en dierbaar is daarin mee te sleuren.
‘Ik geen thuis meer, dan jij ook niet’ lijkt zijn motto te zijn.
Hoor hoe hij briest van woede.
Hoor hem snuiven.
Open je ogen en zie hoe hij erop uit is om zoveel mogelijk mensen te verslinden.
Wees waakzaam!
Maar besef boven alles, dat Hij Die in ons is, machtiger is, groter is, overwonnen heeft!
Ja, Hij Die in ons is, Die in ons woont, is machtiger, is groter, dan hij die de wereld bezielt!

Als je met het lezen van het voorgaande iets geproefd heb van de macht en kracht die de boze in deze wereld heeft, dan is het mijn gebed, dat je daardoor juist nog meer zult gaan beseffen hoe groot dan wel niet de macht is van Hem die in ons is/leeft.
Soms lukt het de boze om ons zicht op wie God is zo te vertroebelen, dat we als krachtloze en hulpeloze wezens voortploeteren tot dat God opnieuw onze ogen opent.
Wat is het belangrijk om te weten wie God is en wie wij zijn in Hem en welke kracht in ons is.
De tekst die ter inspiratie erbij gegeven is, zegt: ‘Hij die in ons is, is machtiger, is groter, dan …’.
We zijn dus geen krachteloze, hulpeloze, mensen, hoe graag de boze ons dit ook wil doen laten geloven, want dat werkt per slot van rekening in zijn voordeel.
Hij die in ons is, is machtiger, is groter …

God heeft door Jezus alles geschapen, zowel in de hemel als op de aarde, alles wat zichtbaar is, maar ook alles wat onzichtbaar is, zoals tronen en heerschappijen, overheden en machten.
Alles is door Hem en voor Hem geschapen.
Alles heeft God gemaakt voor Zijn doel.

De hemel getuigt van Zijn wonderen en de engelen roemen Zijn trouw.
Niemand is aan Hem gelijk.
Hij wordt gevreesd door engelen en roept ontzag op bij iedereen die rondom Hem is.
Niemand is zo sterk als de God de Heer, de Almachtige.
Hij heerst over de onstuimige zee, de hoogste golven brengt Hij tot bedaren.
De hemel en aarde zijn van Hem, de gehele wereld met al haar bewoners.
Onwrikbaar zette Hij haar vast. 

En deze grote en Almachtige God kent ons, doorgrond ons.
Hij weet wat we denken, wat we willen zeggen, wat we willen gaan doen.
Hij is voor ons, achter ons, ja, rondom ons.
Er is geen plaats waar we naar toe kunnen gaan waar Hij ons niet zou zien.
De dag is als de nacht voor Hem, en het duister als de dag.
Nog verborgen in de moederschoot, nog voor wij enige vorm hadden, had Hij ons al gezien, werden onze dagen opgeschreven nog voor we er ook maar één hadden geleefd.
Hij heeft zelfs al onze haren geteld. 

Wat Hij zegt is waar en betrouwbaar; zuiver en een bron van vreugde.
Hij is liefdevol en genadig, geduldig, trouw en waarheid.
Hij biedt bescherming; is een schuilplaats, een toevluchtoord, een bevrijder.
Hij is onze hulp; Hij waakt over ons.
Op wonderlijke wijze grijpt Hij soms in.

En uit liefde voor ons zond Hij Zijn Zoon om ons te redden, te verlossen.
Hij leed en stierf voor onze zonden, maar God wekte Hem op uit de dood op de derde dag.

Hij is het begin en het einde; de Alfa en de Omega.

Hij, de HEER, is onze God, de GOD der goden, de HEERE der heren; groot, machtig, ontzagwekkend. (Deuteronomium 10:17 – In sommige vertalingen vers 16)

O, ik zou nog veel meer kunnen schrijven over hoe groot en indrukwekkend God is, over Zijn macht, Zijn majesteit, Zijn liefde, Zijn genade, Zijn …
De Bijbel staat vol van Zijn grootheid, van Zijn macht.
Hoe groot en machtig de boze zich soms ook voordoet, naast onze God is hij niets anders dan een pluisje in het heelal.
Er is niets dat hij kan doen zonder dat God hem daartoe toestemming geeft.
Denk maar eens aan het verhaal van Job.
En deze grote God heeft in ons, Zijn kinderen, woning gemaakt door Zijn Geest in onze harten uit te storten.
Zijn Geest van kracht, van liefde en van bezonnenheid. (2 Tim. 1:7)

Paulus spreekt in Efeze 1 vers 19, 20 over de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht die voor ons gelovigen is; dezelfde kracht die Jezus opwekte uit de dood.

Ja, de boze kan het ons soms heel moeilijk en lastig maken, maar wij zijn degenen die bepalen of we opgeven of niet.
Wij zijn geliefde kinderen van God en God laat niet los wat Hem toebehoort.
Onze namen zijn in Zijn handpalm gegraveerd.
Zijn liefde voor ons is niet afhankelijk van gevoelens of een slechte dag.
Laten wij ons dan uitstrekken naar meer standvastigheid in ons leven.
Laten we vertrouwen op Hem, op Zijn woord, en gebruik maken van de kracht die in ons is.
Hij heeft het niet voor niets aan ons gegeven!

Moge de God van onze Heer Jezus Christus,
de Vader der heerlijkheid,
u geven de Geest van wijsheid en openbaring,
tot kennis van Hem.
Moge Hij verlichten de ogen van uw hart,
zodat ge zult weten welke de hoop is waartoe Hij roept,
wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfdeel onder de heiligen
en wat de allesovertreffende grootheid is van Zijn macht aan ons die geloven.
Met dezelfde werking van de sterkte van Zijn macht heeft Hij gewerkt in de
Christus toen Hij Hem opwekte uit de doden en deed zetelen aan Zijn rechterhand
in de hemelse regionen, ...

Efeze 1:17-20
NB

1 Kolossenzen 1:16; Spreuken 16:4; Psalm 89:6-12; Psalm 139:1-16; Mattheüs 10:30; Psalm 19:8-10; Exodus 34:6; Psalm 91; Psalm 121; Psalm 114; Johannes 3:16; Mattheüs 26-28; Openbaring 1:8


Lieve Vader in de hemel.
Vergeef ons, dat het de boze soms toch lukt om ons angst aan te jagen door ons het leven zuur te maken.
Vergeef ons, dat we ons soms nog zo in de luren laten leggen door hem met al zijn leugens, waardoor we vergeten wie we zijn in U en dat Uw kracht in ons is.
U bent zoveel maal groter en machtiger dan hij; wat zeg ik, hij kan niet eens wat doen tenzij hij het van U mag.
Al zijn ‘wonderen en tekenen’ zijn niets meer dan kopieën van Uw werk.
Hij briest en snuift; help ons om daar niet op te letten, maar te zien op wie U bent en op Uw opstandingskracht in ons.
U hebt ons Uw Geest van kracht gegeven, laten wij hem niet te begraven onder van alles en nog wat.
Open onze ogen.
Verlicht ons verstand.
Doe ons zien.
En leer ons leven.
Vanuit Uw kracht.

In Jezus’ Naam.
 
- Amen -


Hij die in de wereld is,
briest, schreeuwt en gaat te keer.
En soms legt hij ons het vuur aan de schenen,
in de hoop dat iemand zich tegen God keert.

Maar opent U toch onze ogen, Heer,
en verlicht ons verstand.
Doe ons steeds beseffen:
we zijn veilig in Uw hand.

In Uw  Naam en door Uw kracht
strijden wij de te strijden strijd.
Want U bent groter en machtiger;
U bent het die ons bevrijdt.

Laten we ons hoofd omhoog houden
en strijden met koninklijke waardigheid.
Want op onze schouders ligt Zijn kleed,
het kleed van rechtvaardigheid.

Gods rijke zegen 
en een liefdevolle groet,
Rita


Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, heeft u geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister.
God zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen.
Hem komt de macht toe, voor eeuwig.

- Amen -

1 Petrus 5:10,11


zondag 21 april 2013

Week 17 - Afwijzing

… wij worden vervolgd, maar niet verlaten; neergeworpen, maar niet te gronde gericht.
Wij dragen altijd het sterven van de Heere Jezus in het lichaam mee, opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam openbaar wordt.
HSV

… we worden vervolgd, maar niet aan ons lot overgelaten; we worden neergeslagen, maar komen niet om.
Altijd dragen we het sterven van Jezus in ons lichaam mee, om ook het leven van Jezus in ons lichaam zichtbaar te laten worden.
GNB

2 Korinthiërs 4:9,10

Toen ik afgelopen zondag het blaadje van de kalender omsloeg naar de volgende en het woord afwijzing zag, gingen er heel wat gedachten en emoties door mij heen.
Er is zoveel gebeurd.
Zowel persoonlijk, als aan onze kinderen.
Rauwe, diepe wonden -zichtbaar en verborgen- nog altijd aanwezig.
Diepe sporen van pijn en verdriet.
Achtergebleven littekens.
En kwetsbaar, o zo kwetsbaar …

Jarenlange afwijzing doet wat met een mens, met zijn zelfbeeld, zijn karakter, wie en hoe hij is, was …
Zo ingrijpend, zo pijnlijk en kwetsend, zo vernederend, zo vernietigend …
Ja, in God, in Christus is er herstel, genezing en aanvaarding te vinden, maar daar gaat vaak een lange weg aan vooraf.
Ja, Bijbelteksten bidden, zoals er op het kalendertje staat, kan je veel kracht geven, maar …
Ja, er is een maar, want soms kun je dat gewoonweg niet.
Ben je zo kapot gemaakt dat het enige dat je nog uitbrengen kunt is een heel zacht ‘help’ naar boven, of zelfs ieder woord van je mond is verstomd.
Soms is de vernietigende werking van afwijzing zo groot en zo sterk, dat je niet meer verder kunt, niet meer verder wilt.

Afwijzing.
Als we ons echt bewust zouden zijn van wat allemaal onder afwijzing valt, en wat de gevolgen daarvan (kunnen) zijn en soms gewoon simpelweg de gevolgen zijn, dan vraag ik me af of we nog zo makkelijk onbedacht dingen zouden zeggen of doen.
Ook hier steek ik mijn hand in eigen boezem, want met hoeveel afwijzing ik persoonlijk ook te maken heb gehad, en hoe ik er ook op probeer te letten, zonder me er soms op zo’n moment van bewust te zijn heb ik al iets gezegd of gedaan, wat in wezen de ander afwijst.

Een aantal jaar geleden heb ik voor een studieochtend met onze kleine vrouwengroep de toespraak van Margreet van Straalen over afwijzing - 'Van afwijzing naar aanvaarding' -  volledig uitgetypt.
Praktisch woordelijk.
Het was een hele klus, maar het werkte voor mij tegelijk heel genezend.
Deze toespraak staat ook op mijn oude ‘Into Your Hands’-site, maar gezien de enorme impact en vernietigende werking die afwijzing kan hebben, plaats ik deze toespraak, die ik met toestemming van Margreet op mijn site mocht plaatsen, ook op deze site.

Deze toespraak heet: ‘Van afwijzing naar aanvaarding’ en is nog steeds te verkrijgen bij Nehemia Ministries.
Zowel op CD als ook direct te downloaden op (of is het via?) MP3.

In deze toespraak gaat Margreet uitgebreid in op de vele aspecten die met afwijzing te maken hebben.
De toespraak duurt een klein uurtje, dus je begrijpt dat het ook een heleboel tekst is.
Maar als je leven vastloopt, of je dreigt vast te lopen, door de gevolgen van afwijzing, stel je zelf dan eens de vraag: ‘Wat is een uurtje van je leven ten opzichte van de tijd die je nog rest hier op aarde?’
Ik wil hiermee niet impliceren dat na het luisteren of lezen van deze toespraak je genezen bent, absoluut niet, maar als je er voor openstaat ligt er wel een weg naar genezing in.

Soms zul je extra hulp van buitenaf nodig hebben, en daar is niets mis mee.
Ja, God kan genezen; één knip van Zijn vingers is genoeg, één woord van Zijn mond, maar soms is het gewoon goed om gebruik te maken van de hulp van een ander.

Twijfel niet aan Gods liefde voor jou!

Nee, ik heb geen antwoord op de vraag waarom God bij de één ingrijpt en bij de ander niet.
Waarom de één door één gebed genezing ontvangt en de ander bidt z’n knieën kapot zonder zichtbare genezing te ontvangen.
Nee, ook ik begrijp er niets van hoe God al het leed op de wereld aan kan zien zonder in te grijpen, noch hoe Hij het geschreeuw aan kan horen van alle kinderen die worden misbruikt of mishandeld.
Net zo min als jij kan ik God begrijpen.
Zijn wegen zijn hoger dan onze wegen en Zijn gedachten zijn hoger dan onze gedachten.
Maar ik weet dat Hij een rechtvaardige God is, die zal vergelden, die zal oordelen, die wraak zal nemen over al het onrecht dat in de wereld gebeurt, wat Zijn kinderen wordt aangedaan.
Mij komt de wraak toe, zegt Hij!
Tot de dag dat de Here Jezus terugkomt, zullen we leven in deze gebroken wereld vol van duisternis, haat en nijd, pijn en verdriet.
Een wereld waarin de boze het voor het zeggen heeft; nog wel …

Niemand kan beseffen, laat staan bevatten hoe enorm groot Gods pijn en verdriet moet zijn als Hij naar de wereld kijkt, noch Zijn boosheid, Zijn toorn, over alle zonden en onrecht.
Als we de Bijbel lezen kunnen we een kleine glimp opvangen van deze dingen.

Misschien heb je voor je gevoel geen geloof meer (over) om nog in je Bijbel te lezen, noch om Zijn woorden aan te nemen, zo murw of verslagen ben je.
Toch wil ik je aanmoedigen om de verbinding met God open te houden, al is het maar door het uitschreeuwen van het ene kleine woordje ‘Help!’ naar boven.
Hij hoort het en zal je helpen!
Houdt vast aan Hem, al is het door dit ene kleine woordje!
Vroeg of laat komt Hij je te hulp!
Misschien duurt het je allemaal te lang, en geloof me, ik ken dat gevoel, toch zal Hij uitkomst geven, want Hij heeft het in Zijn woord beloofd!
Daarnaast is er Iemand die voor je bid en pleit bij de Vader.
Jezus Zelf bidt voor jou!
De Heilige Geest bidt en pleit voor jou!
Met onuitsprekelijke verzuchtingen!
Ik ben een gevoelsmens, en was dat dus ook in mijn geloofsleven.
Als ik Hem voelde, ervoer, dan was het goed, maar als er stormen kwamen en dat gevoel verdween, dan zat ik in een diep, donker dal waar ik niet wist hoe ik eruit moest komen.
Mijn leven was als het lied: ‘Op bergen en in dalen, ja, overal is God’.
Ja, God was overal, ook in die dalen en menigmaal heeft Hij mij daar weer uit gehaald, maar wat heeft het lang geduurd voor ik begreep, en kon accepteren, dat geloven meer dan alleen voelen, ervaren is en dat dat geen huichelarij is, maar het aannemen en leven vanuit wat God zegt in Zijn woord.
Ik vond het ook zo heerlijk om op die bergtoppen te zitten, dat ik die dalen voor lief nam, en ik begreep niet hoeveel rijker ik zou zijn als ik ongeacht mijn gevoelens, zou kunnen leven op grond van Zijn woord.
Vandaar dat Gods woord voor mij zo belangrijk is geworden.
Ik heb ontdekt, dat Gods woord uitspreken, uitbidden, iets in mij verandert.
Het doet werkelijk iets, het werkt werkelijk iets uit!
Het doet er niet toe of ik het voel of niet.
Gods woord onderzoeken, ervan leren, het mij toe-eigenen door het hardop uit te spreken als een gebed, als een proclamatie, er op gaan staan als zijnde de waarheid omdat God het is Die het zegt, maakt mijn geloof krachtig, maakt mij sterk en weerbaar tegen de boze.
Als de wapenrusting spreekt over Gods woord als een schild waarop alle brandende pijlen van de boze zullen doven, dan zullen we Gods woord ook wel moeten kennen anders kunnen we het niet als een schild gebruiken.

Misschien heb je nu wel zoiets van: ‘ … maar Gods woord doet me nu helemaal niets. Ik lees, maar het zeg me niets, doet me niets (meer). ’t Is zinloos; ’t lijkt zo zinloos …’
In mijn wanhoop jaren geleden heb ik de keus gemaakt om tegen alles wat mijn gevoel of gedachten zeiden in te gaan.
Ik verkeerde in een enorme strijd waarin ik het onderspit aan het delven was en waarin mijn gezin meegesleept werd.
Ik kon er niets tegen doen; het was alsof het buiten mij om gebeurde, alsof ik een speelbal in de handen van de boze was.
Toen kwam ik op Internet ‘Het geestelijk strijdend gebed’ tegen.
Ik wist niet of het zoals het daar allemaal instond, ook zo was, en ik wist ook niet of het wel zou ‘werken’ als ik het zou bidden zonder erin te geloven, maar ik was ten einde raad en ben het gewoon gaan bidden.
Ik heb het tegen God gezegd: ‘Heer, ik weet het niet meer. Ik kan niet meer en ik weet niet of dit zo is, of zo werkt, daar is mijn kennis, en mijn geloof te klein voor, maar hier ben ik en ik ga dit gebed bidden; wilt U het doen.’
Het is een lang gebed, wel tien minuten ongeveer, maar of ik nu geloofde of niet, het werkte werkelijk wat uit en heeft mij bevrijd en is het begin geworden van leren geloven niet op basis van mijn voelen of ervaren, maar op grond van Zijn woord.
En daarin ligt ook de weg van genezing en bescherming van afwijzing.

Gods woord is en blijft het antwoord op alle afwijzing die wij in het leven tegen gekomen zijn of tegenkomen.
Want afwijzing zal er altijd zijn zolang we hier op deze aarde leven.
Gods woord is en blijft het antwoord tegen alle leugens van de boze.
Bij Hem, en Hem alleen, is er genezing te vinden van alles wat ons is, of wordt, aangedaan.
Hij, de Here Jezus, is ons in alles voorgegaan.
Lees Zijn verhaal maar eens en zie hoe Hij is afgewezen, vernedert en uiteindelijk zelfs vermoord!
Vind troost en hulp bij Degene die weet wat jij voelt, waar jij doorheen gaat, meegemaakt hebt.
Zijn striemen, Zijn wonden, brengen ons genezing.





Lieve Vader in de hemel, niemand anders dan U hebt meer weet van de pijn, het verdriet, de ellende en de nood die er in deze wereld is.
Niemand meer dan U, ziet en hoort het geschreeuw van de talloze slachtoffers van welk geweld dan ook.
Niemand meer dan U hebt oog voor een ieder die hulp nodig heeft.
Niemand meer dan U, niemand meer dan U …
Vergeef ons, Vader, als we in onze onbezonnenheid U betichten van dat U er niet voor ons bent, dat U ons niet hoort of ziet.
Vergeef ons, dat we zo vaak te klein en te min van/over U denken en U zelfs de schuld geven van dingen, die eigenlijk in wezen door ons eigen toedoen zo zijn.
Vergeef ons, Vader, vergeef ons en open onze ogen voor wie U bent, voor Uw liefde en bewogenheid, voor wat U allemaal voor ons doet en gedaan hebt.
Ik bid U zo speciaal voor een ieder die het leven niet meer ziet zitten, die ten einde raad is.
Voor hen, die de moed hebben verloren om welke reden, of door welke oorzaak dan ook.
Voor hen, die niet meer kunnen bidden, voor wie de hemel van koper lijkt.
Voor hen, die geen woorden meer hebben, slechts tranen om te huilen.
Voor hen, die geen tranen meer hebben om te huilen, die dor en doods zijn van binnen.
Voor hen, die geen hoop, geen geloof meer hebben.
Voor hen, die zo te neergeslagen zijn dat ze op willen geven, of zelfs al opgegeven hebben.
Ik bid U, Vader, voor hen, voor een ieder van hen, met heel mijn hart en ziel, met al mijn kracht: ‘Ontfermt U over hen!
Ja, ontfermt U over hen!’
U kent een ieder van hen persoonlijk!
U weet wat een ieder van hen persoonlijk nodig heeft!
U weet wat er is gebeurt en U weet wat het men hen heeft gedaan en/of doet!
U weet, U ziet, U hoort, U voelt!
O Vader God, ontfermt U over een ieder van hen, hoofd voor hoofd en breng herstel en genezing!
Kom met Uw liefde in hun pijn en verdriet, met Uw troost, met Uw bemoedigingen!
Kom met Uw Geest en doorstroom een ieder van hen met nieuwe kracht!
Beur op die moedeloos zijn!
Veeg weg de tranen die het zicht op U tegenhouden, zodat ze U weer, of voor het eerst, kunnen zien.
Schenk tranen aan hen wiens tranen opgedroogd zijn, opdat er bevrijding kan komen van alle opgekropte pijn en verdriet en wees U allen nabij in dit gehele proces.
Kom, o God, kom!
Troost, herstel, genees!
Ontferm U, lieve Vader, ontferm U!
In Jezus’ Naam smeek ik U dit.
In Jezus’ Naam.
In Jezus’ Naam.

- Amen - 





Misschien heb je alle hoop verloren,
lijkt je leven doelloos,
uitzichtloos en zinloos.
Misschien heb je nooit anders gehoord
dan dat je voor het ongeluk
bent geboren.

Misschien ga je als een schim door het leven,
angstig, schichtig, schuw,
alsof je er niet mag zijn.
Misschien ben je alleen maar afgewezen,
en heeft niemand je ooit
liefde en geborgenheid gegeven.

Misschien sta je aan de rand van de afgrond,
slechts een klein zetje
is alles wat nog nodig is.
Misschien ben je moe gestreden en uitgeput,
weerloos, krachteloos,
en dodelijk verwond.

Laat dan alles los en geef het aan Mij.
Je worstelt en strijdt al zo lang.
Laat Mij je toch helpen.
Vertrouw Mij; Ik ben er voor jou.
Ook al zag of voelde jij het niet
Ik was echt overal bij!

Kom, Mijn kind, en vertrouw Mij maar.
Ik heb je nooit verlaten,
jouw pijn zit diep in Mij.
Het geknakte riet zal Ik nooit breken,
noch de walmende vlaspit doven.
Elk woord van Mij is waar.

Laat maar los, en laat Mij maar komen
in elk deel van je leven,
in elk verdriet, in elke pijn.
Wat dood is, wordt weer levend,
als Mijn genezende liefde
door jou heen mag stromen.

©Rita Klapwijk



zondag 13 januari 2013

Week 3 - Genade

Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip.
HSV

We kunnen dus vol vertrouwen naderen tot de troon van de genadige God. Daar zullen we barmhartig en genadig behandeld worden en op de juiste tijd hulp ontvangen.
GNB

Hebreeën 4:16

Deze week een tekst die voor mij heel bijzonder is, het is namelijk mijn dooptekst.
Na jaren van ‘innerlijke strijd’ over het issue kinder-/volwassendoop heb ik op 29 oktober 2000, samen met mijn man laten dopen door onderdompeling.
Een geweldig moment.
Ik moet echter wel eerlijk bekennen, dat toen mijn dooptekst werd voorgelezen, ik eigenlijk een beetje teleurgesteld was.
Heel diep van binnen had ik gehoopt op een tekst als Psalm 139:5 of zo, of uit Jesaja 40:29-32, of Jesaja 43:2-5.
Ik kon eerlijk gezegd niet zoveel met dit woord, simpelweg omdat ik de diepte ervan toen nog niet begreep, niet besefte.
Nu, zoveel jaren later is dat (gelukkig) heel anders.

Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden.
Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde.
HSV

Hebreeën 4:14,15

In dit geval neem ik opnieuw een paar voorgaande teksten erbij, in mijn overdenken van ‘Genade’ en de erbij gegeven Bijbeltekst.
Soms is dat nu eenmaal het beste dat je kunt doen, omdat ze zo onlosmakend met elkaar verbonden kunnen zijn.
Zo ervaar ik dat ook deze keer.

Ik maak altijd (tenminste, als ik van achter mijn laptop schrijf) gebruik van Biblia.net.
Op deze wijze heb ik de meeste vertalingen bij de hand.
En deze keer valt mij wel iets heel bijzonders op, namelijk het opschrift boven de stukjes van Hebreeën 4:14-16.
Als ik het gedeelte zo even een paar keer heb overgelezen en mijn gedachten erover heb laten gaan en eigenlijk dit gedeelte voor mijzelf in stukjes gehakt heb om zo de belangrijkste kernpunten eruit te halen, valt me ineens de opschriften erboven op.
Ik wil ze graag even noemen, want in principe is het de bedoeling dat het opschrift de kern van het er onderstaande weergeeft.
En dan wordt het deze keer toch wel heel bijzonder, tenminste vind ik.

NBV – Trouw blijven aan de belijdenis
GNB – Jezus, de Hogepriester
HSV – Vrijmoedig naderen
NBG – Jezus als Hogepriester
ST – Christus overtreft de hogepriesters van het oude verbond
WB – Jezus, onze Hogepriester

De één legt de nadruk op het trouw blijven aan onze belijdenis (vers 14); vier aan Jezus als Hogepriester en één legt de nadruk op het vrijmoedig mogen naderen.
Neem het eens mee in je gedachten, denk er eens over na als je verder nadenk over de Troon van Genade.

Genade

Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade,
opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden
om geholpen te worden op het juiste tijdstip.

We mogen dus met alle vrijmoedigheid (1) naderen tot de troon van de genade (2) opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip (3)
In deze drie stukjes heb ik deze tekst voor mijzelf gehakt.
Als ik nadenk over dit woord dat is ‘de troon van de Genade’ voor mij waar het om draait en zou ik de tekst op de volgende manier persoonlijk maken: ‘Tot de troon van Genade mag ik met alle vrijmoedigheid naderen; daar zal ik barmhartigheid verkrijgen en genade vinden  en geholpen worden op het juiste tijdstip.’

De troon van Genade (2) is waar we moeten zijn, maar we kunnen die alleen maar in alle vrijmoedigheid naderen doordat Jezus, onze grote Hogepriester, voor ons de hemel is doorgegaan/binnengegaan.
De troon van de Genade, geen tribunaal van strenge gerechtigheid (Henry Matthew’s), maar de plaats van onverdiende vergeving, van gratie, en deze wordt alleen verkregen door te geloven dat Jezus, onze verheven Hogepriester, voor onze zonden aan het kruis op Golgotha is gestorven.
Door onze zonden te belijden en te erkennen dat we Zijn vergoten bloed nodig hebben om ons te reinigen van alle zonden, te erkennen en te geloven dat Hij de zoon van God is en de enige weg tot de Vader in de hemel, kunnen we deze Troon van Genade naderen.
We kunnen dus niet zonder de voorgaande teksten, niet zonder Jezus, onze Hogepriester.
Zonder Hem is er geen toegang tot deze Troon van Genade, maar met Hem mogen wij die Troon naderen met alle vrijmoedigheid, zonder schroom, in vol vertrouwen. (1)

In alle vrijmoedigheid, in alle onbevangenheid, in alle ongedwongenheid, in alle vrijheid.
Zoals we zijn, zonder ons mooier voor te hoeven doen of van alles gedaan te hebben, of aan bepaalde criteria te moeten voldoen.
Alleen dit ene, weten dat je gekocht en betaald bent door het bloed van het Lam.
Het voorhangsel van de tempel dat het Heilige van het Heilige der Heilige scheidde, is gescheurd en daarmee verbroken, op het moment dat Jezus het uitriep: ‘Het is volbracht’.
De toegang tot het Heilige der Heilige, dat tot die tijd alleen eenmaal per jaar betreden mocht worden door de hogepriester om vergeving (zoenoffer) te bewerkstelligen voor het volk Israël, is nu voor altijd geopend, het voorhangsel is verwijderd.
De toegang tot God, de Vader, tot Zijn Troon van Genade, is vrij!
En God verlangt ernaar dat wij steeds opnieuw, iedere dag weer, zo vaak mogelijk, komen tot deze Troon van de Genade.
O, wat is het goed om daar te zijn!
Daar verkrijgen wij barmhartigheid, vinden wij genade, worden we geholpen op het juiste moment. (3)

Barmhartigheid: ontferming, mededogen, erbarmen, medelijden, goedheid, compassie.
Genade: onverdiende vergeving, gratie, clementie.
‘Barmhartigheid en genade hebben wij nodig. Barmhartigheid voor de vergeving van onze zonden en genade voor de reiniging van onze zielen.’ (Matthew Henry’s)
Hulp op het juiste moment.
God weet welk moment het beste is om Zijn hulp te geven, laten we daaraan niet twijfelen als Zijn hulp uit lijkt te blijven!
Hij is God!
In Zijn hand is het heden, maar ook het verleden en de toekomst!
Laten we geloven en vertrouwen op Zijn woord.

Laten we zo in alle vrijmoedigheid, maar met eerbied en ontzag, naar deze Troon van Genade gaan, in het geloof en vertrouwen dat we barmhartigheid verkrijgen en genade vinden, en hulp op het juiste moment.

Laten we daarbij vasthouden aan het geloof dat Jezus de Zoon van God is, Die voor onze zonden aan het vloekhout op Golgotha is gestorven.
Die volledig, dus in alles, niets uitgezonderd, mee kan voelen in al onze zwakheden, omdat Hij, net als wij, op allerlei manieren op de proef gesteld is geweest alleen daar nooit in gezondigd heeft en nu als Hogepriester de hemel is doorgegaan, zodat wij in alle vrijmoedigheid kunnen komen tot deze Troon van Genade.




Lieve Vader in de hemel, zo kom ik, in alle vrijmoedigheid, maar met eerbied en ontzag, tot Uw troon van Genade.
Heer Jezus, dank U wel, dat U de weg heeft bereid naar deze Troon.
Dank U voor Uw offer.’
Dank U voor Uw vergoten bloed voor mijn zonden.
Dank U, dat U mij in alles bent voorgegaan.
Dank U voor de genade en de vergeving die ik van U ontvangen heb en ontvang.
Voor de hulp, wanneer ik die ook nodig heb.
Voor alles wat U voor mij hebt gedaan en bereid.
Uw Troon van Genade, mijn plaats van vergeving.
Uw Troon van Genade, de plaats waar ik rust vind voor mijn ziel.
Ik loof en prijs Uw heilige Naam.

- Amen -




De Troon van Genade,
de plaats van vergeving,
de plaats van reiniging.
De plaats voor hulp,
de plaats van rust
voor mijn ziel.

De Troon van Genade.
Vrijmoedig te benaderen
door het vergoten bloed,
van Jezus, Gods Zoon.
Die ons in alles is voorgegaan,
Beproefd is geweest als wij,
maar nooit in zonde viel.

De Troon van Genade,
waar God, de Vader wacht
(op ons, op jou) op mij.
Opdat ik, met eerbied en ontzag,
kom en ontvang,
en aan Zijn voeten kniel.

©Rita Klapwijk

zondag 9 september 2012

Week 37 - Gerechtigheid

… hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen!

… hoeveel te meer dan het bloed van Christus!
Door de eeuwige Geest heeft Hij zichzelf als een smetteloos offer aan God opgedragen. Zijn bloed zal ons geweten zuiveren, zodat we niet meer een leven leiden dat op de dood uitloopt, maar de levende God kunnen dienen.

Hebreeën 9:14

Want als het bloed van stieren en bokken en de as van de jonge koe,
op de verontreinigden gesprenkeld, hen heiligt tot reinheid van het vlees,
hoeveel te meer het bloed van Christus!

………
Dan klinkt in mijn hoofd het lied “Simon, This blood is for you!” – “Simon, dit bloed vloeit voor jou!
Dan is het net of ik vlak bij Jezus sta terwijl Hij overeind probeert te komen.
Bloeddruppels liggen op de grond en Hij zegt:

                            “Rita, dit bloed vloeit voor jou!”

Bloed, dat mij reinigt van alle zonden.
Bloed, dat redding brengt en eeuwig leven.
Bloed, dat mij tot een kind van de Vader maakt en mij het recht geeft om straks voor altijd bij Hem en de Vader te zijn.
Die zin galmt na in mijn hoofd, terwijl Hij wordt voortgeduwd door de soldaten.

Rita, dit bloed vloeit voor jou!
Voor al jouw zonden, voor alles wat niet goed is, voor alle onvolkomenheden.

 ……………, dit bloed vloeit voor jou!      

Half verblind door mijn tranen loop ik achter Hem aan.
Nog nooit heeft Iemand zoveel voor mij overgehad.
Nog nooit heeft Iemand zoveel van mij gehouden.
En terwijl ik zo meeloop naar Golgotha, drukt de zonde als een steeds zwaarder wordende last op mij.
Steeds meer besef ik hoe onrein ik ben, hoe moe, belast, vol van zorgen, angst, pijn, egoïsme, noem maar op.

Golgotha.
O God, is het nog niet genoeg?           
…….

Hoeveel te meer het bloed van Christus!
Het bovenstaande stukje is een gedeelte uit ‘Die ene alles veranderde gebeurtenis’.*
Hier moest ik aan denken, aan dit verhaal bij de bovenstaande tekst, en dan met name door de woorden: ‘Hoeveel te meer het bloed van Christus’.

Het  moet verschrikkelijk zijn geweest, al die dieren, keer op keer.
Hun geschreeuw, de weeïge geur van het bloed, het besprenkelen.
Heel wat bloed heeft er gevloeid en nog was het nooit was het genoeg.

Hoeveel te meer het bloed van Christus …
Een smetteloos Lam.
Het volmaakte offer.
Onschuldig bloed.

Zijn bloed, dat vloeide in Gethsemané, van de doornenkroon die hard op Zijn hoofd werd gedrukt, van de gesel die Zijn lichaam openspleet, van de wrede spijkers in handen en voeten …
Voor ons!
Voor jou!
Voor mij!

Het schrijven van ‘Die ene alles veranderende gebeurtenis’, waaruit het bovenstaande stukje een gedeelte is, ging heel diep.
Vanaf het moment dat ik op een Vrouwenconferentie hoorde over wat Gethsemané, de geseling en de kruisiging, precies inhielden, heeft het me niet meer losgelaten en was er een diep verlangen in mij om de betekenis en de diepte ervan tot me door te laten dringen tot in het diepste van mijn ziel en om dat op te schrijven.
En zo kwam het moment dat ’s avonds laat Gods geest mij dreef om  niet naar bed te gaan, maar om in de stilte van de nacht, te gaan schrijven.
Niet eerder had ik zo’n diep besef van de betekenis van Zijn komst naar deze aarde.
Niet eerder was het zo diep gegaan wat Hij voor mij heeft overgehad.
Niet eerder was het zo diep tot mijn ziel doorgedrongen hoe immens Zijn lijden en sterven is geweest.
Niet eerder heb ik zoveel pijn en emoties ervaren dan toen ik het echt, tot in het diepst van mijn ziel, liet doordringen.
De niet te verwoorden liefde die hierin doorklinkt, de diepte van de boodschap van hoe kostbaar je bent voor Hem.
Met het lezen van dit gedeelte, word ik opnieuw diep geraakt en ervaar dezelfde emoties als in de nacht dat ik het schreef.
Zijn vergoten bloed is mijn kleed van rechtvaardigheid.

En als ik terugkijk naar de tussenliggende jaren van dit schrijven en nu, dan besef ik tegelijkertijd, hoe makkelijk de zonde je soms opnieuw weer in zijn greep neemt.
Als ik opnieuw tot me door laat dringen, hoeveel het de Here Jezus gekost heeft, hoe Zijn bloed vloeide voor mij, hoeveel pijn Hij geleden heeft voor mij, dan schaam ik me gewoon dat ik de zonde me zo makkelijk in de greep kan krijgen.
Dan denk ik aan mijn overbezorgdheid; ik breng mijn zorgen bij Hem en neem ze soms met dezelfde vaart weer mee terug, om ze toch zelf weer proberen op te lossen.
En dan ben ik soms ook nog boos en teleurgesteld, omdat God niets doet …!?!
Mijn gebrek aan vertrouwen; toch de bezorgdheid de overhand laten nemen, niet op Zijn beloften durven te gaan staan, ze me niet toe durven te eigenen, niet geloven dat God doet wat Hij zegt!
Of ergens wel geloven, maar me mee laten slepen door mijn gevoelens die wat anders zeggen, of mijn gedachten, de influisteringen geloven in plaats van Zijn woord.
Of me laten meeslepen door mijn vermoeidheid, waardoor vaak mijn tijd met God er als eerste bij inschiet.
‘Bidden lukt toch niet, want ik ben te moe, ik kan niet goed nadenken; Bijbellezen lukt ook al niet, want de letters dansen voor mijn ogen.’
Och, een keertje tv kijken, lekker zappen, is zo erg toch niet, even ontspannen moet toch ook kunnen.

Ach, het zijn zo maar een paar dingen waar ik aan moest denken nu ik hier zo mee bezig ben.
De tv, de computer, internet en computerspelletjes, boeken, leesbladen, ook allemaal valkuilen voor zonde.
Wat kijk ik, wat lees ik, wat doe ik?

We leven in een wereld die vol verleiding is en waar satan steeds harder, openlijker en tegelijkertijd ook geniepiger aan het werk is.
De zonde ligt heel dicht op de loer en is soms zo prachtig verpakt.
Alleen door heel dicht bij Hem te blijven, ons leven iedere dag opnieuw onder Zijn leiding te brengen, ons over te geven aan Zijn heilzame hart, zullen we steeds eerder gaan ontdekken wat niet goed is en tegelijk meer bevrijd worden van de greep van de zonde.
Hoe dichter we met Hem leven, hoe meer we op Hem leren vertrouwen; hoe meer we leven in Zijn zegenrijke nabijheid, hoe minder de zonde ons in zijn greep zal krijgen.
Bevrijding ligt in het overgeven aan Hem.

God op de eerste plaats.
Niet meer ik, maar Christus leeft in mij!
Ons niet laten leiden door onze menselijke verlangens, maar door de wil van God!
Laten we dicht bij en met Hem leven, dan zullen we weten wat Hem aangenaam is en kan ons leven tot een reukoffer zijn dat opstijgt naar Zijn troon.

Maar nu bent u één met Christus Jezus.
Vroeger was u ver van God verwijderd, maar nu bent u dicht bij Hem gekomen door het bloed van Christus.

Efeze 2:13

U bent de geliefde kinderen van God.
Wees daarom zoals Hij.
Leef in liefde naar het voorbeeld van Christus.
Uit liefde heeft Hij Zijn leven voor ons gegeven.
Hij was een geurig offer dat God aangenaam was.

Efeze 5:1,2

Maar nu bent u bevrijd uit de macht van de zonde en staat u in dienst van God.
Het gevolg daarvan is dat uw leven Hem volledig is toegewijd en dat eeuwig leven u te wachten staat.
Want de zonde betaalt een loon uit: de dood, maar God geeft een geschenk: eeuwig leven in eenheid met Christus Jezus onze Heer.

Romeinen 6:22,23

Broeders en zusters, omdat God zo goed voor ons is, roep ik u op, uzelf aan te bieden als een levende en heilige offergave die Hij graag aanvaardt.
Dat is uw ware eredienst; …

Romeinen 12:1




Here Jezus, dank U wel, voor alles wat U voor mij hebt gedaan, hebt overgehad.
Als ik opnieuw tot me door laat dringen, Heer Jezus, (voor zover dat voor mijn verstand mogelijk is) wat het betekent dat U Uw plaats in de hemel verliet om mens te worden, dat U Uw plaats in de hemel inruilde voor een plek op deze verdorven wereld, om in onze schoenen te lopen en vervolgens voor ons te lijden en te sterven zodat wij gered kunnen worden, dan word ik heel stil en schaam ik me dat ik niet in staat ben om niet meer te leven voor U.
Dan schaam ik me, dat ik me zo vaak mee laat slepen door mijn gevoelens en gedachten, door mijn eigen verlangens, in plaats van te leven uit dankbaarheid voor wat U voor mij hebt gedaan.
Ik dank U voor Uw liefde en geduld met mij.
Ik weet, ik zeg dit regelmatig, maar mijn dankbaarheid is echt groot, Heer Jezus, voor Uw liefde en geduld, het is niet iets wat ik vanzelfsprekend vind, omdat U bent die U bent.
Dank U voor Uw vergeving, een nieuw begin, iedere dag opnieuw,
Dank U dat er eens een eind komt aan al onze zonden en ongerechtigheden; dat er straks een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komt.
Een leven in Uw nabijheid en heerlijkheid.
O, wat kan ik daar naar verlangen!
Ik moet nu denken, Heer Jezus, aan de woorden van Paulus ‘Ik ellendig mens; het goede dat ik doen wil dat doe ik niet, maar het verkeerde dat ik haat …; maar Gode zij dank door onze Here Jezus Christus!
Dank u wel, Heer Jezus, dank u wel, voor alles!
Ik blijf mij uitstrekken naar meer van U, naar een leven dat U welgevallig is en dank U wel, dat U zoveel van mij houdt, dat U mij terugroept als ik de verkeerde weg op ga of dreig te gaan.
Leer mij om dicht in Uw nabijheid te leven met Uw woord.
Ik hou van U.

- Amen –




Als ik denk aan Uw heerlijk koninkrijk,
aan wat U allemaal opgaf voor mij.
Als ik denk aan Uw wandeling hier op aarde,
aan hoe U mens werd zoals wij.
Als ik tot me door laat dringen
welke strijd U in Gethsemané hebt gestreden.
En als ik opzie naar het kruis
waar U, zo immens, voor mij hebt geleden.
Als ik tot het besef kom,
dat Uw dood mij leven bracht,
en als ik daardoor weten mag
dat mij een plaats in de hemel wacht …

Hoe zou ik dan nog voor mijzelf kunnen leven;
zou ik U dan met mijn leven niet alles geven?
Als een welwillend offer en tot een aangename geur.
Een leven, dat Uw naam verhoogt en niet besmeurt. 

©Rita Klapwijk

*(http://intoyourhands.punt.nl/index.php?a=2009-04 – bij 'Logs' zijn alle hoofdstukken te vinden, incl. Voorwoord; bij Rubriek 'Pasen' geeft hij niet alle hoofdstukken in volgorde weer)