Posts tonen met het label onderzoeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderzoeken. Alle posts tonen

zondag 6 oktober 2013

Week 41 - Aan het licht brengen

'Daarom zegt Hij: Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.'
HSV

'… want alles wat openbaar wordt, is licht.
Daarom heet het: Ontwaak, slaper, sta op uit de dood en het licht van de Christus zal over u schijnen.'
GNB

Efeziërs 5:14

Bijna altijd lees ik het gedeelte waaruit een bepaalde tekst komt, of in ieder geval de teksten rondom een gegeven Bijbeltekst.
In een geval als bij deze Bijbeltekst helemaal, want er staat: ‘Daarom ….’.
Om te kunnen weten wat dit ‘daarom’ inhoudt, is het goed om Efeziërs 5 in zijn geheel even te lezen.
Hier beperk ik mij echter wel van vers 1 t/m vers 20.

Het is een hoofdstuk, waarin Paulus een indringende oproep doet aan al Gods kinderen.
Mij treft als eerste al het kopje boven de Herziene Statenvertaling.
Komen bij de gewone Statenvertaling en bij de NBG het woord vermaning(en) naar je toe, de HSV zegt: ‘Wandelen als kinderen van het licht.
Het woord vermanen heeft voor mij van vroeger uit niet echt een prettige klank, maar daarentegen ‘Wandelen als kinderen van het licht’, roept mij weldegelijk op om goed te lezen wat Paulus hier zegt.
Want dat is wat ik graag wil; wandelen als een kind van het licht.
Jij ook?
Dan is het goed om dit hoofdstuk eens goed door te nemen en te overdenken, want er staat nogal wat in.

Liefde is duidelijk de sleutel van alles; het centrum, de spil, simpelweg van waaruit alles dient te worden gedaan.
Het was uit liefde dat Jezus Zijn leven heeft gegeven voor ons en Hij was daarmee een aangenaam en geurig offer voor God.
Liefde dient dus van ons christenen het uitgangspunt te zijn van waaruit wij leven, van waaruit wij dingen wel en/of niet doen.
‘Wees dan navolgers van God, als geliefde kinderen, en wandel in de liefde zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God.’ (vers 1,2)

Vervolgens noemt Paulus een aantal dingen die niet bij kinderen van het licht horen.
Ontucht/hoererij, onzedelijkheid/onreinheid, hebzucht, grove, oppervlakkige of dubbelzinnige taal.
De Bijbel noemt deze dingen zelfs afgoderij en niemand die deze dingen doet, kan deel hebben aan Zijn koninkrijk!

Dat er mensen zullen zijn die ons hierin zullen proberen te misleiden, verliest Paulus ook niet uit het oog.
God gehoorzaam zijn gaat boven alles en als er mensen zijn die ons willen verleiden tot het doen van dingen die tegen Gods woord ingaan, dan zullen we hen moeten mijden en hun levensstijl niet overnemen.

Met dat we tot geloof gekomen zijn, zijn we kinderen van het licht geworden en we dienen dan ook als kinderen van het licht te leven.
In het licht groeien de vruchten van de Geest; vruchten als goedheid, en rechtvaardigheid en waarheid.
En Paulus spoort ons aan om ons toch te richten op wat God wil, dat we ons best doen om te ontdekken wat Zijn wil is.

We moeten niet meedoen met zaken die het licht niet verdragen, maar ze juist ontmaskeren, openbaar maken, aan het licht brengen.
Diep van binnen weten we als kinderen van het licht vaak best wel wat wel of wat niet goed is; wat Zijn licht wel verdraagt en wat niet.
Joh. 3:20,21 zegt:
‘Iemand die het kwade doet, haat het licht en gaat het licht uit de weg; hij is bang dat zijn daden ontdekt worden. Een oprecht mens zoekt het licht op; dan blijkt dat hij gehandeld heeft in verbondenheid met God.’
Als we God uit de weg gaan, bepaalde delen van Zijn woord maar overslaan, is het verstandig om eens goed na te gaan denken over waar we staan en waar we mee bezig zijn.
Vooral gezien de tijd waarin we leven is het zo ontzettend belangrijk om Gods woord te lezen, te overdenken, te ontdekken wat Hij hierin ons wil zeggen en leren, en het als leidraad voor ons leven te gebruiken.

Ik heb het al vaker gezegd, maar ook hier wil ik het opnieuw benadrukken, want de misleiding is groter en dichterbij dan ooit.
Satan doet niets liever dan zand in onze ogen strooien om ons te verblinden voor Gods waarheid, en hij vindt het prima als we als ‘slapende’ christenen in de kerkbanken zitten en niet meer horen hoe er dingen gepredikt worden die tegen Gods woord ingaan.
Satan weet, dat als wij de dingen die we horen of die we zien, in Gods licht gaan plaatsen, we op weg zijn naar vrijheid, naar redding, naar bevrijding en dat is het laatste dat hij wil.
Als we gevoelens van schaamte hebben over iets dat we gedaan hebben, dan willen we dit het liefste zo ver mogelijk wegstoppen zodat niemand het zien kan.
Satan vindt het erg prettig als we dit doen, omdat hij weet dat er op deze wijze altijd iets tussen God en ons in zal staan en zal verhinderen om in de vrijheid van God te kunnen leven.

Slapen wij?
Zijn wij als doden?
Zijn wij als horenden doof of als zienden blind?

‘Let dus goed op,’ zegt Paulus dan, ‘dat u nauwgezet wandelt, niet als dwazen, maar als wijzen; als verstandige en niet als onverstandige mensen.
Buit de geschikte tijd uit, gebruik je dagen goed, want we leven in een slechte tijd.
Wees niet onverstandig of dwaas, maar probeer te ontdekken wat Gods wil is.
En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld met de Geest, en spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing voor de Heere en loof Hem in uw hart, en dank altijd voor alle dingen God en de Vader in de naam van onze Heere Jezus Christus.’

Als we al onze daden, onze gedachten, onze gevoelens in Zijn licht brengen, bewandelen we de weg die leidt naar redding, naar vergeving, naar genezing, naar vrijheid.
Dan kan Zijn licht door ons heen schijnen, waardoor we Hem zullen weerspiegelen.
Dan kan Zijn Geest wonen en werken in ons hart en in ons leven en zal Zijn liefde door Zijn Geest in ons hart worden uitgestort en we zullen kunnen liefhebben als Hij.
Zo zal dan ook ons leven worden en zijn tot een aangename geur voor God.


Lieve Vader in de hemel.
Welk een indringende woorden spreekt U tot ons door Paulus heen.
Ik kan U alleen maar bidden, HEER, laat mij zien waar ik in mijn leven dingen verborgen houdt voor U.
Soms, Vader, zijn er immers verborgen zonden, zonden waar we geeneens weet van hebben, maar die hun uitwerking niet missen.
Ik bid U daarom, Vader, open mijn ogen, mijn oren, opdat ik zal zien wat (nog) niet in Uw licht is en help mij om het in Uw licht te brengen, opdat er vergeving, genezing en bevrijding komt en ik Uw weg zal bewandelen als kind van het licht.
Dan kan Uw licht schijnen door mij heen en kan U gezien worden.
Laat het licht van Uw woord meer en meer schijnen over mijn leven, opdat het heiliger en tot een aangename geur voor U zal zijn.
Dank U, voor Uw Geest, die mij daarin zal bijstaan en helpen, ja, onderwijzen en leiden, iedere dag.
Dank U wel, Vader, voor Uw woord, voor Uw liefde en voor Uw trouw.
Ik prijs Uw grote Naam.

- Amen -


Heer,
stort Uw Geest
van liefde
uit in mijn hart,
opdat ik
naar Uw voorbeeld
zal leven.

Niemand
heeft immers
grotere liefde
dan U,
die Zijn leven
voor mij
heeft gegeven.

Leer mij wandelen,
leer mij leven,
als een kind van het licht,
opdat het zal zijn
tot een aangename geur
voor Uw aangezicht.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 1 september 2013

Week 36 - Duisternis

'Als wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben en wij toch in de duisternis wandelen, liegen wij en doen de waarheid niet.'
HSV

'Als we zeggen dat we met Hem verbonden zijn, en tegelijk duistere wegen bewandelen, dan liegen we en handelen we in strijd met de waarheid.'
GNB

1 Johannes 1:6


Kind van God, kind van Het Licht.
Zijn je wegen recht voor Zijn aangezicht?
Wandel je in Zijn waarheid, in Zijn licht,
of ben je ergens voor de duisternis gezwicht?

Kind van God, kind van Het Licht.
Kun je recht staan voor Zijn aangezicht?
Verdraagt je leven Zijn niets bedekkend licht,
of toont het waar je voor de boze bent gezwicht?

De bovenaanstaande tekst doet mij deze vragen stellen.
We zijn kinderen van Het Licht; kinderen van Hem die Het Licht is en in wie totaal geen duisternis is.
Maar zijn onze wegen zo, dat ze Zijn Licht kunnen verdragen?
Zijn we echt met Hem verbonden?
Of zeggen we dat we met Hem verbonden zijn en wandelen we tegelijk op duistere wegen?

Satan gaat rond als een briesende leeuw, zegt de Bijbel, op zoek naar wie hij kan verslinden.
Maar hij doet zijn werk ook heel geniepig en gemeen door middel van leugens en bedrog.
De dingen net zo verdraaien dat ze recht lijken, maar in wezen zo krom zijn als een hoepel en haaks staan op wat Gods woord ons zegt.
We hoeven slechts te kijken naar Adam en Eva, naar hoe Jezus werd verzocht in de woestijn.
‘God heeft zeker gezegd …’ (Genesis 3)
‘Als U de Zoon van God bent …; want er staat geschreven dat God Zijn engelen zal sturen en …’  (Mattheüs 4:1-11)
Zolang de boze met de botte bijl hakt, herkennen we hem nog wel als zodanig, maar wat als hij zich vermomd als een engel des lichts?
2 Korinthiërs 11:1-15 laat een andere kant van de satan en zijn dienaren zien.
Sluw en zich voordoend als …
Hierdoor kunnen we soms ongemerkt op verkeerde wegen terecht komen.
Want als de dominee het zegt …
(of voorganger, pastor, evangelist …)

Maar ook de tijd waarin we leven maakt het niet makkelijker om Gods wegen van waarheid en licht te bewandelen.
Overal om ons heen zien we, dat God en Zijn woord verlaten wordt; Hij en Zijn woord verbannen wordt.
Compromissen, onder het mom van ‘om erger te voorkomen’ worden gesloten, terwijl het compromis Gods woord, Gods waarheid, met voeten treedt.
Dingen worden gewoon, moeten kunnen, want iedereen doet het.
Grenzen worden verlegd, want je moet wel met je tijd mee gaan.
God is liefde, en zou niet willen dat …
Vul maar in.

Abortus, homosexualiteit, euthanasie, echtscheiding, …
Schokkend: de reclame op TV voor Second love!
Er wordt gewoon openlijk opgeroepen tot overspel, als iets wat gewoon moet kunnen en de mogelijkheid er toe wordt zo makkelijk gemaakt.
Inspelen op de vraag naar.
Hoever zijn we niet afgedwaald!

Wat kijken we?
Wat lezen we?
Wat doen we?
Waar ligt de scheidslijn in onze keuzes en beslissingen?
Hoe voelen we ons te midden van deze dingen?
Doet het ons nog iets, of laat het ons hart koud?
Welke invloed hebben al deze dingen op ons persoonlijk leven?
Wat doet het met ons?
De Here Jezus zegt in Johannes 17 dat we niet van deze wereld zijn, maar in hoeverre is ons leven inmiddels één geworden met de wereld door de sluwheid waarmee de satan te werk gaat?

Verdragen onze keuzes en beslissingen Gods licht?
Kan de Here Jezus naast ons zitten op de bank en meelezen wat wij lezen, meekijken wat wij kijken, of zouden we, als Hij plotseling in levende lijve naast ons kwam zitten, niet weten hoe snel we ons boek/blad weg moeten leggen, of de zender op TV wegzappen naar een ander net?
Of als een razende het kleine kruisje rechts bovenin ons computerscherm aaklikken?

Hoe kijken we naar elkaar en hoe gaan we met elkaar om?
Wat zeggen we tegen en over elkaar?
Is, zoals Paulus zegt, onze vriendelijkheid bij iedereen bekend?
Hoe is het met onze zelfbeheersing, vergevensgezindheid, geduld, …?
Maken we van ons hart een moordkuil, of …?
Wat leeft er eigenlijk in ons hart?
Komen Gods woord, onze wil en onze handel en wandel wel met elkaar overeen?

De Bijbel zegt:
‘Wie zegt : Ik sta in het licht, en zijn broeder haat, leeft nog altijd in de duisternis. Wie zijn broeder liefheeft, leeft in het licht en komt niet ten val. Maar wie zijn broeder haat, staat in de duisternis en tast in het donker rond.
Hij weet niet in welke richting hij gaat, omdat de duisternis hem blind gemaakt heeft.’
1 Joh. 2:9-11

‘Verlies uw hart niet aan de wereld of aan iets dat bij de wereld hoort.
Als iemand zijn hart verliest aan de wereld, is er in hem geen plaats voor de liefde van de Vader.
Want al het wereldse, alles waarop de mensen hun zinnen zetten en waarvan ze hun ogen niet vanaf kunnen houden en alle aardse zaken waarvan de mensen zo hoog opgeven, dat alles komt niet uit de Vader voort maar uit de wereld.’
1 Joh. 2:15,16

Wie of wat heeft het voor het zeggen in ons leven?
De wereld of Gods woord?
Wat gewoon gevonden wordt of wat afwijkt omdat het van God komt al zoveel jaren geleden?

Het zijn één en al vragen die deze keer bij mij boven komen en die wachten op een antwoord van mij, van ons allen, aan God.
Die wachten om onder de loep genomen te worden, omdat ze eeuwigheidswaarde hebben en een verandering in ons leven kunnen uitwerking.
Een verandering die onze persoonlijke relatie met Hem ten goede komt, omdat ons wel of niet verbonden zijn met Hem hierdoor herstelt kan worden.

Met Hem verbonden zijn, en blijven, is en moet het belangrijkste doel in ons leven zijn.
‘Heb God lief boven alles (met heel je hart, heel je ziel en met heel je verstand) en je naaste als jezelf’  (Mattheüs 22:37-39)

Hoe kunnen we weten of we met Hem verbonden zijn.
1 Johannes 2:6 geeft het antwoord (even beginnend in vers 5): ‘Hieraan kunnen we zeker weten of we met Hem verbonden zijn. Wie zegt dat hij in God blijft, moet leven zoals Jezus geleefd heb.’

Leven zoals Christus geleefd heeft is de enige manier om in God te blijven, met Hem verbonden te zijn.
Jezus was alles wat Hij zei of deed, gericht op de wil van Zijn Vader.
De wil van Zijn Vader stond altijd en in alles voorop.
Zo moet ook in ons leven wat God wil voorop staan.

Het is niet makkelijk om als kinderen van Het Licht te leven in deze duistere wereld.
De duisternis om ons heen kan ons zo benauwen, ons het leven zo moeilijk en zwaar maken.
Staande blijven is niet makkelijk, maar uiteindelijk meer dan de moeite waard.

‘Die wereld (waarover in vers 16 wordt gesproken; zie een klein stukje hierboven), die wereld met al haar verlokkingen gaat voorbij, maar wie de wil van God doet, blijft leven.’
(1 Johannes 2:17)

Gezien de tijd waarin we leven en de vooruitzichten die ons wachten hier op aarde, is het van levensbelang dat we ons leven regelmatig brengen in Zijn Licht, om te zien of we nog leven in overeenstemming met Hem; dat we niet alleen zeggen dat we met Hem verbonden zijn, maar het ook werkelijk zijn.
Voor ons persoonlijk en voor de buitenwereld mag dit zo lijken, maar God ziet ons hart en weet wat er ten diepste in ons leeft.
God ziet wat we doen, wat we lezen, waar we naar kijken, als er niemand anders bij is.
Kan wat we doen bestaan in Zijn Licht?


Lieve Vader in de hemel.
Zoveel vragen komen deze keer boven als ik stilsta bij dit woord van U.
Ik bid U, dat U mij (en een ieder die dit leest) leid in het beantwoorden van deze vragen en dat U mij zult laten zien, waar ik het één zeg en het ander doet.
Laat mij zien, Vader, waar mijn leven niet in overeenstemming is met Uw woord.
Laat mij zien, Vader, waar ik keuzes maak die U verdriet doen.
Laat mij zien, als ik, al zou het met één been zijn, in de duisternis wandel.
Laat mij zien, Vader, toon mij waar het verbonden zijn met U, verbroken is of wordt.
O, Vader, ik verlang naar een leven in verbondenheid met U; naar te leven zoals de Here Jezus leefde, maar help mij, want vanuit mijzelf kan ik dit niet.
Kom met Uw Geest, en toon mij, leer mij, help mij en heb geduld met mij.
In Jezus’ Naam.

- Amen -


Kind van God, kind van Het Licht,
buig je neer voor Zijn aangezicht.
Leg je leven open in Zijn licht,
opdat zichtbaar wordt
of je ergens bent gezwicht.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 28 april 2013

Week 18 - Belijdenis

'Zie, U vindt vreugde in waarheid in het binnenste,
in het verborgene maakt U mij wijsheid bekend.
Ontzondig mij met hysop, dan zal ik rein zijn,
was mij, dan zal ik witter zijn dan sneeuw.'

HSV

'Maar u verlangt alleen dat ik oprecht ben,
tot in het diepst van mijn ziel;
vervul mij met uw wijsheid
tot in het diepst van mijn hart.
Besprenkel mij,
dan word ik weer rein;
was mij,
dan word ik witter dan sneeuw.'

GNB

Psalm 51:8,9


Psalm 51 heeft David geschreven nadat de profeet Nathan bij hem geweest was en hem gewezen had op zijn overspel met Bathseba en zijn verantwoordelijkheid voor de dood van Uria, de man van Bathseba.
Het verhaal van David en Bathseba kun je lezen in 2 Samuël 11 en 12 t/m vers 25.

Het berouw van David gaat diep, heel diep.
Ik neem even de woorden vanuit Het Boek:

‘Geef mij genade, o God, hoewel ik dat niet heb verdiend.
Laat toch blijken hoe groot Uw liefde en goedheid is.
Wilt U door Uw vergevende mildheid mijn zonden wegdoen?
Reinig mij toch van deze zonde, die een smet op mij werpt.
Ik weet dat ik heb gezondigd; steeds opnieuw gaan mijn gedachten terug naar deze daad, waarmee ik van Uw pad afweek.
Mijn God, ik heb tegen U gezondigd en Uw gebod overtreden.
Wat U er ook over zegt, het is altijd goed en rechtvaardig.
Uw uitspraken zijn altijd zuiver.
Ik weet dat ik vanaf mijn geboorte al een zondaar ben; toen ik werd verwekt, stond al vast dat ik een zondaar zou zijn.’

Als de profeet Nathan tegen David zegt: ‘Die man bent u’, zoekt David geen uitvluchten, maar antwoordt: ’Ik heb tegen de Heer gezondigd.’
‘Mijn gedachten gaan automatisch naar het Paradijs, naar Adam en Eva, naar hun reactie, toen God hen confronteerde met hun zonde.
Hoe anders was hun reactie!
Ja, maar de slang …
Ja, maar de vrouw, die U mij gegeven hebt …
Ja maar …
David niet; ‘Ik heb tegen de HEER gezondigd.’
En in deze Psalm 51 komt heel duidelijk naar voren hoe diep zijn zondebesef is, zijn berouw.
Hij maakte het niet kleiner en niet minder erg dan het was, noch zoekt hij uitvluchten of probeert hij de schuld in andermans schoenen te schuiven.
‘Ja, maar die vrouw; die had daar niet moeten gaan baden, mijn dakterras kijkt uit op haar tuin, zij had …’
Nee, zijn zonde staat hem heel duidelijk voor ogen, steeds opnieuw gaan zijn gedachten terug naar wat hij verkeerd heeft gedaan.

Hoe is dat bij ons?
Als ik naar mijzelf kijk, dan betrap ik mijzelf erop, dat ik toch wel de neiging heb om net als Adam en Eva, uitvluchten te zoeken, de schuld richting een ander te schuiven, in plaats van gewoon gelijk eerlijk toe te geven dat ik fout was.
Als ik bijvoorbeeld mijn geduld verlies met mijn dochter, dan weet ik dat het verkeerd is, maar in gedachten heb ik al vele excuses naar God toe over dat het gewoon niet anders kon, want zij …’
En zo zijn er nog legio voorbeelden te noemen.
… als die andere autobestuurder mij niet had afgesneden met zijn auto, dan had ik niet zo gescholden.
… als die vrouw zich niet zo sexy had gekleed, dan …
… Ja, maar, ik was zo verdrietig, en hij was zo lief voor mij …
… O, als die ander nu maar niet het bloed onder mijn nagels vandaan had gehaald …
Als …
Ja, maar …

Welk een voorbeeld is David dan hier voor ons.
Ja, hij had gezondigd.
Ja, hij had Gods gebod overtreden; wat zeg ik, meerdere zelfs.
Maar toen hij er mee geconfronteerd werd, boog hij zijn hoofd en erkende zijn schuld, zijn zonde.

En dat is waar het deze keer om gaat: het erkennen en bekennen van onze schuld.
Belijdenis doen van onze zonden, zodat we in vrijheid kunnen (gaan) leven.
En dat geldt voor elke zonde!
Hoe diep we het ook hebben weggestopt, onzichtbaar voor de buitenwereld, maar nog steeds aanwezig in dat geheime hoekje.
Willen we ooit in Vrijheid kunnen leven, zullen we elke zonde moeten belijden.
Elk deel van ons leven, zelfs het kleinst hoekje, dienen we in het licht van Gods woord te houden om te zien of er zonde aanwezig is.
We moeten ons dag in, dag uit bewust zijn, bewuster worden, van het feit dat God vreugde vindt in de waarheid, dat Hij verlangt dat wij oprecht zijn, niet zomaar oprecht, maar oprecht tot in het diepst van onze ziel.
Het diepst van onze ziel, tot in het diepst van ons wezen; geen enkel verborgen plekje, geen enkel verborgen hoekje, geen enkel geheim vakje.

God kent ons, Hij doorgrond ons, Hij weet alles van ons.
Niets is voor Hem verborgen, maar Hij verlangt ernaar dat wij onze zonden belijden, klein en groot.
Hij verlangt ernaar dat wij eerlijk en oprecht zijn, de waarheid spreken.
En Hij verlangt dit niet alleen van ons, maar Hij wil ons ook helpen daarbij.
God wil ons, tot in het diepst van ons hart, bekendmaken welke zonde(n) er nog in ons leven is (zijn).
David verlangt daarnaar, en is zich bewust van deze genade van God.

Ik moet ook denken aan Psalm 19:13, waar David bidt om vergeving van zijn verborgen zonden.
David is zich ervan bewust dat God alles van hem weet, dus ook iedere zonde die hij heeft begaan.
God kent veel meer kwaad van ons dan wij van onszelf, zegt Matthew Henri.
Wij vergeten, maar God kan pas vergeten als wij onze zonden hebben beleden.
Dan kan Hij vergeven en vergeten.

Als ik eind van de dag in mijn bed stap, weet ik beslist niet meer wat ik die dag allemaal verkeerd heb gedaan, dus bid ik ook met Davids woorden: ‘HEER, vergeef mij ook mijn verborgen zonden.’
Maar ook vraag ik of Hij mij, als er specifieke dingen zijn, die Hij met name genoemd wil hebben, mij bekend maakt, zodat ik ze kan belijden en Hij kan vergeven.
Want ik verlang ernaar om in vrijheid te leven.
Ik verlang naar een leven waar niets tussen mij en God instaat.
Wat zie ik daarom uit naar de dag dat Hij terugkomt!

Wij hebben thuis een CD van Peter Helms, ik weet niet meer precies welke, maar op één van die CD’s is een lied en één regel daaruit blijft al jaar en dag in mijn gedachten.
Niet elke dag, soms zelfs lange tijd niet, maar met het schrijven komt deze regel weer terug: ‘Schrob mijn leven schoon!’
Deze regel heeft zich vastgezet, niet alleen in mijn gedachten, maar ook in mijn hart.
En er zijn soms van die momenten dat ik vanuit het diepst van mijn hart dit bid: ‘schrob mijn leven schoon, HEER, ja, schrob mijn leven schoon!’
Dan lijkt een ‘gewone reiniging niet voldoende, dan verlang ik naar meer.
Dan verlang ik ernaar om brandschoon te zijn, zodat ik heel dicht in Zijn nabijheid, in Zijn aanwezigheid, kan komen, kan zijn.

David verlangde daar ook naar.
Ontzondig mij met hysop, dan zal ik rein zijn, was mij, dan zal ik witter zijn dan sneeuw.
Ontzondig mij, was mij, dan zal ik rein zijn, witter dan sneeuw!

Verlang jij er ook naar om in Vrijheid te leven?
Verlang jij ook naar een leven dicht in Zijn nabijheid?
Verlang jij ook naar een intiemere, vriendschappelijke relatie met God, zoals David?
Belijd Hem dan je zonden, wacht daar niet mee, en keer je af van verkeerde wegen.
Zonde schept altijd verwijdering tussen God en ons.
We kunnen niet in Gods nabijheid komen als er zonde in ons leven is, deze zal als een onoverbrugbare kloof tussen Hem en ons instaan.
Jezus is de brug geworden door te sterven aan het kruis.
Belijdt en ontvang vergeving.
Belijdt en wordt witter dan sneeuw.
Belijdt en wordt vrij!

 
Ja, lieve Vader, was, schrob mijn leven schoon!
Werp door Uw woord en Geest Uw licht op mijn leven.
Ja, tot in het kleinste hoekje en laat mij zien waar er nog dingen moeten veranderen.
Kom met Uw waarheid in mijn hart.
Open mijn hart voor Uw wijsheid.
Was mij, reinig mij, van alle zonden.
Vergeef mij ook mijn verborgen zonden, opdat er niets tussen U en mij in zal blijven staan.
Leer mij zo te leven in Uw waarheid, dat als ik zondig, Uw Geest mij daar direct bewust van maakt en ik mijn zonden kan belijden.
Kom met Uw Geest van wijsheid tot in het diepst van mijn hart en leer mij, leidt mij.
Laat mijn leven een leven zijn, dat U vreugde geeft.
Leer mij daarom in Uw waarheid te wandelen en maak mij eerlijk en oprecht tot in het diepst van mij ziel.
In Jezus’ Naam.


– Amen –


O Heer, niets is mooier,
niets is beter,
niets is begerenswaardiger,
dan in Vrijheid te leven.

Vrij van elke aanklacht,
van elke schuld,
van elke zonde
ooit door mij bedreven.

Leid mij daarom, Heer,
in Uw waarheid,
leer mij
en geef mij wijsheid van hart.

Doe mij onderkennen
elke zonde,
elke smet,
die deze vrijheid tart.

Ik verlang te belijden, Heer,
alles wat er staat
tussen U en mij.
Vergeef mij; was mij rein!

Het is mijn diepst verlangen,
U te eren, U te dienen,
voor U te leven.
O God, van U alleen wil ik zijn.


©Rita Klapwijk

zondag 20 januari 2013

Week 4 - In de waarheid wandelen

'Beproef mij, HEERE, ja, stel mij op de proef, toets mijn nieren en mijn hart.
Want Uw goedertierenheid houd ik voor ogen, ik wandel in Uw waarheid.'

HSV

'Heer, beproef mij, keur mij, toets mijn diepste roerselen.
Uw liefde houd ik steeds voor ogen; overtuigd van Uw trouw ga ik door het leven.'

GNB

Psalm 26:2,3

In eerste instantie gaan mijn gedachten automatisch naar Psalm 139, daar de woorden van deze twee verzen zo ontzettend veel overeenkomsten tonen met bepaalde verzen uit die Psalm.
Maar de insteek van deze Psalm, Psalm 26, is heel anders.
Duidt Psalm 139 meer op Gods alwetendheid, in Psalm 26 onderwerpt David zich aan Gods onderzoek, overtuigt als hij is van zijn oprechte levenswandel.
En met deze laatste woorden komen we ook terecht bij waar het deze keer om gaat, namelijk ‘In Zijn waarheid wandelen’.

David was er van overtuigt dat hij in Gods waarheid wandelde.
Hij durft zijn gehele leven open te stellen voor God om hem te onderzoeken of er ook maar iets te vinden is waar het niet goed zou zijn.
In alle oprechtheid spreekt David deze woorden uit, overtuigt als hij is dat zijn levenswijze in overeenstemming is met Gods waarheid.

De ‘Matthew Henry’ geeft aan, dat David deze Psalm waarschijnlijk schreef toen hij door Saul werd vervolgd, en dat Saul hem als een zeer slecht man voorstelde en hem van vele misdaden beschuldigde.
En van daaruit gaat David naar God toe (vers 1) en vraagt Hem om hem recht te doen, omdat hij gelooft dat hij in oprechtheid leefde, in vol vertrouwen op God.

Het Leven geeft daar een mooie aanvulling bij, die aansluit bij wat de ‘Matthew Henry’ zegt, maar daarvoor moet ik voor alle duidelijkheid even terug naar vers 1 vanuit Het Boek.
‘Laat het recht over mij zegevieren, HERE, want ik ben onschuldig. Ik vertrouwde op de HERE zonder uit mijn evenwicht te raken.’
Het Leven schrijft als extra informatie bij de verzen 1-3 het volgende:
- Door te zeggen dat hij onschuldig is, beweerde David niet dat hij zonder zonde was, dat kan geen mens zeggen. Maar hij bleef voortdurend met God omgaan, waarbij hij als hij zondigde schoon schip maakte door vergeving te vragen. En hij smeekte God zijn naam te zuiveren van de valse beschuldigingen door zijn vijanden. Ook wij kunnen God vragen ons op de proef te stellen, erop vertrouwend dat Hij onze zonden vergeeft overeenkomstig Zijn genade. -

Waarom ik dit zo belangrijk vind om hier zo uitvoerig op in te gaan?
Wel, als je de bovenstaande Bijbelteksten zo even leest, dan kan het overkomen alsof David doet alsof hij nooit zondigt.
‘Uw goedertierenheid houd ik voor ogen; in Uw waarheid wandel ik’.
Maar als we alles bij elkaar leggen en het goed bekijken, dan zien we hoe David dit bedoelt en waarom hij ook kan zeggen dat hij Gods liefde voor ogen houdt en in Zijn waarheid wandelt.

David was een man wiens woorden en levenswijze met elkaar in overeenstemming waren, en waar hij zondigde, openstond voor Gods correctie en straf, voor belijden en vergeving ontvangen.

En dan komt het naar ons persoonlijk toe.
‘In de waarheid wandelen.’
Wandel ik in de waarheid?
Maar wat is dan de waarheid?

Deuteronomium 32:4 zegt: Hij is de rots, Wiens werk volmaakt is, want al Zijn wegen zijn een en al recht. God is waarheid en geen onrecht; rechtvaardig en waarachtig is Hij.
God is waarheid, dus om te weten wat Zijn waarheid is, zullen we Hem moeten kennen.
Dan zullen we ontdekken wat Zijn waarheid is en of wij in die waarheid wandelen.

Wandelen in Gods waarheid betekent leven naar Zijn regels, Zijn geboden, naar wat Hij ons zegt in Zijn woord.
Wandelen betekent ook rustig lopen en niet rennen.
Bij wandelen hoort genieten van wat je ziet en hoort, het in je opnemen en bewaren.
Met rennen loop je de kans aan dingen voor bij te gaan omdat je ze niet kunt zien door de snelheid waarmee je loopt.
Wandelen in Gods waarheid, is dan ook rustig onderzoeken, eigen maken, onthouden, bewaren en er vanuit leven.

David leefde dicht bij God.
Hij had God, Zijn goedertierenheid, Zijn liefde, Zijn genade, steeds voor ogen.
Hij wist wat God vreugde schonk en wat Hem verdriet deed.
Hij hield het voor ogen en leefde vanuit dat oogpunt.
Het was vanuit dat oogpunt dat hij wist dat hij oprecht leefde en hij durfde ook zijn hele ziel en zaligheid bloot te leggen voor God om het door Hem te laten onderzoeken, om Hem te laten kijken of hij nog wel wandelde in Gods waarheid.

Geldt dat ook voor ons?
Zijn wij er ook zo van overtuigt dat wij wandelen in Zijn waarheid dat wij ons hart durven bloot te leggen voor God?

Nu gaan mijn gedachten dan toch ook weer terug naar Psalm 139, naar de laatste twee verzen. (23,24)

‘Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart,
beproef mij en ken mijn gedachten.
Zie of er bij mij een schadelijke weg is
en leid mij op de eeuwige weg.’

Gezien de tijd waarin wij leven, is het niet altijd even makkelijk om in Gods waarheid te wandelen.
Als zelfs dominees /voorgangers Gods woord niet meer als 100% waarheid beschouwen, de Here Jezus afschilderen als een goed mens en niet meer als de Zoon van God, om nog maar niet te spreken over Zijn verlossingswerk.
Als er steeds meer compromissen worden gesloten betreffende Zijn woord, dingen onder de noemer ‘God is liefde’ worden weggeveegd uit de Bijbel.
Als de waarheid steeds moeilijker te horen is, en we daarom steeds waakzamer moeten zijn …
Hoe belangrijk kan het dan zijn om regelmatig naar Hem toe te gaan en Hem te vragen:
‘HEERE, doorgrond mij en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten. Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg. In Jezus’ Naam. - Amen -


Lieve Vader in de hemel.
Wat is het soms moeilijk om Uw stem te horen te midden van het kabaal van deze wereld, van deze tijd.
Te midden van alle leugens en bedrog.
Te midden van alle onwaarheden die worden verkondigd, zelfs door mensen die als Uw dienstknechten staan opgesteld.
Ik bid U, Vader, doe ons dicht bij U leven, opdat we Uw waarheid zullen onderkennen, zullen zien, zullen horen, te midden van alle leugens en bedrog.
Help ons om waakzaam te zijn en om ons hart regelmatig open te stellen voor U, zodat U ons hart kunt onderzoeken en beproeven en ons terug kan brengen op de eeuwige weg naar U.
Ik verlang ernaar, Vader, om te leven zoals David en om net als hem te kunnen (blijven) zeggen; beproef mij maar, onderzoek mij maar, maar ik weet dat ik in Uw waarheid wandel.
U houd ik voor ogen, Uw goedertierenheid, Uw liefde, Uw genade, Uw trouw.
En waar ik misstap, Vader, belijd ik U mijn zonden, opdat ik vergeving ontvang en in Uw waarheid kan blijven wandelen.
In Jezus’ Naam bid ik U dit.

– Amen –


Heer, ik kom tot U
en bid U,
onderzoek mijn leven,
mijn gaan en staan,
en laat mij zien
of ik mij nog wel
op de juiste weg bevind.

Heer, ik kom tot U
en bid U,
peil mijn gedachten,
mijn diepste roerselen,
en laat mij zien
of U daar nog wel
vreugde in vindt.

Heer, ik kom tot U
en bid U.
Want in Uw waarheid
wil ik wandelen,
Uw liefde voor ogen houden
op alle wegen die ik ga.
Laat mij zien, o HEERE,
of ik mij nog wel
op de eeuwige weg bevind.


©Rita Klapwijk