Posts tonen met het label (geestelijke) strijd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label (geestelijke) strijd. Alle posts tonen

zondag 29 september 2013

Week 40 - De boeien verbreken

'Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten.'
HSV

'Christus heeft ons bevrijd om in vrijheid te leven. Houd dus stand en buig u niet opnieuw onder het juk van de slavernij.'
GNB

Galaten 5:1


Mijn wortels liggen in de Chr. Gereformeerde Kerk en dan wel de ‘zware’ versie om maar met die termen te spreken.
Hetgeen dus betekent dat ik opgegroeid ben in de sfeer van ‘ge- en verboden.’
Nu moet ik zeggen dat mijn ouders niet zo strikt waren als wat de kerk voorschreef, maar met elkaar genoeg om mij wel dit gevoel te geven.
Hoewel het geloof van kleins af aan heel belangrijk voor mij was, stond het wel meer in het teken van wetticisme, dan in vrijheid en vreugde.
Maar wat ik in onze eigen kerk niet vond, vond ik wel in een andere, maar dat mocht er alleen maar naast natuurlijk, dus ik deed bijna alles dubbel.
’s Morgens na de kerkdienst naar de zondagsschool van onze eigen kerk en ’s middags naar die van de Herv. Kerk, later naar de jeugdvereniging van onze eigen kerk, maar ook naar de Bijbelstudiegroep van de Vergadering der Gelovigen.
En, niet op vakantie, maar wel naar de kinder-, junioren-, jeugdkampen van de NCGB.

Mijn heerlijkste, mooiste en fijnste herinneringen aan deze kerk liggen meer in de privé dingen.
Mijn vader was organist van onze kerk en zaterdags ging hij vaak ’s middags spelen op het orgel in de kerk.
Ik ging regelmatig met hem mee; heerlijk vond ik die lege kerk met haar prachtige akoestiek.
Zingen was mijn lust en mijn leven en zaterdags speelde mijn vader gewoon ritmisch in plaats van hele noten, en ook iets anders dan alleen maar Psalmen en ik genoot van het samen spelen en zingen met mijn vader.
Als mijn broertjes ook meegingen(of één van hen), speelden wij ook regelmatig kerkje.
Nu konden we de kansel op, ‘dopen’, collecteren, vooral de collectezakken aan die lange stokken waren erg favoriet.
Maar het heerlijkste voor mij was het vrij en uit volle borst kunnen zingen.
Later toen ik naar Vlaardingen ging voor mijn opleiding Ziekenverzorgster, ging ik ook daar automatisch naar de Chr. Gereformeerde Kerk.
Toen de dominee op huisbezoek kwam (ivm. Belijdenis) en mijn gitaar zag staan, werd hij niet echt vrolijk.
Nog hoor ik hem vragen: ‘Wat speel je daarop?’
En toen het geen Psalmen bleken te zijn, werd hij nog minder blij.
Ook de eerste jaren van ons huwelijk kerkten wij in de Chr. Gereformeerde Kerk.
Maar het feit dat wij regelmatig niet ’s avonds in de kerk waren (al onze familie woonde buiten onze woonplaats, dus …) was toch wel een lichtelijk probleem.
Het avondmaal werd echter het grootste struikelblok voor mij en uiteindelijk hebben wij deze kerk verlaten, omdat ik te bang werd om nog avondmaal te vieren.
‘Wie verkeerd eet en drinkt …’
Angst voor God, voor het avondmaal, waren voor mij genoeg reden om weg te gaan, want als er één ding was wat in mijn ogen niet klopte met geloven, dan was het wel een leven in angst voor God.
Uiteindelijk kwamen we terecht in de gemeente waar we nu nog steeds zijn; een Evangeliegemeente.
Ik kan je wel vertellen, dat er in mij heel wat strijd heeft plaatsgevonden om alles een plekje te geven.
Achtentwintig jaar in één kerk vlak je niet zomaar uit.
Ik weet nog wel hoe schuldig en zondig ik mij voelde, toen ik voor de eerste keer een lange broek aandeed naar de kerk.
Doodongelukkig voelde ik me, want dat mocht immers niet!
Heel bewust heb ik toen voor heel lange tijd iedere zondag een lange broek aan gedaan naar de kerk, simpelweg om van dat gevoel af te komen, want ik was(ben) ervan overtuigd, dat God niet die lange broek bedoeld, maar het kleden als een man.
Maar ik bemerkte ook dat, hoe vrij (van die wetjes etc. waar de zware kerken van beticht worden) Evangelische- en Pinksterkringen zich ook voordoen, zij eigenlijk precies hetzelfde doen, alleen met andere ge- en verboden.
Er was zelfs een moment dat ik daarop redelijk stukliep en het gevoel had dat ik de ene kerk met ge- en verboden ingewisseld had voor de andere.
Vooral de panische manier waarop men met rokers omging vond ik verschrikkelijk.
Ik denk dat ik wel kan zeggen dat roken over het algemeen doodzonde nummer één is in deze kringen.
Zoals je daarop kan worden aangevallen is gewoon verschrikkelijk.
Ja, toen rookte ik nog en het is zeker niet dankzij hen dat ik gestopt ben, want met iedere aanval had ik de neiging om er juist nog eentje op te steken.
En ach, zo waren er nog wel meer van die dingen waardoor ik dat gevoel kreeg.
Het was niet makkelijk om daar mijn weg in te vinden en vrij te worden van alles wat ik van vroeger uit had meegekregen en wat men nu vertelde/leerde.
Beide kanten, evangelisch en reformatorisch, hebben hun goede en minder goede kanten; van beide kunnen we leren.
En zo ben ik jaren aan het worstelen en strijden geweest om vrij te worden van alles wat mij bond.
De grootste stap die ik deed in dit alles, was wel mijn doop door onderdompeling.
Ja, ik ben als baby gedoopt, maar na een lange strijd ervoer ik dat God dit van mij vroeg.
Het was een heel heftige tijd, waarin de twee werelden met elkaar botsten.
Mijn angst voor de reactie van mijn vader en het willen doen van Gods wil.
Het willen doen van Gods wil won het van mijn angst en met de keuze kwam er opnieuw een stukje vrijheid in mijn leven.

Een vers uit mijn doopgedicht zegt wat ik ervoer met mijn keuze voor de doop door onderdompeling:
‘En nu mag ik hier voor uw aangezicht staan.
'k Leg mijn leven in Uw doorboorde handen.
Voor altijd zal ik samen met U door 't leven gaan.
Verbroken zijn de geketende banden.’


‘Verbroken zijn de geketende banden.’
Nog nooit heb ik me zo vrij gevoeld als op het moment dat ik uit het water omhoog kwam na de doop.
Voor een moment wist ik niet alleen wat het betekende om vrij te zijn in Hem, maar ervaarde die vrijheid ook.
Mijn dooplied was ‘Liefdevol’ (Opwekking 550) dat spreekt over liefde en vrijheid, over vreugde en kostbaarheid, over angst die verdwijnt in een leven dicht aan Zijn hart.
O, dit lied was mij op het lijf geschreven; waren/zijn de woorden van mijn hart.

Liefdevol, trekt U mij dicht aan Uw hart
als we samen zijn.
Door Uw bloed, wast U mij witter dan sneeuw
en nu ben ik vrij.


U behoor ik toe;
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij


Neem mijn hart, maak het een deel van Uzelf,
laat ons samen zijn.
Angst verdwijnt, als ik Uw liefde ervaar,
door U ben ik vrij.


U behoor ik toe.
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij.


U behoor ik toe.
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij.


Jezus, vreugde van mijn hart
Jezus, vreugde van mijn hart
Jezus, vreugde van mijn hart
Jezus, vreugde van mijn hart


U behoor ik toe.
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij.


U behoor ik toe.
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij.


Als het dan nu gaat over vrij zijn, je niet opnieuw een slavenjuk op laten leggen, de boeien verbreken, vrij zijn van elke gebondenheid, ervaar ik met het opschrijven van deze herinneringen een heerlijke vrijheid.
Ik ben God zo dankbaar.

Want één ding is zeker: God wil dat we vrij zijn, vrij in Christus Jezus.
Vrij van, in mijn geval, van angst en de gebondenheid van wat mensen zeggen en denken (over mij).
Er zijn misschien nog wel meer dingen, gebondenheid/gebonden zijn, gaat veel verder en dieper dan we soms zelf door hebben, of omvat veel meer dingen dan we soms beseffen.
Voor mij is het belangrijkste dat ik me richt op wat God zegt in Zijn woord, dat vast te houden en daarnaar te leven.
Ik hoor wat er gepredikt wordt, ik denk daar over na, maar toetst het aan Gods woord, want dat is en blijft mijn leidraad, en wat Zijn Geest mij laat zien.
Want ik geloof ook, dat als God iets van mij wil, van mij vraagt, Hij dat ook door Zijn Geest aan mij zal laten zien, en/of duidelijk maken.
En ja, soms gebruikt God daar ook zeker mensen voor, maar dan zal Hij het ook in mijn hart uitwerken.

'Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn.' (Johannes 8 : 36)
Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten.

Het is dus aan mij, aan ons, om er voor te waken, dat we ons niet opnieuw een slavenjuk op laten leggen, maar ons laat leiden door Hem, door Zijn Geest en Zijn woord, zodat we vrij zullen zijn en blijven in Christus.
Niet om maar te kunnen doen wat wij willen, maar om Zijn wil te kunnen volbrengen.
Te leven tot Zijn eer en glorie.


Lieve vader in de hemel.
Leven in de vrijheid die we door de Here Jezus hebben ontvangen is zo heerlijk, zo mooi, maar tegelijk soms zo moeilijk vast te houden.
Soms denken we dat we vrij zijn, maar hebben in het geheel niet door hoe gebonden we zijn, want het kunnen dingen zijn, die we helemaal niet zien als gebondenheid.
O, wat hebben we Uw Heilige Geest nodig.
Uw Geest van wijsheid en inzicht om ons te laten zien waar er nog gebondenheid is in ons leven.
Vooral in ons denken, Vader, kunnen we zo gebonden zijn aan allerlei regeltjes en wetjes, en die ook een ander opleggen.
Houdt ons dicht bij Uw woord en leidt ons door Uw geest van liefde, opdat we ook anderen niet binden met onze zienswijze.
U heeft ons vrijgemaakt, Heer Jezus, help ons om onszelf niet weer een slavenjuk op te leggen of laten leggen.
Leer ons leven in Uw vrijheid tot eer en glorie van U.

- Amen -


Heer, Uw woord zegt:
‘Als dan de Zoon je vrijgemaakt heeft,
zult je werkelijk vrij zijn.
En toch, Heer,
leven we nog zo vaak
in gebondenheid.

Soms zonder dat we het doorhebben
ploeteren we voort,
raken belast en vermoeid;
en strijden iedere dag,
soms een loodzware strijd.

Open onze ogen, Heer,
laat ons zien
waar gebondenheid is
in ons leven
en breng ons terug
in de vrijheid
die we van U
hebben gekregen.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita


Mijn doopgedicht - 'Met Hem begraven en weer opgestaan'

zondag 16 juni 2013

Week 25 - Volharding

'Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaam geweest bent, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veelmeer in mijn afwezigheid, werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.'
HSV

'Mijn dierbare vrienden, u bent altijd gehoorzaam geweest. Wees het niet alleen wanneer ik aanwezig ben, maar ook en des te meer nu ik afwezig ben. Werk aan uw heil in diep ontzag voor God, want Hij is het, die in u werkzaam is en u in staat stelt te willen en te doen wat in overeenstemming is met Zijn plan.'
GNB

Filippenzen 2:12,13


Er zijn een paar mooie definities die precies weergeven wat volharding inhoudt.

* Het standvastig of koppig volhouden wat je begonnen bent.
* Vasthouden aan een opvatting of plan totdat het beoogde doel bereikt is.
* De wil om waar men mee begonnen is ten einde toe uit te voeren.
* Standvastig/standvastigheid

Automatisch gaan mijn gedachten dan naar de wedloop waar Paulus over schreef in 1 Korinthiërs 9:23-27:

‘Voor het evangelie doe ik alles, om er zelf ook deel aan te hebben.
U weet dat van alle atleten die in het stadion hardlopen, er maar één de prijs behaalt.
Loop dus zo dat u hem in de wacht sleept.
Mensen die deelnemen aan een wedstrijd, moeten zich van alles ontzeggen.
Zij doen dat om een krans te krijgen die verwelkt, maar wij doen het om een krans die onvergankelijk is.
Ik loop dan ook niet zomaar in het wilde weg; ik ben geen bokser die in de lucht slaat.
Nee, als ik loop ga ik tot het uiterste, ik dwing mijn lichaam te doen wat ik wil.
Anders heb ik wel anderen opgeroepen om deel te nemen, maar word ikzelf gediskwalificeerd.’

En in 2 Timotheüs 3:6-8 als het einde van zijn leven is gekomen:

'Wat mij aangaat, mijn bloed vloeit al, het uur van mijn heengaan is aangebroken.
Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop tot het einde gelopen, het geloof bewaard.
Wat mij nog wacht, is de prijs, de krans van de rechtvaardigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, mij zal omhangen op de grote dag, en niet alleen mij, maar ook allen die verlangend hebben uitgezien naar Zijn verschijning.’

Eerlijk gezegd heb ik nog nooit van mijn leven gesport.
Als kind mocht ik het niet en toen ik geld verdiende en op mijzelf woonde, kreeg ik al snel dermate problemen met mijn rug en gewrichten, dat het niet kon.
Ooit nog weleens jaren later wat fitness geprobeerd, maar mijn gewrichten accepteerden het niet en protesteerden binnen de kortste keren.
Ik heb het dus maar opgegeven.
Ik begrijp dus ook helemaal niets van mensen die in hun sport tot het uiterste gaan.
Sportverdwazing is het vaak in mijn ogen.
Maar aan de andere kant, ik heb wel dezelfde mentaliteit als het om mijn geloof gaat.
Zoals sport soms helemaal verweven is met het leven van sommige mensen, zo is God onlosmakend verbonden met mijn leven.
Al durf ik (nog) niet te beweren dat alles moet wijken voor Hem, zoals dat bij sommige mensen wel het geval is met sport.
Ik ben bang dat ik hier en daar (misschien nog wel meer daar dan hier) moet leren om zover te komen, maar mijn bereidheid is er.
Ach, mensen die een wedloop lopen, leren ook met vallen en opstaan, leren ook door te trainen.
Het belangrijkste aspect bij beiden is echter: volharding.
Zowel met een wedloop (en elke andere sport denk ik ook wel als je het op topniveau wilt beoefenen) heb je volharding nodig.
De top bereiken gaat nu eenmaal niet zonder slag of stoot; of je nu een marathon wilt lopen, een berg beklimmen of, jazeker, ook als je stand wilt houden in je geloof tot het einde.
De woorden van Paulus getuigen hiervan.
We zien in zijn woorden dat het aankomt op volharding.
Van alles ontzeggen …
Gaan tot het uiterste …
Zijn lichaam dwingen te doen wat hij wil …

Het zal duidelijk zijn, dat deze dingen laten zien dat het dus iets kost om te bereiken wat je bereiken wilt.
Het gaat niet zonder slag of stoot.
Paulus wilt hiermee aangeven dat de wedloop van het leven lopen niet zonder hindernissen zal zijn.
Zoals het een atleet veel ‘kost’ om een krans te kunnen winnen, zo zal het ook van een gelovige het een en ander vragen.

In het Nieuwe Testament staan verschillende teksten over volharding.
Ik zal er eens een paar geven.

Lucas 21:19
Door uw volharding zult u uw leven verkrijgen. (HSV)
(Red je leven door standvastigheid! – NBV))

Romeinen 5:3b,4
En niet alleen dat, nee, ook roemen wij in de verdrukkingen, wetend dat de verdrukking volharding bewerkt, de volharding gehardheid en gehardheid hoop; …
(NB)
(En dat niet alleen! We beroemen ons er ook op als we verdrukt worden. Want we weten dat verdrukking volharding brengt, en volharding brengt kracht, en kracht brengt hoop – GNB))

Hebreeën 10:36
Want u hebt volharding nodig, opdat u, na het volbrengen van de wil van God, de vervulling van de belofte zult verkrijgen. (HSV)
(Om de wil van God te doen en om te krijgen wat hij belooft, hebt u volharding nodig – GNB)

Jacobus 1:3
Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt, want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt. (HSV)
(Het moet u tot grote blijdschap stemmen, broeders en zusters, als u allerlei beproevingen* ondergaat. Want u weet: wanneer uw geloof op de proef wordt gesteld, leidt dat tot standvastigheid – NBV - *De SV, HSV, NBG en NB spreken van verzoekingen, NBV, GNB en WB spreken van beproevingen)

Jacobus 5:11
Zie, wij prijzen hen gelukzalig die volharden. U hebt gehoord van de volharding van Job, en u hebt de uitkomst van de Heere gezien, dat de Heere vol ontferming is en barmhartig. (HSV)
(We prijzen hen gelukkig, omdat ze hebben volgehouden. U hebt gehoord hoe Job volhield en u weet hoe de Heer hem ten slotte behandeld heeft. De Heer is immers rijk aan barmhartigheid en ontferming  - GNB)

2 Petrus 1:5-7
En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis, aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht, aan de godsvrucht broederliefde en aan de broederliefde liefde voor iedereen. (HSV)
(Doe daarom uw uiterste best uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, deugdzaamheid met kennis, kennis met zelfbeheersing, zelfbeheersing met volharding, volharding met vroomheid, vroomheid met onderlinge vriendschap, vriendschap met liefde – GNB)

Door heel het Nieuwe Testament heen lezen we hoe belangrijk volharding is, maar ook dat het niet op een eenvoudige, makkelijke manier te verkrijgen is.
We zullen ons best ervoor moeten doen om het ons eigen te maken, om het te leren.
Het is niet echt leuk om te lezen dat volharding vaak geleerd wordt door verdrukking heen; dat ellende, verzoekingen, beproevingen van ons geloof nodig zijn om volharding te leren.
Maar Jacobus zegt dat we eigenlijk juist heel blij moeten zijn als we hier door heen gaan, omdat moeilijke omstandigheden, ellende, verdrukkingen ons de mogelijkheid geeft om te leren volharden en hij prijst iedereen gelukkig die volhoudt.
Waarom?
Omdat het uiteindelijk alles waard zal zijn.
Het zal ons leven redden.
We zullen de vervulling van de belofte ontvangen; een krans die niet verwelkt.

Paulus roept de Filippenzen op om, ook, er staat zelfs: nog wel meer nu hij niet bij hen is (wat dus ook voor ons betekent, als niemand ziet wat we doen),  gehoorzaam te blijven, te blijven volharden op de ingeslagen weg.
Werk aan uw zaligheid, uw redding, zegt hij met vrees en beven, met diep ontzag voor God.
Betekent dit dan toch dat onze redding van onszelf afhangt en niet van het offer van de Here Jezus?
Nee, zeker niet.
In Mattheüs 24:10 staat: ‘En dan zullen er velen struikelen en zij zullen elkaar overleveren en elkaar haten.’
Een andere vertaling zegt: ‘Velen zullen hun geloof verliezen.’

Matthew Henry zegt een paar dingen die het overdenken waard zijn:
‘Tijden van lijden zijn schokkende tijden.
Wie met mooi weer staande bleef, valt in de storm.
Velen zullen Christus in de zonneschijn volgen, maar zullen zichzelf redden op een bewolkte, donkere dag en Hem Zichzelf laten redden.
Tijden van vervolging zijn tijden van ontdekking.’

Ik wil met mijn schrijven niemand ontmoedigen of bang maken, maar wel laten zien dat het Gods woord zelf is, dat ons waarschuwt voor moeilijke tijden, voor verdrukking, voor ellende en ons aanspoort om ons toe te leggen om te leren volharden.
Om niet op te geven als er stormen komen in ons leven.
Hoe belangrijk dit ook is.
Maar God bemoedigd ons ook; Hij laat ons niet alleen in onze strijd.

‘Laten we het oog gericht houden op Jezus, die ons op de weg van het geloof voorgegaan is en ons naar de volmaaktheid brengt.
Om de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij het kruis op Zich genomen en de schande niet geteld.
Nu zit Hij aan de rechterzijde van de troon van God.
Denk aan Hem die zoveel tegenwerking van zondaars heeft verduurd.
Dat zal u helpen de moed niet te verliezen en de strijd niet op te geven.’
Hebreeën 12:2,3


Lieve Vader in de hemel.
Er staat nog zoveel meer in Uw woord over volharding en alles wat daar mee samenhangt.
Ik heb het gevoel nog maar een fractie daarvan te hebben overdacht.
Maar ik dank U, voor wat ik hier al van mocht leren.
Ik dank U voor de aansporing die hier in doorklinkt.
Ik dank U voor de bemoediging en de  troost.
Ik dank U ook voor de vreugde die ik mag ervaren door het zien ver boven de omstandigheden van ons leven momenteel uit.
Vreugde in wat het leren volharden uitwerkt; vreugde om wat er straks op mij, op ons wacht als we volhouden tot het einde.
Ik bid U, Vader, voor een ieder wiens leven uit verdrukking en ellende bestaat en die het daardoor zo moeilijk hebben en het haast niet meer zien zitten.
O, dat zij toch bemoedigd mogen worden door Uw woord, aangespoord door Uw liefde en genade om vol te houden.
Ontferm U over hen, als zij dreigen te bezwijken.
Houdt vast, Vader, wat U toebehoort.
Uw woord zegt: ‘Het geknakte riet zal Hij niet breken, de walmende vlaspit niet doven.’
‘Ik ben met je, iedere dag,’ zijn Uw woorden Heer Jezus, ‘tot aan de voltooiing van de wereld.’
O, dat we allen dit toch ook mogen ervaren, naast dat we het weten, opdat we gesterkt en bemoedigd zullen worden en daardoor beter in staat zullen zijn om vol te houden.
Laat als Uw woord verkondigd wordt, HEERE, ook daarin doorklinken dat het leven van een kind van U, niet alleen een leven is van voorspoed en zegen, waardoor ze als het moeilijk wordt, er verdrukking  komt, teleurgesteld raken en ontmoedigd, of misschien zelfs opgeven omdat ze er niet op waren voorbereid en het niet lijkt te kloppen met hun Godsbeeld.
Help ons, HEER, om tot het einde toe vol te houden, hoe moeilijk en zwaar onze weg ook is.
We hebben U nodig, Uw kracht, Uw troost, Uw liefde, Uw genade.
Om straks eens en voor altijd bij U te mogen zijn, in het land overvloeiende van melk en honing; waar geen rouw meer is of pijn, tranen of verdriet.
Waar U ons verwelkomt met de liefdevolle woorden: ‘Goed gedaan, mijn trouwe dienstknecht.
In Jezus’ Naam bid ik U dit alles.

- Amen -


Lieve Vader,
neem mij bij de hand en breng mij
naar de eindstreep van de wedloop van dit leven.
Zonder Uw hulp houd ik het niet vol,
ben ik bang dat ik het op zal geven.

Help mij, Vader,
het einddoel voor ogen te houden,
te zien op wat mij aan de eindstreep wacht.
leer mij volharden tot het einde toe,
wees daarin mijn hulp, sterkte en kracht.

Leer mij, Vader,
mijn oog gericht te houden op Jezus,
die mij in alles is voorgegaan.
Dat zal mij helpen de moed niet te verliezen,
maar vol te houden tot U zegt: ‘Goed gedaan!’


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 18 november 2012

Week 47 - God kennen

Maar ik zal mij volstrekt niet beroemen op iets anders dan op het kruis van onze Heere Jezus Christus, door Wie de wereld voor mij gekruisigd is, en ik voor de wereld.
HSV

Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld.
NBV

Galaten 6:14

Met het stukje voor de komende week, ben ik begonnen aan de tweede helft van de kalender.
Er liggen D.V. nog weer bijna 11 maanden van overdenken en schrijven voor mij (ons).
Was ik in het begin soms vreselijk gestrest over hoe ik het weer voor elkaar moest krijgen (de vraag ‘waar ben ik aan begonnen’ kwam regelmatig boven), tegenwoordig, is er een stuk rust, omdat ik heb ervaren in de achterliggende tijd, dat Gods Geest mij leidt en mij de woorden geeft.
Sommige onderwerpen liggen me na aan het hart en soms voelde ik een opwinding nog voor ik ook maar een woord geschreven had, maar ik heb ook heel wat keren zuchtend mijn ogen opgeslagen naar boven met mijn handen als het ware in de lucht van ’Heer, hier weet ik niets van, of dit ken ik niet, hoe moet ik hier ooit iets zinnigs over schrijven’.
En dan begon ik met zoeken; in de Bijbel, op Internet, in de Matthew Henry’s.
Soms vloeiden er tranen van de strijd en moeite die het me kostte, omdat ik ‘het’ voor mijn gevoel maar niet kon pakken waar het om ging.
Ik geloof echter, dat ik de strijd, die ik soms heb, de worstelingen, om de juiste woorden op papier te krijgen, juist nodig heb om zelf alles eerst te doorleven en eigen te maken.
En soms was daar ook de enorme onzekerheid die me kon overvallen; wat gaan mensen hier wel niet van denken of zeggen …
Bijna 11 maanden, 47 weken lang inmiddels, ben ik nu onderweg en wat heb ik veel geleerd en mogen (her)ontdekken.
En er komen nog 47 weken aan waarin ik, en naar ik hoop jullie lezers ook, nog meer mogen nadenken en leren van Gods woord.

Deze week is het weer een grote worsteling om wat op papier te krijgen.
En na een hele ochtend en een halve middag worstelen met mijn gedachten, Gods woord en de onrust in huis door kinderen die er normaal op de vrijdagmorgen niet zijn, lees ik voor de zoveelste keer bovenstaande tekst nog eens door.

‘Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld.’
Punt.

Ineens is het alsof ik Paulus het hoor zeggen: ‘Jongens, luister eens, jullie kunnen me allemaal wat. Het doet er allemaal niet toe, wat jullie ook zeggen. Je kunt van alles aandragen wat je hebt gedaan, of waar je je allemaal wel niet aan hebt gehouden, maar het draait maar om één ding, en dat is het Kruis van onze Here Jezus Christus! Zo simpel is het. Niets doet er meer toe dan alleen dat en als dat betekent dat ik vervolgd word, so be it! Daar zal ik dan trots op zijn, want ik wil geen deel uitmaken van een wereld die Hem niet wilt.’

In gedachten zet ik de tijd even stil en stel me het Kruis voor waar de Here Jezus net is gestorven.
Maar een enkeling van Zijn volgelingen is Hem tot daar gevolgd.
De vrouwen zijn daar, en Johannes, Zijn geliefde discipel.
Voor de rest zijn het soldaten, alleen maar op sensatie beluste mensen en degenen die Hem en Zijn boodschap zo haatten.
Waar ben ik?
Maak ik ook deel uit van de vrouwen?
Durf ook ik daar te staan, het risico lopend dat ook ik gevangen genomen word omdat ik een volgeling van Hem ben, of sta ik liever heel dicht bij de meute die Hem gekruisigd wilde hebben, uit veiligheidsoverweging?

Paulus heeft de eerste christenen zwaar vervolgd.
Hij hield de mantels vast van hen die Stefanus stenigden om zijn geloof in de Here Jezus Christus.
Als geen ander wist Paulus wat het hem zou gaan kosten toen hij zijn leven in de handen legde van de Here Jezus en zich overgaf aan Hem.
Degene die vervolgde zou zelf worden vervolgd.
Maar Paulus had tot in het diepst van zijn wezen, het diepst van zijn ziel beseft wat er aan het Kruis is gebeurd.
In de dagen van zijn blind zijn is de stem van de Here Jezus: ‘Paulus, waarom vervolg je Mij?’ tot in het diepst van zijn hart binnengedrongen en hij kan niets anders meer zeggen dan wat hij hier, in deze tekst, zei.
Alleen Hem wil hij volgen.
Alleen Hem wil hij dienen.
Om Hem wil hij alles doorstaan.
Niets is meer belangrijk; de wereld niet, wat de wereld hem aan zou kunnen doen niet, wat mensen zeggen niet, wat mensen hem zouden kunnen aandoen niet.
Niets maakt het meer voor hem uit, hij wil maar één ding: Jezus volgen, vertellen van Hem die voor onze zonden is gestorven en opgestaan.
Hem wil hij dienen, eren, in woord en daad.
Ongeacht wat het kost.
De wereld en al haar begeerlijkheden hebben voor hem afgedaan.

Is het voor mij ook zo ‘simpel’?
Kan ik dit net als Paulus ook zo ‘makkelijk’ zeggen?
Of zeg ik het te makkelijk om er vervolgens achter te komen dan mijn mond sneller was dan de consequenties die ik kon overzien?
Sta ik daar wel bij stil als ik tv kijk, of bepaalde bladen inkijk, of als ik de computer aanzet …

Paulus was heel radicaal in zijn keuzes, hoe radicaal ben ik?
Het Kruis was alles voor Paulus, wat betekent het Kruis voor mij?
Doet het er werkelijk toe hoeveel mensen ik tot God heb mogen leiden, of hoeveel ik gedaan heb voor mijn kerk of gemeente of  wil ik alleen maar dichter tot Hem groeien, Hem beter leren kennen door dagelijks in Zijn voetsporen te wandelen, te zijn als Hij, te doen als Hij?

Ik moet denken aan een gebed dat ik onlangs op mijn site gezet heb.
Welk een consequenties heeft dat gebed eigenlijk als je het goed tot je door laat dringen.

Kom, o God,
kom, Heer Jezus,
kom met Uw Heilige Geest
en leidt mij deze dag.

Vul mij, onderwijs mij.
Bescherm mij, leidt mij.
Maak mijn wil één met die van U
en doorstroom mijn hart met Uw liefde,
opdat ik zal uitdelen van wat U mij geeft.

Laat mij liefhebben, wat U liefheb
en laat mij haten, dat wat U haat.
Laat mijn hart zich verheugen, in dat wat U verheugt
en laat mijn hart bedroeft zijn om wat Uw hart bedroeft.
Maak mijn hart zacht en bewogen, zoals dat van U.

Laat mijn leven tot zegen zijn voor een ieder die ik ontmoet
en tot eer en glorie van U.

- Amen -

Als ik God wil leren kennen, beter wil leren kennen, dan is het Kruis de plaats waar ik wezen moet, want in de Here Jezus Christus heeft God getoond wie Hij werkelijk is.
Begin bij het Kruis en je zult het hart van de Vader leren kennen, voor zover dat voor ons mensen mogelijk is.
En voor hier zal dat genoeg zijn.




Lieve Vader in de hemel.
Het was voor Paulus allemaal zo ‘simpel’.
Niet in wat hij moest ondergaan, maar wel in hoe hij in het leven stond, zijn houding, zijn keuzes.
Hij had geen andere keuze, nadat hij erachter gekomen was wie Jezus werkelijk was.
Soms, lieve Vader, vraag ik mij weleens af of ik dat wel zo, in die hoedanigheid, weet.
Of misschien weet ik het wel, maar is het nog niet volledig in mijn hart neergedaald.
Of …
Waarom durf ik anders soms nog zo weinig; waarom doet het er soms nog zoveel toe wat mensen zeggen of vinden …
Waarom speel ik soms nog zo vaak op safe, of zwijg ik, of kijk ik een andere kant op of …
Vorige week, vader, hebben we het gehad over ‘klaar zijn voor de strijd’, maar U kennen, Vader, is nog zoveel belangrijker, want dan krijgt mijn hart dezelfde drive en passie als Paulus.
Dan wil ik nog maar één ding en dat is alles doen wat U van mij vraagt ongeacht wat het mij kost.
Niet omdat het moet, niet omdat het een wet is, maar omdat ik van U houd en ten diepste tot mij doorgedrongen is wie U bent en wat U voor mij hebt gedaan.
De prijs die U hebt moeten betalen voor mijn ziel.
Vader, ik ben onderweg en lerende.
Dank U wel voor Uw genade in dit proces, voor Uw vergeving, voor Uw geduld, voor Uw liefde.
Breng mijn geloof op dezelfde hoogte als dat van Paulus zodat ook ik met volle overtuiging dezelfde woorden kan zeggen.
‘Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld.’
Wel in de wereld, maar niet meer van de wereld.
Maak mij los, Vader, maak mij los.
Zet mij vrij …

In Jezus’ Naam.

- Amen -




Ik sluit mij af
voor de wereld om mij heen
en loop in gedachten,
in alle stilte en eenzaamheid,
naar het kruis - het is leeg.
Het bloed aan het hout
en op de grond
zijn de stille getuigen
van wat Hij daar
voor mij heeft gedaan.

Ik hoor het geschreeuw:
‘Kruisigt Hem, kruisigt Hem’
en een beklemmend gevoel
overvalt mij – ik moet kiezen.
De stemmen komen dichterbij;
wat zal ik doen,
waar ga ik heen?
Maak ik mij stilletjes uit de voeten
of zal ik bij het kruis blijven staan?

‘Jij hoort ook bij Hem!’
De woorden klinken hard en scherp
en angst overvalt mij
tot in het diepst van mijn wezen.
Dit is mijn moment – Hij kijkt.
Ja, ik hoor ook bij Hem!
Mijn angst is verdwenen;
Hem wil ik volgen, om wat Hij
voor mij heeft gedaan.

Liefhebben, wat Hij liefheeft;
haten, wat Hij haat.
Bedroefd zijn, om wat Hem bedroeft;
verheugd zijn, om wat Hem verheugt.
Geen compromissen,
alles plaatsen in Zijn Licht
en in Zijn voetsporen gaan.

©Rita Klapwijk

zondag 11 november 2012

Week 46 - Klaar voor de strijd

Neem daarom de hele wapenrusting van God aan,
opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad,
en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden.
HSV

Grijp daarom naar de wapenrusting die God u geeft,
om weerstand te kunnen bieden op de dag waarop het kwaad aanvalt.
Dan kunt u staande blijven, omdat u op die manier goed toegerust bent.
GNB

Efeze 6:13

De tijd waarin we leven, is geen makkelijke tijd.
En de tijd die gaat komen, wordt er beslist ook niet makkelijker op.
De Bijbel is hierover erg duidelijk.
Als je Mattheüs 24 leest, waar de Here Jezus met Zijn discipelen spreekt over het einde van de wereld, dan zou de moed je bijna in de schoenen zakken.
Hij spreekt van oorlogen, aardbevingen en hongersnoden
Van hoe het ene volk strijdend tegen het andere op zal staan, het ene rijk tegen het andere.
Van hoe we uitgeleverd zullen worden, onderdrukt, ter dood gebracht, enkel en alleen omdat we in Hem geloven.
Mensen zullen elkaar haten en verraden.
De verachting voor de wet zal toenemen, waardoor de liefde bij de meesten zal verkoelen.
Hij spreekt er over hoe er mensen zullen komen die ons op een dwaalspoor willen brengen, valse profeten en christussen.
Grote tekenen en wonderen zullen zij doen om zelfs uitverkorenen op een dwaalspoor te brengen.
In vers 22 staat zelfs: ‘Als God de duur ervan niet zou verkorten, zou geen sterveling het overleven. Maar ter wille van de uitverkorenen zal God de duur ervan verkorten.’
Dit is maar een globaal overzicht van de tekenen des tijds zoals de Here Jezus ze heeft doorgegeven.
Dit is wat ons te wachten staat, ons, onze kinderen, onze kindskinderen …

Veel van deze dingen zien we al gebeuren.
De natuur roert zich hevig, de onmin tussen landen wordt steeds groter en heviger en de vervolging, misschien in hevigheid nog ver van ons bed, wordt steeds groter.
Normen en waarden vervagen en vele woorden worden gesproken in de Naam van de Here Jezus, maar, zijn ze ook van Hem?

De verleidingen en verlokkingen van deze tijd zijn groot, zeer groot en zeer verontrustend.
De drukte van ons bestaan, het vele moeten van allerlei zaken, halen ons weg bij de stilte van God en vullen ons hoofd met van alles en nog wat.
Welke ruimte blijft er nog over voor Hem, voor tijd met Hem, Zijn woord?
De stilte en Zijn woorden worden  overschreeuwd met 24 uur radio, tv, computer etc.
Langzaam worden we, als we niet waakzaam zijn, meegezogen in de drukte en de opvattingen van de wereld.
Dingen worden gewoon, gaan erbij horen, worden ondergeschikt gemaakt aan Gods woord.
Zijn waarheid wordt op heel geniepige wijze, door de jaren heen, geweld aangedaan en aangepast aan de normen en waarden van de tijd waarin we leven.
En er is er één die lacht en lol heeft omdat de mens het vaak helemaal niet doorheeft hoe hij langzaam meegezogen wordt in zijn opvattingen totdat het te laat is er en niets meer aan gedaan kan worden.

De Bijbel waarschuwt ons dat we waakzaam moeten zijn.
Ja, hij gaat rond als een briesende leeuw op zoek naar wie hij kan verslinden, maar hij heeft ook ontzettend veel geduld en uithoudingsvermogen als het gaat om dingen te veranderen, om te zetten naar zijn wil.
Waakzaam zijn betekent alert zijn, oplettend, opmerkzaam.
Zijn we nog opmerkzaam in wat we doen, in wat we kijken, in …
Of schuiven we alles maar onder het matje van ‘och, het is maar tv, het is maar een film, het is maar …’
Zijn we nog oplettend genoeg om te merken dat ons denken vergiftigd wordt door alles wat we horen en zien?
Zijn we nog alert genoeg om daar wat aan te doen?

We zullen met steeds meer strijd te maken krijgen.
Kijk eens om je heen en zie eens hoe het Christelijk geloof al overal geweerd gaat worden.
Kijk eens om je heen en zie eens hoe je al niet meer volgens Bijbelse principes mag werken op sommige plaatsen, soms zelfs niet in je eigen bedrijf.
De strijd is allang begonnen, maar zijn wij wel waakzaam genoeg om het te zien?
En wat is ons antwoord daarop?
We hebben nu nog niet te maken met de meest heftige strijd, maar zijn we ons daar wel op aan het voorbereiden?
Houden we daar rekening mee?

Als er één ding is waar ik persoonlijk van doordrongen ben,  en ik hoop jij ook, dan is het wel dat ik me moet wapenen en goed moet leren omgaan met de wapens die Hij heeft gegeven.
In de bovenstaande tekst spoort Paulus ons ook aan om de wapenrusting aan te doen om weerstand te kunnen bieden en om staande te kunnen blijven in deze en komende tijd.
Waaraan en waartegen vinden we in hetzelfde  hoofdstuk.
Mag ik je daar nog even mee naar toe nemen?
Dan gaan we naar Efeze 6 vanaf vers 10.

Paulus begint het gedeelte over de wapenrusting met de aansporing om krachtig te worden (te zijn) in de Heere, en in de sterkte van Zijn macht.
De Matthew Henry Verklaring zegt hierover o.a.:
‘Ook al is een krijgsknecht (en dat zijn wij kinderen van God eigenlijk allemaal), ook al is een krijgsknecht aan de buitenkant nog zo goed bewapend, als hij van binnen geen moedig hart heeft, zal zijn wapenrusting hem weinig baten.
Geestelijke kracht en moed zijn zeer noodzakelijk voor onze geestelijke strijd.
Wij hebben van onszelf niet genoeg kracht.
Al onze weerbaarheid komt van God.
In Zijn kracht moeten wij uitgaan en voortgaan.’

‘Voorts, weest krachtig in de Heere en in de sterkte Zijner macht!’

Sterk en krachtig zijn in de Heere is dus één ding, de wapenrusting aandoen het tweede.
Hoe belangrijk Paulus (God) die wapenrusting vindt, blijkt wel uit de volgende verzen.
Vers 11 – Bekleed je – trek aan – met de hele wapenrusting van
             God, opdat je stand kunt houden tegen de listige
             verleidingen van de duivel.
Vers 12 – Want wij hebben niet te strijden tegen vlees en bloed,
              maar tegen de overheden, de machten, tegen de
              wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk,
              tegen de geestelijke machten van het kwaad in de
              hemelse gewesten.
Vers 13 - Neem daarom de hele wapenrusting van God aan,
             opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het
             kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt
             houden.

Tot twee keer toe spoort hij ons aan om die hele wapenrusting aan te doen en hij legt ons ook uit waarom.
Paulus wilt ons heel duidelijk laten weten dat dit geen gewone strijd is, maar een geestelijke strijd, die dan ook alleen met geestelijk wapens kan worden bestreden.
In 2 Korinthe 10:4 staat: ‘De wapens van onze strijd zijn immers niet vleselijk, maar krachtig door God, tot afbraak van bolwerken.
De wapenrusting die we van God ontvangen hebben, is zo speciaal, omdat God daar Zijn kracht aan heeft gegeven.
Daarom kunnen we alleen met die uitrusting tegen deze machten strijden en de overwinning behalen.

Houd dan stand,
uw middel omgord met de waarheid,
en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid,
en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie van de vrede.
Neem bovenal het schild van het geloof op,
waarmee u alle vurige pijlen van de boze zult kunnen uitblussen.
En neem de helm van de zaligheid
en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord,
terwijl u bij elke gelegenheid met alle gebed en smeking bidt in de Geest
en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle heiligen.


Efeze 6:14-18

Het Boek geeft nog een mooie uitleg over de wapenrusting en daar wil ik mee afsluiten.

Gods wapenrusting voor ons

Wij zijn betrokken bij een geestelijke oorlog.
Alle gelovigen zijn het mikpunt van satans aanvallen, omdat ze niet langer aan zijn kant staan.
Daarom draagt Paulus ons op elk onderdeel van Gods Wapenrusting te gebruiken om de aanvallen van de satan af te slaan en onder alles aan Gods zijde te blijven.

Gordel:
Gebruik: Waarheid
Toepassing: Satan vecht met leugens en soms klinken die als
                 waarheid.
                 Maar alleen gelovigen die Gods waarheid kennen,
                 satan verslaan.

Borstpantser:
Gebruik: Rechtvaardigheid
Toepassing: Satan valt vaak ons hart aan – de zetel van onze
                 gevoelens, eigenwaarde en vertrouwen.
                 De rechtvaardigheid van God is het borstpantser
                 dat ons hart beschermt.
                 Zijn goedkeuring rust op ons, omdat Hij van ons
                 houdt en Zijn Zoon heeft gestuurd om voor ons te
                 sterven.

Schoenen:
Gebruik: Bereidheid om het goede nieuws bekend te maken
Toepassing: Satan wil ons laten geloven dat het zinloos en
                 onbegonnen werk is anderen het goed nieuws te
                 vertellen.
                 De taak is te groot en er zijn te veel negatieve
                 reacties.
                 Maar de ‘schoenen’ die God ons geeft, vormen
                 de motivatie om te blijven vertellen van de
                 werkelijke vrede die God wil geven, dat is nieuws
                 dat iedereen nodig heeft.

Schild:
Gebruik: Geloof
Toepassing: Wat wij zien, zijn satans aanvallen in de vorm
                 van beledigingen, teleurstellingen en verleidingen.
                 Maar het schild van geloof beschermt ons tegen
                 zijn brandende pijlen.
                 Vanuit Gods perspectief kunnen we over onze
                 omstandigheden heen zien en beseffen dat de
                 uiteindelijke overwinning aan ons is.

Helm:
Gebruik: Redding
Toepassing: Satan wil ons laten twijfelen aan God, Jezus
                 en onze redding.
                 De helm beschermt onze geest tegen twijfel aan
                 Gods verlossende werk voor ons.
         
Zwaard:
Gebruik: De Geest, het woord van God
Toepassing: Het zwaard is het enige aanvalswapen in deze
                 lijst van wapentuig.
                 Er zijn tijden dat wij in de aanval moeten gaan
                 tegen satan.
                 Wanneer we op de proef gesteld worden, moeten
                 we vertrouwen op de waarheid van Gods woord.

Het is misschien niet het meest bemoedigende stukje om door te geven, maar wel een heel noodzakelijke.
Echter, als we in dit alles leven vanuit het feit dat de Here Jezus reeds de overwinning heeft behaald  en wij met Hem meer dan overwinnaars zijn, dan mogen we dwars door deze dingen heen, zien op de overwinning die reeds een feit is.
En dat is de grootste bemoediging voor ons hele leven; ons vooruitzicht op wat nog komen gaat.
En met dit vooruitzicht kunnen we verder en elke strijd aan.




Lieve Vader in de hemel.
Het zijn geen dingen waar we vrolijk en blij van worden.
Veel liever zou ik schrijven over Uw trouw, Uw liefde.
Over hoe groot en ontzagwekkend U bent, liefdevol en bewogen.
Hoe U ons ziet en voor ons zorgt; ja, dat er zelfs geen haar van onze hoofd valt zonder dat U daarvan weet.
Maar deze keer gaat het over wat nog komen gaat en waarin we nu ook al leven.
En hoe belangrijk het ook is, Vader God, om te horen van al Uw karaktereigenschappen, we zullen ook klaar moeten zijn voor de strijd die in de onzichtbare wereld om ons heen gaande is.
En als wij ons niet voor bereiden en toerusten, dan zullen we de strijd verliezen, omdat we niet toegerust en voorbereid zijn.
Dan zijn we als de vijf dwaze meisjes die geen extra olie hadden meegenomen.
Maak ons waakzaam, Vader, rust ons toe voor deze strijd en laten we er niet voor weglopen of denken dat we nog tijd genoeg hebben.
En doe ons boven alles beseffen dat U ons heeft voorbestemd om te overwinnen in en door Uw Zoon, onze Here Jezus Christus.
Trek ons dicht aan Uw hart, doe ons Uw stem horen, verstaan.
Leer ons luisteren naar wat U tot ons te zeggen hebt.
In Jezus ‘Naam.
- Amen –




Leef dicht bij Hem;
leef dicht aan Zijn hart.
Laat Zijn woorden je vullen;
maak ze tot je dagelijks voedsel.
Het maakt je sterk en toegerust
voor de strijd.

Leef dicht bij Hem;
leef dicht aan Zijn hart.
Doof de Geest niet;
wandel in Zijn waarheid.
Zorg dat het Zijn Geest is
die je leidt.

Leef dicht bij Hem;
leef dicht aan Zijn hart.
Jezus stierf voor jou en mij;
voor onze zonden.
Op onze schouders ligt Zijn kleed
van rechtvaardigheid.

Leef dicht bij Hem;
leef dicht aan Zijn hart.
Wees krachtig en sterk in de Heer;
wees waakzaam.
Draag Zijn wapenrusting,
zodat je toegerust bent voor de strijd.

©Rita Klapwijk

zondag 21 oktober 2012

Week 43 - Herstel

'Want als u zich tot de HEERE bekeert, zullen uw broeders en uw kinderen barmhartigheid vinden bij hen die hen als gevangenen weggevoerd hebben, zodat zij in dit land zullen terugkomen.
De HEERE, uw God, is immers genadig en barmhartig, en zal het aangezicht niet van u afwenden als u zich tot Hem bekeert.'

HSV

'Want als u terugkeert tot de HEER, zullen uw verwanten en uw kinderen genadig behandeld worden door degenen die hen hebben weggevoerd, en zullen ze weer naar dit land mogen terugkeren.
De HEER, uw God, is immers genadig en liefdevol; als u naar Hem terugkeert, zal Hij Zich niet van u afwenden.’

NBV

2 Kronieken 30:9

‘Als je valt, luister dan niet naar de beschuldigingen en hatelijkheden van de boze.
Sta weer op en wandel met God.’

Dit is een citaat uit het stukje van de kalender van waaruit ik de stukjes schrijf.
Verder spreekt het stukje nog van weer opstaan en verder wandelen met God; net zo vaak totdat je vrij bent.
Van vasthoudend moeten zijn en geduld hebben.
Maar het citaat dat ik heb aangehaald, is wat er voor mij uitspringt.

Wat heb ik al veel strijd geleverd (en soms nog) om dit in de praktijk te kunnen brengen.
Weten is namelijk één ding, maar uitvoeren een tweede.
Want wat hebben gevoelens en gedachten een enorme kracht!
Wat kunnen we daarin gigantisch worden aangevallen en wat is het soms niet verschrikkelijk moeilijk om daar tegen te vechten.
En wat kan de verleiding dan soms groot zijn om maar toe te geven aan gevoelens en/of gedachten.

Ik weet niet hoe het met jou is, maar gevoelens en gedachten kunnen mij helemaal onderuit halen en mij het opstaan beletten.
Vooral als ik vaker over hetzelfde struikel of val.
Terwijl ik hier mee bezig ben, hoor ik in de verte nog de woorden nagalmen: ‘Loser, mislukkeling dat je er bent.
Je kan ook niets, het komt nooit goed.
Steeds opnieuw maak je dezelfde fouten, steeds opnieuw ga je weer de mist in.
Wat ben je toch een sukkel.
Geef het nu maar op, het wordt nooit iets met jou.
Denk je nu echt dat God zo iemand als jij, die steeds weer de fout ingaat nog kan gebruiken of wil gebruiken?
Dat geloof je zelf toch niet.’
Enz. enz.

Herken je het?

Ik geloof wel dat de één daar gevoeliger voor is dan de ander, maar ik weet van mijzelf, dat dit één van mijn zwakste plekken is.
Ik ben een enorm gevoelsmens en een denker.
Dus mijn gevoelens en gedachten zijn voor mij heel belangrijk.
Dat betekent automatisch ook, dat ik me daar, op dat terrein het meest moet wapenen.
Waar de één voorzichtig moet zijn met muziek of tv, drank of vul zelf maar in, voor mij is het echt het terrein van gevoelens en gedachten.
Wat vind ik het soms moeilijk om niet te luisteren naar die beschuldigingen en die hatelijkheden die de boze in mijn hoofd wil planten.
Wat vind ik het soms moeilijk om niet toe te geven aan die gevoelens van zelfmedelijden en zelfbeklag die hieruit voorvloeien.
Wat heeft het zelfs lang geduurd voordat ik het door had, dat daar mijn zwakste plek lag, terwijl hij, de boze dat allang doorhad.
En wat heeft hij daar ge(mis)bruik van gemaakt.
Daarom sprak het bovenstaande citaat mij zo enorm aan.
Het is zeker een citaat wat ik op ga slaan en bewaren.
Want hoewel ik dit nu allang allemaal weet, het is iets wat ik mijzelf steeds opnieuw weer moet voorhouden.

We struikelen allemaal weleens en soms staan we gewoon op en kunnen we doorgaan.
Maar soms struikelen/vallen we en is het niet zo simpel.
Soms zijn we door bepaalde omstandigheden of vermoeidheid gewoon kwetsbaarder en daarmee een makkelijk doelwit voor de boze om zijn brandende pijlen op af te schieten.
De Bijbel spreekt niet voor niets over waakzaam zijn en de wapenrusting hebben we ook niet voor niets gekregen!
Het gebeurt nu eenmaal dat we als kind van God vallen en dat de boze zijn pijlen van beschuldigingen, zijn pijlen vol haat en venijn, op ons afvuurt.
Hoe zouden we anders ooit dingen kunnen leren?

Wees waakzaam, zegt Gods woord.
Met andere woorden, wees erop bedacht.
Mijn ervaring is (en vast ook van heel veel andere mensen), dat vooral als je kwetsbaar bent, waardoor maakt niet uit, de boze juist komt om je extra te belagen en zijn pijlen op je af te vuren.
Het is dus belangrijk om goed om jezelf te denken.
Je kunt het niet altijd voorkomen dat je kwetsbaar bent; teveel invloeden van buitenaf kunnen hierbij een rol spelen, maar we kunnen het wel onderkennen wanneer we kwetsbaar zijn.
Met het onderkennen kunnen we dan de nodige maatregelen nemen.
De twee meest belangrijkste dingen die je kunt doen zijn waakzaam zijn en de wapenrustig aantrekken.
Als we dan vallen en hij komt op ons af met zijn brandende pijlen van beschuldigingen en hatelijkheden, dan zullen we bemerken dat hij het is en kunnen we ons schild van geloof omhoog doen.
Zijn pijlen zullen door dat schild worden opgevangen en we kunnen vervolgens terugvechten met het Zwaard van de Geest, met Gods woord.

Dan kunnen we de bovenstaande tekst op hem afvuren.
‘Satan, mijn God is een genadig en liefdevol God.
Ja, ik ben gevallen, maar ik heb het Hem beleden, en hierdoor zal Hij Zich niet van mij afwenden.
Wat jij me voorhoudt zijn leugens; mijn God is vol liefde en genade!'


Of de woorden uit Psalm 37 (vers 23,24)
Ik laat mij leiden door de Heer, wat betekent dat als ik val, Hij Zich mij niet van mij afkeert, maar mij juist helpt om weer op te staan.
Zelfs het opstaan hoeven we dus niet alleen te doen.
Psalm 37 zegt het zelf, Hij helpt ons daarbij, al wat wij hoeven te doen is naar Hem opzien.
Schudt die hand die je vastgrijpt niet van je af door te geloven wat de boze allemaal zegt en laat je niet meezuigen naar beneden door zijn leugens.

Wat kan het moeilijk zijn om daar dan weer uit te komen.
Maar zelfs dan is het niet onmogelijk, want God blijft dicht bij je!
Hij is nooit ver weg!

Soms zijn we zover meegezogen door de boze naar beneden in de poel van beschuldigingen en hatelijkheden, dat we het gevoel kunnen hebben dat we dreigen te verdrinken in de kolkende golven daarvan.
We kunnen zover zijn meegezogen dat we er zelf niet meer uit kunnen komen en verdrinken lijkt ons voorzicht.
Probeer het dan niet zelf, maar roep het uit naar Hem en Hij zal antwoorden en je helpen.
God zorgt voor wat Hem toebehoort!

Schreeuw het naar Hem uit: ‘Heer, steek Uw hand uit en grijp mij vast; trek mij uit dit kolkende water!' (Psalm 144:7a)
'God, zie niet werkeloos toe, blijf niet zwijgen, houdt U niet doof!' (Psalm 83:2)
Heer, Uw woord zegt: ‘Wie U zijn toegedaan kunnen op U rekenen; wie bij U hun toevlucht zoeken, laat U niet in de steek.'

God hoort, God ziet, God helpt.
Steeds weer.
Hoe vaak wij ook vallen.
Laat je niet in de luren leggen door de boze met zijn leugens dat God je nu niet meer kan vergeven, dat je te vaak gezondigd heb, te vaak hetzelfde fout gedaan heb, te vaak gevallen ben.
Als God onze zonden vergeeft, doet Hij ze weg.
Hij gooit ze in de diepten van de zee (Micha 17:19).
Corrie ten Boom zou daarbij nog zeggen; en Hij zet er een bordje ‘Verboden te vissen’ bij!
God maakt geen optelsom van onze zonden, Hij vergeeft keer op keer.
Zolang wij ons maar blijven uitstrekken naar het doen van Zijn wil, dan komt de dag dat we de overwinning zullen behalen en niet meer zullen struikelen.
Dan zullen we vrij zijn.
Maar dat kan alleen door steeds opnieuw op te staan als we zijn gevallen en met Hem verder te gaan.

Laat je bemoedigen door Gods woord.
Hij heeft het ons gegeven als wapen, maar ook tot bemoediging, tot troost.

Kijk eens naar het leven van David.
God noemde hem een man naar Zijn hart, maar hoe vaak is David niet gevallen!
En toch, telkens weer is er voor David vergeving en kan en mag hij verder onder de leiding van God.
Zie eens in de Psalmen hoe vaak David niet getuigt van Gods hulp.
Laat je erdoor bemoedigen!
Open je Bijbel en lees!

En kijk eens naar het leven van de profeet Elia.
Zo zorgde zijn gebed ervoor dat het drie jaar en zes maanden niet regende, zo zit hij in zak en as, omdat Izebel hem naar het leven staat, en vraagt hij of God hem uit het leven wil wegnemen.
Maar God stuurt hem een engel, die hem wakker maakt en gebied om op te staan en wat te eten en te drinken.
Elia doet het maar gaat vervolgens weer liggen.
En opnieuw maakt de engel hem wakker: ‘Sta, eet nog iets, want er staat je nog een verre reis te wachten!’
Hij stond op, at en dronk en door de kracht van dit voedsel liep hij in 40 dagen en nachten naar de berg van God, naar de Horeb.
O, welk een bemoediging ligt hierin voor ons!

Als we zo te neer geslagen zijn zoekt God ons op.
God doet dit niet alleen voor Elia, Hij komt ook om ons te helpen.
Hij wil niet dat wij het opgeven.
Ook tegen ons zegt Hij: ‘Sta op en eet wat.’
Hij heeft ons Zijn woord gegeven, eet het, kauw erop zo lang als het nodig is, en slik het door.
Doe het opnieuw en opnieuw, net zolang tot ook jij sterk genoeg bent op weer op te staan en op reis te gaan.

Ons leven op aarde is een reis naar de eeuwigheid.
Blijf je daarop focussen!
Sta dus op en ga weer verder, je gaat niet alleen!


 O lieve Vader in de hemel, mijn hart is opgewonden over Uw liefde, over Uw trouw, over Uw vergeving, over Uw genade, over Uw hulp telkens weer.
Opgewonden door Uw woorden.
Wat een rijkdom aan bemoedigingen, aan troost, aan onderwijzing, aan …
Heere, U heeft Uw woord gegeven, maar wat gebruiken we het soms nog maar weinig zoals U het heeft bedoeld, simpelweg omdat we Uw woord gewoon  niet goed genoeg kennen.
Vergeef ons Heere, vergeef ons.
Geef ons toch een ongekende honger naar Uw Woord.
Vul ons hart met een ontembaar verlangen naar het kennen van Uw Woord.
Laat ons geen genoegen meer nemen met alleen af en toe een stukje lezen als het ons uitkomt, maar laat onze dag beginnen met een hunkering naar Uw Woord.
Voed ons, sterk ons, bekrachtig ons met Uw Woord.
Maak ons standvastig, vasthoudend, geduldig.
Help ons om steeds weer op te staan en als wij het niet meer kunnen.
Kom dan, o Vader en geef U ons weer grond onder onze voeten.
Dank U voor Uw liefde.
Dank U voor Uw trouw.
Ik prijs Uw grote Naam.


- Amen -


Er is een uitgestoken hand,
vanuit de hemel naar jou.
Als je bent gevallen,
grijp die dan vast.
Vergeet nooit
hoeveel Hij van je houdt.

Met welke beschuldigingen
en welke hatelijkheden
de boze je ook bestookt:
onthoudt: ‘Hij is de vader
van de leugen
en behoorlijk uitgekookt!


Sta op, wandel verder met God.
Wees standvastig en heb geduld.
Hij is genadig en vergevend,
altijd tot hulp bereid.
Sta op, hoe vaak je ook valt.
Wees met de kracht van Zijn Geest vervuld.

©Rita Klapwijk

zondag 12 augustus 2012

Week 33 - Strijd

De eeuwige God is voor u een woning,
en onder u zijn eeuwige armen.
Hij verdrijft de vijand voor u uit,
en zegt: Vaag hem weg!
HSV

Van oudsher is God een schuilplaats,
zijn armen dragen u voor eeuwig.
Hij dreef uw vijand op de vlucht
en droeg u op: “Vernietig hem!”
NBV

Deuteronomium 33:27


Op de kalender van Beth Moore, van waaruit ik al deze stukjes en gedichten schrijf, worden we geleid naar David en Goliath.
We worden opgeroepen om onszelf als het ware te zien als de herdersjongen David die het op durft te nemen tegen de reus Goliath en onszelf de vraag te stellen, waardoor het kwam dat David het tegen hem op durfde te nemen.
Het antwoord staat er achter, maar als we zelf eens heel goed hiernaar gaan kijken en tot ons door gaan laten dringen, dan is het niet meer een antwoord wat je zomaar er achteraan leest, maar waarvan de diepte ook tot je door gaat dringen en waardoor je gaat beseffen dat vele van onze vijanden in wezen Gods vijanden zijn en dan wordt de strijd toch wel even heel anders.
Het is echter wel zo, dat als je je daarvan niet bewust blijft, het wegebt en je het zicht verliest op deze realiteit.
Ik ervaar het dan ook als heel goed om hier weer bij terug te worden gebracht; wat zeg ik, goed om hier weer bij terug te worden gebracht?
Mijn hart is opgewonden, want het brengt mij terug bij 1 Samuël 17:45b waar staat: ‘…,maar ik kom naar u toe in de Naam van de HEERE van de legermachten, de God van de gelederen van Israël, Die u gehoond hebt.’

*David, de kleine, rossige herdersjongen, werd door zijn vader naar zijn broers gestuurd om eens te kijken hoe het met hen is.
Zij waren met Koning Saul en de andere mannen van Israël ten strijde getrokken tegen de Filistijnen en hadden hun kamp opgeslagen in het Eikendal; de Filistijnen lagen tegenover hen gelegerd.

Iedere dag verscheen daar een kampvechter uit het kamp van de Filistijnen; een reus van een kerel van wel bijna drie meter lang.
Hij droeg een bronzen helm op zijn hoofd en droeg een borstpantser van schubben dat wel 50 kilo woog.
Bronzen platen bedekten zijn benen en een bronzen werpspies/kromzwaard hing over zijn schouder.
De schacht van zijn lans leek wel een boom uit een weefgetouw en de ijzeren punt woog ongeveer zes kilo en een schilddrager liep voor hem uit.
Al met al dus een zeer imposante gestalte.
Het bleef echter niet alleen bij het verschijnen, want iedere dag opnieuw, wel 40 dagen lang,’’s morgens en ’s avonds, hoonde hij het volk Israël, daagde hen uit en dreef de spot met hen.
En bij het horen van zijn woorden werden de Israëlieten erg bang.

David was de jongste van de acht zonen die Isaï had en hij werd door zijn vader erop uit gestuurd om eens polshoogte te nemen bij zijn broers en op een levensteken van hen mee naar huis te nemen.
Het was heel vroeg in de morgen toen David van huis vertrok en toen hij aankwam bij de plaats waar zijn broers gelegerd waren, was dat precies op het moment dat de beide legers in de gevechtslinie tegenover elkaar stonden.
David liet de spullen die hij van zijn vader had meegekregen snel achter bij één van de bewakers en liep snel naar de gevechtslinie.
Daar aangekomen vroeg hij zijn broers hoe het met hen ging en net terwijl hij met hen sprak, verscheen Goliath ten tonele.
En David hoorde de woorden die Goliath, dag in, dag uit, sprak.

Wat mij dan diep raakt en wat voor ons allemaal een geweldig voorbeeld is, zijn de woorden die David vervolgens spreekt. (vers 26)
‘Wat zal men de man doen die deze Filistijn verslaat en de smaad van Israël afwendt? Want wie is deze onbesneden Filistijn wel, dat hij de gelederen van de levende God durft te honen?’

Het lijkt wel alsof David helemaal niet ziet hoe groot die Goliath eigenlijk wel is, noch de uitrusting die hij draagt; hij schijnt alleen de woorden te horen die deze reus spreekt en in plaats van dat het hem angst aanjaagt, raken deze woorden zijn hart om de honende, spottende toon.
Zij, het volk Israël, zijn Gods volk, het uitverkoren volk!
Niemand mag zo tegen hen spreken!
En David raakt zeer ontstemd.

Saul hoorde van David, van zijn vragen en riep hem bij zich.
En opnieuw raken mij de woorden die David spreekt.
‘Laat geen mens vanwege hem de moed laten zinken.
Uw dienaar zal gaan en met deze Filistijn vechten.’

Ik kan me zo voorstellen hoe dit tafereel eruit moet hebben gezien.
David, de herdersjongen, die daar voor de koning staat; een koning waarvan geschreven staat dat, toen hij tot koning werd gezalfd (1 Samuël 9:2), hij een flinke, knappe jongeman was en dat niemand in Israël zo knap was als hij en ook met kop en schouders boven iedereen uitstak.
En dan komt daar zo’n kleine, jonge knul de koning vertellen, dat hij met die reus zal gaan vechten.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat Saul hem hiervan wil weerhouden.

‘Jij, jij kunt toch niet met die Filistijn gaan vechten!
Je bent nog maar een jongen!
Hij, die Filistijn is een geboren vechter.
Heb je hem eigenlijk wel goed bekeken, jongeman?
Heb je wel gezien hoe groot hij is en wat voor uitrusting hij draagt?
Ach jongen toch, dat is toch niets voor jou, je bent maar een herdersjongen, een knulletje wat nog de schapen hoedt voor zijn vader.
Ga toch terug naar huis en laat het vechten maar aan ons over.

Maar David laat zich door niets en niemand van de wijs brengen.
Hij somt even op met welke gevaren hij al te maken heeft gehad met het hoeden van de schapen en laat zien, dat hij totaal niet bang is, noch geïmponeerd door Goliath’s verschijning.
Opnieuw raken mij zijn woorden en zijn geloof dat hierin doorklinkt: ‘De HEERE, Die mij uit de klauwen van de leeuw gered heeft en uit de klauwen van de beer, Die zal mij redden uit de hand van deze Filistijn.’
Met andere woorden: ik hoef het niet te doen, God zal voor mij strijden!

Saul trekt David nog zijn eigen kleding en wapenrusting aan, maar David is dat niet gewend en kan zich er nauwelijks in bewegen.
Snel trekt hij alles uit, en gaat zoals hij is.
Hij zoekt 5 gladde stenen uit de beek en stopt ze in zijn herderstas; zijn slinger neemt hij in de hand en zo loopt hij op Goliath toe.
Goliath verachtte hem, zegt Het Woord, omdat hij nog maar een jongen was en hij vervloekte David bij zijn goden.
Goliath daagt David uit: ‘Kom maar op, ik zal zorgen dat je het eten wordt van de aasgieren en roofdieren.

De kleine herdersjongen staat oog in oog met de reus, maar nog steeds laat hij zich door hem geen angst aanjagen.
En hij, deze kleine jongen, spreekt:

‘U komt naar mij toe met een zwaard, met een speer en met een werpspies, maar ik kom naar u toe in de Naam van de HEERE van de legermachten, de God van de gelederen van Israël, Die u gehoond hebt.
Op deze dag zal de HEERE u in mijn hand overleveren.
Ik zal u verslaan en uw hoofd van u wegnemen.
Ik zal deze dag de dode lichamen van het leger van de Filistijnen aan de vogels in de lucht geven en aan de dieren van de aarde, en heel de aarde zal weten dat Israël een God heeft.
En deze hele gemeente zal weten dat de HEERE niet door zwaard of door speer verlost, want de strijd is van de HEERE.
Hij zal u in onze hand geven.

En terwijl ze op elkaar toelopen, pakt David één van de stenen die hij heeft meegnomen, stopt hem in de slinger en gooit de steen naar de reus en raakt hem precies midden in het voorhoofd.
En Goliath stort op de aarde neer, waarna David hem het hoofd afhakt met zijn eigen zwaard.

David, een kleine herdersjongen, maar met de moed van een reus.
Waar kwam die moed vandaan?
Waarom werd hij niet bang net als al die andere Israëlieten?
Wat zag hij wat zij niet zagen?
Wat hoorde hij wat zij niet hoorden?

Er zijn een paar dingen die mij diep raken in dit stukje en die mij opnieuw doordringen van het feit, dat, al dan wel of niet sterk en krachtig zijn, moed en vertrouwen hebben, afhankelijk zijn van hoe wij kijken, op wie of wat wij zien.

- … Wie is deze onbesneden Filistijn wel, dat hij de gelederen van de levende God durft
   te honen?
- Laat geen mens vanwege hem de moed laten zinken.
- De HEERE, Die mij uit de klauwen van de leeuw gered heeft en uit de klauwen van de
   beer, Die zal mij redden uit de hand van deze Filistijn.
- …, maar ik kom naar u toe in de Naam van de HEERE van de legermachten, de God
   van de gelederen van Israël, Die u gehoond hebt.

Met andere woorden: Ik (David) zie die reus wel, maar hij heeft het lef om Gods kinderen te beschimpen.
De moed laten zakken?
Kom op zeg, ben je vergeten wie onze God is?
God heeft mij gered van beren en leeuwen, en Hij zal mij ook redden van die Filistijn,
want in Zijn Naam ga ik op de gast af!
David ziet voorbij de reus Goliath, hij ziet God!
David ziet voorbij die imponerende gestalte, Hij ziet de grootheid en de almacht van zijn God!
David hoort de woorden, maar zijn hart raakt verbolgen en doet pijn om God, om Gods volk, waartoe hij behoort.
Hij weet wie hij in God is, wie God voor hem is en hij gelooft en vertrouwt!
Maar David besefte ook, dat Goliath niet alleen hun vijand was, maar boven alles Gods vijand was.
In wezen werd niet het volk Israël uitgedaagd, maar God zelf.

De boze komt vaak met een heleboel bombarie op ons af.
Hij is erop uit om ons bang te maken, klein te maken, zodat we lam gelegd worden en vergeten om onze wapens op te nemen en te strijden.
Want hij weet, dat als wij gaan staan in de positie die we gekregen hebben met dat we tot geloof gekomen zijn, namelijk Zijn erfgenamen, Zijn kinderen, Zijn eigendom, hij geen schijn van kans maakt.
Want in Hem zijn wij meer dan over winnaar!; zegt Gods woord.
Daarom zijn de wapens die we van Hem hebben gekregen ook geestelijke wapens, want de echte strijd die we hebben te voeren is een geestelijke strijd.
We moeten leren kijken met andere ogen, met geestelijke ogen en dat is wat David deed.
En dan gaan we zien, dat veel gevechten die we te leveren hebben in het dagelijks leven eigenlijk niet om ons zijn of tegen ons, maar tegen God.
In Zijn Naam en in Zijn kracht moeten we leren gaan staan en strijden en daarin moeten we niet vergeten dat Hijzelf voor ons uitgaat om met en voor ons te strijden.
Hij laat ons nooit alleen!
De tekst waarmee dit stukje begint zegt dat God Zelf de vijand voor ons uitdrijft en Hij draagt ons op om de vijand te vernietigen.
We hoeven daarin nooit bang te zijn of de moed te verliezen, want Hij is ons tot een woning, een schuilplaats en Zijn eeuwige armen zijn onder ons, dragen ons!

David toonde ons wat er kan gebeuren als wij op God zien in plaats van op onze vijand.
En onze vijand komt in vele vormen en omstandigheden, maar als we in alles op God blijven zien en op Hem onze hoop en vertrouwen vestigen, net als David, dan zullen we ook net als David, onze vijand overwinnen en verslaan.




O, lieve vader in de hemel, mijn hart brandt van vuur door deze woorden van U.
Het brandt van dankbaarheid, om wat U ons aanreikt door ons deelgenoot te maken van wat U in en door Davids leven heen hebt gedaan.
Het brandt van liefde voor U, van verlangen om in het de praktijk te brengen, om niet meer op mijn ‘vijanden’ te zien, maar op U.
Ik bid U met heel mijn hart om geestelijke ogen, om ogen die zien wat achter de dingen die gebeuren ten grondslag ligt, de werkelijke vijand te kunnen zien.
Mijn hart verlangt, mijn hart brandt, voor U, voor wie U bent en voor wat U allemaal heeft gedaan.
Mijn hart verlangt ernaar, brandt, om het door te geven.
Om ook anderen aan te sporen om op U te zien en niet op omstandigheden of wat dan ook.
U bent God, de Almachtige!
De Eeuwige, die was, is en komt!
Die alles vast in handen heeft!
U bent het, onze alles in al.
U bent onze schuilplaats, onze woning; Uw armen, Uw eeuwige armen, zijn onder ons.
O Vader God, U komt toe alle lof en eer.
Maak dat mijn hart net zo verbolgen raakt als dat van David als Uw Naam, Uw eer, in het gedrang komt en leer mij daarin om net als David op de juiste wijze te reageren.

In Jezus ‘Naam.

- Amen -




Zie de vijand in de ogen,
ontdek tegen wie je werkelijk vecht.
Treed hem tegemoet in de Naam
van de Heer der legermachten
en zie hoe Hij voor jou
de strijd beslecht.
Laat je geen angst aanjagen
door zijn tomeloze
en uitdagend gepraat.
Zie op Hem,
ga in Zijn Naam
en onthoudt te allen tijd,
dat Hij naast je staat.
Laat de moed niet zakken,
hoe hevig de strijd ook is.
God zal met en voor je strijden,
ja, zeker en gewis.

©Rita Klapwijk

* 1 Samuël 17