Posts tonen met het label leven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leven. Alle posts tonen

zondag 7 juli 2013

Week 28 - Leven in(en) overvloed

'De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en verloren te laten gaan; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben.'
HSV

'Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.'
NBV

Johannes 10:10

Met het woord overvloed denken we al gauw aan overdaad, rijkdom, weelde; in ieder geval aan meer dan voldoende hebben.
Een leven in overvloed zal dan ook al gauw gezien worden als een leven waarin het je aan niets ontbreek, er is meer dan genoeg van alles wat je nodig hebt; misschien kun je zelfs wel zeggen, meer dan iemand nodig heeft of ooit op kan maken of gebruiken.
En als we het dan hebben over een leven in overvloed naar wereldse begrippen, dan zien we waarschijnlijk miljonairs voor ons, of in ieder geval mensen die daar met hun beurs dichtbij komen.
Mensen die wonen in prachtige grote villa’s met een zwembad erbij en vele slaapkamers en badkamers, kasten met kleding en schoenen die lijken op complete winkels.
Enz. enz.
Toch geloof ik niet dat dit is wat de Here Jezus hier bedoeld.

Er zijn twee mannen die maar in mijn gedachten blijven komen sinds ik bezig ben met dit stukje; Paulus en Silas.

‘Omstreeks middernacht waren Paulus en Silas aan het bidden en ook zongen zij, tot eer van God. De andere gevangenen luisterden toe.’
(Handelingen 16:25)

Het is misschien niet de meest logische gedachtegang, van een leven in overvloed naar Paulus en Silas in de kerker.
Bij beiden waren de kleren van het lijf gerukt en vervolgens werden zij beiden, na een aantal stokslagen in de gevangenis gegooid.
En daar, rond middernacht, waren ze aan het bidden en zingen tot eer van God.

‘Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben.
Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.’

Paulus en Silas bevinden zich niet in een prachtige villa met grote slaapkamers en badkamers.
Hun kleding was hen zelfs van het lijf gerukt en hun ruggen waren bont en blauw en helemaal kapot, en hun voeten zaten vast in blokken.
Hoezo ‘leven en overvloed’?

En toch, …

Te midden van hun pijn en moeilijke situatie bidden zij, zingen zij.
Er is dus iets met hen, in hen, dat hen boven hun omstandigheden uittilt.
Er is iets dat zij hebben, waardoor zij vrij zijn terwijl hun voeten vast zitten in een blok en zij zich bevinden in een donkere kerker.
In dit moment ligt voor mij de diepte en de werkelijke betekenis van een leven en overvloed dat de Here Jezus is komen brengen.
Want hoewel hun voeten vastzaten in blokken, was hun ziel vrij om Gods aangezicht te zoeken en Hem te aanbidden.
Hoewel de diepe duisternis van de nacht en de kerker hen omringde, scheen het Licht van Jezus in hun leven en verlichtte hun hart.
Hoewel hun ruggen kapot waren van de stokslagen, was hun hart, hun leven, hun ziel, genezen.
Al zouden ze dit met de dood moeten bekopen, ze waren niet bang, want ze wisten dat ze eeuwig leven hun deel zou zijn.

De vrede die elk menselijk verstand te boven gaat, was in hun hart.
Volheid van vrede.
Ze leefden vanuit de zekerheid dat hun leven veilig was in Gods hand en niets en niemand ze daaruit kon roven.
De vreugde om wat Jezus voor hen had gedaan, dreef hen voort en deed hen zingen en getuigen in de donkere nacht.
Volheid van vreugde.
Gods trouw voerde de boventoon; Zijn liefde was hun kracht.
Leven en overvloed was voor hen leven in Zijn nabijheid, in Zijn Licht.
Jezus was alles wat zij nodig hadden.
Jezus in je hart hebben, betekent overvloed hebben, betekent een leven in overvloed, in volheid.
In Jezus, door Jezus, hadden zij alles wat ze nodig hadden.

Jezus, die de Goede Herder is.
De deur waardoor de schapen de stal binnen kunnen komen.
Degene die voor de schapen zorgt dat het hen aan niets ontbreekt.
Degene die kwam om leven te geven, eeuwig leven.
Degene, waardoor wij kunnen groeien en bloeien ongeacht onze omstandigheden, omdat we door Hem geliefd en aanvaard zijn.
In Hem, en door Hem, komen we tot onze bestemming, namelijk een leven tot eer van Hem die ons geschapen heeft.

De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.
Hij doet mij neerliggen in grazige weiden,
Hij leidt mij zachtjes naar stille wateren.
Hij verkwikt mijn ziel,
Hij leidt mij in het spoor van de gerechtigheid,
omwille van Zijn Naam.
Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood,
ik zou geen kwaad vrezen,
want U bent met mij;
Uw stok en Uw staf,
die vertroosten mij.
U maakt voor mij de tafel gereed
voor de ogen van mijn tegenstanders;
U zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.
Ja, goedheid en goedertierenheid zullen mij volgen
al de dagen van mijn leven.
Ik zal in het huis van de HEERE blijven
tot in lengte van dagen.

Jezus is de enige toegang tot de Vader; de enige weg tot ons behoud.
Hij is niet een herder, maar de Goede Herder, die Zijn leven heeft gegeven voor Zijn schapen.
Hij kwam om ons leven te geven, leven in overvloed …
 …mij ontbreekt niets.
… mijn beker vloeit over.

Al ga ik door een dal vol schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij …
… Omstreeks middernacht waren Paulus en Silas aan het bidden en ook zongen zij, tot eer van God.

Leven en overvloed, leven in al zijn volheid, is een leven waarin Hij de leiding heeft; waarin Jezus het centrum is.
Jezus is het Leven!
En hoe zouden wij deze Herder niet kunnen vertrouwen?
Hij gaf Zijn leven zodat wij kunnen leven.
Als Zijn schapen kunnen wij ons vol vertrouwen door Hem laten leiden, want Hij
zorgt ervoor dat het ons aan niets ontbreekt.



Lieve Heer Jezus, dank U wel, dat U gekomen bent.
Dank U wel, dat U de Goede Herder bent.
Dank U wel, dat U Uw leven hebt gegeven voor mij, voor ons.
Dank U wel, dat ik daardoor leven heb ontvangen, een leven in overvloed, of zoals een andere vertaling zegt, in al zijn volheid.
O Heer Jezus, zonder U is mijn leven doelloos en leeg.
Al bezit ik alles wat er op aarde te vinden is, maar als ik U niet heb in mijn hart, dan zou mijn leven nog steeds leeg en doelloos zijn, zou ik nog steeds het gevoel hebben dat er iets ontbreekt, dat ik nog niet alles heb.
U, Heer, Jezus, en U alleen, bent het die mijn leven compleet maakt.
U bent het, die mij Het Leven geeft.
Door U, en in U, kan ik groeien en bloeien en leren leven tot eer en glorie van God de Vader.
In alle ontspannenheid, want U zorgt voor mij, U leidt mij; het zal mij aan niets ontbreken.
Dank U, Heer Jezus, dank U Vader.
Ik prijs Uw Naam.


- Amen -


Leven en overvloed,
leven in al zijn volheid.
Leven dat Jezus kent
en in zich heeft.

Volheid van vrede,
volheid van vreugde.
Volheid van liefde;
alleen Jezus geeft.

Groeien, bloeien,
tot eer en glorie van Hem.
Geliefd en aanvaard;
met Hem verkleeft.

Leven en overvloed,
leven in al zijn volheid.
Leven dat Jezus kent
en in zich heeft.


Gods rijke zegen 
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 30 juni 2013

Week 27 - Afhankelijkheid

'Deze dingen hebben wel een schijnreden van wijsheid, door eigenwillige godsdienst en nederigheid, en verachting van het lichaam, maar ze zijn zonder enige waarde en dienen tot verzadiging van het vlees.'
HSV

'Dat alles heeft wel de schijn van wijsheid met zijn zelfbedachte religie, zijn nederige houding en lichaamskastijding, maar in feite is het van geen enkele waarde en streelt het alleen maar zelfzuchtige neigingen.'
GNB

Kolossenzen 2:23


Na een aardige tijd te hebben zitten worstelen met het onderwerp, de gegeven Bijbeltekst en hetgeen er op het kalendertje staat, realiseer ik me dat het woord ‘afhankelijkheid’ waarschijnlijk helemaal niet zo’n populair woord is.
Misschien kan ik zelfs wel zeggen dat het helemaal geen populair woord is.

Afhankelijkheid, afhankelijk zijn, is in de tijd waarin we leven eigenlijk ondenkbaar als je ook maar enigszins een eigen keuze hebt.
Natuurlijk hebben we niet altijd een keuze.
Er kunnen dingen gebeuren of spelen vanaf de geboorte waardoor we, in meer of mindere mate, ‘gedwongen’ afhankelijk zijn van anderen.
Maar dan nog zien we in deze maatschappij dat alles er op gericht is om, waar mogelijk is, zo min mogelijk afhankelijk te zijn van anderen.
Zelfredzaamheid en zelfstandigheid is een heel belangrijk goed in onze samenleving en  waar iedereen recht op heeft.
Soms lijkt het zelfs wel alsof je door afhankelijkheid, afhankelijk zijn van anderen, minder waard bent.

Als ik ga kijken naar de definitie en de synoniemen van afhankelijk/afhankelijkheid, dan klinkt dat ook inderdaad niet als iets waar je erg vrolijk van wordt.
Definitie: situatie dat je hulp van anderen nodig hebt; het steun of hulpbehoevend zijn van anderen.
Synoniemen o.a.: onzelfstandig, onvrijheid, knechtschap, ondergeschikt, hulpbehoevend, onderworpen.
Nou, laten we eerlijk zijn, niemand wil toch graag ondergeschikt, hulpbehoevend of onderworpen zijn.

Dit alles maakt het voor sommigen dan ook heel moeilijk om te geloven en het verlossende werk van de Here Jezus aan te nemen.
Als het namelijk gaat om het herstel van de relatie tussen God en ons mensen, om redding van ons leven, om vergeving van onze zonden, om het verkrijgen van het eeuwige leven, om verlossing, bevrijding, genezing, vrede …, dan zijn we volledig en totaal afhankelijk van Jezus Christus, Gods eigen Zoon.
Er is namelijk niets dat wij kunnen doen, of laten, dat onze redding/verlossing bewerkt.
Er is niets dat wij kunnen doen, of laten, waardoor onze relatie met God wordt herstelt.
We zijn daarin totaal afhankelijk van de Here Jezus, van Zijn genadegeschenk, van Zijn verlossingswerk, van wat Hij heeft gedaan voor ons.

Menig ongelovige denkt dat hij vrij is en dat gelovigen gebonden zijn.
En misschien is dat ook wel de boodschap die we vaak (ongemerkt) uitstralen.
Je moet Bijbel lezen, je moet naar de kerk op zondag, je moet bidden, je mag dit niet, je mag dat niet …
En hoewel dit natuurlijk niet de boodschap is die door iedereen wordt uitgedragen is het wel de boodschap die het langst blijft hangen.

De gedachten van velen zullen hierbij uitgaan naar de ‘zware’ kerk; hun leven staat immers redelijk bol van alle ge- en verboden.
En dat is ook wel zo, maar toen ik de Evangelische kringen binnenkwam, ontdekte ik langzaam aan, dat zij op sommige fronten net zo wettisch waren als waar zij de ‘zware’ kerken van beschuldigden; alleen op heel andere gebieden.
En veelal hadden/hebben ze het niet eens door.
Ik ervoer het soms alsof ik ontsnapt was aan het ene wettische gebeuren en het volgende er voor in de plaats was gekomen.
Inmiddels heb ik daar redelijk mijn weg in gevonden, maar soms blijft het lastig.

Op de een of andere manier lijkt het dus bijna in de mens te zitten om iets te moeten doen.
Ook zomaar iets aannemen van iemand zonder iets terug te doen, is schijnbaar heel erg moeilijk.
Geef iemand iets cadeau, doe iets voor iemand, … en hij/zij voelt zich vaak verplicht om op de één of andere manier iets terug te doen.
Soms lijkt dat ook zo het geval te zijn in ons geloof.
We ontvangen van de Here Jezus verlossing en we leggen onszelf vervolgens vaak nog weer allerlei dingen op wat wij dan weer voor Hem ‘moeten’ doen.
En negen van de tien keer zijn het door ons mensen zelf verzonnen dingen.

Dit lijkt ook het geval te zijn in Kolosse, want Paulus waarschuwt deze gemeente voor misleidende ideeën van mensen (vers 8) en hij zegt verderop:
‘Trek u dus niets aan van kritiek als het gaat om eten en drinken, het vieren van feestdagen, Nieuwe Maan of sabbat. (vers 16)

Blijkbaar houden de Kolossenzen er anders dan andere gebruiken op na wat betreft eetgewoonten of godsdienstige gebruiken.
Paulus zegt hen echter dat ze zich niets aan moeten trekken van wat mensen daarover zeggen, maar dat ze zich in alles moeten richten op de Here Jezus.

Dingen kunnen soms heel vroom en godsdienstig lijken; we kunnen onder de indruk raken van de discipline die sommige mensen hebben, maar dit wil nog niet zeggen dat iedereen het precies zo moet doen.
Het gaat niet om de middelen, het gaat om het doel en het doel is de Here Jezus.
Het gaat er niet om wat mensen zeggen, het gaat om wat Jezus zegt.
Of zoals op het kalendertje staat: Gods woord gaat niet over onze wil, maar over die van Hem.

Door onze zondige natuur zijn we niet in staat om vanuit onszelf te leven zoals Hij het van ons vraagt.
We kunnen onszelf van alles aanleren en/of een enorme discipline opleggen, regeltjes en zo gebruiken, de vraag is dan echter: wie volgen we dan nog, en wie eren we daarmee?
Zoals we afhankelijk zijn van de Here Jesus voor onze redding, zo zijn we ook van Hem afhankelijk als het gaat om te leven zoals Hij.

Als ik nog eens naar de definitie en de synoniemen kijk van het woord afhankelijkheid, en dit plaats in het licht van afhankelijk zijn van Jezus, van God, dan krijgt dit woord een heel andere betekenis.
Daar waar afhankelijkheid in deze wereld vaak een teken van zwakte is, is het in het geloof juist andersom.
Hoe meer wij afhankelijk zijn van God, hoe meer Hij juist met Zijn kracht door ons heen kan werken.
Jezus deed niets zonder toestemming van Zijn Vader.
Hij deed niets wat Hij Zijn Vader niet had zien doen.
Hij zegt zelfs: Ik kan van Mijzelf niets doen. (Johannes 6:30)
Hij leefde in volle afhankelijkheid van Zijn Vader.
Het was juist daardoor dat Hij was Die Hij was en kon doen wat Hij moest doen.
Als wij ook willen worden, willen zijn, die Hij ons bestemd heeft te zijn, dan zullen wij moeten leren leven in afhankelijkheid van Hem.

Afhankelijk zijn van God, is beseffen dat je hulpbehoevend bent, dat je het zonder Zijn hulp op geen enkel front, zelf kan.
Beseffen dat je de Here Jezus nodig hebt, Zijn lijden en sterven, Zijn opstanding, Zijn teruggaan naar de Vader, de door Hem beloofde Heilige Geest.
Afhankelijk zijn van God, is ook gehoorzaam zijn, Zijn wil zoeken boven die van jezelf.
Afhankelijk zijn van God, is sterven aan onszelf, Hij moet wassen, ik moet minder worden.
Afhankelijk zijn van God, is ook vrij zijn, geborgen zijn, vrede hebben, een koningskind zijn.
Vrij, want we hoeven het zelf niet meer te doen.
Geborgen, want Hij zorgt voor ons.
Vrede, want we rusten in Hem.
Koningskind, want we zijn kinderen van de Allerhoogste.

Afhankelijk zijn van God, van Jezus, van de Heilige Geest in ons, is geen teken zwakte, maar is juist onze kracht.
Want de kracht die vrijkwam toen Jezus opstond uit de dood, is onze kracht.
Zijn kracht wordt ten volle openbaar in onze zwakheid.


Lieve Vader in de hemel.
Wij mensen willen zo graag onafhankelijk zijn, dat we U zelfs vaak aan de kant duwen en als kleine kinderen klinken: ‘Ikke zelluf doen.’
Het ergste is, Vader, dat we ons er vaak ook nog niet eens van bewust zijn, totdat we stuklopen en moeten erkennen, we hebben het weer uit eigen kracht proberen te doen.
Vergeef ons, Vader, vergeef ons dat we vaak wel weten wat we moeten doen, maar het toch niet doen.
Ook hierin, Lieve Vader, zijn we ook afhankelijk van U, dat U ons helpt en leert.
Dank U wel, voor Uw geduld met ons.
Dank U voor Uw liefde voor ons.
Dank u voor Uw vergeving, iedere keer weer.
Help ons, Vader, om te leren leven in (volkomen) afhankelijkheid van U.
Niet mijn wil, maar Uw wil.
Niet wat mensen zeggen, maar wat U zegt.
Niet wat fijn en aangenaam is, maar wat goed is.
In Jezus’  Naam.

- Amen -


Ik heb een heerlijk vooruitzicht,
een wonderschone toekomst is wat mij wacht.
En in het leven hier op aarde,
ben ik sterk en vol van kracht.

Als ik moe ben,
word ik opgebeurd;
als ik geen kracht meer heb,
word ik weer sterk gemaakt.
Als ik niet weet waar ik heen moet gaan,
wordt mij de weg gewezen
en heel de weg die ik dan ga,
wordt over mij gewaakt.

Als ik verdrietig ben,
word ik liefdevol getroost.
Als ik niet meer verder kan,
opgetild en gedragen.
En als ik het allemaal niet meer weet,
het donker is om mij heen,
zelf geen uitkomst zie,
mag ik alles vragen.

Als ik bang ben,
is er een veilige plek.
En als ik wanhopig ben,
een toevluchtsoord.
Als stormen komen in mijn leven,
mijn schreeuw om hulp klinkt,
wordt elke schreeuw
gehoord.

De wereld noemt het zwakte,
ziet het als gebondenheid.
Misschien zelfs als blamage,
ondergeschikt en onzelfstandigheid.

Maar ik weet mij geborgen
in Zijn sterke hand.
Afhankelijk zijn van Hem
is juist mijn kracht en sterkte,
want Hij brengt mij veilig thuis
in mijn hemels Vaderland.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita