Posts tonen met het label bidden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bidden. Alle posts tonen

zondag 28 juli 2013

Week 31 - Besef van nood

'Maar u, wanneer u bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader, Die in het verborgene is; en uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden.'
HSV

'Maar wanneer u bidt, ga dan uw kamer in, doe de deur achter u dicht en bid dan tot uw Vader, die verborgen is.
En uw Vader, die ziet wat verborgen is, zal u belonen.'
GNB

Mattheüs 6:6


Besef van nood en de overtuiging hebben dat God liever een eerlijk smeken aanhoort om wat we niet hebben dan dat Hij luistert naar vele vrome gebeden uit een ongelovig hart, zijn de ingrediënten voor deze keer.
Even kon ik de titel niet plaatsen bij wat er op het kalendertje staat en de tekst, maar ik denk dat het erbij gezet is, bekeken vanuit God.
Zijn besef van onze nood, en dan valt alles op zijn plek.

Met het lezen van de Bijbeltekst die erbij gegeven is, gingen mijn gedachten automatisch naar het verhaal van de Farizeeër en de tollenaar in Lucas 18.
Een gelijkenis die de Here Jezus vertelde ‘met het oog op mensen die overtuigd zijn van hun eigen rechtvaardigheid en neerzien op alle anderen.’ (vers 9)
Ik zie het tafereel voor me …

Twee mannen gaan de tempel binnen.
Een voorname Bijbelleraar, een Farizeeër, en een bedrieger, een tollenaar.
Eén loopt helemaal door naar voren, zover hij mag komen, en de ander blijft, een beetje in het donker, achterin staan.
Eenmaal voorin gekomen begint de man te bidden.
Fier rechtop met opgeheven handen en een welluidende stem.
Als je in de tempel aanwezig ben, kun je zijn gebed niet missen.
‘O, God ik dank U,’ begint hij, en hij vervolgt: ‘Dank u dat ik niet zo ben als …, of zoals die tollenaar daar …

Als ik mijn blik verleg naar de man achterin, die daar maar een beetje in het donker staat, moet ik wel heel dichtbij komen wil ik iets horen van wat hij zegt.
Zijn houding is zo anders dan van die man voorin.
Hij staat wat voorover gebogen, alsof hij een zware last op zijn schouders draagt.
Ik zie hem zichzelf op de borst slaan, terwijl zijn mond beweegt.
Zijn stem is gebroken en tranen glinsteren in zijn ogen.
‘O, God,’ klinkt het, ik ben een zondaar; wees mij genadig!

Twee mannen, twee gebeden.
Niemand kon om de eerste man heen, maar wilde je iets meekrijgen van het gebed van de ander, dan moest je dichterbij komen; een beetje zoeken als het ware en je inspannen om te kunnen horen wat hij zei.

Sommige mensen kunnen prachtig bidden.
Ze zijn welbespraakt, hebben charisma, een grote woordenschat en flair.
Met het grootste gemak bidden ze als erom gevraagd wordt of als daar ruimte voor is.
Anderen durven niet (of niet goed).
Ze voelen zich geïntimideerd door de gebeden van anderen, die het in hun ogen veel beter kunnen.
Ze voelen zich onzeker, (bijna) minderwaardig.
Ze kunnen niet zo vloeiend bidden; het gaat vaak hakkelend, ze moeten vaak zoeken naar woorden.
En vaak verontschuldigen ze zich vervolgens ook nog: sorry, maar ik kan niet zo mooi bidden als …

Dit zijn natuurlijk twee uitersten, er zit ook nog van alles tussen, maar daar gaat het nu even niet om.
De Here Jezus gebruikt in Zijn gelijkenis ook twee uitersten om iets duidelijk te maken.
En het is ook niet zo bedoelt, dat Hij met deze gelijkenis iedereen over één kam wil scheren.
Er ligt een diepe boodschap in Zijn verhaal verborgen.

Mijn gedachten gaan naar Samuël, naar het moment dat hij één van de zonen van Isaï moet zalven tot nieuwe koning van Israël.
Bij het zien van de eerste zoon dacht Samuël dat hij wel degene zou zijn die tot koning gezalfd moest worden, maar de HEER berispt Samuël (en daarmee ons ook) eigenlijk als het ware.
‘Kijk niet naar zijn uiterlijk en ook niet naar de hoogte van zijn gestalte, want Ik heb hem verworpen. Het is namelijk niet wat de mens ziet, want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan.’
(1 Samuël 16:7)

En hier komen we bij de kern van Jezus boodschap, het hart.
Het gaat niet om hoe mooi, of hoe lang, of welke woorden, of welke houding.
Het gaat om het hart, om uit welke harstgesteldheid het gebed gebeden wordt.
Een gebed kan nog zo mooi klinken, de juiste toon, prachtige woorden, een bijzondere houding …
Het is waardeloos als het niet voortkomt uit een oprecht hart.
De drie, misschien hakkelend, woorden ‘HEER, dank U’ van iemand, die eigenlijk niet durft te bidden, maar God toch (ook) zo graag  wil danken, zijn van grotere waarde, dan elk ander prachtig, bijna poëtisch uitgesproken gebed van wie dan ook, maar waarvan het hart vol is van zichzelf, zijn eigen stem, zijn eigen kunnen.

In het verhaal van de Here Jezus ging de één gerechtvaardigd, vrij van schuld, naar huis, dit in tegenstelling tot de ander.
God ziet het hart aan, niet het uiterlijk vertoon!

Dat is ook waar de bovenstaande tekst op doelt, niet dat wij niet in het openbaar (gezamenlijk) zouden mogen/moeten bidden; samen bidden is heel belangrijk.
Maar niet als we het doen om onszelf te horen of om te laten zien hoe goed wij wel niet zijn, of iets dergelijks.

Prediker zegt: ‘Er is voor alles een tijd en een plaats.’
(Prediker 3:1)
Zo is er ook een tijd van samen bidden, maar ook een tijd om, zoals de bovenstaande tekst zegt, je binnenkamer in te gaan en alleen te zijn met God.
En daar, in die beslotenheid van het samen zijn met God kunnen, en mogen, we Hem alles vertellen wat in ons hart leeft.
Hoe raar, hoe stom, hoe vaak, hoe klagend, hoe verdrietig, hoe boos, hoe smekend, hoe …, het in onze eigen ogen ook is.
Ik geloof, dat we werkelijk met alles bij Hem mogen komen.
Ik geloof, dat Hij ons dan niet alleen hoort, maar ook naar ons luistert.
Ik geloof, dat Hij ons nooit weg zal sturen omdat we voor de zoveelste keer met hetzelfde aankomen.
Ik geloof, dat Hij ons steeds opnieuw in liefde zal aanhoren.
Ik geloof ook, dat Hij dat liever hoort dan de mooiste gebeden uitgesproken vanuit een onoprecht, ongelovig hart; als ons hart maar oprecht is, zoals dat van de tollenaar.

Dit wil niet zeggen dat God dan ook alles verhoort; ons geeft of doet waar we om vragen.
Niet echt.
Maar we mogen met vrijmoedigheid naderen tot Zijn troon van genade, wordt gezegd in Zijn woord (Hebreeën 4:16), en dat is waar het om gaat.
Komen bij Hem, naar Hem toegaan.
Samen, of alleen, steeds weer.
Al is het met iedere keer dezelfde noodkreet, God kent onze nood, Hij heeft besef van onze nood.
Hij begrijpt ons als we, al is het met steeds hetzelfde, bij Hem komen.
Zolang onze gebeden maar uit een oprecht hart komen.
Een hart dat Hem zoekt, het van Hem verwacht, weet dat alleen Hij het antwoord is.

Psalm 139 spreekt over hoe goed God ons kent, om precies te zijn door en door.
Hij weet al wat we willen zeggen nog voor we het zelfs maar hebben uitgesproken.
Hij weet wat er in ons hart leeft, wat er rondgaat in onze gedachten; niets is voor Hem verborgen.
Dus kom, laten we niet schromen om ons uit te spreken.
Hij vindt ons niet lastig of vervelend.
Hij heeft ons lief en verlangt ernaar dat wij ons hart met Hem delen.


Lieve Vader in de hemel.
Dank U wel, dat wij bij U mogen komen; dat U er naar verlangt dat wij ons hart met U delen, dat U zo graag tijd met ons doorbrengt.
Dank U wel, dat het voor U niet belangrijk is wie we zijn of hoe we eruit zien; of we rijk zijn of arm, welbespraakt of stotteren.
Dank U wel, dat we mogen komen, gewoon zoals we zijn.
Bij U is maar één ding belangrijk: een oprecht hart.

Onderzoek mijn hart, Vader, en laat mij zien of er ook maar iets van onoprechtheid in is.
Laat mij openstaan voor Uw antwoord, Uw leiding, Uw correctie, eventueel Uw zwijgen.
Laat het mij niet weerhouden om U alles te vertellen wat er in mijn hart leeft, maar leer mij om in alles te zeggen: ‘Uw wil geschiede.’

U houdt van mij, meer dan ooit iemand ooit zal kunnen, dat mag ik weten, aannemen, vanuit leven.
Uw antwoord op mijn gebeden, mijn smeken, mijn klagen of mijn vragen, zullen altijd zijn vanuit wat past in Uw plan en wat (uiteindelijk) voor Uw koninkrijk of voor mij het beste is.

Ik kom zo bij U, Vader, in de beslotenheid van mijn kamertje ( ….. ), in de stilte van dit moment en bid U …

In Jezus’ Naam.

- Amen -


Bij Mij mag je komen,
gewoon zoals je bent.
Je hoeft niet eerst
iets voor te bereiden,
je mooi aan te kleden,
of ergens heen te rijden.
Kom, kom maar bij Mij,
gewoon zoals je bent!

Ik verlang niet naar mooie
en welluidende woorden.
Ik let niet op vloeiende
of hakkelende gebeden.
Of dacht je dat Ik daar meer
aandacht aan zou besteden?
Nee, Ik verlang alleen naar
oprecht uitgesproken woorden.

Kom, kom maar bij Mij,
gewoon zoals je bent.
Leg je hart bloot voor Mij,
vertel Mij alles wat je bezighoudt.
Ik heb je lief, verlang naar jou.
Niets wat jou betreft, laat Mij koud.
Kom, wees eerlijk en oprecht,
en gewoon, zoals je bent.


Gods rijke zegen 
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 6 mei 2012

Week 19 - Mislukking

Simon,Simon!
Weet dat satan heeft geëist jullie te ziften als koren in een zeef.
Maar Ik heb voor je gebeden dat je geloof je niet in de steek zou laten.
En jij moet, als je eenmaal tot inkeer bent gekomen, je broeders moed inspreken.
GNB

En de Heere zei: Simon, Simon, zie, de satan heeft u allen opgeëist om te ziften als de tarwe.
Maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoudt. En u, als u eens tot inkeer gekomen bent, versterk dan uw broeders.
HSV

Lucas 22:31,32

Heer, het ging weer mis,
opnieuw heb ik gefaald.
Het lijkt nog maar zo kort geleden
dat ik een ‘overwinning’ had behaald.

Wat voelde ik mij toen sterk,
en ervaarde ik U van zo dichtbij.
En nu, ineens, als uit het niets,
lijkt dit alles helemaal voorbij.

Een nederlaag heb ik geleden,
ik tuinde met open ogen in satan’s val.
Ik voel me zwak, ziek en misselijk,
als was ik gevallen in een heel diep dal.

Ik voel me zo’n mislukkeling,
Heer, wat heeft U nog aan mij?
Hoeveel geduld hebt U nog?
Blijft U ook nu nog aan mijn zij?

Vanaf grote afstand ziet Petrus hoe zijn Meester naar het huis van de hogepriester wordt gebracht en voorzichtig volgt hij Hem de binnenplaats op.
Midden op de binnenplaats wordt een vuur aangelegd en iedereen gaat erom heen zitten.
Petrus voegt zich bij hen en gaat tussen hen in zitten.
Het schijnsel van het vuur verlicht zijn gezicht en ineens klink er een stem.
Een dienstmeisje kijkt hem scherp aan en zegt: ‘Die man was ook bij Hem.’
Petrus schrikt: ‘Nee, nee, echt niet, ik ken die man niet.’
En hij schuift een beetje opzij de andere kant op, zodat ze hem niet goed meer kan zien.
Stilletjes wacht hij af wat er gaat gebeuren.
Maar dan ineens klinkt er opnieuw een stem.
‘Hé, jij bent toch ook één van hen?’
Verdraaid.
‘Nee man, dat ben ik niet; je verward me met iemand anders.’
Petrus voelt zich knap ongemakkelijk.
Hij wil hier blijven, maar ze maken het hem wel moeilijk zo.
Een diepe zucht ontsnapt uit zijn binnenste, terwijl hij weer een beetje gaat verzitten.
Nog geen uur later klinkt het voor de derde keer: ‘Ja, het is wel waar, die man hoort wel bij Hem, want hij is ook een Galileeër.’
Kribbig antwoordt Petrus: ‘Man, doe normaal. Ik weet echt niet waar je het over hebt. Ik ken Hem niet!’
En met dat Petrus dit zegt, hoort hij een haan kraaien.
De Here Jezus draait Zich om en kijkt Petrus aan.
Als Petrus de blik van Zijn Heer ziet en de haan hoort kraaien, herinnert hij zich wat de Heer gezegd had.
… Nog voor de haan driemaal gekraaid zal hebben, zul je Mij driemaal verloochend hebben …
Diepe pijn welt op in zijn hart en hij rent weg naar buiten.
Tranen van spijt, van verdriet, van berouw, rollen over zijn wangen.
Hij huilt zoals hij nog nooit heeft gehuild.
Was het echt nog maar zo kort geleden dat hij gezegd had, dat hij bereid was de gevangenis in te gaan voor Zijn Heer?
Was het echt nog maar zo kort geleden dat hij bereid was geweest om te sterven voor zijn Heer.
Waren dat niet zijn eigen woorden?
Ohhh, een diep gekreun stijgt op vanuit het diepst van zijn hart.
Wat moet zijn Meester wel niet van Hem denken?
Hoe heeft hij Hem dit kunnen aandoen?
Hij houdt zoveel veel van Hem en toch is dit gebeurd …
Steeds opnieuw ziet hij de blik van zijn Heer.
Steeds opnieuw ziet hij hoe die ogen hem aankijken.
En in zijn oren hoort hij steeds opnieuw het kraaien van de haan.
Hij krimpt ineen.
Diep berouw maak zich van hem meester en het maakt hem heel klein.

…..

Na de middagmaaltijd kijkt de Here Jezus Simon Petrus aan en vraagt ineens:
‘Simon, zoon van Jona, hou je van Mij meer dan alle anderen?’
Van binnen bij Petrus gebeurt er van alles terwijl hij antwoordt: ‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houdt.’
‘Hoed dan Mijn lammeren,’ zegt Jezus.
Dan klinkt het opnieuw uit de mond van Jezus: ‘Simon, zoon van Jona, heb je Mij lief?’
Petrus kijkt zijn Heer aan en zegt: ‘Heer, U weet dat ik van U houdt.’
En Jezus zegt: ‘Hoed dan Mijn schapen.’
Dan klinkt het voor de derde keer: ‘Simon, zoon van Jona,  houdt je van Mij?’
Diepe droefheid maakt zich van Petrus meester.
Voor de derde keer vraagt zijn Heer dit nu.
Hij kijk Jezus opnieuw aan en zegt: ‘Heer, U weet alles, echt alles. U weet dus ook dat ik heel veel van U houdt.’
‘Weid dan Mijn schapen,’ zegt Jezus tegen hem ...

… Volg Mij …

Als ik zo even een beetje in Petrus’ schoenen meeloopt, dan voel ik iets van wat hij moet hebben gevoeld.
En tegelijkertijd weet ik ook, dat ik mijzelf ook wel vaker zo heb gevoeld.
Diepe schaamte, diep berouw, om de dingen die ik heb gedaan terwijl ik toch zo van de Heer houdt.
Momenten van niet begrijpen dat ik zo laag kon zinken.
Weg willen kruipen, me onzichtbaar willen maken en tegelijkertijd beseffen dat dat niet kan.

Het is zo makkelijk om sterk en fier te zijn als alles goed gaat en je leeft op de top van de berg.
Maar als er stormen komen, als de moeilijkheden je gaan belagen, of als je moe bent en kwetsbaar, wat dan?
Nee, er ligt niet alleen een vraag of je wel bidt als je met je collega’s aan tafel gaat om te eten, maar ook, wat als je ziek wordt, als je je baan verliest, je man, vrouw, kind?
Wat als je kind of jijzelf verslaafd raakt?
Wat als anderen je verraden?
Wat als het één nog niet voorbij is en het volgende krijg je alweer op je bordje?
Wat als depressie zich van je meester maakt en je de realiteit niet meer kunt zien?
Als het leven een last wordt, de zon verdwijnt achter de wolken en nooit meer te voorschijn lijkt te komen?
Wat als je zo vreselijk moe bent, door wat voor reden dan ook, en daardoor o zo  kwetsbaar?
Wat als je geloof op de proef gesteld wordt, keer op keer?
Vele reacties en/of emoties kunnen zich dan afwisselen; goede en slechte.
Geduldig in dit lijden of boos en opstandig?
Hem zoekend of zich van Hem afkerend?
Overwinning of nederlaag?
En als je dan in een nederlaag geëindigd ben, wat dan?
Mislukking, en dan?

Dan mag en kan ik je bemoedigen!
Er is een leven na mislukking(en)!
Kijk maar naar Petrus.
Kijk maar naar wat de Here Jezus zegt en doet!
Er is vergeving, er is een mogelijkheid, steeds weer, om opnieuw te beginnen.
Petrus had diep berouw over wat hij had gedaan en daardoor bleef de weg naar Jezus open.
Zijn hart behoorde oprecht toe aan de Here Jezus.
Jezus was echt alles voor hem.
Jezus wist dat en Jezus vergaf Petrus.
En dat niet alleen, Hij gaf hem zelfs een nieuwe opdracht.
Petrus werd als het ware door de Here Jezus in ere hersteld en dat doet Hij ook met ons als we berouwvol tot Hem terugkeren.

De realiteit van het leven is niet een aanhoudend overwinnend leven na de verlossing van een  nederlaag, maar eerder een op en neer gaan, waarin al deze dingen elkaar afwisselen.
Alleen zullen we er na elke mislukking, nederlaag of overwinning weer sterker uitkomen omdat we dingen geleerd hebben.
Dwars door alles heen zullen we steeds meer van God gaan zien, van wie Hij is, van Zijn trouw en liefde en goedheid.

Petrus werd door satan gezift.
Een belangrijk aspect hierin is wel, dat satan hiervoor bij God om toestemming heeft moeten vragen (… heeft u allen opgeëist … staat erin de tekst) en God gaf hem toestemming.
En zo wordt ook ons leven door de satan gezift (ook daar heeft God hem toestemming voor gegeven).
Als we dicht bij God leven, willen leven, verlangen om Zijn wil te doen, dan zal de boze komen om ons leven te schudden in de hoop dat we God vaarwel zeggen.
Hij zal het ons zo moeilijk mogelijk proberen te maken, ons verleiden, in de hoop dat we ons geloof aan de kant zetten.
Hij wil niets liever dan dat wij God de rug toekeren, dat is waar hij op hoopt als hij ons leven schudt.
Maar als kinderen van de Allerhoogste hoeven we niet bang te zijn voor deze dingen, want de Here Jezus bidt voor ons, dat ons geloof zal standhouden.
Zoals de Here Jezus voor Petrus bad, zo bidt Hij ook voor ons!

En zo wil ik je bemoedigen als je leven misschien wel op dit moment flink wordt geschud:
Jezus bid voor jou!
Maar het is ook een bemoediging die je mee mag nemen de toekomst in voor als er moeilijke tijden komen.
Houdt voor ogen dat het satan er alles aan gelegen is om je bij de Heer weg te halen en laat dat juist een aanmoediging zijn om Hem juist te zoeken en Hem te vertrouwen.
De Here Jezus weet hoe moeilijk het kan zijn of worden en daarom bidt Hij voor jou, voor mij, voor ons die Hem toebehoren.




Lieve Heer Jezus, dank U wel dat U voor ons bidt bij de Vader.
Het leven kan soms zo zwaar en moeilijk zijn.
Satan gaat soms zo te keer en probeert op iedere mogelijke manier om ons onderuit te schoppen en ons bij U vandaan te halen.
Laat ons daarop bedacht zijn, Heer Jezus, als er moeilijkheden ons leven binnenkomen, of als problemen zich opstapelen of als het één na het ander op ons bordje komt.
Laten we waakzaam zijn in alles wat er in ons leven gebeurt.
Houdt ons dicht aan Uw hart en doe ons in alles beseffen dat U, Heer Jezus voor ons bidt.
We hebben een voorspraak bij de Vader en laten we daar ook onze kracht uit putten.
Dank U wel, dat er ook iedere keer vergeving is als we onderuit zijn gegaan.
Dank U wel, dat we dan toch steeds weer bij U mogen komen en dat U ons liefdevol vergeeft.
Dank u wel, Heer Jezus, voor alles wat U voor ons hebt gedaan en nog steeds doet.
U bent waardig te ontvangen alle eer en glorie.
Ik prijs Uw grote Naam.

- Amen -




‘Ik bid
dat jullie geloof niet
op zal houden;’
dit zijn de woorden
van Jezus onze Heer.
Hij weet
hoe satan ons
als tarwe zal ziften;
ons leven zal schudden,
keer op keer.

Jezus Zelf
bidt voor ons!
Met die zekerheid,
die bemoediging,
mogen we onze wegen gaan.
Wat er ook gebeurt,
hoe we ook
worden geschud,
in alles zal Hij
biddend naast ons staan.

©Rita Klapwijk



Maar al moet u nog korte tijd lijden,
God, de bron van alle genade,
heeft u geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister.
God zal u sterk en krachtig maken,
zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen.
NBV

De God nu van alle genade,
Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus,
Hij Zelf moge u –
na een korte tijd van lijden –
toerusten, bevestigen, versterken en funderen.
HSV

1 Petrus 5:10

zondag 5 februari 2012

Week 6 - Met Gods woorden bidden

De wapens van onze strijd zijn immers niet vleselijk, maar krachtig door God, tot afbraak van bolwerken.
HSV
De wapens waarmee wij strijden zijn niet menselijk, ze zijn geladen met Gods kracht, in staat om elk bolwerk neer te halen.
WV
2 Korinthe 10:4

Beth Moore maakt deze week de vergelijking van ‘bidden met Gods woorden’ met ‘twee aan elkaar vastgebonden staven dynamiet’.
Los van elkaar en op afzonderlijke plekken zijn ze zeer krachtig, maar hun kracht en uitwerking is nog groter wanneer ze aan elkaar worden vastgebonden.

Wij hebben van God zeven wapens gekregen om ons mee te wapenen om zo stand te kunnen houden tegen de verleidingen, de listen, van de duivel. (Efeze 6:11-18)
Er is geen enkel menselijk wapen wat ook maar iets kan uitrichten tegen de boze, want de strijd die wij hebben te strijden is niet menselijk maar geestelijk. (2 Korinthe 10:3,4)
En zo kunnen alleen de wapens, die God ons heeft gegeven en waar Hij Zijn kracht aan heeft gegeven, iets uitrichten tegen de duivel.
We worden ook aangespoord om deze wapenrusting aan te trekken en te gebruiken.

Gods woord (de Bijbel) en gebed zijn twee van deze wapens.

Gods woord is het zwaard van de Geest. (Efeze 6:17)
Het is levend en krachtig.
Het is scherper dan een tweesnijdend zwaard en dringt door tot het raakpunt van ziel en geest, van merg en beenderen.
Het ontleedt de bedoelingen en gedachten van het hart. (Hebreeën 4:12)

Gebed, het contact tussen God en ons.
Het gebed wordt als laatste genoemd in de wapenrusting.
…, terwijl u bij elke gelegenheid met alle gebed en smeking bidt in de Geest en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle heiligen. (Efeze 6:18)
Terwijl u bij elke gelegenheid …, niet vergeten dus!
Maar ook de Here Jezus geeft al aan hoe belangrijk het is om te bidden en te blijven bidden.
Hij gaf hiervoor het voorbeeld van de gelijkenis van de rechter en de weduwe. (Lucas 18:1-8
Vers 1: ‘En Hij sprak ook een gelijkenis tot hen met het oog daarop dat men altijd moet bidden en niet de moed verliezen.

Wat zal er gebeuren als we deze nu eens gaan bundelen en samen gebruiken, in het geloof dat God doet wat Hij zegt?
Welk een kracht zal er dan niet vrijkomen!

Ook in de Bijbel, in Handelingen 4:24-31, lezen we, hoe de mensen toen al, Bijbelverzen uit het Oude Testament in hun gebed gebruikten.
Vers 24 → Exodus 20:11; Nehemia 9:6; Psalm 146:6
Vers 25,26 → Psalm 2:1,2
Vers 27 → Lucas 23:7-12; Lucas 23:1
In vers 31 lezen we wat er gebeurt na dit gebed.
‘En toen zij gebeden hadden, werd de plaats waar zij bijeenwaren, bewogen.
 En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en spraken het Woord van God met 
 vrijmoedigheid.’

Als we van hieruit kijken naar de bovenstaande tekst, dan zien we dat deze wapens in staat zijn om elk bolwerk neer te halen, om ver te gooien.
Ik heb ooit eens iemand horen zeggen over een bolwerk; een bolwerk is een werk in je bol.
Misschien vind je dit te simpel, maar het heeft mij wel geholpen om het beter te begrijpen.
Andere woorden voor bolwerk zijn ook fort, burcht, bastion.
Een bolwerk is dus een gigantisch bouwwerk; steen voor steen opgebouwd.
Ook in ons denken kunnen zulke bouwwerken ontstaan als we niet doen wat Gods woord zegt.
‘Want wij breken valse redeneringen af en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van God, en wij nemen elke gedachte gevangen om die te brengen tot de gehoorzaamheid aan Christus.’ (2 Korinthe 10:5)

Maar wat is het geweldig om te weten dat, ook al ontstaan deze bolwerken, God ons de juiste wapens heeft gegeven om deze bolwerken neer te halen.
Geen enkel bolwerk is te groot of te klein voor de wapens die God heeft gegeven.
De wapens die God ons geeft zijn er niet alleen om een strijd te beslechten, maar ook om dagelijks stand te kunnen houden tegen alle listen en verleidingen waar de duivel ons mee bestookt.




Lieve Vader, dank U wel, voor Uw liefdevolle zorg voor ons.
U hebt ons alles gegeven wat wij nodig hebben om te kunnen standhouden of om te kunnen vechten tegen de duivel.
Here Jezus, U had al gezegd dat wij het moeilijk zouden krijgen in deze wereld, maar we kunnen ons vastklampen aan Uw woord waar U zegt, dat u alles hebt overwonnen en dat we daarom de moed niet hoeven te verliezen.
Daarnaast gaf u ons de juiste wapens die we nodig hebben om ook de strijd aan te kunnen gaan en te verdedigen.
Leer mij, om deze wapens op te nemen en te gebruiken, iedere dag opnieuw, zodat bolwerken geen kans zullen krijgen en ik tot Uw eer kan leven.
Dank U wel ook voor Uw woord, waarin we kunnen lezen en zien wat er gebeurt als we de wapens gebruiken die U ons gegeven heeft.
Laten ze een aansporing voor ons zijn of worden om strijdbaar te zijn op de juiste manier.
Vader, ik dank U en ik prijs Uw machtige Naam.
Van nu aan tot in eeuwigheid.
Halleluja.

- Amen –




In eerbied kniel ik neer.
Ik open Zijn woord
en bid de woorden
tot Zijn glorie en eer.

             ‘Heer, U bent mijn God,
               niemand gaat boven U.
               U bent de Allerhoogste God,
               Heer over heel de aarde,
               ver boven alle goden verheven.

               Ik loof U, omdat ik ontzagwekkend
               wonderlijk gemaakt ben.
               Ik was voor U niet verborgen
               toen ik in het duister groeide.
               Want U hebt mijn nieren geschapen,
               mij in de schoot van mijn moeder geweven.

               Heer, U bent Degene
               Die voor mijn aangezicht gaat,
               Die met mij zal zijn.
               Die mij niet zal verlaten,
               noch zal begeven.

               Op wat U zegt kan ik vertrouwen,
               uit alles wat U doet blijkt Uw liefde.
               Uw liefde houd ik steeds voor ogen,
               overtuigd van Uw trouw
               ga ik door het leven.’

- Amen -

Ps. 16:2; Ps. 97:9; Ps. 139:14a; Ps. 139:15a; Ps. 139:13; Deut. 31:8; Ps. 145:13b; Ps. 26:3

©Rita Klapwijk