Posts tonen met het label waakzaamheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label waakzaamheid. Alle posts tonen

zondag 29 september 2013

Week 40 - De boeien verbreken

'Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten.'
HSV

'Christus heeft ons bevrijd om in vrijheid te leven. Houd dus stand en buig u niet opnieuw onder het juk van de slavernij.'
GNB

Galaten 5:1


Mijn wortels liggen in de Chr. Gereformeerde Kerk en dan wel de ‘zware’ versie om maar met die termen te spreken.
Hetgeen dus betekent dat ik opgegroeid ben in de sfeer van ‘ge- en verboden.’
Nu moet ik zeggen dat mijn ouders niet zo strikt waren als wat de kerk voorschreef, maar met elkaar genoeg om mij wel dit gevoel te geven.
Hoewel het geloof van kleins af aan heel belangrijk voor mij was, stond het wel meer in het teken van wetticisme, dan in vrijheid en vreugde.
Maar wat ik in onze eigen kerk niet vond, vond ik wel in een andere, maar dat mocht er alleen maar naast natuurlijk, dus ik deed bijna alles dubbel.
’s Morgens na de kerkdienst naar de zondagsschool van onze eigen kerk en ’s middags naar die van de Herv. Kerk, later naar de jeugdvereniging van onze eigen kerk, maar ook naar de Bijbelstudiegroep van de Vergadering der Gelovigen.
En, niet op vakantie, maar wel naar de kinder-, junioren-, jeugdkampen van de NCGB.

Mijn heerlijkste, mooiste en fijnste herinneringen aan deze kerk liggen meer in de privé dingen.
Mijn vader was organist van onze kerk en zaterdags ging hij vaak ’s middags spelen op het orgel in de kerk.
Ik ging regelmatig met hem mee; heerlijk vond ik die lege kerk met haar prachtige akoestiek.
Zingen was mijn lust en mijn leven en zaterdags speelde mijn vader gewoon ritmisch in plaats van hele noten, en ook iets anders dan alleen maar Psalmen en ik genoot van het samen spelen en zingen met mijn vader.
Als mijn broertjes ook meegingen(of één van hen), speelden wij ook regelmatig kerkje.
Nu konden we de kansel op, ‘dopen’, collecteren, vooral de collectezakken aan die lange stokken waren erg favoriet.
Maar het heerlijkste voor mij was het vrij en uit volle borst kunnen zingen.
Later toen ik naar Vlaardingen ging voor mijn opleiding Ziekenverzorgster, ging ik ook daar automatisch naar de Chr. Gereformeerde Kerk.
Toen de dominee op huisbezoek kwam (ivm. Belijdenis) en mijn gitaar zag staan, werd hij niet echt vrolijk.
Nog hoor ik hem vragen: ‘Wat speel je daarop?’
En toen het geen Psalmen bleken te zijn, werd hij nog minder blij.
Ook de eerste jaren van ons huwelijk kerkten wij in de Chr. Gereformeerde Kerk.
Maar het feit dat wij regelmatig niet ’s avonds in de kerk waren (al onze familie woonde buiten onze woonplaats, dus …) was toch wel een lichtelijk probleem.
Het avondmaal werd echter het grootste struikelblok voor mij en uiteindelijk hebben wij deze kerk verlaten, omdat ik te bang werd om nog avondmaal te vieren.
‘Wie verkeerd eet en drinkt …’
Angst voor God, voor het avondmaal, waren voor mij genoeg reden om weg te gaan, want als er één ding was wat in mijn ogen niet klopte met geloven, dan was het wel een leven in angst voor God.
Uiteindelijk kwamen we terecht in de gemeente waar we nu nog steeds zijn; een Evangeliegemeente.
Ik kan je wel vertellen, dat er in mij heel wat strijd heeft plaatsgevonden om alles een plekje te geven.
Achtentwintig jaar in één kerk vlak je niet zomaar uit.
Ik weet nog wel hoe schuldig en zondig ik mij voelde, toen ik voor de eerste keer een lange broek aandeed naar de kerk.
Doodongelukkig voelde ik me, want dat mocht immers niet!
Heel bewust heb ik toen voor heel lange tijd iedere zondag een lange broek aan gedaan naar de kerk, simpelweg om van dat gevoel af te komen, want ik was(ben) ervan overtuigd, dat God niet die lange broek bedoeld, maar het kleden als een man.
Maar ik bemerkte ook dat, hoe vrij (van die wetjes etc. waar de zware kerken van beticht worden) Evangelische- en Pinksterkringen zich ook voordoen, zij eigenlijk precies hetzelfde doen, alleen met andere ge- en verboden.
Er was zelfs een moment dat ik daarop redelijk stukliep en het gevoel had dat ik de ene kerk met ge- en verboden ingewisseld had voor de andere.
Vooral de panische manier waarop men met rokers omging vond ik verschrikkelijk.
Ik denk dat ik wel kan zeggen dat roken over het algemeen doodzonde nummer één is in deze kringen.
Zoals je daarop kan worden aangevallen is gewoon verschrikkelijk.
Ja, toen rookte ik nog en het is zeker niet dankzij hen dat ik gestopt ben, want met iedere aanval had ik de neiging om er juist nog eentje op te steken.
En ach, zo waren er nog wel meer van die dingen waardoor ik dat gevoel kreeg.
Het was niet makkelijk om daar mijn weg in te vinden en vrij te worden van alles wat ik van vroeger uit had meegekregen en wat men nu vertelde/leerde.
Beide kanten, evangelisch en reformatorisch, hebben hun goede en minder goede kanten; van beide kunnen we leren.
En zo ben ik jaren aan het worstelen en strijden geweest om vrij te worden van alles wat mij bond.
De grootste stap die ik deed in dit alles, was wel mijn doop door onderdompeling.
Ja, ik ben als baby gedoopt, maar na een lange strijd ervoer ik dat God dit van mij vroeg.
Het was een heel heftige tijd, waarin de twee werelden met elkaar botsten.
Mijn angst voor de reactie van mijn vader en het willen doen van Gods wil.
Het willen doen van Gods wil won het van mijn angst en met de keuze kwam er opnieuw een stukje vrijheid in mijn leven.

Een vers uit mijn doopgedicht zegt wat ik ervoer met mijn keuze voor de doop door onderdompeling:
‘En nu mag ik hier voor uw aangezicht staan.
'k Leg mijn leven in Uw doorboorde handen.
Voor altijd zal ik samen met U door 't leven gaan.
Verbroken zijn de geketende banden.’


‘Verbroken zijn de geketende banden.’
Nog nooit heb ik me zo vrij gevoeld als op het moment dat ik uit het water omhoog kwam na de doop.
Voor een moment wist ik niet alleen wat het betekende om vrij te zijn in Hem, maar ervaarde die vrijheid ook.
Mijn dooplied was ‘Liefdevol’ (Opwekking 550) dat spreekt over liefde en vrijheid, over vreugde en kostbaarheid, over angst die verdwijnt in een leven dicht aan Zijn hart.
O, dit lied was mij op het lijf geschreven; waren/zijn de woorden van mijn hart.

Liefdevol, trekt U mij dicht aan Uw hart
als we samen zijn.
Door Uw bloed, wast U mij witter dan sneeuw
en nu ben ik vrij.


U behoor ik toe;
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij


Neem mijn hart, maak het een deel van Uzelf,
laat ons samen zijn.
Angst verdwijnt, als ik Uw liefde ervaar,
door U ben ik vrij.


U behoor ik toe.
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij.


U behoor ik toe.
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij.


Jezus, vreugde van mijn hart
Jezus, vreugde van mijn hart
Jezus, vreugde van mijn hart
Jezus, vreugde van mijn hart


U behoor ik toe.
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij.


U behoor ik toe.
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij.


Als het dan nu gaat over vrij zijn, je niet opnieuw een slavenjuk op laten leggen, de boeien verbreken, vrij zijn van elke gebondenheid, ervaar ik met het opschrijven van deze herinneringen een heerlijke vrijheid.
Ik ben God zo dankbaar.

Want één ding is zeker: God wil dat we vrij zijn, vrij in Christus Jezus.
Vrij van, in mijn geval, van angst en de gebondenheid van wat mensen zeggen en denken (over mij).
Er zijn misschien nog wel meer dingen, gebondenheid/gebonden zijn, gaat veel verder en dieper dan we soms zelf door hebben, of omvat veel meer dingen dan we soms beseffen.
Voor mij is het belangrijkste dat ik me richt op wat God zegt in Zijn woord, dat vast te houden en daarnaar te leven.
Ik hoor wat er gepredikt wordt, ik denk daar over na, maar toetst het aan Gods woord, want dat is en blijft mijn leidraad, en wat Zijn Geest mij laat zien.
Want ik geloof ook, dat als God iets van mij wil, van mij vraagt, Hij dat ook door Zijn Geest aan mij zal laten zien, en/of duidelijk maken.
En ja, soms gebruikt God daar ook zeker mensen voor, maar dan zal Hij het ook in mijn hart uitwerken.

'Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn.' (Johannes 8 : 36)
Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten.

Het is dus aan mij, aan ons, om er voor te waken, dat we ons niet opnieuw een slavenjuk op laten leggen, maar ons laat leiden door Hem, door Zijn Geest en Zijn woord, zodat we vrij zullen zijn en blijven in Christus.
Niet om maar te kunnen doen wat wij willen, maar om Zijn wil te kunnen volbrengen.
Te leven tot Zijn eer en glorie.


Lieve vader in de hemel.
Leven in de vrijheid die we door de Here Jezus hebben ontvangen is zo heerlijk, zo mooi, maar tegelijk soms zo moeilijk vast te houden.
Soms denken we dat we vrij zijn, maar hebben in het geheel niet door hoe gebonden we zijn, want het kunnen dingen zijn, die we helemaal niet zien als gebondenheid.
O, wat hebben we Uw Heilige Geest nodig.
Uw Geest van wijsheid en inzicht om ons te laten zien waar er nog gebondenheid is in ons leven.
Vooral in ons denken, Vader, kunnen we zo gebonden zijn aan allerlei regeltjes en wetjes, en die ook een ander opleggen.
Houdt ons dicht bij Uw woord en leidt ons door Uw geest van liefde, opdat we ook anderen niet binden met onze zienswijze.
U heeft ons vrijgemaakt, Heer Jezus, help ons om onszelf niet weer een slavenjuk op te leggen of laten leggen.
Leer ons leven in Uw vrijheid tot eer en glorie van U.

- Amen -


Heer, Uw woord zegt:
‘Als dan de Zoon je vrijgemaakt heeft,
zult je werkelijk vrij zijn.
En toch, Heer,
leven we nog zo vaak
in gebondenheid.

Soms zonder dat we het doorhebben
ploeteren we voort,
raken belast en vermoeid;
en strijden iedere dag,
soms een loodzware strijd.

Open onze ogen, Heer,
laat ons zien
waar gebondenheid is
in ons leven
en breng ons terug
in de vrijheid
die we van U
hebben gekregen.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita


Mijn doopgedicht - 'Met Hem begraven en weer opgestaan'

zondag 5 mei 2013

Week 19 - Trots

… en uw trotse macht zal Ik breken en uw hemel maken als ijzer en uw land als koper.
Dan zal uw kracht tevergeefs verbruikt worden; uw land zal zijn opbrengst niet geven en het geboomte des lands zal zijn vrucht niet dragen.
NBG

Ik zal de trots op uw eigen kracht breken. Ik zal uw hemel als ijzer maken en uw aarde als brons.
Dan zal al je gezwoeg tevergeefs zijn: van het land zul je niets binnenhalen en van de vruchtbomen zal niets te plukken zijn.
GNB

Ik zal de trots op uw eigen kracht breken. Ik zal uw hemel als ijzer maken en uw aarde als brons.
Uw kracht zal voor niets verbruikt worden, uw land geeft zijn opbrengst niet en de bomen op het land geven hun vruchten niet.
HSV

Leviticus 26:19,20


Trots, een woord met een negatieve klank en uitstraling.
Iets waarvoor je moet oppassen, voor moet waken, want ergens trots op zijn kan al heel gauw betekenen dat er een stukje hoogmoed om de hoek komt …
Met trots zijn op wat je gepresteerd heb, op je kind, iets wat je gemaakt hebt of gedaan hebt, moet je wel heel erg oppassen dat jij, of je kind, niet naast zijn schoenen gaat lopen …
Persoonlijk iets, waar ik best mee worstelen kan, want ik vraag me met deze dingen af of dit wel een verkeerde trots is.
Je mag toch trots zijn op wat je gemaakt of gedaan hebt, en je mag toch trots zijn op je kinderen en ze dat laten weten?
Complimentjes en bemoedigingen hebben we toch allemaal nodig?
Bevestigingen dat je goed bezig bent, aanmoedigingen om door te gaan en vol te houden!
Natuurlijk, je moet niet doorslaan naar de andere kant en jezelf of je kind ophemelen, maar trots is immers ook blij zijn met wat jij of je kind gedaan heb, daar uiting aan geven, en daar lijkt mij toch helemaal niets mis mee.
Wat zeg ik, het lijkt me zelfs heel belangrijk om dat aan te geven naar je kinderen: ‘Mama/papa is trots op jou; dat heb je goed gedaan.’
Het geeft zelfvertrouwen.
Het bemoedigd.
Het geeft een tevreden en voldaan gevoel en het zal jezelf of je kind stimuleren.
En als we daarbij onze dank aan God betuigen, omdat we ons in alles afhankelijk weten van Hem, …
Echter, zo met alles is, besef ik ook dat, zodra het woordje ‘te’ er voor komt te staan, het mis gaat en hoogmoed, arrogantie, gezonde en gepaste trots (laat ik het zo maar even noemen) verdrijven.

In de eerste regels van het kalendertje zegt Beth Moore: ‘Mijn naam is trots, ik ben een bedrieger. Je houdt van me omdat je denkt dat ik altijd het goede met je voor heb. Maar …’

Trots, een gevoel waardoor je wil laten zien dat je iets goed hebt gedaan of iets moois hebt gemaakt; een gevoel dat je meer waard bent dan anderen; een gevoel, dat je wilt pronken met wat je hebt of deed.
Maar ook: eigenwaarde, fierheid, grootsheid, hoogmoed, fier, hovaardig, groots, ongenaakbaar, hoogmoedig, hooghartig, opgeblazen, prachtig, pront, statig, aanzienlijk, arrogant, air, aanmatigend, deftig, dapper, eer, eigenwaan, eigendunk, eergevoel, flink, ferm.

Als er één ding is wat ik mijn leven heb gemerkt en geleerd (en dat wil niet zeggen dat ik het voor elkaar heb, maar alleen dat ik er van doordrongen ben geraakt), dan is het wel, dat er veel meer dingen onder trots vallen dan we vaak denken.

Misschien denk je wel bij jezelf dat je helemaal niet zo’n ‘trots’ figuur/persoon bent, maar is dat ook wel zo, en is dat eigenlijk al niet een teken van trots, van hoogmoed?
Als wij naar onszelf zouden gaan kijken door Gods ogen, wat zouden we dan zien en horen?
Nu kunnen we wel zeggen, van, ja, maar ik bedoel niet alles zoals het eruit komt, en dat weet God toch.
Maar toch …
En dan …

Als ik in de Bijbel (in dit geval op Biblia.net) op zoek ga naar het woordje ‘trots’, dan valt het me op dat dit woord in de Herziene Statenvertaling en de ‘gewone’ Statenvertaling, als in de NBG in het Nieuwe Testament niet voorkomt.
Daar is het woord vervangen door het woord ‘roemen’ of ‘beroemen’.
Heel apart.
De woorden ‘roemen’ of ‘beroemen’ zijn geen woorden die je vandaag de dag echt nog hoort.
Ik hoor tenminste nooit iemand zeggen ‘de roem die ik over mijn kinderen heb’ , of ‘ik beroem mij op …’, of ‘dit is mijn roem …’.
Misschien iets om ook eens verder over na te denken of te onderzoeken, maar nu niet.
Het viel mij echter wel op, vandaar dat ik het toch even genoemd wilde hebben.

Als er in het OT gesproken wordt over trots, dan zien we dat het eigenlijk steeds opnieuw gaat over het zich verheffen boven God, boven Zijn volk Israël, boven de ander.

God buitensluiten, Hem niet nodig hebben, op eigen kracht dingen doen of willen doen, is trots.
Het is de trots van een mens die hem doet zeggen of denken dat hij God niet nodig heeft. (Psalm 10:4)
En laten wij die geloven nu niet denken dat wij hier niet bij horen, want, hoe vaak doen wij geen dingen op eigen kracht?
Hoe vaak willen wij het eerst niet zelf oplossen voor dat wij naar God toe gaan en Hem om hulp vragen?
Hoe veel beslissingen nemen we niet zonder God er in te kennen?
(En dan heb ik het niet over met welk been je vandaag uit bed moet stappen, of welke kleur sokken je aan moet trekken)
Vergeven, niet boos blijven, de minste zijn.
... Nee, dat vergeef ik hem nooit, hij …
... Ja, maar hij is begonnen, je denkt toch niet dat ik dan …
... Ja, maar dat doe ik niet, ik ga geen wc’s schoonmaken, daar zijn de …

Het zijn zomaar een paar kleine voorbeelden; het gaat nog veel verder, en nog veel dieper.
Trots is een zeer grote en geniepige vijand, waarvan we soms niet eens doorhebben dat hij ons leven, of delen van ons leven, beheerst.
Het volk Israël is daarin voor ons een goede spiegel, als ook de vele volkeren, groeperingen en individuen, rondom hen die hen tot op de dag van vandaag belagen.

‘Ik zal de trots op uw eigen kracht breken,’ zegt God tegen Zijn volk in de bovenstaande tekst.
En dan volgt er een hele uiteenzetting van alles wat God zal doen als het volk trots, en dus ongehoorzaam, blijft.

In zekere zin geldt dit woord ook nog voor ons.
Ja, onze zonden zijn vergeven door het kostbare, vergoten bloed van de Here Jezus, maar daarmee zijn we er niet.
Veel dingen in ons leven stroken niet met Gods woord, met wat Zijn wil is.
Als Hij tegen ons zegt: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig,’ dan hebben we nog heel wat te leren en moet er nog heel wat veranderen in ons leven.
En als we denken dat we er al zijn of bepaalde dingen al geleerd hebben of niet (meer) nodig hebben, laten we dan vooral waakzaam zijn om niet te vallen!

Trots is vaak heel moeilijk te herkennen.
Waar begint het en waar eindigt het?
Kunnen we het eigenlijk wel onderkennen zonder Gods hulp?
Je kunt trots zijn op je kinderen of op iets wat je gedaan hebt, maar waar en wanneer gaat het over van ‘blij erom zijn’ in ‘verheffen boven anderen’.

Trots.
Gaan in eigen kracht.
Jezelf boven een ander plaatsen.
In woord en/of in daad.

Trots.
Zo geniepig en bedrieglijk.

Wie anders dan God alleen kan ons leren inzien waar trots in ons leven is, of zelfs heerst.





Lieve Vader in de hemel.
Vergeef mij mijn trots, mijn hoogmoed.
Vergeef mij,dat het soms zelfs zo erg kan zijn, dat ik het soms in het geheel niet eens zie als ik trots of hoogmoedig ben.
Vergeef mij, Vader, vergeef mij en reinig opnieuw mijn hart van deze zonde.
Al menigmaal heb ik mijn hoofd moeten buigen voor gedachten of ondoordachte woorden van trots en hoogmoed.
Opnieuw bid ik U daarom, dat U mij erop blijft wijzen waar trots mijn leven binnen wilt komen, binnen komt of is binnengekomen.
Open mijn ogen, Vader, ook voor deze geniepige en bedrieglijke zonde, waardoor ik mij verhef boven U en mijn naaste en waardoor ik ook nodeloos U en mijn naaste verdriet doe en kwets.
Doe ons toch beseffen hoe zeer trots scheiding brengt tussen U en ons, hoe groot de kloof is, die daardoor tussen U en ons ontstaat.
Leer ons buigen voor U, voor Uw wil.
Leer ons gehoorzaam zijn.
Maak ons zachtmoedig en nederig, zoals Uw Zoon, onze Here Jezus Christus.
Leer ons door Uw woord als een spiegel voor te houden.
Leidt ons door Uw Geest in Uw waarheid en tot eer van U.
In Jezus’ Naam.

- Amen –





Trots,
zo geniepig,
zo bedrieglijk.
Zo moeilijk soms
te onderscheiden.

Aan God voorbijgaand.
In eigen kracht
het leven uitstippelen
en leiden.

Zo op zichzelf gericht,
zichzelf zo verheffend.
Tegelijk de ander,
en boven alles God,
zo kwetsen, zo bezeren.

Trots.
Zichzelf,
boven alles,
vereren.

Laat Zijn Geest
je onderzoeken;
spiegel je leven
aan Zijn woord
en zie of je handel
en je wandel
Hem wel echt
bekoort.

©Rita Klapwijk





Toen ik zo aan het rondkijken was op Internet naar trots etc., kwam ik op het laatst het onderstaande gedicht tegen.
Het blijkt dat het citaat van Beth Moore op de kalender hieruit genomen is.
Daar er ongetwijfeld copyright op zit, kan ik het hier niet plaatsen, maar hier is wel de link naar de site waar het gedicht staat.
Mijn naam is trots – gedicht – Engelse versie
Ook heb ik geprobeerd het zo goed mogelijk te vertalen en wil dit op deze manier graag met jullie delen.

Mijn naam is trots.
Ik ben een bedrieger.
Ik bedrieg je, als het gaat om je door God gegeven bestemming.
omdat je er immers naar verlangt om je eigen weg te gaan.
Ik bedrieg als het gaat om tevreden te zijn,
omdat je toch beter verdient dan dit …
Ik bedrieg je als het gaat om kennis,’
omdat je toch alles al weet.
Ik bedrieg je als het gaat om genezing,
omdat je immers te vol bent van jezelf om te kunnen vergeven.
Ik bedrieg je als het gaat om je heiligheid,
omdat je weigert toe te geven wanneer je fout bent.
Ik bedrieg je als het gaat om je visie,
omdat liever in de spiegel kijkt dan uit het raam.
Ik bedrieg je als het gaat om echte vriendschap,
omdat niemand jou ooit werkelijk zal kennen.
Ik bedrieg je als het gaat om liefde,
omdat echte romantiek (liefde) offers vraagt.
Ik bedrieg je als het gaat om de grootheid van de hemel,
omdat je toch niet bereid bent om op aarde een ander zijn voeten te wassen.
Ik bedrieg je als het gaat om Gods glorie,
omdat ik er van overtuigt ben, dat je die van jezelf zoekt.
Mijn naam is trots.
Ik ben een bedrieger.
Je houdt van me, omdat je denk dat ik altijd het beste met je voor heb.
Maar dat is niet waar.
Ik ben er op uit om een dwaas van je te maken.
Ik geef toe, God heeft zoveel voor jou,
maar maak je geen zorgen.
Als je bij mij blijft, zul je het nooit weten.

Naar: My name is pride van Beth Moore
Zie bovengenoemde link

zondag 22 juli 2012

Week 30 - Waakzaamheid

Broeders, ikzelf denk niet dat ik het gegrepen heb, maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus. 
HSV

Nee, broeders en zusters, ik beeld mij niet in dat ik het al in mijn bezit heb. Alleen dit: vergetend wat achter me ligt en me richtend op wat voor me ligt, streef ik naar het doel: de prijs van de hemelse roeping, die God in Christus Jezus tot mij richt.
WB

Broeders en zusters, ik beeld me niet in dat ik het al heb bereikt, maar één ding is zeker: ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt. Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus roept.
NBV

Filippenzen 3:13,14

Eén ding doe ik:
vergetende hetgeen achter mij ligt …
me uitstrekkend naar hetgeen voor mij ligt …
ik jaag naar …

Waakzaamheid …

Vergeten, uitstrekken, jagen, waakzaam zijn.
Dit zijn de woorden die er voor mij uitspringen en tegelijk bid ik: Heer, laat mij zien hoe en waar dat geldt voor mijn leven. Laat mij zien wat U wilt dat ik hiervan leer. Laat mij zien wat dit voor mijn leven betekent.’

Hoewel ik niet beter weet dan dat ik een kind van God ben, is het verlangen naar en het groeien in geloof tot volwassenheid iets van de laatste jaren.
Om heel eerlijk te zijn was ik hiervoor bang; ja, bang, omdat bij het groeien in geloof ook verantwoordelijkheid hoort en dat hield voor mij weer in dat ik ook daarover weer verantwoording af zou moeten leggen bij God.
En daar was ik maar wat bang voor.
Ik wilde liever gewoon kind blijven, dan had ik ook niet zoveel verantwoording en waren er minder dingen waarvoor ik Hem later verantwoording af zou moeten leggen.
Ik had soms al moeite genoeg om zo staande te blijven in mijn geloof, want met mijn op en neer gaande gevoelsleven, ging immers mijn geloof ook op en neer.
Mijn leven bestond uit bergen en dalen; hoge bergtoppen, maar ook zeer diepe dalen.
Wat was dat moeilijk!
Nog meer kon ik er echt niet bij hebben.
Deze diepe leugen heeft mij jaren verblind.
Soms gaan mijn gedachten nog naar deze tijd terug en kijk ik naar waar ik toen was en waar ik nu ben.
En heel soms komt de oude angst weer om de hoek omdat ik bang ben om te falen, om fouten te maken en dan moet ik mezelf soms weer even streng toespreken en me richten op wat voor me ligt en niet op wat achter me ligt.

Vergetende hetgeen achter mij ligt.
Paulus heeft niet bepaald een verleden waar hij trots op kan zijn.
Hoewel hij dacht goed te doen, vervolgde hij de eerste christenen.
Hij paste op de jassen van hen die Stefanus stenigden omdat hij in de Here Jezus geloofde en hij was het er mee eens dat Stefanus gestenigd werd.
En van daaruit vervolgde hij en bedreigde velen met dood en gevangenis.
Op zijn reis naar Damascus werd hij echter zelf door Christus gegrepen en vanaf die tijd veranderde zijn leven van vervolger in apostel.
Paulus bleef niet steken in zijn verleden.
Christus heeft hem vergeven en van daaruit mag hij een nieuw leven beginnen.
En dat is wat Paulus dan ook met hart en ziel doet.
Hij zal vast nog weleens terug hebben gedacht aan wat hij heeft gedaan, maar het beheerste zijn leven niet, hij leefde niet vanuit zijn verleden.
Alles wat hij nu deed was ook geen inlossing van zijn  schuld over wat hij had gedaan.
Nee, hij weigerde om zijn leven laten te beheersen door zijn verleden en richtte zich op de taak die Jezus hem gegeven had en op hetgeen in de toekomst voor hem was weggelegd.
Paulus is daarmee een voorbeeld voor ons, om, wat voor verleden we ook hebben, het achter ons te laten.
Schuldgevoelens over wat we hebben gedaan of over wat er is gebeurd, komen niet van God, maar van de boze.
Ze zullen weerhouden van hetgeen God ons gegeven heeft om te doen en te zijn: een lichtend Licht zijn en een zoutend zout.
Schuldgevoelens leggen ons lam en zorgen ervoor dat we niet verder kunnen groeien in geloof en vertrouwen.
Met het opgaan in schuldgevoelens over beleden zonden doen we God te kort en afbreuk aan de vergeving die ons is geschonken door de Here Jezus, door Zijn volbrachte werk aan het kruis.
Als God ons vergeeft, vergeeft Hij ons alles en werpt het in de diepte der zee. (Micha 7:19b)
In mijn herinnering komt een kaart met een afbeelding van de zee met daarin het bordje: Verboden te vissen; ik geloof dat het een uitspraak was van Corrie ten Boom.
Wie zijn wij om vergeven zonden weer op te halen?
Hoe zou God dat vinden?
Laten we vergeten wat achter ons ligt en ons uitstrekken naar wat voor ons ligt.

Uitstrekken, ‘me richtend op’ zegt een andere vertaling of ‘doe mijn best om te bereiken’.
Paulus deed er alles aan wat in zijn vermogen lag om Christus te leren kennen, om als Christus te worden.
Hij deed er alles aan, om de taak die Christus hem gegeven had, zo goed mogelijk te doen en liet zich daarbij door niets en niemand afleiden of tegen houden.
Hij vergelijk het met het lopen van een wedstrijd.
Er is er maar één die de wedstrijd kan winnen, maar zegt Paulus, we zouden allemaal zo moeten lopen alsof we die ene zijn die de prijs in de wacht gaat slepen. (1 Korinthe 9:24)
Uitstrekken naar Christus, naar Hem leren kennen, Zijn wil doen, meer en meer op Hem gaan lijken, dat moet ook ons streven zijn.
Niet wat ik wil, maar wat Hij wil …
Hij moet wassen, ik moet minder worden …
Net als Paulus alles als vuilnis achten om Hem maar te kennen …
Het kennen van de Here Jezus boven alles zetten, op de eerste plaats …

Hoe moeilijk is dat eigenlijk niet, misschien wel vooral in een tijd als waar wij in leven, waarin van alle kanten op je af komt: Denk om jezelf! Je moet voor jezelf opkomen, assertief zijn! Niet over je heen laten lopen!
Hoe moeilijk is het soms in deze dingen om de juiste weg te bewandelen.
Tenminste, ik vind dat wel.
Soms klinkt mijn stille schreeuw naar de hemel: ‘Heer, en ik dan?’
Ik kan soms zo moeilijk het juiste pad vinden.
Mijn eigen ik staat mij soms nog zo danig in de weg.
Wat kan ik er dan naar verlangen om te zijn als Paulus, maar wat zit mijn eigen karakter me dan nog vaak in de weg.
Toch blijf ik mij uitstrekken naar hetgeen voor me ligt.
En meer en meer merk ik zelfs, ja, ik jaag ernaar, net als Paulus.
Ik jaag naar dat doel, naar die prijs, naar de hemel.
Beetje bij beetje brokkelt er steeds meer van mijn ik af en komt er meer van Hem.
Soms sla ik mijn ogen weleens naar boven en vraag Hem: Heer, waarom ben ik zoals ik ben; soms zo moeilijk in het aannemen van dingen; altijd maar alles willen onderzoeken, overdenken, willen zien, willen …
Dan huil ik zachtjes om de moeilijk persoon die ik mijn eigen ogen ben, maar hoor tegelijk Zijn zachte stem die tegen me zegt: ‘Ik hou van je zoals je bent; je bent Me zo kostbaar, zo waardevol, zo hooggeschat.’
En dan weet ik weer, ja, voor al deze en andere dingen is de Here Jezus gestorven en Hij houdt van mij zoals ik ben.
Hij heeft een doel, een plan met mijn leven en opnieuw strek ik  mij uit naar Hem.
Hem wil ik steeds meer en beter leren kennen.
Ik wil meer en meer op Hem gaan lijken.
Ik wil vasthouden aan wat Hij gegeven heeft en aan het einde van mijn reis wil ik Hem horen zeggen: ‘Welgedaan, Mijn goede en getrouwe dienstknecht.’
Dat is mijn streven.
Dat is mijn doel.
Dat is de strijd die ik wil strijden; de wedloop die ik wil lopen.

Als het einde van zijn leven in zicht is, zegt Paulus: ‘Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden.’ (2 Timotheüs 4:7)
Dat is ook mijn streven.
De goede strijd strijden, de wedloop uitlopen en het geloof behouden.

Ik wil vergeten wat achter me ligt en ik wil mij uitstrekken, ja, jagen, naar wat voor mij ligt, naar de prijs.
En ik wil daarin waakzaam zijn voor de valkuilen die de boze daarin voor mij neerlegt.
Want hij gaat rond als een brullende leeuw op zoek naar wie hij kan verslinden.
Ik wil waakzaam zijn voor gedachten en gevoelens die mij zo makkelijk in beslag kunnen nemen en mij afhouden van mijn doel, mij onderuit willen halen, tegen willen houden, in de afgrond willen doen vallen.
Zo zullen we ongetwijfeld allemaal zo onze eigen dingen hebben waar we waakzaam voor moeten zijn.
Het is goed om ze te kennen, zodat God ons, door Zijn geest, er op attent kan maken en voorkomen kan worden dat we in diepte storten of ons geloof zelfs verliezen.
Laten we net als Paulus de wedloop lopen om de prijs die voor ons ligt in ontvangst te kunnen nemen.




Lieve Vader, ik ben zo blij en dankbaar dat U, die mij zo door en door kent, zoveel van mij houdt.
Soms is het mij bijna onbegrijpelijk, Vader, dat U mij zo ziet, als waardevol en kostbaar en toch is dat wat U zegt in Uw woord over mij.
Ik ben U zo dierbaar, dat U Uw Zoon overgaf om te lijden en te sterven voor mijn zonden.
Wat is mijn leven duur betaald!
Wat is de prijs van mijn leven hoog!
Wat ben ik kostbaar!
Ik ben die U zegt dat ik ben!
Ik kan niet anders, Heer Jezus, dan U volgen.
Ik kan niet anders dan mij uitstrekken naar meer van U.
Ik verlang er zo naar om U meer en meer te leren kennen, meer en meer op U te gaan lijken.
Ik heb nog een lange weg te gaan, maar ik strek mij uit, ja, ik jaag er naar.
Ik verlang om straks voor eeuwig bij U te zijn, op de plaats waar ik hoor.
Laat mij op deze weg waakzaam zijn, Vader; leidt mij door Uw Heilige Geest.
Maak mijn hart zacht en ontvankelijk voor Uw stem, zodat, als er dingen tussen mij en mijn doel komen te staan, U mij daarop kunt wijzen en ik er afstand van kan nemen/doen.
Help mij om mij, net als Paulus, door niets en niemand af te laten leiden om mijn wedloop te lopen.
Opdat ik uiteindelijk net als Paulus ook zal kunnen zeggen: ‘Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden.’

In Jezus’ Naam.

- Amen –




Ik wil de wedloop lopen;
mij uitstrekken
naar wat voor mij ligt.

Ik wil jagen naar het doel,
me richten
op het hemels vooruitzicht.

Wat achter mij ligt wil ik vergeten;
niets mag mijn doel
nog in de weg staan.

Ik wil de wedloop lopen,
en tot eer van Hem,
recht op mijn doel afgaan.

Ik wil meer en meer
op U gaan lijken, o Heer;
alles opzij zetten om U te kennen.
Laat niets mij afleiden
van het doel waarvoor ik ga;
help mij deze wedloop uit te rennen.

©Rita Klapwijk