Posts tonen met het label vrijheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrijheid. Alle posts tonen

zondag 6 oktober 2013

Week 41 - Aan het licht brengen

'Daarom zegt Hij: Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.'
HSV

'… want alles wat openbaar wordt, is licht.
Daarom heet het: Ontwaak, slaper, sta op uit de dood en het licht van de Christus zal over u schijnen.'
GNB

Efeziërs 5:14

Bijna altijd lees ik het gedeelte waaruit een bepaalde tekst komt, of in ieder geval de teksten rondom een gegeven Bijbeltekst.
In een geval als bij deze Bijbeltekst helemaal, want er staat: ‘Daarom ….’.
Om te kunnen weten wat dit ‘daarom’ inhoudt, is het goed om Efeziërs 5 in zijn geheel even te lezen.
Hier beperk ik mij echter wel van vers 1 t/m vers 20.

Het is een hoofdstuk, waarin Paulus een indringende oproep doet aan al Gods kinderen.
Mij treft als eerste al het kopje boven de Herziene Statenvertaling.
Komen bij de gewone Statenvertaling en bij de NBG het woord vermaning(en) naar je toe, de HSV zegt: ‘Wandelen als kinderen van het licht.
Het woord vermanen heeft voor mij van vroeger uit niet echt een prettige klank, maar daarentegen ‘Wandelen als kinderen van het licht’, roept mij weldegelijk op om goed te lezen wat Paulus hier zegt.
Want dat is wat ik graag wil; wandelen als een kind van het licht.
Jij ook?
Dan is het goed om dit hoofdstuk eens goed door te nemen en te overdenken, want er staat nogal wat in.

Liefde is duidelijk de sleutel van alles; het centrum, de spil, simpelweg van waaruit alles dient te worden gedaan.
Het was uit liefde dat Jezus Zijn leven heeft gegeven voor ons en Hij was daarmee een aangenaam en geurig offer voor God.
Liefde dient dus van ons christenen het uitgangspunt te zijn van waaruit wij leven, van waaruit wij dingen wel en/of niet doen.
‘Wees dan navolgers van God, als geliefde kinderen, en wandel in de liefde zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God.’ (vers 1,2)

Vervolgens noemt Paulus een aantal dingen die niet bij kinderen van het licht horen.
Ontucht/hoererij, onzedelijkheid/onreinheid, hebzucht, grove, oppervlakkige of dubbelzinnige taal.
De Bijbel noemt deze dingen zelfs afgoderij en niemand die deze dingen doet, kan deel hebben aan Zijn koninkrijk!

Dat er mensen zullen zijn die ons hierin zullen proberen te misleiden, verliest Paulus ook niet uit het oog.
God gehoorzaam zijn gaat boven alles en als er mensen zijn die ons willen verleiden tot het doen van dingen die tegen Gods woord ingaan, dan zullen we hen moeten mijden en hun levensstijl niet overnemen.

Met dat we tot geloof gekomen zijn, zijn we kinderen van het licht geworden en we dienen dan ook als kinderen van het licht te leven.
In het licht groeien de vruchten van de Geest; vruchten als goedheid, en rechtvaardigheid en waarheid.
En Paulus spoort ons aan om ons toch te richten op wat God wil, dat we ons best doen om te ontdekken wat Zijn wil is.

We moeten niet meedoen met zaken die het licht niet verdragen, maar ze juist ontmaskeren, openbaar maken, aan het licht brengen.
Diep van binnen weten we als kinderen van het licht vaak best wel wat wel of wat niet goed is; wat Zijn licht wel verdraagt en wat niet.
Joh. 3:20,21 zegt:
‘Iemand die het kwade doet, haat het licht en gaat het licht uit de weg; hij is bang dat zijn daden ontdekt worden. Een oprecht mens zoekt het licht op; dan blijkt dat hij gehandeld heeft in verbondenheid met God.’
Als we God uit de weg gaan, bepaalde delen van Zijn woord maar overslaan, is het verstandig om eens goed na te gaan denken over waar we staan en waar we mee bezig zijn.
Vooral gezien de tijd waarin we leven is het zo ontzettend belangrijk om Gods woord te lezen, te overdenken, te ontdekken wat Hij hierin ons wil zeggen en leren, en het als leidraad voor ons leven te gebruiken.

Ik heb het al vaker gezegd, maar ook hier wil ik het opnieuw benadrukken, want de misleiding is groter en dichterbij dan ooit.
Satan doet niets liever dan zand in onze ogen strooien om ons te verblinden voor Gods waarheid, en hij vindt het prima als we als ‘slapende’ christenen in de kerkbanken zitten en niet meer horen hoe er dingen gepredikt worden die tegen Gods woord ingaan.
Satan weet, dat als wij de dingen die we horen of die we zien, in Gods licht gaan plaatsen, we op weg zijn naar vrijheid, naar redding, naar bevrijding en dat is het laatste dat hij wil.
Als we gevoelens van schaamte hebben over iets dat we gedaan hebben, dan willen we dit het liefste zo ver mogelijk wegstoppen zodat niemand het zien kan.
Satan vindt het erg prettig als we dit doen, omdat hij weet dat er op deze wijze altijd iets tussen God en ons in zal staan en zal verhinderen om in de vrijheid van God te kunnen leven.

Slapen wij?
Zijn wij als doden?
Zijn wij als horenden doof of als zienden blind?

‘Let dus goed op,’ zegt Paulus dan, ‘dat u nauwgezet wandelt, niet als dwazen, maar als wijzen; als verstandige en niet als onverstandige mensen.
Buit de geschikte tijd uit, gebruik je dagen goed, want we leven in een slechte tijd.
Wees niet onverstandig of dwaas, maar probeer te ontdekken wat Gods wil is.
En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld met de Geest, en spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing voor de Heere en loof Hem in uw hart, en dank altijd voor alle dingen God en de Vader in de naam van onze Heere Jezus Christus.’

Als we al onze daden, onze gedachten, onze gevoelens in Zijn licht brengen, bewandelen we de weg die leidt naar redding, naar vergeving, naar genezing, naar vrijheid.
Dan kan Zijn licht door ons heen schijnen, waardoor we Hem zullen weerspiegelen.
Dan kan Zijn Geest wonen en werken in ons hart en in ons leven en zal Zijn liefde door Zijn Geest in ons hart worden uitgestort en we zullen kunnen liefhebben als Hij.
Zo zal dan ook ons leven worden en zijn tot een aangename geur voor God.


Lieve Vader in de hemel.
Welk een indringende woorden spreekt U tot ons door Paulus heen.
Ik kan U alleen maar bidden, HEER, laat mij zien waar ik in mijn leven dingen verborgen houdt voor U.
Soms, Vader, zijn er immers verborgen zonden, zonden waar we geeneens weet van hebben, maar die hun uitwerking niet missen.
Ik bid U daarom, Vader, open mijn ogen, mijn oren, opdat ik zal zien wat (nog) niet in Uw licht is en help mij om het in Uw licht te brengen, opdat er vergeving, genezing en bevrijding komt en ik Uw weg zal bewandelen als kind van het licht.
Dan kan Uw licht schijnen door mij heen en kan U gezien worden.
Laat het licht van Uw woord meer en meer schijnen over mijn leven, opdat het heiliger en tot een aangename geur voor U zal zijn.
Dank U, voor Uw Geest, die mij daarin zal bijstaan en helpen, ja, onderwijzen en leiden, iedere dag.
Dank U wel, Vader, voor Uw woord, voor Uw liefde en voor Uw trouw.
Ik prijs Uw grote Naam.

- Amen -


Heer,
stort Uw Geest
van liefde
uit in mijn hart,
opdat ik
naar Uw voorbeeld
zal leven.

Niemand
heeft immers
grotere liefde
dan U,
die Zijn leven
voor mij
heeft gegeven.

Leer mij wandelen,
leer mij leven,
als een kind van het licht,
opdat het zal zijn
tot een aangename geur
voor Uw aangezicht.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 29 september 2013

Week 40 - De boeien verbreken

'Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten.'
HSV

'Christus heeft ons bevrijd om in vrijheid te leven. Houd dus stand en buig u niet opnieuw onder het juk van de slavernij.'
GNB

Galaten 5:1


Mijn wortels liggen in de Chr. Gereformeerde Kerk en dan wel de ‘zware’ versie om maar met die termen te spreken.
Hetgeen dus betekent dat ik opgegroeid ben in de sfeer van ‘ge- en verboden.’
Nu moet ik zeggen dat mijn ouders niet zo strikt waren als wat de kerk voorschreef, maar met elkaar genoeg om mij wel dit gevoel te geven.
Hoewel het geloof van kleins af aan heel belangrijk voor mij was, stond het wel meer in het teken van wetticisme, dan in vrijheid en vreugde.
Maar wat ik in onze eigen kerk niet vond, vond ik wel in een andere, maar dat mocht er alleen maar naast natuurlijk, dus ik deed bijna alles dubbel.
’s Morgens na de kerkdienst naar de zondagsschool van onze eigen kerk en ’s middags naar die van de Herv. Kerk, later naar de jeugdvereniging van onze eigen kerk, maar ook naar de Bijbelstudiegroep van de Vergadering der Gelovigen.
En, niet op vakantie, maar wel naar de kinder-, junioren-, jeugdkampen van de NCGB.

Mijn heerlijkste, mooiste en fijnste herinneringen aan deze kerk liggen meer in de privé dingen.
Mijn vader was organist van onze kerk en zaterdags ging hij vaak ’s middags spelen op het orgel in de kerk.
Ik ging regelmatig met hem mee; heerlijk vond ik die lege kerk met haar prachtige akoestiek.
Zingen was mijn lust en mijn leven en zaterdags speelde mijn vader gewoon ritmisch in plaats van hele noten, en ook iets anders dan alleen maar Psalmen en ik genoot van het samen spelen en zingen met mijn vader.
Als mijn broertjes ook meegingen(of één van hen), speelden wij ook regelmatig kerkje.
Nu konden we de kansel op, ‘dopen’, collecteren, vooral de collectezakken aan die lange stokken waren erg favoriet.
Maar het heerlijkste voor mij was het vrij en uit volle borst kunnen zingen.
Later toen ik naar Vlaardingen ging voor mijn opleiding Ziekenverzorgster, ging ik ook daar automatisch naar de Chr. Gereformeerde Kerk.
Toen de dominee op huisbezoek kwam (ivm. Belijdenis) en mijn gitaar zag staan, werd hij niet echt vrolijk.
Nog hoor ik hem vragen: ‘Wat speel je daarop?’
En toen het geen Psalmen bleken te zijn, werd hij nog minder blij.
Ook de eerste jaren van ons huwelijk kerkten wij in de Chr. Gereformeerde Kerk.
Maar het feit dat wij regelmatig niet ’s avonds in de kerk waren (al onze familie woonde buiten onze woonplaats, dus …) was toch wel een lichtelijk probleem.
Het avondmaal werd echter het grootste struikelblok voor mij en uiteindelijk hebben wij deze kerk verlaten, omdat ik te bang werd om nog avondmaal te vieren.
‘Wie verkeerd eet en drinkt …’
Angst voor God, voor het avondmaal, waren voor mij genoeg reden om weg te gaan, want als er één ding was wat in mijn ogen niet klopte met geloven, dan was het wel een leven in angst voor God.
Uiteindelijk kwamen we terecht in de gemeente waar we nu nog steeds zijn; een Evangeliegemeente.
Ik kan je wel vertellen, dat er in mij heel wat strijd heeft plaatsgevonden om alles een plekje te geven.
Achtentwintig jaar in één kerk vlak je niet zomaar uit.
Ik weet nog wel hoe schuldig en zondig ik mij voelde, toen ik voor de eerste keer een lange broek aandeed naar de kerk.
Doodongelukkig voelde ik me, want dat mocht immers niet!
Heel bewust heb ik toen voor heel lange tijd iedere zondag een lange broek aan gedaan naar de kerk, simpelweg om van dat gevoel af te komen, want ik was(ben) ervan overtuigd, dat God niet die lange broek bedoeld, maar het kleden als een man.
Maar ik bemerkte ook dat, hoe vrij (van die wetjes etc. waar de zware kerken van beticht worden) Evangelische- en Pinksterkringen zich ook voordoen, zij eigenlijk precies hetzelfde doen, alleen met andere ge- en verboden.
Er was zelfs een moment dat ik daarop redelijk stukliep en het gevoel had dat ik de ene kerk met ge- en verboden ingewisseld had voor de andere.
Vooral de panische manier waarop men met rokers omging vond ik verschrikkelijk.
Ik denk dat ik wel kan zeggen dat roken over het algemeen doodzonde nummer één is in deze kringen.
Zoals je daarop kan worden aangevallen is gewoon verschrikkelijk.
Ja, toen rookte ik nog en het is zeker niet dankzij hen dat ik gestopt ben, want met iedere aanval had ik de neiging om er juist nog eentje op te steken.
En ach, zo waren er nog wel meer van die dingen waardoor ik dat gevoel kreeg.
Het was niet makkelijk om daar mijn weg in te vinden en vrij te worden van alles wat ik van vroeger uit had meegekregen en wat men nu vertelde/leerde.
Beide kanten, evangelisch en reformatorisch, hebben hun goede en minder goede kanten; van beide kunnen we leren.
En zo ben ik jaren aan het worstelen en strijden geweest om vrij te worden van alles wat mij bond.
De grootste stap die ik deed in dit alles, was wel mijn doop door onderdompeling.
Ja, ik ben als baby gedoopt, maar na een lange strijd ervoer ik dat God dit van mij vroeg.
Het was een heel heftige tijd, waarin de twee werelden met elkaar botsten.
Mijn angst voor de reactie van mijn vader en het willen doen van Gods wil.
Het willen doen van Gods wil won het van mijn angst en met de keuze kwam er opnieuw een stukje vrijheid in mijn leven.

Een vers uit mijn doopgedicht zegt wat ik ervoer met mijn keuze voor de doop door onderdompeling:
‘En nu mag ik hier voor uw aangezicht staan.
'k Leg mijn leven in Uw doorboorde handen.
Voor altijd zal ik samen met U door 't leven gaan.
Verbroken zijn de geketende banden.’


‘Verbroken zijn de geketende banden.’
Nog nooit heb ik me zo vrij gevoeld als op het moment dat ik uit het water omhoog kwam na de doop.
Voor een moment wist ik niet alleen wat het betekende om vrij te zijn in Hem, maar ervaarde die vrijheid ook.
Mijn dooplied was ‘Liefdevol’ (Opwekking 550) dat spreekt over liefde en vrijheid, over vreugde en kostbaarheid, over angst die verdwijnt in een leven dicht aan Zijn hart.
O, dit lied was mij op het lijf geschreven; waren/zijn de woorden van mijn hart.

Liefdevol, trekt U mij dicht aan Uw hart
als we samen zijn.
Door Uw bloed, wast U mij witter dan sneeuw
en nu ben ik vrij.


U behoor ik toe;
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij


Neem mijn hart, maak het een deel van Uzelf,
laat ons samen zijn.
Angst verdwijnt, als ik Uw liefde ervaar,
door U ben ik vrij.


U behoor ik toe.
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij.


U behoor ik toe.
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij.


Jezus, vreugde van mijn hart
Jezus, vreugde van mijn hart
Jezus, vreugde van mijn hart
Jezus, vreugde van mijn hart


U behoor ik toe.
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij.


U behoor ik toe.
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij.


Als het dan nu gaat over vrij zijn, je niet opnieuw een slavenjuk op laten leggen, de boeien verbreken, vrij zijn van elke gebondenheid, ervaar ik met het opschrijven van deze herinneringen een heerlijke vrijheid.
Ik ben God zo dankbaar.

Want één ding is zeker: God wil dat we vrij zijn, vrij in Christus Jezus.
Vrij van, in mijn geval, van angst en de gebondenheid van wat mensen zeggen en denken (over mij).
Er zijn misschien nog wel meer dingen, gebondenheid/gebonden zijn, gaat veel verder en dieper dan we soms zelf door hebben, of omvat veel meer dingen dan we soms beseffen.
Voor mij is het belangrijkste dat ik me richt op wat God zegt in Zijn woord, dat vast te houden en daarnaar te leven.
Ik hoor wat er gepredikt wordt, ik denk daar over na, maar toetst het aan Gods woord, want dat is en blijft mijn leidraad, en wat Zijn Geest mij laat zien.
Want ik geloof ook, dat als God iets van mij wil, van mij vraagt, Hij dat ook door Zijn Geest aan mij zal laten zien, en/of duidelijk maken.
En ja, soms gebruikt God daar ook zeker mensen voor, maar dan zal Hij het ook in mijn hart uitwerken.

'Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn.' (Johannes 8 : 36)
Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten.

Het is dus aan mij, aan ons, om er voor te waken, dat we ons niet opnieuw een slavenjuk op laten leggen, maar ons laat leiden door Hem, door Zijn Geest en Zijn woord, zodat we vrij zullen zijn en blijven in Christus.
Niet om maar te kunnen doen wat wij willen, maar om Zijn wil te kunnen volbrengen.
Te leven tot Zijn eer en glorie.


Lieve vader in de hemel.
Leven in de vrijheid die we door de Here Jezus hebben ontvangen is zo heerlijk, zo mooi, maar tegelijk soms zo moeilijk vast te houden.
Soms denken we dat we vrij zijn, maar hebben in het geheel niet door hoe gebonden we zijn, want het kunnen dingen zijn, die we helemaal niet zien als gebondenheid.
O, wat hebben we Uw Heilige Geest nodig.
Uw Geest van wijsheid en inzicht om ons te laten zien waar er nog gebondenheid is in ons leven.
Vooral in ons denken, Vader, kunnen we zo gebonden zijn aan allerlei regeltjes en wetjes, en die ook een ander opleggen.
Houdt ons dicht bij Uw woord en leidt ons door Uw geest van liefde, opdat we ook anderen niet binden met onze zienswijze.
U heeft ons vrijgemaakt, Heer Jezus, help ons om onszelf niet weer een slavenjuk op te leggen of laten leggen.
Leer ons leven in Uw vrijheid tot eer en glorie van U.

- Amen -


Heer, Uw woord zegt:
‘Als dan de Zoon je vrijgemaakt heeft,
zult je werkelijk vrij zijn.
En toch, Heer,
leven we nog zo vaak
in gebondenheid.

Soms zonder dat we het doorhebben
ploeteren we voort,
raken belast en vermoeid;
en strijden iedere dag,
soms een loodzware strijd.

Open onze ogen, Heer,
laat ons zien
waar gebondenheid is
in ons leven
en breng ons terug
in de vrijheid
die we van U
hebben gekregen.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita


Mijn doopgedicht - 'Met Hem begraven en weer opgestaan'

zondag 28 april 2013

Week 18 - Belijdenis

'Zie, U vindt vreugde in waarheid in het binnenste,
in het verborgene maakt U mij wijsheid bekend.
Ontzondig mij met hysop, dan zal ik rein zijn,
was mij, dan zal ik witter zijn dan sneeuw.'

HSV

'Maar u verlangt alleen dat ik oprecht ben,
tot in het diepst van mijn ziel;
vervul mij met uw wijsheid
tot in het diepst van mijn hart.
Besprenkel mij,
dan word ik weer rein;
was mij,
dan word ik witter dan sneeuw.'

GNB

Psalm 51:8,9


Psalm 51 heeft David geschreven nadat de profeet Nathan bij hem geweest was en hem gewezen had op zijn overspel met Bathseba en zijn verantwoordelijkheid voor de dood van Uria, de man van Bathseba.
Het verhaal van David en Bathseba kun je lezen in 2 Samuël 11 en 12 t/m vers 25.

Het berouw van David gaat diep, heel diep.
Ik neem even de woorden vanuit Het Boek:

‘Geef mij genade, o God, hoewel ik dat niet heb verdiend.
Laat toch blijken hoe groot Uw liefde en goedheid is.
Wilt U door Uw vergevende mildheid mijn zonden wegdoen?
Reinig mij toch van deze zonde, die een smet op mij werpt.
Ik weet dat ik heb gezondigd; steeds opnieuw gaan mijn gedachten terug naar deze daad, waarmee ik van Uw pad afweek.
Mijn God, ik heb tegen U gezondigd en Uw gebod overtreden.
Wat U er ook over zegt, het is altijd goed en rechtvaardig.
Uw uitspraken zijn altijd zuiver.
Ik weet dat ik vanaf mijn geboorte al een zondaar ben; toen ik werd verwekt, stond al vast dat ik een zondaar zou zijn.’

Als de profeet Nathan tegen David zegt: ‘Die man bent u’, zoekt David geen uitvluchten, maar antwoordt: ’Ik heb tegen de Heer gezondigd.’
‘Mijn gedachten gaan automatisch naar het Paradijs, naar Adam en Eva, naar hun reactie, toen God hen confronteerde met hun zonde.
Hoe anders was hun reactie!
Ja, maar de slang …
Ja, maar de vrouw, die U mij gegeven hebt …
Ja maar …
David niet; ‘Ik heb tegen de HEER gezondigd.’
En in deze Psalm 51 komt heel duidelijk naar voren hoe diep zijn zondebesef is, zijn berouw.
Hij maakte het niet kleiner en niet minder erg dan het was, noch zoekt hij uitvluchten of probeert hij de schuld in andermans schoenen te schuiven.
‘Ja, maar die vrouw; die had daar niet moeten gaan baden, mijn dakterras kijkt uit op haar tuin, zij had …’
Nee, zijn zonde staat hem heel duidelijk voor ogen, steeds opnieuw gaan zijn gedachten terug naar wat hij verkeerd heeft gedaan.

Hoe is dat bij ons?
Als ik naar mijzelf kijk, dan betrap ik mijzelf erop, dat ik toch wel de neiging heb om net als Adam en Eva, uitvluchten te zoeken, de schuld richting een ander te schuiven, in plaats van gewoon gelijk eerlijk toe te geven dat ik fout was.
Als ik bijvoorbeeld mijn geduld verlies met mijn dochter, dan weet ik dat het verkeerd is, maar in gedachten heb ik al vele excuses naar God toe over dat het gewoon niet anders kon, want zij …’
En zo zijn er nog legio voorbeelden te noemen.
… als die andere autobestuurder mij niet had afgesneden met zijn auto, dan had ik niet zo gescholden.
… als die vrouw zich niet zo sexy had gekleed, dan …
… Ja, maar, ik was zo verdrietig, en hij was zo lief voor mij …
… O, als die ander nu maar niet het bloed onder mijn nagels vandaan had gehaald …
Als …
Ja, maar …

Welk een voorbeeld is David dan hier voor ons.
Ja, hij had gezondigd.
Ja, hij had Gods gebod overtreden; wat zeg ik, meerdere zelfs.
Maar toen hij er mee geconfronteerd werd, boog hij zijn hoofd en erkende zijn schuld, zijn zonde.

En dat is waar het deze keer om gaat: het erkennen en bekennen van onze schuld.
Belijdenis doen van onze zonden, zodat we in vrijheid kunnen (gaan) leven.
En dat geldt voor elke zonde!
Hoe diep we het ook hebben weggestopt, onzichtbaar voor de buitenwereld, maar nog steeds aanwezig in dat geheime hoekje.
Willen we ooit in Vrijheid kunnen leven, zullen we elke zonde moeten belijden.
Elk deel van ons leven, zelfs het kleinst hoekje, dienen we in het licht van Gods woord te houden om te zien of er zonde aanwezig is.
We moeten ons dag in, dag uit bewust zijn, bewuster worden, van het feit dat God vreugde vindt in de waarheid, dat Hij verlangt dat wij oprecht zijn, niet zomaar oprecht, maar oprecht tot in het diepst van onze ziel.
Het diepst van onze ziel, tot in het diepst van ons wezen; geen enkel verborgen plekje, geen enkel verborgen hoekje, geen enkel geheim vakje.

God kent ons, Hij doorgrond ons, Hij weet alles van ons.
Niets is voor Hem verborgen, maar Hij verlangt ernaar dat wij onze zonden belijden, klein en groot.
Hij verlangt ernaar dat wij eerlijk en oprecht zijn, de waarheid spreken.
En Hij verlangt dit niet alleen van ons, maar Hij wil ons ook helpen daarbij.
God wil ons, tot in het diepst van ons hart, bekendmaken welke zonde(n) er nog in ons leven is (zijn).
David verlangt daarnaar, en is zich bewust van deze genade van God.

Ik moet ook denken aan Psalm 19:13, waar David bidt om vergeving van zijn verborgen zonden.
David is zich ervan bewust dat God alles van hem weet, dus ook iedere zonde die hij heeft begaan.
God kent veel meer kwaad van ons dan wij van onszelf, zegt Matthew Henri.
Wij vergeten, maar God kan pas vergeten als wij onze zonden hebben beleden.
Dan kan Hij vergeven en vergeten.

Als ik eind van de dag in mijn bed stap, weet ik beslist niet meer wat ik die dag allemaal verkeerd heb gedaan, dus bid ik ook met Davids woorden: ‘HEER, vergeef mij ook mijn verborgen zonden.’
Maar ook vraag ik of Hij mij, als er specifieke dingen zijn, die Hij met name genoemd wil hebben, mij bekend maakt, zodat ik ze kan belijden en Hij kan vergeven.
Want ik verlang ernaar om in vrijheid te leven.
Ik verlang naar een leven waar niets tussen mij en God instaat.
Wat zie ik daarom uit naar de dag dat Hij terugkomt!

Wij hebben thuis een CD van Peter Helms, ik weet niet meer precies welke, maar op één van die CD’s is een lied en één regel daaruit blijft al jaar en dag in mijn gedachten.
Niet elke dag, soms zelfs lange tijd niet, maar met het schrijven komt deze regel weer terug: ‘Schrob mijn leven schoon!’
Deze regel heeft zich vastgezet, niet alleen in mijn gedachten, maar ook in mijn hart.
En er zijn soms van die momenten dat ik vanuit het diepst van mijn hart dit bid: ‘schrob mijn leven schoon, HEER, ja, schrob mijn leven schoon!’
Dan lijkt een ‘gewone reiniging niet voldoende, dan verlang ik naar meer.
Dan verlang ik ernaar om brandschoon te zijn, zodat ik heel dicht in Zijn nabijheid, in Zijn aanwezigheid, kan komen, kan zijn.

David verlangde daar ook naar.
Ontzondig mij met hysop, dan zal ik rein zijn, was mij, dan zal ik witter zijn dan sneeuw.
Ontzondig mij, was mij, dan zal ik rein zijn, witter dan sneeuw!

Verlang jij er ook naar om in Vrijheid te leven?
Verlang jij ook naar een leven dicht in Zijn nabijheid?
Verlang jij ook naar een intiemere, vriendschappelijke relatie met God, zoals David?
Belijd Hem dan je zonden, wacht daar niet mee, en keer je af van verkeerde wegen.
Zonde schept altijd verwijdering tussen God en ons.
We kunnen niet in Gods nabijheid komen als er zonde in ons leven is, deze zal als een onoverbrugbare kloof tussen Hem en ons instaan.
Jezus is de brug geworden door te sterven aan het kruis.
Belijdt en ontvang vergeving.
Belijdt en wordt witter dan sneeuw.
Belijdt en wordt vrij!

 
Ja, lieve Vader, was, schrob mijn leven schoon!
Werp door Uw woord en Geest Uw licht op mijn leven.
Ja, tot in het kleinste hoekje en laat mij zien waar er nog dingen moeten veranderen.
Kom met Uw waarheid in mijn hart.
Open mijn hart voor Uw wijsheid.
Was mij, reinig mij, van alle zonden.
Vergeef mij ook mijn verborgen zonden, opdat er niets tussen U en mij in zal blijven staan.
Leer mij zo te leven in Uw waarheid, dat als ik zondig, Uw Geest mij daar direct bewust van maakt en ik mijn zonden kan belijden.
Kom met Uw Geest van wijsheid tot in het diepst van mijn hart en leer mij, leidt mij.
Laat mijn leven een leven zijn, dat U vreugde geeft.
Leer mij daarom in Uw waarheid te wandelen en maak mij eerlijk en oprecht tot in het diepst van mij ziel.
In Jezus’ Naam.


– Amen –


O Heer, niets is mooier,
niets is beter,
niets is begerenswaardiger,
dan in Vrijheid te leven.

Vrij van elke aanklacht,
van elke schuld,
van elke zonde
ooit door mij bedreven.

Leid mij daarom, Heer,
in Uw waarheid,
leer mij
en geef mij wijsheid van hart.

Doe mij onderkennen
elke zonde,
elke smet,
die deze vrijheid tart.

Ik verlang te belijden, Heer,
alles wat er staat
tussen U en mij.
Vergeef mij; was mij rein!

Het is mijn diepst verlangen,
U te eren, U te dienen,
voor U te leven.
O God, van U alleen wil ik zijn.


©Rita Klapwijk

zondag 7 april 2013

Week 15 - Vrijheid

De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft;
Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen,
om te genezen die gebroken van hart zijn,
om aan gevangenen vrijlating te prediken
en aan blinden het gezichtsvermogen,
om verslagenen weg te zenden in vrijheid,
om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken.
HSV

De Geest van de Heer rust op mij,
omdat hij mij gezalfd heeft
om het goede nieuws te brengen aan armen.
Hij heeft mij gezonden
om gevangenen de vrijheid aan te zeggen
en blinden het licht te geven,
om onderdrukten vrij te maken,
om het jaar van Gods goedheid af te kondigen.
GNB

Lucas 4:18,19

Een oude vogelkooi

Er was eens een dominee in een kleine stad in Engeland.
Op Paasmorgen ging hij naar de kerk met een oude, roestige vogelkooi en zette deze op de preekstoel.
Vele wenkbrauwen werden gefronst.
Dominee Thomas begon te vertellen.

Gemeente, ik liep gisteren in de stad, toen ik een kleine jongen zag met deze kooi in zijn handen.
Op de bodem van de kooi zaten drie vogeltjes te bibberen van angst.
Ik stopte en vroeg hem: ‘Wat heb je daar bij je, jongen?’
‘Een paar oude vogels,’ zei de jongen.
‘Wat ga je met ze doen?,’ vroeg ik.
‘Ik neem ze mee naar huis en ga er plezier mee maken,’ antwoordde hij.
‘Ik trek ze de veren uit en laat ze met elkaar vechten.
Daar heb ik plezier in.’
‘En als je genoeg hebt van deze vogels, wat doe je dan met ze?’ vroeg ik hem.
‘O, we hebben een paar katten,’ zei de jongen, ‘en die houden wel van een vogeltje.’
Ik was even sprakeloos en vroeg toen: ’Hoeveel wil je voor die vogels hebben?’
Hij vroeg:’Waarom wilt u deze vogels hebben, meneer?
Ze zijn oud en lelijk en zingen niet eens.’
Opnieuw vroeg ik hem: ’Hoeveel wil je er voor hebben?'
De jongen keek me aan en dacht vast: ‘Die is gek,’ en zei: ‘Tien euro.’
Ik betaalde hem tien euro en in minder dan geen tijd was hij verdwenen.
Ik ben toen naar het eind van de straat gewandeld, naar een plantsoen met bomen.
Ik heb de kooi op de grond gezet en de vogels vrijgelaten.
Daarom die lege vogelkooi op de preekstoel.

Toen begon hij aan zijn preek.

Op een dag waren satan en Jezus aan het converseren.
Satan was net terug van een bezoek aan de aarde en pochte: ’Ik heb net de aarde en alle mensen gekocht.
Ik heb een valstrik gezet die ze niet konden weerstaan, en ik heb ze allemaal.’
‘Wat ben je van plan met ze te doen?,’ vroeg Jezus.
Satan antwoordde: ‘O, ik ga plezier met ze maken!
Ik ga ze leren hoe ze kunnen trouwen en weer kunnen scheiden, hoe ze elkaar moeten haten, en hoe ze elkaar moeten misbruiken.
Hoe ze kunnen roken en drinken, ik ga ze leren hoe ze wapens en bommen moeten maken en hoe ze elkaar moeten vermoorden.
Dus ik heb echt veel plezier met ze!’
‘En wat ga je met ze doen als je klaar bent met hun?’ vroeg Jezus.
‘Oh, ik vermoord ze allemaal,’ zei satan trots.
‘Hoeveel wil je voor hen hebben?’ vroeg Jezus
‘Wat wil je met deze mensen,’ vroeg satan.
‘Ze zijn slecht, waarom wil je ze hebben?
Ze haten je en ze spugen je in het gezicht, ze vervloeken en vermoorden je!
Je wilt deze mensen niet!’
‘Hoeveel?’ vroeg Jezus weer.
Satan keek Jezus aan en lachte.
‘Al je tranen en je bloed,’ zei hij.
Jezus zei: ‘DEAL,’ en Hij betaalde de prijs.

Toen pakte de dominee de oude vogelkooi en liep de preekstoel af.

Eigenlijk zegt dit verhaal alles over de vrijheid die de Here Jezus ons heeft gebracht.
Voordat we tot geloof, tot bekering, kwamen, waren we als de vogeltjes in die kooi.
Opgesloten, van onze vrijheid berooft.
Maar de Here Jezus is gekomen en heeft de prijs voor onze zonden betaald.
De deur van ‘onze kooi’ is geopend!
Het is echter aan ons om eruit te komen en om ook in die vrijheid te gaan leven, te gaan wandelen.

Satan wil echter niets liever dan ons in ‘die kooi’, in die gevangenis, houden.
Want dan komen we tenminste niet tot onze bestemming; zullen we niet gaan doen waartoe Hij ons heeft geroepen.
Maar hij heeft geen sleutels van ‘onze kooi’, hij kan alleen maar proberen om ons in die kooi te houden.
En reken maar dat hij alles zal doen wat in zijn vermogen ligt om Gods kinderen daarin te houden!

Het is nog maar net een week geleden dat we Pasen hebben gevierd.
Dat we terugdachten aan Zijn lijden en sterven en dat we Zijn Opstanding vierden.
Misschien heb je in de tijd naar Pasen toe bovenstaande verzen wel gelezen en overdacht.
Deze woorden vertellen ons immers waarom Jezus zou komen.
Verlossing, bevrijding, genezing is de kern van Zijn boodschap!
Verlossing, bevrijding, genezing van de slavernij van de zonde en alles wat dat met zich meebrengt en inhoudt.

Met Zijn bloed heeft Hij ons vrijgekocht.
Zoals de dominee 10 euro betaalde voor een paar onbeduidende vogeltjes, zo betaalde Jezus met Zijn bloed, met Zijn leven, om ons vrij te kopen.

Daar, aan het kruis op Golgotha, volbracht Hij het werk wat Hem was opgedragen door Zijn Vader.
Alles waar wij mensen  in ons leven mee te maken kunnen krijgen, heeft Hij op Zich genomen en is zo mee aan het kruis genageld opdat wij ervan bevrijdt konden worden.
Vrij van de pijn die ons is aangedaan.
Vrij van alle afwijzing.
Vrij van alle schuld.
Vrij van alle zonden.
Vrij van angst.
Vrij van zorgen.
Vrij van verdriet.
Vrij van …

Het is niet dat deze dingen ons in deze wereld niet meer zullen overkomen, maar we hoeven niet langer door hun juk in gevangenschap te leven.
Onze gevangenis is door Jezus geopend en Hij ziet er naar uit dat wij eruit stappen en onze nieuwe positie, als kinderen van God, met alle bijhorende privileges, aannemen en van daaruit gaan leven.

Ik moet met deze dingen terugdenken aan een toespraak die wij met onze vrouwengroep hebben geluisterd van Margreet van Straalen over ‘Van afwijzing tot aanvaarding’.
Ook zij sprak over een kooi, ‘de kooi van afwijzing’.
Ik heb veel te maken gehad met afwijzing en heb heel lang geleefd in ‘die kooi’.
Door haar toespraak uit te werken voor de groep ben ik toen in gaan zien hoe ik eigenlijk jaar en dag in gevangenschap heb geleefd, door over te nemen wat mensen hadden gezegd, of door mezelf af te kraken, neer te halen; gedachten toe te laten en mij te laten overheersen door negatieve gedachten.
Ik was vrijgekocht door de Here Jezus, maar ik leefde nog steeds in gevangenschap omdat ik niet durfde aan te nemen wat Hij heeft gezegd, door steeds wat mensen zeiden belangrijker te vinden dan wat Hij zegt.
Dit kwam weer doordat ik worstelde met het vergeven van bepaalde mensen, omdat sommige dingen nog iedere keer weer terugkwamen en ik niet bij machte was om wat Jezus over mij zegt boven wat anderen zeggen te zetten.
Nog steeds kan ik daar af en toe flink mee worstelen.
Nog steeds is mijn onzekerheid een valkuil waar ik voor moet waken dat ik er niet inval en weer opgesloten raak.

Ook ben ik lange tijd in die kooi blijven zitten, omdat het tegelijk ook veilig was.
Misschien niet altijd even prettig, maar het was in ieder geval bekend.
Ik wist waar ik aan toe was en hier kon met niet veel gebeuren.
Het uitstappen uit de kooi heeft wel wat gekost, maar was meer dan de moeite waard.

En zo zijn er vele kooien waar we in gevangen kunnen zitten.
Afwijzing is slechts één van de velen.
Wat moet het de Here Jezus en God, onze Vader, zeer doen om te zien dat nog vele van hun kinderen, die nota bene zo duur zijn gekocht en betaald, nog steeds in gevangenschap leven.
Gekooid door allerlei wetten.
Gekooid door dingen die in het verleden zijn gebeurd en die ze maar niet los kunnen laten.
Gekooid door verslavingen.
Gekooid door …
Ach, er zijn zoveel dingen waardoor een mens in die kooi kan blijven zitten of er weer in terugkomt.

Wees waakzaam zegt de Bijbel.
Wees waakzaam, laat je niet weer een slavenjuk opleggen.
We zijn vrijgekocht!
En wie Jezus vrij maakt is waarlijk vrij!
Christus heeft ons bevrijd om in vrijheid te leven, niet om in die kooi te blijven zitten of om er weer in terug te gaan.

Ben jij vrij?
Leef jij in de vrijheid die je van de Here Jezus hebt ontvangen?





Lieve Vader in de hemel.
Dank U wel, dat we zijn vrijgekocht met het bloed van Uw Zoon, onze Here Jezus Christus.
Dank U wel, Heer Jezus, dat U de prijs hebt betaald voor onze zonden, opdat wij vrij zouden zijn en in vrijheid kunnen leven.
Vergeef ons, HEERE, dat wij we soms nog leven als gevangenen, als vogels in een kooi die er niet uit durven, of gewoon omdat we niet zien dat de deur open is.
Vergeef ons, als we vast blijven houden aan dingen, die we eigenlijk los moeten laten om vrij te kunnen zijn.
Help ons, Vader, om dat in te gaan zien.
Open onze ogen daarvoor en help ons om los te laten en uit die gevangenschap de vrijheid in te stappen; hoe eng die ook mag lijken.
Breng ons, lieve Vader, tot onze bestemming.
Laat ons leven worden zoals het door U is bedoeld te zijn, tot eer en verheerlijking van Uw grote Naam.
Dank U wel, voor Uw liefde en geduld met ons.
Dank U wel, voor Uw genade.
Dank U wel, voor Uw vergeving.
Ik prijs Uw Naam.

- Amen –





Onze vrijheid is duur gekocht en betaald,
en toch leven wij vaak nog
als een vogel gevangen in een kooi.
We vergeten of durven niet aan te nemen
wat Hij ons gaf door Zijn vergoten bloed.
Het maakt ons voor de boze een makkelijke prooi.

Stap uit die kooi van gevangenschap;
weg van het juk van slavernij.
Omarm de vrijheid die Hij heeft gegeven.
Hij heeft ons immers bevrijd
opdat wij in vrijheid zouden leven.

Wees gehoorzaam aan God en Zijn woord.
Laat los en vergeef waar nodig is.
Wees waakzaam en luister naar Zijn stem.
Sta open voor de leiding van Zijn Geest.
Ruim op al wat een belemmering is
en je leven zal zijn tot eer en glorie van Hem.

©Rita Klapwijk

                 Ignite - Shockwave Drama Skit