Posts tonen met het label leren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leren. Alle posts tonen

zondag 23 juni 2013

Week 26 - Berouw

'Ik, Ik ben het Die uw overtredingen uitdelgt omwille van Mijzelf,
en aan uw zonden denk Ik niet.'
HSV

'Ik ben je niets verplicht, maar dan ook niets.
Het is pure goedheid dat Ik je opstandigheid vergeef,
niet terugkom op je zonden.'
GNB

Jesaja 43:25


Drie dingen komen in mijn gedachten, namelijk een woord van David: ‘Ik ken mijn overtredingen; mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.’ (Psalm 51:5), een filmpje van Carman genaamd ‘The courtroom’ en een tekst uit Micha (Micha 7:19b) waar staat: ‘…, ja, U zult al hun zonden werpen in de diepten van de zee.’

De eerste tekst is verbonden met de titel/thema, het filmpje en de tekst uit Micha met de tekst en wat er op het kalendertje staat.

Wat er op het kalendertje staat komt op het volgende neer: Als wij dicht bij God wandelen, zullen de inspanningen van de aanklager te vergeefs zijn, want God zal Zich onze zonden niet herinneren tegen de tijd dat de boze in de hemel komt met zijn aanklachten tegen ons.

Berouw

‘Ik ken mijn overtredingen; mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.’
Ik heb hier al weleens vaker over geschreven, het is een tekst die mij diep raakt; die mij wijst op het belang van belijden en berouw hebben.
Deze Psalm heeft David geschreven nadat de Profeet Nathan hem gewezen had op zijn overspel met Bathseba en zijn aandeel in de dood van Uria. (2 Samuël 11)

Deze Psalm wordt ook wel een boetpsalm genoemd.
Een Psalm waarin David zijn schuld erkent, belijdt en smeekt om vergeving.
David heeft niet alleen maar spijt van wat hij heeft gedaan.
Het is bij hem geen kwestie van: ‘sorry, Heer, ik heb iets gedaan wat niet mocht, maar wilt U mij vergeven,’ maar er is er sprake van diep en oprecht berouw over zijn zonde.

Hoewel spijt en berouw ook naar elkaar verwijzen als je kijkt naar wat ze betekenen, toch is er weldegelijk een verschil het ergens spijt van hebben en berouw hebben.
Spijt is het gevoel hebben dat je iets niet had moeten doen; het jammer vinden omdat je iets verkeerd hebt gedaan.
Berouw is naast (erge) spijt over iets dat je verkeerd hebt gedaan ook boetvaardigheid, inkeer, bekering, hartknaging.
En deze woorden, deze betekenissen, vind je niet terug bij spijt.
Mijns inziens gaat berouw dieper dan spijt; ben je met berouw altijd bewust van de diepte van je zonde, terwijl spijt meerdere kanten op kan.
We zeggen soms zo makkelijk ‘het spijt me’, maar spijt het ons dan werkelijk?
Hebben we dan ook spijt in de zin van berouw over wat we verkeerd hebben gedaan?

Als ik iemand vergeten ben om een mailtje te sturen terwijl ik het belooft had, dan zeg ik ‘sorry, het spijt me; vergeef me’, maar doorgaans houdt het daar bij op.
Tenzij het heel belangrijk was en het misschien de ander schade berokkent heeft of emotioneel heel erg raakt, dan kan het zijn dat het diep in mijn hart gaat knagen en mijn spijt verandert in berouw.
Dan is er ook geen ‘sorry, het spijt me’ meer naar die ander toe, maar vanuit een diepe pijn vanuit mijn hart, in alle ootmoed en nederigheid, bekennen; ik ben fout geweest, dit had niet mogen gebeuren. Ik zie wat het je doet, gedaan heeft, en het doet mij pijn en verdriet. Ik zal er alles aan doen zodat het niet weer gebeurt.

Het is vanuit deze hartsgesteldheid dat David naar God toegaat en deze woorden spreekt.
Ik ken mijn overtredingen; o, hij besefte zo goed wat hij had gedaan.
Mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen; hij kon aan niets anders meer denken dan aan wat hij verkeerd had gedaan en alleen als God hem zou vergeven, zou hij weer verder kunnen.
David besefte dat wat hij had gedaan scheiding had gebracht tussen hem en God en hij kon niet meer verder voordat God hem zijn zonde zou vergeven.
Het is geen goedkoop ‘het spijt me, God’, maar een berouw vanuit het diepst van zijn hart.
Hij wist dat hij verkeerd was geweest.
Hij wist wat hij verkeerd had gedaan.
Hij kon het bij name noemen; ook al was het pas nadat de profeet Nathan hem erop gewezen had.
Hij accepteerde Gods straf.

Hieraan kunnen we ook zien dat God soms andere mensen gebruikt om ons op onze zonde te wijzen.
Diep in ons hart kunnen we weten dat iets niet goed is, maar ons er tegelijk voor afsluiten.
God kan dan door andere heen ons terechtwijzen.
Dit omdat Hij weet dat het ons anders steeds verder van Hem verwijdert en dat wil Hij niet.
Hij houdt zo onnoemelijk veel van ons, dat Hij van Zijn kant er alles aan gedaan heeft, en doet, om de relatie tussen Hem en ons in orde te houden.
Maar Hij verlangt ook van ons dat wij doen wat Hij van ons vraagt.

David betaalde een hoge prijs voor zijn overspel met Bathseba.
Het zoontje dat geboren werd uit dit samenzijn, stierf.
Maar ook voor de rest van zijn leven had dit overspel met Bathseba gevolgen.
Je kunt het nalezen in (2 Samuël 12)

Het zijn deze woorden van David die mij tot nadenken hebben gestemd over hoe het ervoor staat met mijzelf.
Hoe zit het met mij, met mijn berouw, of voel ik alleen maar spijt over mijn zonde?
Knaagt mijn hart over mijn zonde?
Brengt mijn zonde mij tot inkeer, tot bekering van?

Soms kan mij dit dwars zitten, ervaar ik eigenlijk helemaal geen berouw over de zonden die ik doe.
Ja, als ik echt iets specifieks weet, dan komt dat echte diepe berouw om de hoek, maar gewoon zo, na een gewone dag, zonder opzienbarende gebeurtenissen, dan belijd ik aan Hem dat ik gezondigd heb, maar dat ik soms eigenlijk niet eens weet welke zonden ik heb gedaan.
Ik belijd, omdat ik weet dat ik zonden ontvangen en geboren ben.
En dan ben ik zo blij met weer andere woorden van David uit Psalm 19:13, ook die heb ik vaker genoemd: ‘Zuiver mij van mijn verborgen zonden, want iedereen maakt fouten  zonder het te weten.’

Ik weet, de Here Jezus is voor mijn (onze) zonden gestorven aan het kruis op Golgotha.
Ik ben gekocht en betaald met Zijn bloed.
Ik ben vergeven en mijn toegang tot de troon van genade is vrij.
De aanklager kan naar God toe gaan en alles wat ik verkeerd heb gedaan aan God voorhouden, maar het Bloed van de Here Jezus heeft mij gereinigd, en reinigt mij, van alle zonden en de aanklager zal tandenknarsend afdruipen, omdat God mijn zonden niet meer ziet als ik ze beleden heb.
Want als ik gezondigd heb, zal ik mijn zonde ook moeten belijden, anders zal het tussen God en mij blijven staan.
Ik kan geen overspel plegen, of stelen of een moord begaan, en verder leven omdat ik vergeven ben met dat ik Hem heb aangenomen als mijn Heer en Heiland.
Ik kan niet roddelen, verkeerde bladen lezen, computerspelletjes/-pagina’s bekijken zonder dat het scheiding brengt tussen Hem en mij.
Alleen belijden en berouw zullen vergeving geven.

Al met al doen deze woorden van David mij beseffen hoe belangrijk berouw hebben over zonde voor God is en het doet mij mijzelf uitstrekken naar een echt berouwvol hart.
Naar een verlangen dat God mij mijn zonde voor ogen geeft en een oprecht berouw, meer dan een ‘het spijt me, Heer, ik heb het weer verkeerd gedaan’.

Welk een vreugde komt er dan ook, want het is door het offer van Zijn Zoon, onze Here Jezus Christus, dat er vergeving is.
(Zie bijv. Mattheüs 26 en volgende hoofdstukken)

En het is niet zomaar een vergeving, niet een ‘ik vergeef je’ en het komt later als er weer iets verkeerd gaat, terug om opnieuw voor je voeten geworpen te worden.
Het is niet zomaar een vergeving, omdat de ander een bepaalde verplichting naar je heeft.
Het is niet zomaar een vergeving, het is VERGEVING!
Een niet meer denken aan!
Weggedaan in de diepten van de zee! (Micha 7:19b)
Vergeten!
Het is Vergeving uit Genade!
Onverdiend!
Om Zijnentwil!
Pure goedheid!
Pure liefde!
Pure Genade!

Welk een vreugde komt er dan ook, want het is het grootste en mooiste geschenk dat iemand ooit kan geven.
Niets heeft meer waarde, niets is kostbaarder, dan Zijn geschenk van genade aan ons.

Welk een vreugde komt er dan ook, want Hij is onze zonde vergeten.
Ja, echt helemaal vergeten.
Nooit zal Hij meer terugkomen op zonden die zijn beleden en waar Hij vergeving over heeft gegeven.
Nooit meer.
Wij mensen hebben nogal eens de neiging om te ‘vergeven’, maar als er dan weer iets gebeurt het met dezelfde vaart weer iemand voor de voeten te gooien,
Ja, maar toen …
Maar God niet!
Hij vergeeft en vergeet.
Corrie ten Boom zei altijd bij de tekst uit Micha; Hij zet er een bordje bij: ‘Verboden te vissen’.

En zo komt het, dat als wij dicht bij God wandelen, de inspanningen van de aanklager te vergeefs zullen zijn, want God zal Zich onze zonden niet herinneren tegen de tijd dat de boze in de hemel komt met zijn aanklachten tegen ons.
Want dicht bij God wandelen, dicht bij Hem leven, maakt ons bewust van onze zonden en doet ons onze zonden belijden.
En Gods woord zegt dan: ‘Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.’
1 Johannes 1:9


Lieve Vader in de hemel, wat een prachtig woord om het stukje mee te mogen besluiten.
Dank U wel, voor Uw liefde en genade, voor Uw goedheid en Uw trouw.
Mijn woorden schieten te kort, Vader, als ik U wil danken, loven en prijzen om wie U bent en om alles wat U heeft gedaan en doet.
Het is zo onbegrijpelijk.
Zo onvoorstelbaar.
Zo …
Lieve Vader, dank U wel, voor wie U bent; dat U bent die U bent.
Help mij, Vader, om te leren leven naar Uw wil, naar Uw geboden; vanuit mijzelf kan ik het niet.
Help mij ook, als de boze mij steeds opnieuw reeds vergeven zonden voorhoudt.
Laat mij opstaan en hem wijzen op Uw woord waarin U Zelf zegt dat als U vergeeft, U er ook niet meer aan denkt.
Dat U mijn zonden wegdoet in de diepten van de zee.
Hij heeft geen poot om op te staan; laten we ons daar toch van bewust zijn, bewust worden en gaan leven vanuit Uw kracht in ons, vanuit Uw woord.
Dank U, Vader, ik prijs Uw heilige Naam.
Ik loof U, want U bent waardig om mijn lof en aanbidding te ontvangen.
Niet alleen door mijn woorden, maar ook door mijn leven.
Ik wil dicht bij U wandelen, dicht bij U leven.
Help mij daarbij, Vader.
In Jezus’ Naam.

- Amen -


Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Pure goedheid, liefde en genade,
giet Hij uit over mij.
Welk een lessen mag ik leren
met het luisteren naar Zijn stem.
Welk een veilige plek is het gaan
met Hem dagelijks aan mijn zij.

Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Hoe heerlijk is het te mogen weten:
al mijn zonden zijn vergeven.
Welk een liefde en genade
klinkt er door in Zijn stem,
als Hij spreekt en tot mij zegt:
‘Ik ben bij je elke dag van je leven.’

Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Hoe heerlijk is het te wandelen
met Hem aan mijn zij.
Welk een rust en vrede ligt er
in het luisteren naar Zijn stem.
Welk een kracht in het weten:
op al mijn wegen leidt Hij mij!


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 14 april 2013

Week 16 - Volledige gezondheid

En moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.
Hij Die u roept, is getrouw: Hij zal het ook doen.
HSV

Wij vragen dat God, die een God van vrede is, u in alle opzichten heiligt, en dat heel uw persoon, naar geest, ziel en lichaam, onberispelijk bewaard blijft tot de komst van de Here Jezus Christus.
Hij die u roept, is trouw.
Hij houdt Zijn woord.
GNB

1 Tessalonicenzen 5:23, 24

Volledige gezondheid is het onderwerp voor deze week.
Wel grappig gezien het feit dat ik met het schrijven hierover lichtelijk geveld ben door griepachtige verschijnselen.
Maar het brengt mij ook direct bij de kern van de zaak, namelijk dat volledige gezondheid, tenminste zoals dat hier bedoeld wordt, in wezen niets te maken heeft het ontbreken van lichamelijke ziekten en/of kwalen.
Sterker nog, misschien kun je zelfs wel zeggen dat iemand met een chronische lichamelijke aandoening vollediger gezond kan zijn dan iemand die blaakt van gezondheid.

Volledig gezond, heel ons persoontje gezond naar geest, ziel en lichaam.
In eerste instantie zullen onze gedachten hierbij als eerste uitgaan naar een gezond lichaam en een geestelijk stabiel en evenwichtig persoon.
Toch, als we 1 Tessalonicenzen, de Hoofdstuk 1 t/m 5 lezen, dan zien we dat het om heel andere dingen gaat.
Ik geloof echter wel, dat als we deze woorden van God in praktijk brengen, het er wel uit voort kan komen.
Beth Moore geeft dit in het laatste zinnetje op het kalendertje eigenlijk ook al aan, namelijk, dat alles wat wij doen tot Gods eer, dit ons ook ten goede komt.

Waarom ik nu ineens heel 1 Tessalonicenzen erbij haal?
De Matthew Henry Verklaring gaf aan dat bovenstaand vers (23) eigenlijk de samenvatting was van de hele brief, dus het meest wijze en verstandige om te doen was eerst deze vijf hoofdstukken maar eens te lezen.
Het is een prachtig boek en ik werd gaandeweg eigenlijk een beetje jaloers op hoe Paulus schrijft over deze mensen.
Jaloers in de goede zin van het woord, namelijk verlangend naar dat mijn leven ook zo mag zijn, zal worden.
Mag ik je eens even meenemen?
En als je meeleest, probeer net als ik je leven eens in dit licht te zetten.
Het zal ons helpen om te gaan zien waar wij in ons leven nog meer heiligmaking nodig hebben.

Ik wil je graag meenemen naar het eerste hoofdstuk.
Paulus, Silvanus en Timotheüs danken God voor het geloof van de Tessalonicenzen.
Als je het eerste hoofdstukje leest, dan proef je hun blijdschap, hun vreugde en dankbaarheid  over deze gemeente.
Het waren de daden, waaruit hun geloof bleek, hun onvermoeibare liefde en onwrikbare hoop op de Here Jezus, die Paulus en de andere twee, zo vulden met dankbaarheid naar God.
Ze hadden de boodschap van Paulus (een leven te leiden dat de goedkeuring heeft van God, die hen (en ons) roept om Zijn glorievolle koninkrijk binnen te gaan)  niet alleen gehoord, maar hadden hem ook aangenomen en in daden omgezet.
(gemakshalve spreek ik voor de rest even alleen over Paulus, maar onthoudt de andere twee namen, die horen erbij)
Ze hebben zich op geen enkele wijze tegen laten houden hoeveel tegenwerking ze ook kregen en ze zijn nu zelfs een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in  Macedonië en Achaje en zelfs ver daar buiten.
Ja, overal was hun geloof in God mensen ter ore gekomen.
De mensen spraken er uit zichzelf over tegen Paulus en de anderen.

Dat is toch wat!
Wordt er zo tot in de wijde omtrek gesproken over onze gemeentes, over ons?
En laten we dan wel de hand in eigen boezem steken als dit niet het geval is, en niet wijzen naar broeders en zusters in onze gemeentes, ‘die maar alles tegen proberen te houden en moeilijk doen’  etc., nee, is ons eigen leven zoals dat van de Tessalonicenzen.
Is ons persoonlijk leven een voorbeeld voor anderen?
Want laten we eerlijk zijn, als we zo’n gemeente willen worden/zijn, dan zal een ieder zijn/haar eigen leven met God op orde moeten hebben.

Dan maak ik even een sprongetje naar Hoofdstuk 4.
‘En nu het volgende broeders en zusters. U hebt van ons geleerd hoe u moet leven als u God wilt behagen. Zo leeft u ook, maar in de naam van de Heer Jezus vragen wij u dringend, dit nog meer te doen … God wil dat u een leven leidt dat Hem is toegewijd.
In de andere vertaling wordt gesproken over nog overvloediger worden in het God behagen en over heiliging als Gods wil ...
Hier stopt het woord niet, het gaat nog verder, maar daarover zo meteen.
Eerst wil ik even stilstaan en nadenken over deze woorden van Paulus.

‘U hebt geleerd. U leeft ook zo.’
Ook verderop, als Paulus schrijft over de onderlinge liefde van de Tessalonicenzen, zegt hij precies hetzelfde.
Vers 9,10: ‘Ik hoef u niet te schrijven over de onderlinge liefde. God Zelf heeft u geleerd elkaar lief te hebben. Die liefde brengt u ook in praktijk tegenover alle gelovigen in heel Macedonië. Maar wij drukken u op het hart, broeders en zusters, dit nog meer te doen.’
‘U hebt geleerd. U leeft ook zo.’
Nou, zouden wij dan zeggen, dan is het toch goed?
Of toch niet?
Ik heb soms het gevoel dat wij in een tijd leven waarin goed goed genoeg is.
Waarom zou je je uitstrekken naar meer?
We hebben het al druk genoeg dus als iets goed is, waarom zou je dan nog meer energie ergens insteken om er iets beters van te maken?
Toch is dat wel hetgeen dat Paulus hier vraagt.
‘U hebt geleerd; u leeft ook zo, maar …., en dan komt het dringende verzoek: ‘In de Naam van de Here Jezus vragen wij u dit nog meer te doen!’
Als je alles op een rijtje zet, is het eigenlijk niet meer dan logisch dat Paulus dit zegt.
Want, waar gaat het om?
Juist, het gaat om een leven te leven tot Gods eer, te leven om Hem te behagen.
En dan is goed, niet goed genoeg, dan is goed fijn en een aansporing tot nog meer.
als tot ons door gaat dringen wie God werkelijk is en wat Zijn Zoon voor ons heeft gedaan, dan moet het toch gewoon zo zijn dat wij alles uit de kast halen om een leven te leven dat volledig gericht is op wat Hem vreugde schenkt, blij maakt, behaagt!
Zoveel liefde ontvangen, zoveel om uit te delen, door te geven …

Ik moet bekennen en belijden dat dit veelal niet mijn levenswijze van alle dag is.
Terwijl ik met deze dingen bezig ben, besef ik dat bij mij toch regelmatig goed goed genoeg is.
De woorden van Paulus dringen dan ook diep door in mijn eigen hart.
U hebt geleerd.
U leeft ook zo.
Maar ik vraag je in de Naam van de Here Jezus dit nog meer te gaan doen …

Bewustwording …
Prioriteiten stellen …
Wie of wat heb ik meer lief …

Paulus vraagt dit niet om hemzelf of voor hemzelf, nee, hij vraagt het omdat hij weet dat het Gods wil is.
Vers 3: ‘Want dit is de wil van God: uw heiliging …’
In mijn achterhoofd weerklinkt Zijn woord: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig, maar Zijn woord gaat verder, ’… uw heiliging, dat u uzelf onthoud van ontucht, …’
Met het lezen van vers 3 en de volgende verzen 4-7 vroeg ik me heel even af waarom wordt hier nu specifiek ontucht/hoererij genoemd, maar ik moest ook gelijk weer terugdenken aan hetgeen waarover ik twee weken geleden schreef.
Toen ging het over ‘Sexuele reinheid’ en dat ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest.
En dat we met ontucht/hoererij niet alleen ons eigen lichaam verontreinigen, maar we onteren zo ook het gehele lichaam van Christus.
Nogmaals even het citaat vanuit de Matthew Henry: ‘Hoererij verontreinigt het lichaam, verlaagt het en het werpt een afschuwelijke smaad op wat de Verlosser in hoge mate waard heeft geacht om het één te maken met Zichzelf.’
Daarnaast zegt Gods woord ons ook nog eens heel duidelijk in 1 Korinthe 6:13b,14, dat ons lichaam er niet is om ontucht mee te doen, maar dat het lichaam er is voor de Heer, en de Heer voor het lichaam.

Ik denk dat we dus na al deze dingen te hebben gelezen, rustig kunnen stellen dat, hoewel de zonde van ontucht/hoererij het lichaam aangaat, automatisch door de enorme reikwijdte ervan, geest en ziel meeneemt in haar weg van ontheiliging en dus zeker niet naar een volledige gezondheid.
In de verzen 4 t/m 7  gaat Paulus hier nog even dieper op in, om vervolgens in vers 8 iedereen erop te wijzen, dat dit niet zijn woorden zijn, maar die van God en dat een ieder die deze woorden verwerpt, afwijst, in wezen God verwerpt/afwijst.

Dan ga ik terug naar de laatste woorden van Paulus van deze brief.

‘ … moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.’

Moge God Zelf u geheel en al heiligen …
Laten wij dit toe?
Staan wij God toe om ons leven te heiligen?
Mag Hij, door Zijn Heilige Geest, dingen in ons leven aanwijzen die (nog) niet goed zijn?
Staan we open voor correctie van Zijn Geest, zodat ons leven heiliger kan worden?

God wil het doen!
Hij wilt ons helpen!
Zelf kunnen we soms zo vreselijk blind zijn voor zonden, voor wat niet strookt met Zijn woord.
Maar Zijn Geest overtuigt ons van zonden.
Mag Hij?
Verlangen we er naar dat ons leven heiliger wordt?
Nog meer, overvloediger in Hem te behagen, weet je nog?

Volledige gezondheid.
‘… en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.’
Onberispelijk bewaard worden.
Onberispelijk.
Vrij van zonde, vrij van elke smet.
Gezond naar geest, ziel en lichaam, omdat het Hem is toegewijd, leeft om Zijn wil te doen en bereid is te sterven aan zichzelf, opdat steeds meer van Hem zichtbaar wordt in ons.





Lieve Vader in de hemel.
Wat gaat Uw woord dieper dan wij vaak zo even in het voorbij gaan lezen.
Wat is de betekenis van Uw woord groter dan wij vaak maar de tijd nemen om het te overdenken.
En wat is wat U zegt eigenlijk allemaal gericht op de eer van Uw Naam en op wat voor ons het beste is.
Vergeef mij, Vader, dat ik Uw woord toch nog zo vaak oppervlakkig lees en soms ook zo geselecteerd.
Zo van, dit kan ik gebruiken, oh, dat is een beetje lastig of moeilijk, laat dat maar (even).
Vergeef mij, Vader, vergeef ons, dat we zo vreselijk eigenwijs zijn en het altijd beter denken te weten dan U.
Leer ons om naar Uw woord te leven, niet hier en daar wat vandaan, maar naar geheel Uw woord, opdat het ons leven heiliger zal maken en is tot Uw eer en glorie.
Dank U wel, dat we dit niet alleen hoeven te doen.
Dank U wel, dat U weet dat wij dat van onszelf niet kunnen en dat U Uw Heilige Geest geeft om ons daarbij te helpen.
Dank U wel, dat U ons daarin door Uw Geest leidt.
Vergeef ons zo, Vader, reinig ons hart van eigengereidheid en eigenwaan en kom met Uw Geest.
Doorwaai ons hart en toon ons de plaatsen in ons leven, iedere dag opnieuw, waar wij, nog of weer, leven voor onszelf in plaats van voor U en tot Uw eer.
Laat mij, laat ons, iedere morgen wakker worden en met uit bed stappen beseffen, dat deze dag van U en voor U is.
En dat alles wat ik, wat wij doen, daarop gericht moet zijn.
Maak zo ons leven heiliger, Vader, opdat wij onberispelijk bewaard zullen worden tot de Here Jezus terugkomt.
In Jezus’ Naam.

- Amen –





Heer,
hier ben ik,
gewoon zoals ik ben.
Ik geef U mijzelf
om te doorzoeken
met Uw Geest
en te zien
waar mijn leven
nog meer heiligmaking
nodig heeft.

U wil ik behagen!
O, ik wil dat U
vreugde vindt
in alles wat ik doe.
Dat er een glimlach
op Uw lippen is
elk moment
dat U
naar mij kijkt.

Heer,
hier ben ik,
gewoon zoals ik ben.
Ik geef U mijzelf,
omdat ik weet:
alleen kan ik het niet.
Maar wel
door Uw Geest,
die in mij woont
en leeft.

©Rita Klapwijk

zondag 17 februari 2013

Week 8 - Nee zeggen

Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen,
en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven, …
HSV

Want Gods genade is verschenen tot redding van alle mensen.
Ze voedt ons op en leert ons dat we ons moeten afkeren van ons goddeloze leven en onze wereldse verlangens en dat we bezonnen, rechtvaardig en vroom moeten leven in deze wereld, …
GNB

Titus 2:11,12

Gedeeltelijk citaat (kalendertje): ‘Door de kracht van de Heilige Geest en het gezag van Zijn Woord kunnen we nee zeggen tegen de dingen waar we nee tegen moeten zeggen.’

Allerlei verschillende gedachten komen in mij boven als ik hierover aan het nadenken ben.
In mijn achterhoofd weerklinken opnieuw de stemmen van mensen die mij vertellen wat ik wel en niet mag doen, en wat ik moet doen.
Allerlei gevoelens kom weer boven, gevoelens van frustratie en onmacht, van verdriet en berouw, van wel willen en toch niet kunnen.
Diep van binnen klinkt een schreeuw naar boven, ‘HERE, help mij! Het goede dat ik doen wil, dat doe ik niet, en het verkeerde, dat ik niet wil, dat doe ik …’
Mijn gedachten en gevoelens zijn net een rollercoaster; en zoals de sneeuw buiten op dit moment voortjakkert en door elkaar dwarrelt, zo voelt het ook bij mij van binnen.

Maar ik weet wel waar het vandaan komt, waar het uit voortkomt.
Al heel lang weet ik dat ik moet gaan lijnen maar de fut en moed ontbreken me.
Ik heb het al zo vaak geprobeerd en iedere keer blijf ik steken bij een paar kilootjes, omdat ik er niet bij kan sporten of genoeg bewegen en dan geef ik het maar weer op.
En binnen de kortste keren zit alles wat er af was, er weer aan.
Zo frustrerend.
En dan nu dit onderwerp.
Nee zeggen; ‘door de kracht van de Heilige Geest en het gezag van Zijn woord kunnen we nee zeggen tegen de dingen waar we nee tegen moeten zeggen.’
Binnenin mij vindt een groot gevecht plaats …

Misschien heb jij wel heel andere dingen waarvan je weet dat je er ‘nee’ tegen zou moeten zeggen.
Misschien is het voor jou de tv, de computer, je werk, porno, of roken, of …
Er valt nog genoeg in te vullen.
Misschien lees je bovenstaande zin wel over de kracht van de Heilige Geest en denk je, ja, ja, daar heb je er weer zo eentje met zo’n ‘simpele oplossing’, alsof het allemaal zo makkelijk is.
Je moest eens weten hoe vaak ik al gevochten heb tegen …
Je moest eens weten hoe sterk dat andere is …
Je moest eens weten hoeveel ik al gebeden heb en voor me laten bidden …
Nee zeggen, och, als het toch eens zo simpel was …

Wees niet maar niet bang, er komt geen preek over de kracht van de Heilige Geest en hoe wij door Zijn kracht alles kunnen overwinnen.
(Hoewel dit natuurlijk wel waar is, maar ik denk dat als we heel eerlijk zijn, we dit zelf eigenlijk best wel weten)
Ik kan mijn Bijbel nu openen en allerlei Bijbelteksten opzoeken die gaan over Zijn kracht en hulp.
Ik kan terug gaan naar mijn gedichtensite waar ik een prachtig gedicht heb geschreven over Zijn Opstandingskracht; een gedicht wat ik doorleefd en doorworsteld heb voordat het op papier kwam.
Ik kan getuigenissen doorgeven van mensen die in één klap bevrijd of genezen waren.
Ik kan van alles aanhalen of neerschrijven, en misschien dat iets daarvan je even motiveert, of je stimuleert om je schouders er weer onder te zetten en ‘nee’ te zeggen.
En misschien dat het sommigen zelfs echt zou helpen, maar omdat dit ook voor mij persoonlijk, nu, op dit moment een issue is, keer ik terug naar een moment van bijna 6 jaar geleden.
Naar de dag waarop ik ‘nee’ zei tegen mijn sigaretten, tegen het roken.

Al heel wat eerder (paar jaar?) had God mij laten zien dat Hij graag wilde dat ik zou stoppen met het roken, maar wat heeft het lang geduurd voordat ik zover was dat het me ook daadwerkelijk lukte.
Eén groot gevecht is het geweest eer ik zover was.
Ik weet niet hoe het met jou is, maar ik heb in mijn eigen leven wel ontdekt, dat het niet een kwestie was/is van niet kunnen stoppen, maar niet willen.

Wat mijn roken betreft;  heel lang verschool ik mij achter dingen als: ik ga die gezelligheid missen, nog even samen gezellig een sigaretje roken.
Of ik heb teveel problemen, dus dat gaat hem nu niet worden.
Of de kilo’s vliegen er dan aan, ik rook liever dan dat ik dik word.
Of …
Ach, we hebben denk ik zo allemaal wel onze eigen redenen/excuses waarom we nu geen ‘nee’ kunnen zeggen.
Maar als ik heel eerlijk ben, ging het uiteindelijk bij mij maar om één ding: diep, heel diep van binnen wilde ik niet!
Alleen al de gedachte dat ik nooit meer zou mogen roken, riep allerlei gevoelens van paniek op.
O, wat ben ik in die tijd naar het stoppen met roken onredelijk geweest tegen God.
‘Wilt U me dit ook nog afpakken?
Ik heb al niets, kan al niets, moet ik dit ook nog missen?
Ik kan al niet sporten of zoiets, want mijn lichaam kan dat niet, ik mag al niet snoepen want dan vliegen de kilo’s eraan en nu moet ik mijn sigaret ook nog inleveren?
Weet U wel wat U van mij vraag?
O God, waarom?
Waarom? …’

Apart, opnieuw kan ik deze pijn voelen, de pijn van mijn strijd met God, de strijd van mijn wil tegen de Zijne.
Want, dat was, en is, de kern van alles.
Het gaat er niet om of ik het wel of niet kan, het gaat erom of ik bereid ben mijn wil te onderwerpen aan die van Hem!
En ik denk dat dit in wezen voor ons allemaal geldt, niet alleen voor mij.
Wat het ook is, waar we ook ‘nee’ tegen moeten zeggen, uiteindelijk draait het maar om één ding: gehoorzaamheid!
 Gehoorzamen aan Hem, of doen we onze eigen zin.

Afgelopen week is de lijdenstijd begonnen.
Overal om je heen hoor en zie je berichtjes over bidden en vasten, over je richten, zien op Jezus.

Tussen twee haakjes, geloof jij dat God dingen leidt in je leven?
Dingen samenbrengt, zo arrangeert dat ze samenvallen, of geloof jij in toeval?
Ik geloof niet in toeval, ik geloof dat God mijn leven leidt, dat Hij dingen op mijn pad brengt en dat het aan mij is of ik ze zie, oppak en wat mee doe of niet.
Nee, niet dat Hij zo mijn hele leven van minuut tot minuut uitstippelt en dat ik het maar zou moeten doen, nee, dan zou ik een marionet zijn en zo heeft Hij ons niet geschapen.
Hij heeft ons geschapen met een eigen wil, maar ik geloof met heel mijn hart dat Hij mij leidt en daarin dus dingen toelaat of juist op mijn weg brengt.
Hoe ‘toevallig’ kan dit anders zijn?
De lijdenstijd is begonnen. (straks zul je begrijpen waarom dit voor mij belangrijk is)
Met het kalendertje van Beth Moore kom ik deze week precies uit bij ‘nee zeggen’.
Ik schrijf mijn stukje meestal op donderdag en soms als ik meer tijd nodig heb, ga ik op vrijdag, zo nodig zaterdag, verder.
Daar ik gister al behoorlijk heb geworsteld met dit onderwerp, en amper wat op papier kreeg, moest ik vandaag (vrijdag) verder.
En uitgerekend gisteravond kom ik met mijn Bijbelsdagboekje bij het hoofdstukje over ‘dieet en bewegen’.
(Als ik dan toch heel eerlijk en persoonlijk bezig ben, laat ik je dan ook maar dit vertellen, ik werd even heel chagrijnig en heb het van weeromstuit niet eens goed gelezen)

Ik geloof dat God ons allemaal tot een punt brengt waarop we echt een keuze moeten maken, doen we dit niet, dan heeft dat consequenties.
In de eerste plaats consequenties voor onze relatie met God, maar het kan ook in relaties tussen man/vrouw/gezin/vrienden etc., of voor ons lichaam.

Als God ons dingen wil leren, of ons vraagt te stoppen –nee te zeggen– tegen bepaalde dingen en we willen niet, gaan door met … wat het ook is, dan sluiten we Hem buiten dat terrein van ons leven en behoort niet ons gehele leven aan Hem toe.
Daarmee stellen we dus onze eigen wil boven die van Hem.
Het proces van strijd dat daaraan vooraf kan gaan – onze wil tegen die van Hem, wat nog eens extra gevoed kan worden door influisteringen en handelen van de boze, tegen die van Hem – is voor de één misschien totaal onbegrijpelijk en voor een ander een weg die onontkoombaar is.
Ik weet van mijzelf hoe dom het was, en is, en toch lijkt het wel alsof ik het ‘nodig’ heb om te komen tot een totale overgave ook op dat terrein van mijn leven.
Ik weet dat ik mijn wil moet afleggen tegen die van Hem; ik weet dat ik dat uiteindelijk zal doen omdat ik niet anders kan, en toch ben ik zo’n moeilijk mens die hardnekkig vecht en strijd met God.
Geloof me, ik wilde dat het anders was, en aan de andere kant leer ik daardoor God ook weer kennen, waardoor ik nog meer van Hem ga houden.
(Hoe krom kunnen dingen soms zijn, of maak ik ze zo?)

Voor mijzelf geloof ik dat God mij met dit onderwerp, en alles wat Hij daarom heen bij elkaar liet/laat vallen, (opnieuw) op dit punt heeft gebracht, net als met het roken.

Want Gods genade is verschenen tot redding van alle mensen.
Ze voedt ons op en leert ons dat we ons …

‘Ze voedt ons op en leert ons’ zegt de tekst die erbij gegeven is.
Gods genade, Jezus, is verschenen en voedt ons op en leert ons …

Opnieuw kom ik uit bij maar één ding, willen we dat?
Wil ik dat?
Ja?
Dan kan ik ook ‘nee’ zeggen tegen ...
Alles komt aan op onze keuze en van daaruit ondernemen we de stappen die nodig zijn.
Dan komt de kracht van de Heilige Geest om de hoek, want God geeft ons geen kracht voor iets waar we nog aan moeten beginnen.
We zullen Zijn kracht pas ervaren als we op weg zijn gegaan en soms ontdekken we zelfs pas dat Hij ons geholpen heeft als we terugkijken.
Soms zullen we de hulp van andere mensen erbij nodig hebben, maar dat is niet erg.
God heeft ons mensen ook aan elkaar gegeven om voor elkaar te zorgen, naar elkaar om te zien.
Voor elkaar te bidden, elkaar te bemoedigen en op te beuren.

Gods woord zegt: ‘Ik vermag alle dingen in Hem die mij kracht geeft.’
Dat is het woord waaraan we ons als het ware vast moeten klampen, onszelf heel de dag door  moeten voorhouden.
De kracht die vrij kwam toen Jezus opstond uit de dood, is de kracht die in ons is!
Hij heeft alles overwonnen en wij zijn in Hem meer dan overwinnaar, dus hoezo we kunnen geen ‘nee zeggen’.

Niet mijn wil, maar Uw wil geschiedde …

Goede vrijdag.
Gethsemané.
Lijdenstijd.

Naast mij ligt het schriftje waarin ik mijn verhaal heb geschreven over mijn keuze om ‘nee’ te zeggen tegen het roken.
Ik had het vorig jaar al met Goede Vrijdag op mijn site willen plaatsen, maar ik kon niet meer vinden waar ik het in opgeschreven had.
(zegt iets over mij, over alle papiertjes en schriftjes die ik heb en waarin dingen staan opgeschreven )
Ergens in de week die achter me ligt, kwam ik het tegen en had het vast apart gelegd voor …?...
Het verteld van hoe ik tot het uiteindelijke punt kwam om ‘nee’ te (kunnen) zeggen.
Misschien dat het ook jou op weg kan helpen, waar dan ook voor …
Zelf wil ik het nogmaals lezen, nogmaals doorleven voor de weg waar ik nu voorstaat.

6 april 2007
Vandaag is het Goede Vrijdag; bijna was, want de dag is bijna om.

In gedachten liep ik vandaag met U mee, Heer.
Wat ging er door U heen vandaag zoveel jaar terug?
U wist dat Uw einde vandaag kwam.
Het lijden, het sterven.
Bent U nog gewoon doorgegaan met Uw werk tot aan het avondmaal?
Ja, dat geloof ik vast, mensen redden, genezen, ja, ik geloof dat U dat deed.
Gewoon alles wat U iedere dag deed, ondanks dat U wist wat er ging gebeuren deze dag.

Steeds opnieuw keerden deze gedachten vandaag terug in mijn hoofd.
Wat deed U nu, Heer Jezus?
Waar was U nu mee bezig?
Welke gedachten gingen er door U heen als U dacht aan wat er ging gebeuren?

Ik weet dat het eigenlijk geen vergelijking is, maar toch …
Opnieuw doorloop ik mijn dag.

… Ik ga ook gewoon door met mijn werk, met de dingen die moeten gebeuren.
Af en toe denk ik aan vanavond; nee, dat zie ik dan wel, nu gewoon mijn werk …
Af en toe sta ik even stil en vraag: ‘Heer Jezus, hoe deed U dat?
Ik voel me dicht bij Hem, verwant met Hem, of eigenlijk moet ik zeggen, ik voel Zijn verwantschap met mij.
Het zou Hem alles kosten; verraad, verloochend, immense pijn , verdriet etc.
Zonde – Dood – door God verlaten …
En ik?
Als ik stop met roken vanavond na de dienst, na ‘de kruisiging en Zijn dood’, heb ik alleen maar winst.
Ja, het zal mij wat kosten, maar nooit alles.
Zo loop ik vandaag als het ware met U op, samen.
Ik voel pijn en verdriet, om U, om mijzelf.
Bijna zover.
Bijna.

Wat niet in mijn schriftje staat, maar wat ik nog wel weet, is dat ik diep van binnen eigenlijk nog niet wilde stoppen.
‘Gethsemané’ staat mij nog helder voor de geest.
Zijn strijd, Zijn angst, Zijn wanhoop …
Af en toe vliegt mij dit ook aan die dag en op de één of andere manier voelt het ook goed; het mag, er is ruimte voor.
Ruimte voor mijn angst, voor de leegte, het onbekende, de strijd, de pijn, voor het nooit meer …
Ik vind troost bij Jezus, in de hof van Gethsemané.

’s Avonds in de dienst woedt de strijd voort.
Nog heb ik een keuze, nog kan ik anders kiezen.
(Ik had mijzelf de tijd gegeven tot na de dienst; op de één of andere manier zou ik of wel of niet mijn sigaretten met Hem begraven)
In gedachten leg ik mijn sloffen sigaretten aan Uw voeten bij het kruis, maar nog kan ik ze me terug nemen …
Alstublieft, Heer Jezus, alstublieft …
’t Doet zo’n pijn, zo’n pijn …
Ik ben zo bang.
En toch …

’t Is voorbij.
De Here Jezus is dood.
In stilte lopen we de kerkzaal uit, zoals je in stilte loopt met een begrafenis.
’t Is voorbij, voor U, voor mij!?
Stilte omringt me.

Dan, in de hal, komt ineens de vraag van iemand: ‘Kom je mee een sigaretje roken?’
Ik kijk haar aan.
Binnenin mij stuiptrekt het; het moment van de keuze is aangebroken.
Zo vreemd, ze vraagt het me nooit.
Ik antwoord: ‘Nee, ik ben gestopt.’

Ik ben gestopt!
Voor het eerst van mijn leven spreek ik deze woorden uit.
Anders was het altijd: nee, ik probeer te stoppen, en nu …
’t Is gebeurd, ’t is echt voorbij.
Als ik naar buiten naar mijn auto loop, kijk ik omhoog.
‘Ik vertrouw hierbij op Uw hulp, Heer Jezus, want alleen red ik het niet.’
Een mengeling van gevoelens bekruipt mij.
Verdriet, opluchting, angst, onwennigheid, vrede, pijn.

Van U, Heer Jezus.
Voor U.
Mijn aan U gedane belofte.

En Hij heeft mij geholpen.
Dit jaar met Goede Vrijdag is het zes jaar geleden dat ik mijn laatste sigaret heb gerookt en tot op de dag van vandaag heb ik geen moment spijt.

En nu?

Sterven aan mijzelf …
Sterven aan jezelf …
Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede …




Lieve Vader in de hemel.
Hoe groot is niet Uw liefde en geduld met ons mensen. (en met mij in het bijzonder)
Dank U, dat U zoveel van mij houdt, dat U geduldig wacht tot ik uitgestreden en geworsteld ben.
Ik weet dat het dom is, Heer, gelijk overgeven aan Uw wil scheelt zoveel strijd, pijn en verdriet, en toch hebt U mij lief.
Ik wilde dat ik anders was, Here, niet zo’n tegenstribbelaar, niet iemand die alles moet doorleven, doorworstelen om te komen waar U haar hebben wilt.
Maar U weet, dat ik van U houd, heel veel.
U weet het, U weet het …
Help mij, lieve Vader, opnieuw.
En dank U wel dat ik weten mag dat U dat ook zult doen, opnieuw.
Ik bid voor hen die worstelen en strijden met hetzelfde probleem, of met wat anders.
Ik bid U, Vader, dat U ook op hen laat weten dat U geduldig wacht, of hen helpt als zij ‘nee’ gaan zeggen tegen hun issue.
Dank U wel, dat er voor ons allemaal vergeving is, genade, en hulp.
Dank U voor de vrijheid die komt als wij ‘nee’ zeggen tegen die dingen waarvan U dat van ons vraagt en zegt in Uw woord.
Ik bid echter ook om Uw hulp in dit proces van sterven aan onszelf.
Breng ons bij Jezus in de hof van Gethsemané, waar Hij ons kan en zal troosten, ons moed geeft, zoals U Hem getroost hebt en Hem de moed en kracht gaf die Hij nodig had.
Heer Jezus, U ging de zwaarste weg en hoe zwaar onze weg soms ook mag lijken, laten wij kracht en troost putten uit het feit dat U ons op de zwaarste weg bent voorgegaan en zo met ons mee kan voelen.
U zei: Uw wil geschiede; leer mij hetzelfde te zeggen.
U gaf alles en vraagt slecht zo weinig.
U stierf, zodat wij kunnen leven.
Laat Uw grote liefde ons hart dringen om te doen wat juist is.
Laat mij liefhebben wat U liefheeft, en haten wat U haat.
Niet mijn wil, maar Uw wil …
Niet omdat het moet, maar omdat ik van U houd, om wat U overgehad hebt voor mij …
Ook dit deel van mijn leven geef ik aan U.

- Amen –




‘Niet mijn wil,
maar Uw wil geschiede.’

Met gebogen hoofd
spreek ik de woorden,
terwijl mijn ogen het bloed zien
van de spijkers die Uw handen 
en voeten doorboorden.

‘Niet mijn wil, maar Uw wil …‘
O Heer, help mij toch om zo te leven.
En om werkelijk elk deel van mijzelf,
ook wat ik nog verborgen houd
aan U te geven.

‘Niet mijn wil,
maar Uw wil geschiede.’

Ja, Heer, U wil ik gehoorzaam zijn,
tot in de kleinste dingen.
Maar heb alstublieft geduld met mij
en blijf mij met Uw liefde en trouw
omringen.

©Rita Klapwijk