'Maar Jezus antwoordde en zei tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.'
HSV
'Toen gaf Jezus dit antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke wel.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardige mensen tot een nieuw leven te roepen, maar zondaars.’
GNB
Lucas 5:31,32
Ik weet niet hoe jij er over denkt, maar mijn ervaring (en zelfkennis) doen mij constateren dat wij mensen vaak vreselijk eigenwijs zijn en daarnaast vaak ook behoorlijk trots en hoogmoedig.
Allemaal ingrediënten die ons ervan kunnen weerhouden om hulp te zoeken als we die eigenlijk nodig hebben.
Want laten we eerlijk zijn, we zijn toch doorgaans alleen bereid tot het vragen om hulp als we (bijna) stuklopen of niet meer verder kunnen?
Hoe lang gaan we vaak niet door met zelf proberen voordat we naar iemand toegaan en de ander om hulp vragen?
In dat opzicht zijn we vaak net als kleine kinderen: Ikke zelluf doen!
En als we er dan echt niet uitkomen, of het bijna fout loopt, dan …
Maar als het gaat om onze eeuwigheid, om ons leven na dit leven, dan is er niets, maar dan ook niets dat wij zelf kunnen doen om dit te bewerken.
Dan komt alles aan op ‘Genade’.
Jezus spreekt bovenaanstaande woorden op een groot feestmaal dat Levi, een tollenaar, ter ere van Jezus hield. (Lucas 5:27-32)
Levi had gehoor gegeven aan Jezus roep: ‘Kom en volg Mij’, en hij had terstond alles achter zich galaten en was met Jezus meegegaan.
Nu gaf hij een feest ter ere van Jezus en op dat feest had hij heel wat mensen, waaronder andere tollenaars, uitgenodigd.
De Farizeeërs en Schriftgeleerden die dit zagen, staken hun afkeuring niet onder stoelen of banken, maar riepen als het ware de discipelen ter verantwoording: ‘Waarom eten en drinken jullie met tollenaars en zondaars?’
Met andere woorden: ‘Hoe kunnen jullie; hoe durven jullie.’
Maar het is Jezus (Hij hoorde het dus duidelijk ook) die antwoord gaf : ‘Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.’
Jezus had een bijzondere manier van spreken.
Op de vraag van de Farizeeërs en Schriftgeleerden geeft Hij niet een hele uiteenzetting van waarom Hij gekomen is, maar vergelijkt simpelweg de zondaar met iemand die ziek is en een dokter nodig heeft en dat Hij daarom was gekomen.
O, Jezus kent Zijn pappenheimers zo goed.
Hij doorziet de vrome praatjes, de trots en hoogmoed van de Farizeeërs en Schriftgeleerden, en geeft daarom een antwoord, waarvan wij misschien zouden zeggen dat het een steek onder water is, maar wat zij totaal niet doorhadden, vervuld als zij waren van hun eigendunk.
‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te brengen, maar zondaars.’
Door hun trots en hoogmoed, hun eigenwaan, hadden ze niet eens door hoe het er werkelijk met hen voor stond.
Zij herkenden Jezus daardoor ook niet als de Zoon van God, de Messias, de Beloofde en lang verwachte.
Ze kenden de Schrift, maar ze kenden slechts de letter en waren blind voor de vervulling ervan.
We zijn nu ruim tweeduizend jaar verder en in wezen is er niet veel veranderd.
Ja, wij kennen de boodschap, we weten waarom Hij kwam en voor wie.
We weten dat Hij Zijn leven gaf om het onze te redden, maar nog steeds zijn er vele mensen blind en doof voor deze boodschap.
Dat was toen, dat is nu en dat zal altijd zo zijn.
Maar dit zal altijd de keuze van de mens zelf zijn, want Jezus wijst geen enkel mens af, die met berouw tot Hem komt.
Ja, Zijn woorden waren vol venijn en grimmig over de Farizeeërs en Schriftgeleerden, - adderengebroed noemde Hij hen.
Hij wees hun trotse en arrogante, op uiterlijk vertoon gerichte houding af, maar nooit hen die nederig waren en vol berouw, die in Hem geloofden, Hem wilden volgen.
‘En zo trok Jezus rond door alle steden en dorpen.
Hij onderwees de mensen in hun synagogen, verkondigde hun het grote nieuws over het koninkrijk en genas hen van alle ziekten en kwalen.
Bij het zien van de menigte was Hij zeer met hen begaan, want ze waren als schapen zonder herder, opgejaagd en verzwakt.’
In andere vertalingen staat: ‘… was/werd Hij met innerlijke ontferming over hen bewogen.’ ( Mattheüs 9:36)
Jezus hart was, en is nog steeds, vol innerlijke ontferming bewogen.
Alles om ons heen verandert, niets blijft hetzelfde, maar Zijn woord is, en blijft, waarheid en eeuwig.
Hij is dezelfde, gisteren, heden en tot in alle eeuwigheid!
Lieve Heer Jezus, nog steeds is Uw hart bewogen voor ons mensen en nog steeds is er daarom tijd om tot U te komen met een berouwvol hart, want wie tot U komt met een hart vol berouw, een hart dat beseft U nodig te hebben, neemt U vol innerlijke ontferming aan.
Niemand die zo komt stuurt U weg, maar wordt in liefde ontvangen en aangenomen.
Uw liefde, Uw vergeving, Uw genade is zo groot, zo groot …
Maar we leven in een wereld, Heer Jezus, waar men U steeds minder denkt nodig te hebben.
Een wereld, waarin wat U voor ons heeft gedaan, naar de achtergrond verdwijnt, ja, zelfs bestempeld wordt als ‘alleen een leuk verhaaltje’ en waar vele mensen niet eens meer weten waarom ze vrij zijn als het Pasen is.
We leven in een wereld waarin alles draait om zelfrecht, zelfbeschikking.
Een wereld waarin U meer en meer verdreven wordt uit scholen, politiek, …; ja, zelfs uit kerken.
Vergeef ons, Uw kinderen, Heer Jezus, dat wij dit soms gewoon laten gebeuren en ik bid U voor onze wereld, voor de mensheid, voor ons land, ons volk, voor Uw volk, dat U ogen opent.
We kunnen niet zonder U, Heer, Jezus, we gaan verloren zonder U.
Open ogen, open harten, breng tot inkeer voor het te laat is en spoor ons Uw kinderen aan om te vertellen van U.
De oogst is groot, zegt U in Uw woord, maar de arbeiders weinig; doe ons onze verantwoordelijkheid beseffen en opnemen waar we kunnen.
In Jezus’ Naam bid ik U dit, Vader, in Jezus’ Naam smeek ik U dit.
- Amen -
Niemand die tot U komt, Heer Jezus,
met een hart vol berouw
zal door U worden afgewezen.
Niemand die komt
om vergeving te ontvangen
wordt door U doorverwezen.
Niemand die komt
met een oprecht, zoekend hart,
wordt aan een ander toegewezen.
Wie zo tot U komt, Heer Jezus,
wordt met vreugde ontvangen
en in liefde aangenomen.
Zonden worden vergeven,
en Uw liefdevolle genade
zal een ieder doorstromen.
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
Posts tonen met het label hulp. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hulp. Alle posts tonen
zondag 15 september 2013
zondag 8 september 2013
Week 37 - Angst
'De HEERE nu is het Die voor u uit gaat. Hij zal met u zijn. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten.
Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld.'
HSV
'De Heer Zelf zal voor je uittrekken, Hij zal je ter zijde staan.
Hij laat je niet aan je lot over, Hij laat je niet alleen.
Wees dus niet bang, laat je geen schrik aanjagen.'
GNB
Deuteronomium 31:8
Angst, al jaren reis je met me mee.
Soms op de achtergrond verscholen,
soms in alle hevigheid op de voorgrond.
Soms legde je me lam en ontnam me alle moed.
Je hebt me zelfs op de rand van de afgrond gebracht,
me bijna dodelijk verwond.
Angst, al jaren reis je met me mee.
Door jou is mijn leven moeilijk en zwaar.
Soms ben je als een molensteen om mijn nek.
Je hebt maar één wens, één verlangen,
mij beroven van het doel dat God met mij heeft;
mij opsluiten op een afgelegen plek.
Angst, al jaren reis je met me mee …
Angst, al jaren reis je met mij mee,
maar langzaam brokkelt je invloed af,
en wordt jouw plaats kleiner in mijn leven.
Je nagels, worden stukje bij beetje losgetrokken,
en de wonden worden behoedzaam behandeld
door Degene Die Zijn leven tot genezing heeft gegeven.
Beth Moore
Persoonlijk geloof ik niet dat het altijd onwil is om je niet om te draaien om bij Hem te schuilen.
Ik geloof dat trauma’s soms zo groot kunnen zijn, dat het geen onwil is, maar onmacht;
geen onwil, maar niet kunnen, niet weten hoe.
Dit is iets wat mij in de eerste plaats even van het hart moet bij dit citaat, want soms heb je gewoon hulp nodig, voordat je in staat ben om je om te draaien.
Is het wel mogelijk?
Ja, dat geloof ik wel.
God wil immers niet dat we leven in angst en beven, dat het ons belemmert om iets te doen, wegen te gaan, ons te ontplooien, Hem te zien, zoals Hij werkelijk is.
Maar er kunnen nu eenmaal dingen gebeuren in dit leven die mensen in de gevangenis van angst kunnen brengen.
Ik laat het open of dit onwil is, of onmacht; ik geloof echter wel dat God wel bij machte is om een ieder te bevrijden.
Ik laat het open, omdat ikzelf nog steeds worstel met bepaalde angsten door dingen die vroeger zijn gebeurd en geen kant en klaar antwoord heb op de vraag hoe er dan uit te komen.
Het is een weg die ik samen met God ga en die voor een ieder anders zal zijn.
Voor de één is er bevrijding in één gebed, terwijl een ander zijn gehele leven worstelt.
Eén ding weet ik wel, straks is dat alles allemaal voorgoed voorbij.
Geen angst meer, alle strijd voorbij!
En tot die tijd …
Anders wordt het als God je de mogelijkheid geeft, iets op je pad brengt, om die angst aan te pakken, dan zou het toch wel een beetje dom zijn om dat niet te doen.
Ik wil daarbij ook zeggen, dat ik echt heel, heel erg blij ben met Gods geduld.
Dat Hij niet één keer iets wil geven of laat zien, en als je daar niets mee doet, je dan pech hebt, maar dat Hij soms meerder keren hetzelfde terug brengt op je pad en je zo de tijd en ruimte geeft om je angst onder ogen te zien en om de stappen te kunnen zetten die nodig zijn.
God bracht mij op een gegeven moment een bepaalde cursus onder ogen, waarvan ik ervoer, dat is voor mij.
Niet in de zin van: dat vind ik leuk, of dat past precies bij mij, nee, helemaal niet.
Er was niets bij dat ik leuk vond, en er was niets in die cursus dat bij mij paste, alleen dat het mij zou kunnen helpen om met bepaalde angsten om te gaan en er eventueel van af te komen.
Eigenlijk bestond de cursus overwegend uit dingen waar ik bang voor was, die ik nog nooit had gedaan uit angst voor …?
Ik durfde me echter niet op te geven, angst weerhield me: ik zou daar immers alleen heen moeten …
Hoewel ik wist dat dit een antwoord kon zijn, weerhield mijn angst mij om erop te reageren.
Echter tot driemaal toe kwam dezelfde advertentie mij onder ogen en de derde keer durfde ik geen ‘nee’ meer te zeggen, want ik besefte, dat als hetzelfde drie keer terugkomt, God het kan zijn die mij weleens iets duidelijk zou willen maken.
Toen heb ik gebeld en een afspraak gemaakt; met God en mezelf afsprekende, dat alles wat in die cursus gevraagd werd om te doen, ik het zou doen.
Mede dankzij deze cursus, kwam het begin van genezing van angst.
Inmiddels zijn we bijna 6 jaar verder en wat heb ik, met vallen en opstaan, veel geleerd in deze 6 jaar.
Het belangrijkste echter dat ik geleerd heb, maar tegelijk ook nog moet leren om steeds opnieuw in praktijk te brengen, is, om Gods woord in alles voor ogen te houden.
Na die cursus zijn er heel veel dingen nog gebeurd binnen ons gezin, in mijn leven, waarin angst mij terug had kunnen werpen in haar gevangenis, maar gelukkig, als God ergens aan begint, maakt Hij het ook af.
Tenzij wijzelf het bijltje erbij neergooien en niet bereid zijn het ooit weer op te pakken, voltooit God wat Zijn hand begonnen is te doen.
Gods woord is, ja, hoe moet ik het zeggen, … is mijn alles geworden.
Het was al belangrijk, maar nu werd het mijn wapen, mijn gids, mijn houvast.
Daarin zijn woorden van hoop, van troost, van moed, van kracht.
Daarmee kan ik de leugens van de boze weerleggen, hem de mond snoeren als hij mij belaagd, maar ook mijn gedachten en gevoelens een halt toeroepen als ze mij de verkeerde kant op doen (of dreigen te doen) gaan.
Gods woord is zo kostbaar, ook, of misschien wel juist, als je leven beheerst wordt door angst.
Het meest belangrijkste (voor mij) is wel dat God angst erkent.
Angst is een wezenlijke emotie, net als vreugde, verdriet en pijn.
En angst op zich is niet verkeerd, hoe wij er mee om gaan is waar het om draait.
Niemand kent grotere angst, dan de Here Jezus in de Hof van Gethsemané.
Zijn angst was zo groot, dat Zijn zweet werd als bloed.
Jezus worstelde en streed met Zijn angst; ook hierin is Hij ons voorgegaan!
Laten we dus niet wanhopen, als angst deel is van ons leven, maar opzien naar Degene die ons daarin kan helpen.
Jezus worstelde en streed in Gethsemané, maar Hij deed dat wel samen met Zijn vader.
Hij bleef niet bij Zijn discipelen; Hij sprak niet met hen over Zijn angst.
Hij ging met Zijn angst naar de Enige waarvan Hij wist, Die er iets aan kon doen: Zijn Vader.
En Hij zocht in de stilte van de beginnende nacht het aangezicht van Zijn Vader en stortte Zijn hart uit.
Nee, God nam niet weg wat Hem zoveel angst aanjoeg.
Wat God van Hem vroeg, bleef staan, maar Hij gaf Hem wel de troost, de kracht en de moed, die Hij nodig had om alles aan te kunnen.
God zond een engel om Hem bij te staan.
En dat mogen wij leren van de Here Jezus.
In onze angst zien op Degene die ons kan, wil en zal helpen.
De Here Jezus koos ervoor om naar Zijn Vader te gaan, zo hebben ook wij een keuze; gaan we met onze angst naar Degene die ons kan helpen, of blijven we zien op wat ons angst aanjaagt?
In mijn gedachten komt het verhaal van Petrus die over het water naar Jezus toe loopt.
Het verhaal staat in Mattheüs 14:22-33.
Als de discipelen van de schrik zijn bekomen doordat ze ontdekken dat het de Here Jezus is, die daar naar hen toe komt, is het de impulsieve Petrus die het uitroept: Heer, als U het bent, laat me dan over het water naar U toe komen.
‘Kom!’, zei Jezus en Petrus, ziende op Jezus, stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe.
Alles gaat goed, zolang zijn ogen gericht zijn op Jezus.
Echter zodra hij zich realiseert hoe hard het waait en daarmee ziet op wat om hem heen gebeurt, zinkt hij.
Meteen steekt Jezus Zijn hand uit en grijpt Petrus vast.
‘Wat is je geloof klein! Waarom twijfelde je?’
O, wat een waardevolle lessen liggen in dit stukje!
Zien op Jezus houdt je staande!
Als wij struikelen/vallen, dan is daar Zijn hand om ons overeind te helpen!
Bid om meer geloof, om een groter geloof, zodat we minder en minder zullen gaan twijfelen.
‘De HEERE nu is het Die voor u uit gaat.
Hij zal met u zijn.
Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten.
Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld.’
Het zijn geen loze woorden, geen loze beloften, die Mozes uitsprak tegen het volk Israël.
Het zijn ook geen loze woorden en beloften voor ons.
Zei de Here Jezus het Zelf ook niet: ‘Ik ben met je alle dagen tot aan de voleinding der wereld!'
Opnieuw spreekt God Zijn woord; nu in het bijzonder tegen een ieder die gebukt gaat onder of leeft in angst:
‘Ik ga met je mee!
Ik ben bij je, elke dag, elke nacht.
Ik lig ’s nachts niet te soezen, en slapen doe Ik helemaal niet.
Als Ik zeg dat ik bij je ben alle dagen, dan zijn het ook alle dagen; de nachten horen daarbij.
Ik zal je niet loslaten; laat jij Mij dan ook niet los!
Wees toch niet bang!
Laat je geen angst aanjagen!
Ik ben bij je!
Ik ga met je mee; ja, voor je uit om de weg te wijzen, de weg te banen.
Wees niet onwillig als een klein kind kan zijn, maar hef je hoofd omhoog, naar Mij.
Kies!
Kies ervoor om bij Mij te schuilen!
Ik zal je helpen!
Lieve Vader in de hemel.
Dank U wel voor Uw liefde, Uw trouw.
Dank U wel, dat U er bent voor mij, iedere dag.
Dat U met mij meegaat, voor mij zorgt, over mij waakt.
Dank U wel voor Uw geduld met mij in het leerproces van geloof, vertrouwen en gehoorzaamheid.
Dank U wel, voor Uw woord dat U hebt gegeven.
Doe mij Uw woord verstaan, begrijpen, en het gebruiken als het wapen dat U hebt gegeven.
Dank U wel, dat U niet oordeelt en mij maar opgeeft of aan de kant zet als ik zo worstel met angst, of waar dan ook mee, maar dat U mij wilt helpen en daarin soms heel geduldig wacht tot dat ik zover ben om mij te laten helpen.
Dank U wel, dat u mij daarin ook soms gewoon aanspoort, ook dat heb ik soms gewoon nodig: ‘Hup, nu niet meer zeuren en moeilijk doen, maar kom op!’
Dank U wel, Heer Jezus, dat U mij ook hierin bent voorgegaan, dat U weet, nog meer dan ik, wat angst is.
Dank U wel, dat u ook dit op U hebt genomen en aan het kruis hebt genageld, zodat ook hiervoor bevrijding en genezing is.
Dank U wel! Dank U wel! Dank U wel!
Ik bid U zo ook, lieve Vader, voor een ieder die vast zit in de gevangenis van angst.
Die lam zijn geslagen en geen stap meer vooruit of achteruit kunnen, durven.
Ik bid om Uw hulp voor hen; ontferm U vader, Heer Jezus, over hen!
Wees hen genadig!
Kom, Heer Jezus, met Uw Geest in hun angst, in wat hen angst aanjaagt en breng bevrijding, genezing.
Help een ieder van hen om de stappen te zetten die nodig zijn.
Open hun ogen daarvoor en geef hen de kracht en moed om te gaan, of ook hulp in de vorm van een persoon naast hen.
Ontferm U, Vader, ontferm U!
In Jezus’ Naam bid ik U.
- Amen -
Zie op Mij;
houd je ogen op Mij gericht!
Ik ben er
en zal er altijd voor je zijn.
Schuil in de warmte van Mijn Licht.
Wees maar niet bang,
Ik ben bij je, elke dag!
Wees toch niet bang,
je weet toch dat je met alles
bij Mij komen mag!
Niets is Mij vreemd,
niets is voor Mij verborgen!
Kom bij Mij, schuil bij Mij,
Laat Mij toch elk moment
voor je zorgen!
Ik zie hoe je worstelt,
ik zie hoe je strijdt!
Zie toch op Mij;
Ik ben Degene
die helpt, geneest
en bevrijdt!
Wees toch niet bang,
maar laat Mij je helpen!
Vertrouw Mij;
laat Mij je bloedende
wonden stelpen.
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
* Wat voed jij?
(persoonlijk gedachten rond een citaat van Max Lucado over angst uit het boekje 'Vrees niet'; boekje is overigens echt aan te bevelen)
* De uitgestoken hand
(persoonlijke gedachten rond Mattheüs 15:31)
Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld.'
HSV
'De Heer Zelf zal voor je uittrekken, Hij zal je ter zijde staan.
Hij laat je niet aan je lot over, Hij laat je niet alleen.
Wees dus niet bang, laat je geen schrik aanjagen.'
GNB
Deuteronomium 31:8
Angst, al jaren reis je met me mee.
Soms op de achtergrond verscholen,
soms in alle hevigheid op de voorgrond.
Soms legde je me lam en ontnam me alle moed.
Je hebt me zelfs op de rand van de afgrond gebracht,
me bijna dodelijk verwond.
Angst, al jaren reis je met me mee.
Door jou is mijn leven moeilijk en zwaar.
Soms ben je als een molensteen om mijn nek.
Je hebt maar één wens, één verlangen,
mij beroven van het doel dat God met mij heeft;
mij opsluiten op een afgelegen plek.
Angst, al jaren reis je met me mee …
Angst, al jaren reis je met mij mee,
maar langzaam brokkelt je invloed af,
en wordt jouw plaats kleiner in mijn leven.
Je nagels, worden stukje bij beetje losgetrokken,
en de wonden worden behoedzaam behandeld
door Degene Die Zijn leven tot genezing heeft gegeven.
‘Als kinderen van God zijn we net zo kwetsbaar
als onze onwil groot is om ons om te draaien
en bij Hem te schuilen.’
als onze onwil groot is om ons om te draaien
en bij Hem te schuilen.’
Beth Moore
Persoonlijk geloof ik niet dat het altijd onwil is om je niet om te draaien om bij Hem te schuilen.
Ik geloof dat trauma’s soms zo groot kunnen zijn, dat het geen onwil is, maar onmacht;
geen onwil, maar niet kunnen, niet weten hoe.
Dit is iets wat mij in de eerste plaats even van het hart moet bij dit citaat, want soms heb je gewoon hulp nodig, voordat je in staat ben om je om te draaien.
Is het wel mogelijk?
Ja, dat geloof ik wel.
God wil immers niet dat we leven in angst en beven, dat het ons belemmert om iets te doen, wegen te gaan, ons te ontplooien, Hem te zien, zoals Hij werkelijk is.
Maar er kunnen nu eenmaal dingen gebeuren in dit leven die mensen in de gevangenis van angst kunnen brengen.
Ik laat het open of dit onwil is, of onmacht; ik geloof echter wel dat God wel bij machte is om een ieder te bevrijden.
Ik laat het open, omdat ikzelf nog steeds worstel met bepaalde angsten door dingen die vroeger zijn gebeurd en geen kant en klaar antwoord heb op de vraag hoe er dan uit te komen.
Het is een weg die ik samen met God ga en die voor een ieder anders zal zijn.
Voor de één is er bevrijding in één gebed, terwijl een ander zijn gehele leven worstelt.
Eén ding weet ik wel, straks is dat alles allemaal voorgoed voorbij.
Geen angst meer, alle strijd voorbij!
En tot die tijd …
Anders wordt het als God je de mogelijkheid geeft, iets op je pad brengt, om die angst aan te pakken, dan zou het toch wel een beetje dom zijn om dat niet te doen.
Ik wil daarbij ook zeggen, dat ik echt heel, heel erg blij ben met Gods geduld.
Dat Hij niet één keer iets wil geven of laat zien, en als je daar niets mee doet, je dan pech hebt, maar dat Hij soms meerder keren hetzelfde terug brengt op je pad en je zo de tijd en ruimte geeft om je angst onder ogen te zien en om de stappen te kunnen zetten die nodig zijn.
God bracht mij op een gegeven moment een bepaalde cursus onder ogen, waarvan ik ervoer, dat is voor mij.
Niet in de zin van: dat vind ik leuk, of dat past precies bij mij, nee, helemaal niet.
Er was niets bij dat ik leuk vond, en er was niets in die cursus dat bij mij paste, alleen dat het mij zou kunnen helpen om met bepaalde angsten om te gaan en er eventueel van af te komen.
Eigenlijk bestond de cursus overwegend uit dingen waar ik bang voor was, die ik nog nooit had gedaan uit angst voor …?
Ik durfde me echter niet op te geven, angst weerhield me: ik zou daar immers alleen heen moeten …
Hoewel ik wist dat dit een antwoord kon zijn, weerhield mijn angst mij om erop te reageren.
Echter tot driemaal toe kwam dezelfde advertentie mij onder ogen en de derde keer durfde ik geen ‘nee’ meer te zeggen, want ik besefte, dat als hetzelfde drie keer terugkomt, God het kan zijn die mij weleens iets duidelijk zou willen maken.
Toen heb ik gebeld en een afspraak gemaakt; met God en mezelf afsprekende, dat alles wat in die cursus gevraagd werd om te doen, ik het zou doen.
Mede dankzij deze cursus, kwam het begin van genezing van angst.
Inmiddels zijn we bijna 6 jaar verder en wat heb ik, met vallen en opstaan, veel geleerd in deze 6 jaar.
Het belangrijkste echter dat ik geleerd heb, maar tegelijk ook nog moet leren om steeds opnieuw in praktijk te brengen, is, om Gods woord in alles voor ogen te houden.
Na die cursus zijn er heel veel dingen nog gebeurd binnen ons gezin, in mijn leven, waarin angst mij terug had kunnen werpen in haar gevangenis, maar gelukkig, als God ergens aan begint, maakt Hij het ook af.
Tenzij wijzelf het bijltje erbij neergooien en niet bereid zijn het ooit weer op te pakken, voltooit God wat Zijn hand begonnen is te doen.
Gods woord is, ja, hoe moet ik het zeggen, … is mijn alles geworden.
Het was al belangrijk, maar nu werd het mijn wapen, mijn gids, mijn houvast.
Daarin zijn woorden van hoop, van troost, van moed, van kracht.
Daarmee kan ik de leugens van de boze weerleggen, hem de mond snoeren als hij mij belaagd, maar ook mijn gedachten en gevoelens een halt toeroepen als ze mij de verkeerde kant op doen (of dreigen te doen) gaan.
Gods woord is zo kostbaar, ook, of misschien wel juist, als je leven beheerst wordt door angst.
Het meest belangrijkste (voor mij) is wel dat God angst erkent.
Angst is een wezenlijke emotie, net als vreugde, verdriet en pijn.
En angst op zich is niet verkeerd, hoe wij er mee om gaan is waar het om draait.
Niemand kent grotere angst, dan de Here Jezus in de Hof van Gethsemané.
Zijn angst was zo groot, dat Zijn zweet werd als bloed.
Jezus worstelde en streed met Zijn angst; ook hierin is Hij ons voorgegaan!
Laten we dus niet wanhopen, als angst deel is van ons leven, maar opzien naar Degene die ons daarin kan helpen.
Jezus worstelde en streed in Gethsemané, maar Hij deed dat wel samen met Zijn vader.
Hij bleef niet bij Zijn discipelen; Hij sprak niet met hen over Zijn angst.
Hij ging met Zijn angst naar de Enige waarvan Hij wist, Die er iets aan kon doen: Zijn Vader.
En Hij zocht in de stilte van de beginnende nacht het aangezicht van Zijn Vader en stortte Zijn hart uit.
Nee, God nam niet weg wat Hem zoveel angst aanjoeg.
Wat God van Hem vroeg, bleef staan, maar Hij gaf Hem wel de troost, de kracht en de moed, die Hij nodig had om alles aan te kunnen.
God zond een engel om Hem bij te staan.
En dat mogen wij leren van de Here Jezus.
In onze angst zien op Degene die ons kan, wil en zal helpen.
De Here Jezus koos ervoor om naar Zijn Vader te gaan, zo hebben ook wij een keuze; gaan we met onze angst naar Degene die ons kan helpen, of blijven we zien op wat ons angst aanjaagt?
In mijn gedachten komt het verhaal van Petrus die over het water naar Jezus toe loopt.
Het verhaal staat in Mattheüs 14:22-33.
Als de discipelen van de schrik zijn bekomen doordat ze ontdekken dat het de Here Jezus is, die daar naar hen toe komt, is het de impulsieve Petrus die het uitroept: Heer, als U het bent, laat me dan over het water naar U toe komen.
‘Kom!’, zei Jezus en Petrus, ziende op Jezus, stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe.
Alles gaat goed, zolang zijn ogen gericht zijn op Jezus.
Echter zodra hij zich realiseert hoe hard het waait en daarmee ziet op wat om hem heen gebeurt, zinkt hij.
Meteen steekt Jezus Zijn hand uit en grijpt Petrus vast.
‘Wat is je geloof klein! Waarom twijfelde je?’
O, wat een waardevolle lessen liggen in dit stukje!
Zien op Jezus houdt je staande!
Als wij struikelen/vallen, dan is daar Zijn hand om ons overeind te helpen!
Bid om meer geloof, om een groter geloof, zodat we minder en minder zullen gaan twijfelen.
‘De HEERE nu is het Die voor u uit gaat.
Hij zal met u zijn.
Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten.
Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld.’
Het zijn geen loze woorden, geen loze beloften, die Mozes uitsprak tegen het volk Israël.
Het zijn ook geen loze woorden en beloften voor ons.
Zei de Here Jezus het Zelf ook niet: ‘Ik ben met je alle dagen tot aan de voleinding der wereld!'
Opnieuw spreekt God Zijn woord; nu in het bijzonder tegen een ieder die gebukt gaat onder of leeft in angst:
‘Ik ga met je mee!
Ik ben bij je, elke dag, elke nacht.
Ik lig ’s nachts niet te soezen, en slapen doe Ik helemaal niet.
Als Ik zeg dat ik bij je ben alle dagen, dan zijn het ook alle dagen; de nachten horen daarbij.
Ik zal je niet loslaten; laat jij Mij dan ook niet los!
Wees toch niet bang!
Laat je geen angst aanjagen!
Ik ben bij je!
Ik ga met je mee; ja, voor je uit om de weg te wijzen, de weg te banen.
Wees niet onwillig als een klein kind kan zijn, maar hef je hoofd omhoog, naar Mij.
Kies!
Kies ervoor om bij Mij te schuilen!
Ik zal je helpen!
Lieve Vader in de hemel.
Dank U wel voor Uw liefde, Uw trouw.
Dank U wel, dat U er bent voor mij, iedere dag.
Dat U met mij meegaat, voor mij zorgt, over mij waakt.
Dank U wel voor Uw geduld met mij in het leerproces van geloof, vertrouwen en gehoorzaamheid.
Dank U wel, voor Uw woord dat U hebt gegeven.
Doe mij Uw woord verstaan, begrijpen, en het gebruiken als het wapen dat U hebt gegeven.
Dank U wel, dat U niet oordeelt en mij maar opgeeft of aan de kant zet als ik zo worstel met angst, of waar dan ook mee, maar dat U mij wilt helpen en daarin soms heel geduldig wacht tot dat ik zover ben om mij te laten helpen.
Dank U wel, dat u mij daarin ook soms gewoon aanspoort, ook dat heb ik soms gewoon nodig: ‘Hup, nu niet meer zeuren en moeilijk doen, maar kom op!’
Dank U wel, Heer Jezus, dat U mij ook hierin bent voorgegaan, dat U weet, nog meer dan ik, wat angst is.
Dank U wel, dat u ook dit op U hebt genomen en aan het kruis hebt genageld, zodat ook hiervoor bevrijding en genezing is.
Dank U wel! Dank U wel! Dank U wel!
Ik bid U zo ook, lieve Vader, voor een ieder die vast zit in de gevangenis van angst.
Die lam zijn geslagen en geen stap meer vooruit of achteruit kunnen, durven.
Ik bid om Uw hulp voor hen; ontferm U vader, Heer Jezus, over hen!
Wees hen genadig!
Kom, Heer Jezus, met Uw Geest in hun angst, in wat hen angst aanjaagt en breng bevrijding, genezing.
Help een ieder van hen om de stappen te zetten die nodig zijn.
Open hun ogen daarvoor en geef hen de kracht en moed om te gaan, of ook hulp in de vorm van een persoon naast hen.
Ontferm U, Vader, ontferm U!
In Jezus’ Naam bid ik U.
- Amen -
Zie op Mij;
houd je ogen op Mij gericht!
Ik ben er
en zal er altijd voor je zijn.
Schuil in de warmte van Mijn Licht.
Wees maar niet bang,
Ik ben bij je, elke dag!
Wees toch niet bang,
je weet toch dat je met alles
bij Mij komen mag!
Niets is Mij vreemd,
niets is voor Mij verborgen!
Kom bij Mij, schuil bij Mij,
Laat Mij toch elk moment
voor je zorgen!
Ik zie hoe je worstelt,
ik zie hoe je strijdt!
Zie toch op Mij;
Ik ben Degene
die helpt, geneest
en bevrijdt!
Wees toch niet bang,
maar laat Mij je helpen!
Vertrouw Mij;
laat Mij je bloedende
wonden stelpen.
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
* Wat voed jij?
(persoonlijk gedachten rond een citaat van Max Lucado over angst uit het boekje 'Vrees niet'; boekje is overigens echt aan te bevelen)
* De uitgestoken hand
(persoonlijke gedachten rond Mattheüs 15:31)
zondag 9 juni 2013
Week 24 - Depressie
'Wat buigt u zich neer, mijn ziel,
en bent u onrustig in mij?
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven
voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht.'
HSV
'Mijn ziel, wat drukt je terneer,
waarom ben je zo onrustig?
Op God wil ik vertrouwen,
eens zal ik hem weer prijzen,
hem, mijn behoud, mijn God.'
GNB
Psalm 42:6
De titel voor het stukje voor de komende week is ‘Depressie’.
Ik wil vooraf even de volgende kanttekening hierbij plaatsen.
Zowel de ter inspiratie erbij gegeven tekst als met wat er op het kalendertje staat, betreft dit stukje depressieve gevoelens en niet de echte depressie of aanverwante stoornissen.
Echte depressie is meer dan een dip of je neerslachtig voelen.
Ik denk dat de laatste zin op het kalendertje anders ronduit als schokkend kan worden ervaren en zelfs mensen die echt depressief zijn, ook nog eens een (extra) schuldgevoel bezorgen.
Ik citeer: ‘Vergeet niet dat de nederlaag niet ligt in het worstelen met depressieve gevoelens, maar in het eraan toegeven.’
Met het lezen van deze zin, kon ik bijna de pijn voelen van hen die echt depressief zijn, omdat het voor hen vaak geen kwestie is van dat ze eraan toegeven, maar ze hebben niet meer het vermogen om te vechten.
Echte depressie (depressieve stoornissen) is geen kwestie van toegeven aan depressieve gevoelens.
Hoeveel en hoe zwaar de worstelingen van mensen die lijden aan depressie zijn, kunnen we ons maar nauwelijks voorstellen, tenzij we er zelf doorheen zijn gegaan.
Om dan te spreken over de nederlaag die een feit is als men aan deze gevoelens toegeeft, komt bij mij binnen als enorm pijnlijk en kwetsend, en ik vraag me af hoe dit wel niet moet zijn voor mensen die hieraan lijden.
Misschien was een titel als ‘Depressieve gevoelens’ beter geweest dan alleen het woordje ‘Depressie’.
Toch hoop ik en bid ik, dat zij die depressief zijn en dit lezen een beetje hoop, een beetje moed, een beetje troost, zullen vinden in wat God mij op het hart legt om hierover te schrijven.
In de duistere, donkere wereld van depressie,
waar vaak geen enkel lichtstraaltje binnenkomt.
Waar kleuren langzaam vervagen
en in elkaar overlopen tot één mistige, grauwe nevel
die hoop en moed het zicht ontneemt
en een lege leegte achterlaat;
waarin gevoelens van vreugde
verloren gaan.
Waar zinloosheid de regie overneemt;
het leven doelloos maakt,
en iedere dag tot een strijdtoneel
zelfs tot op leven en dood.
Waar God niet meer kan worden gezien,
noch Zijn liefde, kracht en troost
kan worden gevoeld of ervaren
en waar elke smeekbede
voor niets lijkt te zijn gedaan.
De duistere, donkere wereld van depressie,
waar de ene noodkreet soms volgt op de andere.
Tot zelfs een stem verstomt
en slechts de dood uitkomst lijkt te bieden
aan de hopeloosheid
van het huidige bestaan.
O, God van liefde,
God van licht,
God van kracht,
en God van leven.
God van troost,
God van hoop,
God van bevrijding,
en God van genezing.
Ontferm U!
Ontferm U!
Ontferm U!
En wil uitkomst geven!
In Jezus’ Naam.
- Amen –
Depressieve gevoelens
Houdt moed! zijn de twee eerste woorden waar kalendertje mee begint.
Houdt moed!
Moed houden terwijl je je zo voelt, is niet makkelijk.
Let wel, we hebben het hier ook weer niet over je een dagje down of neerslachtig voelen.
Dat kan soms al verholpen worden door een dagje lekker niets doen, of jezelf lekker verwennen met een goed boek op de bank of een keertje vroeg naar bed.
Naar mijn idee gaat het hier over iets wat er tussenin ligt; tenminste, zo ervaar ik het.
Er zullen ongetwijfeld ook veel gelovige mannen en vrouwen zijn die worstelen, of hebben geworsteld, met depressieve gevoelens, of met depressiviteit.
Ook in de Bijbel komen we ze tegen.
De eerste persoon die in mijn gedachten kwam toen ik las waar het over ging, was Elia.
Maar ook koning Saul worstelde met dit soort gevoelens, en Job, en David, de man naar Gods hart.
Het woord ‘depressief’ of depressiviteit’ komt zover ik weet niet in de Bijbel voor, maar er zijn wel meerdere plaatsen waar men de gevoelens van depressiviteit in woorden weergeeft.
God gaat dus duidelijk niet aan deze gevoelens voorbij, maar heeft ze opgenomen in Zijn woord.
Er is dus bij Hem duidelijk ook ruimte voor deze gevoelens.
Ook zien we soms de achterliggende oorzaak.
Elia bijvoorbeeld gaf zich over aan depressieve gevoelens toen Izebel hem naar het leven stond.
Hij had nauwelijks een paar geweldige geloofservaringen/bemoedigingen achter de rug,
(1 Kon. 17; 1 Kon. 18) en hij vluchtte weg de woestijn in.
Na een dag lopen ging hij onder een bremstruik zitten en wenste dat hij dood was.
‘Het is nu genoeg, Heer,’ zei hij. Neem mij maar uit het leven weg, ik ben niet beter dan mijn voorouders.’
Toen ging hij onder de bremstruik liggen slapen.
Bij Koning Saul was het een ander verhaal.
Hij had gezondigd tegen God en God Zelf was Degene die hem een boze geest stuurde.
1 Samuël 16:14 – Van Saul was de geest van de Heer geweken en een boze geest, door de Heer gestuurd, joeg hem angst aan.
In 1 Samuël 15 lezen we dat Saul wel erkent dat hij heeft gezondigd, dat hij zich wil neerbuigen voor God, maar nergens lezen we over zijn berouw van zijn zonden.
Hij maakt zich eerder druk om wat zijn manschappen zullen zeggen als Samuël weer zomaar zou vertrekken.
Ook Job is een man bij wie depressieve gevoelens de overhand kregen.
Maar daar zullen wij denk ik het meeste begrip voor hebben en ons ook het meeste misschien bij voor kunnen stellen als we kijken naar wat hem allemaal is overkomen.
(Job 1)
In Job 3 lezen we over zijn gevoelens.
Vers 11 – ‘Was ik maar gestorven toen ik ter wereld kwam, was ik maar gestikt bij mijn geboorte.’
Ook koning David had van tijd tot tijd last van depressieve gevoelens.
Soms lag schuldgevoel hier aan ten grondslag (Psalm 38:18,19)
Maar ook mannen als Jeremia en Jona kenden deze gevoelens.
Soms was het God Zelf die hen tot de orde riep, hen aanspoorde om niet meer toe te geven aan deze gevoelens, maar om andere stappen te zetten.
Maar God hakte niet met de botte bijl.
Als ik kijk naar Elia, dan stuurt God hem een engel die hem wakker maakte uit zijn slaap en hem aanspoorde om wat te eten en te drinken
Hij had zelfs voor wat eten en drinken gezorgd. (1 Kon. 19:5-9)
Soms, zoals bij Saul, bleef de depressie.
Zijn zonden bleven tussen hem en God instaan, waardoor er geen herstel mogelijk was.
(1 Sam. 31)
Job werd in ere hersteld (Job 42) en ook David vond steeds opnieuw zijn weg uit deze gevoelens door bij God aan te kloppen en het van Hem te verwachten.
Psalm 30:4,12 – Bij het dodenrijk hebt U mij weggehaald; ik was op weg naar het graf, maar U bracht mij weer tot leven.
Heer, U hebt mij geholpen; ik treur niet meer, ik kan weer dansen van vreugde; feestkleren heb ik aangetrokken, mijn rouwkleed afgelegd.
En soms moeten we onszelf aanpakken en tot de orde roepen.
Naar het bovenstaande tekstwoord je ziel als het ware een schop onder zijn/haar achterste geven door te wijzen op wie je je hoop moet stellen.
Jezelf moed inspreken op grond van Gods woord.
‘Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij?
Wat is er toch met je aan de hand, ziel?
Waarom ben je toch zo onrustig?
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht.’
Vestig je hoop, ziel, op God; lees Zijn woord en zie hoe Hij te vertrouwen is, hoe Hij voor je zorgt, je opbeurt.
Vestig je hoop op Hem, mijn ziel, dan zul je Hem weer kunnen loven en prijzen, want Hij is Degene die bevrijdt en geneest.
Zolang ik me kan herinneren ben ik wat zwaarmoedig van karakter, al is het hoe meer en dichter ik met Hem leef, mijn hoop op Hem vestig, mijn troost bij Hem zoek, Zijn woord bid en als proclamatie gebruik vele malen minder geworden dan het was.
Een Psalm die ontzettend belangrijk voor mij is geweest (en nog) in dit proces, is Psalm 13.
‘Hoelang nog, HEER, zult U mij vergeten?
Hoelang nog, houdt U Zich voor mij verborgen?
Hoelang nog moet ik naar een uitweg zoeken met de angst in mijn hart, dag in, dag uit?
Hoelang nog zullen mijn vijanden (en voor mij waren dat dan mijn depressieve gevoelens en gedachten) sterker zijn?
HEER, mijn GOD, kijk toch, antwoord mij!
Geef mij weer uitzicht, laat mij niet sterven.
Ik hoor mijn vijanden al roepen:
‘We hebben haar in onze macht!’
Ik hoor ze al juichen bij mijn val.’
Heel lang bleef ik hier, tot aan dit vers (vers 2 t/m 5) steken.
In het begin keek ik soms nog even naar het laatste vers, maar daar kon ik niets mee, want zo voelde ik het immers niet.
Dus kon ik dat ook niet uitspreken, wat zeg ik, ik wilde het vaak op zo’n moment niet eens lezen.
Ik denk dat de ommekeer kwam met het nummer ‘How long, o Lord’ van Brian Doerksen.
O, niet gelijk hoor, maar gaande weg veranderde er iets.
En als ik nu terugkijk, dan weet ik dat de verandering kwam doordat ik het refrein op den duur toch mee begon te zingen.
Veelal terwijl de tranen over mijn wangen stroomden.
Nu houd ik vast aan de woorden van vers 6.
Met vallen en opstaan leer ik om dwars door mijn gevoelens heen te gaan en ze (en andere) als een proclamatie uit te spreken.
Niet omdat ik het altijd zo voel, maar omdat Hij die er achter zit, te vertrouwen is.
Hij houdt van mij en Hij zorgt voor mij.
Ook al is dat soms anders dan ik het graag zou zien.
‘Op Uw liefde vertrouw ik, HEER.
Ik juich van vreugde, want U brengt redding.
Over U zal ik zingen, want U bent goed voor mij.’
Soms worstel ik nog met mijn gedachten, waarin het woord ‘huichelaar’ alles op alles zet om mij ervan te weerhouden om toch te danken, te zingen, Zijn woord uit te bidden, te spreken.
Maar door het steeds opnieuw toch te doen, is deze strijd steeds sneller gestreden en komt ook minder vaak terug.
Ik hoop en bid, dat de woorden van Psalm 73:21-28, naast Psalm 13, jouw lijfwoorden mogen zijn of worden.
Want zolang wij onze toevlucht bij Hem zoeken, onze hulp van Hem verwachten, zullen we nooit beschaamd uitkomen.
Bij Hem is vergeving en bevrijding en genezing.
‘Toen ik zo verbitterd was, gekrenkt tot in mijn ziel, was ik een grote dwaas, iemand zonder verstand.
Ik gedroeg mij tegenover U zo redeloos als een dier.
Toch ben ik steeds bij U, want U neemt mijn hand en leidt mij volgens Uw plan; en dan ontvangt U mij met alle eer.
Wie heb ik in de hemel behalve U?
Behalve U verlang ik ook niets op aarde.
Al zou mijn lichaam bezwijken, al zou mijn hart het opgeven, U bent de rots waarop ik bouw, U bent mijn hele bezit, o GOD, voor altijd.
Wie U verlaat gaat haar/zijn ondergang tegemoet; U vernietigt wie U ontrouw is.
Dicht bij U te zijn, dat is mij het liefst.
Bij U, HEER GOD, zoek ik mijn toevlucht.
Vertellen zal ik alles wat U voor mij deed.'
Lieve Vader in de hemel.
Met het schrijven van de woorden ‘want U neemt mijn hand en leidt mij volgens Uw plan’ raakt mijn hart tot tranen bewogen.
Deels omdat ik zelf al zo vaak heb mogen zien dat U mijn hand genomen hebt en mij geleid hebt en deels omdat ik een pijn en bewogenheid in mijn hart voel voor allen die worstelen met depressieve gevoelens of depressie.
Dwars door het diepe dal van depressie en depressieve gevoelens heen wilt U bij de hand pakken en leiden en ik bid U, Vader, dat een ieder haar/zijn hand zal blijven uitstrekken, ook als er ogenschijnlijk verder niets lijkt te gebeuren.
Uw woord zegt: ‘U neemt mijn hand en leidt mij volgens Uw plan’ en Uw woord is Ja en Amen.
Waarheid, waarachtig, betrouwbaar.
Er zal herstel komen als we ons vertrouwen op U blijven stellen.
U zult ons dan met eer ontvangen.
Ontferm U, Vader, ontferm U over een ieder, want de strijd kan zo zwaar zijn en zo lang duren.
Ontferm U, Vader, ontferm U.
Wees hun licht in de duisternis, hun hoop in de leegte, hun troost in het dal van tranen en hun houvast op het moment dat de zinloosheid van het leven oprukt.
Ontferm U, Vader, ontferm U!
In Jezus’ Naam bid ik U dit.
- Amen -
Hoelang nog, Here, hoelang nog?
Hoor hoe David de woorden
uitroept naar God.
Het duurt al zo lang;
is God hem vergeten;
houdt God Zich voor hem verborgen?
Hoelang nog, Here, hoelang nog?
Hoor hoe David schreeuwt
om een antwoord van God.
Hoe hij roept om uitzicht
in de donkere uren van zijn leven
naar de ochtendgloren van de morgen.
Hoelang nog, Here, Hoelang nog?
Misschien is het ook wel jouw roep;
hardop, of in de stilte van je hart.
Klinkt jouw stem samen
met die van David
in deze woorden van smart.
Loop dan ook met David mee
tot aan het einde van zijn gebed.
Waarin hij blijft vertrouwen
op de God waarvan hij weet:
Hij is liefde en Hij redt.
Zing met hem
over de goedheid van God.
Want in Zijn hand
ligt ons aller levenslot.
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
Ps.
Er is iets wat mij niet loslaat en dat zijn de woorden: onvergevingsgezindheid en bitterheid.
Beide dingen kunnen mensen ziek maken als ze in ons leven aanwezig blijven, als we er aan vast blijven houden.
Ik wil hier niet verder op in gaan, maar de woorden wil ik wel genoemd hebben, daar ze maar in mijn hoofd blijven rondspoken.
Ik wil hierbij slechts alleen nog daarbij aangeven dat beiden zonde en rebellie inhouden.
God zegt dat we moeten vergeven en als we dit weigeren, komen we in opstand tegen Hem, met alle gevolgen van dien.
en bent u onrustig in mij?
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven
voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht.'
HSV
'Mijn ziel, wat drukt je terneer,
waarom ben je zo onrustig?
Op God wil ik vertrouwen,
eens zal ik hem weer prijzen,
hem, mijn behoud, mijn God.'
GNB
Psalm 42:6
De titel voor het stukje voor de komende week is ‘Depressie’.
Ik wil vooraf even de volgende kanttekening hierbij plaatsen.
Zowel de ter inspiratie erbij gegeven tekst als met wat er op het kalendertje staat, betreft dit stukje depressieve gevoelens en niet de echte depressie of aanverwante stoornissen.
Echte depressie is meer dan een dip of je neerslachtig voelen.
Ik denk dat de laatste zin op het kalendertje anders ronduit als schokkend kan worden ervaren en zelfs mensen die echt depressief zijn, ook nog eens een (extra) schuldgevoel bezorgen.
Ik citeer: ‘Vergeet niet dat de nederlaag niet ligt in het worstelen met depressieve gevoelens, maar in het eraan toegeven.’
Met het lezen van deze zin, kon ik bijna de pijn voelen van hen die echt depressief zijn, omdat het voor hen vaak geen kwestie is van dat ze eraan toegeven, maar ze hebben niet meer het vermogen om te vechten.
Echte depressie (depressieve stoornissen) is geen kwestie van toegeven aan depressieve gevoelens.
Hoeveel en hoe zwaar de worstelingen van mensen die lijden aan depressie zijn, kunnen we ons maar nauwelijks voorstellen, tenzij we er zelf doorheen zijn gegaan.
Om dan te spreken over de nederlaag die een feit is als men aan deze gevoelens toegeeft, komt bij mij binnen als enorm pijnlijk en kwetsend, en ik vraag me af hoe dit wel niet moet zijn voor mensen die hieraan lijden.
Misschien was een titel als ‘Depressieve gevoelens’ beter geweest dan alleen het woordje ‘Depressie’.
Toch hoop ik en bid ik, dat zij die depressief zijn en dit lezen een beetje hoop, een beetje moed, een beetje troost, zullen vinden in wat God mij op het hart legt om hierover te schrijven.
In de duistere, donkere wereld van depressie,
waar vaak geen enkel lichtstraaltje binnenkomt.
Waar kleuren langzaam vervagen
en in elkaar overlopen tot één mistige, grauwe nevel
die hoop en moed het zicht ontneemt
en een lege leegte achterlaat;
waarin gevoelens van vreugde
verloren gaan.
Waar zinloosheid de regie overneemt;
het leven doelloos maakt,
en iedere dag tot een strijdtoneel
zelfs tot op leven en dood.
Waar God niet meer kan worden gezien,
noch Zijn liefde, kracht en troost
kan worden gevoeld of ervaren
en waar elke smeekbede
voor niets lijkt te zijn gedaan.
De duistere, donkere wereld van depressie,
waar de ene noodkreet soms volgt op de andere.
Tot zelfs een stem verstomt
en slechts de dood uitkomst lijkt te bieden
aan de hopeloosheid
van het huidige bestaan.
O, God van liefde,
God van licht,
God van kracht,
en God van leven.
God van troost,
God van hoop,
God van bevrijding,
en God van genezing.
Ontferm U!
Ontferm U!
Ontferm U!
En wil uitkomst geven!
In Jezus’ Naam.
- Amen –
Depressieve gevoelens
Houdt moed! zijn de twee eerste woorden waar kalendertje mee begint.
Houdt moed!
Moed houden terwijl je je zo voelt, is niet makkelijk.
Let wel, we hebben het hier ook weer niet over je een dagje down of neerslachtig voelen.
Dat kan soms al verholpen worden door een dagje lekker niets doen, of jezelf lekker verwennen met een goed boek op de bank of een keertje vroeg naar bed.
Naar mijn idee gaat het hier over iets wat er tussenin ligt; tenminste, zo ervaar ik het.
Er zullen ongetwijfeld ook veel gelovige mannen en vrouwen zijn die worstelen, of hebben geworsteld, met depressieve gevoelens, of met depressiviteit.
Ook in de Bijbel komen we ze tegen.
De eerste persoon die in mijn gedachten kwam toen ik las waar het over ging, was Elia.
Maar ook koning Saul worstelde met dit soort gevoelens, en Job, en David, de man naar Gods hart.
Het woord ‘depressief’ of depressiviteit’ komt zover ik weet niet in de Bijbel voor, maar er zijn wel meerdere plaatsen waar men de gevoelens van depressiviteit in woorden weergeeft.
God gaat dus duidelijk niet aan deze gevoelens voorbij, maar heeft ze opgenomen in Zijn woord.
Er is dus bij Hem duidelijk ook ruimte voor deze gevoelens.
Ook zien we soms de achterliggende oorzaak.
Elia bijvoorbeeld gaf zich over aan depressieve gevoelens toen Izebel hem naar het leven stond.
Hij had nauwelijks een paar geweldige geloofservaringen/bemoedigingen achter de rug,
(1 Kon. 17; 1 Kon. 18) en hij vluchtte weg de woestijn in.
Na een dag lopen ging hij onder een bremstruik zitten en wenste dat hij dood was.
‘Het is nu genoeg, Heer,’ zei hij. Neem mij maar uit het leven weg, ik ben niet beter dan mijn voorouders.’
Toen ging hij onder de bremstruik liggen slapen.
Bij Koning Saul was het een ander verhaal.
Hij had gezondigd tegen God en God Zelf was Degene die hem een boze geest stuurde.
1 Samuël 16:14 – Van Saul was de geest van de Heer geweken en een boze geest, door de Heer gestuurd, joeg hem angst aan.
In 1 Samuël 15 lezen we dat Saul wel erkent dat hij heeft gezondigd, dat hij zich wil neerbuigen voor God, maar nergens lezen we over zijn berouw van zijn zonden.
Hij maakt zich eerder druk om wat zijn manschappen zullen zeggen als Samuël weer zomaar zou vertrekken.
Ook Job is een man bij wie depressieve gevoelens de overhand kregen.
Maar daar zullen wij denk ik het meeste begrip voor hebben en ons ook het meeste misschien bij voor kunnen stellen als we kijken naar wat hem allemaal is overkomen.
(Job 1)
In Job 3 lezen we over zijn gevoelens.
Vers 11 – ‘Was ik maar gestorven toen ik ter wereld kwam, was ik maar gestikt bij mijn geboorte.’
Ook koning David had van tijd tot tijd last van depressieve gevoelens.
Soms lag schuldgevoel hier aan ten grondslag (Psalm 38:18,19)
Maar ook mannen als Jeremia en Jona kenden deze gevoelens.
Soms was het God Zelf die hen tot de orde riep, hen aanspoorde om niet meer toe te geven aan deze gevoelens, maar om andere stappen te zetten.
Maar God hakte niet met de botte bijl.
Als ik kijk naar Elia, dan stuurt God hem een engel die hem wakker maakte uit zijn slaap en hem aanspoorde om wat te eten en te drinken
Hij had zelfs voor wat eten en drinken gezorgd. (1 Kon. 19:5-9)
Soms, zoals bij Saul, bleef de depressie.
Zijn zonden bleven tussen hem en God instaan, waardoor er geen herstel mogelijk was.
(1 Sam. 31)
Job werd in ere hersteld (Job 42) en ook David vond steeds opnieuw zijn weg uit deze gevoelens door bij God aan te kloppen en het van Hem te verwachten.
Psalm 30:4,12 – Bij het dodenrijk hebt U mij weggehaald; ik was op weg naar het graf, maar U bracht mij weer tot leven.
Heer, U hebt mij geholpen; ik treur niet meer, ik kan weer dansen van vreugde; feestkleren heb ik aangetrokken, mijn rouwkleed afgelegd.
En soms moeten we onszelf aanpakken en tot de orde roepen.
Naar het bovenstaande tekstwoord je ziel als het ware een schop onder zijn/haar achterste geven door te wijzen op wie je je hoop moet stellen.
Jezelf moed inspreken op grond van Gods woord.
‘Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij?
Wat is er toch met je aan de hand, ziel?
Waarom ben je toch zo onrustig?
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht.’
Vestig je hoop, ziel, op God; lees Zijn woord en zie hoe Hij te vertrouwen is, hoe Hij voor je zorgt, je opbeurt.
Vestig je hoop op Hem, mijn ziel, dan zul je Hem weer kunnen loven en prijzen, want Hij is Degene die bevrijdt en geneest.
Zolang ik me kan herinneren ben ik wat zwaarmoedig van karakter, al is het hoe meer en dichter ik met Hem leef, mijn hoop op Hem vestig, mijn troost bij Hem zoek, Zijn woord bid en als proclamatie gebruik vele malen minder geworden dan het was.
Een Psalm die ontzettend belangrijk voor mij is geweest (en nog) in dit proces, is Psalm 13.
‘Hoelang nog, HEER, zult U mij vergeten?
Hoelang nog, houdt U Zich voor mij verborgen?
Hoelang nog moet ik naar een uitweg zoeken met de angst in mijn hart, dag in, dag uit?
Hoelang nog zullen mijn vijanden (en voor mij waren dat dan mijn depressieve gevoelens en gedachten) sterker zijn?
HEER, mijn GOD, kijk toch, antwoord mij!
Geef mij weer uitzicht, laat mij niet sterven.
Ik hoor mijn vijanden al roepen:
‘We hebben haar in onze macht!’
Ik hoor ze al juichen bij mijn val.’
Heel lang bleef ik hier, tot aan dit vers (vers 2 t/m 5) steken.
In het begin keek ik soms nog even naar het laatste vers, maar daar kon ik niets mee, want zo voelde ik het immers niet.
Dus kon ik dat ook niet uitspreken, wat zeg ik, ik wilde het vaak op zo’n moment niet eens lezen.
Ik denk dat de ommekeer kwam met het nummer ‘How long, o Lord’ van Brian Doerksen.
O, niet gelijk hoor, maar gaande weg veranderde er iets.
En als ik nu terugkijk, dan weet ik dat de verandering kwam doordat ik het refrein op den duur toch mee begon te zingen.
Veelal terwijl de tranen over mijn wangen stroomden.
Nu houd ik vast aan de woorden van vers 6.
Met vallen en opstaan leer ik om dwars door mijn gevoelens heen te gaan en ze (en andere) als een proclamatie uit te spreken.
Niet omdat ik het altijd zo voel, maar omdat Hij die er achter zit, te vertrouwen is.
Hij houdt van mij en Hij zorgt voor mij.
Ook al is dat soms anders dan ik het graag zou zien.
‘Op Uw liefde vertrouw ik, HEER.
Ik juich van vreugde, want U brengt redding.
Over U zal ik zingen, want U bent goed voor mij.’
Soms worstel ik nog met mijn gedachten, waarin het woord ‘huichelaar’ alles op alles zet om mij ervan te weerhouden om toch te danken, te zingen, Zijn woord uit te bidden, te spreken.
Maar door het steeds opnieuw toch te doen, is deze strijd steeds sneller gestreden en komt ook minder vaak terug.
Ik hoop en bid, dat de woorden van Psalm 73:21-28, naast Psalm 13, jouw lijfwoorden mogen zijn of worden.
Want zolang wij onze toevlucht bij Hem zoeken, onze hulp van Hem verwachten, zullen we nooit beschaamd uitkomen.
Bij Hem is vergeving en bevrijding en genezing.
‘Toen ik zo verbitterd was, gekrenkt tot in mijn ziel, was ik een grote dwaas, iemand zonder verstand.
Ik gedroeg mij tegenover U zo redeloos als een dier.
Toch ben ik steeds bij U, want U neemt mijn hand en leidt mij volgens Uw plan; en dan ontvangt U mij met alle eer.
Wie heb ik in de hemel behalve U?
Behalve U verlang ik ook niets op aarde.
Al zou mijn lichaam bezwijken, al zou mijn hart het opgeven, U bent de rots waarop ik bouw, U bent mijn hele bezit, o GOD, voor altijd.
Wie U verlaat gaat haar/zijn ondergang tegemoet; U vernietigt wie U ontrouw is.
Dicht bij U te zijn, dat is mij het liefst.
Bij U, HEER GOD, zoek ik mijn toevlucht.
Vertellen zal ik alles wat U voor mij deed.'
Lieve Vader in de hemel.
Met het schrijven van de woorden ‘want U neemt mijn hand en leidt mij volgens Uw plan’ raakt mijn hart tot tranen bewogen.
Deels omdat ik zelf al zo vaak heb mogen zien dat U mijn hand genomen hebt en mij geleid hebt en deels omdat ik een pijn en bewogenheid in mijn hart voel voor allen die worstelen met depressieve gevoelens of depressie.
Dwars door het diepe dal van depressie en depressieve gevoelens heen wilt U bij de hand pakken en leiden en ik bid U, Vader, dat een ieder haar/zijn hand zal blijven uitstrekken, ook als er ogenschijnlijk verder niets lijkt te gebeuren.
Uw woord zegt: ‘U neemt mijn hand en leidt mij volgens Uw plan’ en Uw woord is Ja en Amen.
Waarheid, waarachtig, betrouwbaar.
Er zal herstel komen als we ons vertrouwen op U blijven stellen.
U zult ons dan met eer ontvangen.
Ontferm U, Vader, ontferm U over een ieder, want de strijd kan zo zwaar zijn en zo lang duren.
Ontferm U, Vader, ontferm U.
Wees hun licht in de duisternis, hun hoop in de leegte, hun troost in het dal van tranen en hun houvast op het moment dat de zinloosheid van het leven oprukt.
Ontferm U, Vader, ontferm U!
In Jezus’ Naam bid ik U dit.
- Amen -
Hoelang nog, Here, hoelang nog?
Hoor hoe David de woorden
uitroept naar God.
Het duurt al zo lang;
is God hem vergeten;
houdt God Zich voor hem verborgen?
Hoelang nog, Here, hoelang nog?
Hoor hoe David schreeuwt
om een antwoord van God.
Hoe hij roept om uitzicht
in de donkere uren van zijn leven
naar de ochtendgloren van de morgen.
Hoelang nog, Here, Hoelang nog?
Misschien is het ook wel jouw roep;
hardop, of in de stilte van je hart.
Klinkt jouw stem samen
met die van David
in deze woorden van smart.
Loop dan ook met David mee
tot aan het einde van zijn gebed.
Waarin hij blijft vertrouwen
op de God waarvan hij weet:
Hij is liefde en Hij redt.
Zing met hem
over de goedheid van God.
Want in Zijn hand
ligt ons aller levenslot.
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
Ps.
Er is iets wat mij niet loslaat en dat zijn de woorden: onvergevingsgezindheid en bitterheid.
Beide dingen kunnen mensen ziek maken als ze in ons leven aanwezig blijven, als we er aan vast blijven houden.
Ik wil hier niet verder op in gaan, maar de woorden wil ik wel genoemd hebben, daar ze maar in mijn hoofd blijven rondspoken.
Ik wil hierbij slechts alleen nog daarbij aangeven dat beiden zonde en rebellie inhouden.
God zegt dat we moeten vergeven en als we dit weigeren, komen we in opstand tegen Hem, met alle gevolgen van dien.
zondag 13 januari 2013
Week 3 - Genade
Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip.
HSV
We kunnen dus vol vertrouwen naderen tot de troon van de genadige God. Daar zullen we barmhartig en genadig behandeld worden en op de juiste tijd hulp ontvangen.
GNB
Hebreeën 4:16
Deze week een tekst die voor mij heel bijzonder is, het is namelijk mijn dooptekst.
Na jaren van ‘innerlijke strijd’ over het issue kinder-/volwassendoop heb ik op 29 oktober 2000, samen met mijn man laten dopen door onderdompeling.
Een geweldig moment.
Ik moet echter wel eerlijk bekennen, dat toen mijn dooptekst werd voorgelezen, ik eigenlijk een beetje teleurgesteld was.
Heel diep van binnen had ik gehoopt op een tekst als Psalm 139:5 of zo, of uit Jesaja 40:29-32, of Jesaja 43:2-5.
Ik kon eerlijk gezegd niet zoveel met dit woord, simpelweg omdat ik de diepte ervan toen nog niet begreep, niet besefte.
Nu, zoveel jaren later is dat (gelukkig) heel anders.
Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden.
Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde.
HSV
Hebreeën 4:14,15
In dit geval neem ik opnieuw een paar voorgaande teksten erbij, in mijn overdenken van ‘Genade’ en de erbij gegeven Bijbeltekst.
Soms is dat nu eenmaal het beste dat je kunt doen, omdat ze zo onlosmakend met elkaar verbonden kunnen zijn.
Zo ervaar ik dat ook deze keer.
Ik maak altijd (tenminste, als ik van achter mijn laptop schrijf) gebruik van Biblia.net.
Op deze wijze heb ik de meeste vertalingen bij de hand.
En deze keer valt mij wel iets heel bijzonders op, namelijk het opschrift boven de stukjes van Hebreeën 4:14-16.
Als ik het gedeelte zo even een paar keer heb overgelezen en mijn gedachten erover heb laten gaan en eigenlijk dit gedeelte voor mijzelf in stukjes gehakt heb om zo de belangrijkste kernpunten eruit te halen, valt me ineens de opschriften erboven op.
Ik wil ze graag even noemen, want in principe is het de bedoeling dat het opschrift de kern van het er onderstaande weergeeft.
En dan wordt het deze keer toch wel heel bijzonder, tenminste vind ik.
NBV – Trouw blijven aan de belijdenis
GNB – Jezus, de Hogepriester
HSV – Vrijmoedig naderen
NBG – Jezus als Hogepriester
ST – Christus overtreft de hogepriesters van het oude verbond
WB – Jezus, onze Hogepriester
De één legt de nadruk op het trouw blijven aan onze belijdenis (vers 14); vier aan Jezus als Hogepriester en één legt de nadruk op het vrijmoedig mogen naderen.
Neem het eens mee in je gedachten, denk er eens over na als je verder nadenk over de Troon van Genade.
We mogen dus met alle vrijmoedigheid (1) naderen tot de troon van de genade (2) opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip (3)
In deze drie stukjes heb ik deze tekst voor mijzelf gehakt.
Als ik nadenk over dit woord dat is ‘de troon van de Genade’ voor mij waar het om draait en zou ik de tekst op de volgende manier persoonlijk maken: ‘Tot de troon van Genade mag ik met alle vrijmoedigheid naderen; daar zal ik barmhartigheid verkrijgen en genade vinden en geholpen worden op het juiste tijdstip.’
De troon van Genade (2) is waar we moeten zijn, maar we kunnen die alleen maar in alle vrijmoedigheid naderen doordat Jezus, onze grote Hogepriester, voor ons de hemel is doorgegaan/binnengegaan.
De troon van de Genade, geen tribunaal van strenge gerechtigheid (Henry Matthew’s), maar de plaats van onverdiende vergeving, van gratie, en deze wordt alleen verkregen door te geloven dat Jezus, onze verheven Hogepriester, voor onze zonden aan het kruis op Golgotha is gestorven.
Door onze zonden te belijden en te erkennen dat we Zijn vergoten bloed nodig hebben om ons te reinigen van alle zonden, te erkennen en te geloven dat Hij de zoon van God is en de enige weg tot de Vader in de hemel, kunnen we deze Troon van Genade naderen.
We kunnen dus niet zonder de voorgaande teksten, niet zonder Jezus, onze Hogepriester.
Zonder Hem is er geen toegang tot deze Troon van Genade, maar met Hem mogen wij die Troon naderen met alle vrijmoedigheid, zonder schroom, in vol vertrouwen. (1)
In alle vrijmoedigheid, in alle onbevangenheid, in alle ongedwongenheid, in alle vrijheid.
Zoals we zijn, zonder ons mooier voor te hoeven doen of van alles gedaan te hebben, of aan bepaalde criteria te moeten voldoen.
Alleen dit ene, weten dat je gekocht en betaald bent door het bloed van het Lam.
Het voorhangsel van de tempel dat het Heilige van het Heilige der Heilige scheidde, is gescheurd en daarmee verbroken, op het moment dat Jezus het uitriep: ‘Het is volbracht’.
De toegang tot het Heilige der Heilige, dat tot die tijd alleen eenmaal per jaar betreden mocht worden door de hogepriester om vergeving (zoenoffer) te bewerkstelligen voor het volk Israël, is nu voor altijd geopend, het voorhangsel is verwijderd.
De toegang tot God, de Vader, tot Zijn Troon van Genade, is vrij!
En God verlangt ernaar dat wij steeds opnieuw, iedere dag weer, zo vaak mogelijk, komen tot deze Troon van de Genade.
O, wat is het goed om daar te zijn!
Daar verkrijgen wij barmhartigheid, vinden wij genade, worden we geholpen op het juiste moment. (3)
Barmhartigheid: ontferming, mededogen, erbarmen, medelijden, goedheid, compassie.
Genade: onverdiende vergeving, gratie, clementie.
‘Barmhartigheid en genade hebben wij nodig. Barmhartigheid voor de vergeving van onze zonden en genade voor de reiniging van onze zielen.’ (Matthew Henry’s)
Hulp op het juiste moment.
God weet welk moment het beste is om Zijn hulp te geven, laten we daaraan niet twijfelen als Zijn hulp uit lijkt te blijven!
Hij is God!
In Zijn hand is het heden, maar ook het verleden en de toekomst!
Laten we geloven en vertrouwen op Zijn woord.
Laten we zo in alle vrijmoedigheid, maar met eerbied en ontzag, naar deze Troon van Genade gaan, in het geloof en vertrouwen dat we barmhartigheid verkrijgen en genade vinden, en hulp op het juiste moment.
Laten we daarbij vasthouden aan het geloof dat Jezus de Zoon van God is, Die voor onze zonden aan het vloekhout op Golgotha is gestorven.
Die volledig, dus in alles, niets uitgezonderd, mee kan voelen in al onze zwakheden, omdat Hij, net als wij, op allerlei manieren op de proef gesteld is geweest alleen daar nooit in gezondigd heeft en nu als Hogepriester de hemel is doorgegaan, zodat wij in alle vrijmoedigheid kunnen komen tot deze Troon van Genade.
Lieve Vader in de hemel, zo kom ik, in alle vrijmoedigheid, maar met eerbied en ontzag, tot Uw troon van Genade.
Heer Jezus, dank U wel, dat U de weg heeft bereid naar deze Troon.
Dank U voor Uw offer.’
Dank U voor Uw vergoten bloed voor mijn zonden.
Dank U, dat U mij in alles bent voorgegaan.
Dank U voor de genade en de vergeving die ik van U ontvangen heb en ontvang.
Voor de hulp, wanneer ik die ook nodig heb.
Voor alles wat U voor mij hebt gedaan en bereid.
Uw Troon van Genade, mijn plaats van vergeving.
Uw Troon van Genade, de plaats waar ik rust vind voor mijn ziel.
Ik loof en prijs Uw heilige Naam.
- Amen -
De Troon van Genade,
de plaats van vergeving,
de plaats van reiniging.
De plaats voor hulp,
de plaats van rust
voor mijn ziel.
De Troon van Genade.
Vrijmoedig te benaderen
door het vergoten bloed,
van Jezus, Gods Zoon.
Die ons in alles is voorgegaan,
Beproefd is geweest als wij,
maar nooit in zonde viel.
De Troon van Genade,
waar God, de Vader wacht
(op ons, op jou) op mij.
Opdat ik, met eerbied en ontzag,
kom en ontvang,
en aan Zijn voeten kniel.
©Rita Klapwijk
HSV
We kunnen dus vol vertrouwen naderen tot de troon van de genadige God. Daar zullen we barmhartig en genadig behandeld worden en op de juiste tijd hulp ontvangen.
GNB
Hebreeën 4:16
Deze week een tekst die voor mij heel bijzonder is, het is namelijk mijn dooptekst.
Na jaren van ‘innerlijke strijd’ over het issue kinder-/volwassendoop heb ik op 29 oktober 2000, samen met mijn man laten dopen door onderdompeling.
Een geweldig moment.
Ik moet echter wel eerlijk bekennen, dat toen mijn dooptekst werd voorgelezen, ik eigenlijk een beetje teleurgesteld was.
Heel diep van binnen had ik gehoopt op een tekst als Psalm 139:5 of zo, of uit Jesaja 40:29-32, of Jesaja 43:2-5.
Ik kon eerlijk gezegd niet zoveel met dit woord, simpelweg omdat ik de diepte ervan toen nog niet begreep, niet besefte.
Nu, zoveel jaren later is dat (gelukkig) heel anders.
Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden.
Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde.
HSV
Hebreeën 4:14,15
In dit geval neem ik opnieuw een paar voorgaande teksten erbij, in mijn overdenken van ‘Genade’ en de erbij gegeven Bijbeltekst.
Soms is dat nu eenmaal het beste dat je kunt doen, omdat ze zo onlosmakend met elkaar verbonden kunnen zijn.
Zo ervaar ik dat ook deze keer.
Ik maak altijd (tenminste, als ik van achter mijn laptop schrijf) gebruik van Biblia.net.
Op deze wijze heb ik de meeste vertalingen bij de hand.
En deze keer valt mij wel iets heel bijzonders op, namelijk het opschrift boven de stukjes van Hebreeën 4:14-16.
Als ik het gedeelte zo even een paar keer heb overgelezen en mijn gedachten erover heb laten gaan en eigenlijk dit gedeelte voor mijzelf in stukjes gehakt heb om zo de belangrijkste kernpunten eruit te halen, valt me ineens de opschriften erboven op.
Ik wil ze graag even noemen, want in principe is het de bedoeling dat het opschrift de kern van het er onderstaande weergeeft.
En dan wordt het deze keer toch wel heel bijzonder, tenminste vind ik.
NBV – Trouw blijven aan de belijdenis
GNB – Jezus, de Hogepriester
HSV – Vrijmoedig naderen
NBG – Jezus als Hogepriester
ST – Christus overtreft de hogepriesters van het oude verbond
WB – Jezus, onze Hogepriester
De één legt de nadruk op het trouw blijven aan onze belijdenis (vers 14); vier aan Jezus als Hogepriester en één legt de nadruk op het vrijmoedig mogen naderen.
Neem het eens mee in je gedachten, denk er eens over na als je verder nadenk over de Troon van Genade.
Genade
Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade,
opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden
om geholpen te worden op het juiste tijdstip.
We mogen dus met alle vrijmoedigheid (1) naderen tot de troon van de genade (2) opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip (3)
In deze drie stukjes heb ik deze tekst voor mijzelf gehakt.
Als ik nadenk over dit woord dat is ‘de troon van de Genade’ voor mij waar het om draait en zou ik de tekst op de volgende manier persoonlijk maken: ‘Tot de troon van Genade mag ik met alle vrijmoedigheid naderen; daar zal ik barmhartigheid verkrijgen en genade vinden en geholpen worden op het juiste tijdstip.’
De troon van Genade (2) is waar we moeten zijn, maar we kunnen die alleen maar in alle vrijmoedigheid naderen doordat Jezus, onze grote Hogepriester, voor ons de hemel is doorgegaan/binnengegaan.
De troon van de Genade, geen tribunaal van strenge gerechtigheid (Henry Matthew’s), maar de plaats van onverdiende vergeving, van gratie, en deze wordt alleen verkregen door te geloven dat Jezus, onze verheven Hogepriester, voor onze zonden aan het kruis op Golgotha is gestorven.
Door onze zonden te belijden en te erkennen dat we Zijn vergoten bloed nodig hebben om ons te reinigen van alle zonden, te erkennen en te geloven dat Hij de zoon van God is en de enige weg tot de Vader in de hemel, kunnen we deze Troon van Genade naderen.
We kunnen dus niet zonder de voorgaande teksten, niet zonder Jezus, onze Hogepriester.
Zonder Hem is er geen toegang tot deze Troon van Genade, maar met Hem mogen wij die Troon naderen met alle vrijmoedigheid, zonder schroom, in vol vertrouwen. (1)
In alle vrijmoedigheid, in alle onbevangenheid, in alle ongedwongenheid, in alle vrijheid.
Zoals we zijn, zonder ons mooier voor te hoeven doen of van alles gedaan te hebben, of aan bepaalde criteria te moeten voldoen.
Alleen dit ene, weten dat je gekocht en betaald bent door het bloed van het Lam.
Het voorhangsel van de tempel dat het Heilige van het Heilige der Heilige scheidde, is gescheurd en daarmee verbroken, op het moment dat Jezus het uitriep: ‘Het is volbracht’.
De toegang tot het Heilige der Heilige, dat tot die tijd alleen eenmaal per jaar betreden mocht worden door de hogepriester om vergeving (zoenoffer) te bewerkstelligen voor het volk Israël, is nu voor altijd geopend, het voorhangsel is verwijderd.
De toegang tot God, de Vader, tot Zijn Troon van Genade, is vrij!
En God verlangt ernaar dat wij steeds opnieuw, iedere dag weer, zo vaak mogelijk, komen tot deze Troon van de Genade.
O, wat is het goed om daar te zijn!
Daar verkrijgen wij barmhartigheid, vinden wij genade, worden we geholpen op het juiste moment. (3)
Barmhartigheid: ontferming, mededogen, erbarmen, medelijden, goedheid, compassie.
Genade: onverdiende vergeving, gratie, clementie.
‘Barmhartigheid en genade hebben wij nodig. Barmhartigheid voor de vergeving van onze zonden en genade voor de reiniging van onze zielen.’ (Matthew Henry’s)
Hulp op het juiste moment.
God weet welk moment het beste is om Zijn hulp te geven, laten we daaraan niet twijfelen als Zijn hulp uit lijkt te blijven!
Hij is God!
In Zijn hand is het heden, maar ook het verleden en de toekomst!
Laten we geloven en vertrouwen op Zijn woord.
Laten we zo in alle vrijmoedigheid, maar met eerbied en ontzag, naar deze Troon van Genade gaan, in het geloof en vertrouwen dat we barmhartigheid verkrijgen en genade vinden, en hulp op het juiste moment.
Laten we daarbij vasthouden aan het geloof dat Jezus de Zoon van God is, Die voor onze zonden aan het vloekhout op Golgotha is gestorven.
Die volledig, dus in alles, niets uitgezonderd, mee kan voelen in al onze zwakheden, omdat Hij, net als wij, op allerlei manieren op de proef gesteld is geweest alleen daar nooit in gezondigd heeft en nu als Hogepriester de hemel is doorgegaan, zodat wij in alle vrijmoedigheid kunnen komen tot deze Troon van Genade.
Lieve Vader in de hemel, zo kom ik, in alle vrijmoedigheid, maar met eerbied en ontzag, tot Uw troon van Genade.
Heer Jezus, dank U wel, dat U de weg heeft bereid naar deze Troon.
Dank U voor Uw offer.’
Dank U voor Uw vergoten bloed voor mijn zonden.
Dank U, dat U mij in alles bent voorgegaan.
Dank U voor de genade en de vergeving die ik van U ontvangen heb en ontvang.
Voor de hulp, wanneer ik die ook nodig heb.
Voor alles wat U voor mij hebt gedaan en bereid.
Uw Troon van Genade, mijn plaats van vergeving.
Uw Troon van Genade, de plaats waar ik rust vind voor mijn ziel.
Ik loof en prijs Uw heilige Naam.
- Amen -
De Troon van Genade,
de plaats van vergeving,
de plaats van reiniging.
De plaats voor hulp,
de plaats van rust
voor mijn ziel.
De Troon van Genade.
Vrijmoedig te benaderen
door het vergoten bloed,
van Jezus, Gods Zoon.
Die ons in alles is voorgegaan,
Beproefd is geweest als wij,
maar nooit in zonde viel.
De Troon van Genade,
waar God, de Vader wacht
(op ons, op jou) op mij.
Opdat ik, met eerbied en ontzag,
kom en ontvang,
en aan Zijn voeten kniel.
©Rita Klapwijk
zondag 28 oktober 2012
Week 44 - Hulp
'Als de HEERE niet mijn Helper was geweest,
had mijn ziel bijna in de stilte gewoond.
Toen ik zei: Mijn voet wankelt,
ondersteunde Uw goedertierenheid mij, HEERE.'
HSV
'Heer, als U me niet te hulp gekomen was,
ik had mijzelf tot de doden moeten rekenen.
Steeds als ik dacht te bezwijken,
hield Uw liefde me staande.'
GNB
Psalm 94:17,18
Er zijn vele momenten in mijn (ons) leven geweest waarvan ik kan zeggen:
‘Heere, als U mij niet te hulp was gekomen, als U niet mijn Helper was geweest, dan …
Steeds als ik dacht te bezwijken, hield Uw liefde mij staande.’
Velen van ons zullen die momenten ook wel kennen van het gevoel hebben niet meer verder te kunnen, er aan onderdoor te gaan, of met de woorden van de Psalmist te spreken, te bezwijken.
Misschien ga jij nu wel door zo’n periode heen, waarin je het gevoel hebt niet meer verder te kunnen en sta je voor je gevoel aan de afgrond en je voelt je voet wankelen.
Eén keer zwikken en je stort die afgrond in …
Je weet wel dat God je Helper is en je weet wel dat Hij voor je zorgt en je kent de Bijbel wel en al die mooie bemoedigende teksten, maar je gevoel zegt je dat het bijna voorbij is en je het einde van je kunnen nadert.
Nog één dingetje en …
Of misschien lees je dit en ken je God helemaal niet.
Ben je hier ‘toevallig’ terecht gekomen omdat je iets zocht of …, en herken je jezelf in deze woorden en is er iets dat je ‘trekt’ om verder te lezen, omdat je zoiets hebt, van ‘ik heb toch niets meer te verliezen’.
Eén ding weet ik zeker, hoe je hier ook bent gekomen en om wat voor reden dan ook, niets gebeurd bij toeval.
God heeft jou hier gebracht om je te vertellen, het zij voor het eerst of voor de zoveelste keer, dat Hij jou ziet!
Jou, je situatie, je pijn, je verdriet, je moeiten, je zorgen, je ellende, ja, alles ziet Hij en Hij kent elk detail van jouw leven.
Niets is voor Hem verborgen.
En vandaag, nu, op dit moment wil Hij jou ontmoeten en jou vertellen dat Hij van je houdt, je wilt helpen en voor jou wilt zorgen.
O, wat wil God graag Degene voor jou zijn als Hij was voor de Psalmist!
Wat verlangt Hij daar naar!
Hij houdt immers zoveel van jou!
Je hoeft het niet te begrijpen hoe dat nu zou kunnen, het is gewoon zo.
Je hoeft er ook niets voor te doen, noch te laten.
Je kunt ook niets doen waardoor Hij meer van je gaat houden en er is ook niets dat je kunt doen, waardoor Hij minder van je gaat houden.
Hij houdt van jou en wil je Helper zijn.
Hij verlangt ernaar om vreugde en vrede te brengen in jouw leven.
Hoop en toekomst.
Voel je zachtjes die hand aan je kin, die hem zachtjes aanraakt?
Nee, het is geen dwingend gevoel, God dwingt niemand om Hem aan te kijken, maar gewoon heel zachtjes als een tinteling, een briesje wind wat langs je hals, je kin, strijkt.
Kijk omhoog, naar boven en niet meer naar de grond; daar is geen hulp.
Nee, kijk omhoog en zie Hem.
Hij zal Zich op de één of andere manier aan jou laten zien.
Een zonnestraal, een vlinder, een vogeltje, een duif.
Een belletje, een kaartje, een mailtje, deze woorden, de Bijbelverzen hierboven …
God is een God die ook door anderen en andere dingen Zich laat zien.
Zijn hulp komt soms op de vreemdste manieren en op een tijdstip dat je het niet, of niet meer, verwacht.
Maar Hij komt!
Het is echter aan jou de keus of je die toegestoken hand wil vastgrijpen of niet.
God zal je niet dwingen, al heeft Hij nog zoveel verdriet om een ieder die Zijn hand wegduwt in plaats van vastgrijpt.
Hoeveel pijn en verdriet het Hem ook doet, Hij zal je keuze respecteren en geduldig blijven wachten tot je het opgeeft met zelf te vechten en je Zijn hand vastgrijpt, zodat Hij je uit die kolkende woeste golven, die je dreigen te verdrinken, kan trekken.
Hij wil je schoonwassen met het bloed van Zijn Zoon, Jezus, Die voor al jouw zonden is gestorven en Hij wil je Zijn mantel van verlossing, van bevrijding, van gerechtigheid, aandoen.
Zijn Geest wil Hij je geven om in je te wonen, zodat je nooit en ook nooit meer alleen zult zijn, want Hij is altijd in je.
Zijn Geest zal je kracht zijn, je troost, je sterkte, je bijstand, je onderwijzer.
Zijn Geest zal je binnenste vullen met vrede, een vrede die alle verstand te boven gaat.
Een vrede die van God Zelf komt.
Een vrede, niet zoals de wereld hem kent, maar alleen zoals Jezus hem kan geven.
Nee, je problemen zullen niet in één keer weg zijn of opgelost, maar je zult er niet meer alleen doorheen hoeven te gaan en de lasten zul je niet meer alleen hoeven te dragen, want Hij zal je Helper zijn.
Zijn liefde zal je staande houden.
Ook al denk je dat je zult bezwijken, Hij zal je nooit meer te dragen geven dan je aankunt.
En met alle moeiten, zorgen, problemen, pijn en verdriet, zal Hij ook voor de uitkomst zorgen.
Het enige dat Hij van jou vraagt is geloof en vertrouwen.
Kom, Hij wacht.
Lieve Vader in de hemel.
O, wat verlangt U ernaar dat wij met alles naar U toe komen.
Met al onze zorgen, onze beslommeringen, onze moeiten en pijnen, ons verdriet.
Ach, Heere, met alles.
Niets is voor U te min of te klein, want Uw liefde voor ons is zo oneindig groot, dat alles wat ons aangaat of ons betreft, U in het hart raakt.
Maar U respecteer ook onze keuze om het zelf te willen doen.
Het doet U oneindig veel verdriet, maar U respecteert het, en wacht …
Welk een liefde ligt er ook in dat wachten.
Hoe moeilijk moet dit ook voor U zijn, kunnen helpen, willen helpen, maar niet mogen helpen omdat de ander Uw hand wegduwt en het niet wilt.
O Vader, ik ken slechts een kleine fractie van die pijn en dat verdriet als ouder.
Maar bij U, het gaat zoveel dieper, is zoveel groter, omdat U de reikwijdte van alles kent, van wat wij onszelf aandoen en te kort doen.
Heere, Vader God, ik bid U voor een ieder die Uw hulp nodig heeft; of ze U nu kennen of niet.
Heere, allemaal zullen we op de juiste tijd hulp van U ontvangen als wij onze hulp zoeken bij U.
U laat niemand in de kou staan.
Uw liefdevolle Vaderhart wacht op een ieder die zich buigt en erkent dat hij/zij het zelf niet kan.
En de hemel zal juichen van vreugde bij elk mensenkind dat zich tot U keert.
En de lofgezangen zullen door de hemel klinken bij het getuigenis van hun mond, als zij gaan vertellen over de redding die U heeft gebracht.
Over de hulp, die U heeft geschonken.
Over de liefde van U, die hen staande hield.
O Vader, laat zo Uw liefde door deze woorden heen klinken en mensenharten raken en tot U trekken.
In Jezus' Naam.
- Amen -
Als de grond onder je wegzakt
en je voeten wankelen.
Als je niet meer verder kunt;
en denkt, nu is alles voorbij.
Als de stilte je ziel bijna heeft omhuld
en diepe duisternis haar vergezeld.
Als het leven ondraaglijk wordt
en het einde nabij.
Weet dan,
er is er Eén Wiens liefde
jou staande kan houden
als jij denkt te bezwijken.
Geef je over aan Hem,
Op Zijn hulp kun je rekenen.
Zijn liefde en trouw
zullen niet van je wijken.
Gods rijke zegen en een liefdevolle groet,
had mijn ziel bijna in de stilte gewoond.
Toen ik zei: Mijn voet wankelt,
ondersteunde Uw goedertierenheid mij, HEERE.'
HSV
'Heer, als U me niet te hulp gekomen was,
ik had mijzelf tot de doden moeten rekenen.
Steeds als ik dacht te bezwijken,
hield Uw liefde me staande.'
GNB
Psalm 94:17,18
Er zijn vele momenten in mijn (ons) leven geweest waarvan ik kan zeggen:
‘Heere, als U mij niet te hulp was gekomen, als U niet mijn Helper was geweest, dan …
Steeds als ik dacht te bezwijken, hield Uw liefde mij staande.’
Velen van ons zullen die momenten ook wel kennen van het gevoel hebben niet meer verder te kunnen, er aan onderdoor te gaan, of met de woorden van de Psalmist te spreken, te bezwijken.
Misschien ga jij nu wel door zo’n periode heen, waarin je het gevoel hebt niet meer verder te kunnen en sta je voor je gevoel aan de afgrond en je voelt je voet wankelen.
Eén keer zwikken en je stort die afgrond in …
Je weet wel dat God je Helper is en je weet wel dat Hij voor je zorgt en je kent de Bijbel wel en al die mooie bemoedigende teksten, maar je gevoel zegt je dat het bijna voorbij is en je het einde van je kunnen nadert.
Nog één dingetje en …
Of misschien lees je dit en ken je God helemaal niet.
Ben je hier ‘toevallig’ terecht gekomen omdat je iets zocht of …, en herken je jezelf in deze woorden en is er iets dat je ‘trekt’ om verder te lezen, omdat je zoiets hebt, van ‘ik heb toch niets meer te verliezen’.
Eén ding weet ik zeker, hoe je hier ook bent gekomen en om wat voor reden dan ook, niets gebeurd bij toeval.
God heeft jou hier gebracht om je te vertellen, het zij voor het eerst of voor de zoveelste keer, dat Hij jou ziet!
Jou, je situatie, je pijn, je verdriet, je moeiten, je zorgen, je ellende, ja, alles ziet Hij en Hij kent elk detail van jouw leven.
Niets is voor Hem verborgen.
En vandaag, nu, op dit moment wil Hij jou ontmoeten en jou vertellen dat Hij van je houdt, je wilt helpen en voor jou wilt zorgen.
O, wat wil God graag Degene voor jou zijn als Hij was voor de Psalmist!
Wat verlangt Hij daar naar!
Hij houdt immers zoveel van jou!
Je hoeft het niet te begrijpen hoe dat nu zou kunnen, het is gewoon zo.
Je hoeft er ook niets voor te doen, noch te laten.
Je kunt ook niets doen waardoor Hij meer van je gaat houden en er is ook niets dat je kunt doen, waardoor Hij minder van je gaat houden.
Hij houdt van jou en wil je Helper zijn.
Hij verlangt ernaar om vreugde en vrede te brengen in jouw leven.
Hoop en toekomst.
Voel je zachtjes die hand aan je kin, die hem zachtjes aanraakt?
Nee, het is geen dwingend gevoel, God dwingt niemand om Hem aan te kijken, maar gewoon heel zachtjes als een tinteling, een briesje wind wat langs je hals, je kin, strijkt.
Kijk omhoog, naar boven en niet meer naar de grond; daar is geen hulp.
Nee, kijk omhoog en zie Hem.
Hij zal Zich op de één of andere manier aan jou laten zien.
Een zonnestraal, een vlinder, een vogeltje, een duif.
Een belletje, een kaartje, een mailtje, deze woorden, de Bijbelverzen hierboven …
God is een God die ook door anderen en andere dingen Zich laat zien.
Zijn hulp komt soms op de vreemdste manieren en op een tijdstip dat je het niet, of niet meer, verwacht.
Maar Hij komt!
Het is echter aan jou de keus of je die toegestoken hand wil vastgrijpen of niet.
God zal je niet dwingen, al heeft Hij nog zoveel verdriet om een ieder die Zijn hand wegduwt in plaats van vastgrijpt.
Hoeveel pijn en verdriet het Hem ook doet, Hij zal je keuze respecteren en geduldig blijven wachten tot je het opgeeft met zelf te vechten en je Zijn hand vastgrijpt, zodat Hij je uit die kolkende woeste golven, die je dreigen te verdrinken, kan trekken.
Hij wil je schoonwassen met het bloed van Zijn Zoon, Jezus, Die voor al jouw zonden is gestorven en Hij wil je Zijn mantel van verlossing, van bevrijding, van gerechtigheid, aandoen.
Zijn Geest wil Hij je geven om in je te wonen, zodat je nooit en ook nooit meer alleen zult zijn, want Hij is altijd in je.
Zijn Geest zal je kracht zijn, je troost, je sterkte, je bijstand, je onderwijzer.
Zijn Geest zal je binnenste vullen met vrede, een vrede die alle verstand te boven gaat.
Een vrede die van God Zelf komt.
Een vrede, niet zoals de wereld hem kent, maar alleen zoals Jezus hem kan geven.
Nee, je problemen zullen niet in één keer weg zijn of opgelost, maar je zult er niet meer alleen doorheen hoeven te gaan en de lasten zul je niet meer alleen hoeven te dragen, want Hij zal je Helper zijn.
Zijn liefde zal je staande houden.
Ook al denk je dat je zult bezwijken, Hij zal je nooit meer te dragen geven dan je aankunt.
En met alle moeiten, zorgen, problemen, pijn en verdriet, zal Hij ook voor de uitkomst zorgen.
Het enige dat Hij van jou vraagt is geloof en vertrouwen.
Kom, Hij wacht.
Lieve Vader in de hemel.
O, wat verlangt U ernaar dat wij met alles naar U toe komen.
Met al onze zorgen, onze beslommeringen, onze moeiten en pijnen, ons verdriet.
Ach, Heere, met alles.
Niets is voor U te min of te klein, want Uw liefde voor ons is zo oneindig groot, dat alles wat ons aangaat of ons betreft, U in het hart raakt.
Maar U respecteer ook onze keuze om het zelf te willen doen.
Het doet U oneindig veel verdriet, maar U respecteert het, en wacht …
Welk een liefde ligt er ook in dat wachten.
Hoe moeilijk moet dit ook voor U zijn, kunnen helpen, willen helpen, maar niet mogen helpen omdat de ander Uw hand wegduwt en het niet wilt.
O Vader, ik ken slechts een kleine fractie van die pijn en dat verdriet als ouder.
Maar bij U, het gaat zoveel dieper, is zoveel groter, omdat U de reikwijdte van alles kent, van wat wij onszelf aandoen en te kort doen.
Heere, Vader God, ik bid U voor een ieder die Uw hulp nodig heeft; of ze U nu kennen of niet.
Heere, allemaal zullen we op de juiste tijd hulp van U ontvangen als wij onze hulp zoeken bij U.
U laat niemand in de kou staan.
Uw liefdevolle Vaderhart wacht op een ieder die zich buigt en erkent dat hij/zij het zelf niet kan.
En de hemel zal juichen van vreugde bij elk mensenkind dat zich tot U keert.
En de lofgezangen zullen door de hemel klinken bij het getuigenis van hun mond, als zij gaan vertellen over de redding die U heeft gebracht.
Over de hulp, die U heeft geschonken.
Over de liefde van U, die hen staande hield.
O Vader, laat zo Uw liefde door deze woorden heen klinken en mensenharten raken en tot U trekken.
In Jezus' Naam.
- Amen -
Als de grond onder je wegzakt
en je voeten wankelen.
Als je niet meer verder kunt;
en denkt, nu is alles voorbij.
Als de stilte je ziel bijna heeft omhuld
en diepe duisternis haar vergezeld.
Als het leven ondraaglijk wordt
en het einde nabij.
Weet dan,
er is er Eén Wiens liefde
jou staande kan houden
als jij denkt te bezwijken.
Geef je over aan Hem,
Op Zijn hulp kun je rekenen.
Zijn liefde en trouw
zullen niet van je wijken.
Gods rijke zegen en een liefdevolle groet,
Rita
Abonneren op:
Posts (Atom)


