Posts tonen met het label vergeven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vergeven. Alle posts tonen

zondag 23 juni 2013

Week 26 - Berouw

'Ik, Ik ben het Die uw overtredingen uitdelgt omwille van Mijzelf,
en aan uw zonden denk Ik niet.'
HSV

'Ik ben je niets verplicht, maar dan ook niets.
Het is pure goedheid dat Ik je opstandigheid vergeef,
niet terugkom op je zonden.'
GNB

Jesaja 43:25


Drie dingen komen in mijn gedachten, namelijk een woord van David: ‘Ik ken mijn overtredingen; mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.’ (Psalm 51:5), een filmpje van Carman genaamd ‘The courtroom’ en een tekst uit Micha (Micha 7:19b) waar staat: ‘…, ja, U zult al hun zonden werpen in de diepten van de zee.’

De eerste tekst is verbonden met de titel/thema, het filmpje en de tekst uit Micha met de tekst en wat er op het kalendertje staat.

Wat er op het kalendertje staat komt op het volgende neer: Als wij dicht bij God wandelen, zullen de inspanningen van de aanklager te vergeefs zijn, want God zal Zich onze zonden niet herinneren tegen de tijd dat de boze in de hemel komt met zijn aanklachten tegen ons.

Berouw

‘Ik ken mijn overtredingen; mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.’
Ik heb hier al weleens vaker over geschreven, het is een tekst die mij diep raakt; die mij wijst op het belang van belijden en berouw hebben.
Deze Psalm heeft David geschreven nadat de Profeet Nathan hem gewezen had op zijn overspel met Bathseba en zijn aandeel in de dood van Uria. (2 Samuël 11)

Deze Psalm wordt ook wel een boetpsalm genoemd.
Een Psalm waarin David zijn schuld erkent, belijdt en smeekt om vergeving.
David heeft niet alleen maar spijt van wat hij heeft gedaan.
Het is bij hem geen kwestie van: ‘sorry, Heer, ik heb iets gedaan wat niet mocht, maar wilt U mij vergeven,’ maar er is er sprake van diep en oprecht berouw over zijn zonde.

Hoewel spijt en berouw ook naar elkaar verwijzen als je kijkt naar wat ze betekenen, toch is er weldegelijk een verschil het ergens spijt van hebben en berouw hebben.
Spijt is het gevoel hebben dat je iets niet had moeten doen; het jammer vinden omdat je iets verkeerd hebt gedaan.
Berouw is naast (erge) spijt over iets dat je verkeerd hebt gedaan ook boetvaardigheid, inkeer, bekering, hartknaging.
En deze woorden, deze betekenissen, vind je niet terug bij spijt.
Mijns inziens gaat berouw dieper dan spijt; ben je met berouw altijd bewust van de diepte van je zonde, terwijl spijt meerdere kanten op kan.
We zeggen soms zo makkelijk ‘het spijt me’, maar spijt het ons dan werkelijk?
Hebben we dan ook spijt in de zin van berouw over wat we verkeerd hebben gedaan?

Als ik iemand vergeten ben om een mailtje te sturen terwijl ik het belooft had, dan zeg ik ‘sorry, het spijt me; vergeef me’, maar doorgaans houdt het daar bij op.
Tenzij het heel belangrijk was en het misschien de ander schade berokkent heeft of emotioneel heel erg raakt, dan kan het zijn dat het diep in mijn hart gaat knagen en mijn spijt verandert in berouw.
Dan is er ook geen ‘sorry, het spijt me’ meer naar die ander toe, maar vanuit een diepe pijn vanuit mijn hart, in alle ootmoed en nederigheid, bekennen; ik ben fout geweest, dit had niet mogen gebeuren. Ik zie wat het je doet, gedaan heeft, en het doet mij pijn en verdriet. Ik zal er alles aan doen zodat het niet weer gebeurt.

Het is vanuit deze hartsgesteldheid dat David naar God toegaat en deze woorden spreekt.
Ik ken mijn overtredingen; o, hij besefte zo goed wat hij had gedaan.
Mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen; hij kon aan niets anders meer denken dan aan wat hij verkeerd had gedaan en alleen als God hem zou vergeven, zou hij weer verder kunnen.
David besefte dat wat hij had gedaan scheiding had gebracht tussen hem en God en hij kon niet meer verder voordat God hem zijn zonde zou vergeven.
Het is geen goedkoop ‘het spijt me, God’, maar een berouw vanuit het diepst van zijn hart.
Hij wist dat hij verkeerd was geweest.
Hij wist wat hij verkeerd had gedaan.
Hij kon het bij name noemen; ook al was het pas nadat de profeet Nathan hem erop gewezen had.
Hij accepteerde Gods straf.

Hieraan kunnen we ook zien dat God soms andere mensen gebruikt om ons op onze zonde te wijzen.
Diep in ons hart kunnen we weten dat iets niet goed is, maar ons er tegelijk voor afsluiten.
God kan dan door andere heen ons terechtwijzen.
Dit omdat Hij weet dat het ons anders steeds verder van Hem verwijdert en dat wil Hij niet.
Hij houdt zo onnoemelijk veel van ons, dat Hij van Zijn kant er alles aan gedaan heeft, en doet, om de relatie tussen Hem en ons in orde te houden.
Maar Hij verlangt ook van ons dat wij doen wat Hij van ons vraagt.

David betaalde een hoge prijs voor zijn overspel met Bathseba.
Het zoontje dat geboren werd uit dit samenzijn, stierf.
Maar ook voor de rest van zijn leven had dit overspel met Bathseba gevolgen.
Je kunt het nalezen in (2 Samuël 12)

Het zijn deze woorden van David die mij tot nadenken hebben gestemd over hoe het ervoor staat met mijzelf.
Hoe zit het met mij, met mijn berouw, of voel ik alleen maar spijt over mijn zonde?
Knaagt mijn hart over mijn zonde?
Brengt mijn zonde mij tot inkeer, tot bekering van?

Soms kan mij dit dwars zitten, ervaar ik eigenlijk helemaal geen berouw over de zonden die ik doe.
Ja, als ik echt iets specifieks weet, dan komt dat echte diepe berouw om de hoek, maar gewoon zo, na een gewone dag, zonder opzienbarende gebeurtenissen, dan belijd ik aan Hem dat ik gezondigd heb, maar dat ik soms eigenlijk niet eens weet welke zonden ik heb gedaan.
Ik belijd, omdat ik weet dat ik zonden ontvangen en geboren ben.
En dan ben ik zo blij met weer andere woorden van David uit Psalm 19:13, ook die heb ik vaker genoemd: ‘Zuiver mij van mijn verborgen zonden, want iedereen maakt fouten  zonder het te weten.’

Ik weet, de Here Jezus is voor mijn (onze) zonden gestorven aan het kruis op Golgotha.
Ik ben gekocht en betaald met Zijn bloed.
Ik ben vergeven en mijn toegang tot de troon van genade is vrij.
De aanklager kan naar God toe gaan en alles wat ik verkeerd heb gedaan aan God voorhouden, maar het Bloed van de Here Jezus heeft mij gereinigd, en reinigt mij, van alle zonden en de aanklager zal tandenknarsend afdruipen, omdat God mijn zonden niet meer ziet als ik ze beleden heb.
Want als ik gezondigd heb, zal ik mijn zonde ook moeten belijden, anders zal het tussen God en mij blijven staan.
Ik kan geen overspel plegen, of stelen of een moord begaan, en verder leven omdat ik vergeven ben met dat ik Hem heb aangenomen als mijn Heer en Heiland.
Ik kan niet roddelen, verkeerde bladen lezen, computerspelletjes/-pagina’s bekijken zonder dat het scheiding brengt tussen Hem en mij.
Alleen belijden en berouw zullen vergeving geven.

Al met al doen deze woorden van David mij beseffen hoe belangrijk berouw hebben over zonde voor God is en het doet mij mijzelf uitstrekken naar een echt berouwvol hart.
Naar een verlangen dat God mij mijn zonde voor ogen geeft en een oprecht berouw, meer dan een ‘het spijt me, Heer, ik heb het weer verkeerd gedaan’.

Welk een vreugde komt er dan ook, want het is door het offer van Zijn Zoon, onze Here Jezus Christus, dat er vergeving is.
(Zie bijv. Mattheüs 26 en volgende hoofdstukken)

En het is niet zomaar een vergeving, niet een ‘ik vergeef je’ en het komt later als er weer iets verkeerd gaat, terug om opnieuw voor je voeten geworpen te worden.
Het is niet zomaar een vergeving, omdat de ander een bepaalde verplichting naar je heeft.
Het is niet zomaar een vergeving, het is VERGEVING!
Een niet meer denken aan!
Weggedaan in de diepten van de zee! (Micha 7:19b)
Vergeten!
Het is Vergeving uit Genade!
Onverdiend!
Om Zijnentwil!
Pure goedheid!
Pure liefde!
Pure Genade!

Welk een vreugde komt er dan ook, want het is het grootste en mooiste geschenk dat iemand ooit kan geven.
Niets heeft meer waarde, niets is kostbaarder, dan Zijn geschenk van genade aan ons.

Welk een vreugde komt er dan ook, want Hij is onze zonde vergeten.
Ja, echt helemaal vergeten.
Nooit zal Hij meer terugkomen op zonden die zijn beleden en waar Hij vergeving over heeft gegeven.
Nooit meer.
Wij mensen hebben nogal eens de neiging om te ‘vergeven’, maar als er dan weer iets gebeurt het met dezelfde vaart weer iemand voor de voeten te gooien,
Ja, maar toen …
Maar God niet!
Hij vergeeft en vergeet.
Corrie ten Boom zei altijd bij de tekst uit Micha; Hij zet er een bordje bij: ‘Verboden te vissen’.

En zo komt het, dat als wij dicht bij God wandelen, de inspanningen van de aanklager te vergeefs zullen zijn, want God zal Zich onze zonden niet herinneren tegen de tijd dat de boze in de hemel komt met zijn aanklachten tegen ons.
Want dicht bij God wandelen, dicht bij Hem leven, maakt ons bewust van onze zonden en doet ons onze zonden belijden.
En Gods woord zegt dan: ‘Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.’
1 Johannes 1:9


Lieve Vader in de hemel, wat een prachtig woord om het stukje mee te mogen besluiten.
Dank U wel, voor Uw liefde en genade, voor Uw goedheid en Uw trouw.
Mijn woorden schieten te kort, Vader, als ik U wil danken, loven en prijzen om wie U bent en om alles wat U heeft gedaan en doet.
Het is zo onbegrijpelijk.
Zo onvoorstelbaar.
Zo …
Lieve Vader, dank U wel, voor wie U bent; dat U bent die U bent.
Help mij, Vader, om te leren leven naar Uw wil, naar Uw geboden; vanuit mijzelf kan ik het niet.
Help mij ook, als de boze mij steeds opnieuw reeds vergeven zonden voorhoudt.
Laat mij opstaan en hem wijzen op Uw woord waarin U Zelf zegt dat als U vergeeft, U er ook niet meer aan denkt.
Dat U mijn zonden wegdoet in de diepten van de zee.
Hij heeft geen poot om op te staan; laten we ons daar toch van bewust zijn, bewust worden en gaan leven vanuit Uw kracht in ons, vanuit Uw woord.
Dank U, Vader, ik prijs Uw heilige Naam.
Ik loof U, want U bent waardig om mijn lof en aanbidding te ontvangen.
Niet alleen door mijn woorden, maar ook door mijn leven.
Ik wil dicht bij U wandelen, dicht bij U leven.
Help mij daarbij, Vader.
In Jezus’ Naam.

- Amen -


Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Pure goedheid, liefde en genade,
giet Hij uit over mij.
Welk een lessen mag ik leren
met het luisteren naar Zijn stem.
Welk een veilige plek is het gaan
met Hem dagelijks aan mijn zij.

Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Hoe heerlijk is het te mogen weten:
al mijn zonden zijn vergeven.
Welk een liefde en genade
klinkt er door in Zijn stem,
als Hij spreekt en tot mij zegt:
‘Ik ben bij je elke dag van je leven.’

Welk een vreugde
is een leven dicht bij Hem.
Hoe heerlijk is het te wandelen
met Hem aan mijn zij.
Welk een rust en vrede ligt er
in het luisteren naar Zijn stem.
Welk een kracht in het weten:
op al mijn wegen leidt Hij mij!


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 28 april 2013

Week 18 - Belijdenis

'Zie, U vindt vreugde in waarheid in het binnenste,
in het verborgene maakt U mij wijsheid bekend.
Ontzondig mij met hysop, dan zal ik rein zijn,
was mij, dan zal ik witter zijn dan sneeuw.'

HSV

'Maar u verlangt alleen dat ik oprecht ben,
tot in het diepst van mijn ziel;
vervul mij met uw wijsheid
tot in het diepst van mijn hart.
Besprenkel mij,
dan word ik weer rein;
was mij,
dan word ik witter dan sneeuw.'

GNB

Psalm 51:8,9


Psalm 51 heeft David geschreven nadat de profeet Nathan bij hem geweest was en hem gewezen had op zijn overspel met Bathseba en zijn verantwoordelijkheid voor de dood van Uria, de man van Bathseba.
Het verhaal van David en Bathseba kun je lezen in 2 Samuël 11 en 12 t/m vers 25.

Het berouw van David gaat diep, heel diep.
Ik neem even de woorden vanuit Het Boek:

‘Geef mij genade, o God, hoewel ik dat niet heb verdiend.
Laat toch blijken hoe groot Uw liefde en goedheid is.
Wilt U door Uw vergevende mildheid mijn zonden wegdoen?
Reinig mij toch van deze zonde, die een smet op mij werpt.
Ik weet dat ik heb gezondigd; steeds opnieuw gaan mijn gedachten terug naar deze daad, waarmee ik van Uw pad afweek.
Mijn God, ik heb tegen U gezondigd en Uw gebod overtreden.
Wat U er ook over zegt, het is altijd goed en rechtvaardig.
Uw uitspraken zijn altijd zuiver.
Ik weet dat ik vanaf mijn geboorte al een zondaar ben; toen ik werd verwekt, stond al vast dat ik een zondaar zou zijn.’

Als de profeet Nathan tegen David zegt: ‘Die man bent u’, zoekt David geen uitvluchten, maar antwoordt: ’Ik heb tegen de Heer gezondigd.’
‘Mijn gedachten gaan automatisch naar het Paradijs, naar Adam en Eva, naar hun reactie, toen God hen confronteerde met hun zonde.
Hoe anders was hun reactie!
Ja, maar de slang …
Ja, maar de vrouw, die U mij gegeven hebt …
Ja maar …
David niet; ‘Ik heb tegen de HEER gezondigd.’
En in deze Psalm 51 komt heel duidelijk naar voren hoe diep zijn zondebesef is, zijn berouw.
Hij maakte het niet kleiner en niet minder erg dan het was, noch zoekt hij uitvluchten of probeert hij de schuld in andermans schoenen te schuiven.
‘Ja, maar die vrouw; die had daar niet moeten gaan baden, mijn dakterras kijkt uit op haar tuin, zij had …’
Nee, zijn zonde staat hem heel duidelijk voor ogen, steeds opnieuw gaan zijn gedachten terug naar wat hij verkeerd heeft gedaan.

Hoe is dat bij ons?
Als ik naar mijzelf kijk, dan betrap ik mijzelf erop, dat ik toch wel de neiging heb om net als Adam en Eva, uitvluchten te zoeken, de schuld richting een ander te schuiven, in plaats van gewoon gelijk eerlijk toe te geven dat ik fout was.
Als ik bijvoorbeeld mijn geduld verlies met mijn dochter, dan weet ik dat het verkeerd is, maar in gedachten heb ik al vele excuses naar God toe over dat het gewoon niet anders kon, want zij …’
En zo zijn er nog legio voorbeelden te noemen.
… als die andere autobestuurder mij niet had afgesneden met zijn auto, dan had ik niet zo gescholden.
… als die vrouw zich niet zo sexy had gekleed, dan …
… Ja, maar, ik was zo verdrietig, en hij was zo lief voor mij …
… O, als die ander nu maar niet het bloed onder mijn nagels vandaan had gehaald …
Als …
Ja, maar …

Welk een voorbeeld is David dan hier voor ons.
Ja, hij had gezondigd.
Ja, hij had Gods gebod overtreden; wat zeg ik, meerdere zelfs.
Maar toen hij er mee geconfronteerd werd, boog hij zijn hoofd en erkende zijn schuld, zijn zonde.

En dat is waar het deze keer om gaat: het erkennen en bekennen van onze schuld.
Belijdenis doen van onze zonden, zodat we in vrijheid kunnen (gaan) leven.
En dat geldt voor elke zonde!
Hoe diep we het ook hebben weggestopt, onzichtbaar voor de buitenwereld, maar nog steeds aanwezig in dat geheime hoekje.
Willen we ooit in Vrijheid kunnen leven, zullen we elke zonde moeten belijden.
Elk deel van ons leven, zelfs het kleinst hoekje, dienen we in het licht van Gods woord te houden om te zien of er zonde aanwezig is.
We moeten ons dag in, dag uit bewust zijn, bewuster worden, van het feit dat God vreugde vindt in de waarheid, dat Hij verlangt dat wij oprecht zijn, niet zomaar oprecht, maar oprecht tot in het diepst van onze ziel.
Het diepst van onze ziel, tot in het diepst van ons wezen; geen enkel verborgen plekje, geen enkel verborgen hoekje, geen enkel geheim vakje.

God kent ons, Hij doorgrond ons, Hij weet alles van ons.
Niets is voor Hem verborgen, maar Hij verlangt ernaar dat wij onze zonden belijden, klein en groot.
Hij verlangt ernaar dat wij eerlijk en oprecht zijn, de waarheid spreken.
En Hij verlangt dit niet alleen van ons, maar Hij wil ons ook helpen daarbij.
God wil ons, tot in het diepst van ons hart, bekendmaken welke zonde(n) er nog in ons leven is (zijn).
David verlangt daarnaar, en is zich bewust van deze genade van God.

Ik moet ook denken aan Psalm 19:13, waar David bidt om vergeving van zijn verborgen zonden.
David is zich ervan bewust dat God alles van hem weet, dus ook iedere zonde die hij heeft begaan.
God kent veel meer kwaad van ons dan wij van onszelf, zegt Matthew Henri.
Wij vergeten, maar God kan pas vergeten als wij onze zonden hebben beleden.
Dan kan Hij vergeven en vergeten.

Als ik eind van de dag in mijn bed stap, weet ik beslist niet meer wat ik die dag allemaal verkeerd heb gedaan, dus bid ik ook met Davids woorden: ‘HEER, vergeef mij ook mijn verborgen zonden.’
Maar ook vraag ik of Hij mij, als er specifieke dingen zijn, die Hij met name genoemd wil hebben, mij bekend maakt, zodat ik ze kan belijden en Hij kan vergeven.
Want ik verlang ernaar om in vrijheid te leven.
Ik verlang naar een leven waar niets tussen mij en God instaat.
Wat zie ik daarom uit naar de dag dat Hij terugkomt!

Wij hebben thuis een CD van Peter Helms, ik weet niet meer precies welke, maar op één van die CD’s is een lied en één regel daaruit blijft al jaar en dag in mijn gedachten.
Niet elke dag, soms zelfs lange tijd niet, maar met het schrijven komt deze regel weer terug: ‘Schrob mijn leven schoon!’
Deze regel heeft zich vastgezet, niet alleen in mijn gedachten, maar ook in mijn hart.
En er zijn soms van die momenten dat ik vanuit het diepst van mijn hart dit bid: ‘schrob mijn leven schoon, HEER, ja, schrob mijn leven schoon!’
Dan lijkt een ‘gewone reiniging niet voldoende, dan verlang ik naar meer.
Dan verlang ik ernaar om brandschoon te zijn, zodat ik heel dicht in Zijn nabijheid, in Zijn aanwezigheid, kan komen, kan zijn.

David verlangde daar ook naar.
Ontzondig mij met hysop, dan zal ik rein zijn, was mij, dan zal ik witter zijn dan sneeuw.
Ontzondig mij, was mij, dan zal ik rein zijn, witter dan sneeuw!

Verlang jij er ook naar om in Vrijheid te leven?
Verlang jij ook naar een leven dicht in Zijn nabijheid?
Verlang jij ook naar een intiemere, vriendschappelijke relatie met God, zoals David?
Belijd Hem dan je zonden, wacht daar niet mee, en keer je af van verkeerde wegen.
Zonde schept altijd verwijdering tussen God en ons.
We kunnen niet in Gods nabijheid komen als er zonde in ons leven is, deze zal als een onoverbrugbare kloof tussen Hem en ons instaan.
Jezus is de brug geworden door te sterven aan het kruis.
Belijdt en ontvang vergeving.
Belijdt en wordt witter dan sneeuw.
Belijdt en wordt vrij!

 
Ja, lieve Vader, was, schrob mijn leven schoon!
Werp door Uw woord en Geest Uw licht op mijn leven.
Ja, tot in het kleinste hoekje en laat mij zien waar er nog dingen moeten veranderen.
Kom met Uw waarheid in mijn hart.
Open mijn hart voor Uw wijsheid.
Was mij, reinig mij, van alle zonden.
Vergeef mij ook mijn verborgen zonden, opdat er niets tussen U en mij in zal blijven staan.
Leer mij zo te leven in Uw waarheid, dat als ik zondig, Uw Geest mij daar direct bewust van maakt en ik mijn zonden kan belijden.
Kom met Uw Geest van wijsheid tot in het diepst van mijn hart en leer mij, leidt mij.
Laat mijn leven een leven zijn, dat U vreugde geeft.
Leer mij daarom in Uw waarheid te wandelen en maak mij eerlijk en oprecht tot in het diepst van mij ziel.
In Jezus’ Naam.


– Amen –


O Heer, niets is mooier,
niets is beter,
niets is begerenswaardiger,
dan in Vrijheid te leven.

Vrij van elke aanklacht,
van elke schuld,
van elke zonde
ooit door mij bedreven.

Leid mij daarom, Heer,
in Uw waarheid,
leer mij
en geef mij wijsheid van hart.

Doe mij onderkennen
elke zonde,
elke smet,
die deze vrijheid tart.

Ik verlang te belijden, Heer,
alles wat er staat
tussen U en mij.
Vergeef mij; was mij rein!

Het is mijn diepst verlangen,
U te eren, U te dienen,
voor U te leven.
O God, van U alleen wil ik zijn.


©Rita Klapwijk

zondag 4 november 2012

Week 45 - Terugkerende zegen

Vergeld geen kwaad met kwaad of laster met laster,
maar zegen daarentegen, omdat u weet dat u daartoe geroepen bent,
opdat u zegen zult beërven.
HSV

Vergeld geen kwaad met kwaad, en als u wordt uitgescholden, scheld dan niet terug; zegen juist, opdat u ook zelf zegen ontvangt, want daartoe bent u geroepen.
NBV

1 Petrus 3:9

‘Vergeld geen laster met laster,
noch kwaad met kwaad.’
Maar, Heer,
weet U wel wat mij is aangedaan;
hoe gruwelijk was niet hun daad?

‘Vergeld geen laster met laster,
noch kwaad met kwaad.’
Maar, Heer,
weet U wel wat men over mij heeft gezegd;
hoe hun woorden mij hebben geschaad?

‘Vergeld geen laster met laster,
noch kwaad met kwaad.’
Maar, Heer,
weet U wel hoeveel pijn en verdriet men mij doet;
met hun woorden en daden, hun grenzeloze haat.

‘Vergeld geen laster met laster,
noch kwaad met kwaad.’
Maar Heer,
weet U wel …

Ja, Mijn kind ik weet het,
Ik heb weet wat jou is overkomen,
wat jou is aangedaan.
Ik was erbij
en heb net als jij
alles ondergaan.

Kijk eens naar Mijn handen en voeten,
naar de littekens op Mijn hoofd, en in Mijn zij.
Kijk eens naar de wonden in  Mijn hart
door de woorden die gesproken zijn over Mij.
Kijk eens naar hoe men Mij heeft gehaat,
wat het gevolg was van hun razernij.

En was ook jij niet één van hen?
Zag ik jou ook niet ergens staan?
Misschien niet zo zichtbaar, zo duidelijk,
maar …, heb jij nooit iets verkeerds gedaan?

Ik heb jou vergeven, Mijn kind.
Al je zonden, al je ongerechtigheden.
Vergeef zoals Ik jou vergeven heb,
en bid zoals ik voor jou heb gebeden.

Vergeld geen laster met laster,
noch kwaad met kwaad.
Zegen, want daartoe heb Ik je geroepen;
zegen, en ontvang Mijn zegen.
Wees vrij, omdat je in Mijn voetspoor gaat.

In de Bijbel wordt er op verschillende plaatsen gesproken over geen kwaad met kwaad vergelden of die richting uit.
Leviticus 19:18 – Je mag geen wraak nemen of wrok koesteren, maar je moet je naaste liefhebben als jezelf.
Spreuken 24:29 – Niet met gelijke munt terugbetalen.
Mattheüs 5:39 – De rechterwang toekeren.
Romeinen 12:17 – Het goede voor hebben met alle mensen.
1 Korinthe 6:7 – Beter onrecht lijden, te kort laten doen, dan verliezers zijn.
1 Thessalonicenzen 5:15 – Altijd het goede najagen, voor elkaar, voor allen.
Spreuken 20:22 – Wacht op de Heere, Hij zal je verlossen, helpen, bevrijden, voor je opkomen.

Ik weet niet hoe het met jou is, maar ik vind dit niet één van de makkelijkste dingen om te doen.
Soms gaat er een enorm gevecht aan vooraf voordat ik mijn trotse hoofd buigt voor Zijn woord en gaat mijn ‘Maar, Heer, weet U wel …’ heel wat keren naar boven.
Toch weet ik uit ervaring, dat om vrij te zijn, ik moet vergeven en geen kwaad met kwaad moet vergelden.
Door hetzelfde te doen als de ander verbindt je je als het ware aan de ander, kom je op zijn/haar niveau.
Onze reactie op wat een ander zegt of doet, bepaalt wat de gevolgen zullen zijn, niet alleen voor de ander, maar ook voor onszelf.
Als we met gelijke munt terug betalen zal het misschien even opluchten en voldoening geven, maar het maakt ons niet los van wat ons is aangedaan.
Het zal blijven terugkomen in ons denken en als het ware wortel gaan schieten en groeien.
Boosheid en bitterheid zullen ons hart gaan vullen, waardoor er steeds minder plaats zal zijn voor God en Zijn woord.
Het zal een venijnige plek zijn, als een angel in je vlees; als onkruid en gif ons leven doorwoekeren en ons roven van alle blijdschap, vreugde en vrede.
Gods woord zegt ons, dat het ons maakt tot verliezers.
Daarnaast zondigen we ook, want we gaan in tegen Gods wil.

God heeft ons nooit gezegd en beloofd dat ons leven makkelijk zal zijn.
Dat we alleen maar voorspoed en zegen zullen kennen als we de Here Jezus als onze Verlosser aannemen.
Soms zullen we onszelf moeten trainen om dingen te leren.
Eigenlijk is het heel gek, we trainen ons soms suf in de sportschool, of we hebben heel wat over om bepaalde dingen, die we leuk vinden om te doen, onder de knie te krijgen, maar als het gaat om training om Gods wil en woord te leren, onder de knie te krijgen, dan lopen we te zuchten en te steunen en te sputteren.
Paulus zegt in 1 Timotheüs 4:8: ‘Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, maar de godsvrucht is nuttig voor alle dingen, omdat zij de belofte van het tegenwoordige en van het toekomende leven heeft. (HSV)
Met andere woorden: je lichaam trainen heeft slechts beperkte waarde, maar vroom leven, godsdienstig, is in alle opzichten nuttig en waardevol, omdat het een belofte inhoudt voor het leven hier en voor het leven in de eeuwigheid.

De Bijbel staat vol met beloften als wij leven vanuit ontzag voor Hem, vanuit het ons houden aan Zijn wet, aan Zijn woord(en).
De belofte voor een godvruchtig leven ligt onder andere in Mattheüs 25:34: ‘Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn rechterhand zijn: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld.’
God vraagt van ons gehoorzaamheid, maar geeft ons tegelijk prachtige beloften als wij gehoorzaam zijn.

De Here Jezus heeft gehoorzaamheid geleerd door Zijn lijden.
Als wij delen in Zijn lijden, zullen we ook delen in Zijn heerlijkheid. (Rom. 8:17)
Lijden kan dan ook betekenen geen kwaad met kwaad vergelden, geen laster met laster, niet met gelijke munt terug betalen, de rechterwang toekeren, liever onrecht lijden.
De Here Jezus is hierin ons grootste voorbeeld.
Wat hebben wij Hem niet aangedaan!
In woorden, in daden, aan onrecht!
En al wat Hij deed was bidden en zegenen.

‘Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.’

‘Ik bid voor hen.
Niet voor de wereld, maar voor hen, die U Mij gegeven hebt, want zij zijn van U.
En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven, …’

‘Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u.‘

Als Hij, Gods eigen Zoon, gehoorzaamheid moest leren door lijden, waarom wij dan niet?
Laten we ons trotse hoofd buigen voor Zijn wil en ons uitstrekken, net als Jezus, om gehoorzaamheid te leren om zo Zijn wil te doen en te verkrijgen hetgeen ons is beloofd.

Zegen allen die je onrecht aandoen, kwaadspreken over jou, of wat dan ook.
Zegen en ontvang Zijn zegen over jou.




Heer Jezus, als wij in Uw voetspoor willen wandelen, zullen we moeten leven zoals U.
En dat, Here, is niet makkelijk en zeker niet echt aangenaam en populair in deze tijd.
De rechterwang toekeren, liever onrecht lijden dan met gelijke munt terug betalen is de tegenovergestelde boodschap van de wereld, die spreekt over opkomen voor jezelf, de rechten die je hebt, niet over je laten lopen, etc.
Hoe moeilijk is het soms niet om Uw woord boven die van de schreeuwende mensenmassa uit, te horen.
Hoe laten we ons vaak niet meeslepen door onze gevoelens en gedachten, in plaats van wat U zegt in uw woord.
O Vader, en als ik denk aan onze kinderen, aan de boodschap die zij meekrijgen van de wereld.
Hoe er aan hen getrokken wordt door de wereld.
Getrokken aan hun denken, getrokken aan hun zijn, getrokken aan hen in de keuzes die zij moeten maken.
Door de vele echtscheidingen in christelijke gezinnen, kiezen kinderen er maar voor om te gaan samenwonen, want …
Assertief zijn, voor je eigen opkomen, zorgen, is wat ze met de paplepel ingegoten krijgen, waardoor ze het brood van lijden niet meer willen eten.
Waar blijven wij als ouders met ons voorbeeld, Vader.
Vergeef ons, Vader, ons falen en tekortschieten en houdt U onze kinderen vast.
U belooft ons in Uw woord dat U ons zal helpen in en bij alles; help ons om onze kinderen te laten zien dat wij leven vanuit dat rotsvaste vertrouwen in U.
Heer Jezus, zoals U ons voorbeeld bent, laat ons leven zo een voorbeeld zijn, een voorbeeld worden voor onze kinderen; voor de mensen om ons heen.
Dat zij U zullen zien in ons.
De ene keer door wat wij doen, de ander keer door wat wij juist niet doen.
de ene keer door wat wij zeggen, en de andere keer juist door ons zwijgen.
Leer ons, Heer Jezus, zoals U hebt geleerd.
En ik dank U van uit het diepst van mijn hart dat ik weten mag dat ik het niet alleen hoef te doen, maar dat U mij helpt.
Ik dank U en prijs Uw Naam.
U bent waardig te ontvangen alle lof en alle eer.
Van nu aan tot in eeuwigheid.

- Amen –




Zegen,
vergeld geen kwaad
met kwaad.

Zegen,
zodat er niets tussen Mij
en jou instaat.

Zegen
en
wees vrij.

Zegen
en ontvang zegen
van Mij.

©Rita Klapwijk