Posts tonen met het label afhankelijkheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label afhankelijkheid. Alle posts tonen

zondag 22 september 2013

Week 39 - Dagelijkse afhankelijkheid

'En wat betreft zijn levensonderhoud: een voortdurend levensonderhoud werd hem door de koning van Babel verstrekt, een dagelijkse hoeveelheid, tot de dag van zijn dood, al de dagen van zijn leven.'
HSV

'In opdracht van de koning van Babel werd dagelijks in zijn onderhoud voorzien, heel zijn leven, tot aan zijn dood.'
WBV

Jeremia 52:34


Het einde van het Kalendertje van Beth Moore is in zicht, nog maar vier bladzijden (waarvan dit er één is) te gaan.
Hierna nog drie weken een stukje en dan …
En dan weet ik het nog niet, al zie ik ook wel even uit naar een rustpauze.
Maar ik laat het aan Hem over, aan wat Hij op/in mijn hart legt, of op mijn pad brengt.


Het is prachtig wat het vers uit Jeremia 52 zegt, maar wat de gegeven tekst ons niet vertelt, is dat hier wel zevenendertig jaren in de gevangenis aan vooraf gegaan zijn.
Jojachin (Jojakin) was de zoon van Jojakim en was door koning Nebukadnezar gevangen genomen.
Na zijn overlijden verleende zijn zoon, die hem opgevolgd was, Jojachin gratie; hij haalde Jojachin uit de gevangenis en gaf hem een ereplaats onder alle koningen die in Babel waren.
Jojachin hoefde geen gevangeniskleding meer te dragen, en at voortaan aan de tafel van de koning van Babel.
Vanaf die dag voorzag de koning van Babel in het levensonderhoud van deze koning tot aan zijn dood toe.

‘Hoewel de nacht van de beproeving heel lang kan duren, moeten we toch niet wanhopen.
De dag zal ten laatste aanbreken.
Jojachin was zevenendertig jaren lang een gevangene, opgesloten, in verachting, sinds hij achttien jaar oud was.
Laten zij van wie de beproevingen langdurig worden, moed putten uit dit voorbeeld.


Het is niet tevergeefs om te hopen en stil te wachten op het heil des Heeren.’

Matthew Henry

‘Laten zij van wie de beproevingen langdurig worden, moed putten uit dit voorbeeld.’
Kunnen wij moed putten uit dit voorbeeld?
Ik vind het heel wat, wat Matthew Henry hier schrijft.
Moed putten uit een voorbeeld waarbij de betreffende persoon zevenendertig jaar in de gevangenis heeft doorgebracht voordat hij uiteindelijk gered werd.
Ik weet niet hoe het bij jou is, maar die zevenendertig jaren liggen me toch wel behoorlijk zwaar op de maag.
Zevenendertig jaar leven in beproeving; of dat nu de gevangenis is waarin Jojachin zat, of wat anders, die zevenendertig jaar is als een enorme berg waar ik tegen aan kijk en die het andere, de redding, wil overheersen.
Woorden als ‘dan hoeft het ook eigenlijk niet meer’; ‘z’n leven is dan toch al meer dan voorbij’ komen op in mijn gedachten, terwijl ik dat in wezen natuurlijk helemaal niet zou menen en ook helemaal niet zo is.

Maar ik weet waar het hier om draait, ik weet wat Matthew Henry bedoelt.
De vraag is: waar kijken we naar als we dit lezen, waar richten we onze aandacht op, wat laten we de boventoon voeren?
Zijn het die zevenendertig jaren of de redding die toch kwam?
Het hangt ongetwijfeld af van je persoonlijkheid, je karakter, je omstandigheden, hoe je in het leven staat, wat je antwoord zal zijn.
Iemand met een opgeruimd karakter, bij wie het glas half vol is in plaats van half leeg, zal eerder het positieve zien , dan iemand die wat zwaarmoediger is van karakter.
Ook in welke omstandigheden je op dit moment verkeert, kunnen je antwoord beïnvloeden.
Onze gevoelens beheersen vaak hoe we met dingen omgaan of hoe we ergens op reageren.
Maar zoals we allemaal wel weten zijn gevoelens bedrieglijk en kunnen ons blind maken voor de waarheid.
En zoals zo vaak het geval is als het om geloven gaat, komt het aan op welke keuze wij maken.
Kiezen wij ervoor om te zien op die zevenendertig jaar van gevangenschap, of kiezen we ervoor om te zien op de redding die God toch bracht?

Wat laten we overheersen in dit verhaal?
Wat nemen we mee als voorbeeld voor ons eigen persoonlijke leven?
Staren we ons blind op het feit dat God dus iemand zevenendertig jaar in een beproeving kan laten zitten, en willen we zo’n God niet, of zien we dat God nooit iemand vergeet en dat Hij redding brengt?
Erkennen we Zijn grootheid, Zijn macht, Zijn soevereiniteit, volledig of alleen maar op momenten dat het ons voorspoedig gaat?

Gods gedachten zijn niet onze gedachten, en onze wegen zijn niet Gods wegen, Zijn gedachten, Zijn wegen zijn hoger dan onze gedachten en onze wegen. (Jesaja 55:8,9)
Erkennen we dit?
En doen we dat ook als de beproevingen langer duren, laten we zeggen zo’n zevenendertig jaar?

Er staat niets geschreven over hoe Jojachin eraan toe was, hoe het voor hem was al die tijd in de gevangenis, wat zijn gedachten en gevoelens waren toen hij na zevenendertig jaar uit de gevangeis werd gehaald.
Er staat alleen maar dat hij bevrijd werd en dat hij de rest van zijn leven mocht doorbrengen aan de tafel van de koning.
Voor ons mensen zijn gevoelens, het weten van het hoe en waarom, de achterliggende dingen, zo belangrijk.
Maar God vraagt van ons om Hem gewoon te vertrouwen, altijd en in elke omstandigheid en ongeacht hoe lang dingen duren.
Als Hij langdurige beproevingen in ons leven toelaat, dan past dat in Zijn plan.
En daarin is vaak geen antwoord op het waarom
Geen antwoord op waarom de één zoveel en zolang en bij de ander niets, of ogenschijnlijk nauwelijks iets.
God is God; hoger, groter, machtiger dan wij ons kunnen voorstellen.
Buigen we voor Hem of trotseren we Hem?
Erkennen we Hem of komen we in opstand tegen Hem?
Nederig of hoogmoedig?
Gehoorzaam of ongehoorzaam?

Regelmatig met het schrijven van dit stukje gaan mijn gedachten naar Jozef.
Ook hij rolt van de ene ellende in de volgende ellende.
Zijn veilige en bevoorrechte leventje als lievelingetje van zijn vader verandert drastisch van de één op de andere dag als hij door zijn broers in de put wordt gegooid en vervolgens wordt verkocht als slaaf en uiteindelijk ook in de gevangenis belandt.
Hoeveel jaren gingen er ook niet bij hem voorbij, voordat hij uiteindelijk onderkoning werd?

En Mozes?
Hoelang heeft hij niet in de schapen gehoed van zijn schoonvader voordat hij het volk Israël uit Egypte mocht leiden?

God gebruikt beproevingen, ja, zelfs jaren van beproevingen om Zijn plannen te volvoeren en het is vaak niet aan ons om te begrijpen of te weten waarom.
God vraagt ons om Hem te vertrouwen op grond van wat Hij door alle eeuwen heen heeft gezegd, beloofd en gedaan.
Daarvoor is het  nodig dat we ons bewust zijn, bewust worden, van Zijn grootheid, van Zijn macht, van wie Hij is en van wat Hij heeft gedaan!
Hij is bij ons, ook al ervaren wij dit niet!
Hij zorgt voor ons, ook al zien wij dit niet!
Hij heeft ons de Here Jezus gegeven en met Hem de kracht in ons die Hem deed opstaan uit de dood!

‘… en wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte …’
Efeze 1:19,20

Durven, willen we, in alles afhankelijk te zijn van Hem?
Accepteren we Zijn leiding in en over ons leven, ook als het gaat om dingen die in het geheel niet prettig zijn en soms zelfs jaren voortduren?
Geloven we dat echt alles in Zijn hand is, goede en slechte dagen, en dat Hij daarin en daarbij is, ongeacht wat onze gevoelens zeggen?
Zijn we bereid om ons te onderwerpen aan Hem, de schepper van hemel en aarde en te erkennen dat Hij en Hij alleen HEER is?

‘Laten zij van wie de beproevingen langdurig worden, moed putten uit dit voorbeeld.
Het is niet tevergeefs om te hopen en stil te wachten op het heil des Heeren.’

Ja, laten we er voor kiezen om moed te putten uit dit voorbeeld, want het laat ons zien dat God ons nooit vergeet; nooit zullen we te vergeefs hopen en wachten op Zijn hulp, op Zijn redding.


Lieve Vader in de hemel.
Als we werkelijk gaan zien wie U bent, dan beseffen we pas echt hoe afhankelijk we ook zijn van U.
Dan pas gaan we beseffen hoe nietig en klein wij mensen eigenlijk zijn en hoe bijzonder het eigenlijk is, dat U naar ons omziet.
Dat U, ondanks wat wij doen, wat voor puinhoop wij er ook van maken, voor ons zorgt en ons helpt.
Jojachin deed van alles wat niet goed was in Uw ogen en hij bracht zevenendertig jaar door in de gevangenis, maar U vergat hem niet.
U zag Jozef in de put, maar ook in de gevangenis.
U zag Mozes in de woestijn bij de kudde van zijn schoonvader.
U ziet ons, waar we ons ook bevinden en in elke omstandigheid.
En U zorgt, helpt, leidt, volvoert Uw plannen.
Lieve Vader, leven in dagelijkse afhankelijkheid van U kunnen we alleen als we beseffen, en erkennen, wie U bent en onszelf zien zoals we zijn: zondig en onrein, nietig en klein.
Niet meer dan een stofje, als een bloem in het gras die afvalt en door de wind wordt meegenomen.
En toch, zegt Uw woord ons, heeft U hem bijna goddelijk gemaakt!
Lieve Vader, vergeef ons als we boos en opstandig worden als het leven tegenzit of beproevingen lang(er) duren.
Vergeef ons, open onze ogen voor Uw waarheid en leer ons daarin te wandelen, te leven.
Dat niet ons gevoel, of wat we horen of zien zal regeren in ons hart, maar U, Uw woord, Uw waarheid.
Doe ons beseffen welk een grote kracht U ons heeft gegeven en leer ons om vanuit die kracht te leven.
Uw Geest is in ons! Uw Geest is in ons!
Ik buig mij voor U, Vader, voor wie U bent, voor Uw plannen, voor Uw gedachten, voor Uw wegen.
Dank U wel, dat ik nooit te vergeefs zal hopen en wachten op Uw hulp, op Uw redding!
Dank U wel, Vader, dank U wel!
Ik prijs Uw Naam!

- Amen -


Maak mij, bewust, o Heer,
van wie U werkelijk bent.
Leer mij U kennen zoals ik
U nog nooit heb gekend.

Open mijn ogen, doe mij zien,
de grootheid van Uw macht,
en open mijn oren, doe mij horen,
Uw woorden, vol van kracht.

Doe mij beseffen, o Heer,
wie U werkelijk bent.
En leer mij U te vertrouwen
alle dagen, ja, elk moment.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 30 juni 2013

Week 27 - Afhankelijkheid

'Deze dingen hebben wel een schijnreden van wijsheid, door eigenwillige godsdienst en nederigheid, en verachting van het lichaam, maar ze zijn zonder enige waarde en dienen tot verzadiging van het vlees.'
HSV

'Dat alles heeft wel de schijn van wijsheid met zijn zelfbedachte religie, zijn nederige houding en lichaamskastijding, maar in feite is het van geen enkele waarde en streelt het alleen maar zelfzuchtige neigingen.'
GNB

Kolossenzen 2:23


Na een aardige tijd te hebben zitten worstelen met het onderwerp, de gegeven Bijbeltekst en hetgeen er op het kalendertje staat, realiseer ik me dat het woord ‘afhankelijkheid’ waarschijnlijk helemaal niet zo’n populair woord is.
Misschien kan ik zelfs wel zeggen dat het helemaal geen populair woord is.

Afhankelijkheid, afhankelijk zijn, is in de tijd waarin we leven eigenlijk ondenkbaar als je ook maar enigszins een eigen keuze hebt.
Natuurlijk hebben we niet altijd een keuze.
Er kunnen dingen gebeuren of spelen vanaf de geboorte waardoor we, in meer of mindere mate, ‘gedwongen’ afhankelijk zijn van anderen.
Maar dan nog zien we in deze maatschappij dat alles er op gericht is om, waar mogelijk is, zo min mogelijk afhankelijk te zijn van anderen.
Zelfredzaamheid en zelfstandigheid is een heel belangrijk goed in onze samenleving en  waar iedereen recht op heeft.
Soms lijkt het zelfs wel alsof je door afhankelijkheid, afhankelijk zijn van anderen, minder waard bent.

Als ik ga kijken naar de definitie en de synoniemen van afhankelijk/afhankelijkheid, dan klinkt dat ook inderdaad niet als iets waar je erg vrolijk van wordt.
Definitie: situatie dat je hulp van anderen nodig hebt; het steun of hulpbehoevend zijn van anderen.
Synoniemen o.a.: onzelfstandig, onvrijheid, knechtschap, ondergeschikt, hulpbehoevend, onderworpen.
Nou, laten we eerlijk zijn, niemand wil toch graag ondergeschikt, hulpbehoevend of onderworpen zijn.

Dit alles maakt het voor sommigen dan ook heel moeilijk om te geloven en het verlossende werk van de Here Jezus aan te nemen.
Als het namelijk gaat om het herstel van de relatie tussen God en ons mensen, om redding van ons leven, om vergeving van onze zonden, om het verkrijgen van het eeuwige leven, om verlossing, bevrijding, genezing, vrede …, dan zijn we volledig en totaal afhankelijk van Jezus Christus, Gods eigen Zoon.
Er is namelijk niets dat wij kunnen doen, of laten, dat onze redding/verlossing bewerkt.
Er is niets dat wij kunnen doen, of laten, waardoor onze relatie met God wordt herstelt.
We zijn daarin totaal afhankelijk van de Here Jezus, van Zijn genadegeschenk, van Zijn verlossingswerk, van wat Hij heeft gedaan voor ons.

Menig ongelovige denkt dat hij vrij is en dat gelovigen gebonden zijn.
En misschien is dat ook wel de boodschap die we vaak (ongemerkt) uitstralen.
Je moet Bijbel lezen, je moet naar de kerk op zondag, je moet bidden, je mag dit niet, je mag dat niet …
En hoewel dit natuurlijk niet de boodschap is die door iedereen wordt uitgedragen is het wel de boodschap die het langst blijft hangen.

De gedachten van velen zullen hierbij uitgaan naar de ‘zware’ kerk; hun leven staat immers redelijk bol van alle ge- en verboden.
En dat is ook wel zo, maar toen ik de Evangelische kringen binnenkwam, ontdekte ik langzaam aan, dat zij op sommige fronten net zo wettisch waren als waar zij de ‘zware’ kerken van beschuldigden; alleen op heel andere gebieden.
En veelal hadden/hebben ze het niet eens door.
Ik ervoer het soms alsof ik ontsnapt was aan het ene wettische gebeuren en het volgende er voor in de plaats was gekomen.
Inmiddels heb ik daar redelijk mijn weg in gevonden, maar soms blijft het lastig.

Op de een of andere manier lijkt het dus bijna in de mens te zitten om iets te moeten doen.
Ook zomaar iets aannemen van iemand zonder iets terug te doen, is schijnbaar heel erg moeilijk.
Geef iemand iets cadeau, doe iets voor iemand, … en hij/zij voelt zich vaak verplicht om op de één of andere manier iets terug te doen.
Soms lijkt dat ook zo het geval te zijn in ons geloof.
We ontvangen van de Here Jezus verlossing en we leggen onszelf vervolgens vaak nog weer allerlei dingen op wat wij dan weer voor Hem ‘moeten’ doen.
En negen van de tien keer zijn het door ons mensen zelf verzonnen dingen.

Dit lijkt ook het geval te zijn in Kolosse, want Paulus waarschuwt deze gemeente voor misleidende ideeën van mensen (vers 8) en hij zegt verderop:
‘Trek u dus niets aan van kritiek als het gaat om eten en drinken, het vieren van feestdagen, Nieuwe Maan of sabbat. (vers 16)

Blijkbaar houden de Kolossenzen er anders dan andere gebruiken op na wat betreft eetgewoonten of godsdienstige gebruiken.
Paulus zegt hen echter dat ze zich niets aan moeten trekken van wat mensen daarover zeggen, maar dat ze zich in alles moeten richten op de Here Jezus.

Dingen kunnen soms heel vroom en godsdienstig lijken; we kunnen onder de indruk raken van de discipline die sommige mensen hebben, maar dit wil nog niet zeggen dat iedereen het precies zo moet doen.
Het gaat niet om de middelen, het gaat om het doel en het doel is de Here Jezus.
Het gaat er niet om wat mensen zeggen, het gaat om wat Jezus zegt.
Of zoals op het kalendertje staat: Gods woord gaat niet over onze wil, maar over die van Hem.

Door onze zondige natuur zijn we niet in staat om vanuit onszelf te leven zoals Hij het van ons vraagt.
We kunnen onszelf van alles aanleren en/of een enorme discipline opleggen, regeltjes en zo gebruiken, de vraag is dan echter: wie volgen we dan nog, en wie eren we daarmee?
Zoals we afhankelijk zijn van de Here Jesus voor onze redding, zo zijn we ook van Hem afhankelijk als het gaat om te leven zoals Hij.

Als ik nog eens naar de definitie en de synoniemen kijk van het woord afhankelijkheid, en dit plaats in het licht van afhankelijk zijn van Jezus, van God, dan krijgt dit woord een heel andere betekenis.
Daar waar afhankelijkheid in deze wereld vaak een teken van zwakte is, is het in het geloof juist andersom.
Hoe meer wij afhankelijk zijn van God, hoe meer Hij juist met Zijn kracht door ons heen kan werken.
Jezus deed niets zonder toestemming van Zijn Vader.
Hij deed niets wat Hij Zijn Vader niet had zien doen.
Hij zegt zelfs: Ik kan van Mijzelf niets doen. (Johannes 6:30)
Hij leefde in volle afhankelijkheid van Zijn Vader.
Het was juist daardoor dat Hij was Die Hij was en kon doen wat Hij moest doen.
Als wij ook willen worden, willen zijn, die Hij ons bestemd heeft te zijn, dan zullen wij moeten leren leven in afhankelijkheid van Hem.

Afhankelijk zijn van God, is beseffen dat je hulpbehoevend bent, dat je het zonder Zijn hulp op geen enkel front, zelf kan.
Beseffen dat je de Here Jezus nodig hebt, Zijn lijden en sterven, Zijn opstanding, Zijn teruggaan naar de Vader, de door Hem beloofde Heilige Geest.
Afhankelijk zijn van God, is ook gehoorzaam zijn, Zijn wil zoeken boven die van jezelf.
Afhankelijk zijn van God, is sterven aan onszelf, Hij moet wassen, ik moet minder worden.
Afhankelijk zijn van God, is ook vrij zijn, geborgen zijn, vrede hebben, een koningskind zijn.
Vrij, want we hoeven het zelf niet meer te doen.
Geborgen, want Hij zorgt voor ons.
Vrede, want we rusten in Hem.
Koningskind, want we zijn kinderen van de Allerhoogste.

Afhankelijk zijn van God, van Jezus, van de Heilige Geest in ons, is geen teken zwakte, maar is juist onze kracht.
Want de kracht die vrijkwam toen Jezus opstond uit de dood, is onze kracht.
Zijn kracht wordt ten volle openbaar in onze zwakheid.


Lieve Vader in de hemel.
Wij mensen willen zo graag onafhankelijk zijn, dat we U zelfs vaak aan de kant duwen en als kleine kinderen klinken: ‘Ikke zelluf doen.’
Het ergste is, Vader, dat we ons er vaak ook nog niet eens van bewust zijn, totdat we stuklopen en moeten erkennen, we hebben het weer uit eigen kracht proberen te doen.
Vergeef ons, Vader, vergeef ons dat we vaak wel weten wat we moeten doen, maar het toch niet doen.
Ook hierin, Lieve Vader, zijn we ook afhankelijk van U, dat U ons helpt en leert.
Dank U wel, voor Uw geduld met ons.
Dank U voor Uw liefde voor ons.
Dank u voor Uw vergeving, iedere keer weer.
Help ons, Vader, om te leren leven in (volkomen) afhankelijkheid van U.
Niet mijn wil, maar Uw wil.
Niet wat mensen zeggen, maar wat U zegt.
Niet wat fijn en aangenaam is, maar wat goed is.
In Jezus’  Naam.

- Amen -


Ik heb een heerlijk vooruitzicht,
een wonderschone toekomst is wat mij wacht.
En in het leven hier op aarde,
ben ik sterk en vol van kracht.

Als ik moe ben,
word ik opgebeurd;
als ik geen kracht meer heb,
word ik weer sterk gemaakt.
Als ik niet weet waar ik heen moet gaan,
wordt mij de weg gewezen
en heel de weg die ik dan ga,
wordt over mij gewaakt.

Als ik verdrietig ben,
word ik liefdevol getroost.
Als ik niet meer verder kan,
opgetild en gedragen.
En als ik het allemaal niet meer weet,
het donker is om mij heen,
zelf geen uitkomst zie,
mag ik alles vragen.

Als ik bang ben,
is er een veilige plek.
En als ik wanhopig ben,
een toevluchtsoord.
Als stormen komen in mijn leven,
mijn schreeuw om hulp klinkt,
wordt elke schreeuw
gehoord.

De wereld noemt het zwakte,
ziet het als gebondenheid.
Misschien zelfs als blamage,
ondergeschikt en onzelfstandigheid.

Maar ik weet mij geborgen
in Zijn sterke hand.
Afhankelijk zijn van Hem
is juist mijn kracht en sterkte,
want Hij brengt mij veilig thuis
in mijn hemels Vaderland.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita