Posts tonen met het label vrede. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrede. Alle posts tonen

zondag 9 december 2012

Week 50 - Vrede

En doe boven dit alles de liefde aan, die de band van de volmaaktheid is.
En laat de vrede van God heersen in uw harten, waartoe u ook in één lichaam geroepen bent; en wees dankbaar.
HSV

En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt.
Laat in uw hart de vrede van Christus heersen, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam.
Wees ook dankbaar.
NBV

Kolossenzen 3:14, 15


Liefde en vrede

Je maakt mijn hart licht
en vult het met blijdschap
en vreugde.
Donkere wolken verdwijnen
als jij je openbaart
in mijn leven.
Niets kost mij nog moeite;
het lijkt wel of ik vleugels heb
en of ik mij over alles
kan verheugen.
Met jouw binnenkomst
is mij het mooiste
van de hele wereld
gegeven.

Je bent echter ook
heel kwetsbaar
en makkelijk te bezeren.
Dan wordt de plaats
van vreugde
door pijn en verdriet
ingenomen.
Weg zijn de vleugels,
weg de blijdschap;
niets schijnt mij nog te
kunnen verheugen.
Met alle teleurstelling
zijn er vele vragen
en onzekerheden
mijn leven binnen
gekomen.

Mijn hart is geneigd
om uit te halen,
vergelding te zoeken,
aan de kant te zetten,
weg te doen, dat,
wat de oorzaak is van
al mijn pijn en verdriet.
Maar daar is ook het kruis,
daar zijn doorboorde handen
en doorboorde voeten.
Een mens, die uit liefde
voor mij,
het leven liet.

Ik bevind mij in
een wirwar van gevoelens.
Alles in mij roept
om rechtvaardigheid.
De vrede in mijn hart
is ver te zoeken,
terwijl ik worstel
en strijd.

Moet ik dan
alles maar bedekken
met de mantel der liefde?
Al hetgeen mij
is aangedaan?
Of is vergeven
een daad van
gehoorzaamheid,
uit liefde voor Hem
om wat Hij voor mij
heeft doorstaan?

Als ik kies om Hem
gehoorzaam te zijn
en net als Hem
te vergeven,
dan bekleed ik mij
met de liefde van Hem
en vult Zijn vrede
mijn leven.

Zo blijft Zijn vrede
heersen
diep in mijn hart
en brengt heling
en genezing
aan elke smart.

Met het nadenken over de bovenstaande teksten ontstond het bovenstaande gedichtje; de ene helft donderdag en de andere helft vrijdag.
Ik probeer voor mijzelf te ontdekken hoe alles met elkaar in verband staat.
De gedachten van een mens kan rare wegen gaan, tenminste, die van mij in elk geval wel.
Toch houdt alles met elkaar verband.
Liefde, gehoorzaamheid, vergeving en vrede.

Het stukje op de kalender spreekt over vrede op de plaats waar Jezus Vorst is, maar dat het ver te zoeken is als wij met een deel van ons leven niet willen buigen voor Gods heerschappij.

Ik was al even bezig geweest met deze dingen, met opzoeken, overdenken, wat opschrijven en vaak is er dan een moment dat ik even afstand moet nemen van alles wat ik al gelezen en genoteerd heb.
Op donderdag, betekent dit voor mij dan dat ik even wat boodschappen ga doen.
En terwijl ik zo in mijn autootje zit met een muziekje aan, laat ik mijn gedachten nog eens over deze dingen gaan.

De opdracht is zo duidelijk: ‘En doe bij dit alles de liefde aan’; ‘kleed u in de liefde’.
Kleed u met de liefde; de liefde dus als een kledingstuk aantrekken.
Alleen, het woordje ‘en’ staat er dan nog voor.
Hm, ook maar even een paar verzen teruggaan.

Het hele gedeelte beslaat Kolossenzen 3:5-17, al zijn natuurlijk de andere verzen er weldegelijk ook mee verbonden.
Het is een gedeelte over de oude en de nieuwe mens, over het nieuwe leven, over ons leven zonder en met Christus.
Vers 5-10 vertelt ons waar we mee af dienen te rekenen nu we Hem kennen; onze oude mens afleggen en de nieuwe mens aandoen.
(oude leefwijze – nieuwe leefwijze)
In vers 12 krijgen we dan al de opdracht om ons – heiligen en geliefden, als uitverkorenen van God – te kleden met innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld.
Vers 13, elkaar verdragend en vergevend, zoals Christus ons vergeven heeft.
Dan pas komt vers 14 – ‘En doe bij dit alles aan …’.

Als uitverkorenen van God, als heiligen en geliefden van Hem, krijgen we van Hem de opdracht om innige gevoelens van ontferming (oftewel diepe bewogenheid, innig medeleven), vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid aan te trekken zoals we ’s morgens onze kleding aantrekken.
Het is dus geen kwestie van wat we voelen of ervaren, maar een bewuste keuze.
Als we opstaan en onze kleding uitkiezen voor die dag, dan is wat we doen (over het algemeen) mede bepalend wat we aantrekken.
Laten we eerlijk zijn, als tuinman ga je niet in je nette pak met stropdas aan het werk en een verpleegster zal niet in avondkleding en hoge hakken op haar werk verschijnen.
Je trekt aan wat bij je werk hoort en past.
Zo zou het ook met ons, kinderen van de Allerhoogste moeten zijn.
Met dat we Hem zijn gaan toebehoren, is ons leven veranderd en daarmee ook onze levenswijze en alles wat daarbij hoort of komt.
We hebben van Hem ‘nieuw werk’ gekregen.
Dit kunnen we niet in ons gewone kloffie doen, daar zullen we ook speciale kleding voor nodig hebben.
Zoals een tuinman of een verpleegster aan zijn/haar kleding te herkennen is, zo dient men ook ons, uitverkorenen van God, te herkennen aan onze ‘kleding’.
Daarbij geeft God ons ook nog de opdracht om verdraagzaam te zijn en om te vergeven zoals wij door Christus vergeven zijn.
En om dit hele plaatje te volmaken, moeten we de liefde aandoen.
De liefde, die de band van de volmaaktheid is.

Toen ik op Internet even aan het kijken was naar de betekenis van ‘de liefde als de band van de volmaaktheid’ kwam ik het volgende erover tegen:
“De liefde is ‘de band van de volmaaktheid’, ‘de band van vrede’, de lijm die de leden van het lichaam samenbindt in Christus.”
(Dit na aanleiding van een stuk over Efeziërs 4:1 t/m 6 over hoe de eenheid van de Geest te bewaren.
Zie: http://gemeente-van-christus.org/preken/Davison/Roy/eenheiddg.html)
De band van de volmaaktheid wordt hier vergeleken met lijm.
Ik vond dat zo geweldig mooi.
Al deze dingen die ik net genoemd heb; ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, verdraagzaamheid, vergeving, al deze dingen moeten als het ware met de ‘lijm’ Liefde aan elkaar worden geplakt en zo met elkaar verbonden zijn en niet van elkaar los te maken.
We zijn als kinderen van Hem, als uitverkorenen, als heiligen en geliefden van God, geroepen om in vrede met elkaar te leven; ook als er verschil van inzichten of meningen zijn.
De liefde van Christus hoort ook dan als een lijm te zijn die ons met elkaar verbindt en ons aanspoort om in vrede met elkaar te wandelen en om te gaan.
Dit staat los van onze gevoelens, maar is een bewuste keuze om te doen wat Hem welgevallig is.
Het is gehoorzaam zijn aan Hem, aan Zijn woord, aan wat Hij van ons vraagt.
Het is doen wat Hij zegt, in praktijk brengen dat wat Christus ons heeft voorgeleefd.
Dat kan betekenen dat we zwijgen in plaats van spreken, de minste zijn, jezelf wegcijferen, doen wat in ons vermogen ligt om relaties goed te houden of te herstellen.
(Over Liefde - Zie: 1 Korinthe 13)

De Here Jezus heeft ons de weg gewezen, heeft ons voorgeleefd.
Zijn woord vertelt ons wat Hij van ons verlangt.
Als we kijken naar wat Hij voor ons heeft gedaan, voor ons heeft over gehad, waarom zijn we dan nog zo vaak ongehoorzaam en laten we ons nog zo vaak leiden door onze oude natuur?

Vrede is wat onze harten zal vullen als Hij Heer is van ons gehele leven.
Een vrede, die alle verstand te boven gaat.
En als we dit alles beseffen, ondervinden, dan kunnen we niets anders dan dankbaar zijn en is de opdracht om dankbaar te zijn eigenlijk ‘gewoon’ een daaruit volgend gevolg.




Lieve Vader in de hemel, ik wil U zo bedanken voor alles wat U mij heb verteld en heb laten zien.
Vergeef mij, waar ik verkeerd handel, daar waar ik nog te kort schiet, waarin ik – nog niet – gehoorzaam ben.
Wijs mij die terreinen in mijn leven aan waar ik het in orde moet maken, met U en/of met of naar een ander.
Maak mij ervan bewust, als ik mij ’s morgens aankleed, om ook mijn ‘andere kleding’, die ik van U heb ontvangen, aan te trekken en help mij om ze ook aan te houden en niet uit te trekken als het mij ‘te heet’ wordt of iets anders te pakken als ik het ‘koud’ krijg.
Laat mij Uw woorden voor ogen houden; leg ze vast in mijn hart.
Dank U, voor Uw genade, Uw liefde en Uw geduld met mij.
Dank U wel, voor wie U bent.
Ik houd van U en prijs Uw heilige Naam.
In Jezus’ Naam.

- Amen -




Liefde,
meer dan
alleen een gevoel.
Soms een keuze
uit gehoorzaamheid
aan God de Vader;
opdat Zijn vrede
zich in ons hart
bevindt.

Liefde.
Innige ontferming
en vriendelijkheid,
nederigheid
en zachtmoedigheid,
aantrekken als kleding,
steeds weer,
als de nieuwe dag
begint.

Liefde,
de band van
de volmaaktheid;
de lijm die ons,
Uw kinderen,
met elkaar
verbindt.

©Rita Klapwijk

zondag 28 oktober 2012

Week 44 - Hulp

'Als de HEERE niet mijn Helper was geweest,
had mijn ziel bijna in de stilte gewoond.
Toen ik zei: Mijn voet wankelt,
ondersteunde Uw goedertierenheid mij, HEERE.'

HSV

'Heer, als U me niet te hulp gekomen was,
ik had mijzelf tot de doden moeten rekenen.
Steeds als ik dacht te bezwijken,
hield Uw liefde me staande.'

GNB

Psalm 94:17,18

Er zijn vele momenten in mijn (ons) leven geweest waarvan ik kan zeggen:
‘Heere, als U mij niet te hulp was gekomen, als U niet mijn Helper was geweest, dan …
Steeds als ik dacht te bezwijken, hield Uw liefde mij staande.’
Velen van ons zullen die momenten ook wel kennen van het gevoel hebben niet meer verder te kunnen, er aan onderdoor te gaan, of met de woorden van de Psalmist te spreken, te bezwijken.

Misschien ga jij nu wel door zo’n periode heen, waarin je het gevoel hebt niet meer verder te kunnen en sta je voor je gevoel aan de afgrond en je voelt je voet wankelen.
Eén keer zwikken en je stort die afgrond in …
Je weet wel dat God je Helper is en je weet wel dat Hij voor je zorgt en je kent de Bijbel wel en al die mooie bemoedigende teksten, maar je gevoel zegt je dat het bijna voorbij is en je het einde van je kunnen nadert.
Nog één dingetje en …

Of misschien lees je dit en ken je God helemaal niet.
Ben je hier ‘toevallig’ terecht gekomen omdat je iets zocht of …, en herken je jezelf in deze woorden en is er iets dat je ‘trekt’ om verder te lezen, omdat je zoiets hebt, van ‘ik heb toch niets meer te verliezen’.

Eén ding weet ik zeker, hoe je hier ook bent gekomen en om wat voor reden dan ook, niets gebeurd bij toeval.
God heeft jou hier gebracht om je te vertellen, het zij voor het eerst of voor de zoveelste keer, dat Hij jou ziet!
Jou, je situatie, je pijn, je verdriet, je moeiten, je zorgen, je ellende, ja, alles ziet Hij en Hij kent elk detail van jouw leven.
Niets is voor Hem verborgen.
En vandaag, nu, op dit moment wil Hij jou ontmoeten en jou vertellen dat Hij van je houdt, je wilt helpen en voor jou wilt zorgen.

O, wat wil God graag Degene voor jou zijn als Hij was voor de Psalmist!
Wat verlangt Hij daar naar!
Hij houdt immers zoveel van jou!

Je hoeft het niet te begrijpen hoe dat nu zou kunnen, het is gewoon zo.
Je hoeft er ook niets voor te doen, noch te laten.
Je kunt ook niets doen waardoor Hij meer van je gaat houden en er is ook niets dat je kunt doen, waardoor Hij minder van je gaat houden.
Hij houdt van jou en wil je Helper zijn.
Hij verlangt ernaar om vreugde en vrede te brengen in jouw leven.
Hoop en toekomst.

Voel je zachtjes die hand aan je kin, die hem zachtjes aanraakt?
Nee, het is geen dwingend gevoel, God dwingt niemand om Hem aan te kijken, maar gewoon heel zachtjes als een tinteling, een briesje wind wat langs je hals, je kin, strijkt.
Kijk omhoog, naar boven en niet meer naar de grond; daar is geen hulp.
Nee, kijk omhoog en zie Hem.
Hij zal Zich op de één of andere manier aan jou laten zien.
Een zonnestraal, een vlinder, een vogeltje, een duif.
Een belletje, een kaartje, een mailtje, deze woorden, de Bijbelverzen hierboven …
God is een God die ook door anderen en andere dingen Zich laat zien.
Zijn hulp komt soms op de vreemdste manieren en op een tijdstip dat je het niet, of niet meer, verwacht.
Maar Hij komt!

Het is echter aan jou de keus of je die toegestoken hand wil vastgrijpen of niet.
God zal je niet dwingen, al heeft Hij nog zoveel verdriet om een ieder die Zijn hand wegduwt in plaats van vastgrijpt.
Hoeveel pijn en verdriet het Hem ook doet, Hij zal je keuze respecteren en geduldig blijven wachten tot je het opgeeft met zelf te vechten en je Zijn hand vastgrijpt, zodat Hij je uit die kolkende woeste golven, die je dreigen te verdrinken, kan trekken.

Hij wil je schoonwassen met het bloed van Zijn Zoon, Jezus, Die voor al jouw zonden is gestorven en Hij wil je Zijn mantel van verlossing, van bevrijding, van gerechtigheid, aandoen.
Zijn Geest wil Hij je geven om in je te wonen, zodat je nooit en ook nooit meer alleen zult zijn, want Hij is altijd in je.
Zijn Geest zal je kracht zijn, je troost, je sterkte, je bijstand, je onderwijzer.
Zijn Geest zal je binnenste vullen met vrede, een vrede die alle verstand te boven gaat.
Een vrede die van God Zelf komt.
Een vrede, niet zoals de wereld hem kent, maar alleen zoals Jezus hem kan geven.

Nee, je problemen zullen niet in één keer weg zijn of opgelost, maar je zult er niet meer alleen doorheen hoeven te gaan en de lasten zul je niet meer alleen hoeven te dragen, want Hij zal je Helper zijn.
Zijn liefde zal je staande houden.
Ook al denk je dat je zult bezwijken, Hij zal je nooit meer te dragen geven dan je aankunt.
En met alle moeiten, zorgen, problemen, pijn en verdriet, zal Hij ook voor de uitkomst zorgen.

Het enige dat Hij van jou vraagt is geloof en vertrouwen.
Kom, Hij wacht.



 Lieve Vader in de hemel.
O, wat verlangt U ernaar dat wij met alles naar U toe komen.
Met al onze zorgen, onze beslommeringen, onze moeiten en pijnen, ons verdriet.
Ach, Heere, met alles.
Niets is voor U te min of te klein, want Uw liefde voor ons is zo oneindig groot, dat alles wat ons aangaat of ons betreft, U in het hart raakt.
Maar U respecteer ook onze keuze om het zelf te willen doen.
Het doet U oneindig veel verdriet, maar U respecteert het, en wacht …
Welk een liefde ligt er ook in dat wachten.
Hoe moeilijk moet dit ook voor U zijn, kunnen helpen, willen helpen, maar niet mogen helpen omdat de ander Uw hand wegduwt en het niet wilt.
O Vader, ik ken slechts een kleine fractie van die pijn en dat verdriet als ouder.
Maar bij U, het gaat zoveel dieper, is zoveel groter, omdat U de reikwijdte van alles kent, van wat wij onszelf aandoen en te kort doen.
Heere, Vader God, ik bid U voor een ieder die Uw hulp nodig heeft; of ze U nu kennen of niet.
Heere, allemaal zullen we op de juiste tijd hulp van U ontvangen als wij onze hulp zoeken bij U.
U laat niemand in de kou staan.
Uw liefdevolle Vaderhart wacht op een ieder die zich buigt en erkent dat hij/zij het zelf niet kan.
En de hemel zal juichen van vreugde bij elk mensenkind dat zich tot U keert.
En de lofgezangen zullen door de hemel klinken bij het getuigenis van hun mond, als zij gaan vertellen over de redding die U heeft gebracht.
Over de hulp, die U heeft geschonken.
Over de liefde van U, die hen staande hield.
O Vader, laat zo Uw liefde door deze woorden heen klinken en mensenharten raken en tot U trekken.
In Jezus' Naam.


- Amen -



 Als de grond onder je wegzakt
en je voeten wankelen.
Als je niet meer verder kunt;
en denkt, nu is alles voorbij.

Als de stilte je ziel bijna heeft omhuld
en diepe duisternis haar vergezeld.
Als het leven ondraaglijk wordt
en het einde nabij.

Weet dan,
er is er Eén Wiens liefde
jou staande kan houden
als jij denkt te bezwijken.
Geef je over aan Hem,
Op Zijn hulp kun je rekenen.
Zijn liefde en trouw
zullen niet van je wijken.

Gods rijke zegen en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 15 april 2012

Week 16 - De toekomst

Mijn plan staat vast: Ik wil geluk en geen ongeluk voorvoor Mijn volk.
Een hoopvolle toekomst beloof Ik.
Telkens als jullie Mij dan om hulp vragen en tot Mij bidden, zal Ik luisteren.
GNB

Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de HEERE.
Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven.
Dan zult u Mij aanroepen en heengaan, u zult tot Mij bidden en Ik zal naar u luisteren.
HSV

Jeremia 29:11,12

Deze woorden van Jeremia zijn prachtige, bemoedigende woorden.
Ook ik heb ze menigmaal gebruikt om mezelf en anderen mee te bemoedigen en/of om aan te geven dat God het beste met ons voor heeft.
En daar geloof ik nog steeds in, alleen geloof ik niet dat dit een boodschap voor ons is waarin ons beloofd wordt dat we op deze aarde een voorspoedig leven zullen leven, als we maar in Hem geloven en Hem trouw en oprecht dienen.

De woorden die Jeremia hier schreef zijn woorden van God voor het volk Israël, dat door Nebukadnezar vanuit Jeruzalem naar  Babel was weggevoerd.
Als ballingen leefde het volk Israël in Babel.
Jeremia was niet meegevoerd naar Babel; de brief aan de leiders onder de ballingen, aan de priesters en profeten en aan allen die naar Babel waren weggevoerd, schreef hij vanuit Jeruzalem.

Maar aan de bovenstaande tekst uit Jeremia 29:11,12 gingen heel andere woorden vooraf.
Als je de bovenstaande tekst lees, en vervolgens wat eraan vooraf geschreven staat, kun je de woorden misschien niet eens met elkaar rijmen.
Want God zegt, bij monde van Jeremia, dat het volk Israël in Babel een bestaan op moet bouwen.
Ze moeten huizen bouwen en erin gaan wonen, de grond bewerken en oogsten.
Ze moeten trouwen en kinderen te krijgen, zich in zetten voor de stad waarheen ze als ballingen door God zijn gebracht.
Ze moeten bidden tot God voor de stad, want als het de stad goed gaat, zal het hen goed gaan.
God waarschuwt het volk om niet te luisteren naar de profeten en waarzeggers die onder hen zijn, want zij spreken niet namens Hem.
Zij spreken de woorden die het volk wil horen, maar het zijn geen woorden die God hen gegeven heeft.
En door Jeremia heen vertelt God Zijn volk dat het nog zeventig jaar in ballingschap zal leven en daarna zal Hij het terugbrengen naar Jeruzalem.

Dan pas komen de woorden: ‘Mijn plan staat vast: Ik wil geluk en geen ongeluk voorvoor Mijn volk. Een hoopvolle toekomst beloof Ik. Telkens als jullie Mij dan om hulp vragen en tot Mij bidden, zal Ik luisteren.‘

Gods plan, Gods gedachten over Zijn volk zijn gedachten, plannen, voor een hoopvolle toekomst voor Zijn volk.
Hij heeft het welzijn van Zijn volk op het oog.
Opnieuw kom ik uit bij het woord van God waarin Hij zegt: ‘want Mijn gedachten zijn niet Uw gedachten, Mijn wegen zijn niet Uw wegen, Mijn wegen zijn hoger dan uw wegen en Mijn gedachten hoger dan uw gedachten …’

Enerzijds zegt God dat Hij het beste met Zijn volk voor heeft, maar daarvóór zegt Hij wel dat ze nog zeventig jaar in ballingschap zullen leven in het land waarheen Hij ze heeft weggevoerd en dat ze daar dus een bestaan moeten opbouwen, door moeten gaan met leven.
God belooft hen echter ook, dat telkens als zij tot Hem bidden en Hem om hulp vragen, Hij zal luisteren.

Door God weggevoerd naar een vreemd land.
Nog zeventig jaar daar in ballingschap leven.
Jezelf moeten inzetten voor een stad waar je vreemdeling ben.
Trouwen en kinderen krijgen in een ver en vreemd land, vreemde grond bewerken. Strook dat met gedachten, plannen van vrede, van geluk, van een hoopvolle toekomst?
God had toch gedachten van vrede over Zijn volk en niet van onheil?
God had toch het geluk van Zijn volk voor ogen en niet hun ongeluk?
Een hoopvolle toekomst wilde Hij hen toch geven?

Het woord van God gaat verder.
(vers 13,14) Wie Mij met hart en ziel zoekt, zal Mij vinden. Ik zal jullie weer naar je land terugbrengen, terughalen uit de landen waarheen Ik jullie verdreven heb. Dat verzeker Ik jullie…

God Zelf had Zijn volk verdreven uit Israël, God Zelf had het volk naar Babel gebracht.
Waarom?
Omdat het ongehoorzaam was en niet naar Hem wilde luisteren.
God zocht het hart van Zijn volk.
Hij verlangde ernaar dat het Hem opnieuw gehoorzaam zou zijn, zal volgen, zou eren, zou dienen.
Hij had al zoveel profeten en dienaars gestuurd, maar ze wilden niet luisteren en gingen door met hun goddeloze praktijken.
God had hen gewaarschuwd dat Hij ze uit hun land zou wegvoeren als zij niet zouden breken met hun kwade praktijken.
God accepteerde (en accepteert) het niet, dat andere goden gediend worden in plaats van Hem. (Jeremia 25:1-14)

God bracht Zijn volk naar Babel om het tot inkeer te brengen.
God wilde dat Zijn volk Hem weer zou zoeken met heel hun hart en ziel.

Het volk ging de weg die naar hun ongeluk leidde en God gebruikte de ballingschap om het weer op de goede weg te brengen, de weg naar vrede, naar geluk, naar een hoopvolle toekomst.
Alleen de weg met God leidt naar een hoopvolle toekomst, naar vrede, naar geluk.
Niet zozeer gekenmerkt door voorspoed, maar door vooruitzicht.

De bemoediging die er voor ons in ligt, in deze woorden van Jeremia tot het volk Israël, is de hoop die wij, als kinderen van God, mogen hebben op een eeuwig leven met Hem.
Het vooruitzicht van een leven zonder pijn en verdriet.
Het vooruitzicht dat Hij al onze tranen zal drogen.
Dat de dood er niet meer zal zijn en zo ook geen rouw meer, geen jammerklacht.
(Openbaring 21:4)

Als er staat, dat God gedachten van vrede over ons heeft en niet van onheil, van kwaad, dan bedoelt God niet dat we alleen een leven van voorspoed zullen hebben, maar dat Hij, van Zijn kant uit, er alles aan zal doen (en gedaan heeft) om ons heil te bewerken, onze redding.
Ja, God heeft gedachten van vrede over ons, plannen van geluk, van een toekomst en hoop ook over ons, maar wel met het uiteindelijke doel dat wij voor eeuwig bij Hem mogen zijn en met Hem mogen leven.
Voor God is het belangrijkste waar wij de eeuwigheid zullen doorbrengen en niet dat het ons hier op aarde zo goed en voorspoedig mogelijk gaat.
Dat is niet Zijn prioriteit!
De plaats waar wij uiteindelijk de eeuwigheid zullen doorbrengen, dat is wat voor Hem het meeste telt.
En op de weg daar naar toe, wil Hij ons helpen, ons leiden; zal Hij ons nabij zijn in welke omstandigheden we ook verkeren.
Op de weg daar naar toe, heeft Hij ons Zijn Heilige Geest gegeven om ons kracht te geven, wijsheid, inzicht, troost.
We mogen elk moment bij Hem komen en om hulp vragen en Hij zal naar ons luisteren.

Vlak voordat de Here Jezus Zijn weg van lijden ging, zei Hij, in Johannes 16:33, tegen zijn discipelen:
‘Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat u in Mij vrede zult hebben.
In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.’

De Here Jezus belooft ons, als we Zijn wegen gaan, niet zozeer een leven van voorspoed, maar eerder het tegenovergestelde, al wil dat niet zeggen dat we als kinderen van Hem alleen maar tegenspoed of tegenslagen zullen hebben; God zegent ons ook met goede en mooie dingen, waar we van mogen genieten en Hem voor danken.
Maar we moeten ook rekening houden met verdrukking en moeilijkheden.
‘Wie Mij wil volgen, neme dagelijks zijn kruis op zich en volg Mij.’
Hem volgen betekent niet een leven van vrede en voorspoed zoals de wereld die biedt.
Hem volgen betekent, naast een vrede ontvangen die elk menselijk verstand te boven gaat en een hoopvolle toekomst, vervolgt worden, uitgelachen, mishandeld, afgewezen, buitengesloten.
En daarin zijn en blijven Gods gedachten over ons, gedachten van vrede en niet van onheil, want Hij wil een ieder van ons toekomst geven, een toekomst en hoop.
Aan ons is de keus of we ons willen onderwerpen aan Zijn plannen.
Laten we daarbij rekening houden met het feit dat ze regelmatig anders zullen zijn dan wat wij aan gedachten hebben over plannen van vrede, van een toekomst en van hoop.
Maar laten we ook nooit vergeten dat God de Almachtige is, de Alpha en de omega, het begin en het einde.
Zijn gedachten zijn niet onze gedachten en Zijn wegen niet onze wegen.
Zo hoog de hemel is boven de aarde, zo zijn Zijn wegen hoger dan onze wegen en Zijn gedachten hoger dan onze gedachten.
Zo spreekt God de Almachtige.
(Jesaja 55:8,9)

- Amen –




Lieve Vader in de hemel, de mens van tegenwoordig heeft vaak de neiging om U alleen te zien als een God van het goede, van liefde, van bewogenheid en daarin is soms weinig tot geen ruimte voor een God van toorn over de zonde, voor een God die toelaat dat Zijn kinderen verdriet hebben, pijn lijden, tegenspoed en tegenslagen hebben, vervolgt worden.
Woorden als gedachten van vrede en niet van onheil worden gebruikt om aan te geven, dat als we maar genoeg geloof hebben, U ons zal zegenen en ons een leven van voorspoed zal geven.
Maar deze woorden, Vader, die U door Jeremia heen sprak tot Uw volk, namen de zeventig jaren, die zij nog in ballingschap moesten doorbrengen, niet weg.
Net zomin U alle hobbels en bobbels weg zult nemen die nog op onze wegen komen, op onze weg naar ons eeuwig Vaderhuis.
De wereld heeft U, Heer Jezus, uitgespuugd.
Ze hebben U uitgelachen, gespot, gehoond.
Verraden, verloochend, geschopt en geslagen, met doornen gekroond, en opgehangen aan een kruis.
De grond was vaak uw bed en een steen Uw kussen.
Rijkdom en voorspoed was niet wat Uw leven, Heer Jezus, tekende.
Hoe zouden wij kunnen delen in Uw heerlijkheid, als wij niet willen delen in Uw lijden?
O Heer, laat ons toch zien voorbij financiële tegenslagen, voorbij de rijkdom van de wereld, voorbij de voorspoed van onze buren en onze blik richten op wat U ons heeft beloofd: ‘een hoopvolle toekomst – voor eeuwig bij U.’
Laat ons beseffen, dat als we in moeilijke omstandigheden verkeren, U gedachten van vrede over ons heeft, maar dat we het nu eenmaal in deze wereld niet altijd even makkelijk zullen hebben.
Tegenspoed en tegenslag betekent niet dat U geen gedachten van vrede over ons heeft, het betekent dat U in elke omstandigheid bij ons bent en we dichter tot U kunnen groeien en onze relatie met U zich kan verdiepen.
Maak ons waakzaam en alert voor de leugens van de boze en geef ons wijsheid en inzicht voor Uw waarheid.
Dank U, lieve Vader, voor de hoopvolle toekomst die mij wacht.
Dank U wel, dat ik mag leven in de wetenschap dat U gedachten van vrede over mij heeft en laat mij in tijden van onheil mijn blik gericht houden op de heerlijkheid die U voor mij hebt bereid.

- Amen –




Jezus beloofde ons niet
een leven van voorspoed;
dat de zon iedere dag
over ons leven zou schijnen.

Hij beloofde ons ook geen leven
zonder zorgen of verdriet;
of dat alle moeiten en zorgen
zomaar zouden verdwijnen.

Maar Hij gaf ons wel de belofte
op een hoopvolle toekomst;
waar Zijn licht en liefde
voor eeuwig zullen schijnen.

©Rita Klapwijk

zondag 19 februari 2012

Week 8 - God niet loslaten

Ga de onstuimige verlangens uit de weg die jonge mensen eigen zijn, en streef naar rechtvaardigheid, trouw, liefde en vrede, samen met allen die oprecht de hulp van de Heer inroepen.
GNB
Maar ontvlucht de begeerten van de jeugd.
Jaag rechtvaardigheid, geloof, liefde en vrede na,
samen met hen die de Heere aanroepen uit een rein hart.
HSV

2 Timotheüs 2:22

Met de bovenstaande woorden roept Paulus Timotheüs (en daarmee ook ons) op om niet in de valstrik te stappen van zinloze discussies, loos gepraat, ruzies of allerlei andere zinloze woordenwisselingen.
(in dit geval gaat het om woorden, maar het omvat natuurlijk veel meer dan woorden alleen)
Op zich zijn discussies natuurlijk helemaal niet slecht of verkeerd, maar ze ontaarden zo gauw in ruzies.
En urenlang discussiëren over geloofszaken brengt mensen vaak in het geheel niet dichter bij God.
Eerder gebeurt het tegendeel en dan missen we nu net ons doel, want onze opdracht luidt: ‘Jaag naar rechtvaardigheid, naar geloof, naar liefde, naar vrede.’

Met deze woorden moet ik automatisch denken aan de tekst uit Kolossenzen 3 vers 2 waar staat: ‘Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn.’
We moeten ons dus richten op de dingen van God en ons niet laten verleiden tot allerlei zaken die ons afhouden van Hem en Zijn dienst.

God verlangt naar ons hart.
Hij ziet uit naar harten die Hem zoeken, die Hem willen dienen en eren.
Hij zoekt harten die Hem willen gehoorzamen.

‘U hebt immers de oude mens met zijn praktijken uitgetrokken en de nieuwe mens aangetrokken, die voortdurend vernieuwd wordt, naar het beeld van zijn Schepper, tot hij de ware kennis bereikt.’
Kolossenzen 3:9,10

Het proces van vernieuwen, van het leren en gehoorzamen, duurt ons gehele leven.
Laten we ons uitstrekken om te leren, om gehoorzaam te zijn, om te groeien.
Laten we jagen naar de dingen die van boven zijn, naar rechtvaardigheid, naar geloof, naar liefde, naar vrede.
In die weg van leren en gehoorzamen zullen we soms onderuit gaan, maar we zullen ook overwinningen behalen.
Het is een weg van vallen en weer opstaan, vallen en weer op staan, tot de dag komt dat we zullen blijven staan.

God heeft ons uitgekozen, we behoren Hem toe, Hij heeft ons lief!
Laten we daarom onszelf aansporen om in alles Hem te gehoorzamen.
We kunnen ons er niet makkelijk van af maken door te zeggen van ‘zo ben ik nu eenmaal’.
Dingen die we aangeleerd hebben, kunnen we weer afleren en dingen die we nog niet geleerd hebben, kunnen we leren.
Slechte gewoonten kunnen we afleren en goede gewoonten aanleren.
Ja, het zal ons waarschijnlijk wat kosten, de ene keer zelfs misschien nog meer dan de andere keer, maar de overwinningen die we daarin behalen zullen ons helpen om nieuwe, goede gewoonten te ontwikkelen.

Zo kunnen we leren om God te gehoorzamen om datgene te doen wat Hem vreugde schenkt en waardoor anderen Hem in ons kunnen zien.

Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk, gekozen om de heilsdaden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis geroepen heeft naar Zijn wonderbaar licht.

Wees nuchter en waakzaam! Uw tegenstander, de duivel, loopt rond als een brullende leeuw, op zoek naar iemand die hij kan verslinden.
Bied weerstand aan hem, vast in het geloof.

1 Petrus 2:9, 5:8,9a




Lieve Vader in de hemel.
Wat beseffen we soms toch weinig wie we zijn in U en de verantwoordelijkheid die daarbij komt.
Wat laten we onszelf soms toch makkelijk verleiden tot, en wat doen we soms toch weinig moeite om Uw woorden na te jagen.
Wat laten we ons toch gauw afleiden door negatieve, minderwaardige of gemakzuchtige gedachten en wat spelen we de boze hiermee geweldig in de kaart en doen we U tegelijkertijd veel verdriet.
Vergeef ons, Vader, dat we zo vaak eerder onze eigen dingen najagen dan de dingen van U.
Ik bid U, dat deze woorden, die nu opnieuw tot ons komen, ons aan zullen sporen om ons meer en meer te richten op wat Uw wil is.
Niet alle dingen, Vader, zijn even makkelijk of moeilijk aan of af te leren, maar met Uw hulp, met de hulp van Uw Geest, zal de nieuwe mens in ons meer en meer gestalte krijgen.
Doe ons daarin beseffen hoe de duivel rondgaat als een briesende leeuw en alle mogelijke moeite zal doen om ons onderuit te halen en/of af te houden van onze gehoorzaamheid aan U.
Laat de wetenschap, dat we behoren tot een koninklijk priesterschap, een uitverkoren geslacht, Uw eigen volk, ons sterken en aansporen om ons ook als zodanig te gedragen en daarnaar te handelen, om zo Uw boodschap van heil uit te dragen in deze duistere wereld, waaruit U ook ons hebt geroepen.

In Jezus ‘Naam.

- Amen –




Heer, ik verlang naar een hart,
dat wil doen die dingen
die U vreugde schenken
en laat die dingen
die U zo krenken.

Ik verlang naar een hart,
dat zal liefhebben
alles wat U liefheeft,
en haat datgene
wat U verdriet geeft.

Ik verlang naar een hart,
dat verlangt om U te dienen
en in alles te eren
en zich verre houdt van alles
wat Uw Naam zou onteren.

Ik verlang naar een hart,
dat rein is en diep geworteld
in Uw woord;
dat U niet loslaat,
maar U in alles toebehoort.

Heer, bewerkt zo de grond
van mijn hart
en maak het rein en puur;
opdat het najaagt
alles wat van boven is,
vol passie en vuur.

- Amen -

©Rita Klapwijk