Posts tonen met het label Gods trouw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gods trouw. Alle posts tonen

zondag 22 september 2013

Week 39 - Dagelijkse afhankelijkheid

'En wat betreft zijn levensonderhoud: een voortdurend levensonderhoud werd hem door de koning van Babel verstrekt, een dagelijkse hoeveelheid, tot de dag van zijn dood, al de dagen van zijn leven.'
HSV

'In opdracht van de koning van Babel werd dagelijks in zijn onderhoud voorzien, heel zijn leven, tot aan zijn dood.'
WBV

Jeremia 52:34


Het einde van het Kalendertje van Beth Moore is in zicht, nog maar vier bladzijden (waarvan dit er één is) te gaan.
Hierna nog drie weken een stukje en dan …
En dan weet ik het nog niet, al zie ik ook wel even uit naar een rustpauze.
Maar ik laat het aan Hem over, aan wat Hij op/in mijn hart legt, of op mijn pad brengt.


Het is prachtig wat het vers uit Jeremia 52 zegt, maar wat de gegeven tekst ons niet vertelt, is dat hier wel zevenendertig jaren in de gevangenis aan vooraf gegaan zijn.
Jojachin (Jojakin) was de zoon van Jojakim en was door koning Nebukadnezar gevangen genomen.
Na zijn overlijden verleende zijn zoon, die hem opgevolgd was, Jojachin gratie; hij haalde Jojachin uit de gevangenis en gaf hem een ereplaats onder alle koningen die in Babel waren.
Jojachin hoefde geen gevangeniskleding meer te dragen, en at voortaan aan de tafel van de koning van Babel.
Vanaf die dag voorzag de koning van Babel in het levensonderhoud van deze koning tot aan zijn dood toe.

‘Hoewel de nacht van de beproeving heel lang kan duren, moeten we toch niet wanhopen.
De dag zal ten laatste aanbreken.
Jojachin was zevenendertig jaren lang een gevangene, opgesloten, in verachting, sinds hij achttien jaar oud was.
Laten zij van wie de beproevingen langdurig worden, moed putten uit dit voorbeeld.


Het is niet tevergeefs om te hopen en stil te wachten op het heil des Heeren.’

Matthew Henry

‘Laten zij van wie de beproevingen langdurig worden, moed putten uit dit voorbeeld.’
Kunnen wij moed putten uit dit voorbeeld?
Ik vind het heel wat, wat Matthew Henry hier schrijft.
Moed putten uit een voorbeeld waarbij de betreffende persoon zevenendertig jaar in de gevangenis heeft doorgebracht voordat hij uiteindelijk gered werd.
Ik weet niet hoe het bij jou is, maar die zevenendertig jaren liggen me toch wel behoorlijk zwaar op de maag.
Zevenendertig jaar leven in beproeving; of dat nu de gevangenis is waarin Jojachin zat, of wat anders, die zevenendertig jaar is als een enorme berg waar ik tegen aan kijk en die het andere, de redding, wil overheersen.
Woorden als ‘dan hoeft het ook eigenlijk niet meer’; ‘z’n leven is dan toch al meer dan voorbij’ komen op in mijn gedachten, terwijl ik dat in wezen natuurlijk helemaal niet zou menen en ook helemaal niet zo is.

Maar ik weet waar het hier om draait, ik weet wat Matthew Henry bedoelt.
De vraag is: waar kijken we naar als we dit lezen, waar richten we onze aandacht op, wat laten we de boventoon voeren?
Zijn het die zevenendertig jaren of de redding die toch kwam?
Het hangt ongetwijfeld af van je persoonlijkheid, je karakter, je omstandigheden, hoe je in het leven staat, wat je antwoord zal zijn.
Iemand met een opgeruimd karakter, bij wie het glas half vol is in plaats van half leeg, zal eerder het positieve zien , dan iemand die wat zwaarmoediger is van karakter.
Ook in welke omstandigheden je op dit moment verkeert, kunnen je antwoord beïnvloeden.
Onze gevoelens beheersen vaak hoe we met dingen omgaan of hoe we ergens op reageren.
Maar zoals we allemaal wel weten zijn gevoelens bedrieglijk en kunnen ons blind maken voor de waarheid.
En zoals zo vaak het geval is als het om geloven gaat, komt het aan op welke keuze wij maken.
Kiezen wij ervoor om te zien op die zevenendertig jaar van gevangenschap, of kiezen we ervoor om te zien op de redding die God toch bracht?

Wat laten we overheersen in dit verhaal?
Wat nemen we mee als voorbeeld voor ons eigen persoonlijke leven?
Staren we ons blind op het feit dat God dus iemand zevenendertig jaar in een beproeving kan laten zitten, en willen we zo’n God niet, of zien we dat God nooit iemand vergeet en dat Hij redding brengt?
Erkennen we Zijn grootheid, Zijn macht, Zijn soevereiniteit, volledig of alleen maar op momenten dat het ons voorspoedig gaat?

Gods gedachten zijn niet onze gedachten, en onze wegen zijn niet Gods wegen, Zijn gedachten, Zijn wegen zijn hoger dan onze gedachten en onze wegen. (Jesaja 55:8,9)
Erkennen we dit?
En doen we dat ook als de beproevingen langer duren, laten we zeggen zo’n zevenendertig jaar?

Er staat niets geschreven over hoe Jojachin eraan toe was, hoe het voor hem was al die tijd in de gevangenis, wat zijn gedachten en gevoelens waren toen hij na zevenendertig jaar uit de gevangeis werd gehaald.
Er staat alleen maar dat hij bevrijd werd en dat hij de rest van zijn leven mocht doorbrengen aan de tafel van de koning.
Voor ons mensen zijn gevoelens, het weten van het hoe en waarom, de achterliggende dingen, zo belangrijk.
Maar God vraagt van ons om Hem gewoon te vertrouwen, altijd en in elke omstandigheid en ongeacht hoe lang dingen duren.
Als Hij langdurige beproevingen in ons leven toelaat, dan past dat in Zijn plan.
En daarin is vaak geen antwoord op het waarom
Geen antwoord op waarom de één zoveel en zolang en bij de ander niets, of ogenschijnlijk nauwelijks iets.
God is God; hoger, groter, machtiger dan wij ons kunnen voorstellen.
Buigen we voor Hem of trotseren we Hem?
Erkennen we Hem of komen we in opstand tegen Hem?
Nederig of hoogmoedig?
Gehoorzaam of ongehoorzaam?

Regelmatig met het schrijven van dit stukje gaan mijn gedachten naar Jozef.
Ook hij rolt van de ene ellende in de volgende ellende.
Zijn veilige en bevoorrechte leventje als lievelingetje van zijn vader verandert drastisch van de één op de andere dag als hij door zijn broers in de put wordt gegooid en vervolgens wordt verkocht als slaaf en uiteindelijk ook in de gevangenis belandt.
Hoeveel jaren gingen er ook niet bij hem voorbij, voordat hij uiteindelijk onderkoning werd?

En Mozes?
Hoelang heeft hij niet in de schapen gehoed van zijn schoonvader voordat hij het volk Israël uit Egypte mocht leiden?

God gebruikt beproevingen, ja, zelfs jaren van beproevingen om Zijn plannen te volvoeren en het is vaak niet aan ons om te begrijpen of te weten waarom.
God vraagt ons om Hem te vertrouwen op grond van wat Hij door alle eeuwen heen heeft gezegd, beloofd en gedaan.
Daarvoor is het  nodig dat we ons bewust zijn, bewust worden, van Zijn grootheid, van Zijn macht, van wie Hij is en van wat Hij heeft gedaan!
Hij is bij ons, ook al ervaren wij dit niet!
Hij zorgt voor ons, ook al zien wij dit niet!
Hij heeft ons de Here Jezus gegeven en met Hem de kracht in ons die Hem deed opstaan uit de dood!

‘… en wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte …’
Efeze 1:19,20

Durven, willen we, in alles afhankelijk te zijn van Hem?
Accepteren we Zijn leiding in en over ons leven, ook als het gaat om dingen die in het geheel niet prettig zijn en soms zelfs jaren voortduren?
Geloven we dat echt alles in Zijn hand is, goede en slechte dagen, en dat Hij daarin en daarbij is, ongeacht wat onze gevoelens zeggen?
Zijn we bereid om ons te onderwerpen aan Hem, de schepper van hemel en aarde en te erkennen dat Hij en Hij alleen HEER is?

‘Laten zij van wie de beproevingen langdurig worden, moed putten uit dit voorbeeld.
Het is niet tevergeefs om te hopen en stil te wachten op het heil des Heeren.’

Ja, laten we er voor kiezen om moed te putten uit dit voorbeeld, want het laat ons zien dat God ons nooit vergeet; nooit zullen we te vergeefs hopen en wachten op Zijn hulp, op Zijn redding.


Lieve Vader in de hemel.
Als we werkelijk gaan zien wie U bent, dan beseffen we pas echt hoe afhankelijk we ook zijn van U.
Dan pas gaan we beseffen hoe nietig en klein wij mensen eigenlijk zijn en hoe bijzonder het eigenlijk is, dat U naar ons omziet.
Dat U, ondanks wat wij doen, wat voor puinhoop wij er ook van maken, voor ons zorgt en ons helpt.
Jojachin deed van alles wat niet goed was in Uw ogen en hij bracht zevenendertig jaar door in de gevangenis, maar U vergat hem niet.
U zag Jozef in de put, maar ook in de gevangenis.
U zag Mozes in de woestijn bij de kudde van zijn schoonvader.
U ziet ons, waar we ons ook bevinden en in elke omstandigheid.
En U zorgt, helpt, leidt, volvoert Uw plannen.
Lieve Vader, leven in dagelijkse afhankelijkheid van U kunnen we alleen als we beseffen, en erkennen, wie U bent en onszelf zien zoals we zijn: zondig en onrein, nietig en klein.
Niet meer dan een stofje, als een bloem in het gras die afvalt en door de wind wordt meegenomen.
En toch, zegt Uw woord ons, heeft U hem bijna goddelijk gemaakt!
Lieve Vader, vergeef ons als we boos en opstandig worden als het leven tegenzit of beproevingen lang(er) duren.
Vergeef ons, open onze ogen voor Uw waarheid en leer ons daarin te wandelen, te leven.
Dat niet ons gevoel, of wat we horen of zien zal regeren in ons hart, maar U, Uw woord, Uw waarheid.
Doe ons beseffen welk een grote kracht U ons heeft gegeven en leer ons om vanuit die kracht te leven.
Uw Geest is in ons! Uw Geest is in ons!
Ik buig mij voor U, Vader, voor wie U bent, voor Uw plannen, voor Uw gedachten, voor Uw wegen.
Dank U wel, dat ik nooit te vergeefs zal hopen en wachten op Uw hulp, op Uw redding!
Dank U wel, Vader, dank U wel!
Ik prijs Uw Naam!

- Amen -


Maak mij, bewust, o Heer,
van wie U werkelijk bent.
Leer mij U kennen zoals ik
U nog nooit heb gekend.

Open mijn ogen, doe mij zien,
de grootheid van Uw macht,
en open mijn oren, doe mij horen,
Uw woorden, vol van kracht.

Doe mij beseffen, o Heer,
wie U werkelijk bent.
En leer mij U te vertrouwen
alle dagen, ja, elk moment.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 3 februari 2013

Week 6 - Kwetsbaar

Waar kan ik Uw Geest ontgaan,
waar Uw aangezicht ontvluchten?
Al steeg ik op naar de hemel, U bent daar;
of legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar.
HSV

Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen,
hoe aan uw blikken ontkomen?
Klom ik op naar de hemel – u tref ik daar aan,
lag ik neer in het dodenrijk – u bent daar.
NBV

Psalm 139:7,8


In het stukje op de kalender van deze week wordt aangegeven, dat, hoewel wij onszelf dikwijls als kwetsbaar en breekbaar beschouwen, in feite alleen onze trots kwetsbaar is.
En dat pas als het omhulsel gebroken is en het hart open en bloot ligt, we ons bewust zijn van de streling van Gods liefdevolle zorg, maar dat Hij ons tot die tijd wel vasthoudt.
Samen met de bovenstaande verzen mogen we hier over nadenken, of zoals het kalendertje zo mooi zegt: ‘ons door laten inspireren.’

Persoonlijk vraag ik mij af of dit wel zo is, dat in principe alleen onze trots kwetsbaar is.
Ik geloof zeker wel dat onze trots heel kwetsbaar is, maar om nu te zeggen dat alleen onze trots eigenlijk kwetsbaar is …?

Kwetsbaar is broos, breekbaar, gevoelig, weinig beschermd tegen beschadiging, wankel, zwak, teer, licht te raken.
Ik geloof niet, dat dit alleen met trots heeft te maken.
Er kunnen allerlei omstandigheden in ons leven zijn (of zijn geweest) die ons zo hebben geraakt, beschadigd, dat we heel kwetsbaar zijn geworden.
En dat kan voor allerlei verschillende dingen zijn.

Met dit onderwerp gingen mijn gedachten naar een gedicht dat ik heb geschreven bij een schilderij van Caroline van de Vate.
Het schilderij, dat ook ‘Kwetsbaar’ heet, is een schilderij van een klaproos.
Klaprozen zijn heel kwetsbaar; de blaadjes zijn heel fragiel, heel teer en vallen snel uit.

Met het lezen van de naam van het schilderij, kwamen er al snel allerlei gevoelens en gedachten boven en ik voelde mij op een bepaalde manier verbonden met dit schilderij.

Mijn leven was op het moment dat ik de schilderijen van Caroline ontdekte  (en haar van daaruit leerde kennen) heel kwetsbaar.
Na jaren van thuis zijn voor twee van mijn kinderen, die door jarenlang pesten depressief waren geworden en het leven niet meer zagen zitten, was mijn wereldje heel erg klein geworden, en van mijn toch al niet zo grote zelfvertrouwen en zelfbeeld was niet veel meer over.
Toen het beter ging met onze kinderen, was ikzelf in een diepe put beland, en de beginverschijnselen van de overgang hielpen me ook niet bijster goed, noch alle beschadigingen van weleer.
Toch heeft God mij (ons) vastgehouden, er door heen geholpen, maar de eerste stappen om weer terug onder de mensen te komen, weer een eigen leven op te bouwen, waren zwaar en ik was heel kwetsbaar.
Als God dan de schilderijen van Caroline (en haar ) op mijn pad brengt, is dat een volgende stap in het proces van heling en genezing.
Een streling van Zijn liefdevolle zorg voor mij.

Kwetsbaar


De duisternis
is van mijn zijde
aan het wijken.
Voorzichtig
stap ik in het licht.
Wankel en onzeker
zijn mijn
eerste stappen,
maar ik loop
in het spoor
van Uw aangezicht.

Angstig
kijk ik soms
om mij heen.
Zoekend naar
een tastbaar houvast.
Maar ik weet,
U bent het
die mij leidt.
En in U
is mijn juk zacht
en licht mijn last.

Nog
is mijn leven
broos en kwetsbaar.
Maar,
ik ga in Uw Licht.
Het omgeeft mij,
toont mij de weg
die ik moet gaan.
Tot ik als bruid
in volle eer en glorie
sta voor Uw aangezicht.

Alleen onze trots in feite kwetsbaar?
Nee, de dingen die in ons leven gebeuren, wat ons is aangedaan, kunnen ons ook heel kwetsbaar maken.
(Mijn gedachten gaan automatisch naar de tekst van het geknakte riet en de walmende vlaspit - Jesaja 42:3)

Maar, één ding is wel zeker, we hoeven daar niet te blijven.
Dat is ook niet wat God zou willen.
Hij verlangt ernaar dat we weer sterk en krachtig worden in Hem, door Hem.
Ja, in Hem en door Hem.
In Hem, omdat daar onze werkelijke identiteit ligt en het zo belangrijk is dat we die weer gaan vinden en aannemen.
Door Hem, omdat we het niet alleen hoeven te doen.

Als ik dan de tekst erbij haal die tot overdenken erbij gegeven is, dan zijn deze woorden in deze context weer een enorme bemoediging.

Waar kan ik Uw Geest ontgaan,
waar Uw aangezicht ontvluchten?
Al steeg ik op naar de hemel, U bent daar;
of legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar.

Geven ze aan de ene kant Gods grootheid weer en zeggen ze wie Hij is, aan de andere kant mogen we er troost in vinden, omdat in welke situatie we ons ook bevinden, hoe diep de put ook is, of hoever weg we ook van Hem zijn afgedwaald, Hij ons ziet, ons in het oog houdt.
Hij houdt ons vast in tijden als wij niet meer weten hoe, of het niet kunnen, omdat alles om ons heen zo moeilijk en donker is.

Het is dan alsof deze woorden zeggen:

‘Hoever je ook weg bent
bij Mijn aangezicht vandaan;
zoekende, dolende,
of in de diepste put,
er is geen enkele weg
waar Ik niet met jou mee
zal gaan.’


Welk een troost, welk een bemoediging, ligt er dan in deze woorden!


Lieve Vader in de hemel,
in de eerste plaats wil ik U zo danken voor alles wat U reeds voor mij hebt gedaan.
Danken voor Uw liefde en trouw, die nimmer van mij zijn geweken, ook al zag ik het zelf niet.
Dank U, dat U niet losliet, maar mij vasthield toen ik het niet meer kon of wist.
Dank U, dat U mij zag in elke omstandigheid, dat U met mij mee bent gegaan de gehele weg.
En dank U wel dat U nog steeds met mij meegaat en ook zal blijven gaan.
Ik dank U, dat U bij mij bent in mijn kwetsbaarheid.
Dank U, voor Uw geduld met mij in dit leerproces van groei.
Mijn leven wordt steeds minder broos en kwetsbaar, maar help mij te waken voor de valkuilen en help mij om mijn blik op U gericht te houden.
Zien op wie U bent en op wat U doet; op wie ik ben in U, maken mij minder kwetsbaar, maken mij sterk.
O, ik dank U, voor Uw eindeloze trouw en liefde!
Maar ik bid U voor allen die zich nog aan ‘de andere kant’ bevinden.
Die nog zo zoekende en dolende zijn door alles wat er om hen heen gebeurt, wat er in hun leven gebeurt of gebeurd is.
Wiens leven misschien wel op dit moment niets anders is dan voortslepen van de ene dag naar de andere, van uitzichtloos naar hopeloos.
Vader, ik bid U, speciaal voor hen, dat U weer hoop geeft en uitzicht biedt.
Dat U ze laat weten, dat U er bent, dat U bij hen bent, dat U hen ziet!
Ja, ziet in de diepste of smerigste put!
En dat U hen niet alleen ziet, maar dat U Uw hand ook uitgestoken houdt, net zolang tot dat zij hem zien en zullen pakken.
Open hun ogen daarvoor, Vader, och, open hun ogen, opdat ze Uw reddende hand zullen zien.
Verlos hen, Vader, ontferm U, Vader, en breng herstel en genezing.
In Jezus’  Naam.


- Amen -


Hoever je ook weg bent
bij Mijn aangezicht vandaan;
zoekende, dolende,
of in de diepste put,
er is geen enkele weg
waar Ik niet met jou mee
zal gaan.

Ik ben bij je op elke weg,
ook al zie jij Mij niet.
Ik ben op de hoogste berg,
Ik ben in het diepste dal,
en houd Mijn hand uitgestoken,
net zo lang tot jij
hem ziet.

Hoe kwetsbaar je ook bent,
wees niet bang voor Mij.
Ik zal je met Mijn liefde overladen;
Mijn zorg zal liefdevol en teder zijn.
Zie Mijn uitgestoken hand, grijp vast
en laat Mij jouw wonden genezen
door Mijn liefde te brengen
in alle verdriet en pijn.


©Rita Klapwijk

zondag 15 juli 2012

Week 29 - Ontzagwekkende God

Niemand, HEERE, is U gelijk,
groot bent U en groot is Uw Naam in sterkte.
Wie zou U niet vrezen, Koning van de heidenvolken?
Want dat komt U toe.
Immers, onder al de wijzen van de heidenvolken
en in heel hun koninkrijk is niemand U gelijk.
HSV

Niemand is als U, o HEER, U bent groot,
groot is Uw naam door Uw kracht.
Wie zou geen ontzag voor U hebben?
Koning van de volken, dat komt U immers toe.
Onder alle wijzen van de volken,
onder al hun koningen is niemand als U.
NBV

Jeremia 10:6,7

Niemand is aan U gelijk!
Wie zou U niet vrezen; wie zou voor U geen ontzag hebben?
U bent groot; U bent een ontzagwekkende God!
Er is niemand te vinden die aan U gelijk is!

Ja, we hebben een ontzagwekkende God!
En als ik hier zo mee bezig ben, moet ik bekennen en belijden dat ik me helaas niet altijd bewust ben van hoe ontzagwekkend groot onze God eigenlijk is.
Als ik dat zou zijn, zou ik me waarschijnlijk veel minder zorgen maken en me soms niet zo zwak en zelfs verslagen voelen.
Maar daar wil ik het niet over hebben.
Ik wil Zijn woord induiken en zien hoe ontzagwekkend groot Hij is en me dat opnieuw voorhouden.
Ik wil zoeken in Zijn woord naar woorden die Zijn grootheid erkennen, belijden en weergeven, zodat ik Zijn woord weer kan gebruiken als in een gebed tot eer van Hem en tot bemoediging voor mezelf en anderen.
Want als ik zie op Hem, op wie Hij is, op Zijn grootheid en kracht, en tot me door laat dringen dat deze ontzagwekkende God mijn Vader is, dan verdwijnen de zorgen en problemen naar de achtergrond.
O ja, ze zijn er dan nog wel, maar ik weet dan weer meer dan ooit, dat Hij bij machte is om alles op te lossen en te veranderen.
En dat Hij, in Zijn oneindige wijsheid zal doen, op Zijn tijd en wijze, wat voor mij het beste is.

Ik besef ook, dat ik met mijn woorden tekortschiet om Hem te eren en groot te maken; weer te geven hoe ontzagwekkend groot Hij is.
Ik kan me voorstellen, dat Hij Zich soms afvraagt tegen wie of over wie ik (wij?) het heb, als ik met mijn armzalige woordkeus Hem benader.
Maar ik weet, dat Hij boven alles mijn hart kent en daardoor weet, dat ik wil leren om Hem de plaats te geven, en de lof, eer en dank, die Hem, en Hem alleen, toekomt.
Daarom zal hetgeen ik hier verder neerschrijf, niet van mijzelf zijn, maar van Hem.
Woorden die Hijzelf aan ons heeft gegeven en waarvan ik gebruik wil maken om iets te laten zien van de ontzagwekkende God die Hij is.




Lieve Vader in de hemel.
Allereerst wil ik zo bij U komen om U te danken dat Ik U, die ontzagwekkende God, mijn Vader mag noemen.
Ik besef, Vader, dat ik geen woorden heb zelf, die toereikend zijn om U te benoemen.
En ik besef ook, dat als ik het allemaal zou willen neerschrijven, ik Uw gehele woord over zou moeten nemen.
Daarom bid ik U om de leiding van Uw Heilige Geest om die woorden te aan te wijzen, waarvan U wilt dat ik ze gebruik om iets van U te laten zien.
Leidt mij zo, Vader, door Uw Geest in Uw woord.
In Jezus’ Naam.

- Amen –




Voor de bergen ontstonden,
voor U de aarde schiep,
was U al God.
U bent God,
alle eeuwen door.

De hemel getuigt van Uw wonderen, Heer,
de engelen roemen Uw trouw.
Want wie is daar boven de wolken als U,
wie van de goden is aan U gelijk?
U bent gevreesd in de raad der engelen,
U wekt ontzag bij allen die U omringen.
Heer, almachtige God,
wie is sterk als U?
Trouw straalt er van U uit.

U heerst over de onstuimige zee,
de hoogste golven brengt U tot bedaren.
Van U is de hemel, van U is de aarde,
de wereld en haar bewoners,
U zette haar onwrikbaar vast,
U bepaalde het noorden en het zuiden,
De Tabor en de Hermon,
die geweldige bergen,
zij getuigen van Uw kracht.
Uw macht reikt ver,
U hoeft Uw hand, Uw arm maar op te heffen.

De Heer is Koning.
Hij is bekleed met het hoogste gezag,
met macht en majesteit.
De aarde staat nu onwankelbaar vast.
Heer, vast staat van oudsher Uw troon,
U bent er vanaf het eerste begin.
De oceaan gaat tekeer,
onstuimig gaat hij tekeer;
onstuimig bruist de branding.
Maar machtiger dan de bulderende zee,
machtiger dan de aanstormende golven,
bent U, Heer, hoog in de hemel.
Uw uitspraken blijven gelden;
Uw huis is de heilige tempel
voor nu en altijd.

Want de Heer is een groot God,
een machtig Koning,
groter en machtiger
dan alle goden.
Hij beheerst de diepten der aarde,
de toppen van de bergen.
Zee en land behoren Hem toe,
Hij heeft ze gemaakt.

Kom,
laten wij neerknielen,
ons buigen,
ons neerwerpen voor de Heer.
Hij heeft ons gemaakt.
Hij is onze God,
wij zijn Zijn volk;
Hij is de Herder,
wij zijn de kudde.

Luister toch
naar wat Hij nu te zeggen heeft.

Wie de Heer liefhebben,
moeten het kwaad uit de weg gaan.
Erken de macht van de Heer, onze God,
buig U neer voor Zijn heilige berg,
want de Heer, onze God, is heilig.

Alle volken zullen de Heer vrezen,
alle koningen op aarde Zijn macht erkennen.
Want de Heer heeft Sion weer opgebouwd,
Hij verschijnt er in al Zijn majesteit.

Eens hebt U de aarde vastgezet,
de hemel hebt U zelf gemaakt.
Eens zullen zij vergaan,
maar U blijft bestaan.
Zij zullen versluiten als een kleed,
U legt ze af als een mantel
en zij verdwijnen in het niet;
maar U blijft wie U bent,
Uw leven neemt geen einde.

Selah

Zoals een vader van zijn kinderen houdt,
zo houdt Hij van wie Hem vereren.
Hij kent onze broosheid,
Hij weet dat wij maar stof zijn.
Kort is het leven van een mens,
hij is als een bloem in het gras:
een windvlaag, en het is gedaan,
je vindt haar niet meer terug.
Maar Gods liefde duurt eeuwig
voor wie Hem vereren;
Zijn heil is bestemd voor alle geslachten,
voor wie zich houdt aan Zijn verbond
en Zijn geboden naleeft.

Selah

Heer, ik wil U eren
met hart en ziel,
ik wil een lied voor U zingen
ten aanhoren van alle goden.
Ik zal neerknielen,
met mijn gezicht naar Uw heiligdom,
en U prijzen
om Uw liefde,
om uw trouw.
Want U doet Uw woord gestand,
U houdt Uw Naam in ere.

Hemel en aarde, breng eer aan God,
en ook jullie, zeeën met al je vissen.
Hij zal Sion bevrijden,
de steden van Juda weer opbouwen.
De mensen kunnen er weer wonen,
het land wordt hun rechtmatig bezit.
De kinderen van wie Hem dienen
zullen het bezitten,
wie Hem liefhebben
blijven er wonen.

Wie zich verheugt over mijn ondergang,
zal bedrogen uitkomen,
rood worden van schaamte.
Wie over mij triomfeert,
zal overdekt worden met schande.
Maar wie mijn recht wil,
zal van vreugde juichen
en steeds weer uitroepen:
‘Machtig is de Heer!
 Hij wil slechts het geluk van Zijn dienaar!’
Overal zal ik verkondigen
dat U recht doet.
Ik zal U hulde brengen,
dag in, dag uit.

Heer, Uw liefde wil ik bezingen,
Uw trouw openlijk verkondigen,
steeds weer,
aan elk geslacht.
Dit zal ik U toezingen:
‘Uw liefde is standvastig,
Uw trouw onwankelbaar als de hemel.’

Ja, ik weet het:
de Heer is groots,
Hij overtreft alle goden.
Alles gebeurt zoals Hij het wil,
in de hemel en op de aarde,
en in de diepste zeeën.

Wie ontzag heeft voor de Heer:
breng Hem dank!
Dank aan de Heer in Sion,
dank aan de Heer in Jeruzalem.

Halleluja, amen, halleluja!

- Amen –

Ps. 90:2; Ps. 98:6-9,10,12-14; Ps. 93; Ps. 95:3-5,6,7,7b; Ps. 97:10a; Ps.99:9; Ps. 102:16,17,26-28 Selah Ps. 103:13-18; Selah Ps. 138:1,2; ps. 69:35-37; Ps. 35:26-28;
Ps. 89:2,3; Ps. 135:5,6,20b,21.




Heer,
hoe kostelijk zijn mij
Uw woorden;
ze zijn als honing
op mijn tong;
ja, zoeter dan honing zijn
Uw woorden.

Ze zijn de lamp
op mijn levenspad;
het licht
dat voor mijn voeten uitgaat.

Uw woorden
zijn mijn richtlijn;
mijn houvast
voor mijn gehele leven.
Ik druk ze dicht aan mijn hart,
en wil er geen vergeten.

Op Uw woord vertrouw ik,
ja, op Uw woord stel ik mijn hoop.
Uw woord is zuiver,
volkomen betrouwbaar,
en zal mij nooit beschamen.

©Rita Klapwijk

zondag 18 maart 2012

Week 12 - Gods trouw

God is geen mens, Hij liegt niet; geen mensenkind, dat spijt van iets krijgt.
Als Hij iets zegt, zal Hij het dan niet doen?
En als Hij iets belooft,
zal Hij het dan niet nakomen?
WV

God is geen man, dat Hij liegen zou,
of een mensenkind, dat Hij ergens berouw over hebben zou.
Zou Hij iets zeggen en het dan niet doen?
Zou Hij spreken en het niet gestand doen?
HSV

Numeri 23:19

Aan sommige dingen valt gewoon niet te tornen; Gods trouw is voor mij daar één van.
Ik geloof onvoorwaardelijk in het feit dat God trouw is; dat Hij Zich houdt aan wat Hij heeft beloofd, dat Hij doet wat Hij zegt.
Dit betekent echter niet dat ik daarmee ook alles maar begrijp.
De Bijbel toont ons soms dingen die haaks op elkaar lijken te staan en elkaar lijken tegenspreken, maar dat wil nog niet zeggen dat dit ook zo is.

God is immers God en wij kunnen Hem niet doorgronden.
Je kunt God ook met niemand vergelijken, want er is simpelweg niemand zoals Hij.

Mensen liegen en bedriegen, mensen krijgen spijt van dingen.
Mensen doen elkaar beloften om ze vervolgens niet na te komen of men vergeet ze.
We zeggen dingen toe, maar doen ze niet.
Het is triest om te moeten zeggen, maar wij mensen zijn zeer onbetrouwbare individuen.

Trouw is in onze huidige maatschappij dan ook ver te zoeken.
En misschien is het daardoor voor velen ook wel heel moeilijk voor te stellen, dat God een God van trouw is.
Men beloofd elkaar trouw tot in de dood, maar …
Kinderen groeien op in gebroken gezinnen en krijgen van jongs af aan mee, dat trouw (bijna) niet meer bestaat, je moet geluk hebben lijkt het wel.
Het egoïsme dat hoogtij viert in onze huidige maatschappij is hier (ook) debet aan.
Men verkiest zichzelf boven de beloofde trouw.

Maar in dit alles, hoe onbetrouwbaar en ontrouw wij mensen ook zijn: God is en blijft trouw!
Dat is wat Zijn woord ons ook zegt.
Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw. Hij kan Zichzelf niet verloochenen. (2 Timotheüs 2:13)
Hoe ontrouw wij ook aan God zijn, Zijn trouw aan ons blijft een feit.

Het Bijbelboek Hosea geeft ons een duidelijk beeld van Gods trouw.
Door het leven van Hosea heen wil God laten zien hoe ontrouw Zijn volk is en hoe groot Zijn trouw.
Hosea moet dit uitbeelden, laten zien, door met een hoer te trouwen en kinderen te verwekken; kinderen die net zo ontrouw zullen zijn als zijn vrouw.
Keer op keer moet Hosea zijn liefde tonen aan zijn trouweloze vrouw.
En zo toont God keer op keer Zijn liefde aan Zijn trouweloze volk.
Al zijn zij ontrouw, Hij blijft getrouw.
Al zijn wij ontrouw, Hij blijft getrouw.
Ja, ook wij, want laten wij vooral niet denken dat wij ook maar een haar beter zijn dan Zijn eigen volk.

Alle beloften, die God gedaan heeft in Zijn woord, komt Hij na, ongeacht onze ontrouw aan Hem.

Zijn toorn, Zijn woede over de zonden en afgoderij steekt God niet onder stoelen of banken.
Hij straft ook; juist omdat Hij zo liefheeft.
Maar Zijn trouw blijft.
Onbegrijpelijk maar waar.
Zo groot is Zijn liefde voor Zijn volk, is Zijn liefde voor ons.

Hoe bijzonder zijn dan ook de woorden uit het laatste hoofdstuk (14:5-10) van Hosea.
Welk een liefde klinkt daar in door.

De Heer zegt:
‘Ik zal hen genezen van hun afkeer,
Ik zal hen van harte liefhebben,
Mijn woede is bedaard.
Ik zal voor Israël zijn als de dauw,
Israël zal bloeien als een lelie,
wortel schieten als de ceder op de Libanon.
Zijn jonge loten zullen uitlopen;
als een olijfboom,
zo mooi zal hij zijn.,
hij geurt als de ceders van de Libanon.
Zij zullen wonen in hun schaduw,
zullen weer koren verbouwen.
Zij zullen bloeien als een wijnstok,
beroemt zijn als de wijn van de Libanon.
Wat heeft Israël nog met afgoden te maken?

Ik ben het die zijn gebeden verhoort,
Ik ben het die naar hem zal omzien.
Ik ben als een altijd groene cipres,
aan Mij heb je je vruchten te danken.’

Wie verstandig is, moet hierop acht slaan,
wie inzicht heeft, dit erkennen.
Want de wegen van de Heer zijn recht:
rechtvaardigen wandelen op die wegen,
maar opstandigen komen er ten val.

Wat er ooit in je leven ook is gebeurt, hoe je ooit ook door mensen bent verraden, gekwetst, vertrapt, vernederd, wat dan ook; weet dit: God is trouw!
Niet alleen aan Zijn volk Israël, maar ook aan ons.
Jezus, de Messias, kwam als eerste voor het volk Israël, maar daarnaast ook voor ons.
En daarmee gelden Zijn beloften ook voor ons.
Van daaruit mag je weten en aannemen.

Hij zal je nooit verlaten, noch begeven.
Hij zal voor je zijn, achter je, rondom je.
Zijn liefde houd je staande als je denk dat je zult bezwijken,
Zijn troostende woorden beuren je op.
Hij is de schuilplaats waar je altijd terecht kan.
Hij zegt: Roep Mij aan en Ik zal antwoorden!

Hij is trouw tot in alle eeuwigheid!

Bergen zullen wijken, heuvels wankelen,
maar onwrikbaar is Mijn liefde voor jou,
onwankelbaar Mijn belofte van vrede en vriendschap.’
De Heer heeft gesproken,
Hij Die met jou is begaan.

Jesaja 54:10

- Amen -




Lieve Vader in de hemel, hoe onvoorstelbaar groot is Uw liefde en Uw trouw.
Al zijn wij ontrouw, U blijft getrouw.
Welk een Liefde, welk een genade.
Ik dank U, Vader, dat ik U kan vertrouwen.
Al is alles om mij heen onzeker, stellen mensen mij teleur, al zakt de grond onder mijn voeten weg, U bent er en U zult er altijd zijn.
Ja, in voor- en tegenspoed kan ik op U vertrouwen.
Ik dank U, Vader, en prijs Uw Naam.

- Amen -




Onwrikbaar is Uw liefde,
onwankelbaar Uw beloften,
tot in de hemel reikt Uw trouw.
Bergen zullen wijken,
heuvelen zullen wankelen,
maar wat altijd blijft,
zijn Uw liefde en Uw trouw.

- Amen -

©Rita Klapwijk