Posts tonen met het label kiezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kiezen. Alle posts tonen

zondag 18 november 2012

Week 47 - God kennen

Maar ik zal mij volstrekt niet beroemen op iets anders dan op het kruis van onze Heere Jezus Christus, door Wie de wereld voor mij gekruisigd is, en ik voor de wereld.
HSV

Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld.
NBV

Galaten 6:14

Met het stukje voor de komende week, ben ik begonnen aan de tweede helft van de kalender.
Er liggen D.V. nog weer bijna 11 maanden van overdenken en schrijven voor mij (ons).
Was ik in het begin soms vreselijk gestrest over hoe ik het weer voor elkaar moest krijgen (de vraag ‘waar ben ik aan begonnen’ kwam regelmatig boven), tegenwoordig, is er een stuk rust, omdat ik heb ervaren in de achterliggende tijd, dat Gods Geest mij leidt en mij de woorden geeft.
Sommige onderwerpen liggen me na aan het hart en soms voelde ik een opwinding nog voor ik ook maar een woord geschreven had, maar ik heb ook heel wat keren zuchtend mijn ogen opgeslagen naar boven met mijn handen als het ware in de lucht van ’Heer, hier weet ik niets van, of dit ken ik niet, hoe moet ik hier ooit iets zinnigs over schrijven’.
En dan begon ik met zoeken; in de Bijbel, op Internet, in de Matthew Henry’s.
Soms vloeiden er tranen van de strijd en moeite die het me kostte, omdat ik ‘het’ voor mijn gevoel maar niet kon pakken waar het om ging.
Ik geloof echter, dat ik de strijd, die ik soms heb, de worstelingen, om de juiste woorden op papier te krijgen, juist nodig heb om zelf alles eerst te doorleven en eigen te maken.
En soms was daar ook de enorme onzekerheid die me kon overvallen; wat gaan mensen hier wel niet van denken of zeggen …
Bijna 11 maanden, 47 weken lang inmiddels, ben ik nu onderweg en wat heb ik veel geleerd en mogen (her)ontdekken.
En er komen nog 47 weken aan waarin ik, en naar ik hoop jullie lezers ook, nog meer mogen nadenken en leren van Gods woord.

Deze week is het weer een grote worsteling om wat op papier te krijgen.
En na een hele ochtend en een halve middag worstelen met mijn gedachten, Gods woord en de onrust in huis door kinderen die er normaal op de vrijdagmorgen niet zijn, lees ik voor de zoveelste keer bovenstaande tekst nog eens door.

‘Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld.’
Punt.

Ineens is het alsof ik Paulus het hoor zeggen: ‘Jongens, luister eens, jullie kunnen me allemaal wat. Het doet er allemaal niet toe, wat jullie ook zeggen. Je kunt van alles aandragen wat je hebt gedaan, of waar je je allemaal wel niet aan hebt gehouden, maar het draait maar om één ding, en dat is het Kruis van onze Here Jezus Christus! Zo simpel is het. Niets doet er meer toe dan alleen dat en als dat betekent dat ik vervolgd word, so be it! Daar zal ik dan trots op zijn, want ik wil geen deel uitmaken van een wereld die Hem niet wilt.’

In gedachten zet ik de tijd even stil en stel me het Kruis voor waar de Here Jezus net is gestorven.
Maar een enkeling van Zijn volgelingen is Hem tot daar gevolgd.
De vrouwen zijn daar, en Johannes, Zijn geliefde discipel.
Voor de rest zijn het soldaten, alleen maar op sensatie beluste mensen en degenen die Hem en Zijn boodschap zo haatten.
Waar ben ik?
Maak ik ook deel uit van de vrouwen?
Durf ook ik daar te staan, het risico lopend dat ook ik gevangen genomen word omdat ik een volgeling van Hem ben, of sta ik liever heel dicht bij de meute die Hem gekruisigd wilde hebben, uit veiligheidsoverweging?

Paulus heeft de eerste christenen zwaar vervolgd.
Hij hield de mantels vast van hen die Stefanus stenigden om zijn geloof in de Here Jezus Christus.
Als geen ander wist Paulus wat het hem zou gaan kosten toen hij zijn leven in de handen legde van de Here Jezus en zich overgaf aan Hem.
Degene die vervolgde zou zelf worden vervolgd.
Maar Paulus had tot in het diepst van zijn wezen, het diepst van zijn ziel beseft wat er aan het Kruis is gebeurd.
In de dagen van zijn blind zijn is de stem van de Here Jezus: ‘Paulus, waarom vervolg je Mij?’ tot in het diepst van zijn hart binnengedrongen en hij kan niets anders meer zeggen dan wat hij hier, in deze tekst, zei.
Alleen Hem wil hij volgen.
Alleen Hem wil hij dienen.
Om Hem wil hij alles doorstaan.
Niets is meer belangrijk; de wereld niet, wat de wereld hem aan zou kunnen doen niet, wat mensen zeggen niet, wat mensen hem zouden kunnen aandoen niet.
Niets maakt het meer voor hem uit, hij wil maar één ding: Jezus volgen, vertellen van Hem die voor onze zonden is gestorven en opgestaan.
Hem wil hij dienen, eren, in woord en daad.
Ongeacht wat het kost.
De wereld en al haar begeerlijkheden hebben voor hem afgedaan.

Is het voor mij ook zo ‘simpel’?
Kan ik dit net als Paulus ook zo ‘makkelijk’ zeggen?
Of zeg ik het te makkelijk om er vervolgens achter te komen dan mijn mond sneller was dan de consequenties die ik kon overzien?
Sta ik daar wel bij stil als ik tv kijk, of bepaalde bladen inkijk, of als ik de computer aanzet …

Paulus was heel radicaal in zijn keuzes, hoe radicaal ben ik?
Het Kruis was alles voor Paulus, wat betekent het Kruis voor mij?
Doet het er werkelijk toe hoeveel mensen ik tot God heb mogen leiden, of hoeveel ik gedaan heb voor mijn kerk of gemeente of  wil ik alleen maar dichter tot Hem groeien, Hem beter leren kennen door dagelijks in Zijn voetsporen te wandelen, te zijn als Hij, te doen als Hij?

Ik moet denken aan een gebed dat ik onlangs op mijn site gezet heb.
Welk een consequenties heeft dat gebed eigenlijk als je het goed tot je door laat dringen.

Kom, o God,
kom, Heer Jezus,
kom met Uw Heilige Geest
en leidt mij deze dag.

Vul mij, onderwijs mij.
Bescherm mij, leidt mij.
Maak mijn wil één met die van U
en doorstroom mijn hart met Uw liefde,
opdat ik zal uitdelen van wat U mij geeft.

Laat mij liefhebben, wat U liefheb
en laat mij haten, dat wat U haat.
Laat mijn hart zich verheugen, in dat wat U verheugt
en laat mijn hart bedroeft zijn om wat Uw hart bedroeft.
Maak mijn hart zacht en bewogen, zoals dat van U.

Laat mijn leven tot zegen zijn voor een ieder die ik ontmoet
en tot eer en glorie van U.

- Amen -

Als ik God wil leren kennen, beter wil leren kennen, dan is het Kruis de plaats waar ik wezen moet, want in de Here Jezus Christus heeft God getoond wie Hij werkelijk is.
Begin bij het Kruis en je zult het hart van de Vader leren kennen, voor zover dat voor ons mensen mogelijk is.
En voor hier zal dat genoeg zijn.




Lieve Vader in de hemel.
Het was voor Paulus allemaal zo ‘simpel’.
Niet in wat hij moest ondergaan, maar wel in hoe hij in het leven stond, zijn houding, zijn keuzes.
Hij had geen andere keuze, nadat hij erachter gekomen was wie Jezus werkelijk was.
Soms, lieve Vader, vraag ik mij weleens af of ik dat wel zo, in die hoedanigheid, weet.
Of misschien weet ik het wel, maar is het nog niet volledig in mijn hart neergedaald.
Of …
Waarom durf ik anders soms nog zo weinig; waarom doet het er soms nog zoveel toe wat mensen zeggen of vinden …
Waarom speel ik soms nog zo vaak op safe, of zwijg ik, of kijk ik een andere kant op of …
Vorige week, vader, hebben we het gehad over ‘klaar zijn voor de strijd’, maar U kennen, Vader, is nog zoveel belangrijker, want dan krijgt mijn hart dezelfde drive en passie als Paulus.
Dan wil ik nog maar één ding en dat is alles doen wat U van mij vraagt ongeacht wat het mij kost.
Niet omdat het moet, niet omdat het een wet is, maar omdat ik van U houd en ten diepste tot mij doorgedrongen is wie U bent en wat U voor mij hebt gedaan.
De prijs die U hebt moeten betalen voor mijn ziel.
Vader, ik ben onderweg en lerende.
Dank U wel voor Uw genade in dit proces, voor Uw vergeving, voor Uw geduld, voor Uw liefde.
Breng mijn geloof op dezelfde hoogte als dat van Paulus zodat ook ik met volle overtuiging dezelfde woorden kan zeggen.
‘Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld.’
Wel in de wereld, maar niet meer van de wereld.
Maak mij los, Vader, maak mij los.
Zet mij vrij …

In Jezus’ Naam.

- Amen -




Ik sluit mij af
voor de wereld om mij heen
en loop in gedachten,
in alle stilte en eenzaamheid,
naar het kruis - het is leeg.
Het bloed aan het hout
en op de grond
zijn de stille getuigen
van wat Hij daar
voor mij heeft gedaan.

Ik hoor het geschreeuw:
‘Kruisigt Hem, kruisigt Hem’
en een beklemmend gevoel
overvalt mij – ik moet kiezen.
De stemmen komen dichterbij;
wat zal ik doen,
waar ga ik heen?
Maak ik mij stilletjes uit de voeten
of zal ik bij het kruis blijven staan?

‘Jij hoort ook bij Hem!’
De woorden klinken hard en scherp
en angst overvalt mij
tot in het diepst van mijn wezen.
Dit is mijn moment – Hij kijkt.
Ja, ik hoor ook bij Hem!
Mijn angst is verdwenen;
Hem wil ik volgen, om wat Hij
voor mij heeft gedaan.

Liefhebben, wat Hij liefheeft;
haten, wat Hij haat.
Bedroefd zijn, om wat Hem bedroeft;
verheugd zijn, om wat Hem verheugt.
Geen compromissen,
alles plaatsen in Zijn Licht
en in Zijn voetsporen gaan.

©Rita Klapwijk

zondag 23 september 2012

Week 39 - Mogelijkheden

Jezus zei tegen hen: Vanwege uw ongeloof, want voorwaar, Ik zeg u: Als u een geloof had als een mosterdzaad, u zou tegen deze berg zeggen: Verplaats u van hier naar daar! En hij zou gaan, en niets zou voor u onmogelijk zijn.
HSV

Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof.
Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen.
Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.’
NBV

Mattheüs 17:20

Lange tijd raakte ik ‘lichtelijk’ gefrustreerd bij dit Bijbelvers.
Ik nam het namelijk veel te letterlijk en dan kun je inderdaad aardig gefrustreerd raken en zelfs de moed verliezen omdat je geloof nooit groot genoeg is om letterlijk die berg te verzetten.
Totdat ik ontdekte, dat vele andere dingen ook ‘die berg’ kan zijn.
Ik weet nu voor mijzelf, dat het voor mij ‘mijn angst voor …’ was.
Het was een berg die verzet moest worden, zodat de doorgang vrij werd.
Het was een berg die gigantisch in de weg stond.

God had een doel, een plan, met mijn leven; ik ervaarde dat diep binnenin mij als een onrust van iets missen, niet compleet zijn, van er is iets wat in mijn leven ontbreekt, maar ik weet niet wat.
Voor jaren heb ik dit gevoel gehad.
Maar ik besefte pas na jaren, dat God niet de kans kreeg om mij te laten zien wat dit was, daar ik niet openstond om dat te kunnen zien, noch de bereidheid had om uit te stappen.

Ik geloofde niet dat ik iets van betekenis kon zijn, dat God mij bijzonder en waardevol vond, de moeite waard en mij mijn eigen gaven en talenten gegeven had.
Ik bleef zitten waar ik zat, ‘veilig’ in de beslotenheid van mijn eigen huisje, mijn eigen kleine vertrouwde omgeving.
En, zo hoefde ik later tenminste ook minder verantwoording af te leggen naar Hem over hetgeen ik had gedaan, dacht ik.
Want daar was ik zo vreselijk bang voor.
Iets doen voor Hem, in Zijn koninkrijk, hield voor mij in, dat ik, als ik voor Zijn troon zou moeten verschijnen, ook daarover verantwoording moest afleggen, en dat zorgde ervoor dat ik me maar gewoon bezighield met alleen mijn gezin en huishouden, want die verantwoordelijkheid was mij meer dan genoeg.
Daarnaast was het al moeilijk genoeg voor mij om ons gezin en huishouden draaiende te houden gezien mijn lichamelijke gesteldheid.
Mijn rug en gewrichten zorgden voor zoveel problemen, dat ik toch compleet onbetrouwbaar was om iets mee af te spreken.
Want als ik iets had afgesproken, om een keer te helpen of te doen of zo, dan lag ik vaak weer plat op bed met zoveel pijn, dat ik helemaal niets kon en dus alles moest afzeggen.
Dit resulteerde in maar helemaal niets meer doen, want het steeds opnieuw moeten afzeggen van dingen was niet alleen vervelend voor mij maar ook voor de ander en dat gaf mij een goed excuus om uiteindelijk gewoon maar helemaal niets te doen.
En zo werd mijn wereldje heel klein met als gevolg dat ik het ‘kleine, grijze muisje’ bleef dat bij het minste geringste, angstig ergens achter wegkroop.
En het gevoel van iets missen in mijn leven bleef.
Dat God mij werkelijk op de één of andere manier nog zou kunnen gebruiken in dienst van Zijn Koninkrijk, was door dit alles voor mij totaal ondenkbaar.
Er waren zoveel mensen op de wereld met bijzondere gaven en talenten, die ook nog eens lichamelijk sterk en gezond waren, dat Hij mij niet echt nodig zou hebben.
En zo bleef mijn leven incompleet aanvoelen en het gevoel van ‘er mist iets, er ontbreekt iets’ was regelmatig aanwezig.
Pas na jaren, waarin wij eigenlijk met elk van onze kinderen door zeer diepe dalen zijn gegaan, waarin ik zelfs bijna praktisch van de buitenwereld geïsoleerd raakte, kwam de ommekeer.

Achteraf zie ik hoe de dingen op hun plek vallen en hoe God mij gebracht heeft waar ik nu ben.
Hoewel het heel zwaar was (en soms nog is) hebben alle dingen die gebeurd zijn mij gevormd en juist hier gebracht.
Ongetwijfeld zullen er nu mensen zijn die zeggen, moest dat dan nu zo, door al die diepten heen, kon dat niet anders etc., etc.
Misschien wel, misschien niet.
Het feit blijft dat het door deze dingen heen is gebeurd en niet anders.
Ik geloof met heel mijn hart dat deze weg waarschijnlijk nodig was om mij te brengen  waar ik nu ben.
Ik geloof dat God een plan heeft met ons leven en Hij werkelijk alle dingen doet medewerken ten goede voor wie Hem liefhebben, en daarom geloof ik ook dat Hij een bedoeling had met alles wat er is gebeurd.
Nee, begrijpen doe ik het niet, helemaal niet, maar ik vertrouw op Hem, op Zijn liefde voor mij.
Hij is de Almachtige!
Hij heeft alles in Zijn hand.
Het heden, het verleden en de toekomst.
En het is aan mij, aan ons hoe we daar mee omgaan.
Blijven we op Hem ons vertrouwen stelen dwars door alles heen of niet?
Geloven we met heel ons hart, dat Hij in alles erbij is en geen moment de controle verliest of niet?

O, geloof me, ik heb heel wat keren met gebalde vuisten naar de hemel gestaan.
Ik heb geworsteld, gestreden, wat gevochten met Hem om de dingen die gebeurden en waar ik niets van begreep.
Op het randje heb ik gestaan met mijn geloof.
Wil ik nog wel geloven in een God die deze dingen toelaat?
En misschien lag daar wel het moment van de grootste ommekeer.
Als ik Hem uit mijn leven zou bannen, Hem de rug toe zou keren, wat bleef er dan nog over?
Ik ken geen ander leven dan een leven met Hem!
Wat moet ik dan?
Zonder Hem ben ik een dode levende.
Ik heb nog gebeden; ‘Heer, neem me maar uit dit leven weg; ik ben tevreden met het kleinste en uiterste plekje in Uw Koninkrijk.’
Maar het enige was een stilte die bleef hangen.
Een stilte, die ik nu achteraf ervaar als een periode, waarin een liefdevolle God en Vader wacht tot Zijn kind is uitgevochten en zich aan Hem overgeeft.

Deze overgave ging zelfs nog in etappes, besef ik achteraf.
Stukje bij beetje en stap voor stap, totdat ik totaal bereid was om mijn leven compleet over te geven aan Hem.
Nog van alles is er gebeurd voordat het zover was, maar het was in deze tijd dat God stukje bij beetje mijn ogen opende en mij liet zien dat ik als het ware die persoon was die zijn talenten in de grond stopte, omdat hij bang was voor zijn heer en meester.

‘Heer, ik wist van u, dat gij een hard mens zijt, die maait, waar gij niet gezaaid hebt, en die bijeenbrengt van plaatsen, waar gij niet hebt uitgestrooid.
En ik was bevreesd en ben heengegaan en heb uw talent in de grond verborgen; hier hebt gij het uwe.’ (Mattheüs 25:24,25)

Welk een verdriet moet God niet gehad hebben van mij, dat ik zo’n beeld van Hem had,
maar hoe groot blijkt hieruit niet Zijn liefde en genade, dat Hij niet ophield om mij te laten zien Wie Hij werkelijk is!
Mijn angst was de berg die verzet moest worden.
Kon ik mijn angst aan de kant zetten in geloven en vertrouwen dat Hij nieuwe mogelijkheden zou geven?
Als een kind sloot ik mijn ogen en legde mijn hand in die van Hem en ben als het ware aan Zijn hand in het diepe gesprongen.
En met mijn sprong werd de berg van angst verplaatst en nieuwe mogelijkheden kwamen open te liggen.

O nee, het was niet makkelijk, echt niet.
Het koste me nog heel veel.
Als je jaren gewend bent om dingen op een bepaalde manier te doen en je  moet het ineens anders gaan doen, dan valt dat niet mee.
Zo ook niet het roer van je leven omgooien en uitstappen.
Maar God is een liefdevolle Vader en een genadige God, Die oneindig veel geduld heeft met Zijn kinderen als ze in gehoorzaamheid Zijn wegen willen gaan.
Dan is het niet erg als je valt, dan is het niet erg als je een keertje misstapt, want Hij is er en zal er altijd zijn om je op te vangen of op te rapen.

Nee, ik wist ook niet welke kant ik op moest gaan.
Hoe vind ik Zijn wil, Zijn weg voor mijn leven?
Hoe moet ik weten wat ik dan moet gaan doen?
Ik wist het niet en kon toen niets anders zeggen en beloven dan: ‘Heer, breng U maar op mijn weg wat Uw wil is, en ik beloof U dat ik het zal doen.’
Tot op de dag van vandaag gaat deze belofte met mij mee en voert de boventoon in de dingen die ik doe/doen mag.
Ongetwijfeld maak ik hierin mijn fouten, maar dat geeft niet.
Maar God heeft mogelijkheden gegeven, deuren geopend, die ik van te voren nooit had kunnen bedenken.
Het enige dat ik hoefde en hoef te doen, is in beweging komen.
De mogelijkheden aangrijpen, door de geopende deuren lopen, in het geloof en vertrouwen dat Hij met mij mee gaat en een bedoeling, een plan, heeft met mijn leven.
En dan is niets onmogelijk!

Nog steeds kost het me soms heel veel om uit te stappen of om dingen te doen.
Het is nog steeds niet altijd even makkelijk en mijn onzekerheid over mijzelf, mijn twijfel aan mijzelf, staat me soms nog danig in de weg.
De satan zal geen kans onbenut laten om mij opnieuw allerlei leugens over mijzelf voor te houden, maar God is een God van liefde en trouw; Hij maakt af wat Zijn hand begonnen is.

Het gevoel van gemis, het gevoel van incompleet zijn is weg.
Dat gevoel van ‘er ontbreekt iets’ is er niet meer.
Voor jaren was ik Zijn kind, maar ik had niet door, ik wist niet, dat ik een belangrijk onderdeel ben in het lichaam van Christus.
Dat Hij ernaar verlangt dat ik, met de gaven en talenten die Hij in mij gelegd heb, Hem zal dienen in dat lichaam tot eer en verheerlijking van Zijn grote Naam!
Mijn leven heeft een doel gekregen.
Naast de vrouw zijn van, moeder zijn en oma, naast mijn huishouden en gezin runnen, ben ik bovenal Zijn kind die Hem dient met de door Hem gegeven gaven en talenten tot eer van Zijn Naam.

Langzaam zwermen mijn kinderen uit, maar mijn leven zal niet leeg achterblijven, want een nieuwe taak ligt op mij te wachten en een klein beetje mag ik daar nu al van vervullen.

En zo heeft God een doel met het leven van een ieder van ons.
Hij heeft een weg voor je klaar liggen die erop wacht dat jij hem gaat bewandelen.
Een woord, speciaal voor jou!
De één is echt niet belangrijker dan de ander, want samen vormen we één geheel met als ultieme doel Hem grootmaken, Hem eren, Hem verheerlijken.
Zegt Zijn woord ons niet dat het oog niet tegen de hand kan zeggen: ik heb jou niet nodig, of het hoofd tegen de voeten: ik heb jullie niet nodig?
Zijn woord zegt ons dat we samen het lichaam van Christus zijn en ieder van ons heeft daar zijn eigen plek in.  (1 Korinthe 12:12-30)

Niets is onmogelijk als we bereid zijn om de weg te gaan die Hij ons wijst.
Niets is onmogelijk als we ons hoofd buigen voor Zijn wil en onze hand in die van Hem leggen om samen Zijn weg te gaan.

Durf ook jij te gaan?
Durf ook jij te zeggen: ‘Vader, hier ben ik?’
Schuif de leugen opzij van dat je niet goed genoeg zou zijn, of lichamelijk te zwak, of toch niets bijzonders kan of ben.
Schuif die leugen opzij, zodat God jou Zijn plan met jouw leven kan laten zien en stap uit in het geloof en vertrouwen dat daarin niets onmogelijk.

Zijn Geest is in ons.
In onze zwakheid wordt Zijn kracht geopenbaard.
De opstandingskracht van Christus, is in ons.
Niets is onmogelijk!

Heer, ik geloof, maar kom mijn ongeloof waar nodig is te hulp.
In Jezus ‘Naam.

- Amen -




Lieve Vader in de hemel, ik wil U zo bedanken  voor alles wat U tot zover in mijn leven hebt gedaan.
Ik geloof, Vader, met heel mijn hart dat U onze wegen wilt leiden, maar het is aan ons of we die willen gaan, of we daar voor openstaan.
Ik geloof met heel mijn hart, Vader, dat U de Almachtige bent, dat alles, ja, echt alles in Uw hand is en dat er niets buiten U om gebeurd.
U bent de Alpha en de omega, het begin en het einde.
Heden, verleden en toekomst is in Uw hand.
U weet alles wat er gebeurd is, U weet wat er komen gaat, en U weet waar we nu doorheen gaan.
Het is voor ons mensen soms gewoon zo moeilijk te accepteren dat ons verstand te klein is om te begrijpen, dat wat er allemaal gebeurd, toch op de één of andere manier past in Uw plan.
Dat, als wij bereid zijn U te gehoorzamen, te luisteren naar Uw wil, dingen zoveel anders zullen lopen dan dat ze nu doen, maar dat U in dit alles toch nooit de controle verliest of geen weet zou hebben van alles.
Maar, lieve Vader, ik geloof  met heel mijn hart dat U het beste met een ieder van ons voor heeft en dat het aan ons ligt, aan onze bereidheid om U gehoorzaam te zijn of niet, aan het accepteren van Uw soevereiniteit of niet.
We leven in een tijd, Vader, waarin gehoorzaamheid, eerbied en ontzag, bijna vieze woorden lijken te zijn.
Alsof ze een bepaalde gebondenheid aangeven in plaats van vrijheid.
Alsof we daarmee een stuk recht hebben op prijsgeven.
Maar Vader, ik ben nog nooit zo vrij geweest, als nu ik in en door U tot mijn bestemming, tot mijn doel aan het komen ben.
Een leven aan U toegewijd, in dienst van U en tot eer van U.
Want daarom heeft U ons geschapen om te leven tot eer van Uw grote Naam!
Laat zo mijn leven, Vader, meer en meer worden en zijn tot eer van Uw grote Naam.
En ik bid U ook, Vader, dat een ieder die dit hier leest en zich in een soort gelijke situatie bevind, of gewoon zoekende is naar de zin, het doel, van zijn of haar leven, U hier mag ontmoeten en zij zich zullen overgeven aan U, zodat U een ieder van hen Uw doel met hun leven kan laten zien.
En geef hen daarin ook de bereidheid van hun hart om dat te doen wat daarvoor nodig is.

In Jezus ‘Naam bid ik U dit.

- Amen –




Welke berg ook in de weg staat
om tot ontplooiing te komen;
tot het doel dat God heeft voor jouw leven,
zet hem in geloof opzij
en ontdek de nieuwe mogelijkheden
die God jou vandaag wilt geven.

Hij roept je bij je naam,
jouw dagen liggen vast in Zijn boek
waar ze allen reeds zijn opgeschreven, 
zet die berg, wat het ook is, opzij,
zodat jij in je volle bestemming
tot Zijn eer kan leven.

Samen zijn we immers
het lichaam van Christus.
Niemand kan tot de ander zeggen:
‘We hebben jou niet nodig.’
We zijn één in Christus
en dienen voor elkaar te zorgen;
geen enkel kind van Hem
is daarin overbodig.

Jij bent kostbaar, waardevol en hooggeschat.
Stap uit in geloof en bewandel het door Hem gegeven pad.

©Rita Klapwijk

zondag 29 juli 2012

Week 31 - Ochtenden

Sla acht op mijn stem als ik roep,
mijn Koning en mijn God,
want tot U bid ik.
's Morgens hoort U mijn stem, HEERE;
's morgens leg ik mijn gebed voor U neer
en zie ik naar U uit.
HSV

Luister naar mijn roepen om hulp,
mijn koning en mijn God,
want ik richt mij tot U.
In de morgen al hoort U mij roepen,
in de morgen al leg ik alles aan U voor
en ik wacht op Uw antwoord.
GNB

Psalm 5:3,4

In de morgen al hoort U mij roepen, in de morgen al leg ik alles aan U voor en wacht op Uw antwoord…

Wat gebeurt er in jouw binnenste als je deze woorden leest?
Vind je herkenning, begint je hart sneller te kloppen van verlangen bij deze woorden of word je al moe bij de gedachte eraan, begint alles van binnen te wrikken en te wringen van, O nee Heer, niet in de morgen …?
Of verlang je ernaar met hart en ziel, maar lukt het gewoon niet omdat je gewoonweg te moe bent ‘s morgens?

Persoonlijk begint mijn hart sneller te kloppen bij deze woorden en is het mijn diepst verlangen om Hem in de stilte van de vroege morgen te ontmoeten.
Niet dat mijn ochtenden altijd dan ook zo beginnen, maar het verlangen is zeer groot en ik kijk uit naar de tijd dat ik minder afhankelijk ben van allerlei factoren die dit in de weg staan.

Het eerste wat eigenlijk in mij boven kwam toen ik deze woorden las, waren de woorden van een gedichtje van een boekenlegger die ik ooit eens gekocht heb.
Het is een klein gedichtje van Tinie Goedhart.

Wek mij elke morgen
met Uw woorden.
Fluister mij wat ik nodig heb
aan levenswijsheid in.
Om op mijn beurt door te geven
uit Uw stroom van leven.
Gevoed in U
heeft elk moment zin.

Het tweede dat in mij opkwam,  was snel naar de Psalmen, en opzoeken wat er nog meer geschreven staat over ‘de morgen’.
Op Biblia.net gaat dat fantastisch.
Ik pik er even een paar uit die mij persoonlijk heel erg aanspreken.
Psalm 63:2:
O God, U bent mijn God!
U zoek ik vroeg in de morgen;
mijn ziel dorst naar U,
mijn lichaam verlangt naar U in een land,
dor en dorstig, zonder water.

Psalm 88:14:
Ik echter, ik roep tot U, HEERE,
mijn gebed komt U tegemoet in de morgen.

Psalm 90:14:
Verzadig ons in de morgen met Uw goedertierenheid,
dan zullen wij juichen en verblijd zijn,
tijdens al onze dagen.

Psalm 143:8:
Doe mij in de morgen Uw goedertierenheid horen,
want ik vertrouw op U;
maak mij de weg bekend die ik te gaan heb,
want tot U hef ik mijn ziel op.

En eentje uit Klaagliederen, eentje die mij altijd zeer bemoedigd; Klaagliederen 3:22,23:
Het zijn de gunstbewijzen des HEREN, dat wij niet omgekomen zijn,
want zijn barmhartigheden houden niet op,
elke morgen zijn zij nieuw,
groot is uw trouw!

Jaren ben ik eerder opgestaan dan de rest van mijn gezin, simpelweg omdat ik het niet alleen heerlijk vond om even rustig wakker te worden voordat de dagelijkse plicht riep en de daarbij horende drukte, maar ook omdat ik graag samen met de Heer de dag wilde beginnen en mijn kinderen en alle zorgen voor Zijn troon wil brengen aan het begin van de dag.
Het waren zeer kostbare en waardevolle tijden.
In de stilte van de vroege morgen ervaarde ik Gods aanwezigheid en in de stilte van Zijn aanwezigheid kon ik rustig wakker worden en Zijn kracht ontvangen voor de dag die voor me lag.
We hebben hele zware jaren achter de rug.
Kinderen zijn een zegen van God, maar soms zijn de wegen die we met onze kinderen gaan niet bepaald makkelijk of licht.
Meer dan ooit waren die momenten, in de stilte van de vroege morgen samen met de Heer, van levensbelang.
Mag ik je even meenemen naar een gedicht wat ik toen heb geschreven?

Het heet: In de stilte

In de stilte van de vroege morgen
ben ik dankbaar, dat ik bij U komen mag.
En ik breng U al mijn zorgen
van deze nieuwe, komende dag.

Er zijn zo vele dingen Heer,
die mij telkens zorgen baren.
Maar ik leg ze nu hier voor U neer,
brengt U de storm in mij maar tot bedaren.

Langzaam vult Uw vrede mijn hart
en worden de zorgen minder zwaar.
Lichter wordt de zwaarte van mijn smart
en opnieuw ervaar ik, U bent daar.

Oh, Heer, ik weet wel wat U tegen mij hebt gezegd;
Mijn juk is zacht, Mijn last is licht,
maar vaak heb ik deze woorden naast me neergelegd
en verloor daarmee op U mijn zicht.

Maar nu, terwijl de nieuwe ochtend gloort,
zoek ik U op en wil heel dicht bij U zijn,
om gesterkt te worden door Uw woord
en herinnerd te worden, dat ik nooit alleen zal zijn.

Als ik dit zo terug lees vult een stille vreugde mijn hart.
Het zijn mijn eigen woorden, maar nog steeds is dit het verlangen van mijn hart.
En eerlijk gezegd heb ik dit het afgelopen jaar gemist.
Heel erg gemist, realiseer ik me nu.

Het afgelopen jaar stond ik gelijk met één van de kinderen op en terwijl deze onder de douche verdween, nam ik mijn tijd met de Heer.
Maar regelmatig word ik hierin erg gestoord, want er viel schijnbaar altijd nog wel iets te vragen of te zeggen.
Hoewel ik dan weer aangaf van, hup, strakjes, nu naar boven, ik ben nu aan het Bijbellezen en bidden, toch was er daardoor niet die rust en vrede als toen.
Meer dan eens heb ik er afgelopen jaar aan gedacht om toch maar weer een half uurtje eerder op te staan, maar het late tijdstip van naar bed gaan en het slechte slapen (leeftijd ) weerhielden mij er nog van om het te doen.
Ik was (ben) vaak al zo moe al ik opstond; niet meer zo fit en helder als ik vroeger was.
Maar toch, nu ik dit weer zo lees samen met de woorden van de Psalmdichters en er weer aan denk en tegelijk ook ervaar welk een kracht en sterkte erin verscholen ligt, brandt mijn hart opnieuw van verlangen naar die stille, vredige, krachtgevende, ontmoetingen met Hem.

Terwijl ik afgelopen week al zo mijn gedachten liet gaan over dit thema, merkte ik, dat het bij het wakker worden al weer in mijn gedachten is.
Met de woorden van het gedichtje van Tinie Goedhart en het besef wat het betekent om de dag met Hem te beginnen, doet in mij opnieuw het verlangen ontstaan om toch weer eerder op te staan.
En terwijl ik dit zo schrijf, besef ik dat ik het meer heb gemist dan ik me bewust was.
Ja, ik heb overdag zeker mijn momenten met God gehad en nog, toch is dat anders dan aan het begin van de dag.
Langzaam begint het tot mij door te dringen wat ik mijzelf en God heb ontzegd.
Of moet ik zeggen God en mijzelf?

Mijn gedachten gaan naar het late tijdstip van naar bed gaan en het vroege opstaan.
(Hoe deed U dat toch, Heer Jezus?)
Keuzes maken, prioriteiten stellen …

Ik ga terug naar de woorden van de Psalmdichter.
De woorden van Psalm 5 zijn een roep om hulp in de vroege morgen, maar ik besef ook, dat dit niet altijd maar hoef te betekenen dat we in grote nood verkeren.
We hebben immers iedere dag Gods hulp nodig?
Niet alleen voor onze problemen, moeiten en zorgen, maar ook voor leiding, Zijn wil te zoeken, wat Zijn wil is in de wegen die we gaan, moeten gaan …
De dag in Zijn handen leggen, onze kinderen voor Zijn troon brengen, elkaar, als man en vrouw, het werk dat op ons wacht …
Het van Hem verwachten …

Hoe dorstig is mijn ziel?
Hoe groot mijn verlangen naar Hem?
Hoe graag wil ik Zijn goedertierenheid ontvangen die Hij iedere dag wil geven?


Tot wie (of wat) hef ik mijn ziel op aan het begin van de  nieuwe dag?
Een klein citaat van de kalender voor deze keer:

‘We geven Hem onze lege beker en vragen Hem deze met Zichzelf te vullen.’

Wat zou er gebeuren, hoe zullen onze dagen eruit gaan zien als wij iedere morgen voor Zijn troon zouden komen, onze lege beker ophouden en Hem vragen om hem te vullen?

Psalm 90:14 zegt: ‘Verzadig ons in de morgen met Uw goedertierenheid, dan zullen wij juichen en verblijd zijn, tijdens al onze dagen.’
De Psalmdichter in Psalm 5 ging aan het begin van de dag naar God toe, legde Hem alles voor en wachtte op antwoord.

Misschien ben je geen ochtendmens, misschien moet je nog regelmatig je bed uit voor ….
Misschien verlang je ernaar, maar weet je in de omstandigheden waarin je zit totaal niet hoe je dat vorm zou moeten geven …
Misschien …
We kunnen van alles invullen waarschijnlijk.
Maar God kent ons hart en onze omstandigheden.
Hij weet of we slechts uitvluchten zoeken of dat het ons verdriet doet dat …
Hij kent ons hart, onze gedachten en al onze verlangens.
Soms lukt het gewoon niet, wat een ander ook anders wil beweren, soms lukt het gewoon niet.
Maar ook dan weet God het en is Hij daar bij.

Voor mijzelf?
Ik ga na de vakantie toch maar weer dat half uurtje eerder op.

En jij?




Lieve Vader in de hemel.
Wat heb ik het gemist om zo bij U te zijn afgelopen jaar.
Wat heb ik het gemist, deze tijd met U.
Wat was het toch vervelend iedere keer gestoord te worden en wat moest ik er voor waken dat het er niet helemaal bij in zou schieten.
De leegte was groter dan ik heb beseft en ik zie er naar uit, Vader, om de dagen, ook na de vakantie, weer zo te beginnen.
Nu slaapt iedereen uit en heb ik deze momenten weer en waarschijnlijk besef ik daardoor ook te meer weer wat ik heb gemist.
Vergeef mij, vader, maar dank U wel dat U zo opnieuw tot mijn hart spreekt.
Ik bid U zo voor hen die ook verlangen naar deze momenten, maar waar het gewoon door omstandigheden of andere factoren, niet lukt.
Heere, U kent hun hart, en ik bid U, dat zij, in het ogenblik dat zij verlangend aan U denken, vervuld zullen worden met de warmte van Uw vuur, met de kracht van Uw Geest en de liefde van Uw nabijheid.
Spreek zo tot hun hart, Vader, in de stilte van dit kleine moment en bemoedig hen zo.

In Jezus’ Naam.

- Amen –

 


In de ochtend U ontmoeten,
samen met U
de nieuwe dag beginnen.
Alles aan U voorleggen,
in vertrouwen,
dat U luistert en hoort.
Uw woorden tot mij nemen;
indrinken,
overdenken en bezinnen.
Mijn lege beker laten vullen,
verwonderend
dat ik U toebehoor.
De nieuwe dag aankunnen,
gesterkt,
tot diep van binnen.

©Rita Klapwijk

   Before the day van Newsong

zondag 24 juni 2012

Week 26 - Je dagelijks opnieuw toewijden

Als u de HEER niet verkiest te dienen, kies dan nu wie u wel wilt dienen: de goden die uw voorouders aan de overkant van de Rivier hebben vereerd, of de goden van de Amorieten, van wie u nu het land bewoont.
Ik en mijn familie, wij dienen de HEER.
WB

Maar als het in uw ogen kwalijk is de HEERE te dienen, kies voor u heden wie u zult dienen: of de goden die uw vaderen, die aan de overzijde van de rivier woonden, gediend hebben, of de goden van de Amorieten, van wie u het land bewoont.
Maar wat mij en mijn huis betreft, wij zullen de HEERE dienen!
HSV

Jozua 24:15

Kies dan nu wie je wilt dienen …
Je dagelijks opnieuw toewijden …
Dienen.
Toewijden.

De afgelopen week hebben deze woorden me behoorlijk bezig gehouden.
Ik heb er heel veel over na lopen denken.
Toewijding, jezelf toewijden aan de Heere.
Dienen, kiezen, toewijden, dagelijks opnieuw.
Wat betekent dat eigenlijk echt, wat houdt dat eigenlijk precies in?
Ik heb mijn leven aan de Heer gegeven, maar is het daarmee automatisch aan Hem toegewijd?
Dien ik Hem echt?
Er zijn de laatste jaren veel dingen veranderd in mijn leven waardoor mijn geloof en vertrouwen in hem is gegroeid, maar betekent dat ook dat ik Hem meer ben toegewijd?
Dien ik Hem nu meer of beter doordat ik bepaalde dingen voor Hem doe?
Wat betekent het eigenlijk in wezen om iemand toegewijd te zijn, om te dienen?
Wat houdt het eigenlijk in werkelijkheid in?
Is mijn leven Hem wel toegewijd, dien ik Hem of is alles wat ik doe, hoe ik leef inmiddels vanuit gewoonte?
Allemaal vragen en gedachten die bij mij boven kwamen de afgelopen week.

Ik wilde de diepte van deze woorden weten, ik wilde het als het ware proeven en zocht daarom de betekenis van deze woorden, schreef ze op en dacht er over na terwijl ik ze herhaaldelijk las; nam ze als hapjes steeds opnieuw in mijn mond om de ‘smaak’ te proeven.
Voor mijzelf is deze zoektocht naar de diepte van de betekenis van het dienen en toewijden aan God, aan de Here Jezus, ook opnieuw een keuze maken op de vraag in de tekst.
Ik wil de diepte van deze woorden proeven, zoals een wijnkenner de wijn door zijn mond laat rollen om ieder facet te proeven en boven te halen om aan het eind de vraag te beantwoorden: ‘Slik ik het door of spuug ik het uit?‘

Kies dan nu wie je wilt dienen …
Kies dan nu WIE je wil DIENEN …

Dienen is het iemand, een ander persoon, het naar de zin maken.
Het betekent van dienst zijn, helpen, bruikbaar zijn, behulpzaam, bijdragen, functioneren, aanbidden.

Nu, ik wil echt niet zomaar iedereen dienen in de volste betekenis van dit woord, want er staat ook ‘aanbidden’ bij.
We kunnen mensen dienen, maar en is er maar Eén die we mogen aanbidden.
En in die zin spreken we vandaag over het woordje ‘dienen’.
Wie wil je dienen in de zin van aanbidden?
Wie wil je vereren, verheerlijken?
Wie wil je verheffen en hartstochtelijk beminnen (aanhangen, aanbidden, liefhebben)?

Voordat Jozua het volk de ‘grote’ vraag voorhoudt zodat zij opnieuw een keuze kunnen maken, spreekt hij eerst de woorden van de Heer.
God houdt, bij monde van Jozua, Zijn volk voor wat Hij allemaal al niet heeft gedaan voor hen en laat hen zo nog eens zien wie Hij is.

Als ik terugkijk op mijn leven en zie wat God allemaal heeft gedaan voor mij, dan is het antwoord voor mij niet moeilijk.
Hem wil ik dienen.
Hem wil ik aanbidden, vereren, verheffen, ja, hartstochtelijk beminnen, want Hij is het waard!
Want Hij is wie Hij zegt dat Hij is; Hij doet wat Hij zegt dat Hij doet; altijd!
Hem heb ik lief en daarom wil ik Hem dienen.

Maar ben ik in mijn dienen Hem wel toegewijd?
Om daar weer een antwoord op te kunnen geven ga ik me eens verdiepen in het woord toewijden.

Toewijden, toegewijd zijn, betekent: veel aandacht en zorg hebben (sommige spreken zelfs van permanente en volledige aandacht).
Het betekent overgave, veel inzet, ijver en enthousiasme.
Het betekent genegenheid, liefde en zelfopoffering.
Het betekent ernst en trouw.
Het betekent verknochtheid en bezieling.

Als ik deze woorden zo lees en overdenk, dan vraag ik me stilletjes af of ik Hem wel echt ben toegewijd.
Het houdt immers zoveel meer in dan ik me vaak bewust ben.

Liefde, aandacht, genegenheid, trouw en ernst, och, dat zijn nog wel zaken die ik kan beamen, maar als het gaat om ijver, enthousiasme en veel inzet, dan wordt het toch al wel een stuk moeilijker, want ik heb ook nog mijn gezin en allerlei andere zaken die mijn zorg en aandacht nodig hebben, daar recht op hebben en wat gaat er dan voor?
Na de nodige strubbelingen met je kinders (groot of klein, kleuterpuber of gewone puber)  blijft er van mijn enthousiasme soms niet veel meer over en zit ik eerder uitgeblust op de bank.
En dan heb ik het nog niets eens over de gewone dingen van het leven die een mens zo in beslag kunnen nemen, of ziekte of …
En zelfopoffering?
Nou, ook dat gaat me niet altijd even makkelijk af, want de vraag ‘en ik dan?’ komt dan toch nog weleens boven.

Nog veel dieper gaan voor mij de woorden verknochtheid en bezieling.
Ik vind het prachtige woorden.
Zonder nog echt naar de betekenis gekeken te hebben, spreken deze twee woorden een ongekende diepte, inhoud en betekenis uit.
Als ik deze twee woorden op mijn tong neem dan proef ik alle andere woorden hierin
Liefde, aandacht, ijver, trouw, ernst, enz., enz.
Ik proef het, maar ik wil nog verder, nog meer en ga naar de betekenissen van deze woorden op zoek.
Encyclo zegt van verknochtheid, innig gehecht, verkleefd.
Verknocht, je zit er als het ware aan vast.
Ik ben verknocht aan … vul voor jezelf maar eens in en verander dat dan eens in God.
Ik ben verknocht aan God, ik zit vast aan God …
En dan bezieling.
Bezieling betekent: ‘sterke inspiratie waarmee je iets doet’.
En inspiratie betekent zowel ‘Goddelijke ingeving als ‘inademing’.
Als ik dan even mag spelen met deze woorden, dan kom ik tot het volgende: ‘Bezieling is sterke Goddelijke ingeving, de inademing waarmee ik iets doe.’

Toegewijd zijn aan de Heer, wil dan zeggen dat ik zo met Hem verweven ben, dat ik Hem inadem en van daaruit leef, beweeg en besta.

Dan heb ik lief wat Hij liefheeft en haat ik wat Hij haat.
Dan ben ik niet meer gericht op wat ik wil, maar op wat Hij wil.
Dan leef ik zo, dat mijn leven Hem vreugde schenk, ook al doet het mij pijn en/of verdriet.
Dan richt ik mijn aandacht op die dingen die Hij belangrijk vindt en niet op hetgeen ik graag zou willen.
Dan brandt het als een vuur in mij om alles wat ik doe te doen voor Hem, tot eer van Hem.
Dan wil ik het ook allemaal zo goed mogelijk doen, want dat is wat Hem toekomt, wat Hij verdient.
Dan ben ik toegewijd aan Degene Die ik dien.

Iets treurigs maakt zich van mij meester, want ik besef dat ik dit nooit zal kunnen.
Want ik schiet tekort, iedere dag opnieuw.
Ook al zou ik me dagelijks opnieuw aan Hem toewijden, me zo bewust zijn van wat het ten diepste inhoudt, dan nog zal ik tekortschieten.
Maar deze treurigheid werp ik van mij af, want ik wil me wel dagelijks daar naar uitstrekken en iedere kans grijpen om de Here Jezus te volgen.
En daarin zal het gaan met vallen en opstaan, maar het uitstrekken en het proberen zijn allemaal zaken die thuishoren in het groeiproces naar volwassenheid in het geloof en in het komen tot volmaaktheid.

Dan ben ik als het ware de wijnkenner met de wijn rollend door mijn mond; ik heb geproefd en ik slik door.




Lieve Vader in de hemel, opnieuw kies ik ervoor om U te dienen.
Ik verlang ook naar een leven dat in dit dienen U is toegewijd.
Maar ik moet U belijden, lieve Vader, dat ik tegelijkertijd ook zo bang ben voor mezelf, mijn egoïsme, mijn eigen ik.
Ik ben niet zo goed, Vader, in het mezelf opzij zetten en volledig op u gericht te zijn.
Ik baal bijvoorbeeld soms zo ontzettend van het steeds weer opruimen van de rommel, de steeds weer terugkerende berg wasgoed en al dat soort dingen.
Dingen waarvan ik weet dat ik ze eigenlijk hoort te doen met blijdschap om dat ik ze in wezen voor U doe.
Maar deze wetenschap is zo vaak ondergeschikt aan wat ik voel.
Ik belijd U dit, Vader, en bid U daarom of U mij wilt helpen om mijn leven toe te wijden aan U in die diepste betekenis, want ik kan het van mijzelf niet.
Maak mij bewust, iedere dag opnieuw, van mijn keuze van toegewijd aan U willen leven, zodat ik die keuze dagelijks bewust zal gaan maken en mij daar naar uit zal strekken.
Laat mij opklimmen daarin tot dat ik voor altijd bij U ben.
En als ik tekortschiet doe mij beseffen,  dat iedere dag een nieuwe kans is om U te volgen; want bij U is vergeving.
Dank U wel, Vader, wat kan ik anders doen dan voor U buigen en knielen, en erkennen: ‘U bent Heer.’

- Amen -




Kies dan nu wie je wilt dienen;
kies dan nu wie je wilt zijn toegewijd.
Kies dan nu wie je wilt aanbidden;
kies dan nu, het is de juiste tijd.

Zie Wie Hij is;
zie wat Hij heeft gedaan.
Zie Zijn liefde voor jou;
zie het kruis op Golgotha staan.

Kies dan nu wie je wilt dienen;
kies dan nu wie je wilt zijn toegewijd.
Kies dan nu wie je wilt aanbidden,
kies en staak je strijd.

Geef je over, leg je leven in Zijn handen;
vergeving en leven is wat je zult ontvangen.
Wijd je leven toe aan God de Heer;
Hij vervult je diepst verlangen.

Kies dan nu wie je wilt dienen;
kies dan nu wie je wilt zijn toegewijd.
Kies dan nu wie je wilt aanbidden,
kies, laat Zijn hart worden verblijd.


Ik kniel neer,
buig mijn hoofd
en belijd opnieuw:
‘Jezus, U bent Heer.’

U wil ik dienen,
U wil ik zijn toegewijd.
Dat Uw licht en liefde
door mij heen wordt verspreid.

Angst voor falen
houdt mij niet meer tegen.
Sterker en meer is Wie U bent
en mijn verlangen naar Uw zegen.

- Amen -

©Rita Klapwijk