'Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren, zegt de HEERE.
Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw;
al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.'
HSV
'Laten wij zien wie gelijk heeft.
Jullie zonden zijn rood als karmijn, paars als purper;
toch kunnen ze blank worden als sneeuw, wit als wol.'
GNB
Jesaja 1:18
Levend geloof; geloof dat leeft.
Niet alleen zeggen dat je gelooft, maar laten zien in je houding, gedrag, in je manier van leven, in wat je wel en niet doet, wel en niet zegt.
Hem dat laten toepassen in je leven, staat er op het kalendertje.
Ik las Jesaja 1 eerst maar eens in zijn geheel en proef hoe ontzettend belangrijk gehoorzaamheid voor God is.
Maar dan ook gehoorzaamheid aan God in alles en niet alleen in bepaalde dingen of op bepaalde gebieden.
In dit hoofdstuk klaagt God Zijn volk aan.
Ze brengen de voorgeschreven offers, ze lopen de tempel plat om Hem te vereren, ze houden de voorgeschreven feesten en samenkomsten, maar God walgt ervan, staat er.
Hij verafschuwt ze.
Hij kan ze niet langer verdragen.
Hij heeft het volk grootgebracht en opgevoed, maar ze zijn tegen Hem in opstand gekomen.
God zegt over Zijn volk in vers 3: Een rund kent zijn bezitter en een ezel de kribbe van zijn eigenaar, maar Israël heeft geen kennis, Mijn volk heeft geen inzicht.
Oftewel, Israël is nog dommer dan de rund en de ezel.
Zij kennen tenminste nog de hand die hen voed en die voor hen zorgt.
Maar het volk Israël heeft Hem de rug toegekeerd, heeft Hem verlaten.
Hem verworpen, zich van Hem vervreemd …
En ze blijven zich verzetten.
Het is zelfs zo erg, dat God Zijn ogen gesloten houdt als zij hun handen smekend omhoog heffen, dat Hij niet luistert, hoelang ze ook bidden.
Hun onrecht, hun zonden, hun wandaden staan als een onoverbrugbare kloof tussen hen en God in.
Was je, reinig je, keer je af van … roept God Zijn volk toe.
Jullie handen zitten vol bloed.
Houdt op met kwaad doen en leer goed te doen, help …
laten we zien wie er gelijk heeft.
Laten we een rechtszaak aanspannen.
Jullie en Ik …
En in één adem er achteraan: ‘Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw; al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.’
Luister; wees gewillig en bereid om te luisteren.
Wees gehoorzaam, dan …
Maar als je ongehoorzaam bent, dan …
De woorden van Jesaja gelden ook voor ons, zijn ook Gods waarschuwing aan ons.
Zonden.
Vergeving.
Gehoorzaamheid.
Ik kijk en zoek verder.
Levend geloof.
Geloof …
Mijn oog wordt getrokken door een tekst uit Lucas 5.
Vers 1 - Bij het zien van hun geloof zei Hij tegen de man: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’
Het verhaal van de verlamde man die door zijn vrienden naar Jezus wordt gebracht om genezing te kunnen ontvangen.
Het huis waar Jezus was, was echter zo vol dat ze niet naar binnen konden.
Maar ze gaven niet op.
Ze gingen naar het dak toe, maakten er een gat in en lieten hun vriend met bed en al door dit gat naar beneden zakken vlak voor Jezus.
Dan staat er in Lucas 5:20: Bij het zien van hun geloof zei Hij (Jezus) tegen de man: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’
De farizeeërs en schriftgeleerden vallen hier natuurlijk geweldig over, wie denkt Hij wel niet dat Hij, Jezus, is.
Wat een godslastering.
Maar Jezus kent hun gedachten en gaat daarop in door te laten zien dat Hij zowel de macht heeft om zonden te vergeven, als om te genezen.
Hij zegt daarom tegen de verlamde man dat hij op moet staan, zijn bed op moet pakken en naar huis moet gaan.
En de man staat op, pakt zijn bed en gaat, God lovend en prijzend, naar huis.
Levend geloof.
Zonden.
Vergeving.
Gehoorzaamheid.
Levend geloof!
De vrienden hadden geloof dat Jezus hun vriend kon genezen, maar als ze het daarbij hadden gelaten, zou hun vriend waarschijnlijk nooit genezen zijn.
Nee, ze geloofden dat Jezus het kon en daarom kwamen ze in actie en pakten hun vriend met bed en al op om hem naar Jezus toe te brengen.
Ze lieten zich ook niet tegenhouden door een dichte muur van mensen, maar waren vindingrijk en gingen naar het dak waar zij een gat in maakten om zo toch hun vriend maar bij Jezus te kunnen brengen.
Het gat dat zij moesten maken was niet een klein gaatje, want ze lieten hun vriend immers met bed en al naar beneden zakken, dus het gat waarover gesproken wordt is een behoorlijk groot gat en heeft hun heel wat gekost om te maken.
Levend geloof.
Praktisch.
Vindingrijk.
’t Mag wat kosten.
Liefde.
Bewogenheid.
Geloof: Hij kan het!
Gehoorzaamheid: Doen en gaan.
En dan: ‘Uw zonden zijn u vergeven!’
De ziel is voor Jezus belangrijker dan het lichaam.
Dat de ziel gered wordt, staat boven weer kunnen lopen.
Rein voor God kunnen verschijnen is van grotere waarde (= de grootste waarde) dan een lichaam dat gezond is en alles kan.
Misschien waren het zijn zonden wel die tussen hem en God instonden, dat weet ik niet.
Dit is immers niet altijd het geval, dat laat een ander voorbeeld uit de Bijbel ons wel zien.
Zie: Johannes 9:3
Maar Jezus zag het geloof (het levende geloof, want ze zetten hun geloof om in daden) van deze mannen en zei: Je zonden zijn je vergeven en daarna ontving de man ook genezing.
Doch de genezing werd pas zichtbaar en tastbaar, toen de man zelf ook opstond,zijn matras oppakte en ging.
Levend geloof.
Vergeving van zonden.
Geloof: horen.
Gehoorzaamheid: doen en gaan.
Mijn gedachten gaan zo van het één naar het ander.
Soms wordt het één geheel, één verhaal, nu gaan mijn gedachten van het één naar het ander.
Soms is dat ook goed, om zo uiteindelijk te kunnen komen waar God mij (ons) hebben wil, namelijk aan Zijn hart, bij Zijn wil.
God houdt van mij met heel Zijn hart, vertelt het kalendertje mij.
Hij heeft van Zijn kant uit alles gedaan om mij te bevrijden.
Het leven van Zijn Zoon, onze Here Jezus, getuigt daarvan.
En dan Hem de ruimte geven dat te laten toepassen in mijn (ons) leven.
‘Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren, zegt de HEERE.’
Lieve Vader in de hemel.
Als er zonde in mijn leven is, zonde, die tussen U en mij in staat, laat mij dit dan zien.
Open mijn ogen daarvoor.
Soms ben ik mij er namelijk niet eens van bewust.
Verborgen zonden, noemt David ze, Vader.
Laat mij het zien, Vader, zoals U Uw volk in dit hoofdstuk van Jesaja hun zonden voorhield; al hun ongerechtigheden.
Dan kan en zal ik belijden.
‘Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw;
al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.’
HEER, ik wil luisteren naar wat U hebt te zeggen, ik wil niet koppig zijn.
Doe mij Uw stem horen, doe mij Uw stem verstaan.
Vergeef mij en help mij mij af te keren van wat U mij laat zien.
Vergeef mij, en mijn hart zal weer wit zijn als sneeuw, als witte wol.
Laat mijn geloof, Vader, zijn een levend geloof, dat zich afkeert van zonde, vergeving ontvangt en in gehoorzaamheid de weg van Uw wil gaat.
Wandelend door de Geest aan Uw hand.
Groeiend, bloeiend, vruchtdragend.
Tot eer en glorie van Uw Naam.
- Amen -
Levend geloof.
Geloof dat zonden belijdt.
Levend geloof.
Leven in gehoorzaamheid.
Levend geloof.
Geloof in woord en daad.
Levend geloof.
Leven dat hoort, en gaat.
Levend geloof.
Geloof dat leeft.
Levend geloof.
Leven dat vruchten geeft.
Levend geloof.
Stapt uit en waagt.
Levend geloof.
Leven dat Hem behaagt.
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
Posts tonen met het label radicaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label radicaal. Alle posts tonen
zondag 2 juni 2013
zondag 18 november 2012
Week 47 - God kennen
Maar ik zal mij volstrekt niet beroemen op iets anders dan op het kruis van onze Heere Jezus Christus, door Wie de wereld voor mij gekruisigd is, en ik voor de wereld.
HSV
Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld.
NBV
Galaten 6:14
Met het stukje voor de komende week, ben ik begonnen aan de tweede helft van de kalender.
Er liggen D.V. nog weer bijna 11 maanden van overdenken en schrijven voor mij (ons).
Was ik in het begin soms vreselijk gestrest over hoe ik het weer voor elkaar moest krijgen (de vraag ‘waar ben ik aan begonnen’ kwam regelmatig boven), tegenwoordig, is er een stuk rust, omdat ik heb ervaren in de achterliggende tijd, dat Gods Geest mij leidt en mij de woorden geeft.
Sommige onderwerpen liggen me na aan het hart en soms voelde ik een opwinding nog voor ik ook maar een woord geschreven had, maar ik heb ook heel wat keren zuchtend mijn ogen opgeslagen naar boven met mijn handen als het ware in de lucht van ’Heer, hier weet ik niets van, of dit ken ik niet, hoe moet ik hier ooit iets zinnigs over schrijven’.
En dan begon ik met zoeken; in de Bijbel, op Internet, in de Matthew Henry’s.
Soms vloeiden er tranen van de strijd en moeite die het me kostte, omdat ik ‘het’ voor mijn gevoel maar niet kon pakken waar het om ging.
Ik geloof echter, dat ik de strijd, die ik soms heb, de worstelingen, om de juiste woorden op papier te krijgen, juist nodig heb om zelf alles eerst te doorleven en eigen te maken.
En soms was daar ook de enorme onzekerheid die me kon overvallen; wat gaan mensen hier wel niet van denken of zeggen …
Bijna 11 maanden, 47 weken lang inmiddels, ben ik nu onderweg en wat heb ik veel geleerd en mogen (her)ontdekken.
En er komen nog 47 weken aan waarin ik, en naar ik hoop jullie lezers ook, nog meer mogen nadenken en leren van Gods woord.
Deze week is het weer een grote worsteling om wat op papier te krijgen.
En na een hele ochtend en een halve middag worstelen met mijn gedachten, Gods woord en de onrust in huis door kinderen die er normaal op de vrijdagmorgen niet zijn, lees ik voor de zoveelste keer bovenstaande tekst nog eens door.
‘Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld.’
Punt.
Ineens is het alsof ik Paulus het hoor zeggen: ‘Jongens, luister eens, jullie kunnen me allemaal wat. Het doet er allemaal niet toe, wat jullie ook zeggen. Je kunt van alles aandragen wat je hebt gedaan, of waar je je allemaal wel niet aan hebt gehouden, maar het draait maar om één ding, en dat is het Kruis van onze Here Jezus Christus! Zo simpel is het. Niets doet er meer toe dan alleen dat en als dat betekent dat ik vervolgd word, so be it! Daar zal ik dan trots op zijn, want ik wil geen deel uitmaken van een wereld die Hem niet wilt.’
In gedachten zet ik de tijd even stil en stel me het Kruis voor waar de Here Jezus net is gestorven.
Maar een enkeling van Zijn volgelingen is Hem tot daar gevolgd.
De vrouwen zijn daar, en Johannes, Zijn geliefde discipel.
Voor de rest zijn het soldaten, alleen maar op sensatie beluste mensen en degenen die Hem en Zijn boodschap zo haatten.
Waar ben ik?
Maak ik ook deel uit van de vrouwen?
Durf ook ik daar te staan, het risico lopend dat ook ik gevangen genomen word omdat ik een volgeling van Hem ben, of sta ik liever heel dicht bij de meute die Hem gekruisigd wilde hebben, uit veiligheidsoverweging?
Paulus heeft de eerste christenen zwaar vervolgd.
Hij hield de mantels vast van hen die Stefanus stenigden om zijn geloof in de Here Jezus Christus.
Als geen ander wist Paulus wat het hem zou gaan kosten toen hij zijn leven in de handen legde van de Here Jezus en zich overgaf aan Hem.
Degene die vervolgde zou zelf worden vervolgd.
Maar Paulus had tot in het diepst van zijn wezen, het diepst van zijn ziel beseft wat er aan het Kruis is gebeurd.
In de dagen van zijn blind zijn is de stem van de Here Jezus: ‘Paulus, waarom vervolg je Mij?’ tot in het diepst van zijn hart binnengedrongen en hij kan niets anders meer zeggen dan wat hij hier, in deze tekst, zei.
Alleen Hem wil hij volgen.
Alleen Hem wil hij dienen.
Om Hem wil hij alles doorstaan.
Niets is meer belangrijk; de wereld niet, wat de wereld hem aan zou kunnen doen niet, wat mensen zeggen niet, wat mensen hem zouden kunnen aandoen niet.
Niets maakt het meer voor hem uit, hij wil maar één ding: Jezus volgen, vertellen van Hem die voor onze zonden is gestorven en opgestaan.
Hem wil hij dienen, eren, in woord en daad.
Ongeacht wat het kost.
De wereld en al haar begeerlijkheden hebben voor hem afgedaan.
Is het voor mij ook zo ‘simpel’?
Kan ik dit net als Paulus ook zo ‘makkelijk’ zeggen?
Of zeg ik het te makkelijk om er vervolgens achter te komen dan mijn mond sneller was dan de consequenties die ik kon overzien?
Sta ik daar wel bij stil als ik tv kijk, of bepaalde bladen inkijk, of als ik de computer aanzet …
Paulus was heel radicaal in zijn keuzes, hoe radicaal ben ik?
Het Kruis was alles voor Paulus, wat betekent het Kruis voor mij?
Doet het er werkelijk toe hoeveel mensen ik tot God heb mogen leiden, of hoeveel ik gedaan heb voor mijn kerk of gemeente of wil ik alleen maar dichter tot Hem groeien, Hem beter leren kennen door dagelijks in Zijn voetsporen te wandelen, te zijn als Hij, te doen als Hij?
Ik moet denken aan een gebed dat ik onlangs op mijn site gezet heb.
Welk een consequenties heeft dat gebed eigenlijk als je het goed tot je door laat dringen.
Kom, o God,
kom, Heer Jezus,
kom met Uw Heilige Geest
en leidt mij deze dag.
Vul mij, onderwijs mij.
Bescherm mij, leidt mij.
Maak mijn wil één met die van U
en doorstroom mijn hart met Uw liefde,
opdat ik zal uitdelen van wat U mij geeft.
Laat mij liefhebben, wat U liefheb
en laat mij haten, dat wat U haat.
Laat mijn hart zich verheugen, in dat wat U verheugt
en laat mijn hart bedroeft zijn om wat Uw hart bedroeft.
Maak mijn hart zacht en bewogen, zoals dat van U.
Laat mijn leven tot zegen zijn voor een ieder die ik ontmoet
en tot eer en glorie van U.
- Amen -
Als ik God wil leren kennen, beter wil leren kennen, dan is het Kruis de plaats waar ik wezen moet, want in de Here Jezus Christus heeft God getoond wie Hij werkelijk is.
Begin bij het Kruis en je zult het hart van de Vader leren kennen, voor zover dat voor ons mensen mogelijk is.
En voor hier zal dat genoeg zijn.
Lieve Vader in de hemel.
Het was voor Paulus allemaal zo ‘simpel’.
Niet in wat hij moest ondergaan, maar wel in hoe hij in het leven stond, zijn houding, zijn keuzes.
Hij had geen andere keuze, nadat hij erachter gekomen was wie Jezus werkelijk was.
Soms, lieve Vader, vraag ik mij weleens af of ik dat wel zo, in die hoedanigheid, weet.
Of misschien weet ik het wel, maar is het nog niet volledig in mijn hart neergedaald.
Of …
Waarom durf ik anders soms nog zo weinig; waarom doet het er soms nog zoveel toe wat mensen zeggen of vinden …
Waarom speel ik soms nog zo vaak op safe, of zwijg ik, of kijk ik een andere kant op of …
Vorige week, vader, hebben we het gehad over ‘klaar zijn voor de strijd’, maar U kennen, Vader, is nog zoveel belangrijker, want dan krijgt mijn hart dezelfde drive en passie als Paulus.
Dan wil ik nog maar één ding en dat is alles doen wat U van mij vraagt ongeacht wat het mij kost.
Niet omdat het moet, niet omdat het een wet is, maar omdat ik van U houd en ten diepste tot mij doorgedrongen is wie U bent en wat U voor mij hebt gedaan.
De prijs die U hebt moeten betalen voor mijn ziel.
Vader, ik ben onderweg en lerende.
Dank U wel voor Uw genade in dit proces, voor Uw vergeving, voor Uw geduld, voor Uw liefde.
Breng mijn geloof op dezelfde hoogte als dat van Paulus zodat ook ik met volle overtuiging dezelfde woorden kan zeggen.
‘Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld.’
Wel in de wereld, maar niet meer van de wereld.
Maak mij los, Vader, maak mij los.
Zet mij vrij …
In Jezus’ Naam.
- Amen -
Ik sluit mij af
voor de wereld om mij heen
en loop in gedachten,
in alle stilte en eenzaamheid,
naar het kruis - het is leeg.
Het bloed aan het hout
en op de grond
zijn de stille getuigen
van wat Hij daar
voor mij heeft gedaan.
Ik hoor het geschreeuw:
‘Kruisigt Hem, kruisigt Hem’
en een beklemmend gevoel
overvalt mij – ik moet kiezen.
De stemmen komen dichterbij;
wat zal ik doen,
waar ga ik heen?
Maak ik mij stilletjes uit de voeten
of zal ik bij het kruis blijven staan?
‘Jij hoort ook bij Hem!’
De woorden klinken hard en scherp
en angst overvalt mij
tot in het diepst van mijn wezen.
Dit is mijn moment – Hij kijkt.
Ja, ik hoor ook bij Hem!
Mijn angst is verdwenen;
Hem wil ik volgen, om wat Hij
voor mij heeft gedaan.
Liefhebben, wat Hij liefheeft;
haten, wat Hij haat.
Bedroefd zijn, om wat Hem bedroeft;
verheugd zijn, om wat Hem verheugt.
Geen compromissen,
alles plaatsen in Zijn Licht
en in Zijn voetsporen gaan.
©Rita Klapwijk
HSV
Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld.
NBV
Galaten 6:14
Met het stukje voor de komende week, ben ik begonnen aan de tweede helft van de kalender.
Er liggen D.V. nog weer bijna 11 maanden van overdenken en schrijven voor mij (ons).
Was ik in het begin soms vreselijk gestrest over hoe ik het weer voor elkaar moest krijgen (de vraag ‘waar ben ik aan begonnen’ kwam regelmatig boven), tegenwoordig, is er een stuk rust, omdat ik heb ervaren in de achterliggende tijd, dat Gods Geest mij leidt en mij de woorden geeft.
Sommige onderwerpen liggen me na aan het hart en soms voelde ik een opwinding nog voor ik ook maar een woord geschreven had, maar ik heb ook heel wat keren zuchtend mijn ogen opgeslagen naar boven met mijn handen als het ware in de lucht van ’Heer, hier weet ik niets van, of dit ken ik niet, hoe moet ik hier ooit iets zinnigs over schrijven’.
En dan begon ik met zoeken; in de Bijbel, op Internet, in de Matthew Henry’s.
Soms vloeiden er tranen van de strijd en moeite die het me kostte, omdat ik ‘het’ voor mijn gevoel maar niet kon pakken waar het om ging.
Ik geloof echter, dat ik de strijd, die ik soms heb, de worstelingen, om de juiste woorden op papier te krijgen, juist nodig heb om zelf alles eerst te doorleven en eigen te maken.
En soms was daar ook de enorme onzekerheid die me kon overvallen; wat gaan mensen hier wel niet van denken of zeggen …
Bijna 11 maanden, 47 weken lang inmiddels, ben ik nu onderweg en wat heb ik veel geleerd en mogen (her)ontdekken.
En er komen nog 47 weken aan waarin ik, en naar ik hoop jullie lezers ook, nog meer mogen nadenken en leren van Gods woord.
Deze week is het weer een grote worsteling om wat op papier te krijgen.
En na een hele ochtend en een halve middag worstelen met mijn gedachten, Gods woord en de onrust in huis door kinderen die er normaal op de vrijdagmorgen niet zijn, lees ik voor de zoveelste keer bovenstaande tekst nog eens door.
‘Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld.’
Punt.
Ineens is het alsof ik Paulus het hoor zeggen: ‘Jongens, luister eens, jullie kunnen me allemaal wat. Het doet er allemaal niet toe, wat jullie ook zeggen. Je kunt van alles aandragen wat je hebt gedaan, of waar je je allemaal wel niet aan hebt gehouden, maar het draait maar om één ding, en dat is het Kruis van onze Here Jezus Christus! Zo simpel is het. Niets doet er meer toe dan alleen dat en als dat betekent dat ik vervolgd word, so be it! Daar zal ik dan trots op zijn, want ik wil geen deel uitmaken van een wereld die Hem niet wilt.’
In gedachten zet ik de tijd even stil en stel me het Kruis voor waar de Here Jezus net is gestorven.
Maar een enkeling van Zijn volgelingen is Hem tot daar gevolgd.
De vrouwen zijn daar, en Johannes, Zijn geliefde discipel.
Voor de rest zijn het soldaten, alleen maar op sensatie beluste mensen en degenen die Hem en Zijn boodschap zo haatten.
Waar ben ik?
Maak ik ook deel uit van de vrouwen?
Durf ook ik daar te staan, het risico lopend dat ook ik gevangen genomen word omdat ik een volgeling van Hem ben, of sta ik liever heel dicht bij de meute die Hem gekruisigd wilde hebben, uit veiligheidsoverweging?
Paulus heeft de eerste christenen zwaar vervolgd.
Hij hield de mantels vast van hen die Stefanus stenigden om zijn geloof in de Here Jezus Christus.
Als geen ander wist Paulus wat het hem zou gaan kosten toen hij zijn leven in de handen legde van de Here Jezus en zich overgaf aan Hem.
Degene die vervolgde zou zelf worden vervolgd.
Maar Paulus had tot in het diepst van zijn wezen, het diepst van zijn ziel beseft wat er aan het Kruis is gebeurd.
In de dagen van zijn blind zijn is de stem van de Here Jezus: ‘Paulus, waarom vervolg je Mij?’ tot in het diepst van zijn hart binnengedrongen en hij kan niets anders meer zeggen dan wat hij hier, in deze tekst, zei.
Alleen Hem wil hij volgen.
Alleen Hem wil hij dienen.
Om Hem wil hij alles doorstaan.
Niets is meer belangrijk; de wereld niet, wat de wereld hem aan zou kunnen doen niet, wat mensen zeggen niet, wat mensen hem zouden kunnen aandoen niet.
Niets maakt het meer voor hem uit, hij wil maar één ding: Jezus volgen, vertellen van Hem die voor onze zonden is gestorven en opgestaan.
Hem wil hij dienen, eren, in woord en daad.
Ongeacht wat het kost.
De wereld en al haar begeerlijkheden hebben voor hem afgedaan.
Is het voor mij ook zo ‘simpel’?
Kan ik dit net als Paulus ook zo ‘makkelijk’ zeggen?
Of zeg ik het te makkelijk om er vervolgens achter te komen dan mijn mond sneller was dan de consequenties die ik kon overzien?
Sta ik daar wel bij stil als ik tv kijk, of bepaalde bladen inkijk, of als ik de computer aanzet …
Paulus was heel radicaal in zijn keuzes, hoe radicaal ben ik?
Het Kruis was alles voor Paulus, wat betekent het Kruis voor mij?
Doet het er werkelijk toe hoeveel mensen ik tot God heb mogen leiden, of hoeveel ik gedaan heb voor mijn kerk of gemeente of wil ik alleen maar dichter tot Hem groeien, Hem beter leren kennen door dagelijks in Zijn voetsporen te wandelen, te zijn als Hij, te doen als Hij?
Ik moet denken aan een gebed dat ik onlangs op mijn site gezet heb.
Welk een consequenties heeft dat gebed eigenlijk als je het goed tot je door laat dringen.
Kom, o God,
kom, Heer Jezus,
kom met Uw Heilige Geest
en leidt mij deze dag.
Vul mij, onderwijs mij.
Bescherm mij, leidt mij.
Maak mijn wil één met die van U
en doorstroom mijn hart met Uw liefde,
opdat ik zal uitdelen van wat U mij geeft.
Laat mij liefhebben, wat U liefheb
en laat mij haten, dat wat U haat.
Laat mijn hart zich verheugen, in dat wat U verheugt
en laat mijn hart bedroeft zijn om wat Uw hart bedroeft.
Maak mijn hart zacht en bewogen, zoals dat van U.
Laat mijn leven tot zegen zijn voor een ieder die ik ontmoet
en tot eer en glorie van U.
- Amen -
Als ik God wil leren kennen, beter wil leren kennen, dan is het Kruis de plaats waar ik wezen moet, want in de Here Jezus Christus heeft God getoond wie Hij werkelijk is.
Begin bij het Kruis en je zult het hart van de Vader leren kennen, voor zover dat voor ons mensen mogelijk is.
En voor hier zal dat genoeg zijn.
Lieve Vader in de hemel.
Het was voor Paulus allemaal zo ‘simpel’.
Niet in wat hij moest ondergaan, maar wel in hoe hij in het leven stond, zijn houding, zijn keuzes.
Hij had geen andere keuze, nadat hij erachter gekomen was wie Jezus werkelijk was.
Soms, lieve Vader, vraag ik mij weleens af of ik dat wel zo, in die hoedanigheid, weet.
Of misschien weet ik het wel, maar is het nog niet volledig in mijn hart neergedaald.
Of …
Waarom durf ik anders soms nog zo weinig; waarom doet het er soms nog zoveel toe wat mensen zeggen of vinden …
Waarom speel ik soms nog zo vaak op safe, of zwijg ik, of kijk ik een andere kant op of …
Vorige week, vader, hebben we het gehad over ‘klaar zijn voor de strijd’, maar U kennen, Vader, is nog zoveel belangrijker, want dan krijgt mijn hart dezelfde drive en passie als Paulus.
Dan wil ik nog maar één ding en dat is alles doen wat U van mij vraagt ongeacht wat het mij kost.
Niet omdat het moet, niet omdat het een wet is, maar omdat ik van U houd en ten diepste tot mij doorgedrongen is wie U bent en wat U voor mij hebt gedaan.
De prijs die U hebt moeten betalen voor mijn ziel.
Vader, ik ben onderweg en lerende.
Dank U wel voor Uw genade in dit proces, voor Uw vergeving, voor Uw geduld, voor Uw liefde.
Breng mijn geloof op dezelfde hoogte als dat van Paulus zodat ook ik met volle overtuiging dezelfde woorden kan zeggen.
‘Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld.’
Wel in de wereld, maar niet meer van de wereld.
Maak mij los, Vader, maak mij los.
Zet mij vrij …
In Jezus’ Naam.
- Amen -
Ik sluit mij af
voor de wereld om mij heen
en loop in gedachten,
in alle stilte en eenzaamheid,
naar het kruis - het is leeg.
Het bloed aan het hout
en op de grond
zijn de stille getuigen
van wat Hij daar
voor mij heeft gedaan.
Ik hoor het geschreeuw:
‘Kruisigt Hem, kruisigt Hem’
en een beklemmend gevoel
overvalt mij – ik moet kiezen.
De stemmen komen dichterbij;
wat zal ik doen,
waar ga ik heen?
Maak ik mij stilletjes uit de voeten
of zal ik bij het kruis blijven staan?
‘Jij hoort ook bij Hem!’
De woorden klinken hard en scherp
en angst overvalt mij
tot in het diepst van mijn wezen.
Dit is mijn moment – Hij kijkt.
Ja, ik hoor ook bij Hem!
Mijn angst is verdwenen;
Hem wil ik volgen, om wat Hij
voor mij heeft gedaan.
Liefhebben, wat Hij liefheeft;
haten, wat Hij haat.
Bedroefd zijn, om wat Hem bedroeft;
verheugd zijn, om wat Hem verheugt.
Geen compromissen,
alles plaatsen in Zijn Licht
en in Zijn voetsporen gaan.
©Rita Klapwijk
zondag 8 juli 2012
Week 28 - Radicale verandering
Zacheüs nu ging staan en zei tegen de Heere: Zie, de helft van mijn goederen, Heere, geef ik aan de armen, en als ik van iemand iets heb afgeperst, geef ik dat vierdubbel terug.
Lucas 19:8
Toen ik begin van de week de bladzijde op de kalender omsloeg en de titel las, was mijn eerste reactie: ‘O nee, hier kan ik niets mee; Heer, hoe kan ik hier ooit over schrijven. Ik ken dit niet.’
Ik kom niet alleen uit een Christelijk gezin, maar ook persoonlijk ken ik geen leven zonder de Heer.
Van kleins af aan weet ik niet beter of de Heer heeft deel uitgemaakt van mijn leven.
Ik ken geen radicale veranderingen, bij mij gaat alles geleidelijk aan.
Elke verandering of groei ontstaat in de loop van de tijd en door wat de Heilige Geest mij laat zien in de dingen die ik lees, hoor, zie, overdenk, bid.
Hoe kan ik nu schrijven over radicale verandering?
Radicaal breken, radicaal kiezen, is niet iets wat ik ken; dacht ik.
Maar gaandeweg dat ik hier mee bezig was, besefte ik dat radicale verandering meer inhoud dan alleen het moment van zo’n bekering en de daarbij horende verandering(en).
Al ken ik zo’n grote, radicale ommekeer niet in mijn leven, toch zijn er weldegelijk momenten dat God mij laat zien wat er niet goed is, of wat Hij graag anders zou zien.
En dan is het aan mij om ook daarmee radicaal te breken, me er radicaal van af te keren.
Want laten we eerlijk zijn, al ben je al jaren een kind van God, dat wil niet zeggen dat er geen zaken in je leven kunnen zijn (of binnensluipen) die niet goed zijn en waarvan God wil dat we daarmee breken.
God gaat immers ons hele leven door ons te vormen en kneden naar Zijn beeld.
En ik besluit om gewoon maar te beginnen bij het begin, bij het verhaal van Zacheüs en op te schrijven wat God in mijn gedachten geeft en op mijn hart legt.
Als eerste ga ik maar eens het hele verhaal van Zacheüs lezen.
Het is zo’n bekend verhaal, maar toch is het goed om het nog eens biddend te lezen en God te vragen om de ogen van je hart te openen.
Het eerste wat in mij opkomt als ik dit gedeelte lees, is: Er gebeurt iets als je Jezus ontmoet!
En dat is iets wat je eigenlijk bij iedereen ziet die Jezus ontmoet.
Ik durf zelfs te zeggen, dat niemand Jezus kan ontmoeten zonder dat er iets gebeurt, zonder dat het iets met je doet.
Jesaja (53:2b) zegt over Jezus: Gestalte of glorie had Hij niet; als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben (HSV) oftewel: Onopvallend was Zijn uiterlijk, Hij miste iedere schoonheid, Zijn aanblik kon ons niet bekoren. (NBV)
Het was dus niet Jezus’ uiterlijk waardoor mensen geraakt werden.
Het was Zijn persoon, wie Hij was, wat Hij zei, wat Hij deed en misschien nog wel meer wat Hij juist niet zei of deed.
Jezus leefde vanuit Zijn Vader.
Hij deed alleen die dingen die Hij de Vader had zien doen.
Alles wat Hij zei en deed was uit God, Zijn Vader.
Het was waarheid, rechtvaardig, liefdevol, bewogen.
Zacheüs was nieuwsgierig naar deze Jezus van wie hij gehoord had.
Zo nieuwsgierig, dat hij er voor in een boom klom om Hem te kunnen zien.
Een lieverdje was Zacheüs niet en ook niet geliefd, eerder het tegenovergestelde.
Als hoofdtollenaar heulde hij in de ogen van zijn volk met de vijand en alsof dat nog niet erg genoeg was, liet hij de mensen ook nog eens extra betalen en stak dat geld in zijn eigen zak.
Hij was er schatrijk van geworden.
Maar ik denk ook heel eenzaam als ik de verzen 6 en 7 lees.
Zacheüs ontving Jezus met vreugde staat er, maar de mensen vonden het schandalig dat Jezus bij hem op bezoek ging, want Zacheüs deugde immers voor geen meter; hij was een ‘zondaar’.
Hieruit zou je kunnen opmaken dat hij niet veel mensen op bezoek kreeg, iedereen meed hem alsof hij een vreselijke ziekte had.
Nee, geliefd waren deze mensen niet en toch ging Jezus met Zacheüs mee naar huis.
Toch wilde Jezus komen in het huis van deze tollenaar, ongeacht wat de mensen zeiden of dachten, Jezus ging met hem mee.
Als je zo uitgestoten ben door je eigen volk, je eigen mensen, dan kan ik me er wel iets bij voorstellen, dat Zacheüs Jezus met vreugde ontving.
Ja, het was zijn eigen schuld, maar bij niemand kreeg hij een kans om te veranderen.
Behalve bij Jezus!
Zacheüs ontmoet Jezus en er gebeurt iets met Hem.
Waar Jezus en Zacheüs het over hebben gehad staat er niet, maar het moment komt, dat Zacheüs gaat staan en tegen Jezus zegt: ‘Heer, de helft van alles wat ik bezit geef ik aan de armen en aan de mensen die ik heb afgeperst, geef ik het vierdubbel terug.’
Zacheüs is niet meer de persoon die hij was; het samenzijn met Jezus heeft hem veranderd.
Hij beseft dat er dingen moeten veranderen.
Hij kan niet doorgaan zoals hij bezig was.
Het is duidelijk dat zijn innerlijk veranderd is en dat laat hij zien in zijn daden.
Wie Jezus ontmoet, kan niet onveranderd blijven.
Als Jezus deel uit gaat maken van ons leven, kan het zijn dat we radicaal het roer moeten omgooien; we kunnen immers geen twee heren dienen, zegt de Bijbel. (Lucas 16:13)
Je zult altijd de één liefhebben en de andere haten; God duldt niemand naast Hem.
Het kan betekenen dat je radicaal moet breken met je oude manier van leven en alles wat/wie daarbij hoort.
Zacheüs laat dit ons heel duidelijk zien.
Hij beseft heel goed, dat zijn oude manier van leven niet meer kan en hij breekt daar radicaal mee, sterker nog, hij laat dat ook zien door iedereen die hij benadeeld heeft meer dan dubbel terug te betalen.
Het blijft bij Zacheüs niet alleen bij woorden, maar hij zet zijn woorden om in daden!
En dat is waar het om draait bij radicaal veranderen.
Niet alleen dingen zeggen, maar ook doen!
En hierin ligt ook de les voor mijzelf, voor ons allemaal.
We kunnen niet alleen geloven door het met onze mond te belijden, we zullen het ook moeten laten zien in onze daden.
Hoe geloofwaardig zullen we zijn, als we zeggen Zijn kind te zijn en ons leven is niet in overeenstemming met wat Hij zegt?
Mijn gedachten gaan naar de woorden van David uit Psalm 139 (vers 23, 24): ‘Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten. Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.’
David gaat regelmatig naar God toe en vraagt hem om zijn hart te toetsen, te doorgronden, om te zien of Hij nog wel op de juiste weg is.
Ik zoek nog even verder en kom bij psalm 26.
Daar staat in vers 2 in de GNB: ‘Heer, beproef mij, keur mij, toets mijn diepste roerselen.’
‘Toets mijn diepste roerselen …’
Radicaal breken met dingen kan ook betekenen breken met kleine dingen, dingen die God je laat zien.
Maar dat kan alleen als wij openstaan voor de leiding van Gods Geest in ons leven en net als David regelmatig naar God toe gaan en Hem vragen: ‘Heer, laat mij zien of er dingen in mijn leven zijn, of zijn binnengeslopen, die niet goed zijn; die U verdriet doen, die niet in overeenstemming zijn met Uw woord.
Toets mijn diepste roerselen!
Kijk heel, heel diep in mijn binnenste, Vader, in het diepst verborgen plekje van mijn ziel en laat mij zien waar er nog dingen zijn die moeten veranderen.
Heer Jezus, ik wil U ontmoeten zelfs op het meest verborgen plekje van mijn ziel.’
Als God ons dan door Zijn Heilige Geest dingen laat zien, dan moeten we daar wat mee doen.
Dan moeten we in actie komen en ons geloof omzetten in daden.
En dat kan soms ook betekenen radicaal breken met dingen zodat er verandering komt in ons leven.
Zacheüs had een ontmoeting met Jezus en laat ons de radicale verandering in zijn leven zien.
Wat betekent het voor ons als wij Jezus ontmoeten?
Lieve Vader in de hemel.
Ik vond het zo moeilijk, toen ik dit voor de eerste keer las, ik had geen idee wat ik er mee moest.
Toch heeft U mij geleid en mij meegenomen aan Uw hand door Uw Geest.
U hebt mij laten zien dat ik geen vreselijke mislukkingen hoef te hebben doorstaan om tot radicale keuzes te komen.
Een radicaal leven met U, Heer Jezus, een overwinnend leven in Uw waarheid, bewerkt U ook op andere manieren.
Als mijn hart maar openstaat voor de leiding van Uw geest.
Bereid is om van U te leren.
Bereid is zich te toetsen aan Uw woord.
Bereid is om te doen wat U zegt.
Bereid is om zich te laten corrigeren.
bereid is om aan te nemen.
Bereid is om keuzes te maken.
Ik bid U, Vader, maak mijn hart bereid om, als U mij dingen laat zien, radicale keuzes te maken.
Heer Jezus, ik wil U ontmoeten!
Schijn met Uw licht tot in het diepst verborgen plekje van mijn ziel.
Ik verlang naar een overwinnend leven door radicaal met U in Uw waarheid te wandelen.
Laat mij daarom openstaan voor Uw leiding, voor de leiding van Uw Geest, ook als dat moeilijke keuzes maken betekent.
In Jezus’ Naam.
- Amen -
Heer Jezus,
ik verlang ernaar
om U te ontmoeten;
ik verlang ernaar,
ook al weet ik,
dat mijn leven daarna
nooit meer hetzelfde zal zijn.
Ik besef,
dat al wat niet is
tot Uw eer,
zichtbaar wordt
in Uw Licht.
En ik besef,
dat dit van mij
keuzes vraagt
en dat die veranderingen
gepaard kunnen gaan
met pijn.
Maar ik verlang,
Heer Jezus,
boven alles
naar een ontmoeting
met U.
Want U heb ik lief
met heel mijn hart
en heel mijn ziel.
Ik verlang er zo naar
om altijd
in Uw waarheid
te wandelen,
om één met U
te zijn.
- Amen –
©Rita Klapwijk
Lucas 19:8
Toen ik begin van de week de bladzijde op de kalender omsloeg en de titel las, was mijn eerste reactie: ‘O nee, hier kan ik niets mee; Heer, hoe kan ik hier ooit over schrijven. Ik ken dit niet.’
Ik kom niet alleen uit een Christelijk gezin, maar ook persoonlijk ken ik geen leven zonder de Heer.
Van kleins af aan weet ik niet beter of de Heer heeft deel uitgemaakt van mijn leven.
Ik ken geen radicale veranderingen, bij mij gaat alles geleidelijk aan.
Elke verandering of groei ontstaat in de loop van de tijd en door wat de Heilige Geest mij laat zien in de dingen die ik lees, hoor, zie, overdenk, bid.
Hoe kan ik nu schrijven over radicale verandering?
Radicaal breken, radicaal kiezen, is niet iets wat ik ken; dacht ik.
Maar gaandeweg dat ik hier mee bezig was, besefte ik dat radicale verandering meer inhoud dan alleen het moment van zo’n bekering en de daarbij horende verandering(en).
Al ken ik zo’n grote, radicale ommekeer niet in mijn leven, toch zijn er weldegelijk momenten dat God mij laat zien wat er niet goed is, of wat Hij graag anders zou zien.
En dan is het aan mij om ook daarmee radicaal te breken, me er radicaal van af te keren.
Want laten we eerlijk zijn, al ben je al jaren een kind van God, dat wil niet zeggen dat er geen zaken in je leven kunnen zijn (of binnensluipen) die niet goed zijn en waarvan God wil dat we daarmee breken.
God gaat immers ons hele leven door ons te vormen en kneden naar Zijn beeld.
En ik besluit om gewoon maar te beginnen bij het begin, bij het verhaal van Zacheüs en op te schrijven wat God in mijn gedachten geeft en op mijn hart legt.
Als eerste ga ik maar eens het hele verhaal van Zacheüs lezen.
Het is zo’n bekend verhaal, maar toch is het goed om het nog eens biddend te lezen en God te vragen om de ogen van je hart te openen.
Het eerste wat in mij opkomt als ik dit gedeelte lees, is: Er gebeurt iets als je Jezus ontmoet!
En dat is iets wat je eigenlijk bij iedereen ziet die Jezus ontmoet.
Ik durf zelfs te zeggen, dat niemand Jezus kan ontmoeten zonder dat er iets gebeurt, zonder dat het iets met je doet.
Jesaja (53:2b) zegt over Jezus: Gestalte of glorie had Hij niet; als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben (HSV) oftewel: Onopvallend was Zijn uiterlijk, Hij miste iedere schoonheid, Zijn aanblik kon ons niet bekoren. (NBV)
Het was dus niet Jezus’ uiterlijk waardoor mensen geraakt werden.
Het was Zijn persoon, wie Hij was, wat Hij zei, wat Hij deed en misschien nog wel meer wat Hij juist niet zei of deed.
Jezus leefde vanuit Zijn Vader.
Hij deed alleen die dingen die Hij de Vader had zien doen.
Alles wat Hij zei en deed was uit God, Zijn Vader.
Het was waarheid, rechtvaardig, liefdevol, bewogen.
Zacheüs was nieuwsgierig naar deze Jezus van wie hij gehoord had.
Zo nieuwsgierig, dat hij er voor in een boom klom om Hem te kunnen zien.
Een lieverdje was Zacheüs niet en ook niet geliefd, eerder het tegenovergestelde.
Als hoofdtollenaar heulde hij in de ogen van zijn volk met de vijand en alsof dat nog niet erg genoeg was, liet hij de mensen ook nog eens extra betalen en stak dat geld in zijn eigen zak.
Hij was er schatrijk van geworden.
Maar ik denk ook heel eenzaam als ik de verzen 6 en 7 lees.
Zacheüs ontving Jezus met vreugde staat er, maar de mensen vonden het schandalig dat Jezus bij hem op bezoek ging, want Zacheüs deugde immers voor geen meter; hij was een ‘zondaar’.
Hieruit zou je kunnen opmaken dat hij niet veel mensen op bezoek kreeg, iedereen meed hem alsof hij een vreselijke ziekte had.
Nee, geliefd waren deze mensen niet en toch ging Jezus met Zacheüs mee naar huis.
Toch wilde Jezus komen in het huis van deze tollenaar, ongeacht wat de mensen zeiden of dachten, Jezus ging met hem mee.
Als je zo uitgestoten ben door je eigen volk, je eigen mensen, dan kan ik me er wel iets bij voorstellen, dat Zacheüs Jezus met vreugde ontving.
Ja, het was zijn eigen schuld, maar bij niemand kreeg hij een kans om te veranderen.
Behalve bij Jezus!
Zacheüs ontmoet Jezus en er gebeurt iets met Hem.
Waar Jezus en Zacheüs het over hebben gehad staat er niet, maar het moment komt, dat Zacheüs gaat staan en tegen Jezus zegt: ‘Heer, de helft van alles wat ik bezit geef ik aan de armen en aan de mensen die ik heb afgeperst, geef ik het vierdubbel terug.’
Zacheüs is niet meer de persoon die hij was; het samenzijn met Jezus heeft hem veranderd.
Hij beseft dat er dingen moeten veranderen.
Hij kan niet doorgaan zoals hij bezig was.
Het is duidelijk dat zijn innerlijk veranderd is en dat laat hij zien in zijn daden.
Wie Jezus ontmoet, kan niet onveranderd blijven.
Als Jezus deel uit gaat maken van ons leven, kan het zijn dat we radicaal het roer moeten omgooien; we kunnen immers geen twee heren dienen, zegt de Bijbel. (Lucas 16:13)
Je zult altijd de één liefhebben en de andere haten; God duldt niemand naast Hem.
Het kan betekenen dat je radicaal moet breken met je oude manier van leven en alles wat/wie daarbij hoort.
Zacheüs laat dit ons heel duidelijk zien.
Hij beseft heel goed, dat zijn oude manier van leven niet meer kan en hij breekt daar radicaal mee, sterker nog, hij laat dat ook zien door iedereen die hij benadeeld heeft meer dan dubbel terug te betalen.
Het blijft bij Zacheüs niet alleen bij woorden, maar hij zet zijn woorden om in daden!
En dat is waar het om draait bij radicaal veranderen.
Niet alleen dingen zeggen, maar ook doen!
En hierin ligt ook de les voor mijzelf, voor ons allemaal.
We kunnen niet alleen geloven door het met onze mond te belijden, we zullen het ook moeten laten zien in onze daden.
Hoe geloofwaardig zullen we zijn, als we zeggen Zijn kind te zijn en ons leven is niet in overeenstemming met wat Hij zegt?
Mijn gedachten gaan naar de woorden van David uit Psalm 139 (vers 23, 24): ‘Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten. Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.’
David gaat regelmatig naar God toe en vraagt hem om zijn hart te toetsen, te doorgronden, om te zien of Hij nog wel op de juiste weg is.
Ik zoek nog even verder en kom bij psalm 26.
Daar staat in vers 2 in de GNB: ‘Heer, beproef mij, keur mij, toets mijn diepste roerselen.’
‘Toets mijn diepste roerselen …’
Radicaal breken met dingen kan ook betekenen breken met kleine dingen, dingen die God je laat zien.
Maar dat kan alleen als wij openstaan voor de leiding van Gods Geest in ons leven en net als David regelmatig naar God toe gaan en Hem vragen: ‘Heer, laat mij zien of er dingen in mijn leven zijn, of zijn binnengeslopen, die niet goed zijn; die U verdriet doen, die niet in overeenstemming zijn met Uw woord.
Toets mijn diepste roerselen!
Kijk heel, heel diep in mijn binnenste, Vader, in het diepst verborgen plekje van mijn ziel en laat mij zien waar er nog dingen zijn die moeten veranderen.
Heer Jezus, ik wil U ontmoeten zelfs op het meest verborgen plekje van mijn ziel.’
Als God ons dan door Zijn Heilige Geest dingen laat zien, dan moeten we daar wat mee doen.
Dan moeten we in actie komen en ons geloof omzetten in daden.
En dat kan soms ook betekenen radicaal breken met dingen zodat er verandering komt in ons leven.
Zacheüs had een ontmoeting met Jezus en laat ons de radicale verandering in zijn leven zien.
Wat betekent het voor ons als wij Jezus ontmoeten?
Lieve Vader in de hemel.
Ik vond het zo moeilijk, toen ik dit voor de eerste keer las, ik had geen idee wat ik er mee moest.
Toch heeft U mij geleid en mij meegenomen aan Uw hand door Uw Geest.
U hebt mij laten zien dat ik geen vreselijke mislukkingen hoef te hebben doorstaan om tot radicale keuzes te komen.
Een radicaal leven met U, Heer Jezus, een overwinnend leven in Uw waarheid, bewerkt U ook op andere manieren.
Als mijn hart maar openstaat voor de leiding van Uw geest.
Bereid is om van U te leren.
Bereid is zich te toetsen aan Uw woord.
Bereid is om te doen wat U zegt.
Bereid is om zich te laten corrigeren.
bereid is om aan te nemen.
Bereid is om keuzes te maken.
Ik bid U, Vader, maak mijn hart bereid om, als U mij dingen laat zien, radicale keuzes te maken.
Heer Jezus, ik wil U ontmoeten!
Schijn met Uw licht tot in het diepst verborgen plekje van mijn ziel.
Ik verlang naar een overwinnend leven door radicaal met U in Uw waarheid te wandelen.
Laat mij daarom openstaan voor Uw leiding, voor de leiding van Uw Geest, ook als dat moeilijke keuzes maken betekent.
In Jezus’ Naam.
- Amen -
Heer Jezus,
ik verlang ernaar
om U te ontmoeten;
ik verlang ernaar,
ook al weet ik,
dat mijn leven daarna
nooit meer hetzelfde zal zijn.
Ik besef,
dat al wat niet is
tot Uw eer,
zichtbaar wordt
in Uw Licht.
En ik besef,
dat dit van mij
keuzes vraagt
en dat die veranderingen
gepaard kunnen gaan
met pijn.
Maar ik verlang,
Heer Jezus,
boven alles
naar een ontmoeting
met U.
Want U heb ik lief
met heel mijn hart
en heel mijn ziel.
Ik verlang er zo naar
om altijd
in Uw waarheid
te wandelen,
om één met U
te zijn.
- Amen –
©Rita Klapwijk
Abonneren op:
Posts (Atom)


