Broeders, ikzelf denk niet dat ik het gegrepen heb, maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus.
HSV
Nee, broeders en zusters, ik beeld mij niet in dat ik het al in mijn bezit heb. Alleen dit: vergetend wat achter me ligt en me richtend op wat voor me ligt, streef ik naar het doel: de prijs van de hemelse roeping, die God in Christus Jezus tot mij richt.
WB
Broeders en zusters, ik beeld me niet in dat ik het al heb bereikt, maar één ding is zeker: ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt. Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus roept.
NBV
Filippenzen 3:13,14
Eén ding doe ik:
vergetende hetgeen achter mij ligt …
me uitstrekkend naar hetgeen voor mij ligt …
ik jaag naar …
Waakzaamheid …
Vergeten, uitstrekken, jagen, waakzaam zijn.
Dit zijn de woorden die er voor mij uitspringen en tegelijk bid ik: Heer, laat mij zien hoe en waar dat geldt voor mijn leven. Laat mij zien wat U wilt dat ik hiervan leer. Laat mij zien wat dit voor mijn leven betekent.’
Hoewel ik niet beter weet dan dat ik een kind van God ben, is het verlangen naar en het groeien in geloof tot volwassenheid iets van de laatste jaren.
Om heel eerlijk te zijn was ik hiervoor bang; ja, bang, omdat bij het groeien in geloof ook verantwoordelijkheid hoort en dat hield voor mij weer in dat ik ook daarover weer verantwoording af zou moeten leggen bij God.
En daar was ik maar wat bang voor.
Ik wilde liever gewoon kind blijven, dan had ik ook niet zoveel verantwoording en waren er minder dingen waarvoor ik Hem later verantwoording af zou moeten leggen.
Ik had soms al moeite genoeg om zo staande te blijven in mijn geloof, want met mijn op en neer gaande gevoelsleven, ging immers mijn geloof ook op en neer.
Mijn leven bestond uit bergen en dalen; hoge bergtoppen, maar ook zeer diepe dalen.
Wat was dat moeilijk!
Nog meer kon ik er echt niet bij hebben.
Deze diepe leugen heeft mij jaren verblind.
Soms gaan mijn gedachten nog naar deze tijd terug en kijk ik naar waar ik toen was en waar ik nu ben.
En heel soms komt de oude angst weer om de hoek omdat ik bang ben om te falen, om fouten te maken en dan moet ik mezelf soms weer even streng toespreken en me richten op wat voor me ligt en niet op wat achter me ligt.
Vergetende hetgeen achter mij ligt.
Paulus heeft niet bepaald een verleden waar hij trots op kan zijn.
Hoewel hij dacht goed te doen, vervolgde hij de eerste christenen.
Hij paste op de jassen van hen die Stefanus stenigden omdat hij in de Here Jezus geloofde en hij was het er mee eens dat Stefanus gestenigd werd.
En van daaruit vervolgde hij en bedreigde velen met dood en gevangenis.
Op zijn reis naar Damascus werd hij echter zelf door Christus gegrepen en vanaf die tijd veranderde zijn leven van vervolger in apostel.
Paulus bleef niet steken in zijn verleden.
Christus heeft hem vergeven en van daaruit mag hij een nieuw leven beginnen.
En dat is wat Paulus dan ook met hart en ziel doet.
Hij zal vast nog weleens terug hebben gedacht aan wat hij heeft gedaan, maar het beheerste zijn leven niet, hij leefde niet vanuit zijn verleden.
Alles wat hij nu deed was ook geen inlossing van zijn schuld over wat hij had gedaan.
Nee, hij weigerde om zijn leven laten te beheersen door zijn verleden en richtte zich op de taak die Jezus hem gegeven had en op hetgeen in de toekomst voor hem was weggelegd.
Paulus is daarmee een voorbeeld voor ons, om, wat voor verleden we ook hebben, het achter ons te laten.
Schuldgevoelens over wat we hebben gedaan of over wat er is gebeurd, komen niet van God, maar van de boze.
Ze zullen weerhouden van hetgeen God ons gegeven heeft om te doen en te zijn: een lichtend Licht zijn en een zoutend zout.
Schuldgevoelens leggen ons lam en zorgen ervoor dat we niet verder kunnen groeien in geloof en vertrouwen.
Met het opgaan in schuldgevoelens over beleden zonden doen we God te kort en afbreuk aan de vergeving die ons is geschonken door de Here Jezus, door Zijn volbrachte werk aan het kruis.
Als God ons vergeeft, vergeeft Hij ons alles en werpt het in de diepte der zee. (Micha 7:19b)
In mijn herinnering komt een kaart met een afbeelding van de zee met daarin het bordje: Verboden te vissen; ik geloof dat het een uitspraak was van Corrie ten Boom.
Wie zijn wij om vergeven zonden weer op te halen?
Hoe zou God dat vinden?
Laten we vergeten wat achter ons ligt en ons uitstrekken naar wat voor ons ligt.
Uitstrekken, ‘me richtend op’ zegt een andere vertaling of ‘doe mijn best om te bereiken’.
Paulus deed er alles aan wat in zijn vermogen lag om Christus te leren kennen, om als Christus te worden.
Hij deed er alles aan, om de taak die Christus hem gegeven had, zo goed mogelijk te doen en liet zich daarbij door niets en niemand afleiden of tegen houden.
Hij vergelijk het met het lopen van een wedstrijd.
Er is er maar één die de wedstrijd kan winnen, maar zegt Paulus, we zouden allemaal zo moeten lopen alsof we die ene zijn die de prijs in de wacht gaat slepen. (1 Korinthe 9:24)
Uitstrekken naar Christus, naar Hem leren kennen, Zijn wil doen, meer en meer op Hem gaan lijken, dat moet ook ons streven zijn.
Niet wat ik wil, maar wat Hij wil …
Hij moet wassen, ik moet minder worden …
Net als Paulus alles als vuilnis achten om Hem maar te kennen …
Het kennen van de Here Jezus boven alles zetten, op de eerste plaats …
Hoe moeilijk is dat eigenlijk niet, misschien wel vooral in een tijd als waar wij in leven, waarin van alle kanten op je af komt: Denk om jezelf! Je moet voor jezelf opkomen, assertief zijn! Niet over je heen laten lopen!
Hoe moeilijk is het soms in deze dingen om de juiste weg te bewandelen.
Tenminste, ik vind dat wel.
Soms klinkt mijn stille schreeuw naar de hemel: ‘Heer, en ik dan?’
Ik kan soms zo moeilijk het juiste pad vinden.
Mijn eigen ik staat mij soms nog zo danig in de weg.
Wat kan ik er dan naar verlangen om te zijn als Paulus, maar wat zit mijn eigen karakter me dan nog vaak in de weg.
Toch blijf ik mij uitstrekken naar hetgeen voor me ligt.
En meer en meer merk ik zelfs, ja, ik jaag ernaar, net als Paulus.
Ik jaag naar dat doel, naar die prijs, naar de hemel.
Beetje bij beetje brokkelt er steeds meer van mijn ik af en komt er meer van Hem.
Soms sla ik mijn ogen weleens naar boven en vraag Hem: Heer, waarom ben ik zoals ik ben; soms zo moeilijk in het aannemen van dingen; altijd maar alles willen onderzoeken, overdenken, willen zien, willen …
Dan huil ik zachtjes om de moeilijk persoon die ik mijn eigen ogen ben, maar hoor tegelijk Zijn zachte stem die tegen me zegt: ‘Ik hou van je zoals je bent; je bent Me zo kostbaar, zo waardevol, zo hooggeschat.’
En dan weet ik weer, ja, voor al deze en andere dingen is de Here Jezus gestorven en Hij houdt van mij zoals ik ben.
Hij heeft een doel, een plan met mijn leven en opnieuw strek ik mij uit naar Hem.
Hem wil ik steeds meer en beter leren kennen.
Ik wil meer en meer op Hem gaan lijken.
Ik wil vasthouden aan wat Hij gegeven heeft en aan het einde van mijn reis wil ik Hem horen zeggen: ‘Welgedaan, Mijn goede en getrouwe dienstknecht.’
Dat is mijn streven.
Dat is mijn doel.
Dat is de strijd die ik wil strijden; de wedloop die ik wil lopen.
Als het einde van zijn leven in zicht is, zegt Paulus: ‘Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden.’ (2 Timotheüs 4:7)
Dat is ook mijn streven.
De goede strijd strijden, de wedloop uitlopen en het geloof behouden.
Ik wil vergeten wat achter me ligt en ik wil mij uitstrekken, ja, jagen, naar wat voor mij ligt, naar de prijs.
En ik wil daarin waakzaam zijn voor de valkuilen die de boze daarin voor mij neerlegt.
Want hij gaat rond als een brullende leeuw op zoek naar wie hij kan verslinden.
Ik wil waakzaam zijn voor gedachten en gevoelens die mij zo makkelijk in beslag kunnen nemen en mij afhouden van mijn doel, mij onderuit willen halen, tegen willen houden, in de afgrond willen doen vallen.
Zo zullen we ongetwijfeld allemaal zo onze eigen dingen hebben waar we waakzaam voor moeten zijn.
Het is goed om ze te kennen, zodat God ons, door Zijn geest, er op attent kan maken en voorkomen kan worden dat we in diepte storten of ons geloof zelfs verliezen.
Laten we net als Paulus de wedloop lopen om de prijs die voor ons ligt in ontvangst te kunnen nemen.
Lieve Vader, ik ben zo blij en dankbaar dat U, die mij zo door en door kent, zoveel van mij houdt.
Soms is het mij bijna onbegrijpelijk, Vader, dat U mij zo ziet, als waardevol en kostbaar en toch is dat wat U zegt in Uw woord over mij.
Ik ben U zo dierbaar, dat U Uw Zoon overgaf om te lijden en te sterven voor mijn zonden.
Wat is mijn leven duur betaald!
Wat is de prijs van mijn leven hoog!
Wat ben ik kostbaar!
Ik ben die U zegt dat ik ben!
Ik kan niet anders, Heer Jezus, dan U volgen.
Ik kan niet anders dan mij uitstrekken naar meer van U.
Ik verlang er zo naar om U meer en meer te leren kennen, meer en meer op U te gaan lijken.
Ik heb nog een lange weg te gaan, maar ik strek mij uit, ja, ik jaag er naar.
Ik verlang om straks voor eeuwig bij U te zijn, op de plaats waar ik hoor.
Laat mij op deze weg waakzaam zijn, Vader; leidt mij door Uw Heilige Geest.
Maak mijn hart zacht en ontvankelijk voor Uw stem, zodat, als er dingen tussen mij en mijn doel komen te staan, U mij daarop kunt wijzen en ik er afstand van kan nemen/doen.
Help mij om mij, net als Paulus, door niets en niemand af te laten leiden om mijn wedloop te lopen.
Opdat ik uiteindelijk net als Paulus ook zal kunnen zeggen: ‘Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden.’
In Jezus’ Naam.
- Amen –
Ik wil de wedloop lopen;
mij uitstrekken
naar wat voor mij ligt.
Ik wil jagen naar het doel,
me richten
op het hemels vooruitzicht.
Wat achter mij ligt wil ik vergeten;
niets mag mijn doel
nog in de weg staan.
Ik wil de wedloop lopen,
en tot eer van Hem,
recht op mijn doel afgaan.
Ik wil meer en meer
op U gaan lijken, o Heer;
alles opzij zetten om U te kennen.
Laat niets mij afleiden
van het doel waarvoor ik ga;
help mij deze wedloop uit te rennen.
©Rita Klapwijk
Posts tonen met het label wedloop. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wedloop. Alle posts tonen
zondag 22 juli 2012
zondag 12 februari 2012
Week 7 - Een moeilijke taak
Want wij die leven, worden voortdurend aan de dood overgegeven om Jezus' wil, opdat ook het leven van Jezus openbaar wordt in ons sterfelijk vlees.
In ons aardse bestaan worden we om Jezus’ wil voortdurend uitgeleverd aan de dood, om juist zo het leven van Jezus in ons sterfelijk bestaan zichtbaar te laten worden.
2 Korinthe 4:11
Een moeilijke taak …
Het is inmiddels bijna zo’n vijf jaar geleden dat ik eindelijk de bereidheid had om echt ‘de moeilijke weg’ van een gelovige te gaan waarover Beth Moore deze spreek.
Ik ben altijd een kind van God geweest en heb altijd getracht om naar Zijn wil te leven, zoals dat zo mooi gezegd wordt.
Maar daar zaten verschillende kanten aan.
Enerzijds een stuk krampachtigheid van zo en zo moet het, anders …; en aan de andere kant altijd een stuk angst voor het onbekende; dus vooral niet uitstappen in het geloof en dingen ondernemen of gaan doen, want daar draag je wel verantwoordelijkheid voor en zul je ook verantwoording over moeten afleggen bij God.
Ja, ik ben en was een oprecht kind van God, maar ik leefde heel vaak vanuit de angst dat ik iets zou doen wat verkeerd was.
Zolang ik op eigen terrein was, in mijn eigen huis, of iets samen met anderen, waarin ik geen verantwoordelijkheid had, dan was het wel te doen, maar anders …
In ons gezin zijn heel veel dingen gebeurd; dingen die heel moeilijk waren en veel zorgen en verdriet brachten.
(zie: www.intoyourhands.punt.nl - rubriek ‘Persoonlijk’)
Hele zware jaren die mij, menselijkerwijs gesproken bijna op de rand van de afgrond brachten, maar die juist door God werden gebruikt om mij te brengen op de plaats waar ik bereid werd om ‘de moeilijk weg’ van een gelovige te gaan.
De plaats van mijn eigen wil, mijn eigen leven, op te geven en de weg te gaan die Hij vraagt en wijst.
Mijn hoofd en hart te buigen voor Hem.
Mijn hand in die van Hem te leggen en te zeggen: ‘Hier ben ik, Heer, ik ben bereid Uw wegen te gaan. Niet meer mijn wil, maar Uw wil geschiede.’
Niet mijn angst mag reageren, maar U.
Dit betekende dat ik er voor koos om niet meer ergens onderuit te komen, maar dat te doen wat Hij op mijn pad bracht.
Dit betekende mijn angsten opzij zetten, ondergeschikt maken aan Zijn wil.
Dit betekende uitstappen, in het geloof en vertrouwen dat Hij voor mij zorgt, ook als ik er niets van merk of voel.
Dit betekende gaan leven in Hem, uit Hem en door Hem.
Het betekende sterven aan mijzelf.
Het betekende worstelen en strijden, tranen van angst, boosheid, …
Het betekent dat ik er nog steeds voor kies om ergens niet meer onderuit te komen, maar te doen en te gaan waar Hij mij zendt, hoe moeilijk en eng ik dat nog steeds soms vind.
De vraag naar mijn bereidheid ligt er iedere dag.
De weg van Gods kinderen is geen makkelijke weg.
Vooral niet als wij gaan uitstappen en ons leven in Zijn dienst gaan stellen.
Als we uitkomen voor ons geloof op plaatsen waar maar weinig andere gelovigen zijn.
Bidden voor je eten in de kantine, in een restaurant, of andere openbare gelegenheden.
Spreken of juist zwijgen.
Vergeven in plaats van haten.
Liefde betonen in plaats van negeren.
Dienen in plaats van gediend worden.
De bewuste andere wang toekeren.
Trouw zijn in plaats van ontrouw.
Niet met gelijke munt terug betalen.
Leven, zoals Jezus leefde.
Bereid zijn de onderste weg te gaan.
En waarvoor?
Omdat we verlangen naar wat ons wacht na dit leven; een leven voor eeuwig bij Hem.
Openbaring 2:7,10b,11,17,26-28;
Openbaring 21:1-7:
‘En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan.
En de zee was er niet meer.
En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.
En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.
En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn.
Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.
En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw.
En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar.
En Hij zei tegen mij: Het is geschied.
Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde.
Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens.
Wie overwint, zal alles beërven, en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn.’
Ja, de taak die wij hebben gekregen is geen makkelijke taak, maar als we bereid zijn om de wedloop te lopen, ‘de moeilijke weg’ van een gelovige te gaan, dan wacht ons, in Christus, iets buitengewoons.
Lieve Vader in de hemel.
Ik wil U boven alles bedanken, dat we deze moeilijke weg niet alleen hoeven te gaan.
U gaf de Heilige Geest als onderpand, als voorschot op onze beloning, onze erfenis, die in de hemel op ons wacht.
Zo bent U iedere dag in ons en bij ons.
Door de kracht van Uw Geest helpt U ons op deze weg.
Het enige wat U van mij, van ons vraagt, is de bereidheid om te gaan en te doen wat U vraagt.
En daarin mogen we zeker weten dat U ons niet zult verlaten, noch begeven.
Maak mijn hart bereid, Heere, om U te volgen al de dagen van mijn leven.
In Jezus ’Naam.
- Amen -
Leven in Hem.
Bereid zijn,
dagelijks te sterven aan mijzelf;
zodat Jezus zichtbaar wordt
in mij.
Leven in Hem.
Mijn hart buigen.
Dagelijks mijn kruis opnemen;
Hem volgen hoe mijn weg
ook zij.
Leven in Hem.
Hem gehoorzaam zijn.
Bereid om moeilijke wegen te gaan;
mijn leven te leven
zoals Hij.
Leven in Hem.
De wedloop lopen
om de prijs te behalen,
die in de hemel wacht
op mij.
©Rita Klapwijk
What grace is mine van Keith en Kristyn Getty
In ons aardse bestaan worden we om Jezus’ wil voortdurend uitgeleverd aan de dood, om juist zo het leven van Jezus in ons sterfelijk bestaan zichtbaar te laten worden.
2 Korinthe 4:11
Een moeilijke taak …
Het is inmiddels bijna zo’n vijf jaar geleden dat ik eindelijk de bereidheid had om echt ‘de moeilijke weg’ van een gelovige te gaan waarover Beth Moore deze spreek.
Ik ben altijd een kind van God geweest en heb altijd getracht om naar Zijn wil te leven, zoals dat zo mooi gezegd wordt.
Maar daar zaten verschillende kanten aan.
Enerzijds een stuk krampachtigheid van zo en zo moet het, anders …; en aan de andere kant altijd een stuk angst voor het onbekende; dus vooral niet uitstappen in het geloof en dingen ondernemen of gaan doen, want daar draag je wel verantwoordelijkheid voor en zul je ook verantwoording over moeten afleggen bij God.
Ja, ik ben en was een oprecht kind van God, maar ik leefde heel vaak vanuit de angst dat ik iets zou doen wat verkeerd was.
Zolang ik op eigen terrein was, in mijn eigen huis, of iets samen met anderen, waarin ik geen verantwoordelijkheid had, dan was het wel te doen, maar anders …
In ons gezin zijn heel veel dingen gebeurd; dingen die heel moeilijk waren en veel zorgen en verdriet brachten.
(zie: www.intoyourhands.punt.nl - rubriek ‘Persoonlijk’)
Hele zware jaren die mij, menselijkerwijs gesproken bijna op de rand van de afgrond brachten, maar die juist door God werden gebruikt om mij te brengen op de plaats waar ik bereid werd om ‘de moeilijk weg’ van een gelovige te gaan.
De plaats van mijn eigen wil, mijn eigen leven, op te geven en de weg te gaan die Hij vraagt en wijst.
Mijn hoofd en hart te buigen voor Hem.
Mijn hand in die van Hem te leggen en te zeggen: ‘Hier ben ik, Heer, ik ben bereid Uw wegen te gaan. Niet meer mijn wil, maar Uw wil geschiede.’
Niet mijn angst mag reageren, maar U.
Dit betekende dat ik er voor koos om niet meer ergens onderuit te komen, maar dat te doen wat Hij op mijn pad bracht.
Dit betekende mijn angsten opzij zetten, ondergeschikt maken aan Zijn wil.
Dit betekende uitstappen, in het geloof en vertrouwen dat Hij voor mij zorgt, ook als ik er niets van merk of voel.
Dit betekende gaan leven in Hem, uit Hem en door Hem.
Het betekende sterven aan mijzelf.
Het betekende worstelen en strijden, tranen van angst, boosheid, …
Het betekent dat ik er nog steeds voor kies om ergens niet meer onderuit te komen, maar te doen en te gaan waar Hij mij zendt, hoe moeilijk en eng ik dat nog steeds soms vind.
De vraag naar mijn bereidheid ligt er iedere dag.
De weg van Gods kinderen is geen makkelijke weg.
Vooral niet als wij gaan uitstappen en ons leven in Zijn dienst gaan stellen.
Als we uitkomen voor ons geloof op plaatsen waar maar weinig andere gelovigen zijn.
Bidden voor je eten in de kantine, in een restaurant, of andere openbare gelegenheden.
Spreken of juist zwijgen.
Vergeven in plaats van haten.
Liefde betonen in plaats van negeren.
Dienen in plaats van gediend worden.
De bewuste andere wang toekeren.
Trouw zijn in plaats van ontrouw.
Niet met gelijke munt terug betalen.
Leven, zoals Jezus leefde.
Bereid zijn de onderste weg te gaan.
En waarvoor?
Omdat we verlangen naar wat ons wacht na dit leven; een leven voor eeuwig bij Hem.
Openbaring 2:7,10b,11,17,26-28;
Openbaring 21:1-7:
‘En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan.
En de zee was er niet meer.
En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.
En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.
En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn.
Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.
En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw.
En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar.
En Hij zei tegen mij: Het is geschied.
Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde.
Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens.
Wie overwint, zal alles beërven, en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn.’
Ja, de taak die wij hebben gekregen is geen makkelijke taak, maar als we bereid zijn om de wedloop te lopen, ‘de moeilijke weg’ van een gelovige te gaan, dan wacht ons, in Christus, iets buitengewoons.
Lieve Vader in de hemel.
Ik wil U boven alles bedanken, dat we deze moeilijke weg niet alleen hoeven te gaan.
U gaf de Heilige Geest als onderpand, als voorschot op onze beloning, onze erfenis, die in de hemel op ons wacht.
Zo bent U iedere dag in ons en bij ons.
Door de kracht van Uw Geest helpt U ons op deze weg.
Het enige wat U van mij, van ons vraagt, is de bereidheid om te gaan en te doen wat U vraagt.
En daarin mogen we zeker weten dat U ons niet zult verlaten, noch begeven.
Maak mijn hart bereid, Heere, om U te volgen al de dagen van mijn leven.
In Jezus ’Naam.
- Amen -
Leven in Hem.
Bereid zijn,
dagelijks te sterven aan mijzelf;
zodat Jezus zichtbaar wordt
in mij.
Leven in Hem.
Mijn hart buigen.
Dagelijks mijn kruis opnemen;
Hem volgen hoe mijn weg
ook zij.
Leven in Hem.
Hem gehoorzaam zijn.
Bereid om moeilijke wegen te gaan;
mijn leven te leven
zoals Hij.
Leven in Hem.
De wedloop lopen
om de prijs te behalen,
die in de hemel wacht
op mij.
©Rita Klapwijk
What grace is mine van Keith en Kristyn Getty
Abonneren op:
Posts (Atom)

