'Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren, zegt de HEERE.
Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw;
al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.'
HSV
'Laten wij zien wie gelijk heeft.
Jullie zonden zijn rood als karmijn, paars als purper;
toch kunnen ze blank worden als sneeuw, wit als wol.'
GNB
Jesaja 1:18
Levend geloof; geloof dat leeft.
Niet alleen zeggen dat je gelooft, maar laten zien in je houding, gedrag, in je manier van leven, in wat je wel en niet doet, wel en niet zegt.
Hem dat laten toepassen in je leven, staat er op het kalendertje.
Ik las Jesaja 1 eerst maar eens in zijn geheel en proef hoe ontzettend belangrijk gehoorzaamheid voor God is.
Maar dan ook gehoorzaamheid aan God in alles en niet alleen in bepaalde dingen of op bepaalde gebieden.
In dit hoofdstuk klaagt God Zijn volk aan.
Ze brengen de voorgeschreven offers, ze lopen de tempel plat om Hem te vereren, ze houden de voorgeschreven feesten en samenkomsten, maar God walgt ervan, staat er.
Hij verafschuwt ze.
Hij kan ze niet langer verdragen.
Hij heeft het volk grootgebracht en opgevoed, maar ze zijn tegen Hem in opstand gekomen.
God zegt over Zijn volk in vers 3: Een rund kent zijn bezitter en een ezel de kribbe van zijn eigenaar, maar Israël heeft geen kennis, Mijn volk heeft geen inzicht.
Oftewel, Israël is nog dommer dan de rund en de ezel.
Zij kennen tenminste nog de hand die hen voed en die voor hen zorgt.
Maar het volk Israël heeft Hem de rug toegekeerd, heeft Hem verlaten.
Hem verworpen, zich van Hem vervreemd …
En ze blijven zich verzetten.
Het is zelfs zo erg, dat God Zijn ogen gesloten houdt als zij hun handen smekend omhoog heffen, dat Hij niet luistert, hoelang ze ook bidden.
Hun onrecht, hun zonden, hun wandaden staan als een onoverbrugbare kloof tussen hen en God in.
Was je, reinig je, keer je af van … roept God Zijn volk toe.
Jullie handen zitten vol bloed.
Houdt op met kwaad doen en leer goed te doen, help …
laten we zien wie er gelijk heeft.
Laten we een rechtszaak aanspannen.
Jullie en Ik …
En in één adem er achteraan: ‘Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw; al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.’
Luister; wees gewillig en bereid om te luisteren.
Wees gehoorzaam, dan …
Maar als je ongehoorzaam bent, dan …
De woorden van Jesaja gelden ook voor ons, zijn ook Gods waarschuwing aan ons.
Zonden.
Vergeving.
Gehoorzaamheid.
Ik kijk en zoek verder.
Levend geloof.
Geloof …
Mijn oog wordt getrokken door een tekst uit Lucas 5.
Vers 1 - Bij het zien van hun geloof zei Hij tegen de man: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’
Het verhaal van de verlamde man die door zijn vrienden naar Jezus wordt gebracht om genezing te kunnen ontvangen.
Het huis waar Jezus was, was echter zo vol dat ze niet naar binnen konden.
Maar ze gaven niet op.
Ze gingen naar het dak toe, maakten er een gat in en lieten hun vriend met bed en al door dit gat naar beneden zakken vlak voor Jezus.
Dan staat er in Lucas 5:20: Bij het zien van hun geloof zei Hij (Jezus) tegen de man: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’
De farizeeërs en schriftgeleerden vallen hier natuurlijk geweldig over, wie denkt Hij wel niet dat Hij, Jezus, is.
Wat een godslastering.
Maar Jezus kent hun gedachten en gaat daarop in door te laten zien dat Hij zowel de macht heeft om zonden te vergeven, als om te genezen.
Hij zegt daarom tegen de verlamde man dat hij op moet staan, zijn bed op moet pakken en naar huis moet gaan.
En de man staat op, pakt zijn bed en gaat, God lovend en prijzend, naar huis.
Levend geloof.
Zonden.
Vergeving.
Gehoorzaamheid.
Levend geloof!
De vrienden hadden geloof dat Jezus hun vriend kon genezen, maar als ze het daarbij hadden gelaten, zou hun vriend waarschijnlijk nooit genezen zijn.
Nee, ze geloofden dat Jezus het kon en daarom kwamen ze in actie en pakten hun vriend met bed en al op om hem naar Jezus toe te brengen.
Ze lieten zich ook niet tegenhouden door een dichte muur van mensen, maar waren vindingrijk en gingen naar het dak waar zij een gat in maakten om zo toch hun vriend maar bij Jezus te kunnen brengen.
Het gat dat zij moesten maken was niet een klein gaatje, want ze lieten hun vriend immers met bed en al naar beneden zakken, dus het gat waarover gesproken wordt is een behoorlijk groot gat en heeft hun heel wat gekost om te maken.
Levend geloof.
Praktisch.
Vindingrijk.
’t Mag wat kosten.
Liefde.
Bewogenheid.
Geloof: Hij kan het!
Gehoorzaamheid: Doen en gaan.
En dan: ‘Uw zonden zijn u vergeven!’
De ziel is voor Jezus belangrijker dan het lichaam.
Dat de ziel gered wordt, staat boven weer kunnen lopen.
Rein voor God kunnen verschijnen is van grotere waarde (= de grootste waarde) dan een lichaam dat gezond is en alles kan.
Misschien waren het zijn zonden wel die tussen hem en God instonden, dat weet ik niet.
Dit is immers niet altijd het geval, dat laat een ander voorbeeld uit de Bijbel ons wel zien.
Zie: Johannes 9:3
Maar Jezus zag het geloof (het levende geloof, want ze zetten hun geloof om in daden) van deze mannen en zei: Je zonden zijn je vergeven en daarna ontving de man ook genezing.
Doch de genezing werd pas zichtbaar en tastbaar, toen de man zelf ook opstond,zijn matras oppakte en ging.
Levend geloof.
Vergeving van zonden.
Geloof: horen.
Gehoorzaamheid: doen en gaan.
Mijn gedachten gaan zo van het één naar het ander.
Soms wordt het één geheel, één verhaal, nu gaan mijn gedachten van het één naar het ander.
Soms is dat ook goed, om zo uiteindelijk te kunnen komen waar God mij (ons) hebben wil, namelijk aan Zijn hart, bij Zijn wil.
God houdt van mij met heel Zijn hart, vertelt het kalendertje mij.
Hij heeft van Zijn kant uit alles gedaan om mij te bevrijden.
Het leven van Zijn Zoon, onze Here Jezus, getuigt daarvan.
En dan Hem de ruimte geven dat te laten toepassen in mijn (ons) leven.
‘Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren, zegt de HEERE.’
Lieve Vader in de hemel.
Als er zonde in mijn leven is, zonde, die tussen U en mij in staat, laat mij dit dan zien.
Open mijn ogen daarvoor.
Soms ben ik mij er namelijk niet eens van bewust.
Verborgen zonden, noemt David ze, Vader.
Laat mij het zien, Vader, zoals U Uw volk in dit hoofdstuk van Jesaja hun zonden voorhield; al hun ongerechtigheden.
Dan kan en zal ik belijden.
‘Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw;
al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.’
HEER, ik wil luisteren naar wat U hebt te zeggen, ik wil niet koppig zijn.
Doe mij Uw stem horen, doe mij Uw stem verstaan.
Vergeef mij en help mij mij af te keren van wat U mij laat zien.
Vergeef mij, en mijn hart zal weer wit zijn als sneeuw, als witte wol.
Laat mijn geloof, Vader, zijn een levend geloof, dat zich afkeert van zonde, vergeving ontvangt en in gehoorzaamheid de weg van Uw wil gaat.
Wandelend door de Geest aan Uw hand.
Groeiend, bloeiend, vruchtdragend.
Tot eer en glorie van Uw Naam.
- Amen -
Levend geloof.
Geloof dat zonden belijdt.
Levend geloof.
Leven in gehoorzaamheid.
Levend geloof.
Geloof in woord en daad.
Levend geloof.
Leven dat hoort, en gaat.
Levend geloof.
Geloof dat leeft.
Levend geloof.
Leven dat vruchten geeft.
Levend geloof.
Stapt uit en waagt.
Levend geloof.
Leven dat Hem behaagt.
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
Posts tonen met het label persoonlijke relatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label persoonlijke relatie. Alle posts tonen
zondag 2 juni 2013
zondag 29 juli 2012
Week 31 - Ochtenden
Sla acht op mijn stem als ik roep,
mijn Koning en mijn God,
want tot U bid ik.
's Morgens hoort U mijn stem, HEERE;
's morgens leg ik mijn gebed voor U neer
en zie ik naar U uit.
HSV
Luister naar mijn roepen om hulp,
mijn koning en mijn God,
want ik richt mij tot U.
In de morgen al hoort U mij roepen,
in de morgen al leg ik alles aan U voor
en ik wacht op Uw antwoord.
GNB
Psalm 5:3,4
In de morgen al hoort U mij roepen, in de morgen al leg ik alles aan U voor en wacht op Uw antwoord…
Wat gebeurt er in jouw binnenste als je deze woorden leest?
Vind je herkenning, begint je hart sneller te kloppen van verlangen bij deze woorden of word je al moe bij de gedachte eraan, begint alles van binnen te wrikken en te wringen van, O nee Heer, niet in de morgen …?
Of verlang je ernaar met hart en ziel, maar lukt het gewoon niet omdat je gewoonweg te moe bent ‘s morgens?
Persoonlijk begint mijn hart sneller te kloppen bij deze woorden en is het mijn diepst verlangen om Hem in de stilte van de vroege morgen te ontmoeten.
Niet dat mijn ochtenden altijd dan ook zo beginnen, maar het verlangen is zeer groot en ik kijk uit naar de tijd dat ik minder afhankelijk ben van allerlei factoren die dit in de weg staan.
Het eerste wat eigenlijk in mij boven kwam toen ik deze woorden las, waren de woorden van een gedichtje van een boekenlegger die ik ooit eens gekocht heb.
Het is een klein gedichtje van Tinie Goedhart.
Wek mij elke morgen
met Uw woorden.
Fluister mij wat ik nodig heb
aan levenswijsheid in.
Om op mijn beurt door te geven
uit Uw stroom van leven.
Gevoed in U
heeft elk moment zin.
Het tweede dat in mij opkwam, was snel naar de Psalmen, en opzoeken wat er nog meer geschreven staat over ‘de morgen’.
Op Biblia.net gaat dat fantastisch.
Ik pik er even een paar uit die mij persoonlijk heel erg aanspreken.
Psalm 63:2:
O God, U bent mijn God!
U zoek ik vroeg in de morgen;
mijn ziel dorst naar U,
mijn lichaam verlangt naar U in een land,
dor en dorstig, zonder water.
Psalm 88:14:
Ik echter, ik roep tot U, HEERE,
mijn gebed komt U tegemoet in de morgen.
Psalm 90:14:
Verzadig ons in de morgen met Uw goedertierenheid,
dan zullen wij juichen en verblijd zijn,
tijdens al onze dagen.
Psalm 143:8:
Doe mij in de morgen Uw goedertierenheid horen,
want ik vertrouw op U;
maak mij de weg bekend die ik te gaan heb,
want tot U hef ik mijn ziel op.
En eentje uit Klaagliederen, eentje die mij altijd zeer bemoedigd; Klaagliederen 3:22,23:
Het zijn de gunstbewijzen des HEREN, dat wij niet omgekomen zijn,
want zijn barmhartigheden houden niet op,
elke morgen zijn zij nieuw,
groot is uw trouw!
Jaren ben ik eerder opgestaan dan de rest van mijn gezin, simpelweg omdat ik het niet alleen heerlijk vond om even rustig wakker te worden voordat de dagelijkse plicht riep en de daarbij horende drukte, maar ook omdat ik graag samen met de Heer de dag wilde beginnen en mijn kinderen en alle zorgen voor Zijn troon wil brengen aan het begin van de dag.
Het waren zeer kostbare en waardevolle tijden.
In de stilte van de vroege morgen ervaarde ik Gods aanwezigheid en in de stilte van Zijn aanwezigheid kon ik rustig wakker worden en Zijn kracht ontvangen voor de dag die voor me lag.
We hebben hele zware jaren achter de rug.
Kinderen zijn een zegen van God, maar soms zijn de wegen die we met onze kinderen gaan niet bepaald makkelijk of licht.
Meer dan ooit waren die momenten, in de stilte van de vroege morgen samen met de Heer, van levensbelang.
Mag ik je even meenemen naar een gedicht wat ik toen heb geschreven?
Het heet: In de stilte
In de stilte van de vroege morgen
ben ik dankbaar, dat ik bij U komen mag.
En ik breng U al mijn zorgen
van deze nieuwe, komende dag.
Er zijn zo vele dingen Heer,
die mij telkens zorgen baren.
Maar ik leg ze nu hier voor U neer,
brengt U de storm in mij maar tot bedaren.
Langzaam vult Uw vrede mijn hart
en worden de zorgen minder zwaar.
Lichter wordt de zwaarte van mijn smart
en opnieuw ervaar ik, U bent daar.
Oh, Heer, ik weet wel wat U tegen mij hebt gezegd;
Mijn juk is zacht, Mijn last is licht,
maar vaak heb ik deze woorden naast me neergelegd
en verloor daarmee op U mijn zicht.
Maar nu, terwijl de nieuwe ochtend gloort,
zoek ik U op en wil heel dicht bij U zijn,
om gesterkt te worden door Uw woord
en herinnerd te worden, dat ik nooit alleen zal zijn.
Als ik dit zo terug lees vult een stille vreugde mijn hart.
Het zijn mijn eigen woorden, maar nog steeds is dit het verlangen van mijn hart.
En eerlijk gezegd heb ik dit het afgelopen jaar gemist.
Heel erg gemist, realiseer ik me nu.
Het afgelopen jaar stond ik gelijk met één van de kinderen op en terwijl deze onder de douche verdween, nam ik mijn tijd met de Heer.
Maar regelmatig word ik hierin erg gestoord, want er viel schijnbaar altijd nog wel iets te vragen of te zeggen.
Hoewel ik dan weer aangaf van, hup, strakjes, nu naar boven, ik ben nu aan het Bijbellezen en bidden, toch was er daardoor niet die rust en vrede als toen.
Meer dan eens heb ik er afgelopen jaar aan gedacht om toch maar weer een half uurtje eerder op te staan, maar het late tijdstip van naar bed gaan en het slechte slapen (leeftijd ) weerhielden mij er nog van om het te doen.
Ik was (ben) vaak al zo moe al ik opstond; niet meer zo fit en helder als ik vroeger was.
Maar toch, nu ik dit weer zo lees samen met de woorden van de Psalmdichters en er weer aan denk en tegelijk ook ervaar welk een kracht en sterkte erin verscholen ligt, brandt mijn hart opnieuw van verlangen naar die stille, vredige, krachtgevende, ontmoetingen met Hem.
Terwijl ik afgelopen week al zo mijn gedachten liet gaan over dit thema, merkte ik, dat het bij het wakker worden al weer in mijn gedachten is.
Met de woorden van het gedichtje van Tinie Goedhart en het besef wat het betekent om de dag met Hem te beginnen, doet in mij opnieuw het verlangen ontstaan om toch weer eerder op te staan.
En terwijl ik dit zo schrijf, besef ik dat ik het meer heb gemist dan ik me bewust was.
Ja, ik heb overdag zeker mijn momenten met God gehad en nog, toch is dat anders dan aan het begin van de dag.
Langzaam begint het tot mij door te dringen wat ik mijzelf en God heb ontzegd.
Of moet ik zeggen God en mijzelf?
Mijn gedachten gaan naar het late tijdstip van naar bed gaan en het vroege opstaan.
(Hoe deed U dat toch, Heer Jezus?)
Keuzes maken, prioriteiten stellen …
Ik ga terug naar de woorden van de Psalmdichter.
De woorden van Psalm 5 zijn een roep om hulp in de vroege morgen, maar ik besef ook, dat dit niet altijd maar hoef te betekenen dat we in grote nood verkeren.
We hebben immers iedere dag Gods hulp nodig?
Niet alleen voor onze problemen, moeiten en zorgen, maar ook voor leiding, Zijn wil te zoeken, wat Zijn wil is in de wegen die we gaan, moeten gaan …
De dag in Zijn handen leggen, onze kinderen voor Zijn troon brengen, elkaar, als man en vrouw, het werk dat op ons wacht …
Het van Hem verwachten …
Hoe dorstig is mijn ziel?
Hoe groot mijn verlangen naar Hem?
Hoe graag wil ik Zijn goedertierenheid ontvangen die Hij iedere dag wil geven?
…
Tot wie (of wat) hef ik mijn ziel op aan het begin van de nieuwe dag?
Een klein citaat van de kalender voor deze keer:
‘We geven Hem onze lege beker en vragen Hem deze met Zichzelf te vullen.’
Wat zou er gebeuren, hoe zullen onze dagen eruit gaan zien als wij iedere morgen voor Zijn troon zouden komen, onze lege beker ophouden en Hem vragen om hem te vullen?
Psalm 90:14 zegt: ‘Verzadig ons in de morgen met Uw goedertierenheid, dan zullen wij juichen en verblijd zijn, tijdens al onze dagen.’
De Psalmdichter in Psalm 5 ging aan het begin van de dag naar God toe, legde Hem alles voor en wachtte op antwoord.
Misschien ben je geen ochtendmens, misschien moet je nog regelmatig je bed uit voor ….
Misschien verlang je ernaar, maar weet je in de omstandigheden waarin je zit totaal niet hoe je dat vorm zou moeten geven …
Misschien …
We kunnen van alles invullen waarschijnlijk.
Maar God kent ons hart en onze omstandigheden.
Hij weet of we slechts uitvluchten zoeken of dat het ons verdriet doet dat …
Hij kent ons hart, onze gedachten en al onze verlangens.
Soms lukt het gewoon niet, wat een ander ook anders wil beweren, soms lukt het gewoon niet.
Maar ook dan weet God het en is Hij daar bij.
Voor mijzelf?
Ik ga na de vakantie toch maar weer dat half uurtje eerder op.
En jij?
Lieve Vader in de hemel.
Wat heb ik het gemist om zo bij U te zijn afgelopen jaar.
Wat heb ik het gemist, deze tijd met U.
Wat was het toch vervelend iedere keer gestoord te worden en wat moest ik er voor waken dat het er niet helemaal bij in zou schieten.
De leegte was groter dan ik heb beseft en ik zie er naar uit, Vader, om de dagen, ook na de vakantie, weer zo te beginnen.
Nu slaapt iedereen uit en heb ik deze momenten weer en waarschijnlijk besef ik daardoor ook te meer weer wat ik heb gemist.
Vergeef mij, vader, maar dank U wel dat U zo opnieuw tot mijn hart spreekt.
Ik bid U zo voor hen die ook verlangen naar deze momenten, maar waar het gewoon door omstandigheden of andere factoren, niet lukt.
Heere, U kent hun hart, en ik bid U, dat zij, in het ogenblik dat zij verlangend aan U denken, vervuld zullen worden met de warmte van Uw vuur, met de kracht van Uw Geest en de liefde van Uw nabijheid.
Spreek zo tot hun hart, Vader, in de stilte van dit kleine moment en bemoedig hen zo.
In Jezus’ Naam.
- Amen –
In de ochtend U ontmoeten,
samen met U
de nieuwe dag beginnen.
Alles aan U voorleggen,
in vertrouwen,
dat U luistert en hoort.
Uw woorden tot mij nemen;
indrinken,
overdenken en bezinnen.
Mijn lege beker laten vullen,
verwonderend
dat ik U toebehoor.
De nieuwe dag aankunnen,
gesterkt,
tot diep van binnen.
©Rita Klapwijk
Before the day van Newsong
mijn Koning en mijn God,
want tot U bid ik.
's Morgens hoort U mijn stem, HEERE;
's morgens leg ik mijn gebed voor U neer
en zie ik naar U uit.
HSV
Luister naar mijn roepen om hulp,
mijn koning en mijn God,
want ik richt mij tot U.
In de morgen al hoort U mij roepen,
in de morgen al leg ik alles aan U voor
en ik wacht op Uw antwoord.
GNB
Psalm 5:3,4
In de morgen al hoort U mij roepen, in de morgen al leg ik alles aan U voor en wacht op Uw antwoord…
Wat gebeurt er in jouw binnenste als je deze woorden leest?
Vind je herkenning, begint je hart sneller te kloppen van verlangen bij deze woorden of word je al moe bij de gedachte eraan, begint alles van binnen te wrikken en te wringen van, O nee Heer, niet in de morgen …?
Of verlang je ernaar met hart en ziel, maar lukt het gewoon niet omdat je gewoonweg te moe bent ‘s morgens?
Persoonlijk begint mijn hart sneller te kloppen bij deze woorden en is het mijn diepst verlangen om Hem in de stilte van de vroege morgen te ontmoeten.
Niet dat mijn ochtenden altijd dan ook zo beginnen, maar het verlangen is zeer groot en ik kijk uit naar de tijd dat ik minder afhankelijk ben van allerlei factoren die dit in de weg staan.
Het eerste wat eigenlijk in mij boven kwam toen ik deze woorden las, waren de woorden van een gedichtje van een boekenlegger die ik ooit eens gekocht heb.
Het is een klein gedichtje van Tinie Goedhart.
Wek mij elke morgen
met Uw woorden.
Fluister mij wat ik nodig heb
aan levenswijsheid in.
Om op mijn beurt door te geven
uit Uw stroom van leven.
Gevoed in U
heeft elk moment zin.
Het tweede dat in mij opkwam, was snel naar de Psalmen, en opzoeken wat er nog meer geschreven staat over ‘de morgen’.
Op Biblia.net gaat dat fantastisch.
Ik pik er even een paar uit die mij persoonlijk heel erg aanspreken.
Psalm 63:2:
O God, U bent mijn God!
U zoek ik vroeg in de morgen;
mijn ziel dorst naar U,
mijn lichaam verlangt naar U in een land,
dor en dorstig, zonder water.
Psalm 88:14:
Ik echter, ik roep tot U, HEERE,
mijn gebed komt U tegemoet in de morgen.
Psalm 90:14:
Verzadig ons in de morgen met Uw goedertierenheid,
dan zullen wij juichen en verblijd zijn,
tijdens al onze dagen.
Psalm 143:8:
Doe mij in de morgen Uw goedertierenheid horen,
want ik vertrouw op U;
maak mij de weg bekend die ik te gaan heb,
want tot U hef ik mijn ziel op.
En eentje uit Klaagliederen, eentje die mij altijd zeer bemoedigd; Klaagliederen 3:22,23:
Het zijn de gunstbewijzen des HEREN, dat wij niet omgekomen zijn,
want zijn barmhartigheden houden niet op,
elke morgen zijn zij nieuw,
groot is uw trouw!
Jaren ben ik eerder opgestaan dan de rest van mijn gezin, simpelweg omdat ik het niet alleen heerlijk vond om even rustig wakker te worden voordat de dagelijkse plicht riep en de daarbij horende drukte, maar ook omdat ik graag samen met de Heer de dag wilde beginnen en mijn kinderen en alle zorgen voor Zijn troon wil brengen aan het begin van de dag.
Het waren zeer kostbare en waardevolle tijden.
In de stilte van de vroege morgen ervaarde ik Gods aanwezigheid en in de stilte van Zijn aanwezigheid kon ik rustig wakker worden en Zijn kracht ontvangen voor de dag die voor me lag.
We hebben hele zware jaren achter de rug.
Kinderen zijn een zegen van God, maar soms zijn de wegen die we met onze kinderen gaan niet bepaald makkelijk of licht.
Meer dan ooit waren die momenten, in de stilte van de vroege morgen samen met de Heer, van levensbelang.
Mag ik je even meenemen naar een gedicht wat ik toen heb geschreven?
Het heet: In de stilte
In de stilte van de vroege morgen
ben ik dankbaar, dat ik bij U komen mag.
En ik breng U al mijn zorgen
van deze nieuwe, komende dag.
Er zijn zo vele dingen Heer,
die mij telkens zorgen baren.
Maar ik leg ze nu hier voor U neer,
brengt U de storm in mij maar tot bedaren.
Langzaam vult Uw vrede mijn hart
en worden de zorgen minder zwaar.
Lichter wordt de zwaarte van mijn smart
en opnieuw ervaar ik, U bent daar.
Oh, Heer, ik weet wel wat U tegen mij hebt gezegd;
Mijn juk is zacht, Mijn last is licht,
maar vaak heb ik deze woorden naast me neergelegd
en verloor daarmee op U mijn zicht.
Maar nu, terwijl de nieuwe ochtend gloort,
zoek ik U op en wil heel dicht bij U zijn,
om gesterkt te worden door Uw woord
en herinnerd te worden, dat ik nooit alleen zal zijn.
Als ik dit zo terug lees vult een stille vreugde mijn hart.
Het zijn mijn eigen woorden, maar nog steeds is dit het verlangen van mijn hart.
En eerlijk gezegd heb ik dit het afgelopen jaar gemist.
Heel erg gemist, realiseer ik me nu.
Het afgelopen jaar stond ik gelijk met één van de kinderen op en terwijl deze onder de douche verdween, nam ik mijn tijd met de Heer.
Maar regelmatig word ik hierin erg gestoord, want er viel schijnbaar altijd nog wel iets te vragen of te zeggen.
Hoewel ik dan weer aangaf van, hup, strakjes, nu naar boven, ik ben nu aan het Bijbellezen en bidden, toch was er daardoor niet die rust en vrede als toen.
Meer dan eens heb ik er afgelopen jaar aan gedacht om toch maar weer een half uurtje eerder op te staan, maar het late tijdstip van naar bed gaan en het slechte slapen (leeftijd ) weerhielden mij er nog van om het te doen.
Ik was (ben) vaak al zo moe al ik opstond; niet meer zo fit en helder als ik vroeger was.
Maar toch, nu ik dit weer zo lees samen met de woorden van de Psalmdichters en er weer aan denk en tegelijk ook ervaar welk een kracht en sterkte erin verscholen ligt, brandt mijn hart opnieuw van verlangen naar die stille, vredige, krachtgevende, ontmoetingen met Hem.
Terwijl ik afgelopen week al zo mijn gedachten liet gaan over dit thema, merkte ik, dat het bij het wakker worden al weer in mijn gedachten is.
Met de woorden van het gedichtje van Tinie Goedhart en het besef wat het betekent om de dag met Hem te beginnen, doet in mij opnieuw het verlangen ontstaan om toch weer eerder op te staan.
En terwijl ik dit zo schrijf, besef ik dat ik het meer heb gemist dan ik me bewust was.
Ja, ik heb overdag zeker mijn momenten met God gehad en nog, toch is dat anders dan aan het begin van de dag.
Langzaam begint het tot mij door te dringen wat ik mijzelf en God heb ontzegd.
Of moet ik zeggen God en mijzelf?
Mijn gedachten gaan naar het late tijdstip van naar bed gaan en het vroege opstaan.
(Hoe deed U dat toch, Heer Jezus?)
Keuzes maken, prioriteiten stellen …
Ik ga terug naar de woorden van de Psalmdichter.
De woorden van Psalm 5 zijn een roep om hulp in de vroege morgen, maar ik besef ook, dat dit niet altijd maar hoef te betekenen dat we in grote nood verkeren.
We hebben immers iedere dag Gods hulp nodig?
Niet alleen voor onze problemen, moeiten en zorgen, maar ook voor leiding, Zijn wil te zoeken, wat Zijn wil is in de wegen die we gaan, moeten gaan …
De dag in Zijn handen leggen, onze kinderen voor Zijn troon brengen, elkaar, als man en vrouw, het werk dat op ons wacht …
Het van Hem verwachten …
Hoe dorstig is mijn ziel?
Hoe groot mijn verlangen naar Hem?
Hoe graag wil ik Zijn goedertierenheid ontvangen die Hij iedere dag wil geven?
…
Tot wie (of wat) hef ik mijn ziel op aan het begin van de nieuwe dag?
Een klein citaat van de kalender voor deze keer:
‘We geven Hem onze lege beker en vragen Hem deze met Zichzelf te vullen.’
Wat zou er gebeuren, hoe zullen onze dagen eruit gaan zien als wij iedere morgen voor Zijn troon zouden komen, onze lege beker ophouden en Hem vragen om hem te vullen?
Psalm 90:14 zegt: ‘Verzadig ons in de morgen met Uw goedertierenheid, dan zullen wij juichen en verblijd zijn, tijdens al onze dagen.’
De Psalmdichter in Psalm 5 ging aan het begin van de dag naar God toe, legde Hem alles voor en wachtte op antwoord.
Misschien ben je geen ochtendmens, misschien moet je nog regelmatig je bed uit voor ….
Misschien verlang je ernaar, maar weet je in de omstandigheden waarin je zit totaal niet hoe je dat vorm zou moeten geven …
Misschien …
We kunnen van alles invullen waarschijnlijk.
Maar God kent ons hart en onze omstandigheden.
Hij weet of we slechts uitvluchten zoeken of dat het ons verdriet doet dat …
Hij kent ons hart, onze gedachten en al onze verlangens.
Soms lukt het gewoon niet, wat een ander ook anders wil beweren, soms lukt het gewoon niet.
Maar ook dan weet God het en is Hij daar bij.
Voor mijzelf?
Ik ga na de vakantie toch maar weer dat half uurtje eerder op.
En jij?
Lieve Vader in de hemel.
Wat heb ik het gemist om zo bij U te zijn afgelopen jaar.
Wat heb ik het gemist, deze tijd met U.
Wat was het toch vervelend iedere keer gestoord te worden en wat moest ik er voor waken dat het er niet helemaal bij in zou schieten.
De leegte was groter dan ik heb beseft en ik zie er naar uit, Vader, om de dagen, ook na de vakantie, weer zo te beginnen.
Nu slaapt iedereen uit en heb ik deze momenten weer en waarschijnlijk besef ik daardoor ook te meer weer wat ik heb gemist.
Vergeef mij, vader, maar dank U wel dat U zo opnieuw tot mijn hart spreekt.
Ik bid U zo voor hen die ook verlangen naar deze momenten, maar waar het gewoon door omstandigheden of andere factoren, niet lukt.
Heere, U kent hun hart, en ik bid U, dat zij, in het ogenblik dat zij verlangend aan U denken, vervuld zullen worden met de warmte van Uw vuur, met de kracht van Uw Geest en de liefde van Uw nabijheid.
Spreek zo tot hun hart, Vader, in de stilte van dit kleine moment en bemoedig hen zo.
In Jezus’ Naam.
- Amen –
In de ochtend U ontmoeten,
samen met U
de nieuwe dag beginnen.
Alles aan U voorleggen,
in vertrouwen,
dat U luistert en hoort.
Uw woorden tot mij nemen;
indrinken,
overdenken en bezinnen.
Mijn lege beker laten vullen,
verwonderend
dat ik U toebehoor.
De nieuwe dag aankunnen,
gesterkt,
tot diep van binnen.
©Rita Klapwijk
Before the day van Newsong
zondag 1 januari 2012
Week 1 - Een hart dat Hem kent
'Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen, dat Ik de HEERE ben, en zij zullen Mij tot een volk zijn en Ik zal hun tot een God zijn; want zij zullen zich tot Mij bekeren met heel hun hart.'
Jeremia 24:7
Matthew Henry zegt over deze tekst: Hier wordt hun beloofd: Ik zal hun geven, niet zozeer een hoofd om Mij te kennen, maar een hart om Mij te kennen.
Want zij zullen zich tot Mij met hun ganse hart bekeren.
God Zelf onderneemt het bij hen dat zij zo zullen zijn, en als Hij ons bekeert, dan zullen wij bekeerd zijn.
De diepte van deze tekst is, dat God ons soms juist door allerlei beproevingen laat gaan om ons te brengen tot verootmoediging, zodat we onze zonden gaan belijden en erkennen dat Hij, en Hij alleen, God – Jaweh, Jehova, de Ik ben, de Ene – is.
En dan niet alleen met ons hoofd, maar juist met ons hart.
God verlangt naar een hart dat Hem wil kennen.
Het was Gods plan, Gods wil, dat het volk weggevoerd werd naar Babel, maar niet omdat Hij het slechtste met hen voor had, maar juist omdat Hij het goede met hen voor had.
Hij verlangde ernaar dat Zijn volk Hem weer zou toe behoren met hun gehele hart en zij zo weer onder Zijn bescherming en liefde zouden leven.
God wilde voor hen zorgen, hen beschermen en met al Zijn liefde omgeven.
In Ezechiël 11:14-21 vinden we dat ook terug.
Ook hier beloofd God dat Hij Zijn volk terug zal brengen in Israël vanuit hun ballingschap en hen een nieuw hart zal geven en een nieuwe geest; een warm kloppend hart in plaats van een hart van steen.
Zij zullen Mijn volk zijn, Ik zal hun God zijn.
Het hart zorgt ervoor dat het bloed door ons lichaam stroomt; als het hart stopt met kloppen en het wordt niet opnieuw op gang gebracht, dan gaan we dood.
Het is dus het meest belangrijkste deel van ons lichaam om te kunnen leven.
Het hart is ook het symbool van de liefde.
Wij willen toch allemaal het hart veroveren van die ene waar ons hart voor in vuur en vlam staat?
We willen toch allemaal in onze relatie met de ander dat het hart van die ander ons toebehoort en alleen van ons houdt?
Dat wil je toch niet delen en al helemaal niet dat het naar een ander uitgaat.
Hoeveel te meer geldt dit niet voor God!
Hij heeft ons geschapen; Hij houdt al van ons nog voor we zelfs maar geboren waren.
En Hij doet er alles aan om ons hart voor Zich te winnen en als we dan ons hart aan Hem geven, dan wil Hij dat ook met niemand anders delen.
God verlangt naar ons hart, naar een warm kloppend hart, dat alleen Hem toebehoort.
Een hart dat Hem zoekt, dat Hem wil kennen en Hem wil dienen.
Hij wil ons van alles geven, maar boven alles wil Hij dat we Hem kennen.
God verlangt naar persoonlijke omgang met ons, naar een persoonlijke relatie met ons, een hartsrelatie, naar intimiteit en dit is alleen maar mogelijk als we investeren in onze relatie met Hem.
Daar verlangt God zo naar!
Zoek dagelijks Zijn aangezicht!
Lees je Bijbel, onderzoek Zijn woord, denk er over na!
Word stil, luister, bid!
Leer Hem kennen.
Wij zullen Zijn kinderen zijn en Hij zal onze God zijn.
Je zult in deze liefde nooit worden teleurgesteld!
Lieve Vader,
dank U wel, dat U met mij een relatie wilt aangaan.
Dank U wel, dat U verlangt naar mijn hart ongeacht wie ik ben of wat ik ook ooit heb gedaan.
Dank U wel, dat U dit allemaal ook voor ons hebt mogelijk gemaakt door Uw Zoon naar deze aarde te zenden als verzoening voor al onze zonden en als middelaar tussen U en ons.
Laat mijn vertrouwen toch altijd op U zijn hoe mijn omstandigheden ook zijn of worden.
U hebt altijd het beste met mij voor; U hebt immers plannen van vrede over mij en niet van onheil.
U wilt alleen maar dat ik U steeds beter leer kennen, U meer en meer leer vertrouwen, dat de relatie tussen U en mij zich verdiept.
Laat het zo zijn, lieve Vader, dat als het moeilijk wordt, ik mij niet van U af zal keren, maar juist dichter bij U zal komen om mijn toevlucht bij U te zoeken.
U zult mijn vertrouwen nooit beschamen.
Maar laat het ook zo zijn,Vader, dat als er voorspoed is, ik U niet vergeet, maar U zal danken en het gebruiken tot eer en glorie van Uw Naam en ten dienste van mijn naaste.
In Jezus Naam.
- Amen -
Leg je hand maar in die van Mij;
vertrouw Mij, ook dit komende jaar.
Hoe je weg ook zal zijn,
weet dit: Ik ben daar!
Leg je hand maar in die van Mij;
laat Mij je vormen en kneden.
Wees niet bang, vertrouw Mij maar,
alles wat Ik doe, doe Ik met een reden.
Leg je hand maar in die van Mij;
Vertrouw jezelf maar geheel aan Mij toe.
Ik zal je nooit beschamen;
Ik weet wat Ik doe.
Leg je hand maar in die van Mij
en ervaar Mijn grote liefde voor jou.
wandel dagelijks aan Mijn hand
en bemerk hoeveel Ik van je hou.
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
Jeremia 24:7
Matthew Henry zegt over deze tekst: Hier wordt hun beloofd: Ik zal hun geven, niet zozeer een hoofd om Mij te kennen, maar een hart om Mij te kennen.
Want zij zullen zich tot Mij met hun ganse hart bekeren.
God Zelf onderneemt het bij hen dat zij zo zullen zijn, en als Hij ons bekeert, dan zullen wij bekeerd zijn.
De diepte van deze tekst is, dat God ons soms juist door allerlei beproevingen laat gaan om ons te brengen tot verootmoediging, zodat we onze zonden gaan belijden en erkennen dat Hij, en Hij alleen, God – Jaweh, Jehova, de Ik ben, de Ene – is.
En dan niet alleen met ons hoofd, maar juist met ons hart.
God verlangt naar een hart dat Hem wil kennen.
Het was Gods plan, Gods wil, dat het volk weggevoerd werd naar Babel, maar niet omdat Hij het slechtste met hen voor had, maar juist omdat Hij het goede met hen voor had.
Hij verlangde ernaar dat Zijn volk Hem weer zou toe behoren met hun gehele hart en zij zo weer onder Zijn bescherming en liefde zouden leven.
God wilde voor hen zorgen, hen beschermen en met al Zijn liefde omgeven.
In Ezechiël 11:14-21 vinden we dat ook terug.
Ook hier beloofd God dat Hij Zijn volk terug zal brengen in Israël vanuit hun ballingschap en hen een nieuw hart zal geven en een nieuwe geest; een warm kloppend hart in plaats van een hart van steen.
Zij zullen Mijn volk zijn, Ik zal hun God zijn.
Het hart zorgt ervoor dat het bloed door ons lichaam stroomt; als het hart stopt met kloppen en het wordt niet opnieuw op gang gebracht, dan gaan we dood.
Het is dus het meest belangrijkste deel van ons lichaam om te kunnen leven.
Het hart is ook het symbool van de liefde.
Wij willen toch allemaal het hart veroveren van die ene waar ons hart voor in vuur en vlam staat?
We willen toch allemaal in onze relatie met de ander dat het hart van die ander ons toebehoort en alleen van ons houdt?
Dat wil je toch niet delen en al helemaal niet dat het naar een ander uitgaat.
Hoeveel te meer geldt dit niet voor God!
Hij heeft ons geschapen; Hij houdt al van ons nog voor we zelfs maar geboren waren.
En Hij doet er alles aan om ons hart voor Zich te winnen en als we dan ons hart aan Hem geven, dan wil Hij dat ook met niemand anders delen.
God verlangt naar ons hart, naar een warm kloppend hart, dat alleen Hem toebehoort.
Een hart dat Hem zoekt, dat Hem wil kennen en Hem wil dienen.
Hij wil ons van alles geven, maar boven alles wil Hij dat we Hem kennen.
God verlangt naar persoonlijke omgang met ons, naar een persoonlijke relatie met ons, een hartsrelatie, naar intimiteit en dit is alleen maar mogelijk als we investeren in onze relatie met Hem.
Daar verlangt God zo naar!
Zoek dagelijks Zijn aangezicht!
Lees je Bijbel, onderzoek Zijn woord, denk er over na!
Word stil, luister, bid!
Leer Hem kennen.
Wij zullen Zijn kinderen zijn en Hij zal onze God zijn.
Je zult in deze liefde nooit worden teleurgesteld!
dank U wel, dat U met mij een relatie wilt aangaan.
Dank U wel, dat U verlangt naar mijn hart ongeacht wie ik ben of wat ik ook ooit heb gedaan.
Dank U wel, dat U dit allemaal ook voor ons hebt mogelijk gemaakt door Uw Zoon naar deze aarde te zenden als verzoening voor al onze zonden en als middelaar tussen U en ons.
Laat mijn vertrouwen toch altijd op U zijn hoe mijn omstandigheden ook zijn of worden.
U hebt altijd het beste met mij voor; U hebt immers plannen van vrede over mij en niet van onheil.
U wilt alleen maar dat ik U steeds beter leer kennen, U meer en meer leer vertrouwen, dat de relatie tussen U en mij zich verdiept.
Laat het zo zijn, lieve Vader, dat als het moeilijk wordt, ik mij niet van U af zal keren, maar juist dichter bij U zal komen om mijn toevlucht bij U te zoeken.
U zult mijn vertrouwen nooit beschamen.
Maar laat het ook zo zijn,Vader, dat als er voorspoed is, ik U niet vergeet, maar U zal danken en het gebruiken tot eer en glorie van Uw Naam en ten dienste van mijn naaste.
In Jezus Naam.
- Amen -
Leg je hand maar in die van Mij;
vertrouw Mij, ook dit komende jaar.
Hoe je weg ook zal zijn,
weet dit: Ik ben daar!
Leg je hand maar in die van Mij;
laat Mij je vormen en kneden.
Wees niet bang, vertrouw Mij maar,
alles wat Ik doe, doe Ik met een reden.
Leg je hand maar in die van Mij;
Vertrouw jezelf maar geheel aan Mij toe.
Ik zal je nooit beschamen;
Ik weet wat Ik doe.
Leg je hand maar in die van Mij
en ervaar Mijn grote liefde voor jou.
wandel dagelijks aan Mijn hand
en bemerk hoeveel Ik van je hou.
Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita
Abonneren op:
Posts (Atom)

