Posts tonen met het label bemoediging. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bemoediging. Alle posts tonen

zondag 13 oktober 2013

Week 42 - De waarheid spreken

'Maar omdat wij dezelfde Geest van het geloof hebben, overeenkomstig wat geschreven staat: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken, geloven ook wij, en daarom spreken wij ook.'
HSV

'Wij bezitten die geloofshouding waarover de Schrift zegt: Ik geloofde, en daarom heb ik gesproken. Ook wij geloven en daarom spreken we ook.'
GNB

2 Korinthiërs 4:13


Dit is mijn laatste stukje naar aanleiding van het kalendertje van Beth Moore.
Ik wil niet zeggen dat dit mijn laatste stukje is (en afbeelding met gedicht) maar wel voorlopig.
Er is (nog) niets anders in de plaats gekomen, dus ik neem een tijd van ‘rust en ruimte’ om mij te richten op andere dingen en ik zie vanzelf wel hoe of wat.
Hoewel het af en toe heel pittig was en ook heel intensief, was het een goede tijd om zo  iedere week met Gods woord bezig te zijn en ik heb er dan ook heel erg veel van geleerd.
Daarnaast heeft het mijn geloof zeer verdiept en verrijkt.
Soms had ik het gevoel me in allerlei bochten te moeten wringen om het af te krijgen, dat mijn man weleens zei: ‘joh, laat toch een keertje,’ maar ik voelde me als een pitbull die ergens zijn tanden inzet en niet meer loslaat.
Tegelijkertijd zorgden deze momenten er juist ook voor dat ik meer dan ooit besefte hoe afhankelijk ik wel niet ben van Zijn Heilige Geest, terwijl er ook momenten waren dat ik binnen no-time iets op ’papier’ had staan, waarvan ik zelf niet begreep hoe het mogelijk was, dan behalve door de leiding van Zijn Geest.
Soms gaf God, soms liet Hij mij worstelen en graven tot tranen toe, maar altijd weer leerde ik en kreeg menig kijkje in mijzelf.
Wat een rijkdom!

Er zijn echter door het schrijven ook dingen blijven liggen, waar ik niet (meer) aan toe kwam, en vandaar dat het ook goed is om een tijd van rust en ruimte te hebben nu.
En misschien brengt God wel weer iets nieuws om over te schrijven op mijn pad, wie zal het zeggen.
Ik sta er altijd open voor, vanwege de zegen die het brengt in de eerste plaats altijd voor mijzelf.
Het laatste blaadje van de kalender gaat over de waarheid, de waarheid spreken, en dan hebben we het natuurlijk over Gods woord.

Een laatste citaat van het kalendertje:

‘Als je gelooft en de waarheid van Gods woord spreekt, is het alsof je gereanimeerd wordt door de Heilige Geest.’

Ik heb wel even goed moeten na denken over de woorden ‘alsof je gereanimeerd wordt door de Heilige Geest’, maar hoe langer ik er over nadacht, hoe meer ik me realiseerde dat het eigenlijk ook zo is.
Tot nog toe had ik niet het juiste woord kunnen vinden dat omschreef wat er gebeurde en hoe ik mij vervolgens voelde, toen ik in zeer moeilijke omstandigheden uit wanhoop woorden uit de Psalmen ging proclameren.
Maar als ik dit citaat lees en herlees en de woorden tot me door laat dringen, dan is dit precies hetgeen er gebeurde.
Ik werd inderdaad ‘gereanimeerd’.
Reanimatie wil zeggen ‘het hart weer op gang brengen’, of  ‘beademen’, of ‘tot leven wekken’ en ook wel ‘weer bezielen’.

Het exacte moment kan ik me niet meer herinneren, noch welke woorden het precies waren, maar tot op de dag van vandaag weet en voel ik nog steeds wat er gebeurde toen ik Gods woord ging proclameren.
Er gebeurde iets van binnen; er gebeurde iets met mijn hart!
Mijn verwonde en beschadigde hart, dat alleen nog maar kon huilen van wanhoop en verdriet, dat zo zoekende was naar iets van troost van God, naar Zijn kracht om vol te houden, werd met het hardop uitspreken van Zijn woorden  als het ware gereanimeerd.
Met het hardop lezen en uitspreken van Gods woord was het alsof met iedere tekst er een stroomstoot werd gegeven om het hart weer op gang te brengen.
De eerste paar verzen deden nog niet zoveel; ach, mijn hart was ook zo verwond.
Maar met ieder vers dat ik las en uitsprak was het alsof er een stroomstoot werd gegeven.
En nog een stroomstoot, en nog één, en nog één, en nog één …
En ineens … daar was het moment waarop mijn hart weer ging ‘kloppen’; kracht doorstroomde mijn hart en met ieder volgend vers dat ik las werd het sterker en sterker, totdat ik alleen maar kon huilen van vreugde om wat Hij, door Zijn woord heen, in mij had gedaan.
Nog nooit had ik zo de kracht van Gods woord ervaren, maar ik had ook nog nooit zo Zijn woord uitgesproken, geproclameerd.
Met het uitspreken werden mijn gevoelens en gedachten stuk voor stuk overstemd totdat uiteindelijk Gods woord alleen nog telde.

O, welk een rijkdom vond ik in de Psalmen in deze tijd van nood!
Als er één boek is in de Bijbel die werkelijk alle menselijke gevoelens die er zijn weergeeft, dan is het het Bijbelboek ‘Psalmen’ wel.
Voor elke omstandigheid, of voor hoe je je ook voel zijn er wel Bijbelteksten te vinden.
Maar nog kostbaarder en belangrijker is het feit dat de Psalmisten, en met name David, hun Psalmen bijna altijd eindigen met het uitspreken van hun vertrouwen op God om wie Hij is.
En daarmee komen we bij de kern van de ‘stroomstoot’.
Eigenlijk kun je wel zeggen dat het uitspreken van wie God is, wat Hij gedaan heeft (en nog steeds doet) de ‘stroomstoot’ is.
Alle handelingen die worden verricht voordat je, zeg maar de ‘AED’, kunt gebruiken, kun je vergelijken met alle teksten die je uitspreekt over hoe je je voelt, in welke omstandigheden je verkeert etc., maar de uiteindelijke stroomstoot is het uitspreken van wie God is, wat Hij gedaan heeft en doet.
Dat is wat het hart beademt, het hart bezield, het hart weer tot leven brengt.

Psalm 13 is hier een prachtig voorbeeld van.
‘Hoelang nog, Here, hoelang nog?!?’, schreeuwt David uit, maar hij eindigt met de woorden: ‘Op Uw liefde vertrouw ik, Heer. Ik juich van vreugde, want U brengt redding. Over U zal ik zingen, want U bent goed voor mij.’

Soms moeten we ons eigen hart herinneren aan wie God is!
Soms moeten we gewoon ons eigen hart laten reanimeren door Gods Geest!
Als wij Gods woord opnemen en het hardop gaan uitspreken, dan zal Gods Geest Zijn werk doen in ons,
Hij zal ons hart ‘beademen’ en daarmee opnieuw tot leven wekken.

‘Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.’
Hebreeën 4:12

Gods woord is levend en krachtig!

'Dit is mij tot troost in mijn ellende: dat Uw belofte mij levend heeft gemaakt.'
HSV 
Ps. 119:50

'Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.'
HSV
Ps. 119:105

'Het opengaan van Uw woorden geeft licht, het schenkt eenvoudigen inzicht.'  - HSV
'Uw woorden zijn deuren naar licht, inzicht krijgt wie nog in het duister tast.'  - GNB
Ps. 119:130

'Uw woord is zeer gelouterd, …'
HSV
Ps. 119:140

'Op wat de Heer zegt, kun je aan. 
Zijn woorden zijn zuiver als zilver, als zilver in de oven gelouterd, tot zevenmaal toe.'
GNB 
Ps. 12:7

'Wat deze God doet is volmaakt, de Heer kun je op Zijn woord vertrouwen; een schild is Hij voor wie bij Hem schuilen.'
GNB 
Ps. 18:31

'Uw rechtvaardige getuigenissen zijn voor eeuwig; geef mij inzicht, dan zal ik leven.'
HSV
Ps. 119:144

Gods woord is waarheid en daarom levend en krachtig.
Het is ons door God gegeven als leidraad voor ons leven, maar ook als wapen om mee te strijden!

‘Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte Zijner macht.
Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.

Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden.
Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid, de voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes; neemt bij dit alles het schild des geloofs ter hand, waarmede gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven; en neemt de helm des heils aan en het zwaard des Geestes, dat is het woord van God.
En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen; …'

Efeze 6:10-18

Gods woord is het krachtigste wapen dat er is.
Het maakt levend, het troost, het is een lamp, het geeft inzicht, het beschermd, het leidt, het geeft hoop, het …

Gods Woord.
Waarheid.
Leven.


Lieve Vader in de hemel.
Dank U wel, dat U Uw Woord aan ons hebt gegeven.
Dank U wel, voor de ontzagwekkend grote liefde van U die daarin doorklinkt en zichtbaar is.
Dank U wel, dat U daar doorheen laat zien wie U bent, wat U gedaan hebt en wat U nog zal gaan doen.
Dank U wel, voor Uw richtlijnen, die er altijd op zijn gericht met ons welzijn voor ogen.
Heer, Uw gedachten zijn hoger dan onze gedachten en Uw wegen hoger dan onze wegen, maar doe ons Uw woord verstaan in wat we nodig hebben, in inzicht, in leiding, in …
Leer ons ook om Uw woord als wapen te gebruiken, ook daarvoor heeft U het ons gegeven.
Het proclameren van Uw woord, het hardop uitspreken van Uw woord zal de onzichtbare wereld in beweging brengen, zal ons hart in beweging brengen, en daardoor leven brengen.
Maak Uw woord tot de adem voor onze ziel, opdat we U zullen leren kennen, liefhebben en eren.
Tot de dag dat we thuis worden gehaald.
In de Naam van Hem die het levend geworden woord en de waarheid is, bid ik U dit.
In de Naam van Jezus bid ik U.

- Amen -


Woord van God,
wees de adem voor het gebroken hart.
Woord van God,
wees de adem van kracht in alle smart.

Levend en krachtig
is immers Uw woord, o God,
en scherper dan
een tweesnijdend zwaard.
Het is de lamp, het licht,
dat voor misstappen
behoed en bewaard.

Het is de verkwikking voor de ziel
en geeft troost en hoop
in elk verdriet en gevaar.
Uw woord, o God, is gelouterd
en zie, het is zuiver,
volmaakt en waar.

Woord van God,
wees de adem voor het gebroken hart.
Woord van God,
wees de adem van kracht in alle smart.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 9 juni 2013

Week 24 - Depressie

'Wat buigt u zich neer, mijn ziel,
en bent u onrustig in mij?
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven
voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht.'
HSV

'Mijn ziel, wat drukt je terneer,
waarom ben je zo onrustig?
Op God wil ik vertrouwen,
eens zal ik hem weer prijzen,
hem, mijn behoud, mijn God.'
GNB

Psalm 42:6


De titel voor het stukje voor de komende week is ‘Depressie’.
Ik wil vooraf even de volgende kanttekening hierbij plaatsen.
Zowel de ter inspiratie erbij gegeven tekst als met wat er op het kalendertje staat, betreft dit stukje depressieve gevoelens en niet de echte depressie of aanverwante stoornissen.
Echte depressie is meer dan een dip of je neerslachtig voelen.
Ik denk dat de laatste zin op het kalendertje anders ronduit als schokkend kan worden ervaren en zelfs mensen die echt depressief zijn, ook nog eens een (extra) schuldgevoel bezorgen.

Ik citeer: ‘Vergeet niet dat de nederlaag niet ligt in het worstelen met depressieve gevoelens, maar in het eraan toegeven.’

Met het lezen van deze zin, kon ik bijna de pijn voelen van hen die echt depressief zijn, omdat het voor hen vaak geen kwestie is van dat ze eraan toegeven, maar ze hebben niet meer het vermogen om te vechten.
Echte depressie (depressieve stoornissen) is geen kwestie van toegeven aan depressieve gevoelens.
Hoeveel en hoe zwaar de worstelingen van mensen die lijden aan depressie  zijn, kunnen we ons maar nauwelijks voorstellen, tenzij we er zelf doorheen zijn gegaan.
Om dan te spreken over de nederlaag die een feit is als men aan deze gevoelens toegeeft, komt bij mij binnen als enorm pijnlijk en kwetsend, en ik vraag me af hoe dit wel niet moet zijn voor mensen die hieraan lijden.
Misschien was een titel als ‘Depressieve gevoelens’ beter geweest dan alleen het woordje ‘Depressie’.
Toch hoop ik en bid ik, dat zij die depressief zijn en dit lezen een beetje hoop, een beetje moed, een beetje troost, zullen vinden in wat God mij op het hart legt om hierover te schrijven.

In de duistere, donkere wereld van depressie,
waar vaak geen enkel lichtstraaltje binnenkomt.
Waar kleuren langzaam vervagen
en in elkaar overlopen tot één mistige, grauwe nevel
die hoop en moed het zicht ontneemt
en een lege leegte achterlaat;
waarin gevoelens van vreugde
verloren gaan.
Waar zinloosheid de regie overneemt;
het leven doelloos maakt,
en iedere dag tot een strijdtoneel
zelfs tot op leven en dood.
Waar God niet meer kan worden gezien,
noch Zijn liefde, kracht en troost
kan worden gevoeld of ervaren
en waar elke smeekbede
voor niets lijkt te zijn gedaan.
De duistere, donkere wereld van depressie,
waar de ene noodkreet soms volgt op de andere.
Tot zelfs een stem verstomt
en slechts de dood uitkomst lijkt te bieden
aan de hopeloosheid
van het huidige bestaan.

O, God van liefde,
God van licht,
God van kracht,
en God van leven.
God van troost,
God van hoop,
God van bevrijding,
en God van genezing.

Ontferm U!
Ontferm U!
Ontferm U!
En wil uitkomst geven!

In Jezus’ Naam.

- Amen –


Depressieve gevoelens

Houdt moed! zijn de twee eerste woorden waar kalendertje mee begint.
Houdt moed!
Moed houden terwijl je je zo voelt, is niet makkelijk.
Let wel, we hebben het hier ook weer niet over je een dagje down of neerslachtig voelen.
Dat kan soms al verholpen worden door een dagje lekker niets doen, of jezelf lekker verwennen met een goed boek op de bank of een keertje vroeg naar bed.
Naar mijn idee gaat het hier over iets wat er tussenin ligt; tenminste, zo ervaar ik het.

Er zullen ongetwijfeld ook veel gelovige mannen en vrouwen zijn die worstelen, of hebben geworsteld, met depressieve gevoelens, of met depressiviteit.
Ook in de Bijbel komen we ze tegen.
De eerste persoon die in mijn gedachten kwam toen ik las waar het over ging, was Elia.
Maar ook koning Saul worstelde met dit soort gevoelens, en Job, en David, de man naar Gods hart.
Het woord ‘depressief’ of depressiviteit’ komt zover ik weet niet in de Bijbel voor, maar er zijn wel meerdere plaatsen waar men de gevoelens van depressiviteit in woorden weergeeft.
God gaat dus duidelijk niet aan deze gevoelens voorbij, maar heeft ze opgenomen in Zijn woord.
Er is dus bij Hem duidelijk ook ruimte voor deze gevoelens.
Ook zien we soms de achterliggende oorzaak.
Elia bijvoorbeeld gaf zich over aan depressieve gevoelens toen Izebel hem naar het leven stond.
Hij had nauwelijks een paar geweldige geloofservaringen/bemoedigingen achter de rug,
(1 Kon. 17; 1 Kon. 18) en hij vluchtte weg de woestijn in.
Na een dag lopen ging hij onder een bremstruik zitten en wenste dat hij dood was.
‘Het is nu genoeg, Heer,’ zei hij. Neem mij maar uit het leven weg, ik ben niet beter dan mijn voorouders.’
Toen ging hij onder de bremstruik liggen slapen.

Bij Koning Saul was het een ander verhaal.
Hij had gezondigd tegen God en God Zelf was Degene die hem een boze geest stuurde.
1 Samuël 16:14 – Van Saul was de geest van de Heer geweken en een boze geest, door de Heer gestuurd, joeg hem angst aan.
In 1 Samuël 15 lezen we dat Saul wel erkent dat hij heeft gezondigd, dat hij zich wil neerbuigen voor God, maar nergens lezen we over zijn berouw van zijn zonden.
Hij maakt zich eerder druk om wat zijn manschappen zullen zeggen als Samuël weer zomaar zou vertrekken.

Ook Job is een man bij wie depressieve gevoelens de overhand kregen.
Maar daar zullen wij denk ik het meeste begrip voor hebben en ons ook het meeste misschien bij voor kunnen stellen als we kijken naar wat hem allemaal is overkomen.
(Job 1)
In Job 3 lezen we over zijn gevoelens.
Vers 11 – ‘Was ik maar gestorven toen ik ter wereld kwam, was ik maar gestikt bij mijn geboorte.’

Ook koning David had van tijd tot tijd last van depressieve gevoelens.
Soms lag schuldgevoel hier aan ten grondslag (Psalm 38:18,19)
Maar ook mannen als Jeremia en Jona kenden deze gevoelens.

Soms was het God Zelf die hen tot de orde riep, hen aanspoorde om niet meer toe te geven aan deze gevoelens, maar om andere stappen te zetten.
Maar God hakte niet met de botte bijl.
Als ik kijk naar Elia, dan stuurt God hem een engel die hem wakker maakte uit zijn slaap en hem aanspoorde om wat te eten en te drinken
Hij had zelfs voor wat eten en drinken gezorgd. (1 Kon. 19:5-9)

Soms, zoals bij Saul, bleef de depressie.
Zijn zonden bleven tussen hem en God instaan, waardoor er geen herstel mogelijk was.
(1 Sam. 31)

Job werd in ere hersteld (Job 42) en  ook David vond steeds opnieuw zijn weg uit deze gevoelens door bij God aan te kloppen en het van Hem te verwachten.

Psalm 30:4,12 – Bij het dodenrijk hebt U mij weggehaald; ik was op weg naar het graf, maar U bracht mij weer tot leven.
Heer, U hebt mij geholpen; ik treur niet meer, ik kan weer dansen van vreugde; feestkleren heb ik aangetrokken, mijn rouwkleed afgelegd.


En soms moeten we onszelf aanpakken en tot de orde roepen.
Naar het bovenstaande tekstwoord je ziel als het ware een schop onder zijn/haar achterste geven door te wijzen op wie je je hoop moet stellen.
Jezelf moed inspreken op grond van Gods woord.

‘Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij?
Wat is er toch met je aan de hand, ziel?
Waarom ben je toch zo onrustig?
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht.’


Vestig je hoop, ziel, op God; lees Zijn woord en zie hoe Hij te vertrouwen is, hoe Hij voor je zorgt, je opbeurt.
Vestig je hoop op Hem, mijn ziel, dan zul je Hem weer kunnen loven en prijzen, want Hij is Degene die bevrijdt en geneest.

Zolang ik me kan herinneren ben ik wat zwaarmoedig van karakter, al is het hoe meer en dichter ik met Hem leef, mijn hoop op Hem vestig, mijn troost bij Hem zoek, Zijn woord bid en als proclamatie gebruik vele malen minder geworden dan het was.
Een Psalm die ontzettend belangrijk voor mij is geweest (en nog) in dit proces, is Psalm 13.

‘Hoelang nog, HEER, zult U mij vergeten?
Hoelang nog, houdt U Zich voor mij verborgen?
Hoelang nog moet ik naar een uitweg zoeken met de angst in mijn hart, dag in, dag uit?
Hoelang nog zullen mijn vijanden (en voor mij waren dat dan mijn depressieve gevoelens en gedachten) sterker zijn?


HEER, mijn GOD, kijk toch, antwoord mij!
Geef mij weer uitzicht, laat mij niet sterven.
Ik hoor mijn vijanden al roepen:
‘We hebben haar in onze macht!’
Ik hoor ze al juichen bij mijn val.’


Heel lang bleef ik hier, tot aan dit vers (vers 2 t/m 5) steken.
In het begin keek ik soms nog even naar het laatste vers, maar daar kon ik niets mee, want zo voelde ik het immers niet.
Dus kon ik dat ook niet uitspreken, wat zeg ik, ik wilde het vaak op zo’n moment niet eens lezen.

Ik denk dat de ommekeer kwam met het nummer ‘How long, o Lord’ van Brian Doerksen.
O, niet gelijk hoor, maar gaande weg veranderde er iets.
En als ik nu terugkijk, dan weet ik dat de verandering kwam doordat ik het refrein op den duur toch mee begon te zingen.
Veelal terwijl de tranen over mijn wangen stroomden.



Nu houd ik vast  aan de woorden van vers 6.
Met vallen en opstaan leer ik om dwars door mijn gevoelens heen te gaan en ze (en andere) als een proclamatie uit te spreken.
Niet omdat ik het altijd zo voel, maar omdat Hij die er achter zit, te vertrouwen is.
Hij houdt van mij en Hij zorgt voor mij.
Ook al is dat soms anders dan ik het graag zou zien.

‘Op Uw liefde vertrouw ik, HEER.
Ik juich van vreugde, want U brengt redding.
Over U zal ik zingen, want U bent goed voor mij.’


Soms worstel ik nog met mijn gedachten, waarin het woord ‘huichelaar’ alles op alles zet om mij ervan te weerhouden om toch te danken, te zingen, Zijn woord uit te bidden, te spreken.
Maar door het steeds opnieuw toch te doen, is deze strijd steeds sneller gestreden en komt ook minder vaak terug.

Ik hoop en bid, dat de woorden van Psalm 73:21-28, naast Psalm 13, jouw lijfwoorden mogen zijn of worden.
Want zolang wij onze toevlucht bij Hem zoeken, onze hulp van Hem verwachten, zullen we nooit beschaamd uitkomen.
Bij Hem is vergeving en bevrijding en genezing.

‘Toen ik zo verbitterd was, gekrenkt tot in mijn ziel, was ik een grote dwaas, iemand zonder verstand.
Ik gedroeg mij tegenover U zo redeloos als een dier.
Toch ben ik steeds bij U, want U neemt mijn hand en leidt mij volgens Uw plan; en dan ontvangt U mij met alle eer.
Wie heb ik in de hemel behalve U?
Behalve U verlang ik ook niets op aarde.
Al zou mijn lichaam bezwijken, al zou mijn hart het opgeven, U bent de rots waarop ik bouw, U bent mijn hele bezit, o GOD, voor altijd.


Wie U verlaat gaat haar/zijn ondergang tegemoet; U vernietigt wie U ontrouw is.

Dicht bij U te zijn, dat is mij het liefst.
Bij U, HEER GOD, zoek ik mijn toevlucht.
Vertellen zal ik alles wat U voor mij deed.'



Lieve Vader in de hemel.
Met het schrijven van de woorden ‘want U neemt mijn hand en leidt mij volgens Uw plan’ raakt mijn hart tot tranen bewogen.
Deels omdat ik zelf al zo vaak heb mogen zien dat U mijn hand genomen hebt en mij geleid hebt en deels omdat ik een pijn en bewogenheid in mijn hart voel voor allen die worstelen met depressieve gevoelens of depressie.
Dwars door het diepe dal van depressie en depressieve gevoelens heen wilt U bij de hand pakken en leiden en ik bid U, Vader, dat een ieder haar/zijn hand zal blijven uitstrekken, ook als er ogenschijnlijk verder niets lijkt te gebeuren.
Uw woord zegt: ‘U neemt mijn hand en leidt mij volgens Uw plan’ en Uw woord is Ja en Amen.
Waarheid, waarachtig, betrouwbaar.
Er zal herstel komen als we ons vertrouwen op U blijven stellen.
U zult ons dan met eer ontvangen.
Ontferm U, Vader, ontferm U over een ieder, want de strijd kan zo zwaar zijn en zo lang duren.
Ontferm U, Vader, ontferm U.
Wees hun licht in de duisternis, hun hoop in de leegte, hun troost in het dal van tranen en hun houvast op het moment dat de zinloosheid van het leven oprukt.
Ontferm U, Vader, ontferm U!
In Jezus’ Naam bid ik U dit.

- Amen -


Hoelang nog, Here, hoelang nog?
Hoor hoe David de woorden
uitroept naar God.
Het duurt al zo lang;
is God hem vergeten;
houdt God Zich voor hem verborgen?

Hoelang nog, Here, hoelang nog?
Hoor hoe David schreeuwt
om een antwoord van God.
Hoe hij roept om uitzicht
in de donkere uren van zijn leven
naar de ochtendgloren van de morgen.

Hoelang nog, Here, Hoelang nog?

Misschien is het ook wel jouw roep;
hardop, of in de stilte van je hart.
Klinkt jouw stem samen
met die van David
in deze woorden van smart.

Loop dan ook met David mee
tot aan het einde van zijn gebed.
Waarin hij blijft vertrouwen
op de God waarvan hij weet:
Hij is liefde en Hij redt.

Zing met hem
over de goedheid van God.
Want in Zijn hand
ligt ons aller levenslot.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita


Ps.
Er is iets wat mij niet loslaat en dat zijn de woorden: onvergevingsgezindheid en bitterheid.
Beide dingen kunnen mensen ziek maken als ze in ons leven aanwezig blijven, als we er aan vast blijven houden.
Ik wil hier niet verder op in gaan, maar de woorden wil ik wel genoemd hebben, daar ze maar in mijn hoofd blijven rondspoken.
Ik wil hierbij slechts alleen nog daarbij aangeven dat beiden zonde en rebellie inhouden.
God zegt dat we moeten vergeven en als we dit weigeren, komen we in opstand tegen Hem, met alle gevolgen van dien.

zondag 26 mei 2013

Week 22 - Kinderen van God

Lieve kinderen, u bent uit God en u hebt hen overwonnen, want Hij Die in u is, is groter dan hij die in de wereld is.
HSV

Maar u, mijn kinderen, behoort God toe en u hebt de valse profeten overwonnen. Want hij die in u leeft, is machtiger dan hij die de wereld bezielt.
GNB

1 Johannes 4:4


Het is alweer even geleden dat ik een afbeelding (was een bestaande afbeelding van Internet) bewerkte en maakte tot een bemoediging voor mijzelf.
Het was in een zeer moeilijke en zware periode binnen ons gezin dat het me allemaal  teveel dreigde te worden.
De strijd was zo zwaar en er leken wel achtenveertig uur in één dag te zitten in plaats van maar vierentwintig.
Mijn eigen kracht dreigde te bezwijken, en ook Gods kracht leek soms ver te zoeken.
En toen kwam ineens dit woord op mijn pad.
‘Want Hij die in mij leeft, is machtiger dan hij die de wereld bezielt.’

Ik koos met opzet voor de vertaling uit de GNB, want het woordje ‘bezielt’ gaf voor mij precies weer, zoals het was (en ook is).
… dan die de wereld bezielt …
De Naardense Bijbel zegt het zo: … dan hij die in de wereld huist …
Misschien vind je me een kniesoor om zo op een woordje te letten, maar het verschil dat ik proef tussen … dan die in de wereld is … en dan die de wereld bezielt/… dan die in de wereld huist, is voor mij zo groot en zo veelzeggend.
Wil je eens met mij meegaan de diepte van deze woordjes in en vervolgens alles leggen naast het ‘Hij die in mij is, in mij leef, is machtiger, is groter’?
Je zult zien dat de betekenis van deze tekst daardoor nog veel groter en meer zeggend wordt.

Voor mijzelf houdt het zinnetje  … dan die in de wereld is … in, dat hij ergens en overal is, rondzwerft, zich niet bevindt op een specifieke plek of plaats.
Er ligt iets in dit zinnetje dat het in mijn ogen ruim maakt.
En daarmee lijkt ook zijn kracht, zijn macht; minder, minder heftig, minder ingrijpend, waardoor ook de kracht van Hem die in ons is ook minder sterk naar voren komt.

Het woordje bezielt komt van het werkwoord bezielen, wat meerdere betekenissen heeft.
Enkele betekenissen zijn: begeesteren, leven geven aan, aanvuren, animeren, drijven, inspireren, verrukken.
Misschien denk je nu dat een aantal daarvan wel geschrapt kunnen worden omdat ze in dit verband niet van toepassing zijn, maar niets is minder waar.
Als je namelijk weer kijkt naar de betekenissen van elk van deze woorden en die invult in de tekst, dan kunnen we zien dat de boze een geduchte tegenstander is.

Nee, ik wil niemand bang maken, noch hem, de boze, in de spotlight zetten, maar in een oorlog – en we leven als christenen immers in oorlog met de boze en zijn trawanten  - is het belangrijk je vijand goed te kennen, zodat je hem, zijn kracht/zijn macht, niet onderschat en weet hoe je tegen hem moet vechten om hem te kunnen verslaan.

Laten we de woorden maar eens in deze regels invullen:
… dan hij die de wereld begeestert; die de wereld tot hartstocht brengt …
… dan hij die aan de wereld leven geeft …
… dan hij die de wereld aanvuurt; aanwakkert, aandrijft, aanblaast …
… dan hij die de wereld animeert; opmontert, opvrolijkt …
… dan hij die de wereld drijft; voortduwt, runt …
… dan hij die de wereld inspireert; ingeeft, inblaast, …
… dan hij die de wereld verrukt; betovert, in vervoering brengt …

Dit is wat de boze doet.
Hij is niet zomaar alleen in de wereld, maar hij heerst in de wereld en hij doet alles wat in zijn vermogen ligt om de mensen bij God vandaan te houden of te krijgen.
Geen enkel middel schuwt hij daarvoor.
De Bijbel zegt niet voor niets dat hij de vader van de leugen is, een mensenmoordenaar vanaf het begin. (Joh. 8:44)
Waar hij de kans krijgt, betovert hij mensen door ze van alles voor te spiegelen en voor te houden en brengt ze in vervoering van geld, macht, aanzien, schoonheid, …
Hij duwt ze voort, brengt ze tot hartstocht en verleidt ze tot zonde.
Hij blaast de wereld, de mensheid, waar hij maar kan zijn adem in, adem vol leugen en bedrog, een adem die leidt tot de dood.

De boze bezielt de wereld, hij huist in de wereld.
De wereld is zijn woning.
De wereld is zijn thuis.
En hij weet dat het bijna zover is dat hij zijn ‘thuis’ kwijtraakt, waardoor hij alles in het werk stelt om Degene die hem straks zijn ‘thuis’ voorgoed afpakt en hem voor eeuwig verbant naar de afgrond, nog zoveel mogelijk dwars te zitten en wat Hem zo lief en dierbaar is daarin mee te sleuren.
‘Ik geen thuis meer, dan jij ook niet’ lijkt zijn motto te zijn.
Hoor hoe hij briest van woede.
Hoor hem snuiven.
Open je ogen en zie hoe hij erop uit is om zoveel mogelijk mensen te verslinden.
Wees waakzaam!
Maar besef boven alles, dat Hij Die in ons is, machtiger is, groter is, overwonnen heeft!
Ja, Hij Die in ons is, Die in ons woont, is machtiger, is groter, dan hij die de wereld bezielt!

Als je met het lezen van het voorgaande iets geproefd heb van de macht en kracht die de boze in deze wereld heeft, dan is het mijn gebed, dat je daardoor juist nog meer zult gaan beseffen hoe groot dan wel niet de macht is van Hem die in ons is/leeft.
Soms lukt het de boze om ons zicht op wie God is zo te vertroebelen, dat we als krachtloze en hulpeloze wezens voortploeteren tot dat God opnieuw onze ogen opent.
Wat is het belangrijk om te weten wie God is en wie wij zijn in Hem en welke kracht in ons is.
De tekst die ter inspiratie erbij gegeven is, zegt: ‘Hij die in ons is, is machtiger, is groter, dan …’.
We zijn dus geen krachteloze, hulpeloze, mensen, hoe graag de boze ons dit ook wil doen laten geloven, want dat werkt per slot van rekening in zijn voordeel.
Hij die in ons is, is machtiger, is groter …

God heeft door Jezus alles geschapen, zowel in de hemel als op de aarde, alles wat zichtbaar is, maar ook alles wat onzichtbaar is, zoals tronen en heerschappijen, overheden en machten.
Alles is door Hem en voor Hem geschapen.
Alles heeft God gemaakt voor Zijn doel.

De hemel getuigt van Zijn wonderen en de engelen roemen Zijn trouw.
Niemand is aan Hem gelijk.
Hij wordt gevreesd door engelen en roept ontzag op bij iedereen die rondom Hem is.
Niemand is zo sterk als de God de Heer, de Almachtige.
Hij heerst over de onstuimige zee, de hoogste golven brengt Hij tot bedaren.
De hemel en aarde zijn van Hem, de gehele wereld met al haar bewoners.
Onwrikbaar zette Hij haar vast. 

En deze grote en Almachtige God kent ons, doorgrond ons.
Hij weet wat we denken, wat we willen zeggen, wat we willen gaan doen.
Hij is voor ons, achter ons, ja, rondom ons.
Er is geen plaats waar we naar toe kunnen gaan waar Hij ons niet zou zien.
De dag is als de nacht voor Hem, en het duister als de dag.
Nog verborgen in de moederschoot, nog voor wij enige vorm hadden, had Hij ons al gezien, werden onze dagen opgeschreven nog voor we er ook maar één hadden geleefd.
Hij heeft zelfs al onze haren geteld. 

Wat Hij zegt is waar en betrouwbaar; zuiver en een bron van vreugde.
Hij is liefdevol en genadig, geduldig, trouw en waarheid.
Hij biedt bescherming; is een schuilplaats, een toevluchtoord, een bevrijder.
Hij is onze hulp; Hij waakt over ons.
Op wonderlijke wijze grijpt Hij soms in.

En uit liefde voor ons zond Hij Zijn Zoon om ons te redden, te verlossen.
Hij leed en stierf voor onze zonden, maar God wekte Hem op uit de dood op de derde dag.

Hij is het begin en het einde; de Alfa en de Omega.

Hij, de HEER, is onze God, de GOD der goden, de HEERE der heren; groot, machtig, ontzagwekkend. (Deuteronomium 10:17 – In sommige vertalingen vers 16)

O, ik zou nog veel meer kunnen schrijven over hoe groot en indrukwekkend God is, over Zijn macht, Zijn majesteit, Zijn liefde, Zijn genade, Zijn …
De Bijbel staat vol van Zijn grootheid, van Zijn macht.
Hoe groot en machtig de boze zich soms ook voordoet, naast onze God is hij niets anders dan een pluisje in het heelal.
Er is niets dat hij kan doen zonder dat God hem daartoe toestemming geeft.
Denk maar eens aan het verhaal van Job.
En deze grote God heeft in ons, Zijn kinderen, woning gemaakt door Zijn Geest in onze harten uit te storten.
Zijn Geest van kracht, van liefde en van bezonnenheid. (2 Tim. 1:7)

Paulus spreekt in Efeze 1 vers 19, 20 over de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht die voor ons gelovigen is; dezelfde kracht die Jezus opwekte uit de dood.

Ja, de boze kan het ons soms heel moeilijk en lastig maken, maar wij zijn degenen die bepalen of we opgeven of niet.
Wij zijn geliefde kinderen van God en God laat niet los wat Hem toebehoort.
Onze namen zijn in Zijn handpalm gegraveerd.
Zijn liefde voor ons is niet afhankelijk van gevoelens of een slechte dag.
Laten wij ons dan uitstrekken naar meer standvastigheid in ons leven.
Laten we vertrouwen op Hem, op Zijn woord, en gebruik maken van de kracht die in ons is.
Hij heeft het niet voor niets aan ons gegeven!

Moge de God van onze Heer Jezus Christus,
de Vader der heerlijkheid,
u geven de Geest van wijsheid en openbaring,
tot kennis van Hem.
Moge Hij verlichten de ogen van uw hart,
zodat ge zult weten welke de hoop is waartoe Hij roept,
wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfdeel onder de heiligen
en wat de allesovertreffende grootheid is van Zijn macht aan ons die geloven.
Met dezelfde werking van de sterkte van Zijn macht heeft Hij gewerkt in de
Christus toen Hij Hem opwekte uit de doden en deed zetelen aan Zijn rechterhand
in de hemelse regionen, ...

Efeze 1:17-20
NB

1 Kolossenzen 1:16; Spreuken 16:4; Psalm 89:6-12; Psalm 139:1-16; Mattheüs 10:30; Psalm 19:8-10; Exodus 34:6; Psalm 91; Psalm 121; Psalm 114; Johannes 3:16; Mattheüs 26-28; Openbaring 1:8


Lieve Vader in de hemel.
Vergeef ons, dat het de boze soms toch lukt om ons angst aan te jagen door ons het leven zuur te maken.
Vergeef ons, dat we ons soms nog zo in de luren laten leggen door hem met al zijn leugens, waardoor we vergeten wie we zijn in U en dat Uw kracht in ons is.
U bent zoveel maal groter en machtiger dan hij; wat zeg ik, hij kan niet eens wat doen tenzij hij het van U mag.
Al zijn ‘wonderen en tekenen’ zijn niets meer dan kopieën van Uw werk.
Hij briest en snuift; help ons om daar niet op te letten, maar te zien op wie U bent en op Uw opstandingskracht in ons.
U hebt ons Uw Geest van kracht gegeven, laten wij hem niet te begraven onder van alles en nog wat.
Open onze ogen.
Verlicht ons verstand.
Doe ons zien.
En leer ons leven.
Vanuit Uw kracht.

In Jezus’ Naam.
 
- Amen -


Hij die in de wereld is,
briest, schreeuwt en gaat te keer.
En soms legt hij ons het vuur aan de schenen,
in de hoop dat iemand zich tegen God keert.

Maar opent U toch onze ogen, Heer,
en verlicht ons verstand.
Doe ons steeds beseffen:
we zijn veilig in Uw hand.

In Uw  Naam en door Uw kracht
strijden wij de te strijden strijd.
Want U bent groter en machtiger;
U bent het die ons bevrijdt.

Laten we ons hoofd omhoog houden
en strijden met koninklijke waardigheid.
Want op onze schouders ligt Zijn kleed,
het kleed van rechtvaardigheid.

Gods rijke zegen 
en een liefdevolle groet,
Rita


Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, heeft u geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister.
God zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen.
Hem komt de macht toe, voor eeuwig.

- Amen -

1 Petrus 5:10,11


zondag 10 februari 2013

Week 7 - Een kroon op hun hoofd in plaats van stof

 … om aangaande de treurenden van Sion te beschikken dat hun gegeven zal worden  sieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een benauwde geest, opdat zij genoemd worden eiken van de gerechtigheid, een planting door de HEERE, om Hem te verheerlijken.
HSV

… om aan Sions treurenden te schenken een kroon op hun hoofd in plaats van stof,
vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad, feestkledij in plaats van verslagenheid.
Men noemt hen ‘Terebinten van gerechtigheid’, geplant door de HEER als teken van zijn luister.
NBV

Jesaja 61:3

De woorden uit Jesaja 52, de eerste 2 verzen, laten me niet los als ik aan het nadenken over de bovenstaande tekst en de woorden die op het kalendertje staan.

‘Word wakker, Sion, word wakker
en verzamel je krachten!
Jeruzalem, heilige stad,
kleed je in vol ornaat!
Wie onbesneden zijn of onrein,
zullen je poorten niet meer binnengaan.

Sta op, Jeruzalem,
schud het stof van je af
en neem plaats op je troon.
Gevangen bevolking van Sion,
ruk de ketenen van je hals.’

Maar eerst wil ik naar Lucas 4:18-21, waar de Here Jezus in de synagoge in Nazareth opgestaan was om de voorlezing te doen:

“De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken van hart zijn, om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken.
En toen Hij het boek dichtgedaan en aan de dienaar teruggegeven had, ging Hij zitten, en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gevestigd.
Hij begon tegen hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren in vervulling gegaan.”

Vers 18 en 19 zijn exact dezelfde woorden die Jesaja sprak in Jesaja 61:1,2, alleen met één groot verschil.
Jesaja sprak deze profetie uit over de Joden in Babylon en Jezus sprak deze woorden uit met het oog op de gehele wereld.
Jesaja profeteerde deze woorden, Jezus was de vervulling van deze profetie.

Vol van Gods Geest is Hij op weg gegaan en heeft gedaan wat Zijn Vader Hem had opgedragen.
Door het volbrachte werk van de Here Jezus aan het kruis op Golgotha is er bevrijding van de zonde mogelijk, kunnen we worden getroost, van blind ziende worden, van gebonden in de vrijheid komen.
Jezus is de Verlosser, waar de wereld op heeft gewacht vanaf het begin van de zondeval.
Jezus is de vervulling van Gods belofte.
Jezus is Gods genadegeschenk aan ons.
Jezus is Degene die gebroken harten heelt, troost wie treuren, vrijmaakt die gebonden zijn, die blind zijn weer laat zien.
Harten die gebroken zijn door de zonde, die gebukt gaan onder verdriet over de zonde, mensen die gebonden zijn door de macht van de satan, ogen opent voor de zonde.
Hij kwam om genade te schenken, te verlossen en te bevrijden, te helen en te genezen.
Een ieder die hun troost, hun bevrijding, hun verlossing niet in de wereld zoekt, maar bij Hem, zullen het vinden.

Aan hen die zo treuren, die hun smarten bij de troon der genade brengen, geeft Hij een sieraad in plaats van as, een kroon in plaats van stof.
Hun verdriet verandert Hij in vreugde, Hij geeft vreugdeolie in plaats van rouw; een lofgewaad in plaats van een benauwde, een kwijnende geest.

O, de Matthew Henry zegt het zo mooi:

‘Vreugdeolie, die het gelaat doet blinken in plaats van treuren.
Het gewaad des lof (lofgewaad) die prachtige klederen zoals die op dankdagen werden gedragen, in plaats van een benauwde geest.’

En dan komen mijn gedachten als vanzelf bij Jesaja 52:1,2; waar klinkt: ‘Word wakker, word wakker! Sta op, schudt het stof van je af!
Jezus is gekomen, we hoeven niet meer weg te kwijnen en onder het stof en de as te zitten.
Hij staat klaar met vreugdeolie, met een lofgewaad.
Hij wil ons bevrijden, genezen en herstellen.

Neem Zijn verlossing aan en schudt de ketenen van de gebondenheid van je af.
Hij heeft de satan overwonnen, de boze heeft geen macht meer over je als je Zijn verlossing aanneemt.

In mij dringt de boodschap om het uit te roepen; Word wakker, word toch wakker!
Sta op en schudt het stof van je af en neem je plaats in Zijn koninkrijk in!
Laat Hem je overgieten met de vreugdeolie en je gelaat zal gaan blinken.
Neem het lofgewaad van Hem aan en trek die prachtige klederen aan; het kleed van redding en de mantel van gerechtigheid.
En neem zo je plaats in in Gods koninkrijk, in Zijn wijngaard, als levende, sterke bomen, die vruchtdragen en Hem verheerlijken.

En dan kom ik uit bij wat er op het kalendertje* staat:

Welk een goddelijke wraak is het als God onze missers gebruikt om ons te vormen, waardoor Hij ons nog beter kan gebruiken.

Moge God de vijand beroven door uit het kwade zoveel goeds voort te brengen
dat satan er spijt van krijgt dat hij ons ooit tot zonde leidde.




Lieve Vader in de hemel.
Dank U wel, dat het met de zondeval voor U niet over en uit was met ons mensen, maar dat U de Here Jezus zond, Uw eigen Zoon, om voor ons te lijden en te sterven aan het kruis op Golgotha.
Dank U wel, voor dit onvoorstelbaar, grote genadegeschenk.
Dank U wel, dat U alles kunt gebruiken om ons te vormen, zodat we alleen maar bruikbaarder worden in Uw koninkrijk.
Al onze missers, al onze fouten en gebreken, kunt U gebruiken en er iets goeds uit doen voortkomen, als wij U Uw gang laten gaan en openstaan voor de leiding van Uw Heilige Geest.
Dank U wel, Heer Jezus, voor de kroon!
Dank U wel voor de vreugdeolie!
Dank U wel voor het lofgewaad!
Dank U wel voor de nieuwe naam!
Laat ons zo stralen van vreugde, Vader, in onze prachtige klederen die we hebben ontvangen, met onze nieuwe naam, tot eer en verheerlijking van die van U.
In Jezus’ Naam.

- Amen –




Word wakker en schud het stof van je af.
Verzamel je krachten en kleed je in je mooiste klederen.
Ruk in Zijn kracht de ketenen van je hals en sta op.
Neem je plaats in; je bent immers van koninklijk komaf.

Zie de Messias, Hij is gekomen om te verlossen en bevrijden,
Hij wil troosten hen die treuren, helen de gebrokenen van hart.
In Zijn hand is een kroon voor op je hoofd,
vreugdeolie, om je gezicht te doen stralen,
en een lofgewaad die de plaats inneemt van alle wanhoop en rouw.
Neem het aan, laat niets je nog langer van Hem scheiden.

Word wakker, sta op en ontvang een nieuwe naam.
Straal, weerspiegel wie Hij is in jou.
Wees sterk en draag veel vrucht.
Loof en prijs in alles Zijn heilige Naam.

©Rita Klapwijk

zondag 3 februari 2013

Week 6 - Kwetsbaar

Waar kan ik Uw Geest ontgaan,
waar Uw aangezicht ontvluchten?
Al steeg ik op naar de hemel, U bent daar;
of legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar.
HSV

Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen,
hoe aan uw blikken ontkomen?
Klom ik op naar de hemel – u tref ik daar aan,
lag ik neer in het dodenrijk – u bent daar.
NBV

Psalm 139:7,8


In het stukje op de kalender van deze week wordt aangegeven, dat, hoewel wij onszelf dikwijls als kwetsbaar en breekbaar beschouwen, in feite alleen onze trots kwetsbaar is.
En dat pas als het omhulsel gebroken is en het hart open en bloot ligt, we ons bewust zijn van de streling van Gods liefdevolle zorg, maar dat Hij ons tot die tijd wel vasthoudt.
Samen met de bovenstaande verzen mogen we hier over nadenken, of zoals het kalendertje zo mooi zegt: ‘ons door laten inspireren.’

Persoonlijk vraag ik mij af of dit wel zo is, dat in principe alleen onze trots kwetsbaar is.
Ik geloof zeker wel dat onze trots heel kwetsbaar is, maar om nu te zeggen dat alleen onze trots eigenlijk kwetsbaar is …?

Kwetsbaar is broos, breekbaar, gevoelig, weinig beschermd tegen beschadiging, wankel, zwak, teer, licht te raken.
Ik geloof niet, dat dit alleen met trots heeft te maken.
Er kunnen allerlei omstandigheden in ons leven zijn (of zijn geweest) die ons zo hebben geraakt, beschadigd, dat we heel kwetsbaar zijn geworden.
En dat kan voor allerlei verschillende dingen zijn.

Met dit onderwerp gingen mijn gedachten naar een gedicht dat ik heb geschreven bij een schilderij van Caroline van de Vate.
Het schilderij, dat ook ‘Kwetsbaar’ heet, is een schilderij van een klaproos.
Klaprozen zijn heel kwetsbaar; de blaadjes zijn heel fragiel, heel teer en vallen snel uit.

Met het lezen van de naam van het schilderij, kwamen er al snel allerlei gevoelens en gedachten boven en ik voelde mij op een bepaalde manier verbonden met dit schilderij.

Mijn leven was op het moment dat ik de schilderijen van Caroline ontdekte  (en haar van daaruit leerde kennen) heel kwetsbaar.
Na jaren van thuis zijn voor twee van mijn kinderen, die door jarenlang pesten depressief waren geworden en het leven niet meer zagen zitten, was mijn wereldje heel erg klein geworden, en van mijn toch al niet zo grote zelfvertrouwen en zelfbeeld was niet veel meer over.
Toen het beter ging met onze kinderen, was ikzelf in een diepe put beland, en de beginverschijnselen van de overgang hielpen me ook niet bijster goed, noch alle beschadigingen van weleer.
Toch heeft God mij (ons) vastgehouden, er door heen geholpen, maar de eerste stappen om weer terug onder de mensen te komen, weer een eigen leven op te bouwen, waren zwaar en ik was heel kwetsbaar.
Als God dan de schilderijen van Caroline (en haar ) op mijn pad brengt, is dat een volgende stap in het proces van heling en genezing.
Een streling van Zijn liefdevolle zorg voor mij.

Kwetsbaar


De duisternis
is van mijn zijde
aan het wijken.
Voorzichtig
stap ik in het licht.
Wankel en onzeker
zijn mijn
eerste stappen,
maar ik loop
in het spoor
van Uw aangezicht.

Angstig
kijk ik soms
om mij heen.
Zoekend naar
een tastbaar houvast.
Maar ik weet,
U bent het
die mij leidt.
En in U
is mijn juk zacht
en licht mijn last.

Nog
is mijn leven
broos en kwetsbaar.
Maar,
ik ga in Uw Licht.
Het omgeeft mij,
toont mij de weg
die ik moet gaan.
Tot ik als bruid
in volle eer en glorie
sta voor Uw aangezicht.

Alleen onze trots in feite kwetsbaar?
Nee, de dingen die in ons leven gebeuren, wat ons is aangedaan, kunnen ons ook heel kwetsbaar maken.
(Mijn gedachten gaan automatisch naar de tekst van het geknakte riet en de walmende vlaspit - Jesaja 42:3)

Maar, één ding is wel zeker, we hoeven daar niet te blijven.
Dat is ook niet wat God zou willen.
Hij verlangt ernaar dat we weer sterk en krachtig worden in Hem, door Hem.
Ja, in Hem en door Hem.
In Hem, omdat daar onze werkelijke identiteit ligt en het zo belangrijk is dat we die weer gaan vinden en aannemen.
Door Hem, omdat we het niet alleen hoeven te doen.

Als ik dan de tekst erbij haal die tot overdenken erbij gegeven is, dan zijn deze woorden in deze context weer een enorme bemoediging.

Waar kan ik Uw Geest ontgaan,
waar Uw aangezicht ontvluchten?
Al steeg ik op naar de hemel, U bent daar;
of legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar.

Geven ze aan de ene kant Gods grootheid weer en zeggen ze wie Hij is, aan de andere kant mogen we er troost in vinden, omdat in welke situatie we ons ook bevinden, hoe diep de put ook is, of hoever weg we ook van Hem zijn afgedwaald, Hij ons ziet, ons in het oog houdt.
Hij houdt ons vast in tijden als wij niet meer weten hoe, of het niet kunnen, omdat alles om ons heen zo moeilijk en donker is.

Het is dan alsof deze woorden zeggen:

‘Hoever je ook weg bent
bij Mijn aangezicht vandaan;
zoekende, dolende,
of in de diepste put,
er is geen enkele weg
waar Ik niet met jou mee
zal gaan.’


Welk een troost, welk een bemoediging, ligt er dan in deze woorden!


Lieve Vader in de hemel,
in de eerste plaats wil ik U zo danken voor alles wat U reeds voor mij hebt gedaan.
Danken voor Uw liefde en trouw, die nimmer van mij zijn geweken, ook al zag ik het zelf niet.
Dank U, dat U niet losliet, maar mij vasthield toen ik het niet meer kon of wist.
Dank U, dat U mij zag in elke omstandigheid, dat U met mij mee bent gegaan de gehele weg.
En dank U wel dat U nog steeds met mij meegaat en ook zal blijven gaan.
Ik dank U, dat U bij mij bent in mijn kwetsbaarheid.
Dank U, voor Uw geduld met mij in dit leerproces van groei.
Mijn leven wordt steeds minder broos en kwetsbaar, maar help mij te waken voor de valkuilen en help mij om mijn blik op U gericht te houden.
Zien op wie U bent en op wat U doet; op wie ik ben in U, maken mij minder kwetsbaar, maken mij sterk.
O, ik dank U, voor Uw eindeloze trouw en liefde!
Maar ik bid U voor allen die zich nog aan ‘de andere kant’ bevinden.
Die nog zo zoekende en dolende zijn door alles wat er om hen heen gebeurt, wat er in hun leven gebeurt of gebeurd is.
Wiens leven misschien wel op dit moment niets anders is dan voortslepen van de ene dag naar de andere, van uitzichtloos naar hopeloos.
Vader, ik bid U, speciaal voor hen, dat U weer hoop geeft en uitzicht biedt.
Dat U ze laat weten, dat U er bent, dat U bij hen bent, dat U hen ziet!
Ja, ziet in de diepste of smerigste put!
En dat U hen niet alleen ziet, maar dat U Uw hand ook uitgestoken houdt, net zolang tot dat zij hem zien en zullen pakken.
Open hun ogen daarvoor, Vader, och, open hun ogen, opdat ze Uw reddende hand zullen zien.
Verlos hen, Vader, ontferm U, Vader, en breng herstel en genezing.
In Jezus’  Naam.


- Amen -


Hoever je ook weg bent
bij Mijn aangezicht vandaan;
zoekende, dolende,
of in de diepste put,
er is geen enkele weg
waar Ik niet met jou mee
zal gaan.

Ik ben bij je op elke weg,
ook al zie jij Mij niet.
Ik ben op de hoogste berg,
Ik ben in het diepste dal,
en houd Mijn hand uitgestoken,
net zo lang tot jij
hem ziet.

Hoe kwetsbaar je ook bent,
wees niet bang voor Mij.
Ik zal je met Mijn liefde overladen;
Mijn zorg zal liefdevol en teder zijn.
Zie Mijn uitgestoken hand, grijp vast
en laat Mij jouw wonden genezen
door Mijn liefde te brengen
in alle verdriet en pijn.


©Rita Klapwijk

zondag 28 oktober 2012

Week 44 - Hulp

'Als de HEERE niet mijn Helper was geweest,
had mijn ziel bijna in de stilte gewoond.
Toen ik zei: Mijn voet wankelt,
ondersteunde Uw goedertierenheid mij, HEERE.'

HSV

'Heer, als U me niet te hulp gekomen was,
ik had mijzelf tot de doden moeten rekenen.
Steeds als ik dacht te bezwijken,
hield Uw liefde me staande.'

GNB

Psalm 94:17,18

Er zijn vele momenten in mijn (ons) leven geweest waarvan ik kan zeggen:
‘Heere, als U mij niet te hulp was gekomen, als U niet mijn Helper was geweest, dan …
Steeds als ik dacht te bezwijken, hield Uw liefde mij staande.’
Velen van ons zullen die momenten ook wel kennen van het gevoel hebben niet meer verder te kunnen, er aan onderdoor te gaan, of met de woorden van de Psalmist te spreken, te bezwijken.

Misschien ga jij nu wel door zo’n periode heen, waarin je het gevoel hebt niet meer verder te kunnen en sta je voor je gevoel aan de afgrond en je voelt je voet wankelen.
Eén keer zwikken en je stort die afgrond in …
Je weet wel dat God je Helper is en je weet wel dat Hij voor je zorgt en je kent de Bijbel wel en al die mooie bemoedigende teksten, maar je gevoel zegt je dat het bijna voorbij is en je het einde van je kunnen nadert.
Nog één dingetje en …

Of misschien lees je dit en ken je God helemaal niet.
Ben je hier ‘toevallig’ terecht gekomen omdat je iets zocht of …, en herken je jezelf in deze woorden en is er iets dat je ‘trekt’ om verder te lezen, omdat je zoiets hebt, van ‘ik heb toch niets meer te verliezen’.

Eén ding weet ik zeker, hoe je hier ook bent gekomen en om wat voor reden dan ook, niets gebeurd bij toeval.
God heeft jou hier gebracht om je te vertellen, het zij voor het eerst of voor de zoveelste keer, dat Hij jou ziet!
Jou, je situatie, je pijn, je verdriet, je moeiten, je zorgen, je ellende, ja, alles ziet Hij en Hij kent elk detail van jouw leven.
Niets is voor Hem verborgen.
En vandaag, nu, op dit moment wil Hij jou ontmoeten en jou vertellen dat Hij van je houdt, je wilt helpen en voor jou wilt zorgen.

O, wat wil God graag Degene voor jou zijn als Hij was voor de Psalmist!
Wat verlangt Hij daar naar!
Hij houdt immers zoveel van jou!

Je hoeft het niet te begrijpen hoe dat nu zou kunnen, het is gewoon zo.
Je hoeft er ook niets voor te doen, noch te laten.
Je kunt ook niets doen waardoor Hij meer van je gaat houden en er is ook niets dat je kunt doen, waardoor Hij minder van je gaat houden.
Hij houdt van jou en wil je Helper zijn.
Hij verlangt ernaar om vreugde en vrede te brengen in jouw leven.
Hoop en toekomst.

Voel je zachtjes die hand aan je kin, die hem zachtjes aanraakt?
Nee, het is geen dwingend gevoel, God dwingt niemand om Hem aan te kijken, maar gewoon heel zachtjes als een tinteling, een briesje wind wat langs je hals, je kin, strijkt.
Kijk omhoog, naar boven en niet meer naar de grond; daar is geen hulp.
Nee, kijk omhoog en zie Hem.
Hij zal Zich op de één of andere manier aan jou laten zien.
Een zonnestraal, een vlinder, een vogeltje, een duif.
Een belletje, een kaartje, een mailtje, deze woorden, de Bijbelverzen hierboven …
God is een God die ook door anderen en andere dingen Zich laat zien.
Zijn hulp komt soms op de vreemdste manieren en op een tijdstip dat je het niet, of niet meer, verwacht.
Maar Hij komt!

Het is echter aan jou de keus of je die toegestoken hand wil vastgrijpen of niet.
God zal je niet dwingen, al heeft Hij nog zoveel verdriet om een ieder die Zijn hand wegduwt in plaats van vastgrijpt.
Hoeveel pijn en verdriet het Hem ook doet, Hij zal je keuze respecteren en geduldig blijven wachten tot je het opgeeft met zelf te vechten en je Zijn hand vastgrijpt, zodat Hij je uit die kolkende woeste golven, die je dreigen te verdrinken, kan trekken.

Hij wil je schoonwassen met het bloed van Zijn Zoon, Jezus, Die voor al jouw zonden is gestorven en Hij wil je Zijn mantel van verlossing, van bevrijding, van gerechtigheid, aandoen.
Zijn Geest wil Hij je geven om in je te wonen, zodat je nooit en ook nooit meer alleen zult zijn, want Hij is altijd in je.
Zijn Geest zal je kracht zijn, je troost, je sterkte, je bijstand, je onderwijzer.
Zijn Geest zal je binnenste vullen met vrede, een vrede die alle verstand te boven gaat.
Een vrede die van God Zelf komt.
Een vrede, niet zoals de wereld hem kent, maar alleen zoals Jezus hem kan geven.

Nee, je problemen zullen niet in één keer weg zijn of opgelost, maar je zult er niet meer alleen doorheen hoeven te gaan en de lasten zul je niet meer alleen hoeven te dragen, want Hij zal je Helper zijn.
Zijn liefde zal je staande houden.
Ook al denk je dat je zult bezwijken, Hij zal je nooit meer te dragen geven dan je aankunt.
En met alle moeiten, zorgen, problemen, pijn en verdriet, zal Hij ook voor de uitkomst zorgen.

Het enige dat Hij van jou vraagt is geloof en vertrouwen.
Kom, Hij wacht.



 Lieve Vader in de hemel.
O, wat verlangt U ernaar dat wij met alles naar U toe komen.
Met al onze zorgen, onze beslommeringen, onze moeiten en pijnen, ons verdriet.
Ach, Heere, met alles.
Niets is voor U te min of te klein, want Uw liefde voor ons is zo oneindig groot, dat alles wat ons aangaat of ons betreft, U in het hart raakt.
Maar U respecteer ook onze keuze om het zelf te willen doen.
Het doet U oneindig veel verdriet, maar U respecteert het, en wacht …
Welk een liefde ligt er ook in dat wachten.
Hoe moeilijk moet dit ook voor U zijn, kunnen helpen, willen helpen, maar niet mogen helpen omdat de ander Uw hand wegduwt en het niet wilt.
O Vader, ik ken slechts een kleine fractie van die pijn en dat verdriet als ouder.
Maar bij U, het gaat zoveel dieper, is zoveel groter, omdat U de reikwijdte van alles kent, van wat wij onszelf aandoen en te kort doen.
Heere, Vader God, ik bid U voor een ieder die Uw hulp nodig heeft; of ze U nu kennen of niet.
Heere, allemaal zullen we op de juiste tijd hulp van U ontvangen als wij onze hulp zoeken bij U.
U laat niemand in de kou staan.
Uw liefdevolle Vaderhart wacht op een ieder die zich buigt en erkent dat hij/zij het zelf niet kan.
En de hemel zal juichen van vreugde bij elk mensenkind dat zich tot U keert.
En de lofgezangen zullen door de hemel klinken bij het getuigenis van hun mond, als zij gaan vertellen over de redding die U heeft gebracht.
Over de hulp, die U heeft geschonken.
Over de liefde van U, die hen staande hield.
O Vader, laat zo Uw liefde door deze woorden heen klinken en mensenharten raken en tot U trekken.
In Jezus' Naam.


- Amen -



 Als de grond onder je wegzakt
en je voeten wankelen.
Als je niet meer verder kunt;
en denkt, nu is alles voorbij.

Als de stilte je ziel bijna heeft omhuld
en diepe duisternis haar vergezeld.
Als het leven ondraaglijk wordt
en het einde nabij.

Weet dan,
er is er Eén Wiens liefde
jou staande kan houden
als jij denkt te bezwijken.
Geef je over aan Hem,
Op Zijn hulp kun je rekenen.
Zijn liefde en trouw
zullen niet van je wijken.

Gods rijke zegen en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 2 september 2012

Week 36 - Wachten

…, zo zal ook Christus, Die eenmaal geofferd is om de zonden van velen weg te dragen, voor de tweede keer zonder zonde gezien worden door hen die Hem verwachten tot zaligheid.
HSV

Net zo zeker is het dat Christus, die eenmaal is geofferd om de zonden van velen te dragen, voor een tweede maal zal verschijnen om te redden wie hem verwachten, maar dan gaat het niet meer om de zonde.
NBV

Hebreeën 9:28

‘Geduld om ergens op te wachten krijgen we niet door langdurig te verlangen naar wat ons ontbreekt, maar door te rusten in wat we al hebben,’
(Een citaat uit het stukje van de kalender over ‘Wachten’.)

Vele gedachten gaan door mij heen als ik nadenk over dit citaat, maar er is één gedachte die steeds weer terugkomt en dat is de gedachte aan Mozes en het volk Israël in de woestijn; naar het moment dat Mozes de berg op is om de tien geboden en alle andere wetten en bepalingen van God te ontvangen.
Mozes was op de berg Sinai en hij verbleef daar lange tijd, terwijl het volk beneden wachtte op zijn terugkeer met een boodschap van God. (Exodus 24:12-18)
Maar het duurde te lang, en het volk werd erg ongeduldig.
En in plaats van geduldig te wachten, gingen ze naar Aäron en vroegen hem een god te maken, een god die hen verder kon leiden.
Alle sieraden werden vervolgens bij elkaar gebracht, gesmolten en in een vorm van een kalf gegoten.
Het gouden kalf werd uitgeroepen tot de god van Israël, de god die het volk uit Egypte had geleid.
Terstond geeft God Mozes de opdracht om naar beneden te gaan, want het volk had het verbond verbroken en de regels, die God net gegeven had, al naast zich neergelegd. (Exodus 32:1-8)

Geduld en vertrouwen was duidelijk ook niet de sterkste kant van het volk Israël.
In dat opzicht verschilt de mens van vroeger niets met de mens van nu.
Hun verhaal is niet opgeschreven zodat wij mooie verhalen hebben, maar zodat wij kunnen leren en kunnen zien dat God is wie Hij zegt dat Hij is en dat Hij doet wat Hij zegt.
Met dat ik er over nadacht, merkte ik dat dit gedeelte uit de Bijbel het citaat als het ware zichtbaar en tastbaar maakt.

Ik hak het citaat even in stukjes:
‘Geduld om ergens op te wachten -
krijgen we niet door langdurig ergens naar te verlangen wat ons ontbreekt –
maar door te rusten in wat we al hebben.’

Aan het volk en voor het gebied rondom de berg had God strikte regels gegeven over wat zij moesten doen en laten, en waaraan zij zich moesten houden voor Hij zou komen in een dichte wolk om met hen te spreken. (Exodus 19:9-15)
Drie dagen hadden zij de tijd om zich hiervoor voor te bereiden.
En dan is het zover.
God komt.
(Exodus 19:16-20)
Donderslagen, bliksemflitsen, een zware wolk en zeer sterk bazuingeschal.
De berg was in rook gehuld, omdat God de Heer er in vuur neerdaalde.
Rook ervan steeg omhoog, de berg trilde, terwijl het geluid van de ramshoorn steeds sterker werd.
Opnieuw waarschuwde God Mozes, dat niemand de berg mocht naderen noch aanraken, want ze zouden de dood sterven.
Zelfs de priesters die gewoonlijk wel in de nabijheid van God mochten komen, moesten nu op afstand blijven.
(vers 21-22)
Mens en dier, niemand mocht in de dichte nabijheid van de berg komen of ze zouden sterven.
Alleen Mozes mocht de berg opklimmen en in Gods nabijheid komen.
Daar ontvangt Mozes de tien geboden en geeft ze door aan het volk.

In hoofdstuk 20 vers 18 staat dan: En heel het volk was getuige van de donderslagen, de bliksems, het bazuingeschal en de rokende berg.
Toen het volk dit zag, sidderden zij en bleven op een afstand staan.
Vervolgens vragen zij Mozes of hij namens hen wil spreken met God, want ze zijn door alles bang geworden voor als God zou spreken.

Maar er is nog meer.
Hieraan vooraf had God met Mozes gesproken en Mozes mocht het volk vertellen dat God hen had uitgekozen en apart gezet als Zijn volk, mits zij gehoorzaam en trouw aan Zijn verbond bleven.
(Exodus 19:1-6)
Het verbond dat God met hen sloot en wat bezegeld werd met bloed.
(Exodus 24:1-8)

En zo gaat Mozes de berg op.
Het volk blijft achter met het geluid van de donderslagen en de ramshoorn nog in hun oren, de geur van het bloed van de gebrachte offers nog in hun neus, de vlekken van het bloed nog op hun kleren, terwijl hun uitgesproken belofte van trouw en gehoorzaamheid aan God nog nagalmt in de omtrek.

Maar wat vergeet een mens snel.
Als de tijd verstrijkt en het hen te lang gaat duren dat Mozes terugkomt, komen ze in optand.
Vergeten zijn ze de geboden die Mozes hen had voorgelezen.
Vergeten zijn ze hoe God was neergedaald op de berg en de angst die zij voor Hem hadden, het ontzag.
Vergeten zijn ze dat God hen uit Egypte geleid had; vergeten zijn ze hoe Hij hen door de Rode Zee heenleidde.
Vergeten zijn ze hoe Hij ze te eten en te drinken gaf.
Vergeten zijn ze hoe God hen de overwinning op de Amalekieten gaf.
Vergeten zijn ze de gebrachte offers en vergeten zijn ze hoe Mozes het bloed, als teken van het gesloten Verbond met God, over hen uit sprenkelde.
Al deze dingen zijn ze vergeten, hun geduld is op.
Misschien is er wel wat met Mozes gebeurd daar op die berg.
Ze willen nu een god die voor hen uit kan gaan en hen verder kan leiden.
En Aäron zwicht en maakt van de gouden sieraden die ze verzameld hadden, een gouden kalf.

Geduld om ergens op te wachten mondde uit in het verbreken van het Verbond dat ze met God hadden, enkel en alleen omdat ze ongeduldig waren en vergaten wie hun God was.
Ze zagen slechts alleen nog maar wat ze niet hadden.

God had hen uit Egypte geleid.
Hij had de Rode Zee doen splijten, zodat het water als muren omhoog stond en zij droogvoets naar de overkant konden, terwijl het water weer met donderend geraas naar beneden stortte over de Egyptenaren heen, die achter hen aangekomen waren.
Hij leidde hen naar de Sinai, waar Hij het verbond met hen sloot en bezegelde met bloed.
Hij kwam naar hen toe in een wolk op die berg, met donderslagen, vuur, rook, het geluid van de ramshoorn.

Maar hun verlangen was zo gericht op wat hen ontbrak, Mozes, een zichtbare leider, een zichtbare God, dat ze vergaten te kijken naar wat ze hadden, een betrouwbare, levende God die voor hen zorgde en hen op arendsvleugelen droeg.
Hoe anders zou het geweest zijn, als zij in het wachten op Mozes, zich gericht zouden hebben op wat God allemaal voor hen had gedaan, hoe Hij hen had geleid, geholpen, gered.

Heel de Bijbel door doet God ons beloften.
En heel de Bijbel door zien we ook hoe God beloften geeft aan mensen, maar die ze nooit tijdens hun leven in vervulling zien gaan.
Maar dit wil niet zeggen dat ze niet in vervulling gaan.
Al Gods beloften zijn of worden vervuld!

Soms wachten wij op Gods antwoord.
We wachten op een teken van Hem, op een woord, op Zijn ingrijpen, op …
Wat kunnen ook wij dan ongeduldig worden, zelfs met tot gevolg dat we Hem de rug toekeren, want Hij doet toch niets, Hij hoort ons toch niet, Hij antwoordt ons toch niet …
En ook wij vergeten wat Hij heeft gedaan en wat Hij heeft beloofd.
We vergeten hoe Hij Zijn Zoon gegeven heeft om te lijden en te sterven voor onze zonden.
We vergeten hoe ook ons leven gekocht en betaald is met Zijn bloed.
We vergeten hoe Hij, Jezus, naar Zijn Vader is gegaan om voor ons een plaats te bereiden.
We vergeten dat Hij heeft beloofd dat Hij terugkomt om ons op te halen.
Ook wij vergeten want het wachten duurt zo lang.

God had het volk beloofd dat Hij hen zou brengen naar een land overvloeiende van melk en honing.
En in plaats van te rusten in die belofte, te vertrouwen op God dat Hij die belofte op Zijn tijd en wijze waar zal maken, werden ze ongeduldig en zagen ze slechts wat ze nu niet hadden.

We zullen allemaal wel iets in ons leven hebben waar we op wachten, waar we naar verlangen.
Misschien iets wat we nu, op dit moment heel hard nodig hebben.
Misschien bid je de knieën van je broek wel stuk hiervoor en dreig je radeloos te worden of op te geven.
Misschien is er zelfs wel iets diep in je, wat aandringt om God maar de rug toe te keren, want Hij antwoord toch niet, je wacht immers al zo lang.
Je voelt je verloren; nog even en je …

Wachten, geduldig wachten.
Vertrouwen, geduldig wachten in vertrouwen.
Geloven, niets ziende gelovend, geduldig wachten in vertrouwen.

Zijn liefde hebben we!
Hij houdt van ons!
Hij heeft Zijn Zoon gegeven!
Jezus is gekomen en voor onze zonden gestorven.
Hij is teruggegaan naar Zijn Vader en Hij zal terugkomen om ons op te halen en mee te nemen naar Zijn heerlijkheid.
Ons beloofde land ‘van melk en honing’!
Ons eeuwig thuis zonder zonden, zonder moeiten en zorgen, zonder tranen en verdriet.
Eeuwige vreugde en blijdschap, voor eeuwig bij Hem.

Zoals het volk Israël onderweg naar hun aardse beloofde land tegen van alles en nog wat aanliepen, zo zullen ook wij in onze weg naar ons Beloofde Land tegen van alles aanlopen.
En we zullen op onze levensweg misschien nog wel heel vaak moeten wachten; soms blijft God nu eenmaal een poosje stil.
Maar welk een les ligt er hier in deze boodschap van God.
Als we moeten wachten, op welk teken of antwoord van God dan ook, laten we dan geduldig wachten in de zekerheid dat Hij van ons houdt, ons ziet, ons hoort, en voor ons zorgt!
Deze zekerheid hebben we.
Laten we daarin rusten terwijl we geduldig wachtend onze weg gaan.

Laten we in dit alles ook niet vergeten dat geduld een vrucht van de Geest is.
Niet iets wat we zomaar ontvangen als een genadegave, maar iets wat groeit in de loop van de tijd.
‘Maar wat de Geest doet groeien en rijpen, is …
(Galaten 5:22)
Laten we dus niet boos en opstandig worden en ons verzetten als we moeten wachten, maar laat deze vrucht van de Geest groeien en rijpen in ons tot eer van God.




Lieve Vader in de hemel.
O Heere, ik wil U zo bedanken voor Uw woorden.
Ik wil U zo bedanken voor wat U mij – ons – weer gegeven heeft.
Welk een rijkdom ligt er besloten in het Woord dat U ons gegeven heeft.
U nam mij mee aan Uw hand door dit woord van U heen en liet mij zien hoe belangrijk het is om me niet te richten op wat er nu ontbreekt, maar om geduldig te wachten, rustend in wat ik reeds van U heb ontvangen.
U hebt mij zoveel al gegeven, en niet alleen in zichtbare, tastbare dingen, maar ook in beloften die nog vervuld gaan worden.
Uw trouw en goedheid, och Heere, U hebt ze zo vaak al aan mij betoond en toch vergeet ik het vaak steeds weer.
Vergeef mij, Heere.
Maar dank U wel voor Uw geduld, dank U wel voor Uw liefde, dank U wel voor Wie U bent.
Ik prijs Uw heilige Naam.
U bent mijn God, U bent de Alpha en Omega, het Begin en het Einde.
Die is, was en komt.
Getrouw tot in het laatste geslacht.
U bent wie U zegt dat U bent.
U doet wat U zegt wat U doet.
En daarin mag in rusten en geduldig wachten, waarop het ook is waar ik op moet wachten.
Ik kniel neer en buig mijn hoofd in eerbied en ontzag voor wie U bent en ik loof Uw Heilige Naam.

- Amen –




Heer, soms duurt het wachten zo lang.
Ik bid en smeek, ik roep en pleit.
Ik wil naar U op blijven zien,
ook als de hemel gesloten lijkt.

Maar het wachten is zo moeilijk,
het duurt nu al zo lang.
Mijn gevoelens gaan op en neer.
Het maakt mij soms zo bang.

Bewaar mij toch, o Heer,
leid mij in mijn voelen en denken.
Houd mij vast in dit lange wachten;
wil mij toch vertrouwen schenken.

          Mijn geliefde kind, zie op Mij!
          Zie hoe Ik je eerder heb gedragen,
          zie op de dagen van toen.
          Ik heb het eerder gedaan
          en Ik zal het blijven doen.
          Zie op wat nog komen gaat,
          zie op wat Ik je heb beloofd.
          Houd vast aan wat je hebt,
          laat Mijn Geest niet worden gedoofd!
          Rust in de zekerheid dat Ik je zie,
          ook als je op Mijn antwoord wacht.
          Blijf geduldig, geloof en vertrouw,
          sta in Mijn liefde en kracht.

©Rita Klapwijk

zondag 5 augustus 2012

Week 32 - Goedgekeurd

Maar toen de goedertierenheid van God, onze Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is, maakte Hij ons zalig, niet op grond van de werken van rechtvaardigheid die wij gedaan zouden hebben, maar vanwege Zijn barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest.
HSV

Maar toen zijn de goedheid en mensenliefde van God, onze redder, openbaar geworden en heeft Hij ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uitbarmhartigheid.        
Hij heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de heilige Geest …
NBV

Titus 3:4,5

          Afgewezen,
          afgekeurd door mensen,
          aan de kant gezet.
          Gedachten en gevoelens vertroebeld,
          mooie en positieve dingen
          door afwijzing geplet.

Zijn oog heeft jou gezien,
vanaf je vormeloos begin.
Zijn hand heeft jou geschapen;
in de moederschoot
wonderbaarlijk geweven.
Je dagen zijn vastgelegd
nog voor er één bestond;
in Zijn boek
zijn ze alle reeds
neergeschreven.

Je bent zo kostbaar
in Gods ogen;
zo waardevol en hooggeschat.
Hij heeft Zijn Zoon
voor jou gegeven,
opdat je gered en bevrijd
zou worden
en voor eeuwig
samen met Hem
zult leven.

Gods liefde verscheen;
Hij nam op Zich
al je zonden en ongerechtigheid,
maar ook alles wat jou zo’n pijn
heeft gedaan.
Kom tot Hem,
ontvang Zijn redding en genezing;
laat Zijn liefde
over jouw leven gaan.

          Wedergeboren,
          vernieuwing van denken,
          iedere dag overgoten worden
          met de liefde van de Heer.
          Worden,
          van verworpene
          tot aanvaarde;
          levend tot Zijn eer.


Afwijzing heeft al heel wat mensen verschrikkelijk verwond en beschadigd.
De pijn en de impact van afwijzing is groot, zeer groot en de gevolgen veel verstrekkender dan we misschien zelfs maar kunnen bedenken.

Afwijzing; ik wil jou niet, ik moet jou niet.
Afwijzing; je deugt niet, je bent niet goed genoeg.
Afwijzing; je ziet er niet uit, je voldoet niet aan de maatstaven.
Afwijzing; was je maar nooit geboren, bestond je maar niet.
Afwijzing; …

Afwijzing; welk een verdriet brengt het niet in iemands leven.
Wat heeft het niet gedaan met mijzelf; wat heeft het niet gedaan in de levens van mijn kinderen.
Niet meer willen leven, haast niet meer kunnen leven, omdat je jezelf waardeloos vind, onbelangrijk, onbeduidend, onbetekenend, afgekeurd, want dat is de boodschap die je krijgt (of gekregen hebt), keer op keer op keer …

Maar dit is wat mensen zeggen of doen, niet Degene Die ons heeft geschapen, Die ons het leven heeft gegeven!
In Zijn ogen zijn we niet waardeloos, niet onbelangrijk, niet onbeduidend, niet onbetekenend.
Hij keurt ons niet af!

Oh, Gods gedachten over ons zijn zo anders!
Gods woorden over ons, voor ons, zijn zo anders!
Zijn gedachten over ons zijn gedachten van vrede!
Zijn woorden over en voor ons zijn woorden vol liefde en bemoediging!

Er is genezing voor afwijzing, er is heling voor de wonden die afwijzing hebben gemaakt, er is herstel voor de beschadigingen die afwijzing hebben veroorzaakt.
Het lijden en sterven van de Here Jezus Christus, Gods eigen Zoon, heeft dit mogelijk gemaakt.
Wijzelf kunnen niets doen, wij hoeven niets te doen.
We mogen tot Hem komen in al onze gebrokenheid en het geschenk van Zijn genade aannemen.
De liefde van God voor ons mensen is zichtbaar geworden in Zijn Zoon, onze Here Jezus Christus.
Hij is het die al onze ziekten op Zich heeft genomen, al ons leed heeft gedragen.
Om onze zonden werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden werd hij gebroken.
Het is Zijn barmhartigheid die ons red; het is de kracht van Zijn Geest die ons vernieuwd.
Dan kunnen we Zijn woorden van liefde en troost over ons leven gaan leggen.
We gaan de leugens ontdekken van wat er over ons leven is uitgesproken en we kunnen ze tegenspreken op grond van Gods woord.
Zijn woorden kunnen we er tegenin brengen en elk woord zal moeten wijken voor het woord van God, want dat is krachtig en scherp als een tweesnijdend zwaard.
Waardeloos verandert in waardevol; Hij gaf Zijn Zoon voor ons!
Onbelangrijk verandert in belangrijk; al onze haren zijn geteld!
Onbeduidend verandert in aanzien; we zijn nu Koningskinderen, erfgenamen van de Allerhoogste!
Onbetekenend verandert in van betekenis; we zijn duur gekocht en betaald!
Afgekeurd verandert in goedgekeurd; Hij legt Zijn hand op ons!
Van verworpene veranderen we in aanvaarde; God heeft ons, door Jezus Christus, als rechtvaardigen aangenomen!

We zijn Koningskinderen!
Waardevol, hooggeschat!
Kostbaar!




Lieve Vader in de hemel.
Welk een leugens worden ons soms ingeprent!
Wat worden we soms overladen met afwijzing door woorden, houdingen, gedrag …
En wat zijn we kwetsbaar …
Oh, lieve Vader, maak ons weerbaar tegen de leugens van afwijzing.
De leugens dat we er niet mogen zijn, dat we waardeloos zijn, niets kunnen, een ongelukje zijn …
We zijn geen ongelukjes, geen waardeloze, niets beduidende individuen, want U heeft ons gemaakt!
Uw hand heeft onze nieren gevormd; U weefde ons in de schoot van onze moeder, U zag ons toen we nog geen vorm hadden.
U kent ons zitten en ons opstaan; ja, van verre verstaat U onze gedachten, zegt Uw woord zelfs.
Met al onze wegen bent U vertrouwd; U omgeeft ons van achter en van voren, U legt Uw hand op ons …
O Heere, het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven. ik kan er niet bij …, maar ik neem Uw woorden aan en leg ze over alle negatieve woorden, alle negatieve dingen in mijn leven.
Uw woord zegt het, dus het is zo!
Ik ben kostbaar, waardevol, hooggeschat!
Ik ben een Koninklijk kind; erfgenaam!
Heer Jezus, kom in alle pijn en verdriet van afwijzing!
Kom en genees, herstel, heel!
U nam alles op; dank U wel.
Ik prijs Uw Naam.

- Amen –




Kostbaar kind van God,
leg in Zijn handen
de pijn en verdriet
van alles wat jou
is aangedaan.
Laat Zijn woorden,
van hoop, redding en liefde,
over alle leugens
en onrecht gaan.

Word door het vergoten bloed
van Zijn Zoon,
schoongewassen,
gered en genezen.
Word van verworpene
een aanvaarde;
laat Zijn Naam
door jouw leven heen
worden geprezen!

©Rita Klapwijk


  My Beloved van Kari Jobe


Op mijn site 'Into Your hands' staat de geschreven toespraak van Margreet van Straalen over afwijzing;   'Van afwijzing tot aanvaarding'.
Zeer de moeite waard om door te lezen of om de CD te bestellen bij Nehemia Ministries.

Gods rijke, maar bovenal liefdevolle, zegen toe gebeden.