Posts tonen met het label straf. Alle posts tonen
Posts tonen met het label straf. Alle posts tonen

zondag 11 augustus 2013

Week 33 - Discipline

'Mijn zoon, verwerp de vermaning van de HEERE niet
en heb geen afkeer van Zijn bestraffing.
Want de HEERE straft wie Hij liefheeft,
zoals een vader doet met de zoon die hij goedgezind is.'
HSV

'Laat je door de Heer terechtwijzen, mijn zoon,
kom niet in opstand, als Hij je straft.
De Heer straft van wie Hij houdt,
zoals een vader zijn zoon die hij liefheeft.'
GNB

Spreuken 3:11,12


Discipline, straf, oordeel …
Met het woord discipline had ik in eerste instantie een heel andere betekenis voor ogen en snapte even niet wat discipline met dit alles te maken had.
Maar ja, discipline is meer dan alleen jezelf aan het werk zetten, en dat was ik even vergeten.
Discipline is ook tucht en onderwerping.

Ik moet wel zeggen dat ik bij het woordje tucht nog steeds een beetje de kriebels krijg.
Tucht, ook wel afstraffing of heel ouderwets kastijding genoemd, roept immers niet echt prettige gevoelens op en het is ook niet iets waar je (doorgaans) naar uitkijkt.
Al met al eigenlijk niet echt een prettig onderwerp om over te moeten nadenken of schrijven.
Met alles wat we allemaal al hebben meegemaakt (en nog) ben ik een mens geworden die er naar verlangt om te bemoedigen.
Gods woord staat vol bemoedigende woorden, vol bemoedigende beloften en hoe heerlijk is  het niet om die op te zoeken, er over te lezen, na te denken, ze eigen te maken, ze op te schrijven.
Hoeveel kracht put ik er niet uit om alles aan te kunnen, om te kunnen doorgaan, hoop te houden.
Discipline (tucht), straf en oordeel zijn dan eigenlijk wel de laatste dingen waar ik me mee bezig wil houden.
Zeker gezien ook de negatieve klank dat het woord tucht door vroeger heeft gekregen.
Met dit schrijven buitelen dan ook een mengeling aan gevoelens en gedachten over elkaar heen, terwijl herinneringen boven komen.
Maar ik wil mijzelf hierin niet verliezen, en richt me op het positieve dat in discipline ligt.

‘Laat je door de Heer terechtwijzen, mijn zoon(mijn dochter), kom niet in opstand, als Hij je straft.
De Heer straft van wie Hij houdt, zoals een vader zijn zoon die hij liefheeft.’

‘De Heer straft van wie Hij houdt,
zoals een vader zijn zoon die hij liefheeft.’

In gedachten hoor ik een kind, dat terechtgewezen wordt, tegen zijn vader/moeder zeggen: Je houdt helemaal niet van mij; en ik zie hem vervolgens wegrennen naar zijn kamertje en huilend op bed neer te vallen.

Op de één of andere manier lijken wij mensen de neiging te hebben (of is dat alleen maar in mijn hoofd zo?) om in te vullen, dat als iemand ons terechtwijst of corrigeert, wij als persoon worden afgewezen.
‘Zie je wel, ze moeten me niet’, of zoals het kind in het voorbeeld, ‘zie je wel, hij/zij houdt niet van me, want anders zou ze dat niet zeggen of doen’.
Alsof houden van iemand betekent dat je dan alles maar moet accepteren of goedvinden.

Ik ben ook bang dat wij mensen doorgaans niet zo heel erg goed zijn in het op de juiste manier –in en uit liefde- terechtwijzen.
Ik ben bang dat wij ons veelal laten leiden door onze emoties.
Op rustige en liefdevolle wijze onze kinderen (of een ander) terechtwijzen en corrigeren, valt niet altijd mee.
Ik weet niet hoe het met jou is, maar toen mijn kinderen nog klein waren, reageerde ik niet altijd op liefdevolle wijze, hoeveel ik ook van ze hield(houdt).
Soms namen boosheid of frustraties, of beiden, de overhand en strafte ik daar vanuit in plaats van uit het feit dat ik van hen houd en het beste met hen voor heb.
Dan kwam er op dat moment echt geen liefde aan te pas en ik heb daardoor ook wel sorry tegen mijn  kinderen moeten zeggen en om vergeving moeten vragen, omdat ik besefte dat mijn wijze van handelen verkeerd was.
Hoewel het op dat moment op z’n plaats was om ze terecht te wijzen en ze te straffen, liet de manier waarop soms geheel te wensen over.

Ik denk ook dat er veel beschadigde mensen rondlopen; mensen die een verwrongen beeld hebben gekregen van God door de manier waarop hun ouders met hen omgingen en hen behandelden.
Misschien geldt dit voor vaders nog wel het meest, daar God Zichzelf voorstelt als Vader en ons als Zijn kinderen.
We hebben als mens toch de neiging onszelf of de ander te spiegelen aan iets of iemand.
Dus als we een vader hebben gehad(of hebben) die ons mishandelde, bij het minste geringste sloeg, of opsloot, of …, dan hebben we waarschijnlijk een heel ander beeld van God als Vader dan degenen wiens vader zorgzaam en liefdevol was(is) en die tijd nam om met zijn kinderen te praten en dingen uit te leggen.
En er kan heel wat tijd en strijd overheen gaan, voordat we God niet meer zien als onze aardse vader, maar het juiste beeld van Hem krijgen, namelijk een Vader die vol liefde is, zorgzaam, ons beschermt, ons troost als we verdriet hebben, naar ons luistert.
Een Vader, die als Hij ons terechtwijst, dit doet omdat Hij van ons houdt, omdat Hij het beste met ons voor heeft en niet omdat Hij er plezier in heeft om ons pijn te doen, of omdat Hij Zich af moet reageren op ons, of het leuk vindt om ons dingen te verbieden of juist te laten doen.
Het juiste beeld hebben van God als Vader is cruciaal om de woorden uit Spreuken te kunnen aannemen.
Dit kan betekenen dat we misschien alle gedachten, gevoelens en ideeën die we hebben over hoe een vader is, opzij moeten zetten en opnieuw moeten gaan kijken naar wat de Bijbel zegt en laat zien over God.
De beste manier om dat te doen, is door te gaan kijken naar het leven van de Here Jezus, naar Zijn relatie met Zijn Vader, hoe Zij met elkaar omgingen(gaan).

Hun relatie is een relatie die gekenmerkt wordt door een innige verbondenheid van jongs af aan.
‘Waarom hebt u naar Mij gezocht? Wist u niet dat Ik moet zijn waar Mijn Vader is?’ (Lucas 2:49)
Door intiem contact, steeds opnieuw.
Heel vroeg – het was nog donker – stond Jezus op en ging naar buiten. Hij ging naar een eenzame plek om er te bidden. (Marcus 1:35)
‘Toen Hij afscheid van de mensen had genomen, ging Hij de berg op om er te bidden.’
(Marcus 6:46)
Door gehoorzaamheid.
… Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt. (Mattheüs 26:39)
Een relatie waarin Jezus bevestigd werd door Zijn Vader in wie Hij was.
Hoor hoeveel liefde en trots (in de goede zin van het woord) er doorklinkt in de woorden van Zijn Vader: ‘Jij bent Mijn geliefde Zoon, de man naar Mijn hart!’  (Lucas 3:22)
Hoor hoe Jezus wist wie Hij was en dat Hij geliefd was door Zijn Vader, deed wat Zijn wil was en alles wat Hij daarvoor nodig had van Zijn vader ontving:
‘Ik verzeker u,’ zei Jezus tegen hen, ‘de Zoon kan niets doen vanuit Zichzelf; Hij doet alleen wat Hij de Vader ziet doen. Wat Hij doet, doet de Zoon ook. Want de Vader heeft de Zoon lief en laat Hem alles zien wat Hij Zelf doet ...’ (Johannes 5:19,20)

Het gebed van de Here Jezus in Johannes 17, vlak voor dat Hij wordt gearresteerd, is één van mijn  favoriete Bijbelgedeelten.
Ik ben zo onder de indruk van wat Jezus hier bidt.
Wat er allemaal niet in door klinkt!
Hier doet onze ‘grote Broer’ voorbede voor jou en mij bij onze Vader.
Hier zien we de perfecte relatie tussen de Vader en de Zoon.
Hoor het vertrouwen.
Proef de onderlinge liefde.
Ervaar de geborgenheid.
Hoor de bevestiging.
Proef de bewogenheid.
Ervaar de bescherming.
Zie de kracht die Zijn deel is door deze verbondenheid.

God, de Vader.
Abba, papa.

U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om Hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’.  (Romeinen 8:15)
Zijn Vaderliefde en zorg reiken verder dan de grootste en diepste liefde die wij ooit voor onze kinderen of anderen, kunnen hebben of voelen.
Onze liefde is kwetsbaar en breekbaar, onderhevig aan emoties, aan dingen die gebeuren of die mensen ons aandoen.
Gods liefde niet.
Gods liefde is onwankelbaar en steeds overvloedig.

Als dan het woord uit Spreuken tot ons komt, hoeven we er geen nare en vervelende gevoelens of gedachten meer bij te krijgen.
Dan kunnen we ook dit woord van God aannemen en zelfs koesteren, want in die terechtwijzing of straf, ligt een liefde geborgen die ons verstand te boven gaat.


Lieve Vader in de hemel.
Kreeg ik aan het begin de kriebels bij de woorden discipline, tucht, terechtwijzing, straf en oordeel, hoe anders is het waar ik nu eindig: geborgen in Uw Vaderliefde.
Geen angst, want U houdt van mij en hebt het beste met mij voor.
U houdt van mij en wijst mij daarom terecht waar dit nodig is
Straft U, maar nooit om pijn te doen, te kwetsen of omdat U er behagen in schept.
U wijst mij niet af, maar wil mij zo graag dicht bij U houden in een innige liefdevolle Vader-kind relatie, en daar is soms discipline voor nodig.
Lieve Vader, laat mij zien en onderkennen, waar U mij terechtwijst of straft om mij weer op de goede weg te brengen.
Ik belijd U, Vader, dat ik daar niet echt voor open stond; vergeef mij.
Hier ben ik, Vader, bereid om gehoorzaam Uw weg te gaan, Uw wil te doen.
Ik verlang naar Uw totale liefde!
Ik weet nu, ik ben ook veilig en geborgen, liefdevol omgeven als U mij terechtwijst of straft.
Ik prijs Uw Naam!
Halleluja!

- Amen -


Vrees niet, Mijn kind,
als Ik je terechtwijs of straf.
Ik houd van jou
en heb het beste met je voor.
Ik kan niet zo maar alles toelaten,
je alles maar laten doen
wat jij zo graag wilt,
of je alleen dat vertellen
wat jij graag hoort.
Het is niet goed voor je,
je zal er niets van leren,
noch zal het jou
dichter bij Mij brengen.
Aanvaard Mijn terechtwijzingen,
kom niet in opstand als Ik je straf,
Ik doe er immers alles aan
om jou veilig THUIS te brengen.


Gods rijke zegen 
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 23 december 2012

Week 52 - Gods tederheid

En verder hadden wij onze aardse vaders als opvoeders, en wij hadden ontzag voor hen. Zullen wij ons dan niet veel meer onderwerpen aan de Vader van de geesten, en leven?
Want zij hebben ons wel voor een korte tijd naar het hun goeddacht bestraft, maar Hij doet dat tot ons nut, opdat wij deel krijgen aan Zijn heiligheid.
HSV

Bovendien hadden we ook aan onze lijfelijke vaders harde opvoeders, maar we hadden ontzag voor hen; moeten we ons dan niet des te meer onderwerpen aan de Vader van de hemelse geesten, die ons laat leven?
Zij hebben ons hard opgevoed voor dit korte leven, volgens hun eigen ideeën; maar Hij voedt ons op voor ons bestwil, om ons te laten delen in zijn heiligheid.
WB

Hebreeën 12:9,10

Met dit stukje komen we met Week 52 aan het einde van het jaar 2012, maar nog niet het einde van het kalendertje.
Toen ik de titel las die erboven staat, had ik zoiets van: o, fijn, het gaat over Gods tederheid.
Ik kon me daar niet à la minuut echt een voorstelling bij maken, maar ik vond het spannend om daar eens naar te gaan kijken en me in te verdiepen.
Echter, toen ik verder las, bleek het te gaan over tuchtigen, en de bijhorende tekst over opvoeden en straf.
Zucht …
Eigenlijk helemaal niet leuk om hier het jaar mee af te sluiten, dacht ik.
Want laten we eerlijk zijn, we zijn niet zo dol op ons onderwerpen aan gezag en gestraft/getuchtigd/vermaant te worden als we niet gehoorzaam zijn.
En er is er één die vanaf het begin van de schepping er op uit is om de mens over te halen om tegen Gods gezag in te gaan.
Adam en Eva gingen de fout in, en wij doen het vandaag de dag niets beter.

Van kleins af aan zie je het verzet van de mens tegen gezag en autoriteit, tegen gehoorzaamheid, tegen luisteren naar.
Ouders zeggen ‘nee’, en de kleine ukkepuk, van nog geen twee lengtes oud, zegt ‘Ja’, en als de ouders ‘ja’ zeggen, zegt de kleine ‘nee’.
Maar ouders zullen toch moeten vasthouden aan hun ja of hun nee, aan hun regels; het kind moet leren wat gehoorzaamheid is en soms betekent dit dan ook dat kinderen gestraft worden of terechtgewezen.
Dit alles hoort bij het opvoeden van het kind.
Het kind hoort ontzag en respect te hebben voor de ouders, en naast ouders voor andere mensen.
Ik zeg heel bewust hoort, want helaas is dit niet altijd zo.
We zien steeds meer om ons heen dat respect en ontzag voor onze medemens, en dan heb ik het nog niet eens over enige vorm van gezag of autoriteit, wegebt.
Kleine kinderen worden vermoord, oude vrouwen verkracht en oude mannen in elkaar geslagen.
Hulpverleners belaagd en in het nauw gedreven, andermans bezittingen beschadigd of vernield.
Enz., enz.
En heb het lef eens om er iets van te zeggen, of om iemand daar op aan te spreken, je bent je leven deze dagen daarin niet meer zeker.
Gebrek aan, of moet ik zeggen het langzaamaan verdwijnen van, respect en ontzag, gehoorzaamheid, luisteren naar, is het grootste probleem wat hieraan ten grondslag ligt.
De ‘ik-gerichtheid’ van de mens, het ‘alles moet kunnen’, het ‘recht hebben op’, het ‘zelfbeschikkingsrecht’ van de mens waar hij ‘recht’ op heeft, doet onze maatschappij de das om en met de maatschappij vernietigd het zichzelf.
En er is er één die lacht …

Opvoeden betekent zorgen voor en normen en waarden bijbrengen.
Dat betekent ook consequenties verbinden aan, als men niet gehoorzaam is.
Dit geldt zowel in onze opvoeding naar onze kinderen, maar ook in onze ‘opvoeding’ als het gaat om de wet die voor ons land, of ander land als we daar zijn, geldt, als ook in onze ‘kerkelijke’ gemeenten.

Zoals onze ouders, en wijzelf als wij ouders zijn, onze kinderen terechtwijzen en/of straffen, zo doet God dit ook.
En zoals wij, als kinderen, gehoorzaam waren (dienden te zijn) aan onze ouders, en onze kinderen aan ons, zo moeten wij allen ook gehoorzaam, wat zeg ik, juist nog meer gehoorzaam zijn, aan God, die onze hemelse Vader is.
Dat zegt Gods woord ons ook in de verzen hierboven.
‘Zullen wij ons dan niet veel méér onderwerpen – gehoorzaam zijn – aan de Vader van alle geesten en het leven.’
Als we al gehoorzaam dienen te zijn aan onze ouders, aan de overheid, onze werkgevers etc., hoeveel te meer zullen we dan eigenlijk niet gehoorzaam dienen te zijn aan onze hemelse Vader van wie wij het leven hebben ontvangen en Die heerst over alles wat leeft; het zichtbare en het onzichtbare!

De fout die wij als mens echter regelmatig maken, is dat onze terechtwijzingen, onze straffen en tuchtigingen (als ik zo even deze woorden mag gebruiken, want, ook al zijn ze ouderwets en niet geliefd, ze zijn heel Bijbels) vaak niet in liefde gebeuren.
Wij mensen reageren vaak vanuit onze emoties, vanuit onze boosheid, in plaats vanuit liefde omdat je het beste voor de ander op het oog hebt.

Ik weet niet hoe het met jou is, maar ik weet van mezelf, dat ik mijn kinderen meer dan eens gestraft heb puur vanuit mijn boosheid, frustraties en onmacht.
Dat er vanuit liefde totaal geen sprake was op sommige momenten.
Natuurlijk kun je dat allemaal op de één of andere manier goed praten en er een mooie draai aan gegeven, maar als ik gewoon heel eerlijk ben, dan was liefde op zo’n moment niet mijn drijfveer, maar werd ik simpelweg gedreven door mijn emoties van boosheid, onmacht en frustraties.
(ik hoop dat er meer zijn en ik niet de enige ben)
Op die momenten had ik echt niet het beste met mijn kind(eren) voor ogen.
(zelfs voor in de maatschappij kun je dit principe doortrekken, denk ik)

Bij God is dit echter volledig anders.
God verliest nooit ons welzijn uit het oog, nooit!
Vanaf het moment dat wij tot geloof komen en Zijn kinderen worden, gaat Hij ons opvoeden, Zijn oog volledig gericht houdend op wat voor ons het beste is.
Daar wijkt Hij geen fractie vanaf.
God laat Zich nooit en te nimmer leiden door Zijn emoties.
Zelfs als de Bijbel spreekt over Gods toorn, dan ligt in die toorn Zijn rechtvaardige liefde ten grondslag.
Gods boosheid, Gods toorn, betreft de zonde(n) van de mens, maar de mens heeft Hij lief.
God wil dat de mens zich afkeert van de zonde en Hij gebruikt daarvoor dat wat Hij nodig acht, maar verliest daarin nooit Zijn liefde voor ons.
Onze ouders, en wij als ouders, voeden onze kinderen op naar ons beste kunnen, naar zoals wij denken dat het goed is, maar Hij voedt ons op, om ons het beste te geven, namelijk deel aan Hemzelf, deel aan Zijn heiligheid.

Waar blijft dan de titel zeg je misschien in dit alles; Gods tederheid.
Tederheid betekent zachtheid, zachte liefde; met andere woorden, waar blijft dan dus in dit alles Gods zachtheid, Gods zachte liefde.
Waarin klinkt dan Gods tederheid door?

‘Want de Heere bestraft wie Hij liefheeft, en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt.
Als u bestraffing verdraagt, behandelt God u als kinderen.
Want welk kind is er dat niet door zijn vader bestraft wordt?
Maar als u zonder bestraffing bent, waar allen deel aan hebben gekregen, bent u bastaarden en geen kinderen.’
(Hebr. 12:6-8)

Ik besef heel goed, dat in ons menselijk denken er geen tederheid ligt in ‘straf’ en ‘geselt’, maar in Gods zienswijze en handelen is dat geheel anders.
God is liefde en alles wat Hij doet of toelaat in ons leven is gebaseerd op de liefde die Hij voor ons heeft.
En dat onderscheidt moeten wij leren zien, leren maken.
Als we dat gaan doen, dan zullen we meer en meer deel krijgen aan Zijn heiligheid, groeien in geloof, vrucht dragen, meer en meer op Hem gaan lijken.

Vers 11 van hetzelfde hoofdstuk zegt: ‘Niemand vindt straf prettig; op het moment van de straf zelf is er verdriet. Maar wie zich erdoor hebben laten vormen, plukken er later de vruchten van, de vrede die voortkomt uit een rechtvaardig leven.’

En dat is wat God, in Zijn grote wijsheid en liefde voor ons op het oog heeft.
Lees het hoofdstuk ervoor maar eens over de geloofsgetuigen waarop vers 1 uit dit hoofdstuk op duidt en ziet welk een zegen er voortkomt uit gehoorzaam zijn aan God.
En zo wilt God ons ook zegenen.

Laten we daarom dan ook niet bang zijn of ontmoedigt raken, als God ons leven schudt.
Gods tederheid, Zijn zachte liefde, ligt in alles.




Lieve vader in de hemel.
Wat een geweldig woord om mee te mogen nemen naar het volgende jaar.
Een aansporing en een bemoediging, beiden gericht op ons welzijn, op een betere, hechtere relatie met U.
Lieve Vader, open onze ogen opdat we vanaf nu meer en meer gericht zullen zijn op Uw tederheid in alles wat er in ons leven gebeurt.
Open onze ogen opdat we ook in tegenspoed, in moeilijkheden of problemen, of wat dan ook, Uw tederheid, Uw zachte liefde zullen zien, die ons vertelt dat alles wat er in ons leven plaatsvindt, uiteindelijk erop is gericht om ons meer deel te geven aan Uw heiligheid.
Leer ons, Vader, om gehoorzaam te zijn.
Uw Zoon, onze Here Jezus Christus, leerde gehoorzaamheid door lijden heen, zegt Uw woord, Vader, zo wil ook ik gehoorzaamheid leren, ook door lijden heen.
Want deel hebben aan Zijn lijden, betekent ook deel hebben aan Zijn heerlijkheid en daar zie ik naar uit met heel mijn hart.
Dank U wel, Lieve Vader, dat ik, dat wij, het nieuwe jaar in mogen gaan met Uw woord van Liefde voor ons en een aansporing vanuit die Liefde, om U gehoorzaam te zijn.
Dank U, Vader, en leer ons.

In Jezus’ naam.

- Amen –




In alles wat Ik doe
is Mijn liefde zichtbaar
voor een ieder
die het wilt zien.
Altijd heb Ik
jouw welzijn voor ogen
al zie jij het vaak pas
nadien.

Geloof en vertrouw
op Mijn Liefde voor jou.
Je zult nooit
beschaamd uitkomen,
maar ontdekken
hoeveel Ik van je hou.

©Rita Klapwijk