Posts tonen met het label geloof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geloof. Alle posts tonen

zondag 22 september 2013

Week 39 - Dagelijkse afhankelijkheid

'En wat betreft zijn levensonderhoud: een voortdurend levensonderhoud werd hem door de koning van Babel verstrekt, een dagelijkse hoeveelheid, tot de dag van zijn dood, al de dagen van zijn leven.'
HSV

'In opdracht van de koning van Babel werd dagelijks in zijn onderhoud voorzien, heel zijn leven, tot aan zijn dood.'
WBV

Jeremia 52:34


Het einde van het Kalendertje van Beth Moore is in zicht, nog maar vier bladzijden (waarvan dit er één is) te gaan.
Hierna nog drie weken een stukje en dan …
En dan weet ik het nog niet, al zie ik ook wel even uit naar een rustpauze.
Maar ik laat het aan Hem over, aan wat Hij op/in mijn hart legt, of op mijn pad brengt.


Het is prachtig wat het vers uit Jeremia 52 zegt, maar wat de gegeven tekst ons niet vertelt, is dat hier wel zevenendertig jaren in de gevangenis aan vooraf gegaan zijn.
Jojachin (Jojakin) was de zoon van Jojakim en was door koning Nebukadnezar gevangen genomen.
Na zijn overlijden verleende zijn zoon, die hem opgevolgd was, Jojachin gratie; hij haalde Jojachin uit de gevangenis en gaf hem een ereplaats onder alle koningen die in Babel waren.
Jojachin hoefde geen gevangeniskleding meer te dragen, en at voortaan aan de tafel van de koning van Babel.
Vanaf die dag voorzag de koning van Babel in het levensonderhoud van deze koning tot aan zijn dood toe.

‘Hoewel de nacht van de beproeving heel lang kan duren, moeten we toch niet wanhopen.
De dag zal ten laatste aanbreken.
Jojachin was zevenendertig jaren lang een gevangene, opgesloten, in verachting, sinds hij achttien jaar oud was.
Laten zij van wie de beproevingen langdurig worden, moed putten uit dit voorbeeld.


Het is niet tevergeefs om te hopen en stil te wachten op het heil des Heeren.’

Matthew Henry

‘Laten zij van wie de beproevingen langdurig worden, moed putten uit dit voorbeeld.’
Kunnen wij moed putten uit dit voorbeeld?
Ik vind het heel wat, wat Matthew Henry hier schrijft.
Moed putten uit een voorbeeld waarbij de betreffende persoon zevenendertig jaar in de gevangenis heeft doorgebracht voordat hij uiteindelijk gered werd.
Ik weet niet hoe het bij jou is, maar die zevenendertig jaren liggen me toch wel behoorlijk zwaar op de maag.
Zevenendertig jaar leven in beproeving; of dat nu de gevangenis is waarin Jojachin zat, of wat anders, die zevenendertig jaar is als een enorme berg waar ik tegen aan kijk en die het andere, de redding, wil overheersen.
Woorden als ‘dan hoeft het ook eigenlijk niet meer’; ‘z’n leven is dan toch al meer dan voorbij’ komen op in mijn gedachten, terwijl ik dat in wezen natuurlijk helemaal niet zou menen en ook helemaal niet zo is.

Maar ik weet waar het hier om draait, ik weet wat Matthew Henry bedoelt.
De vraag is: waar kijken we naar als we dit lezen, waar richten we onze aandacht op, wat laten we de boventoon voeren?
Zijn het die zevenendertig jaren of de redding die toch kwam?
Het hangt ongetwijfeld af van je persoonlijkheid, je karakter, je omstandigheden, hoe je in het leven staat, wat je antwoord zal zijn.
Iemand met een opgeruimd karakter, bij wie het glas half vol is in plaats van half leeg, zal eerder het positieve zien , dan iemand die wat zwaarmoediger is van karakter.
Ook in welke omstandigheden je op dit moment verkeert, kunnen je antwoord beïnvloeden.
Onze gevoelens beheersen vaak hoe we met dingen omgaan of hoe we ergens op reageren.
Maar zoals we allemaal wel weten zijn gevoelens bedrieglijk en kunnen ons blind maken voor de waarheid.
En zoals zo vaak het geval is als het om geloven gaat, komt het aan op welke keuze wij maken.
Kiezen wij ervoor om te zien op die zevenendertig jaar van gevangenschap, of kiezen we ervoor om te zien op de redding die God toch bracht?

Wat laten we overheersen in dit verhaal?
Wat nemen we mee als voorbeeld voor ons eigen persoonlijke leven?
Staren we ons blind op het feit dat God dus iemand zevenendertig jaar in een beproeving kan laten zitten, en willen we zo’n God niet, of zien we dat God nooit iemand vergeet en dat Hij redding brengt?
Erkennen we Zijn grootheid, Zijn macht, Zijn soevereiniteit, volledig of alleen maar op momenten dat het ons voorspoedig gaat?

Gods gedachten zijn niet onze gedachten, en onze wegen zijn niet Gods wegen, Zijn gedachten, Zijn wegen zijn hoger dan onze gedachten en onze wegen. (Jesaja 55:8,9)
Erkennen we dit?
En doen we dat ook als de beproevingen langer duren, laten we zeggen zo’n zevenendertig jaar?

Er staat niets geschreven over hoe Jojachin eraan toe was, hoe het voor hem was al die tijd in de gevangenis, wat zijn gedachten en gevoelens waren toen hij na zevenendertig jaar uit de gevangeis werd gehaald.
Er staat alleen maar dat hij bevrijd werd en dat hij de rest van zijn leven mocht doorbrengen aan de tafel van de koning.
Voor ons mensen zijn gevoelens, het weten van het hoe en waarom, de achterliggende dingen, zo belangrijk.
Maar God vraagt van ons om Hem gewoon te vertrouwen, altijd en in elke omstandigheid en ongeacht hoe lang dingen duren.
Als Hij langdurige beproevingen in ons leven toelaat, dan past dat in Zijn plan.
En daarin is vaak geen antwoord op het waarom
Geen antwoord op waarom de één zoveel en zolang en bij de ander niets, of ogenschijnlijk nauwelijks iets.
God is God; hoger, groter, machtiger dan wij ons kunnen voorstellen.
Buigen we voor Hem of trotseren we Hem?
Erkennen we Hem of komen we in opstand tegen Hem?
Nederig of hoogmoedig?
Gehoorzaam of ongehoorzaam?

Regelmatig met het schrijven van dit stukje gaan mijn gedachten naar Jozef.
Ook hij rolt van de ene ellende in de volgende ellende.
Zijn veilige en bevoorrechte leventje als lievelingetje van zijn vader verandert drastisch van de één op de andere dag als hij door zijn broers in de put wordt gegooid en vervolgens wordt verkocht als slaaf en uiteindelijk ook in de gevangenis belandt.
Hoeveel jaren gingen er ook niet bij hem voorbij, voordat hij uiteindelijk onderkoning werd?

En Mozes?
Hoelang heeft hij niet in de schapen gehoed van zijn schoonvader voordat hij het volk Israël uit Egypte mocht leiden?

God gebruikt beproevingen, ja, zelfs jaren van beproevingen om Zijn plannen te volvoeren en het is vaak niet aan ons om te begrijpen of te weten waarom.
God vraagt ons om Hem te vertrouwen op grond van wat Hij door alle eeuwen heen heeft gezegd, beloofd en gedaan.
Daarvoor is het  nodig dat we ons bewust zijn, bewust worden, van Zijn grootheid, van Zijn macht, van wie Hij is en van wat Hij heeft gedaan!
Hij is bij ons, ook al ervaren wij dit niet!
Hij zorgt voor ons, ook al zien wij dit niet!
Hij heeft ons de Here Jezus gegeven en met Hem de kracht in ons die Hem deed opstaan uit de dood!

‘… en wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte …’
Efeze 1:19,20

Durven, willen we, in alles afhankelijk te zijn van Hem?
Accepteren we Zijn leiding in en over ons leven, ook als het gaat om dingen die in het geheel niet prettig zijn en soms zelfs jaren voortduren?
Geloven we dat echt alles in Zijn hand is, goede en slechte dagen, en dat Hij daarin en daarbij is, ongeacht wat onze gevoelens zeggen?
Zijn we bereid om ons te onderwerpen aan Hem, de schepper van hemel en aarde en te erkennen dat Hij en Hij alleen HEER is?

‘Laten zij van wie de beproevingen langdurig worden, moed putten uit dit voorbeeld.
Het is niet tevergeefs om te hopen en stil te wachten op het heil des Heeren.’

Ja, laten we er voor kiezen om moed te putten uit dit voorbeeld, want het laat ons zien dat God ons nooit vergeet; nooit zullen we te vergeefs hopen en wachten op Zijn hulp, op Zijn redding.


Lieve Vader in de hemel.
Als we werkelijk gaan zien wie U bent, dan beseffen we pas echt hoe afhankelijk we ook zijn van U.
Dan pas gaan we beseffen hoe nietig en klein wij mensen eigenlijk zijn en hoe bijzonder het eigenlijk is, dat U naar ons omziet.
Dat U, ondanks wat wij doen, wat voor puinhoop wij er ook van maken, voor ons zorgt en ons helpt.
Jojachin deed van alles wat niet goed was in Uw ogen en hij bracht zevenendertig jaar door in de gevangenis, maar U vergat hem niet.
U zag Jozef in de put, maar ook in de gevangenis.
U zag Mozes in de woestijn bij de kudde van zijn schoonvader.
U ziet ons, waar we ons ook bevinden en in elke omstandigheid.
En U zorgt, helpt, leidt, volvoert Uw plannen.
Lieve Vader, leven in dagelijkse afhankelijkheid van U kunnen we alleen als we beseffen, en erkennen, wie U bent en onszelf zien zoals we zijn: zondig en onrein, nietig en klein.
Niet meer dan een stofje, als een bloem in het gras die afvalt en door de wind wordt meegenomen.
En toch, zegt Uw woord ons, heeft U hem bijna goddelijk gemaakt!
Lieve Vader, vergeef ons als we boos en opstandig worden als het leven tegenzit of beproevingen lang(er) duren.
Vergeef ons, open onze ogen voor Uw waarheid en leer ons daarin te wandelen, te leven.
Dat niet ons gevoel, of wat we horen of zien zal regeren in ons hart, maar U, Uw woord, Uw waarheid.
Doe ons beseffen welk een grote kracht U ons heeft gegeven en leer ons om vanuit die kracht te leven.
Uw Geest is in ons! Uw Geest is in ons!
Ik buig mij voor U, Vader, voor wie U bent, voor Uw plannen, voor Uw gedachten, voor Uw wegen.
Dank U wel, dat ik nooit te vergeefs zal hopen en wachten op Uw hulp, op Uw redding!
Dank U wel, Vader, dank U wel!
Ik prijs Uw Naam!

- Amen -


Maak mij, bewust, o Heer,
van wie U werkelijk bent.
Leer mij U kennen zoals ik
U nog nooit heb gekend.

Open mijn ogen, doe mij zien,
de grootheid van Uw macht,
en open mijn oren, doe mij horen,
Uw woorden, vol van kracht.

Doe mij beseffen, o Heer,
wie U werkelijk bent.
En leer mij U te vertrouwen
alle dagen, ja, elk moment.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 16 juni 2013

Week 25 - Volharding

'Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaam geweest bent, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veelmeer in mijn afwezigheid, werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.'
HSV

'Mijn dierbare vrienden, u bent altijd gehoorzaam geweest. Wees het niet alleen wanneer ik aanwezig ben, maar ook en des te meer nu ik afwezig ben. Werk aan uw heil in diep ontzag voor God, want Hij is het, die in u werkzaam is en u in staat stelt te willen en te doen wat in overeenstemming is met Zijn plan.'
GNB

Filippenzen 2:12,13


Er zijn een paar mooie definities die precies weergeven wat volharding inhoudt.

* Het standvastig of koppig volhouden wat je begonnen bent.
* Vasthouden aan een opvatting of plan totdat het beoogde doel bereikt is.
* De wil om waar men mee begonnen is ten einde toe uit te voeren.
* Standvastig/standvastigheid

Automatisch gaan mijn gedachten dan naar de wedloop waar Paulus over schreef in 1 Korinthiërs 9:23-27:

‘Voor het evangelie doe ik alles, om er zelf ook deel aan te hebben.
U weet dat van alle atleten die in het stadion hardlopen, er maar één de prijs behaalt.
Loop dus zo dat u hem in de wacht sleept.
Mensen die deelnemen aan een wedstrijd, moeten zich van alles ontzeggen.
Zij doen dat om een krans te krijgen die verwelkt, maar wij doen het om een krans die onvergankelijk is.
Ik loop dan ook niet zomaar in het wilde weg; ik ben geen bokser die in de lucht slaat.
Nee, als ik loop ga ik tot het uiterste, ik dwing mijn lichaam te doen wat ik wil.
Anders heb ik wel anderen opgeroepen om deel te nemen, maar word ikzelf gediskwalificeerd.’

En in 2 Timotheüs 3:6-8 als het einde van zijn leven is gekomen:

'Wat mij aangaat, mijn bloed vloeit al, het uur van mijn heengaan is aangebroken.
Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop tot het einde gelopen, het geloof bewaard.
Wat mij nog wacht, is de prijs, de krans van de rechtvaardigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, mij zal omhangen op de grote dag, en niet alleen mij, maar ook allen die verlangend hebben uitgezien naar Zijn verschijning.’

Eerlijk gezegd heb ik nog nooit van mijn leven gesport.
Als kind mocht ik het niet en toen ik geld verdiende en op mijzelf woonde, kreeg ik al snel dermate problemen met mijn rug en gewrichten, dat het niet kon.
Ooit nog weleens jaren later wat fitness geprobeerd, maar mijn gewrichten accepteerden het niet en protesteerden binnen de kortste keren.
Ik heb het dus maar opgegeven.
Ik begrijp dus ook helemaal niets van mensen die in hun sport tot het uiterste gaan.
Sportverdwazing is het vaak in mijn ogen.
Maar aan de andere kant, ik heb wel dezelfde mentaliteit als het om mijn geloof gaat.
Zoals sport soms helemaal verweven is met het leven van sommige mensen, zo is God onlosmakend verbonden met mijn leven.
Al durf ik (nog) niet te beweren dat alles moet wijken voor Hem, zoals dat bij sommige mensen wel het geval is met sport.
Ik ben bang dat ik hier en daar (misschien nog wel meer daar dan hier) moet leren om zover te komen, maar mijn bereidheid is er.
Ach, mensen die een wedloop lopen, leren ook met vallen en opstaan, leren ook door te trainen.
Het belangrijkste aspect bij beiden is echter: volharding.
Zowel met een wedloop (en elke andere sport denk ik ook wel als je het op topniveau wilt beoefenen) heb je volharding nodig.
De top bereiken gaat nu eenmaal niet zonder slag of stoot; of je nu een marathon wilt lopen, een berg beklimmen of, jazeker, ook als je stand wilt houden in je geloof tot het einde.
De woorden van Paulus getuigen hiervan.
We zien in zijn woorden dat het aankomt op volharding.
Van alles ontzeggen …
Gaan tot het uiterste …
Zijn lichaam dwingen te doen wat hij wil …

Het zal duidelijk zijn, dat deze dingen laten zien dat het dus iets kost om te bereiken wat je bereiken wilt.
Het gaat niet zonder slag of stoot.
Paulus wilt hiermee aangeven dat de wedloop van het leven lopen niet zonder hindernissen zal zijn.
Zoals het een atleet veel ‘kost’ om een krans te kunnen winnen, zo zal het ook van een gelovige het een en ander vragen.

In het Nieuwe Testament staan verschillende teksten over volharding.
Ik zal er eens een paar geven.

Lucas 21:19
Door uw volharding zult u uw leven verkrijgen. (HSV)
(Red je leven door standvastigheid! – NBV))

Romeinen 5:3b,4
En niet alleen dat, nee, ook roemen wij in de verdrukkingen, wetend dat de verdrukking volharding bewerkt, de volharding gehardheid en gehardheid hoop; …
(NB)
(En dat niet alleen! We beroemen ons er ook op als we verdrukt worden. Want we weten dat verdrukking volharding brengt, en volharding brengt kracht, en kracht brengt hoop – GNB))

Hebreeën 10:36
Want u hebt volharding nodig, opdat u, na het volbrengen van de wil van God, de vervulling van de belofte zult verkrijgen. (HSV)
(Om de wil van God te doen en om te krijgen wat hij belooft, hebt u volharding nodig – GNB)

Jacobus 1:3
Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt, want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt. (HSV)
(Het moet u tot grote blijdschap stemmen, broeders en zusters, als u allerlei beproevingen* ondergaat. Want u weet: wanneer uw geloof op de proef wordt gesteld, leidt dat tot standvastigheid – NBV - *De SV, HSV, NBG en NB spreken van verzoekingen, NBV, GNB en WB spreken van beproevingen)

Jacobus 5:11
Zie, wij prijzen hen gelukzalig die volharden. U hebt gehoord van de volharding van Job, en u hebt de uitkomst van de Heere gezien, dat de Heere vol ontferming is en barmhartig. (HSV)
(We prijzen hen gelukkig, omdat ze hebben volgehouden. U hebt gehoord hoe Job volhield en u weet hoe de Heer hem ten slotte behandeld heeft. De Heer is immers rijk aan barmhartigheid en ontferming  - GNB)

2 Petrus 1:5-7
En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis, aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht, aan de godsvrucht broederliefde en aan de broederliefde liefde voor iedereen. (HSV)
(Doe daarom uw uiterste best uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, deugdzaamheid met kennis, kennis met zelfbeheersing, zelfbeheersing met volharding, volharding met vroomheid, vroomheid met onderlinge vriendschap, vriendschap met liefde – GNB)

Door heel het Nieuwe Testament heen lezen we hoe belangrijk volharding is, maar ook dat het niet op een eenvoudige, makkelijke manier te verkrijgen is.
We zullen ons best ervoor moeten doen om het ons eigen te maken, om het te leren.
Het is niet echt leuk om te lezen dat volharding vaak geleerd wordt door verdrukking heen; dat ellende, verzoekingen, beproevingen van ons geloof nodig zijn om volharding te leren.
Maar Jacobus zegt dat we eigenlijk juist heel blij moeten zijn als we hier door heen gaan, omdat moeilijke omstandigheden, ellende, verdrukkingen ons de mogelijkheid geeft om te leren volharden en hij prijst iedereen gelukkig die volhoudt.
Waarom?
Omdat het uiteindelijk alles waard zal zijn.
Het zal ons leven redden.
We zullen de vervulling van de belofte ontvangen; een krans die niet verwelkt.

Paulus roept de Filippenzen op om, ook, er staat zelfs: nog wel meer nu hij niet bij hen is (wat dus ook voor ons betekent, als niemand ziet wat we doen),  gehoorzaam te blijven, te blijven volharden op de ingeslagen weg.
Werk aan uw zaligheid, uw redding, zegt hij met vrees en beven, met diep ontzag voor God.
Betekent dit dan toch dat onze redding van onszelf afhangt en niet van het offer van de Here Jezus?
Nee, zeker niet.
In Mattheüs 24:10 staat: ‘En dan zullen er velen struikelen en zij zullen elkaar overleveren en elkaar haten.’
Een andere vertaling zegt: ‘Velen zullen hun geloof verliezen.’

Matthew Henry zegt een paar dingen die het overdenken waard zijn:
‘Tijden van lijden zijn schokkende tijden.
Wie met mooi weer staande bleef, valt in de storm.
Velen zullen Christus in de zonneschijn volgen, maar zullen zichzelf redden op een bewolkte, donkere dag en Hem Zichzelf laten redden.
Tijden van vervolging zijn tijden van ontdekking.’

Ik wil met mijn schrijven niemand ontmoedigen of bang maken, maar wel laten zien dat het Gods woord zelf is, dat ons waarschuwt voor moeilijke tijden, voor verdrukking, voor ellende en ons aanspoort om ons toe te leggen om te leren volharden.
Om niet op te geven als er stormen komen in ons leven.
Hoe belangrijk dit ook is.
Maar God bemoedigd ons ook; Hij laat ons niet alleen in onze strijd.

‘Laten we het oog gericht houden op Jezus, die ons op de weg van het geloof voorgegaan is en ons naar de volmaaktheid brengt.
Om de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij het kruis op Zich genomen en de schande niet geteld.
Nu zit Hij aan de rechterzijde van de troon van God.
Denk aan Hem die zoveel tegenwerking van zondaars heeft verduurd.
Dat zal u helpen de moed niet te verliezen en de strijd niet op te geven.’
Hebreeën 12:2,3


Lieve Vader in de hemel.
Er staat nog zoveel meer in Uw woord over volharding en alles wat daar mee samenhangt.
Ik heb het gevoel nog maar een fractie daarvan te hebben overdacht.
Maar ik dank U, voor wat ik hier al van mocht leren.
Ik dank U voor de aansporing die hier in doorklinkt.
Ik dank U voor de bemoediging en de  troost.
Ik dank U ook voor de vreugde die ik mag ervaren door het zien ver boven de omstandigheden van ons leven momenteel uit.
Vreugde in wat het leren volharden uitwerkt; vreugde om wat er straks op mij, op ons wacht als we volhouden tot het einde.
Ik bid U, Vader, voor een ieder wiens leven uit verdrukking en ellende bestaat en die het daardoor zo moeilijk hebben en het haast niet meer zien zitten.
O, dat zij toch bemoedigd mogen worden door Uw woord, aangespoord door Uw liefde en genade om vol te houden.
Ontferm U over hen, als zij dreigen te bezwijken.
Houdt vast, Vader, wat U toebehoort.
Uw woord zegt: ‘Het geknakte riet zal Hij niet breken, de walmende vlaspit niet doven.’
‘Ik ben met je, iedere dag,’ zijn Uw woorden Heer Jezus, ‘tot aan de voltooiing van de wereld.’
O, dat we allen dit toch ook mogen ervaren, naast dat we het weten, opdat we gesterkt en bemoedigd zullen worden en daardoor beter in staat zullen zijn om vol te houden.
Laat als Uw woord verkondigd wordt, HEERE, ook daarin doorklinken dat het leven van een kind van U, niet alleen een leven is van voorspoed en zegen, waardoor ze als het moeilijk wordt, er verdrukking  komt, teleurgesteld raken en ontmoedigd, of misschien zelfs opgeven omdat ze er niet op waren voorbereid en het niet lijkt te kloppen met hun Godsbeeld.
Help ons, HEER, om tot het einde toe vol te houden, hoe moeilijk en zwaar onze weg ook is.
We hebben U nodig, Uw kracht, Uw troost, Uw liefde, Uw genade.
Om straks eens en voor altijd bij U te mogen zijn, in het land overvloeiende van melk en honing; waar geen rouw meer is of pijn, tranen of verdriet.
Waar U ons verwelkomt met de liefdevolle woorden: ‘Goed gedaan, mijn trouwe dienstknecht.
In Jezus’ Naam bid ik U dit alles.

- Amen -


Lieve Vader,
neem mij bij de hand en breng mij
naar de eindstreep van de wedloop van dit leven.
Zonder Uw hulp houd ik het niet vol,
ben ik bang dat ik het op zal geven.

Help mij, Vader,
het einddoel voor ogen te houden,
te zien op wat mij aan de eindstreep wacht.
leer mij volharden tot het einde toe,
wees daarin mijn hulp, sterkte en kracht.

Leer mij, Vader,
mijn oog gericht te houden op Jezus,
die mij in alles is voorgegaan.
Dat zal mij helpen de moed niet te verliezen,
maar vol te houden tot U zegt: ‘Goed gedaan!’


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 2 juni 2013

Week 23 - Levend geloof

'Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren, zegt de HEERE.
Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw;
al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.'
HSV

'Laten wij zien wie gelijk heeft.
Jullie zonden zijn rood als karmijn, paars als purper;
toch kunnen ze blank worden als sneeuw, wit als wol.'
GNB

Jesaja 1:18


Levend geloof; geloof dat leeft.
Niet alleen zeggen dat je gelooft, maar laten zien in je houding, gedrag, in je manier van leven, in wat je wel en niet doet, wel en niet zegt.
Hem dat laten toepassen in je leven, staat er op het kalendertje.

Ik las Jesaja 1 eerst maar eens in zijn geheel en proef hoe ontzettend belangrijk gehoorzaamheid voor God is.
Maar dan ook gehoorzaamheid aan God in alles en niet alleen in bepaalde dingen of op bepaalde gebieden.
In dit hoofdstuk klaagt God Zijn volk aan.
Ze brengen de voorgeschreven offers, ze lopen de tempel plat om Hem te vereren, ze houden de voorgeschreven feesten en samenkomsten, maar God walgt ervan, staat er.
Hij verafschuwt ze.
Hij kan ze niet langer verdragen.
Hij heeft het volk grootgebracht en opgevoed, maar ze zijn tegen Hem in opstand gekomen.

God zegt over Zijn volk in vers 3: Een rund kent zijn bezitter en een ezel de kribbe van zijn eigenaar, maar Israël heeft geen kennis, Mijn volk heeft geen inzicht.
Oftewel, Israël is nog dommer dan de rund en de ezel.
Zij kennen tenminste nog de hand die hen voed en die voor hen zorgt.
Maar het volk Israël heeft Hem de rug toegekeerd, heeft Hem verlaten.
Hem verworpen, zich van Hem vervreemd …
En ze blijven zich verzetten.
Het is zelfs zo erg, dat God Zijn ogen gesloten houdt als zij hun handen smekend omhoog heffen, dat Hij niet luistert, hoelang ze ook bidden.
Hun onrecht, hun zonden, hun wandaden staan als een onoverbrugbare kloof tussen hen en God in.

Was je, reinig je, keer je af van … roept God Zijn volk toe.
Jullie handen zitten vol bloed.
Houdt op met kwaad doen en leer goed te doen, help …

laten we zien wie er gelijk heeft.
Laten we een rechtszaak aanspannen.
Jullie en Ik …
En in één adem er achteraan: ‘Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw; al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.’

Luister; wees gewillig en bereid om te luisteren.
Wees gehoorzaam, dan …
Maar als je ongehoorzaam bent, dan …
De woorden van Jesaja gelden ook voor ons, zijn ook Gods waarschuwing aan ons.
Zonden.
Vergeving.
Gehoorzaamheid.

Ik kijk en zoek verder.
Levend geloof.
Geloof …

Mijn oog wordt getrokken door een tekst uit Lucas 5.
Vers 1 - Bij het zien van hun geloof zei Hij tegen de man: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’
Het verhaal van de verlamde man die door zijn vrienden naar Jezus wordt gebracht om genezing te kunnen ontvangen.
Het huis waar Jezus was, was echter zo vol dat ze niet naar binnen konden.
Maar ze gaven niet op.
Ze gingen naar het dak toe, maakten er een gat in en lieten hun vriend met bed en al door dit gat naar beneden zakken vlak voor Jezus.
Dan staat er in Lucas 5:20: Bij het zien van hun geloof zei Hij (Jezus) tegen de man: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’
De farizeeërs en schriftgeleerden vallen hier natuurlijk geweldig over, wie denkt Hij wel niet dat Hij, Jezus, is.
Wat een godslastering.
Maar Jezus kent hun gedachten en gaat daarop in door te laten zien dat Hij zowel de macht heeft om zonden te vergeven, als om te genezen.
Hij zegt daarom tegen de verlamde man dat hij op moet staan, zijn bed op moet pakken en naar huis moet gaan.
En de man staat op, pakt zijn bed en gaat, God lovend en prijzend, naar huis.

Levend geloof.
Zonden.
Vergeving.
Gehoorzaamheid.

Levend geloof!
De vrienden hadden geloof dat Jezus hun vriend kon genezen, maar als ze het daarbij hadden gelaten, zou hun vriend waarschijnlijk nooit genezen zijn.
Nee, ze geloofden dat Jezus het kon en daarom kwamen ze in actie en pakten hun vriend met bed en al op om hem naar Jezus toe te brengen.
Ze lieten zich ook niet tegenhouden door een dichte muur van mensen, maar waren vindingrijk en gingen naar het dak waar zij een gat in maakten om zo toch hun vriend maar bij Jezus te kunnen brengen.
Het gat dat zij moesten maken was niet een klein gaatje, want ze lieten hun vriend immers met bed en al naar beneden zakken, dus het gat waarover gesproken wordt is een behoorlijk groot gat en heeft hun heel wat gekost om te maken.

Levend geloof.
Praktisch.
Vindingrijk.
’t Mag wat kosten.
Liefde.
Bewogenheid.
Geloof: Hij kan het!
Gehoorzaamheid: Doen en gaan.

En dan: ‘Uw zonden zijn u vergeven!’
De ziel is voor Jezus belangrijker dan het lichaam.
Dat de ziel gered wordt, staat boven weer kunnen lopen.
Rein voor God kunnen verschijnen is van grotere waarde (= de grootste waarde) dan een lichaam dat gezond is en alles kan.
Misschien waren het zijn zonden wel die tussen hem en God instonden, dat weet ik niet.
Dit is immers niet altijd het geval, dat laat een ander voorbeeld uit de Bijbel ons wel zien.
Zie: Johannes 9:3
Maar Jezus zag het geloof (het levende geloof, want ze zetten hun geloof om in daden) van deze mannen en zei: Je zonden zijn je vergeven en daarna ontving de man ook genezing.
Doch de genezing werd pas zichtbaar en tastbaar, toen de man zelf ook opstond,zijn matras oppakte en ging.

Levend geloof.
Vergeving van zonden.
Geloof: horen.
Gehoorzaamheid: doen en gaan.

Mijn gedachten gaan zo van het één naar het ander.
Soms wordt het één geheel, één verhaal, nu gaan mijn gedachten van het één naar het ander.
Soms is dat ook goed, om zo uiteindelijk te kunnen komen waar God mij (ons) hebben wil, namelijk aan Zijn hart, bij Zijn wil.

God houdt van mij met heel Zijn  hart, vertelt het kalendertje mij.
Hij heeft van Zijn kant uit alles gedaan om mij te bevrijden.
Het leven van Zijn Zoon, onze Here Jezus, getuigt daarvan.
En dan Hem de ruimte geven dat te laten toepassen in mijn (ons) leven.

‘Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren, zegt de HEERE.’


Lieve Vader in de hemel.
Als er zonde in mijn leven is, zonde, die tussen U en mij in staat, laat mij dit dan zien.
Open mijn ogen daarvoor.
Soms ben ik mij er namelijk niet eens van bewust.
Verborgen zonden, noemt David ze, Vader.
Laat mij het zien, Vader, zoals U Uw volk in dit hoofdstuk van Jesaja hun zonden voorhield; al hun ongerechtigheden.
Dan kan en zal ik belijden.

‘Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw;
al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.’

HEER, ik wil luisteren naar wat U hebt te zeggen, ik wil niet koppig zijn.
Doe mij Uw stem horen, doe mij Uw stem verstaan.
Vergeef mij en help mij mij af te keren van wat U mij laat zien.
Vergeef mij, en mijn hart zal weer wit zijn als sneeuw, als witte wol.
Laat mijn geloof, Vader, zijn een levend geloof, dat zich afkeert  van zonde, vergeving ontvangt en in gehoorzaamheid de weg van Uw wil gaat.
Wandelend door de Geest aan Uw hand.
Groeiend, bloeiend, vruchtdragend.
Tot eer en glorie van Uw Naam.

- Amen -


Levend geloof.
Geloof dat zonden belijdt.

Levend geloof.
Leven in gehoorzaamheid.

Levend geloof.
Geloof in woord en daad.

Levend geloof.
Leven dat hoort, en gaat.

Levend geloof.
Geloof dat leeft.

Levend geloof.
Leven dat vruchten geeft.

Levend geloof.
Stapt uit en waagt.

Levend geloof.
Leven dat Hem behaagt.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 23 september 2012

Week 39 - Mogelijkheden

Jezus zei tegen hen: Vanwege uw ongeloof, want voorwaar, Ik zeg u: Als u een geloof had als een mosterdzaad, u zou tegen deze berg zeggen: Verplaats u van hier naar daar! En hij zou gaan, en niets zou voor u onmogelijk zijn.
HSV

Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof.
Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen.
Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.’
NBV

Mattheüs 17:20

Lange tijd raakte ik ‘lichtelijk’ gefrustreerd bij dit Bijbelvers.
Ik nam het namelijk veel te letterlijk en dan kun je inderdaad aardig gefrustreerd raken en zelfs de moed verliezen omdat je geloof nooit groot genoeg is om letterlijk die berg te verzetten.
Totdat ik ontdekte, dat vele andere dingen ook ‘die berg’ kan zijn.
Ik weet nu voor mijzelf, dat het voor mij ‘mijn angst voor …’ was.
Het was een berg die verzet moest worden, zodat de doorgang vrij werd.
Het was een berg die gigantisch in de weg stond.

God had een doel, een plan, met mijn leven; ik ervaarde dat diep binnenin mij als een onrust van iets missen, niet compleet zijn, van er is iets wat in mijn leven ontbreekt, maar ik weet niet wat.
Voor jaren heb ik dit gevoel gehad.
Maar ik besefte pas na jaren, dat God niet de kans kreeg om mij te laten zien wat dit was, daar ik niet openstond om dat te kunnen zien, noch de bereidheid had om uit te stappen.

Ik geloofde niet dat ik iets van betekenis kon zijn, dat God mij bijzonder en waardevol vond, de moeite waard en mij mijn eigen gaven en talenten gegeven had.
Ik bleef zitten waar ik zat, ‘veilig’ in de beslotenheid van mijn eigen huisje, mijn eigen kleine vertrouwde omgeving.
En, zo hoefde ik later tenminste ook minder verantwoording af te leggen naar Hem over hetgeen ik had gedaan, dacht ik.
Want daar was ik zo vreselijk bang voor.
Iets doen voor Hem, in Zijn koninkrijk, hield voor mij in, dat ik, als ik voor Zijn troon zou moeten verschijnen, ook daarover verantwoording moest afleggen, en dat zorgde ervoor dat ik me maar gewoon bezighield met alleen mijn gezin en huishouden, want die verantwoordelijkheid was mij meer dan genoeg.
Daarnaast was het al moeilijk genoeg voor mij om ons gezin en huishouden draaiende te houden gezien mijn lichamelijke gesteldheid.
Mijn rug en gewrichten zorgden voor zoveel problemen, dat ik toch compleet onbetrouwbaar was om iets mee af te spreken.
Want als ik iets had afgesproken, om een keer te helpen of te doen of zo, dan lag ik vaak weer plat op bed met zoveel pijn, dat ik helemaal niets kon en dus alles moest afzeggen.
Dit resulteerde in maar helemaal niets meer doen, want het steeds opnieuw moeten afzeggen van dingen was niet alleen vervelend voor mij maar ook voor de ander en dat gaf mij een goed excuus om uiteindelijk gewoon maar helemaal niets te doen.
En zo werd mijn wereldje heel klein met als gevolg dat ik het ‘kleine, grijze muisje’ bleef dat bij het minste geringste, angstig ergens achter wegkroop.
En het gevoel van iets missen in mijn leven bleef.
Dat God mij werkelijk op de één of andere manier nog zou kunnen gebruiken in dienst van Zijn Koninkrijk, was door dit alles voor mij totaal ondenkbaar.
Er waren zoveel mensen op de wereld met bijzondere gaven en talenten, die ook nog eens lichamelijk sterk en gezond waren, dat Hij mij niet echt nodig zou hebben.
En zo bleef mijn leven incompleet aanvoelen en het gevoel van ‘er mist iets, er ontbreekt iets’ was regelmatig aanwezig.
Pas na jaren, waarin wij eigenlijk met elk van onze kinderen door zeer diepe dalen zijn gegaan, waarin ik zelfs bijna praktisch van de buitenwereld geïsoleerd raakte, kwam de ommekeer.

Achteraf zie ik hoe de dingen op hun plek vallen en hoe God mij gebracht heeft waar ik nu ben.
Hoewel het heel zwaar was (en soms nog is) hebben alle dingen die gebeurd zijn mij gevormd en juist hier gebracht.
Ongetwijfeld zullen er nu mensen zijn die zeggen, moest dat dan nu zo, door al die diepten heen, kon dat niet anders etc., etc.
Misschien wel, misschien niet.
Het feit blijft dat het door deze dingen heen is gebeurd en niet anders.
Ik geloof met heel mijn hart dat deze weg waarschijnlijk nodig was om mij te brengen  waar ik nu ben.
Ik geloof dat God een plan heeft met ons leven en Hij werkelijk alle dingen doet medewerken ten goede voor wie Hem liefhebben, en daarom geloof ik ook dat Hij een bedoeling had met alles wat er is gebeurd.
Nee, begrijpen doe ik het niet, helemaal niet, maar ik vertrouw op Hem, op Zijn liefde voor mij.
Hij is de Almachtige!
Hij heeft alles in Zijn hand.
Het heden, het verleden en de toekomst.
En het is aan mij, aan ons hoe we daar mee omgaan.
Blijven we op Hem ons vertrouwen stelen dwars door alles heen of niet?
Geloven we met heel ons hart, dat Hij in alles erbij is en geen moment de controle verliest of niet?

O, geloof me, ik heb heel wat keren met gebalde vuisten naar de hemel gestaan.
Ik heb geworsteld, gestreden, wat gevochten met Hem om de dingen die gebeurden en waar ik niets van begreep.
Op het randje heb ik gestaan met mijn geloof.
Wil ik nog wel geloven in een God die deze dingen toelaat?
En misschien lag daar wel het moment van de grootste ommekeer.
Als ik Hem uit mijn leven zou bannen, Hem de rug toe zou keren, wat bleef er dan nog over?
Ik ken geen ander leven dan een leven met Hem!
Wat moet ik dan?
Zonder Hem ben ik een dode levende.
Ik heb nog gebeden; ‘Heer, neem me maar uit dit leven weg; ik ben tevreden met het kleinste en uiterste plekje in Uw Koninkrijk.’
Maar het enige was een stilte die bleef hangen.
Een stilte, die ik nu achteraf ervaar als een periode, waarin een liefdevolle God en Vader wacht tot Zijn kind is uitgevochten en zich aan Hem overgeeft.

Deze overgave ging zelfs nog in etappes, besef ik achteraf.
Stukje bij beetje en stap voor stap, totdat ik totaal bereid was om mijn leven compleet over te geven aan Hem.
Nog van alles is er gebeurd voordat het zover was, maar het was in deze tijd dat God stukje bij beetje mijn ogen opende en mij liet zien dat ik als het ware die persoon was die zijn talenten in de grond stopte, omdat hij bang was voor zijn heer en meester.

‘Heer, ik wist van u, dat gij een hard mens zijt, die maait, waar gij niet gezaaid hebt, en die bijeenbrengt van plaatsen, waar gij niet hebt uitgestrooid.
En ik was bevreesd en ben heengegaan en heb uw talent in de grond verborgen; hier hebt gij het uwe.’ (Mattheüs 25:24,25)

Welk een verdriet moet God niet gehad hebben van mij, dat ik zo’n beeld van Hem had,
maar hoe groot blijkt hieruit niet Zijn liefde en genade, dat Hij niet ophield om mij te laten zien Wie Hij werkelijk is!
Mijn angst was de berg die verzet moest worden.
Kon ik mijn angst aan de kant zetten in geloven en vertrouwen dat Hij nieuwe mogelijkheden zou geven?
Als een kind sloot ik mijn ogen en legde mijn hand in die van Hem en ben als het ware aan Zijn hand in het diepe gesprongen.
En met mijn sprong werd de berg van angst verplaatst en nieuwe mogelijkheden kwamen open te liggen.

O nee, het was niet makkelijk, echt niet.
Het koste me nog heel veel.
Als je jaren gewend bent om dingen op een bepaalde manier te doen en je  moet het ineens anders gaan doen, dan valt dat niet mee.
Zo ook niet het roer van je leven omgooien en uitstappen.
Maar God is een liefdevolle Vader en een genadige God, Die oneindig veel geduld heeft met Zijn kinderen als ze in gehoorzaamheid Zijn wegen willen gaan.
Dan is het niet erg als je valt, dan is het niet erg als je een keertje misstapt, want Hij is er en zal er altijd zijn om je op te vangen of op te rapen.

Nee, ik wist ook niet welke kant ik op moest gaan.
Hoe vind ik Zijn wil, Zijn weg voor mijn leven?
Hoe moet ik weten wat ik dan moet gaan doen?
Ik wist het niet en kon toen niets anders zeggen en beloven dan: ‘Heer, breng U maar op mijn weg wat Uw wil is, en ik beloof U dat ik het zal doen.’
Tot op de dag van vandaag gaat deze belofte met mij mee en voert de boventoon in de dingen die ik doe/doen mag.
Ongetwijfeld maak ik hierin mijn fouten, maar dat geeft niet.
Maar God heeft mogelijkheden gegeven, deuren geopend, die ik van te voren nooit had kunnen bedenken.
Het enige dat ik hoefde en hoef te doen, is in beweging komen.
De mogelijkheden aangrijpen, door de geopende deuren lopen, in het geloof en vertrouwen dat Hij met mij mee gaat en een bedoeling, een plan, heeft met mijn leven.
En dan is niets onmogelijk!

Nog steeds kost het me soms heel veel om uit te stappen of om dingen te doen.
Het is nog steeds niet altijd even makkelijk en mijn onzekerheid over mijzelf, mijn twijfel aan mijzelf, staat me soms nog danig in de weg.
De satan zal geen kans onbenut laten om mij opnieuw allerlei leugens over mijzelf voor te houden, maar God is een God van liefde en trouw; Hij maakt af wat Zijn hand begonnen is.

Het gevoel van gemis, het gevoel van incompleet zijn is weg.
Dat gevoel van ‘er ontbreekt iets’ is er niet meer.
Voor jaren was ik Zijn kind, maar ik had niet door, ik wist niet, dat ik een belangrijk onderdeel ben in het lichaam van Christus.
Dat Hij ernaar verlangt dat ik, met de gaven en talenten die Hij in mij gelegd heb, Hem zal dienen in dat lichaam tot eer en verheerlijking van Zijn grote Naam!
Mijn leven heeft een doel gekregen.
Naast de vrouw zijn van, moeder zijn en oma, naast mijn huishouden en gezin runnen, ben ik bovenal Zijn kind die Hem dient met de door Hem gegeven gaven en talenten tot eer van Zijn Naam.

Langzaam zwermen mijn kinderen uit, maar mijn leven zal niet leeg achterblijven, want een nieuwe taak ligt op mij te wachten en een klein beetje mag ik daar nu al van vervullen.

En zo heeft God een doel met het leven van een ieder van ons.
Hij heeft een weg voor je klaar liggen die erop wacht dat jij hem gaat bewandelen.
Een woord, speciaal voor jou!
De één is echt niet belangrijker dan de ander, want samen vormen we één geheel met als ultieme doel Hem grootmaken, Hem eren, Hem verheerlijken.
Zegt Zijn woord ons niet dat het oog niet tegen de hand kan zeggen: ik heb jou niet nodig, of het hoofd tegen de voeten: ik heb jullie niet nodig?
Zijn woord zegt ons dat we samen het lichaam van Christus zijn en ieder van ons heeft daar zijn eigen plek in.  (1 Korinthe 12:12-30)

Niets is onmogelijk als we bereid zijn om de weg te gaan die Hij ons wijst.
Niets is onmogelijk als we ons hoofd buigen voor Zijn wil en onze hand in die van Hem leggen om samen Zijn weg te gaan.

Durf ook jij te gaan?
Durf ook jij te zeggen: ‘Vader, hier ben ik?’
Schuif de leugen opzij van dat je niet goed genoeg zou zijn, of lichamelijk te zwak, of toch niets bijzonders kan of ben.
Schuif die leugen opzij, zodat God jou Zijn plan met jouw leven kan laten zien en stap uit in het geloof en vertrouwen dat daarin niets onmogelijk.

Zijn Geest is in ons.
In onze zwakheid wordt Zijn kracht geopenbaard.
De opstandingskracht van Christus, is in ons.
Niets is onmogelijk!

Heer, ik geloof, maar kom mijn ongeloof waar nodig is te hulp.
In Jezus ‘Naam.

- Amen -




Lieve Vader in de hemel, ik wil U zo bedanken  voor alles wat U tot zover in mijn leven hebt gedaan.
Ik geloof, Vader, met heel mijn hart dat U onze wegen wilt leiden, maar het is aan ons of we die willen gaan, of we daar voor openstaan.
Ik geloof met heel mijn hart, Vader, dat U de Almachtige bent, dat alles, ja, echt alles in Uw hand is en dat er niets buiten U om gebeurd.
U bent de Alpha en de omega, het begin en het einde.
Heden, verleden en toekomst is in Uw hand.
U weet alles wat er gebeurd is, U weet wat er komen gaat, en U weet waar we nu doorheen gaan.
Het is voor ons mensen soms gewoon zo moeilijk te accepteren dat ons verstand te klein is om te begrijpen, dat wat er allemaal gebeurd, toch op de één of andere manier past in Uw plan.
Dat, als wij bereid zijn U te gehoorzamen, te luisteren naar Uw wil, dingen zoveel anders zullen lopen dan dat ze nu doen, maar dat U in dit alles toch nooit de controle verliest of geen weet zou hebben van alles.
Maar, lieve Vader, ik geloof  met heel mijn hart dat U het beste met een ieder van ons voor heeft en dat het aan ons ligt, aan onze bereidheid om U gehoorzaam te zijn of niet, aan het accepteren van Uw soevereiniteit of niet.
We leven in een tijd, Vader, waarin gehoorzaamheid, eerbied en ontzag, bijna vieze woorden lijken te zijn.
Alsof ze een bepaalde gebondenheid aangeven in plaats van vrijheid.
Alsof we daarmee een stuk recht hebben op prijsgeven.
Maar Vader, ik ben nog nooit zo vrij geweest, als nu ik in en door U tot mijn bestemming, tot mijn doel aan het komen ben.
Een leven aan U toegewijd, in dienst van U en tot eer van U.
Want daarom heeft U ons geschapen om te leven tot eer van Uw grote Naam!
Laat zo mijn leven, Vader, meer en meer worden en zijn tot eer van Uw grote Naam.
En ik bid U ook, Vader, dat een ieder die dit hier leest en zich in een soort gelijke situatie bevind, of gewoon zoekende is naar de zin, het doel, van zijn of haar leven, U hier mag ontmoeten en zij zich zullen overgeven aan U, zodat U een ieder van hen Uw doel met hun leven kan laten zien.
En geef hen daarin ook de bereidheid van hun hart om dat te doen wat daarvoor nodig is.

In Jezus ‘Naam bid ik U dit.

- Amen –




Welke berg ook in de weg staat
om tot ontplooiing te komen;
tot het doel dat God heeft voor jouw leven,
zet hem in geloof opzij
en ontdek de nieuwe mogelijkheden
die God jou vandaag wilt geven.

Hij roept je bij je naam,
jouw dagen liggen vast in Zijn boek
waar ze allen reeds zijn opgeschreven, 
zet die berg, wat het ook is, opzij,
zodat jij in je volle bestemming
tot Zijn eer kan leven.

Samen zijn we immers
het lichaam van Christus.
Niemand kan tot de ander zeggen:
‘We hebben jou niet nodig.’
We zijn één in Christus
en dienen voor elkaar te zorgen;
geen enkel kind van Hem
is daarin overbodig.

Jij bent kostbaar, waardevol en hooggeschat.
Stap uit in geloof en bewandel het door Hem gegeven pad.

©Rita Klapwijk

zondag 3 juni 2012

Week 23 - Stormen

Daarom kennen wij geen angst,
al beeft de aarde,
al verzinken de bergen in zee.
Laat het water maar bruisen en schuimen,
laat de bergen maar beven onder de beukende golven.
GNB

Daarom zullen wij niet bevreesd zijn, al veranderde de aarde van plaats
en werden de bergen verzet naar het hart van de zeeën.
Laat haar water bruisen, laat het schuimen,
laat de bergen beven door haar onstuimigheid. Sela
HSV

Psalm 46:3,4

De storm beukt er op los;
de wind striemt de regen
meedogenloos in je gezicht.
De ene windvlaag na de andere
slaat tegen je aan en soms
verlies je bijna je evenwicht.

Je zou willen schuilen
op een veilige plek
tot de storm is bedaard.
Maar nergens is een schuilplaats,
er doorheen is de enige weg,
biddend, dat God je bewaart.

Terwijl het om je heen
raast en tiert,
ploeter je voort;
hopend, biddend,
smekend, dat God je ziet
en ieder gebed hoort.

Eindelijk gloort er licht
aan de horizon
en de storm gaat voorbij.
En met de warme aanraking
van de zon ervaar je:
Hij was toch steeds bij mij.

Stormen kunnen heel beangstigend zijn.
Ik denk dat we allemaal weleens een storm (groot of wat kleiner) hebben meegemaakt.
De ene storm is de andere niet, maar elke storm laat wel zijn sporen na.
Hetzij in de schade die zij achterlaat in materiële zin, of de sporen die het achterlaat in je herinnering aan angst of ontzag.
Hoewel ik nog nooit echt een hele zware storm heb meegemaakt, lig ik niet altijd even rustig in mijn bed als de voor- of najaarsstormen om ons huis gieren.
Ik hoor hoe de wind beukt tegen het dak en verwoedde pogingen doet om onze dakpannen mee te nemen.
De regen klettert en striemt en het lijkt wel alsof het een weg naar binnen wilt banen.
Het maakt me onrustig en soms ben ik een beetje bang voor de schade die eventueel kan ontstaan en vraag me gelijk af hoe dat dan allemaal weer verholpen moet worden.
Al heel gauw gaat er dan een gebed naar boven om bescherming.

Een film als ‘Perfect storm’ laat zien hoe een schip in een storm soms niets anders is dan een speelgoedbootje in een teiltje water van een kind en een programma als Storm Chasers huizen en gebouwen soms niet meer dan een legobouwwerk.

De Psalmist gaat zelfs nog een stapje verder in zijn gedachtegang.
De aarde verandert van haar plaats en de bergen, eigenlijk de meest vaste delen van de aarde, worden begraven in de zee.
Het water bruist en wordt opgezweept totdat het wildschuimend alle kanten opgaat en de bergen blijven niet roerloos staan, maar beven en trillen onder het geweld.
Wie zou hier niet bang van worden als je dit zou zien gebeuren, als deze dingen rondom je zouden gebeuren?

Maar ook in ons persoonlijk leven kunnen we de dingen die gebeuren als het ware vergelijken met stormen die woeden.
De dingen die gebeuren kunnen zo heftig zijn, dat je het idee hebt dat de grond onder je voeten beeft of weggeslagen wordt.
Berichten kunnen zijn als windvlagen, met striemende regen die in je gezicht slaat en je het zicht ontneemt.
Je wereld stort ineen als de bergen van de Psalmist in de zee.
Je beeft onder de onstuimigheid van alles wat er gebeurt.
Alles wat eens zo zeker was, is verdwenen en onzekerheid heeft haar plaats ingenomen in je leven.
Je zou net als een vliegtuig om een storm heen willen vliegen, maar er is geen uitwijk mogelijkheid.
Je zou willen schuilen tot de storm is gaan liggen, maar nergens is er een plek waar je nog veilig bent.
De storm heeft bezit genomen van je gehele leven en er is maar één weg: er door heen.

Wij hebben in ons gezin al heel wat stormen doorstaan en angst was daarin regelmatig mijn trouwe metgezel.
Maar met iedere nieuwe storm werd mijn zicht beter, de reikwijdte ervan verder en mijn trouwe metgezel, angst, verdween meer en meer.

Ik weet nog dat ik op een gegeven moment tegen God heb gezegd; ‘Heer, als er nu weer iets gebeurt, dan kan ik echt niet meer; ik heb mijn grens echt bereikt.
Ik ga er dan helemaal aan onderdoor.’
Maar toen na een korte periode van windstilte er weer een nieuwe storm in alle hevigheid losbarstte, waren er momenten waarin ik ten onder driegde te gaan, maar waar ik uiteindelijk zegevierend doorheen kwam.

Als ik nu terugkijk op de achter ons liggende jaren en vooruit kijk naar de toekomst, dan kan ik met de Psalmist zeggen: ‘Daarom zullen we niet bevreesd zijn.’
Waarom?
Daarvoor neem ik je mee naar vers 2 van deze Psalm.
“God is ons een toevlucht en vesting; Hij is in hoge mate een hulp gebleken in benauwdheden.”
Daarom!
God is ons in hoge mate een hulp gebleken in alle moeilijkheden.

Met iedere storm werd ons geloof beproefd.
Met elke storm kwam dezelfde vraag: ‘Vertrouw je op jezelf, kijk je naar de omstandigheden, of vertrouw je op Mij?’
Met elke storm waren er momenten van vallen, maar ook van opstaan;
van zondigen door ongeloof en gebrek aan vertrouwen, en van vergeving en geloof, vertrouwen ontvangen.
Met elke storm zagen we meer van Hem, waardoor ons geloof groeide.
En bij elke volgende storm ervaarden we, dat we steeds eerder en steeds meer op Hem ons vertrouwen vestigden.
In elke storm waren er momenten dat wij sidderden en beefden, maar we kozen ervoor om op God te vertrouwen, op Zijn woord, op wie Hij is en op wat Hij kan doen.
Want we hadden gemerkt en gezien dat Hij betrouwbaar is

God is ons een toevlucht en een vesting.
Hij is in hoge mate een hulp gebleken in benauwdheden.
En daarom kunnen wij zeggen: ‘Wij hoeven niet te vrezen.’

Zie in elke storm van je leven terug op vorige stormen, hoe Hij je er doorheen geholpen heeft.
Zie op wat Hij in het verleden voor je heeft gedaan.
Zie naar Zijn reddende arm die nooit te kort was.
Hij is nog steeds dezelfde.
Gisteren, heden en in de toekomst.
Vertrouw op je onwankelbare, onveranderlijke God en Vader.


Lieve Vader in de hemel, dank U wel dat U Uzelf hebt laten zien en kennen door alle stormen heen.
Dank u wel dat U dat ook steeds opnieuw zult blijven doen.
Dank U wel, dat U onveranderlijk bent, betrouwbaar en onwankelbaar.
Al verandert alles om ons heen, U blijft altijd dezelfde.
Al stort onze wereld in, al verdwijnen alle zekerheden van dit leven, U bent en blijft dezelfde onwankelbare, betrouwbare liefdevolle God en Vader.
Vader, ik bid U voor hen die op dit moment door grote stormen gaan.
Waar de wind de golven opjaagt tot een grote bedriegende massa.
Ik bid voor hen, die door de golven heen en weer geslingerd worden en op zoek zijn naar een schuilplaats, naar houvast.
Vader, ik bid U, openbaar Uzelf aan een ieder van hen, opdat zij zien mogen dat U er bij bent en hen helpt door de storm heen.
Dat U ernaar verlangt om hen sterker uit deze storm te laten komen.
U wilt ze daar bij helpen.
Vader, help waar men Uw hulp nodig heeft en voorzie in kracht als zij zwak zijn.
Vergeef en herstel, voedt en omarm, sterk en geef kracht.
In Jezus ‘Naam, opdat een ieder kan zeggen: ‘Wij zijn niet bevreesd, want onze God is ons een toevlucht en een vesting; Hij is in hoge mate een hulp gebleken in alle moeilijkheden.

- Amen -


Heer, U bent mijn toevlucht en mijn vesting,
mijn schuilplaats in elk gevaar.
Ik hoef nimmer te vrezen,
want ik weet, U bent altijd daar.

Heer, U bent mijn hulp in alle moeilijkheden,
U hebt laten zien hoe trouw U bent.
Ik hoef nimmer te vrezen,
want ik weet, dat U mij bij name kent.

Heer, U bent trouw, onwankelbaar en onveranderlijk.
Dezelfde, gisteren, heden, ja voor altijd.
Daarom hoef ik niet te vrezen,
want ik weet: U bent mij nabij in elke levensstrijd.

Gods rijke zegen 
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 27 mei 2012

Week 22 - Geloof

‘Als U kunt?’ zei Jezus.
Alles ‘kan voor wie gelooft.’
Onmiddellijk riep de vader van de jongen uit: ‘ik geloof, maar help mij als mijn geloof tekort schiet.’
GNB

En Jezus zei tegen hem: ‘Als u kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft.’
En meteen riep de vader van het kind onder tranen: ‘Ik geloof, Heere! Kom mijn ongeloof te hulp.’
HSV

Marcus 9:23,24

Als ik de Matthew Henry hierover na lees, dan brengt hij me bij twee verschillende dingen.
De vader uit de bovenstaande tekst zegt tegen Jezus ‘als U kunt’, maar Matthew Henry brengt mij ook bij Mattheüs 8:2 waar een melaatse man bij Jezus komt en zegt ‘als U wilt’.
Beide mannen hadden een mate van geloof en ongeloof.
De één geloofde in Zijn macht, maar twijfelde aan Zijn wil; de ander geloofde in Zijn wil, maar twijfelde aan Zijn macht.

De vader van de bovenstaande tekst vraagt zich af of Jezus het wel zou kunnen.
Jezus reageert hierop met: ‘Als U kunt? Alles is mogelijk voor wie gelooft!’
Alles is mogelijk voor wie gelooft.
Jezus stelt hiermee eigenlijk het geloof van de man op de proef.
Als jij geloof, kan het.

Matthew Henry spreekt over deze woorden als zijnde een bemoediging van Jezus naar deze man en zo heb ik het nog niet eerder bekeken.
Zelf ervaarde ik het altijd als een bepaalde druk die mijn ongeloof benadrukte.
Maar door alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd, is mijn geloof gegroeid en ik merk ook dat het mijn manier van omgaan met dingen heeft veranderd.
Liet ik vroeger mijn hoofd hangen bij dit soort woorden, nu spoort het mij aan om te geloven, om me uit te strekken en te bidden naar meer geloof, naar een groter geloof.
Ik besef nu ook, hoe fijn de boze het gevonden moet hebben dat het mij te neerdrukte en ik hierdoor bleef hangen in mijn gedachten dat mijn geloof toch te klein was.
Dat het mij neerslachtig maakte en ik me (nog) minderwaardiger ging voelen dan ik me al voelde.
Ik besef nu hoe hij mij had waar hij mij zo graag wilde hebben.
Ik besef opnieuw hoe hij ons (- want ik zal vast ook niet de enige zijn) probeert te verblinden voor de waarheid van Gods woord.
Hoe belangrijk is het dus om Gods woord niet alleen te lezen (oppervlakkig), maar het ook te onderzoeken en er dieper over na te denken.
Wat kunnen dingen soms anders binnenkomen dan dat God ze heeft bedoeld.

Alles is mogelijk voor wie gelooft!
Geloof ik dat God kan doen wat Hij zegt?
Geloof ik dat God is wie Hij zegt dat Hij is?
Kan ik geloven?
Durf ik geloven?

Ik vind dit ook best wel een heel moeilijk onderwerp, want ik geloof met heel mijn hart, dat God is wie Hij zegt dat Hij is.
Ik geloof met heel mijn hart, dat Hij kan doen wat Hij zegt dat Hij kan doen.
Ik geloof dat Hij Zijn beloften nakomt.
Maar toch, niet iedereen ontvangt genezing van ziekte, niet ieder huwelijk wordt gered, niet ieder onheil afgewend (etc.) ondanks de vele gebeden die zijn/worden opgezonden.
Is mijn/ons geloof dan te klein?
Is ons geloof dan niet goed?
Zelfs met bidden en vasten, zoals ook in het stukje staat waaruit deze tekst komt, gaan er nog steeds dingen anders terwijl we zo gebeden en gevast hadden.
En dan kom ik bij ‘als U het wilt’.

Mijn gedachten gaan naar de Here Jezus in de Hof van Gethsemané.
Oh, hoe heeft de Here daar gebeden dat het lijden Hem bespaard zou kunnen blijven, tot bloed zweten toe.
Maar Hoe intens Hij ook bad, in alles bleef Hij zeggen: ‘Niet Mijn wil, maar U wil geschiede.’
Jezus onderwierp boven alles Zijn wil aan die van Zijn Vader.
Boven alles wilde Hij dat de wil van God zou geschieden en niet wat Hij zo graag zou willen.

Vandaag de dag zijn er ook stromingen die je doen willen geloven dat je niet ziek hoef te worden/ te zijn als je maar geloof.
God wil geen ziekte en Hij wil iedereen genezen.
Ook hoef je geen armoede, geen moeiten en zorgen te hebben, want God heeft immers gedachten van vrede over je en niet van onheil.
Voorspoed is het kenmerk van de oprechte christen.

Maar de Bijbel zelf leert ons dat de Here Jezus gehoorzaamheid leerde door het lijden heen, dus wie zijn wij dan dat wij dat dat niet voor ons zou gelden? ((Hebreeën 5:8)
In Gethsemané leerde Jezus om Zich  in alles – ten koste van Zijn leven – te onderwerpen aan de wil van Zijn Vader.
Jezus Zelf leerde gehoorzaamheid door het lijden heen.
En zei de Here Jezus ook niet dat wij in de wereld verdrukking zouden lijden?
Gaf Hij ons daarbij ook niet de bemoediging om vol te houden omdat Hij de wereld had overwonnen? (Johannes 16:33)
Waarom zou Jezus voor ons bidden en pleiten bij de Vader dat ons geloof niet zou ophouden, als we toch alleen maar voorspoed zouden hebben?

Ik geloof met heel mijn hart, dat God kan genezen, dat Hij ieder huwelijk kan redden, dat Hij elk gevaar af kan wenden, dat hij …
Ik geloof, maar ik onderwerp mij ook aan Zijn wil.
(Al is dat soms best wel heel erg moeilijk en gaat daar heel wat strijd aan vooraf)
Ik erken dat Zijn gedachten hoger zijn dan mijn gedachten, Zijn wegen hoger dan mijn wegen.
Genezing in Gods ogen kan wel eens iets heel anders zijn dan genezing in mijn ogen.
En uit lijden en beproevingen komen heel andere dingen voort dan uit voorspoed.

Ik geloof dat God alles kan, ik weet alleen niet of Hij daarmee ook alles wil wat Hij kan.
Terwijl ik dit opschrijf moet ik denken aan wat ik Aad van de Sande ooit eens heb horen zeggen.
‘God kan alles wat Hij wil, maar God wil niet alles wat Hij kan.’
En de vraag is dan, ben ik ook bereid om mij te schikken naar Zijn wil.’
Is mijn geloof nu zo groot en goed?
Nee, helaas niet.
Er is een groot verschil tussen dingen weten en geloven, en tussen weten, geloven en het je toe-eigenen, er in gaan staan, onderwerpen aan.

Wij hebben als gezin heel wat doorgemaakt en het één volgde het andere op.
Hadden we net het ene gehad, dan kwamen de volgende moeilijkheden alweer op ons pad.
Zo erg dat sommige mensen wel eens tegen ons zeiden, van; je moet toch maar eens nakijken wat er fout is in je leven, want zoveel ellende …
Het maakte het ons nog moeilijker dan we al hadden en ons geloof kwam daarmee behoorlijk onder druk te staan.
Wat hebben we ook aan onszelf getwijfeld hierdoor en gebeden, maar we kwamen maar uit bij één ding, God wil(de) ons leren door het lijden heen.
Maar in die perioden vond ik het soms wel heel erg moeilijk om te geloven in Zijn beloften voor mij, want ik zag soms nergens dat Hij bij me was.
Ik vond het moeilijk dat God alles kon, maar dat er (ogenschijnlijk) niets veranderde.
Ik kon soms maar slecht geloven dat Hij het beste met ons voor had.
Geloof, vertrouwen, wat is dat vaak moeilijk als alles tegen zit, als moeilijkheden, zorgen elkaar opvolgen.
Ik heb heel wat keren – en soms nog in bepaalde situaties – uitgeroepen, net als de vader uit de bovenstaande tekst: ‘Heer, ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp!’
Ik geloof, maar soms is mijn geloof niet genoeg en heb ik Zijn genade nodig om te vertrouwen op Zijn hulp en redding.

Wat ben ik blij dat deze woorden staan opgetekend in de Bijbel.
Het geeft aan dat het mag en dat God het weet.
Hij kent ons.
De kracht van Zijn genade wordt zichtbaar in onze zwakheid.

Wat er ook in je leven gebeurt, in welke situatie je nu ook bevind, hoe moeilijk je omstandigheden nu ook zijn, als ons geloof te klein is mogen we, net als de vader van de zieke jongen, tegen Jezus zeggen: ‘Heer ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp.
Kom met Uw genade en schenk mij geloof.’




Lieve Vader in de hemel, soms schiet ons geloof te kort.
We willen zo graag geloven, en toch…
Vader, wat ben ik dan opnieuw blij en dankbaar voor Uw woord, waarin ook deze dingen terug te vinden zijn.
‘Ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp.’
Ik ben zo blij en dankbaar, Heer, met deze woorden en ook om te zien dat U het niet erg vind dat ze uitgesproken worden.
U kent ons, U weet hoe en wie wij zijn en U houdt van ons.
U komt met Uw genade ons te hulp.
In onze zwakheid, wordt Uw kracht openbaar.
Dank U wel daarvoor.
Heer, we kunnen ons zo laten verblinden door onze omstandigheden, dat we nauwelijks meer geloven dat U er bent, voor ons zorgt, naar ons om ziet, het beste met ons voorheeft.
Ons zicht op U kan soms zo verblind worden dat we niet meer zien dat U nog steeds dezelfde bent en dat U Uw beloften altijd nakomt.
En dat wij in Uw kracht alles aankunnen.
Soms kunnen we niet verder meer, Heer, en zouden we het voor gezien willen houden.
Maar ik bid U zo, Vader, dat een ieder die zo te neergeslagen is, het zoals de vader uit de tekst, uit zal roepen: ‘Ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp’, zodat Uw genade over hen komt en Uw kracht in hen openbaar wordt.
Dank U, Vader, voor Uw liefde en Uw geduld met ons mensenkinderen.
Dank U wel, voor Uw trouw en goedheid.
Dank U wel, voor wie U bent.
Ik prijs Uw heilige Naam.

- Amen –




Ik geloof, Heer,
maar soms
overschaduwen de zorgen
Uw woorden van bemoediging.

Ik geloof, Heer,
maar soms
worden Uw beloften van hoop
ondergedekt
door mijn problemen.

Ik geloof, Heer,
maar soms
word ik verblind
door de hoeveelheid moeilijkheden
waardoor ik Uw kracht en macht
niet meer zie.

Ik geloof, Heer,
maar soms
schiet mijn  geloof
eenvoudigweg te kort
en kan ik het alleen maar uitroepen:
‘Heer, ik geloof,
maar kom mijn ongeloof te hulp.’

Ik geloof,
maar dank U, Heer Jezus,
voor Uw liefde en geduld met mij.
Dank U,
voor de genade die U geeft,
telkens weer,
waardoor Uw kracht
zich ten volle openbaart
in mijn zwakheid.

- Amen -

©Rita Klapwijk

zondag 19 februari 2012

Week 8 - God niet loslaten

Ga de onstuimige verlangens uit de weg die jonge mensen eigen zijn, en streef naar rechtvaardigheid, trouw, liefde en vrede, samen met allen die oprecht de hulp van de Heer inroepen.
GNB
Maar ontvlucht de begeerten van de jeugd.
Jaag rechtvaardigheid, geloof, liefde en vrede na,
samen met hen die de Heere aanroepen uit een rein hart.
HSV

2 Timotheüs 2:22

Met de bovenstaande woorden roept Paulus Timotheüs (en daarmee ook ons) op om niet in de valstrik te stappen van zinloze discussies, loos gepraat, ruzies of allerlei andere zinloze woordenwisselingen.
(in dit geval gaat het om woorden, maar het omvat natuurlijk veel meer dan woorden alleen)
Op zich zijn discussies natuurlijk helemaal niet slecht of verkeerd, maar ze ontaarden zo gauw in ruzies.
En urenlang discussiëren over geloofszaken brengt mensen vaak in het geheel niet dichter bij God.
Eerder gebeurt het tegendeel en dan missen we nu net ons doel, want onze opdracht luidt: ‘Jaag naar rechtvaardigheid, naar geloof, naar liefde, naar vrede.’

Met deze woorden moet ik automatisch denken aan de tekst uit Kolossenzen 3 vers 2 waar staat: ‘Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn.’
We moeten ons dus richten op de dingen van God en ons niet laten verleiden tot allerlei zaken die ons afhouden van Hem en Zijn dienst.

God verlangt naar ons hart.
Hij ziet uit naar harten die Hem zoeken, die Hem willen dienen en eren.
Hij zoekt harten die Hem willen gehoorzamen.

‘U hebt immers de oude mens met zijn praktijken uitgetrokken en de nieuwe mens aangetrokken, die voortdurend vernieuwd wordt, naar het beeld van zijn Schepper, tot hij de ware kennis bereikt.’
Kolossenzen 3:9,10

Het proces van vernieuwen, van het leren en gehoorzamen, duurt ons gehele leven.
Laten we ons uitstrekken om te leren, om gehoorzaam te zijn, om te groeien.
Laten we jagen naar de dingen die van boven zijn, naar rechtvaardigheid, naar geloof, naar liefde, naar vrede.
In die weg van leren en gehoorzamen zullen we soms onderuit gaan, maar we zullen ook overwinningen behalen.
Het is een weg van vallen en weer opstaan, vallen en weer op staan, tot de dag komt dat we zullen blijven staan.

God heeft ons uitgekozen, we behoren Hem toe, Hij heeft ons lief!
Laten we daarom onszelf aansporen om in alles Hem te gehoorzamen.
We kunnen ons er niet makkelijk van af maken door te zeggen van ‘zo ben ik nu eenmaal’.
Dingen die we aangeleerd hebben, kunnen we weer afleren en dingen die we nog niet geleerd hebben, kunnen we leren.
Slechte gewoonten kunnen we afleren en goede gewoonten aanleren.
Ja, het zal ons waarschijnlijk wat kosten, de ene keer zelfs misschien nog meer dan de andere keer, maar de overwinningen die we daarin behalen zullen ons helpen om nieuwe, goede gewoonten te ontwikkelen.

Zo kunnen we leren om God te gehoorzamen om datgene te doen wat Hem vreugde schenkt en waardoor anderen Hem in ons kunnen zien.

Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk, gekozen om de heilsdaden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis geroepen heeft naar Zijn wonderbaar licht.

Wees nuchter en waakzaam! Uw tegenstander, de duivel, loopt rond als een brullende leeuw, op zoek naar iemand die hij kan verslinden.
Bied weerstand aan hem, vast in het geloof.

1 Petrus 2:9, 5:8,9a




Lieve Vader in de hemel.
Wat beseffen we soms toch weinig wie we zijn in U en de verantwoordelijkheid die daarbij komt.
Wat laten we onszelf soms toch makkelijk verleiden tot, en wat doen we soms toch weinig moeite om Uw woorden na te jagen.
Wat laten we ons toch gauw afleiden door negatieve, minderwaardige of gemakzuchtige gedachten en wat spelen we de boze hiermee geweldig in de kaart en doen we U tegelijkertijd veel verdriet.
Vergeef ons, Vader, dat we zo vaak eerder onze eigen dingen najagen dan de dingen van U.
Ik bid U, dat deze woorden, die nu opnieuw tot ons komen, ons aan zullen sporen om ons meer en meer te richten op wat Uw wil is.
Niet alle dingen, Vader, zijn even makkelijk of moeilijk aan of af te leren, maar met Uw hulp, met de hulp van Uw Geest, zal de nieuwe mens in ons meer en meer gestalte krijgen.
Doe ons daarin beseffen hoe de duivel rondgaat als een briesende leeuw en alle mogelijke moeite zal doen om ons onderuit te halen en/of af te houden van onze gehoorzaamheid aan U.
Laat de wetenschap, dat we behoren tot een koninklijk priesterschap, een uitverkoren geslacht, Uw eigen volk, ons sterken en aansporen om ons ook als zodanig te gedragen en daarnaar te handelen, om zo Uw boodschap van heil uit te dragen in deze duistere wereld, waaruit U ook ons hebt geroepen.

In Jezus ‘Naam.

- Amen –




Heer, ik verlang naar een hart,
dat wil doen die dingen
die U vreugde schenken
en laat die dingen
die U zo krenken.

Ik verlang naar een hart,
dat zal liefhebben
alles wat U liefheeft,
en haat datgene
wat U verdriet geeft.

Ik verlang naar een hart,
dat verlangt om U te dienen
en in alles te eren
en zich verre houdt van alles
wat Uw Naam zou onteren.

Ik verlang naar een hart,
dat rein is en diep geworteld
in Uw woord;
dat U niet loslaat,
maar U in alles toebehoort.

Heer, bewerkt zo de grond
van mijn hart
en maak het rein en puur;
opdat het najaagt
alles wat van boven is,
vol passie en vuur.

- Amen -

©Rita Klapwijk