Sla acht op mijn stem als ik roep,
mijn Koning en mijn God,
want tot U bid ik.
's Morgens hoort U mijn stem, HEERE;
's morgens leg ik mijn gebed voor U neer
en zie ik naar U uit.
HSV
Luister naar mijn roepen om hulp,
mijn koning en mijn God,
want ik richt mij tot U.
In de morgen al hoort U mij roepen,
in de morgen al leg ik alles aan U voor
en ik wacht op Uw antwoord.
GNB
Psalm 5:3,4
In de morgen al hoort U mij roepen, in de morgen al leg ik alles aan U voor en wacht op Uw antwoord…
Wat gebeurt er in jouw binnenste als je deze woorden leest?
Vind je herkenning, begint je hart sneller te kloppen van verlangen bij deze woorden of word je al moe bij de gedachte eraan, begint alles van binnen te wrikken en te wringen van, O nee Heer, niet in de morgen …?
Of verlang je ernaar met hart en ziel, maar lukt het gewoon niet omdat je gewoonweg te moe bent ‘s morgens?
Persoonlijk begint mijn hart sneller te kloppen bij deze woorden en is het mijn diepst verlangen om Hem in de stilte van de vroege morgen te ontmoeten.
Niet dat mijn ochtenden altijd dan ook zo beginnen, maar het verlangen is zeer groot en ik kijk uit naar de tijd dat ik minder afhankelijk ben van allerlei factoren die dit in de weg staan.
Het eerste wat eigenlijk in mij boven kwam toen ik deze woorden las, waren de woorden van een gedichtje van een boekenlegger die ik ooit eens gekocht heb.
Het is een klein gedichtje van Tinie Goedhart.
Wek mij elke morgen
met Uw woorden.
Fluister mij wat ik nodig heb
aan levenswijsheid in.
Om op mijn beurt door te geven
uit Uw stroom van leven.
Gevoed in U
heeft elk moment zin.
Het tweede dat in mij opkwam, was snel naar de Psalmen, en opzoeken wat er nog meer geschreven staat over ‘de morgen’.
Op Biblia.net gaat dat fantastisch.
Ik pik er even een paar uit die mij persoonlijk heel erg aanspreken.
Psalm 63:2:
O God, U bent mijn God!
U zoek ik vroeg in de morgen;
mijn ziel dorst naar U,
mijn lichaam verlangt naar U in een land,
dor en dorstig, zonder water.
Psalm 88:14:
Ik echter, ik roep tot U, HEERE,
mijn gebed komt U tegemoet in de morgen.
Psalm 90:14:
Verzadig ons in de morgen met Uw goedertierenheid,
dan zullen wij juichen en verblijd zijn,
tijdens al onze dagen.
Psalm 143:8:
Doe mij in de morgen Uw goedertierenheid horen,
want ik vertrouw op U;
maak mij de weg bekend die ik te gaan heb,
want tot U hef ik mijn ziel op.
En eentje uit Klaagliederen, eentje die mij altijd zeer bemoedigd; Klaagliederen 3:22,23:
Het zijn de gunstbewijzen des HEREN, dat wij niet omgekomen zijn,
want zijn barmhartigheden houden niet op,
elke morgen zijn zij nieuw,
groot is uw trouw!
Jaren ben ik eerder opgestaan dan de rest van mijn gezin, simpelweg omdat ik het niet alleen heerlijk vond om even rustig wakker te worden voordat de dagelijkse plicht riep en de daarbij horende drukte, maar ook omdat ik graag samen met de Heer de dag wilde beginnen en mijn kinderen en alle zorgen voor Zijn troon wil brengen aan het begin van de dag.
Het waren zeer kostbare en waardevolle tijden.
In de stilte van de vroege morgen ervaarde ik Gods aanwezigheid en in de stilte van Zijn aanwezigheid kon ik rustig wakker worden en Zijn kracht ontvangen voor de dag die voor me lag.
We hebben hele zware jaren achter de rug.
Kinderen zijn een zegen van God, maar soms zijn de wegen die we met onze kinderen gaan niet bepaald makkelijk of licht.
Meer dan ooit waren die momenten, in de stilte van de vroege morgen samen met de Heer, van levensbelang.
Mag ik je even meenemen naar een gedicht wat ik toen heb geschreven?
Het heet: In de stilte
In de stilte van de vroege morgen
ben ik dankbaar, dat ik bij U komen mag.
En ik breng U al mijn zorgen
van deze nieuwe, komende dag.
Er zijn zo vele dingen Heer,
die mij telkens zorgen baren.
Maar ik leg ze nu hier voor U neer,
brengt U de storm in mij maar tot bedaren.
Langzaam vult Uw vrede mijn hart
en worden de zorgen minder zwaar.
Lichter wordt de zwaarte van mijn smart
en opnieuw ervaar ik, U bent daar.
Oh, Heer, ik weet wel wat U tegen mij hebt gezegd;
Mijn juk is zacht, Mijn last is licht,
maar vaak heb ik deze woorden naast me neergelegd
en verloor daarmee op U mijn zicht.
Maar nu, terwijl de nieuwe ochtend gloort,
zoek ik U op en wil heel dicht bij U zijn,
om gesterkt te worden door Uw woord
en herinnerd te worden, dat ik nooit alleen zal zijn.
Als ik dit zo terug lees vult een stille vreugde mijn hart.
Het zijn mijn eigen woorden, maar nog steeds is dit het verlangen van mijn hart.
En eerlijk gezegd heb ik dit het afgelopen jaar gemist.
Heel erg gemist, realiseer ik me nu.
Het afgelopen jaar stond ik gelijk met één van de kinderen op en terwijl deze onder de douche verdween, nam ik mijn tijd met de Heer.
Maar regelmatig word ik hierin erg gestoord, want er viel schijnbaar altijd nog wel iets te vragen of te zeggen.
Hoewel ik dan weer aangaf van, hup, strakjes, nu naar boven, ik ben nu aan het Bijbellezen en bidden, toch was er daardoor niet die rust en vrede als toen.
Meer dan eens heb ik er afgelopen jaar aan gedacht om toch maar weer een half uurtje eerder op te staan, maar het late tijdstip van naar bed gaan en het slechte slapen (leeftijd ) weerhielden mij er nog van om het te doen.
Ik was (ben) vaak al zo moe al ik opstond; niet meer zo fit en helder als ik vroeger was.
Maar toch, nu ik dit weer zo lees samen met de woorden van de Psalmdichters en er weer aan denk en tegelijk ook ervaar welk een kracht en sterkte erin verscholen ligt, brandt mijn hart opnieuw van verlangen naar die stille, vredige, krachtgevende, ontmoetingen met Hem.
Terwijl ik afgelopen week al zo mijn gedachten liet gaan over dit thema, merkte ik, dat het bij het wakker worden al weer in mijn gedachten is.
Met de woorden van het gedichtje van Tinie Goedhart en het besef wat het betekent om de dag met Hem te beginnen, doet in mij opnieuw het verlangen ontstaan om toch weer eerder op te staan.
En terwijl ik dit zo schrijf, besef ik dat ik het meer heb gemist dan ik me bewust was.
Ja, ik heb overdag zeker mijn momenten met God gehad en nog, toch is dat anders dan aan het begin van de dag.
Langzaam begint het tot mij door te dringen wat ik mijzelf en God heb ontzegd.
Of moet ik zeggen God en mijzelf?
Mijn gedachten gaan naar het late tijdstip van naar bed gaan en het vroege opstaan.
(Hoe deed U dat toch, Heer Jezus?)
Keuzes maken, prioriteiten stellen …
Ik ga terug naar de woorden van de Psalmdichter.
De woorden van Psalm 5 zijn een roep om hulp in de vroege morgen, maar ik besef ook, dat dit niet altijd maar hoef te betekenen dat we in grote nood verkeren.
We hebben immers iedere dag Gods hulp nodig?
Niet alleen voor onze problemen, moeiten en zorgen, maar ook voor leiding, Zijn wil te zoeken, wat Zijn wil is in de wegen die we gaan, moeten gaan …
De dag in Zijn handen leggen, onze kinderen voor Zijn troon brengen, elkaar, als man en vrouw, het werk dat op ons wacht …
Het van Hem verwachten …
Hoe dorstig is mijn ziel?
Hoe groot mijn verlangen naar Hem?
Hoe graag wil ik Zijn goedertierenheid ontvangen die Hij iedere dag wil geven?
…
Tot wie (of wat) hef ik mijn ziel op aan het begin van de nieuwe dag?
Een klein citaat van de kalender voor deze keer:
‘We geven Hem onze lege beker en vragen Hem deze met Zichzelf te vullen.’
Wat zou er gebeuren, hoe zullen onze dagen eruit gaan zien als wij iedere morgen voor Zijn troon zouden komen, onze lege beker ophouden en Hem vragen om hem te vullen?
Psalm 90:14 zegt: ‘Verzadig ons in de morgen met Uw goedertierenheid, dan zullen wij juichen en verblijd zijn, tijdens al onze dagen.’
De Psalmdichter in Psalm 5 ging aan het begin van de dag naar God toe, legde Hem alles voor en wachtte op antwoord.
Misschien ben je geen ochtendmens, misschien moet je nog regelmatig je bed uit voor ….
Misschien verlang je ernaar, maar weet je in de omstandigheden waarin je zit totaal niet hoe je dat vorm zou moeten geven …
Misschien …
We kunnen van alles invullen waarschijnlijk.
Maar God kent ons hart en onze omstandigheden.
Hij weet of we slechts uitvluchten zoeken of dat het ons verdriet doet dat …
Hij kent ons hart, onze gedachten en al onze verlangens.
Soms lukt het gewoon niet, wat een ander ook anders wil beweren, soms lukt het gewoon niet.
Maar ook dan weet God het en is Hij daar bij.
Voor mijzelf?
Ik ga na de vakantie toch maar weer dat half uurtje eerder op.
En jij?
Lieve Vader in de hemel.
Wat heb ik het gemist om zo bij U te zijn afgelopen jaar.
Wat heb ik het gemist, deze tijd met U.
Wat was het toch vervelend iedere keer gestoord te worden en wat moest ik er voor waken dat het er niet helemaal bij in zou schieten.
De leegte was groter dan ik heb beseft en ik zie er naar uit, Vader, om de dagen, ook na de vakantie, weer zo te beginnen.
Nu slaapt iedereen uit en heb ik deze momenten weer en waarschijnlijk besef ik daardoor ook te meer weer wat ik heb gemist.
Vergeef mij, vader, maar dank U wel dat U zo opnieuw tot mijn hart spreekt.
Ik bid U zo voor hen die ook verlangen naar deze momenten, maar waar het gewoon door omstandigheden of andere factoren, niet lukt.
Heere, U kent hun hart, en ik bid U, dat zij, in het ogenblik dat zij verlangend aan U denken, vervuld zullen worden met de warmte van Uw vuur, met de kracht van Uw Geest en de liefde van Uw nabijheid.
Spreek zo tot hun hart, Vader, in de stilte van dit kleine moment en bemoedig hen zo.
In Jezus’ Naam.
- Amen –
In de ochtend U ontmoeten,
samen met U
de nieuwe dag beginnen.
Alles aan U voorleggen,
in vertrouwen,
dat U luistert en hoort.
Uw woorden tot mij nemen;
indrinken,
overdenken en bezinnen.
Mijn lege beker laten vullen,
verwonderend
dat ik U toebehoor.
De nieuwe dag aankunnen,
gesterkt,
tot diep van binnen.
©Rita Klapwijk
Before the day van Newsong
Posts tonen met het label dorst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dorst. Alle posts tonen
zondag 29 juli 2012
zondag 4 maart 2012
Week 10 - Geestelijke dorst
…, maar wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst hebben.
Want het water dat Ik hem geef, zal een bron in hem worden waaruit water opborrelt dat eeuwig leven geeft.
GNB…, maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven.
HSV
Johannes 4:14
Onvervuld verlangen,
hongerend en dorstend.
Leeg en hunkerend,
zoekend en tastend.
Een bron, een fontein;
Levend water.
Een uitgestoken hand:
‘Kom, drink, Ik wacht.’
Vervuld verlangen;
altijd stromend.
Verzadigend, overstromend,
tot in het eeuwig leven.
Een prachtig beeld geeft de Here Jezus hier als het gaat om het drinken van water waarvan je nimmermeer dorst krijgt.
De Samaritaanse vrouw in dit verhaal kwam naar de bron van Jacob om water te halen en ze ontmoet daar Iemand, die haar zegt, dat als zij zou drinken van het water dat Hij haar geeft, ze nooit meer dorst zal hebben.
Dat zou toch even geweldig zijn; dan hoef je nooit meer naar die bron te lopen om water te putten.
Ze heeft daar dus zeker oren naar.
Maar de Here Jezus spreekt hier niet over lichamelijke dorst.
De Here Jezus spreekt hierover geestelijke dorst, die ieder mens heeft, totdat hij/zij drink van het water dat Hij geeft.
Ieder mens heeft een onvervuld verlangen, een onverzadigbaar verlangen in zich naar ‘iets’ en dat ‘iets’ is God.
Velen zullen het hier niet mee eens zijn, maar een ieder die niet geloofde en tot geloof is gekomen, zal zeggen dat er een leegte in hem of haar is opgevuld, die door niets anders kon worden opgevuld.
Zo vele mensen zijn zoekende naar ‘iets’ en vinden pas rust als zij Hem hebben leren kennen.
Het is zoals ons lichaam.
Je kunt het voeden met brood en water, maar steeds opnieuw komt er weer een moment dat je het opnieuw moet voeden.
Het geeft steeds maar weer een tijdelijke verzadiging.
Steeds opnieuw krijg je honger en dorst.
Matthew Henry vergelijkt ons lichaam met een vuur of een lamp; ze gaan uit als ze niet iedere keer opnieuw worden voorzien van brandstof of olie.
En dan komt de Here Jezus: ‘… maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen.’
Want, en Hij gaat verder: ‘Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven.
Het water dat de Here Jezus ons geeft (geven wilt), is Levend water.
Het is water dat een blijvende verzadiging geeft, want dat water wordt een bron, of zoals andere vertalingen ook wel zeggen, een fontein, waaruit het water opborrelt, opspringt.
En als er in ons een bron is, dan is daar een continue stroom van water waar we van kunnen drinken.
In de Matthew Henri’s verklaring staat het zo heel mooi beschreven:
“Hij, die in zichzelf een fontein (een bron) van voeding en verzadiging bezit, kan nooit in uiterste nood geraken.
Deze staat altijd ter beschikking, want zij zal in hem/haar zijn.
- Gelovigen hebben in zich een fontein, een bron van water, overvloeiend, altijd overstromend.” –
Die bron, die fontein, is in ons!
Whauw!
Het water is de Heilige Geest, Die ons door de Here Jezus is beloofd (en ook gegeven) voor Hij terugging naar Zijn Vader.
De Heilige Geest is de bron waaruit we mogen drinken, iedere dag opnieuw.
Niet met kleine slokjes, als een lekker kopje thee, maar met de bedoeling, dat wij het opslorpen, als hadden we een nimmer te stillen dorst. (zoals Beth Moore zo mooi zegt)
En als wij het zo iedere dag opnieuw zouden drinken, gulzig, met een verlangen naar meer en meer, dan kan het niet uitblijven, of er zullen ook stromen van Levend water uit ons binnenste vloeien.
Dan kunnen ook anderen drinken van dat Levende water en zelf weer een bron, een fontein worden.
Als ons leven gekenmerkt wordt door grote strijd en moeilijkheden, wees dan niet verdrietig en laat het je niet ontmoedigen, maar laat het een aansporing zijn of worden om met grote teugen te drinken uit die Bron van Leven water en je zult verzadigd en gezegend worden.
Lieve Vader in de hemel, mijn hart is zo verheugd door al deze dingen waar ik mee bezig ben geweest.
Vergeef mij, dat ik vaak zo weinig besef heb van die Bron, die Fontein van Levend water die in mij is.
We kunnen iets weten, Vader, maar welk een verschil is er tussen iets weten en er vanuit leven.
Leer mij, Vader, om te leven vanuit Die Bron van Levend water, zodat er ook stromen van dat Levende water uit mijn binnenste zullen vloeien.
Maak mij dagelijks bewust van de aanwezigheid van deze Bron.
Ja, Heer, ik lees Uw woord iedere dag en ik bid; ik vraag om Uw Geest van wijsheid zoals Uw woord zegt dat ik mag doen, maar geef mij een bewustwording, dat Uw Heilige Geest in mij, een bron, een fontein is.
Een bron waaruit het water opborrelt, een fontein die opspringt en waarvan het water om zich heen verspreid wordt.
Die Bron, die fontein is in mij!
O Vader, dank u wel, dank U wel.
Welk een vreugde heeft bezit genomen van mijn hart als zo deze, Uw woorden, ten volle neerdalen in mijn hart.
Ik prijs Uw naam, ik prijs Uw naam.
Halleluja.
- Amen -
Zie de bewogen,
uitgestoken,
doorboorde hand
van Hem,
die jou
levend water
wil geven.
Zie hoe Hij
verlangt,
hoe Hij hunkert
dat jij komt drinken
en het water
in jou
een bron wordt
van leven.
Zie,
kom,
drink;
en stromen
van dat water
mag jij
door gaan
geven.
©Rita Klapwijk
Want het water dat Ik hem geef, zal een bron in hem worden waaruit water opborrelt dat eeuwig leven geeft.
GNB…, maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven.
HSV
Johannes 4:14
Onvervuld verlangen,
hongerend en dorstend.
Leeg en hunkerend,
zoekend en tastend.
Een bron, een fontein;
Levend water.
Een uitgestoken hand:
‘Kom, drink, Ik wacht.’
Vervuld verlangen;
altijd stromend.
Verzadigend, overstromend,
tot in het eeuwig leven.
Een prachtig beeld geeft de Here Jezus hier als het gaat om het drinken van water waarvan je nimmermeer dorst krijgt.
De Samaritaanse vrouw in dit verhaal kwam naar de bron van Jacob om water te halen en ze ontmoet daar Iemand, die haar zegt, dat als zij zou drinken van het water dat Hij haar geeft, ze nooit meer dorst zal hebben.
Dat zou toch even geweldig zijn; dan hoef je nooit meer naar die bron te lopen om water te putten.
Ze heeft daar dus zeker oren naar.
Maar de Here Jezus spreekt hier niet over lichamelijke dorst.
De Here Jezus spreekt hierover geestelijke dorst, die ieder mens heeft, totdat hij/zij drink van het water dat Hij geeft.
Ieder mens heeft een onvervuld verlangen, een onverzadigbaar verlangen in zich naar ‘iets’ en dat ‘iets’ is God.
Velen zullen het hier niet mee eens zijn, maar een ieder die niet geloofde en tot geloof is gekomen, zal zeggen dat er een leegte in hem of haar is opgevuld, die door niets anders kon worden opgevuld.
Zo vele mensen zijn zoekende naar ‘iets’ en vinden pas rust als zij Hem hebben leren kennen.
Het is zoals ons lichaam.
Je kunt het voeden met brood en water, maar steeds opnieuw komt er weer een moment dat je het opnieuw moet voeden.
Het geeft steeds maar weer een tijdelijke verzadiging.
Steeds opnieuw krijg je honger en dorst.
Matthew Henry vergelijkt ons lichaam met een vuur of een lamp; ze gaan uit als ze niet iedere keer opnieuw worden voorzien van brandstof of olie.
En dan komt de Here Jezus: ‘… maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen.’
Want, en Hij gaat verder: ‘Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven.
Het water dat de Here Jezus ons geeft (geven wilt), is Levend water.
Het is water dat een blijvende verzadiging geeft, want dat water wordt een bron, of zoals andere vertalingen ook wel zeggen, een fontein, waaruit het water opborrelt, opspringt.
En als er in ons een bron is, dan is daar een continue stroom van water waar we van kunnen drinken.
In de Matthew Henri’s verklaring staat het zo heel mooi beschreven:
“Hij, die in zichzelf een fontein (een bron) van voeding en verzadiging bezit, kan nooit in uiterste nood geraken.
Deze staat altijd ter beschikking, want zij zal in hem/haar zijn.
- Gelovigen hebben in zich een fontein, een bron van water, overvloeiend, altijd overstromend.” –
Die bron, die fontein, is in ons!
Whauw!
Het water is de Heilige Geest, Die ons door de Here Jezus is beloofd (en ook gegeven) voor Hij terugging naar Zijn Vader.
De Heilige Geest is de bron waaruit we mogen drinken, iedere dag opnieuw.
Niet met kleine slokjes, als een lekker kopje thee, maar met de bedoeling, dat wij het opslorpen, als hadden we een nimmer te stillen dorst. (zoals Beth Moore zo mooi zegt)
En als wij het zo iedere dag opnieuw zouden drinken, gulzig, met een verlangen naar meer en meer, dan kan het niet uitblijven, of er zullen ook stromen van Levend water uit ons binnenste vloeien.
Dan kunnen ook anderen drinken van dat Levende water en zelf weer een bron, een fontein worden.
Als ons leven gekenmerkt wordt door grote strijd en moeilijkheden, wees dan niet verdrietig en laat het je niet ontmoedigen, maar laat het een aansporing zijn of worden om met grote teugen te drinken uit die Bron van Leven water en je zult verzadigd en gezegend worden.
Lieve Vader in de hemel, mijn hart is zo verheugd door al deze dingen waar ik mee bezig ben geweest.
Vergeef mij, dat ik vaak zo weinig besef heb van die Bron, die Fontein van Levend water die in mij is.
We kunnen iets weten, Vader, maar welk een verschil is er tussen iets weten en er vanuit leven.
Leer mij, Vader, om te leven vanuit Die Bron van Levend water, zodat er ook stromen van dat Levende water uit mijn binnenste zullen vloeien.
Maak mij dagelijks bewust van de aanwezigheid van deze Bron.
Ja, Heer, ik lees Uw woord iedere dag en ik bid; ik vraag om Uw Geest van wijsheid zoals Uw woord zegt dat ik mag doen, maar geef mij een bewustwording, dat Uw Heilige Geest in mij, een bron, een fontein is.
Een bron waaruit het water opborrelt, een fontein die opspringt en waarvan het water om zich heen verspreid wordt.
Die Bron, die fontein is in mij!
O Vader, dank u wel, dank U wel.
Welk een vreugde heeft bezit genomen van mijn hart als zo deze, Uw woorden, ten volle neerdalen in mijn hart.
Ik prijs Uw naam, ik prijs Uw naam.
Halleluja.
- Amen -
Zie de bewogen,
uitgestoken,
doorboorde hand
van Hem,
die jou
levend water
wil geven.
Zie hoe Hij
verlangt,
hoe Hij hunkert
dat jij komt drinken
en het water
in jou
een bron wordt
van leven.
Zie,
kom,
drink;
en stromen
van dat water
mag jij
door gaan
geven.
©Rita Klapwijk
Abonneren op:
Posts (Atom)

