Posts tonen met het label beloning. Alle posts tonen
Posts tonen met het label beloning. Alle posts tonen

zondag 16 juni 2013

Week 25 - Volharding

'Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaam geweest bent, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veelmeer in mijn afwezigheid, werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.'
HSV

'Mijn dierbare vrienden, u bent altijd gehoorzaam geweest. Wees het niet alleen wanneer ik aanwezig ben, maar ook en des te meer nu ik afwezig ben. Werk aan uw heil in diep ontzag voor God, want Hij is het, die in u werkzaam is en u in staat stelt te willen en te doen wat in overeenstemming is met Zijn plan.'
GNB

Filippenzen 2:12,13


Er zijn een paar mooie definities die precies weergeven wat volharding inhoudt.

* Het standvastig of koppig volhouden wat je begonnen bent.
* Vasthouden aan een opvatting of plan totdat het beoogde doel bereikt is.
* De wil om waar men mee begonnen is ten einde toe uit te voeren.
* Standvastig/standvastigheid

Automatisch gaan mijn gedachten dan naar de wedloop waar Paulus over schreef in 1 Korinthiërs 9:23-27:

‘Voor het evangelie doe ik alles, om er zelf ook deel aan te hebben.
U weet dat van alle atleten die in het stadion hardlopen, er maar één de prijs behaalt.
Loop dus zo dat u hem in de wacht sleept.
Mensen die deelnemen aan een wedstrijd, moeten zich van alles ontzeggen.
Zij doen dat om een krans te krijgen die verwelkt, maar wij doen het om een krans die onvergankelijk is.
Ik loop dan ook niet zomaar in het wilde weg; ik ben geen bokser die in de lucht slaat.
Nee, als ik loop ga ik tot het uiterste, ik dwing mijn lichaam te doen wat ik wil.
Anders heb ik wel anderen opgeroepen om deel te nemen, maar word ikzelf gediskwalificeerd.’

En in 2 Timotheüs 3:6-8 als het einde van zijn leven is gekomen:

'Wat mij aangaat, mijn bloed vloeit al, het uur van mijn heengaan is aangebroken.
Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop tot het einde gelopen, het geloof bewaard.
Wat mij nog wacht, is de prijs, de krans van de rechtvaardigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, mij zal omhangen op de grote dag, en niet alleen mij, maar ook allen die verlangend hebben uitgezien naar Zijn verschijning.’

Eerlijk gezegd heb ik nog nooit van mijn leven gesport.
Als kind mocht ik het niet en toen ik geld verdiende en op mijzelf woonde, kreeg ik al snel dermate problemen met mijn rug en gewrichten, dat het niet kon.
Ooit nog weleens jaren later wat fitness geprobeerd, maar mijn gewrichten accepteerden het niet en protesteerden binnen de kortste keren.
Ik heb het dus maar opgegeven.
Ik begrijp dus ook helemaal niets van mensen die in hun sport tot het uiterste gaan.
Sportverdwazing is het vaak in mijn ogen.
Maar aan de andere kant, ik heb wel dezelfde mentaliteit als het om mijn geloof gaat.
Zoals sport soms helemaal verweven is met het leven van sommige mensen, zo is God onlosmakend verbonden met mijn leven.
Al durf ik (nog) niet te beweren dat alles moet wijken voor Hem, zoals dat bij sommige mensen wel het geval is met sport.
Ik ben bang dat ik hier en daar (misschien nog wel meer daar dan hier) moet leren om zover te komen, maar mijn bereidheid is er.
Ach, mensen die een wedloop lopen, leren ook met vallen en opstaan, leren ook door te trainen.
Het belangrijkste aspect bij beiden is echter: volharding.
Zowel met een wedloop (en elke andere sport denk ik ook wel als je het op topniveau wilt beoefenen) heb je volharding nodig.
De top bereiken gaat nu eenmaal niet zonder slag of stoot; of je nu een marathon wilt lopen, een berg beklimmen of, jazeker, ook als je stand wilt houden in je geloof tot het einde.
De woorden van Paulus getuigen hiervan.
We zien in zijn woorden dat het aankomt op volharding.
Van alles ontzeggen …
Gaan tot het uiterste …
Zijn lichaam dwingen te doen wat hij wil …

Het zal duidelijk zijn, dat deze dingen laten zien dat het dus iets kost om te bereiken wat je bereiken wilt.
Het gaat niet zonder slag of stoot.
Paulus wilt hiermee aangeven dat de wedloop van het leven lopen niet zonder hindernissen zal zijn.
Zoals het een atleet veel ‘kost’ om een krans te kunnen winnen, zo zal het ook van een gelovige het een en ander vragen.

In het Nieuwe Testament staan verschillende teksten over volharding.
Ik zal er eens een paar geven.

Lucas 21:19
Door uw volharding zult u uw leven verkrijgen. (HSV)
(Red je leven door standvastigheid! – NBV))

Romeinen 5:3b,4
En niet alleen dat, nee, ook roemen wij in de verdrukkingen, wetend dat de verdrukking volharding bewerkt, de volharding gehardheid en gehardheid hoop; …
(NB)
(En dat niet alleen! We beroemen ons er ook op als we verdrukt worden. Want we weten dat verdrukking volharding brengt, en volharding brengt kracht, en kracht brengt hoop – GNB))

Hebreeën 10:36
Want u hebt volharding nodig, opdat u, na het volbrengen van de wil van God, de vervulling van de belofte zult verkrijgen. (HSV)
(Om de wil van God te doen en om te krijgen wat hij belooft, hebt u volharding nodig – GNB)

Jacobus 1:3
Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt, want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt. (HSV)
(Het moet u tot grote blijdschap stemmen, broeders en zusters, als u allerlei beproevingen* ondergaat. Want u weet: wanneer uw geloof op de proef wordt gesteld, leidt dat tot standvastigheid – NBV - *De SV, HSV, NBG en NB spreken van verzoekingen, NBV, GNB en WB spreken van beproevingen)

Jacobus 5:11
Zie, wij prijzen hen gelukzalig die volharden. U hebt gehoord van de volharding van Job, en u hebt de uitkomst van de Heere gezien, dat de Heere vol ontferming is en barmhartig. (HSV)
(We prijzen hen gelukkig, omdat ze hebben volgehouden. U hebt gehoord hoe Job volhield en u weet hoe de Heer hem ten slotte behandeld heeft. De Heer is immers rijk aan barmhartigheid en ontferming  - GNB)

2 Petrus 1:5-7
En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis, aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht, aan de godsvrucht broederliefde en aan de broederliefde liefde voor iedereen. (HSV)
(Doe daarom uw uiterste best uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, deugdzaamheid met kennis, kennis met zelfbeheersing, zelfbeheersing met volharding, volharding met vroomheid, vroomheid met onderlinge vriendschap, vriendschap met liefde – GNB)

Door heel het Nieuwe Testament heen lezen we hoe belangrijk volharding is, maar ook dat het niet op een eenvoudige, makkelijke manier te verkrijgen is.
We zullen ons best ervoor moeten doen om het ons eigen te maken, om het te leren.
Het is niet echt leuk om te lezen dat volharding vaak geleerd wordt door verdrukking heen; dat ellende, verzoekingen, beproevingen van ons geloof nodig zijn om volharding te leren.
Maar Jacobus zegt dat we eigenlijk juist heel blij moeten zijn als we hier door heen gaan, omdat moeilijke omstandigheden, ellende, verdrukkingen ons de mogelijkheid geeft om te leren volharden en hij prijst iedereen gelukkig die volhoudt.
Waarom?
Omdat het uiteindelijk alles waard zal zijn.
Het zal ons leven redden.
We zullen de vervulling van de belofte ontvangen; een krans die niet verwelkt.

Paulus roept de Filippenzen op om, ook, er staat zelfs: nog wel meer nu hij niet bij hen is (wat dus ook voor ons betekent, als niemand ziet wat we doen),  gehoorzaam te blijven, te blijven volharden op de ingeslagen weg.
Werk aan uw zaligheid, uw redding, zegt hij met vrees en beven, met diep ontzag voor God.
Betekent dit dan toch dat onze redding van onszelf afhangt en niet van het offer van de Here Jezus?
Nee, zeker niet.
In Mattheüs 24:10 staat: ‘En dan zullen er velen struikelen en zij zullen elkaar overleveren en elkaar haten.’
Een andere vertaling zegt: ‘Velen zullen hun geloof verliezen.’

Matthew Henry zegt een paar dingen die het overdenken waard zijn:
‘Tijden van lijden zijn schokkende tijden.
Wie met mooi weer staande bleef, valt in de storm.
Velen zullen Christus in de zonneschijn volgen, maar zullen zichzelf redden op een bewolkte, donkere dag en Hem Zichzelf laten redden.
Tijden van vervolging zijn tijden van ontdekking.’

Ik wil met mijn schrijven niemand ontmoedigen of bang maken, maar wel laten zien dat het Gods woord zelf is, dat ons waarschuwt voor moeilijke tijden, voor verdrukking, voor ellende en ons aanspoort om ons toe te leggen om te leren volharden.
Om niet op te geven als er stormen komen in ons leven.
Hoe belangrijk dit ook is.
Maar God bemoedigd ons ook; Hij laat ons niet alleen in onze strijd.

‘Laten we het oog gericht houden op Jezus, die ons op de weg van het geloof voorgegaan is en ons naar de volmaaktheid brengt.
Om de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij het kruis op Zich genomen en de schande niet geteld.
Nu zit Hij aan de rechterzijde van de troon van God.
Denk aan Hem die zoveel tegenwerking van zondaars heeft verduurd.
Dat zal u helpen de moed niet te verliezen en de strijd niet op te geven.’
Hebreeën 12:2,3


Lieve Vader in de hemel.
Er staat nog zoveel meer in Uw woord over volharding en alles wat daar mee samenhangt.
Ik heb het gevoel nog maar een fractie daarvan te hebben overdacht.
Maar ik dank U, voor wat ik hier al van mocht leren.
Ik dank U voor de aansporing die hier in doorklinkt.
Ik dank U voor de bemoediging en de  troost.
Ik dank U ook voor de vreugde die ik mag ervaren door het zien ver boven de omstandigheden van ons leven momenteel uit.
Vreugde in wat het leren volharden uitwerkt; vreugde om wat er straks op mij, op ons wacht als we volhouden tot het einde.
Ik bid U, Vader, voor een ieder wiens leven uit verdrukking en ellende bestaat en die het daardoor zo moeilijk hebben en het haast niet meer zien zitten.
O, dat zij toch bemoedigd mogen worden door Uw woord, aangespoord door Uw liefde en genade om vol te houden.
Ontferm U over hen, als zij dreigen te bezwijken.
Houdt vast, Vader, wat U toebehoort.
Uw woord zegt: ‘Het geknakte riet zal Hij niet breken, de walmende vlaspit niet doven.’
‘Ik ben met je, iedere dag,’ zijn Uw woorden Heer Jezus, ‘tot aan de voltooiing van de wereld.’
O, dat we allen dit toch ook mogen ervaren, naast dat we het weten, opdat we gesterkt en bemoedigd zullen worden en daardoor beter in staat zullen zijn om vol te houden.
Laat als Uw woord verkondigd wordt, HEERE, ook daarin doorklinken dat het leven van een kind van U, niet alleen een leven is van voorspoed en zegen, waardoor ze als het moeilijk wordt, er verdrukking  komt, teleurgesteld raken en ontmoedigd, of misschien zelfs opgeven omdat ze er niet op waren voorbereid en het niet lijkt te kloppen met hun Godsbeeld.
Help ons, HEER, om tot het einde toe vol te houden, hoe moeilijk en zwaar onze weg ook is.
We hebben U nodig, Uw kracht, Uw troost, Uw liefde, Uw genade.
Om straks eens en voor altijd bij U te mogen zijn, in het land overvloeiende van melk en honing; waar geen rouw meer is of pijn, tranen of verdriet.
Waar U ons verwelkomt met de liefdevolle woorden: ‘Goed gedaan, mijn trouwe dienstknecht.
In Jezus’ Naam bid ik U dit alles.

- Amen -


Lieve Vader,
neem mij bij de hand en breng mij
naar de eindstreep van de wedloop van dit leven.
Zonder Uw hulp houd ik het niet vol,
ben ik bang dat ik het op zal geven.

Help mij, Vader,
het einddoel voor ogen te houden,
te zien op wat mij aan de eindstreep wacht.
leer mij volharden tot het einde toe,
wees daarin mijn hulp, sterkte en kracht.

Leer mij, Vader,
mijn oog gericht te houden op Jezus,
die mij in alles is voorgegaan.
Dat zal mij helpen de moed niet te verliezen,
maar vol te houden tot U zegt: ‘Goed gedaan!’


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 22 juli 2012

Week 30 - Waakzaamheid

Broeders, ikzelf denk niet dat ik het gegrepen heb, maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus. 
HSV

Nee, broeders en zusters, ik beeld mij niet in dat ik het al in mijn bezit heb. Alleen dit: vergetend wat achter me ligt en me richtend op wat voor me ligt, streef ik naar het doel: de prijs van de hemelse roeping, die God in Christus Jezus tot mij richt.
WB

Broeders en zusters, ik beeld me niet in dat ik het al heb bereikt, maar één ding is zeker: ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt. Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus roept.
NBV

Filippenzen 3:13,14

Eén ding doe ik:
vergetende hetgeen achter mij ligt …
me uitstrekkend naar hetgeen voor mij ligt …
ik jaag naar …

Waakzaamheid …

Vergeten, uitstrekken, jagen, waakzaam zijn.
Dit zijn de woorden die er voor mij uitspringen en tegelijk bid ik: Heer, laat mij zien hoe en waar dat geldt voor mijn leven. Laat mij zien wat U wilt dat ik hiervan leer. Laat mij zien wat dit voor mijn leven betekent.’

Hoewel ik niet beter weet dan dat ik een kind van God ben, is het verlangen naar en het groeien in geloof tot volwassenheid iets van de laatste jaren.
Om heel eerlijk te zijn was ik hiervoor bang; ja, bang, omdat bij het groeien in geloof ook verantwoordelijkheid hoort en dat hield voor mij weer in dat ik ook daarover weer verantwoording af zou moeten leggen bij God.
En daar was ik maar wat bang voor.
Ik wilde liever gewoon kind blijven, dan had ik ook niet zoveel verantwoording en waren er minder dingen waarvoor ik Hem later verantwoording af zou moeten leggen.
Ik had soms al moeite genoeg om zo staande te blijven in mijn geloof, want met mijn op en neer gaande gevoelsleven, ging immers mijn geloof ook op en neer.
Mijn leven bestond uit bergen en dalen; hoge bergtoppen, maar ook zeer diepe dalen.
Wat was dat moeilijk!
Nog meer kon ik er echt niet bij hebben.
Deze diepe leugen heeft mij jaren verblind.
Soms gaan mijn gedachten nog naar deze tijd terug en kijk ik naar waar ik toen was en waar ik nu ben.
En heel soms komt de oude angst weer om de hoek omdat ik bang ben om te falen, om fouten te maken en dan moet ik mezelf soms weer even streng toespreken en me richten op wat voor me ligt en niet op wat achter me ligt.

Vergetende hetgeen achter mij ligt.
Paulus heeft niet bepaald een verleden waar hij trots op kan zijn.
Hoewel hij dacht goed te doen, vervolgde hij de eerste christenen.
Hij paste op de jassen van hen die Stefanus stenigden omdat hij in de Here Jezus geloofde en hij was het er mee eens dat Stefanus gestenigd werd.
En van daaruit vervolgde hij en bedreigde velen met dood en gevangenis.
Op zijn reis naar Damascus werd hij echter zelf door Christus gegrepen en vanaf die tijd veranderde zijn leven van vervolger in apostel.
Paulus bleef niet steken in zijn verleden.
Christus heeft hem vergeven en van daaruit mag hij een nieuw leven beginnen.
En dat is wat Paulus dan ook met hart en ziel doet.
Hij zal vast nog weleens terug hebben gedacht aan wat hij heeft gedaan, maar het beheerste zijn leven niet, hij leefde niet vanuit zijn verleden.
Alles wat hij nu deed was ook geen inlossing van zijn  schuld over wat hij had gedaan.
Nee, hij weigerde om zijn leven laten te beheersen door zijn verleden en richtte zich op de taak die Jezus hem gegeven had en op hetgeen in de toekomst voor hem was weggelegd.
Paulus is daarmee een voorbeeld voor ons, om, wat voor verleden we ook hebben, het achter ons te laten.
Schuldgevoelens over wat we hebben gedaan of over wat er is gebeurd, komen niet van God, maar van de boze.
Ze zullen weerhouden van hetgeen God ons gegeven heeft om te doen en te zijn: een lichtend Licht zijn en een zoutend zout.
Schuldgevoelens leggen ons lam en zorgen ervoor dat we niet verder kunnen groeien in geloof en vertrouwen.
Met het opgaan in schuldgevoelens over beleden zonden doen we God te kort en afbreuk aan de vergeving die ons is geschonken door de Here Jezus, door Zijn volbrachte werk aan het kruis.
Als God ons vergeeft, vergeeft Hij ons alles en werpt het in de diepte der zee. (Micha 7:19b)
In mijn herinnering komt een kaart met een afbeelding van de zee met daarin het bordje: Verboden te vissen; ik geloof dat het een uitspraak was van Corrie ten Boom.
Wie zijn wij om vergeven zonden weer op te halen?
Hoe zou God dat vinden?
Laten we vergeten wat achter ons ligt en ons uitstrekken naar wat voor ons ligt.

Uitstrekken, ‘me richtend op’ zegt een andere vertaling of ‘doe mijn best om te bereiken’.
Paulus deed er alles aan wat in zijn vermogen lag om Christus te leren kennen, om als Christus te worden.
Hij deed er alles aan, om de taak die Christus hem gegeven had, zo goed mogelijk te doen en liet zich daarbij door niets en niemand afleiden of tegen houden.
Hij vergelijk het met het lopen van een wedstrijd.
Er is er maar één die de wedstrijd kan winnen, maar zegt Paulus, we zouden allemaal zo moeten lopen alsof we die ene zijn die de prijs in de wacht gaat slepen. (1 Korinthe 9:24)
Uitstrekken naar Christus, naar Hem leren kennen, Zijn wil doen, meer en meer op Hem gaan lijken, dat moet ook ons streven zijn.
Niet wat ik wil, maar wat Hij wil …
Hij moet wassen, ik moet minder worden …
Net als Paulus alles als vuilnis achten om Hem maar te kennen …
Het kennen van de Here Jezus boven alles zetten, op de eerste plaats …

Hoe moeilijk is dat eigenlijk niet, misschien wel vooral in een tijd als waar wij in leven, waarin van alle kanten op je af komt: Denk om jezelf! Je moet voor jezelf opkomen, assertief zijn! Niet over je heen laten lopen!
Hoe moeilijk is het soms in deze dingen om de juiste weg te bewandelen.
Tenminste, ik vind dat wel.
Soms klinkt mijn stille schreeuw naar de hemel: ‘Heer, en ik dan?’
Ik kan soms zo moeilijk het juiste pad vinden.
Mijn eigen ik staat mij soms nog zo danig in de weg.
Wat kan ik er dan naar verlangen om te zijn als Paulus, maar wat zit mijn eigen karakter me dan nog vaak in de weg.
Toch blijf ik mij uitstrekken naar hetgeen voor me ligt.
En meer en meer merk ik zelfs, ja, ik jaag ernaar, net als Paulus.
Ik jaag naar dat doel, naar die prijs, naar de hemel.
Beetje bij beetje brokkelt er steeds meer van mijn ik af en komt er meer van Hem.
Soms sla ik mijn ogen weleens naar boven en vraag Hem: Heer, waarom ben ik zoals ik ben; soms zo moeilijk in het aannemen van dingen; altijd maar alles willen onderzoeken, overdenken, willen zien, willen …
Dan huil ik zachtjes om de moeilijk persoon die ik mijn eigen ogen ben, maar hoor tegelijk Zijn zachte stem die tegen me zegt: ‘Ik hou van je zoals je bent; je bent Me zo kostbaar, zo waardevol, zo hooggeschat.’
En dan weet ik weer, ja, voor al deze en andere dingen is de Here Jezus gestorven en Hij houdt van mij zoals ik ben.
Hij heeft een doel, een plan met mijn leven en opnieuw strek ik  mij uit naar Hem.
Hem wil ik steeds meer en beter leren kennen.
Ik wil meer en meer op Hem gaan lijken.
Ik wil vasthouden aan wat Hij gegeven heeft en aan het einde van mijn reis wil ik Hem horen zeggen: ‘Welgedaan, Mijn goede en getrouwe dienstknecht.’
Dat is mijn streven.
Dat is mijn doel.
Dat is de strijd die ik wil strijden; de wedloop die ik wil lopen.

Als het einde van zijn leven in zicht is, zegt Paulus: ‘Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden.’ (2 Timotheüs 4:7)
Dat is ook mijn streven.
De goede strijd strijden, de wedloop uitlopen en het geloof behouden.

Ik wil vergeten wat achter me ligt en ik wil mij uitstrekken, ja, jagen, naar wat voor mij ligt, naar de prijs.
En ik wil daarin waakzaam zijn voor de valkuilen die de boze daarin voor mij neerlegt.
Want hij gaat rond als een brullende leeuw op zoek naar wie hij kan verslinden.
Ik wil waakzaam zijn voor gedachten en gevoelens die mij zo makkelijk in beslag kunnen nemen en mij afhouden van mijn doel, mij onderuit willen halen, tegen willen houden, in de afgrond willen doen vallen.
Zo zullen we ongetwijfeld allemaal zo onze eigen dingen hebben waar we waakzaam voor moeten zijn.
Het is goed om ze te kennen, zodat God ons, door Zijn geest, er op attent kan maken en voorkomen kan worden dat we in diepte storten of ons geloof zelfs verliezen.
Laten we net als Paulus de wedloop lopen om de prijs die voor ons ligt in ontvangst te kunnen nemen.




Lieve Vader, ik ben zo blij en dankbaar dat U, die mij zo door en door kent, zoveel van mij houdt.
Soms is het mij bijna onbegrijpelijk, Vader, dat U mij zo ziet, als waardevol en kostbaar en toch is dat wat U zegt in Uw woord over mij.
Ik ben U zo dierbaar, dat U Uw Zoon overgaf om te lijden en te sterven voor mijn zonden.
Wat is mijn leven duur betaald!
Wat is de prijs van mijn leven hoog!
Wat ben ik kostbaar!
Ik ben die U zegt dat ik ben!
Ik kan niet anders, Heer Jezus, dan U volgen.
Ik kan niet anders dan mij uitstrekken naar meer van U.
Ik verlang er zo naar om U meer en meer te leren kennen, meer en meer op U te gaan lijken.
Ik heb nog een lange weg te gaan, maar ik strek mij uit, ja, ik jaag er naar.
Ik verlang om straks voor eeuwig bij U te zijn, op de plaats waar ik hoor.
Laat mij op deze weg waakzaam zijn, Vader; leidt mij door Uw Heilige Geest.
Maak mijn hart zacht en ontvankelijk voor Uw stem, zodat, als er dingen tussen mij en mijn doel komen te staan, U mij daarop kunt wijzen en ik er afstand van kan nemen/doen.
Help mij om mij, net als Paulus, door niets en niemand af te laten leiden om mijn wedloop te lopen.
Opdat ik uiteindelijk net als Paulus ook zal kunnen zeggen: ‘Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden.’

In Jezus’ Naam.

- Amen –




Ik wil de wedloop lopen;
mij uitstrekken
naar wat voor mij ligt.

Ik wil jagen naar het doel,
me richten
op het hemels vooruitzicht.

Wat achter mij ligt wil ik vergeten;
niets mag mijn doel
nog in de weg staan.

Ik wil de wedloop lopen,
en tot eer van Hem,
recht op mijn doel afgaan.

Ik wil meer en meer
op U gaan lijken, o Heer;
alles opzij zetten om U te kennen.
Laat niets mij afleiden
van het doel waarvoor ik ga;
help mij deze wedloop uit te rennen.

©Rita Klapwijk

zondag 12 februari 2012

Week 7 - Een moeilijke taak

Want wij die leven, worden voortdurend aan de dood overgegeven om Jezus' wil, opdat ook het leven van Jezus openbaar wordt in ons sterfelijk vlees.
In ons aardse bestaan worden we om Jezus’ wil voortdurend uitgeleverd aan de dood, om juist zo het leven van Jezus in ons sterfelijk bestaan zichtbaar te laten worden.
2 Korinthe 4:11

Een moeilijke taak …
Het is inmiddels bijna zo’n vijf jaar geleden dat ik eindelijk de bereidheid had om echt  ‘de moeilijke weg’ van een gelovige te gaan waarover Beth Moore deze spreek.

Ik ben altijd een kind van God geweest en heb altijd getracht om naar Zijn wil te leven, zoals dat zo mooi gezegd wordt.
Maar daar zaten verschillende kanten aan.
Enerzijds een stuk krampachtigheid van zo en zo moet het, anders …; en aan de andere kant altijd een stuk angst voor het onbekende; dus vooral niet uitstappen in het geloof en dingen ondernemen of gaan doen, want daar draag je wel verantwoordelijkheid voor en zul je ook verantwoording over moeten afleggen bij God.
Ja, ik ben en was een oprecht kind van God, maar ik leefde heel vaak vanuit de angst dat ik iets zou doen wat verkeerd was.
Zolang ik op eigen terrein was, in mijn eigen huis, of iets samen met anderen, waarin ik geen verantwoordelijkheid had, dan was het wel te doen, maar anders …

In ons gezin zijn heel veel dingen gebeurd; dingen die heel moeilijk waren en veel zorgen en verdriet brachten.
(zie: www.intoyourhands.punt.nl - rubriek ‘Persoonlijk’)
Hele zware jaren die mij, menselijkerwijs gesproken bijna op de rand van de afgrond brachten, maar die juist door God werden gebruikt om mij te brengen op de plaats waar ik bereid werd om ‘de moeilijk weg’ van een gelovige te gaan.
De plaats van mijn eigen wil, mijn eigen leven, op te geven en de weg te gaan die Hij vraagt en wijst.
Mijn hoofd en hart te buigen voor Hem.
Mijn hand in die van Hem te leggen en te zeggen: ‘Hier ben ik, Heer, ik ben bereid Uw wegen te gaan. Niet meer mijn wil, maar Uw wil geschiede.’
Niet mijn angst mag reageren, maar U.

Dit betekende dat ik er voor koos  om niet meer ergens onderuit te komen, maar dat te doen wat Hij op mijn pad bracht.
Dit betekende mijn angsten opzij zetten, ondergeschikt maken aan Zijn wil.
Dit betekende uitstappen, in het geloof en vertrouwen dat Hij voor mij zorgt, ook als ik er niets van merk of voel.
Dit betekende gaan leven in Hem, uit Hem en door Hem.
Het betekende sterven aan mijzelf.
Het betekende worstelen en strijden, tranen van angst, boosheid, …
Het betekent dat ik er nog steeds voor kies om ergens niet meer onderuit te komen, maar te doen en te gaan waar Hij mij zendt, hoe moeilijk en eng ik dat nog steeds soms vind.
De vraag naar mijn bereidheid ligt er iedere dag.

De weg van Gods kinderen is geen makkelijke weg.
Vooral niet als wij gaan uitstappen en ons leven in Zijn dienst gaan stellen.
Als we uitkomen voor ons geloof op plaatsen waar maar weinig andere gelovigen zijn.
Bidden voor je eten in de kantine, in een restaurant, of andere openbare gelegenheden.
Spreken of juist zwijgen.
Vergeven in plaats van haten.
Liefde betonen in plaats van negeren.
Dienen in plaats van gediend worden.
De bewuste andere wang toekeren.
Trouw zijn in plaats van ontrouw.
Niet met gelijke munt terug betalen.
Leven, zoals Jezus leefde.
Bereid zijn de onderste weg te gaan.

En waarvoor?
Omdat we verlangen naar wat ons wacht na dit leven; een leven voor eeuwig bij Hem.
Openbaring 2:7,10b,11,17,26-28;
Openbaring 21:1-7:
‘En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan.
En de zee was er niet meer.
En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.
En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.
En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn.
Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.
En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw.
En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar.
En Hij zei tegen mij: Het is geschied.
Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde.
Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens.
Wie overwint, zal alles beërven, en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn.’

Ja, de taak die wij hebben gekregen is geen makkelijke taak, maar als we bereid zijn om de wedloop te lopen, ‘de moeilijke weg’ van een gelovige te gaan, dan wacht ons, in Christus, iets buitengewoons.




Lieve Vader in de hemel.
Ik wil U boven alles bedanken, dat we deze moeilijke weg niet alleen hoeven te gaan.
U gaf de Heilige Geest als onderpand, als voorschot op onze beloning, onze erfenis, die in de hemel op ons wacht.
Zo bent U iedere dag in ons en bij ons.
Door de kracht van Uw Geest helpt U ons op deze weg.
Het enige wat U van mij, van ons vraagt, is de bereidheid om te gaan en te doen wat U vraagt.
En daarin mogen we zeker weten dat U ons niet zult verlaten, noch begeven.
Maak mijn hart bereid, Heere, om U te volgen al de dagen van mijn leven.

In Jezus ’Naam.

- Amen -




Leven in Hem.
Bereid zijn,
dagelijks te sterven aan mijzelf;
zodat Jezus zichtbaar wordt
in mij.

Leven in Hem.
Mijn hart buigen.
Dagelijks mijn kruis opnemen;
Hem volgen hoe mijn weg
ook zij.

Leven in Hem.
Hem gehoorzaam zijn.
Bereid om moeilijke wegen te gaan;
mijn leven te leven
zoals Hij.

Leven in Hem.
De wedloop lopen
om de prijs te behalen,
die in de hemel wacht
op mij.

©Rita Klapwijk


What grace is mine van Keith en Kristyn Getty