Alleen bij God is stilte voor mijn ziel; mijn redding komt van Hem. Alleen Hij is mijn rots, mijn redding, mijn burcht, hoe zou ik dan bezwijken. Alleen bij God is rust, mijn ziel; ja, van Hem komt wat ik hoop. Alleen Hij is mijn rots, mijn redding, mijn burcht, ik wankel niet, want Hij zal van mijn zijde niet wijken. In God is mijn redding en mijn eer; Ja, mijn sterke rots, mijn toevlucht is Hij, God de Heer. - Amen - Naar Psalm 62:2,3,6,7,8

zondag 15 september 2013

Week 38 - Hulp zoeken

'Maar Jezus antwoordde en zei tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.'
HSV

'Toen gaf Jezus dit antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke wel.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardige mensen tot een nieuw leven te roepen, maar zondaars.’
GNB

Lucas 5:31,32

Ik weet niet hoe jij er over denkt, maar mijn ervaring (en zelfkennis) doen mij constateren dat wij mensen vaak vreselijk eigenwijs zijn en daarnaast vaak ook behoorlijk trots en hoogmoedig.
Allemaal ingrediënten die ons ervan kunnen weerhouden om hulp te zoeken als we die eigenlijk nodig hebben.
Want laten we eerlijk zijn, we zijn toch doorgaans alleen bereid tot het vragen om hulp als we (bijna) stuklopen of niet meer verder kunnen?
Hoe lang gaan we vaak niet door met zelf proberen voordat we naar iemand toegaan en de ander om hulp vragen?
In dat opzicht zijn we vaak net als kleine kinderen: Ikke zelluf doen!
En als we er dan echt niet uitkomen, of het bijna fout loopt, dan …
Maar als het gaat om onze eeuwigheid, om ons leven na dit leven, dan is er niets, maar dan ook niets dat wij zelf kunnen doen om dit te bewerken.
Dan komt alles aan op ‘Genade’.

Jezus spreekt bovenaanstaande woorden op een groot feestmaal dat Levi, een tollenaar, ter ere van Jezus hield. (Lucas 5:27-32)
Levi had gehoor gegeven aan Jezus roep: ‘Kom en volg Mij’, en hij had terstond alles achter zich galaten en was met Jezus meegegaan.
Nu gaf hij een feest ter ere van Jezus en op dat feest had hij heel wat mensen, waaronder andere tollenaars, uitgenodigd.
De Farizeeërs en Schriftgeleerden die dit zagen, staken hun afkeuring niet onder stoelen of banken, maar riepen als het ware de discipelen ter verantwoording: ‘Waarom eten en drinken jullie met  tollenaars en zondaars?’
Met andere woorden: ‘Hoe kunnen jullie; hoe durven jullie.’
Maar het is Jezus (Hij hoorde het dus duidelijk ook) die antwoord gaf : ‘Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.’

Jezus had een bijzondere manier van spreken.
Op de vraag van de Farizeeërs en Schriftgeleerden geeft Hij niet een hele uiteenzetting van waarom Hij gekomen is, maar vergelijkt simpelweg de zondaar met iemand die ziek is en een dokter nodig heeft en dat Hij daarom was gekomen.
O, Jezus kent Zijn pappenheimers zo goed.
Hij doorziet de vrome praatjes, de trots en hoogmoed van de Farizeeërs en Schriftgeleerden, en geeft daarom een antwoord, waarvan wij misschien zouden zeggen dat het een steek onder water is, maar wat zij totaal niet doorhadden, vervuld als zij waren van hun eigendunk.
‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te brengen, maar zondaars.’

Door hun trots en hoogmoed, hun eigenwaan, hadden ze niet eens door hoe het er werkelijk met hen voor stond.
Zij herkenden Jezus daardoor ook niet als de Zoon van God, de Messias, de Beloofde en lang verwachte.
Ze kenden de Schrift, maar ze kenden slechts de letter en waren blind voor de vervulling ervan.

We zijn nu ruim tweeduizend jaar verder en in wezen is er niet veel veranderd.
Ja, wij kennen de boodschap, we weten waarom Hij kwam en voor wie.
We weten dat Hij Zijn leven gaf om het onze te redden, maar nog steeds zijn er vele mensen blind en doof voor deze boodschap.
Dat was toen, dat is nu en dat zal altijd zo zijn.
Maar dit zal altijd de keuze van de mens zelf zijn, want Jezus wijst geen enkel mens af, die met berouw tot Hem komt.

Ja, Zijn woorden waren vol venijn en grimmig over de Farizeeërs en Schriftgeleerden, - adderengebroed noemde Hij hen.
Hij wees hun trotse en arrogante, op uiterlijk vertoon gerichte houding af, maar nooit hen die nederig waren en vol berouw, die in Hem geloofden, Hem wilden volgen.

‘En zo trok Jezus rond door alle steden en dorpen.
Hij onderwees de mensen in hun synagogen, verkondigde hun het grote nieuws over het koninkrijk en genas hen van alle ziekten en kwalen.
Bij het zien van de menigte was Hij zeer met hen begaan, want ze waren als schapen zonder herder, opgejaagd en verzwakt.’
In andere vertalingen staat: ‘… was/werd Hij met innerlijke ontferming over hen bewogen.’ ( Mattheüs 9:36)

Jezus hart was, en is nog steeds, vol innerlijke ontferming bewogen.
Alles om ons heen verandert, niets blijft hetzelfde, maar Zijn woord is, en blijft, waarheid en eeuwig.
Hij is dezelfde, gisteren, heden en tot in alle eeuwigheid!


Lieve Heer Jezus, nog steeds is Uw hart bewogen voor ons mensen en nog steeds is er daarom tijd om tot U te komen met een berouwvol hart, want wie tot U komt met een hart vol berouw, een hart dat beseft U nodig te hebben, neemt U vol innerlijke ontferming aan.
Niemand die zo komt stuurt U weg, maar wordt in liefde ontvangen en aangenomen.
Uw liefde, Uw vergeving, Uw genade is zo groot, zo groot …
Maar we leven in een wereld, Heer Jezus, waar men U steeds minder denkt nodig te hebben.
Een wereld, waarin wat U voor ons heeft gedaan, naar de achtergrond verdwijnt, ja, zelfs bestempeld wordt als ‘alleen een leuk verhaaltje’ en waar vele mensen niet eens meer weten waarom ze vrij zijn als het Pasen is.
We leven in een wereld waarin alles draait om zelfrecht, zelfbeschikking.
Een wereld waarin U meer en meer verdreven wordt uit scholen, politiek, …; ja, zelfs uit kerken.
Vergeef ons, Uw kinderen, Heer Jezus, dat wij dit soms gewoon laten gebeuren en ik bid U voor onze wereld, voor de mensheid, voor ons land, ons volk, voor Uw volk, dat U ogen opent.
We kunnen niet zonder U, Heer, Jezus, we gaan verloren zonder U.
Open ogen, open harten, breng tot inkeer voor het te laat is en spoor ons Uw kinderen aan om te vertellen van U.
De oogst is groot, zegt U in Uw woord, maar de arbeiders weinig; doe ons onze verantwoordelijkheid beseffen en opnemen waar we kunnen.
In Jezus’ Naam bid ik U dit, Vader, in Jezus’ Naam smeek ik U dit.

- Amen - 


Niemand die tot U komt, Heer Jezus,
met een hart vol berouw
zal door U worden afgewezen.
Niemand die komt
om vergeving te ontvangen
wordt door U doorverwezen.
Niemand die komt
met een oprecht, zoekend hart,
wordt aan een ander toegewezen.

Wie zo tot U komt, Heer Jezus,
wordt met vreugde ontvangen
en in liefde aangenomen.
Zonden worden vergeven,
en Uw liefdevolle genade
zal een ieder doorstromen.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

Geen opmerkingen:

Een reactie posten