Alleen bij God is stilte voor mijn ziel; mijn redding komt van Hem. Alleen Hij is mijn rots, mijn redding, mijn burcht, hoe zou ik dan bezwijken. Alleen bij God is rust, mijn ziel; ja, van Hem komt wat ik hoop. Alleen Hij is mijn rots, mijn redding, mijn burcht, ik wankel niet, want Hij zal van mijn zijde niet wijken. In God is mijn redding en mijn eer; Ja, mijn sterke rots, mijn toevlucht is Hij, God de Heer. - Amen - Naar Psalm 62:2,3,6,7,8

zondag 29 september 2013

Week 40 - De boeien verbreken

'Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten.'
HSV

'Christus heeft ons bevrijd om in vrijheid te leven. Houd dus stand en buig u niet opnieuw onder het juk van de slavernij.'
GNB

Galaten 5:1


Mijn wortels liggen in de Chr. Gereformeerde Kerk en dan wel de ‘zware’ versie om maar met die termen te spreken.
Hetgeen dus betekent dat ik opgegroeid ben in de sfeer van ‘ge- en verboden.’
Nu moet ik zeggen dat mijn ouders niet zo strikt waren als wat de kerk voorschreef, maar met elkaar genoeg om mij wel dit gevoel te geven.
Hoewel het geloof van kleins af aan heel belangrijk voor mij was, stond het wel meer in het teken van wetticisme, dan in vrijheid en vreugde.
Maar wat ik in onze eigen kerk niet vond, vond ik wel in een andere, maar dat mocht er alleen maar naast natuurlijk, dus ik deed bijna alles dubbel.
’s Morgens na de kerkdienst naar de zondagsschool van onze eigen kerk en ’s middags naar die van de Herv. Kerk, later naar de jeugdvereniging van onze eigen kerk, maar ook naar de Bijbelstudiegroep van de Vergadering der Gelovigen.
En, niet op vakantie, maar wel naar de kinder-, junioren-, jeugdkampen van de NCGB.

Mijn heerlijkste, mooiste en fijnste herinneringen aan deze kerk liggen meer in de privé dingen.
Mijn vader was organist van onze kerk en zaterdags ging hij vaak ’s middags spelen op het orgel in de kerk.
Ik ging regelmatig met hem mee; heerlijk vond ik die lege kerk met haar prachtige akoestiek.
Zingen was mijn lust en mijn leven en zaterdags speelde mijn vader gewoon ritmisch in plaats van hele noten, en ook iets anders dan alleen maar Psalmen en ik genoot van het samen spelen en zingen met mijn vader.
Als mijn broertjes ook meegingen(of één van hen), speelden wij ook regelmatig kerkje.
Nu konden we de kansel op, ‘dopen’, collecteren, vooral de collectezakken aan die lange stokken waren erg favoriet.
Maar het heerlijkste voor mij was het vrij en uit volle borst kunnen zingen.
Later toen ik naar Vlaardingen ging voor mijn opleiding Ziekenverzorgster, ging ik ook daar automatisch naar de Chr. Gereformeerde Kerk.
Toen de dominee op huisbezoek kwam (ivm. Belijdenis) en mijn gitaar zag staan, werd hij niet echt vrolijk.
Nog hoor ik hem vragen: ‘Wat speel je daarop?’
En toen het geen Psalmen bleken te zijn, werd hij nog minder blij.
Ook de eerste jaren van ons huwelijk kerkten wij in de Chr. Gereformeerde Kerk.
Maar het feit dat wij regelmatig niet ’s avonds in de kerk waren (al onze familie woonde buiten onze woonplaats, dus …) was toch wel een lichtelijk probleem.
Het avondmaal werd echter het grootste struikelblok voor mij en uiteindelijk hebben wij deze kerk verlaten, omdat ik te bang werd om nog avondmaal te vieren.
‘Wie verkeerd eet en drinkt …’
Angst voor God, voor het avondmaal, waren voor mij genoeg reden om weg te gaan, want als er één ding was wat in mijn ogen niet klopte met geloven, dan was het wel een leven in angst voor God.
Uiteindelijk kwamen we terecht in de gemeente waar we nu nog steeds zijn; een Evangeliegemeente.
Ik kan je wel vertellen, dat er in mij heel wat strijd heeft plaatsgevonden om alles een plekje te geven.
Achtentwintig jaar in één kerk vlak je niet zomaar uit.
Ik weet nog wel hoe schuldig en zondig ik mij voelde, toen ik voor de eerste keer een lange broek aandeed naar de kerk.
Doodongelukkig voelde ik me, want dat mocht immers niet!
Heel bewust heb ik toen voor heel lange tijd iedere zondag een lange broek aan gedaan naar de kerk, simpelweg om van dat gevoel af te komen, want ik was(ben) ervan overtuigd, dat God niet die lange broek bedoeld, maar het kleden als een man.
Maar ik bemerkte ook dat, hoe vrij (van die wetjes etc. waar de zware kerken van beticht worden) Evangelische- en Pinksterkringen zich ook voordoen, zij eigenlijk precies hetzelfde doen, alleen met andere ge- en verboden.
Er was zelfs een moment dat ik daarop redelijk stukliep en het gevoel had dat ik de ene kerk met ge- en verboden ingewisseld had voor de andere.
Vooral de panische manier waarop men met rokers omging vond ik verschrikkelijk.
Ik denk dat ik wel kan zeggen dat roken over het algemeen doodzonde nummer één is in deze kringen.
Zoals je daarop kan worden aangevallen is gewoon verschrikkelijk.
Ja, toen rookte ik nog en het is zeker niet dankzij hen dat ik gestopt ben, want met iedere aanval had ik de neiging om er juist nog eentje op te steken.
En ach, zo waren er nog wel meer van die dingen waardoor ik dat gevoel kreeg.
Het was niet makkelijk om daar mijn weg in te vinden en vrij te worden van alles wat ik van vroeger uit had meegekregen en wat men nu vertelde/leerde.
Beide kanten, evangelisch en reformatorisch, hebben hun goede en minder goede kanten; van beide kunnen we leren.
En zo ben ik jaren aan het worstelen en strijden geweest om vrij te worden van alles wat mij bond.
De grootste stap die ik deed in dit alles, was wel mijn doop door onderdompeling.
Ja, ik ben als baby gedoopt, maar na een lange strijd ervoer ik dat God dit van mij vroeg.
Het was een heel heftige tijd, waarin de twee werelden met elkaar botsten.
Mijn angst voor de reactie van mijn vader en het willen doen van Gods wil.
Het willen doen van Gods wil won het van mijn angst en met de keuze kwam er opnieuw een stukje vrijheid in mijn leven.

Een vers uit mijn doopgedicht zegt wat ik ervoer met mijn keuze voor de doop door onderdompeling:
‘En nu mag ik hier voor uw aangezicht staan.
'k Leg mijn leven in Uw doorboorde handen.
Voor altijd zal ik samen met U door 't leven gaan.
Verbroken zijn de geketende banden.’


‘Verbroken zijn de geketende banden.’
Nog nooit heb ik me zo vrij gevoeld als op het moment dat ik uit het water omhoog kwam na de doop.
Voor een moment wist ik niet alleen wat het betekende om vrij te zijn in Hem, maar ervaarde die vrijheid ook.
Mijn dooplied was ‘Liefdevol’ (Opwekking 550) dat spreekt over liefde en vrijheid, over vreugde en kostbaarheid, over angst die verdwijnt in een leven dicht aan Zijn hart.
O, dit lied was mij op het lijf geschreven; waren/zijn de woorden van mijn hart.

Liefdevol, trekt U mij dicht aan Uw hart
als we samen zijn.
Door Uw bloed, wast U mij witter dan sneeuw
en nu ben ik vrij.


U behoor ik toe;
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij


Neem mijn hart, maak het een deel van Uzelf,
laat ons samen zijn.
Angst verdwijnt, als ik Uw liefde ervaar,
door U ben ik vrij.


U behoor ik toe.
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij.


U behoor ik toe.
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij.


Jezus, vreugde van mijn hart
Jezus, vreugde van mijn hart
Jezus, vreugde van mijn hart
Jezus, vreugde van mijn hart


U behoor ik toe.
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij.


U behoor ik toe.
Heer, ik heb U lief
en boven alles volg ik U.
Vreugde van mijn hart.
Kostbaarder dan goud.
Ik leef voor U, want U houdt van mij.


Als het dan nu gaat over vrij zijn, je niet opnieuw een slavenjuk op laten leggen, de boeien verbreken, vrij zijn van elke gebondenheid, ervaar ik met het opschrijven van deze herinneringen een heerlijke vrijheid.
Ik ben God zo dankbaar.

Want één ding is zeker: God wil dat we vrij zijn, vrij in Christus Jezus.
Vrij van, in mijn geval, van angst en de gebondenheid van wat mensen zeggen en denken (over mij).
Er zijn misschien nog wel meer dingen, gebondenheid/gebonden zijn, gaat veel verder en dieper dan we soms zelf door hebben, of omvat veel meer dingen dan we soms beseffen.
Voor mij is het belangrijkste dat ik me richt op wat God zegt in Zijn woord, dat vast te houden en daarnaar te leven.
Ik hoor wat er gepredikt wordt, ik denk daar over na, maar toetst het aan Gods woord, want dat is en blijft mijn leidraad, en wat Zijn Geest mij laat zien.
Want ik geloof ook, dat als God iets van mij wil, van mij vraagt, Hij dat ook door Zijn Geest aan mij zal laten zien, en/of duidelijk maken.
En ja, soms gebruikt God daar ook zeker mensen voor, maar dan zal Hij het ook in mijn hart uitwerken.

'Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn.' (Johannes 8 : 36)
Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten.

Het is dus aan mij, aan ons, om er voor te waken, dat we ons niet opnieuw een slavenjuk op laten leggen, maar ons laat leiden door Hem, door Zijn Geest en Zijn woord, zodat we vrij zullen zijn en blijven in Christus.
Niet om maar te kunnen doen wat wij willen, maar om Zijn wil te kunnen volbrengen.
Te leven tot Zijn eer en glorie.


Lieve vader in de hemel.
Leven in de vrijheid die we door de Here Jezus hebben ontvangen is zo heerlijk, zo mooi, maar tegelijk soms zo moeilijk vast te houden.
Soms denken we dat we vrij zijn, maar hebben in het geheel niet door hoe gebonden we zijn, want het kunnen dingen zijn, die we helemaal niet zien als gebondenheid.
O, wat hebben we Uw Heilige Geest nodig.
Uw Geest van wijsheid en inzicht om ons te laten zien waar er nog gebondenheid is in ons leven.
Vooral in ons denken, Vader, kunnen we zo gebonden zijn aan allerlei regeltjes en wetjes, en die ook een ander opleggen.
Houdt ons dicht bij Uw woord en leidt ons door Uw geest van liefde, opdat we ook anderen niet binden met onze zienswijze.
U heeft ons vrijgemaakt, Heer Jezus, help ons om onszelf niet weer een slavenjuk op te leggen of laten leggen.
Leer ons leven in Uw vrijheid tot eer en glorie van U.

- Amen -


Heer, Uw woord zegt:
‘Als dan de Zoon je vrijgemaakt heeft,
zult je werkelijk vrij zijn.
En toch, Heer,
leven we nog zo vaak
in gebondenheid.

Soms zonder dat we het doorhebben
ploeteren we voort,
raken belast en vermoeid;
en strijden iedere dag,
soms een loodzware strijd.

Open onze ogen, Heer,
laat ons zien
waar gebondenheid is
in ons leven
en breng ons terug
in de vrijheid
die we van U
hebben gekregen.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita


Mijn doopgedicht - 'Met Hem begraven en weer opgestaan'

zondag 22 september 2013

Week 39 - Dagelijkse afhankelijkheid

'En wat betreft zijn levensonderhoud: een voortdurend levensonderhoud werd hem door de koning van Babel verstrekt, een dagelijkse hoeveelheid, tot de dag van zijn dood, al de dagen van zijn leven.'
HSV

'In opdracht van de koning van Babel werd dagelijks in zijn onderhoud voorzien, heel zijn leven, tot aan zijn dood.'
WBV

Jeremia 52:34


Het einde van het Kalendertje van Beth Moore is in zicht, nog maar vier bladzijden (waarvan dit er één is) te gaan.
Hierna nog drie weken een stukje en dan …
En dan weet ik het nog niet, al zie ik ook wel even uit naar een rustpauze.
Maar ik laat het aan Hem over, aan wat Hij op/in mijn hart legt, of op mijn pad brengt.


Het is prachtig wat het vers uit Jeremia 52 zegt, maar wat de gegeven tekst ons niet vertelt, is dat hier wel zevenendertig jaren in de gevangenis aan vooraf gegaan zijn.
Jojachin (Jojakin) was de zoon van Jojakim en was door koning Nebukadnezar gevangen genomen.
Na zijn overlijden verleende zijn zoon, die hem opgevolgd was, Jojachin gratie; hij haalde Jojachin uit de gevangenis en gaf hem een ereplaats onder alle koningen die in Babel waren.
Jojachin hoefde geen gevangeniskleding meer te dragen, en at voortaan aan de tafel van de koning van Babel.
Vanaf die dag voorzag de koning van Babel in het levensonderhoud van deze koning tot aan zijn dood toe.

‘Hoewel de nacht van de beproeving heel lang kan duren, moeten we toch niet wanhopen.
De dag zal ten laatste aanbreken.
Jojachin was zevenendertig jaren lang een gevangene, opgesloten, in verachting, sinds hij achttien jaar oud was.
Laten zij van wie de beproevingen langdurig worden, moed putten uit dit voorbeeld.


Het is niet tevergeefs om te hopen en stil te wachten op het heil des Heeren.’

Matthew Henry

‘Laten zij van wie de beproevingen langdurig worden, moed putten uit dit voorbeeld.’
Kunnen wij moed putten uit dit voorbeeld?
Ik vind het heel wat, wat Matthew Henry hier schrijft.
Moed putten uit een voorbeeld waarbij de betreffende persoon zevenendertig jaar in de gevangenis heeft doorgebracht voordat hij uiteindelijk gered werd.
Ik weet niet hoe het bij jou is, maar die zevenendertig jaren liggen me toch wel behoorlijk zwaar op de maag.
Zevenendertig jaar leven in beproeving; of dat nu de gevangenis is waarin Jojachin zat, of wat anders, die zevenendertig jaar is als een enorme berg waar ik tegen aan kijk en die het andere, de redding, wil overheersen.
Woorden als ‘dan hoeft het ook eigenlijk niet meer’; ‘z’n leven is dan toch al meer dan voorbij’ komen op in mijn gedachten, terwijl ik dat in wezen natuurlijk helemaal niet zou menen en ook helemaal niet zo is.

Maar ik weet waar het hier om draait, ik weet wat Matthew Henry bedoelt.
De vraag is: waar kijken we naar als we dit lezen, waar richten we onze aandacht op, wat laten we de boventoon voeren?
Zijn het die zevenendertig jaren of de redding die toch kwam?
Het hangt ongetwijfeld af van je persoonlijkheid, je karakter, je omstandigheden, hoe je in het leven staat, wat je antwoord zal zijn.
Iemand met een opgeruimd karakter, bij wie het glas half vol is in plaats van half leeg, zal eerder het positieve zien , dan iemand die wat zwaarmoediger is van karakter.
Ook in welke omstandigheden je op dit moment verkeert, kunnen je antwoord beïnvloeden.
Onze gevoelens beheersen vaak hoe we met dingen omgaan of hoe we ergens op reageren.
Maar zoals we allemaal wel weten zijn gevoelens bedrieglijk en kunnen ons blind maken voor de waarheid.
En zoals zo vaak het geval is als het om geloven gaat, komt het aan op welke keuze wij maken.
Kiezen wij ervoor om te zien op die zevenendertig jaar van gevangenschap, of kiezen we ervoor om te zien op de redding die God toch bracht?

Wat laten we overheersen in dit verhaal?
Wat nemen we mee als voorbeeld voor ons eigen persoonlijke leven?
Staren we ons blind op het feit dat God dus iemand zevenendertig jaar in een beproeving kan laten zitten, en willen we zo’n God niet, of zien we dat God nooit iemand vergeet en dat Hij redding brengt?
Erkennen we Zijn grootheid, Zijn macht, Zijn soevereiniteit, volledig of alleen maar op momenten dat het ons voorspoedig gaat?

Gods gedachten zijn niet onze gedachten, en onze wegen zijn niet Gods wegen, Zijn gedachten, Zijn wegen zijn hoger dan onze gedachten en onze wegen. (Jesaja 55:8,9)
Erkennen we dit?
En doen we dat ook als de beproevingen langer duren, laten we zeggen zo’n zevenendertig jaar?

Er staat niets geschreven over hoe Jojachin eraan toe was, hoe het voor hem was al die tijd in de gevangenis, wat zijn gedachten en gevoelens waren toen hij na zevenendertig jaar uit de gevangeis werd gehaald.
Er staat alleen maar dat hij bevrijd werd en dat hij de rest van zijn leven mocht doorbrengen aan de tafel van de koning.
Voor ons mensen zijn gevoelens, het weten van het hoe en waarom, de achterliggende dingen, zo belangrijk.
Maar God vraagt van ons om Hem gewoon te vertrouwen, altijd en in elke omstandigheid en ongeacht hoe lang dingen duren.
Als Hij langdurige beproevingen in ons leven toelaat, dan past dat in Zijn plan.
En daarin is vaak geen antwoord op het waarom
Geen antwoord op waarom de één zoveel en zolang en bij de ander niets, of ogenschijnlijk nauwelijks iets.
God is God; hoger, groter, machtiger dan wij ons kunnen voorstellen.
Buigen we voor Hem of trotseren we Hem?
Erkennen we Hem of komen we in opstand tegen Hem?
Nederig of hoogmoedig?
Gehoorzaam of ongehoorzaam?

Regelmatig met het schrijven van dit stukje gaan mijn gedachten naar Jozef.
Ook hij rolt van de ene ellende in de volgende ellende.
Zijn veilige en bevoorrechte leventje als lievelingetje van zijn vader verandert drastisch van de één op de andere dag als hij door zijn broers in de put wordt gegooid en vervolgens wordt verkocht als slaaf en uiteindelijk ook in de gevangenis belandt.
Hoeveel jaren gingen er ook niet bij hem voorbij, voordat hij uiteindelijk onderkoning werd?

En Mozes?
Hoelang heeft hij niet in de schapen gehoed van zijn schoonvader voordat hij het volk Israël uit Egypte mocht leiden?

God gebruikt beproevingen, ja, zelfs jaren van beproevingen om Zijn plannen te volvoeren en het is vaak niet aan ons om te begrijpen of te weten waarom.
God vraagt ons om Hem te vertrouwen op grond van wat Hij door alle eeuwen heen heeft gezegd, beloofd en gedaan.
Daarvoor is het  nodig dat we ons bewust zijn, bewust worden, van Zijn grootheid, van Zijn macht, van wie Hij is en van wat Hij heeft gedaan!
Hij is bij ons, ook al ervaren wij dit niet!
Hij zorgt voor ons, ook al zien wij dit niet!
Hij heeft ons de Here Jezus gegeven en met Hem de kracht in ons die Hem deed opstaan uit de dood!

‘… en wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte …’
Efeze 1:19,20

Durven, willen we, in alles afhankelijk te zijn van Hem?
Accepteren we Zijn leiding in en over ons leven, ook als het gaat om dingen die in het geheel niet prettig zijn en soms zelfs jaren voortduren?
Geloven we dat echt alles in Zijn hand is, goede en slechte dagen, en dat Hij daarin en daarbij is, ongeacht wat onze gevoelens zeggen?
Zijn we bereid om ons te onderwerpen aan Hem, de schepper van hemel en aarde en te erkennen dat Hij en Hij alleen HEER is?

‘Laten zij van wie de beproevingen langdurig worden, moed putten uit dit voorbeeld.
Het is niet tevergeefs om te hopen en stil te wachten op het heil des Heeren.’

Ja, laten we er voor kiezen om moed te putten uit dit voorbeeld, want het laat ons zien dat God ons nooit vergeet; nooit zullen we te vergeefs hopen en wachten op Zijn hulp, op Zijn redding.


Lieve Vader in de hemel.
Als we werkelijk gaan zien wie U bent, dan beseffen we pas echt hoe afhankelijk we ook zijn van U.
Dan pas gaan we beseffen hoe nietig en klein wij mensen eigenlijk zijn en hoe bijzonder het eigenlijk is, dat U naar ons omziet.
Dat U, ondanks wat wij doen, wat voor puinhoop wij er ook van maken, voor ons zorgt en ons helpt.
Jojachin deed van alles wat niet goed was in Uw ogen en hij bracht zevenendertig jaar door in de gevangenis, maar U vergat hem niet.
U zag Jozef in de put, maar ook in de gevangenis.
U zag Mozes in de woestijn bij de kudde van zijn schoonvader.
U ziet ons, waar we ons ook bevinden en in elke omstandigheid.
En U zorgt, helpt, leidt, volvoert Uw plannen.
Lieve Vader, leven in dagelijkse afhankelijkheid van U kunnen we alleen als we beseffen, en erkennen, wie U bent en onszelf zien zoals we zijn: zondig en onrein, nietig en klein.
Niet meer dan een stofje, als een bloem in het gras die afvalt en door de wind wordt meegenomen.
En toch, zegt Uw woord ons, heeft U hem bijna goddelijk gemaakt!
Lieve Vader, vergeef ons als we boos en opstandig worden als het leven tegenzit of beproevingen lang(er) duren.
Vergeef ons, open onze ogen voor Uw waarheid en leer ons daarin te wandelen, te leven.
Dat niet ons gevoel, of wat we horen of zien zal regeren in ons hart, maar U, Uw woord, Uw waarheid.
Doe ons beseffen welk een grote kracht U ons heeft gegeven en leer ons om vanuit die kracht te leven.
Uw Geest is in ons! Uw Geest is in ons!
Ik buig mij voor U, Vader, voor wie U bent, voor Uw plannen, voor Uw gedachten, voor Uw wegen.
Dank U wel, dat ik nooit te vergeefs zal hopen en wachten op Uw hulp, op Uw redding!
Dank U wel, Vader, dank U wel!
Ik prijs Uw Naam!

- Amen -


Maak mij, bewust, o Heer,
van wie U werkelijk bent.
Leer mij U kennen zoals ik
U nog nooit heb gekend.

Open mijn ogen, doe mij zien,
de grootheid van Uw macht,
en open mijn oren, doe mij horen,
Uw woorden, vol van kracht.

Doe mij beseffen, o Heer,
wie U werkelijk bent.
En leer mij U te vertrouwen
alle dagen, ja, elk moment.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 15 september 2013

Week 38 - Hulp zoeken

'Maar Jezus antwoordde en zei tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.'
HSV

'Toen gaf Jezus dit antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke wel.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardige mensen tot een nieuw leven te roepen, maar zondaars.’
GNB

Lucas 5:31,32

Ik weet niet hoe jij er over denkt, maar mijn ervaring (en zelfkennis) doen mij constateren dat wij mensen vaak vreselijk eigenwijs zijn en daarnaast vaak ook behoorlijk trots en hoogmoedig.
Allemaal ingrediënten die ons ervan kunnen weerhouden om hulp te zoeken als we die eigenlijk nodig hebben.
Want laten we eerlijk zijn, we zijn toch doorgaans alleen bereid tot het vragen om hulp als we (bijna) stuklopen of niet meer verder kunnen?
Hoe lang gaan we vaak niet door met zelf proberen voordat we naar iemand toegaan en de ander om hulp vragen?
In dat opzicht zijn we vaak net als kleine kinderen: Ikke zelluf doen!
En als we er dan echt niet uitkomen, of het bijna fout loopt, dan …
Maar als het gaat om onze eeuwigheid, om ons leven na dit leven, dan is er niets, maar dan ook niets dat wij zelf kunnen doen om dit te bewerken.
Dan komt alles aan op ‘Genade’.

Jezus spreekt bovenaanstaande woorden op een groot feestmaal dat Levi, een tollenaar, ter ere van Jezus hield. (Lucas 5:27-32)
Levi had gehoor gegeven aan Jezus roep: ‘Kom en volg Mij’, en hij had terstond alles achter zich galaten en was met Jezus meegegaan.
Nu gaf hij een feest ter ere van Jezus en op dat feest had hij heel wat mensen, waaronder andere tollenaars, uitgenodigd.
De Farizeeërs en Schriftgeleerden die dit zagen, staken hun afkeuring niet onder stoelen of banken, maar riepen als het ware de discipelen ter verantwoording: ‘Waarom eten en drinken jullie met  tollenaars en zondaars?’
Met andere woorden: ‘Hoe kunnen jullie; hoe durven jullie.’
Maar het is Jezus (Hij hoorde het dus duidelijk ook) die antwoord gaf : ‘Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.’

Jezus had een bijzondere manier van spreken.
Op de vraag van de Farizeeërs en Schriftgeleerden geeft Hij niet een hele uiteenzetting van waarom Hij gekomen is, maar vergelijkt simpelweg de zondaar met iemand die ziek is en een dokter nodig heeft en dat Hij daarom was gekomen.
O, Jezus kent Zijn pappenheimers zo goed.
Hij doorziet de vrome praatjes, de trots en hoogmoed van de Farizeeërs en Schriftgeleerden, en geeft daarom een antwoord, waarvan wij misschien zouden zeggen dat het een steek onder water is, maar wat zij totaal niet doorhadden, vervuld als zij waren van hun eigendunk.
‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te brengen, maar zondaars.’

Door hun trots en hoogmoed, hun eigenwaan, hadden ze niet eens door hoe het er werkelijk met hen voor stond.
Zij herkenden Jezus daardoor ook niet als de Zoon van God, de Messias, de Beloofde en lang verwachte.
Ze kenden de Schrift, maar ze kenden slechts de letter en waren blind voor de vervulling ervan.

We zijn nu ruim tweeduizend jaar verder en in wezen is er niet veel veranderd.
Ja, wij kennen de boodschap, we weten waarom Hij kwam en voor wie.
We weten dat Hij Zijn leven gaf om het onze te redden, maar nog steeds zijn er vele mensen blind en doof voor deze boodschap.
Dat was toen, dat is nu en dat zal altijd zo zijn.
Maar dit zal altijd de keuze van de mens zelf zijn, want Jezus wijst geen enkel mens af, die met berouw tot Hem komt.

Ja, Zijn woorden waren vol venijn en grimmig over de Farizeeërs en Schriftgeleerden, - adderengebroed noemde Hij hen.
Hij wees hun trotse en arrogante, op uiterlijk vertoon gerichte houding af, maar nooit hen die nederig waren en vol berouw, die in Hem geloofden, Hem wilden volgen.

‘En zo trok Jezus rond door alle steden en dorpen.
Hij onderwees de mensen in hun synagogen, verkondigde hun het grote nieuws over het koninkrijk en genas hen van alle ziekten en kwalen.
Bij het zien van de menigte was Hij zeer met hen begaan, want ze waren als schapen zonder herder, opgejaagd en verzwakt.’
In andere vertalingen staat: ‘… was/werd Hij met innerlijke ontferming over hen bewogen.’ ( Mattheüs 9:36)

Jezus hart was, en is nog steeds, vol innerlijke ontferming bewogen.
Alles om ons heen verandert, niets blijft hetzelfde, maar Zijn woord is, en blijft, waarheid en eeuwig.
Hij is dezelfde, gisteren, heden en tot in alle eeuwigheid!


Lieve Heer Jezus, nog steeds is Uw hart bewogen voor ons mensen en nog steeds is er daarom tijd om tot U te komen met een berouwvol hart, want wie tot U komt met een hart vol berouw, een hart dat beseft U nodig te hebben, neemt U vol innerlijke ontferming aan.
Niemand die zo komt stuurt U weg, maar wordt in liefde ontvangen en aangenomen.
Uw liefde, Uw vergeving, Uw genade is zo groot, zo groot …
Maar we leven in een wereld, Heer Jezus, waar men U steeds minder denkt nodig te hebben.
Een wereld, waarin wat U voor ons heeft gedaan, naar de achtergrond verdwijnt, ja, zelfs bestempeld wordt als ‘alleen een leuk verhaaltje’ en waar vele mensen niet eens meer weten waarom ze vrij zijn als het Pasen is.
We leven in een wereld waarin alles draait om zelfrecht, zelfbeschikking.
Een wereld waarin U meer en meer verdreven wordt uit scholen, politiek, …; ja, zelfs uit kerken.
Vergeef ons, Uw kinderen, Heer Jezus, dat wij dit soms gewoon laten gebeuren en ik bid U voor onze wereld, voor de mensheid, voor ons land, ons volk, voor Uw volk, dat U ogen opent.
We kunnen niet zonder U, Heer, Jezus, we gaan verloren zonder U.
Open ogen, open harten, breng tot inkeer voor het te laat is en spoor ons Uw kinderen aan om te vertellen van U.
De oogst is groot, zegt U in Uw woord, maar de arbeiders weinig; doe ons onze verantwoordelijkheid beseffen en opnemen waar we kunnen.
In Jezus’ Naam bid ik U dit, Vader, in Jezus’ Naam smeek ik U dit.

- Amen - 


Niemand die tot U komt, Heer Jezus,
met een hart vol berouw
zal door U worden afgewezen.
Niemand die komt
om vergeving te ontvangen
wordt door U doorverwezen.
Niemand die komt
met een oprecht, zoekend hart,
wordt aan een ander toegewezen.

Wie zo tot U komt, Heer Jezus,
wordt met vreugde ontvangen
en in liefde aangenomen.
Zonden worden vergeven,
en Uw liefdevolle genade
zal een ieder doorstromen.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita

zondag 8 september 2013

Week 37 - Angst

'De HEERE nu is het Die voor u uit gaat. Hij zal met u zijn. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten.
Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld.'
HSV

'De Heer Zelf zal voor je uittrekken, Hij zal je ter zijde staan.
Hij laat je niet aan je lot over, Hij laat je niet alleen.
Wees dus niet bang, laat je geen schrik aanjagen.'
GNB

Deuteronomium 31:8


Angst, al jaren reis je met me mee.
Soms op de achtergrond verscholen,
soms in alle hevigheid op de voorgrond.
Soms legde je me lam en ontnam me alle moed.
Je hebt me zelfs op de rand van de afgrond gebracht,
me bijna dodelijk verwond.

Angst, al jaren reis je met me mee.
Door jou is mijn leven moeilijk en zwaar.
Soms ben je als een molensteen om mijn nek.
Je hebt maar één wens, één verlangen,
mij beroven van het doel dat God met mij heeft;
mij opsluiten op een afgelegen plek.

Angst, al jaren reis je met me mee …

Angst, al jaren reis je met mij mee,
maar langzaam brokkelt je invloed af,
en wordt jouw plaats kleiner in mijn leven.
Je nagels, worden stukje bij beetje losgetrokken,
en de wonden worden  behoedzaam behandeld
door Degene Die Zijn leven tot genezing heeft gegeven.

‘Als kinderen van God zijn we net zo kwetsbaar
als onze onwil groot is om ons om te draaien
en bij Hem te schuilen.’

Beth Moore

Persoonlijk geloof ik niet dat het altijd onwil is om je niet om te draaien om bij Hem te schuilen.
Ik geloof dat trauma’s soms zo groot kunnen zijn, dat het geen onwil is, maar onmacht;
geen onwil, maar niet kunnen, niet weten hoe.
Dit is iets wat mij in de eerste plaats even van het hart moet bij dit citaat, want soms heb je gewoon hulp nodig, voordat je in staat ben om je om te draaien.
Is het wel mogelijk?
Ja, dat geloof ik wel.
God wil immers niet dat we leven in angst en beven, dat het ons belemmert om iets te doen, wegen te gaan, ons te ontplooien, Hem te zien, zoals Hij werkelijk is.
Maar er kunnen nu eenmaal dingen gebeuren in dit leven die mensen in de gevangenis van angst kunnen brengen.
Ik laat het open of dit onwil is, of onmacht; ik geloof echter wel dat God wel bij machte is om een ieder te bevrijden.
Ik laat het open, omdat ikzelf nog steeds worstel met bepaalde angsten door dingen die vroeger zijn gebeurd en geen kant en klaar antwoord heb op de vraag hoe er dan uit te komen.
Het is een weg die ik samen met God ga en die voor een ieder anders zal zijn.
Voor de één is er bevrijding in één gebed, terwijl een ander zijn gehele leven worstelt.
Eén ding weet ik wel, straks is dat alles allemaal voorgoed voorbij.
Geen angst meer, alle strijd voorbij!
En tot die tijd …

Anders wordt het als God je de mogelijkheid geeft, iets op je pad brengt, om die angst aan te pakken, dan zou het toch wel een beetje dom zijn om dat niet te doen.
Ik wil daarbij ook zeggen, dat ik echt heel, heel erg blij ben met Gods geduld.
Dat Hij niet één keer iets wil geven of laat zien, en als je daar niets mee doet, je dan pech hebt, maar dat Hij soms meerder keren hetzelfde terug brengt op je pad en je zo de tijd en ruimte geeft om je angst onder ogen te zien en om de stappen te kunnen zetten die nodig zijn.
God bracht mij op een gegeven moment een bepaalde cursus onder ogen, waarvan ik ervoer, dat is voor mij.
Niet in de zin van: dat vind ik leuk, of dat past precies bij mij, nee, helemaal niet.
Er was niets bij dat ik leuk vond, en er was niets in die cursus dat bij mij paste, alleen dat het mij zou kunnen helpen om met bepaalde angsten om te gaan en er eventueel van af te komen.
Eigenlijk bestond de cursus overwegend uit dingen waar ik bang voor was, die ik nog nooit had gedaan uit angst voor …?
Ik durfde me echter niet op te geven, angst weerhield me: ik zou daar immers alleen heen moeten …
Hoewel ik wist dat dit een antwoord kon zijn, weerhield mijn angst mij om erop te reageren.
Echter tot driemaal toe kwam dezelfde advertentie mij onder ogen en de derde keer durfde ik geen ‘nee’ meer te zeggen, want ik besefte, dat als hetzelfde drie keer terugkomt, God het kan zijn die mij weleens iets duidelijk zou willen maken.
Toen heb ik gebeld en een afspraak gemaakt; met God en mezelf afsprekende, dat alles wat in die cursus gevraagd werd om te doen, ik het zou doen.
Mede dankzij deze cursus, kwam het begin van genezing van angst.

Inmiddels zijn we bijna 6 jaar verder en wat heb ik, met vallen en opstaan, veel geleerd in deze 6 jaar.
Het belangrijkste echter dat ik geleerd heb, maar tegelijk ook nog moet leren om steeds opnieuw in praktijk te brengen, is, om Gods woord in alles voor ogen te houden.

Na die cursus zijn er heel veel dingen nog gebeurd binnen ons gezin, in mijn leven, waarin angst mij terug had kunnen werpen in haar gevangenis, maar gelukkig, als God ergens aan begint, maakt Hij het ook af.
Tenzij wijzelf het bijltje erbij neergooien en niet bereid zijn het ooit weer op te pakken, voltooit God wat Zijn hand begonnen is te doen.

Gods woord is, ja, hoe moet ik het zeggen, … is mijn alles geworden.
Het was al belangrijk, maar nu werd het mijn wapen, mijn gids, mijn houvast.
Daarin zijn woorden van hoop, van troost, van moed, van kracht.
Daarmee kan ik de leugens van de boze weerleggen, hem de mond snoeren als hij mij belaagd, maar ook mijn gedachten en gevoelens een halt toeroepen als ze mij de verkeerde kant op doen (of dreigen te doen) gaan.
Gods woord is zo kostbaar, ook, of misschien wel juist, als je leven beheerst wordt door angst.

Het meest belangrijkste (voor mij) is wel dat God angst erkent.
Angst is een wezenlijke emotie, net als vreugde, verdriet en pijn.
En angst op zich is niet verkeerd, hoe wij er mee om gaan is waar het om draait.

Niemand kent grotere angst, dan de Here Jezus in de Hof van Gethsemané.
Zijn angst was zo groot, dat Zijn zweet werd als bloed.
Jezus worstelde en streed met Zijn angst; ook hierin is Hij ons voorgegaan!
Laten we dus niet wanhopen, als angst deel is van ons leven, maar opzien naar Degene die ons daarin kan helpen.
Jezus worstelde en streed in Gethsemané, maar Hij deed dat wel samen met Zijn vader.
Hij bleef niet bij Zijn discipelen; Hij sprak niet met hen over Zijn angst.
Hij ging met Zijn angst naar de Enige waarvan Hij wist, Die er iets aan kon doen: Zijn Vader.
En Hij zocht in de stilte van de beginnende nacht het aangezicht van Zijn Vader en stortte Zijn hart uit.
Nee, God nam niet weg wat Hem zoveel angst aanjoeg.
Wat God van Hem vroeg, bleef staan, maar Hij gaf Hem wel de troost, de kracht en de moed, die Hij nodig had om alles aan te kunnen.
God zond een engel om Hem bij te staan.

En dat mogen wij leren van de Here Jezus.
In onze angst zien op Degene die ons kan, wil  en zal helpen.
De Here Jezus koos ervoor om naar Zijn Vader te gaan, zo hebben ook wij een keuze; gaan we met onze angst naar Degene die ons kan helpen, of blijven we zien op wat ons angst aanjaagt?

In mijn gedachten komt het verhaal van Petrus die over het water naar Jezus toe loopt.
Het verhaal staat in Mattheüs 14:22-33.

Als de discipelen van de schrik zijn bekomen doordat ze ontdekken dat het de Here Jezus is, die daar naar hen toe komt, is het de impulsieve Petrus die het uitroept: Heer, als U het bent, laat me dan over het water naar U toe komen.
‘Kom!’, zei Jezus en Petrus, ziende op Jezus, stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe.
Alles gaat goed, zolang zijn ogen gericht zijn op Jezus.
Echter zodra hij zich realiseert hoe hard het waait en daarmee ziet op wat om hem heen gebeurt, zinkt hij.
Meteen steekt Jezus Zijn hand uit en grijpt Petrus vast.
‘Wat is je geloof klein! Waarom twijfelde je?’
O, wat een waardevolle lessen liggen in dit stukje!
Zien op Jezus houdt je staande!
Als wij struikelen/vallen, dan is daar Zijn hand om ons overeind te helpen!
Bid om meer geloof, om een groter geloof, zodat we minder en minder zullen gaan twijfelen.

‘De HEERE nu is het Die voor u uit gaat.
Hij zal met u zijn.
Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten.
Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld.’

Het zijn geen loze woorden, geen loze beloften, die Mozes uitsprak tegen het volk Israël.
Het zijn ook geen loze woorden en beloften voor ons.
Zei de Here Jezus het Zelf ook niet: ‘Ik ben met je alle dagen tot aan de voleinding der wereld!'

Opnieuw spreekt God Zijn woord; nu in het bijzonder tegen een ieder die gebukt gaat onder of leeft  in angst:
‘Ik ga met je mee!
Ik ben bij je, elke dag, elke nacht.
Ik lig ’s nachts niet te soezen, en slapen doe Ik helemaal niet.
Als Ik zeg dat ik bij je ben alle dagen, dan zijn het ook alle dagen; de nachten horen daarbij.
Ik zal je niet loslaten; laat jij Mij dan ook niet los!
Wees toch niet bang!
Laat je geen angst aanjagen!
Ik ben bij je!
Ik ga met je mee; ja, voor je uit om de weg te wijzen, de weg te banen.
Wees niet onwillig als een klein kind kan zijn, maar hef je hoofd omhoog, naar Mij.
Kies!
Kies ervoor om bij Mij te schuilen!
Ik zal je helpen!


Lieve Vader in de hemel.
Dank U wel voor Uw liefde, Uw trouw.
Dank U wel, dat U er bent voor mij, iedere dag.
Dat U met mij meegaat, voor mij zorgt, over mij waakt.
Dank U wel voor Uw geduld met mij in het leerproces van geloof, vertrouwen en gehoorzaamheid.
Dank U wel, voor Uw woord dat U hebt gegeven.
Doe mij Uw woord verstaan, begrijpen, en het gebruiken als het wapen dat U hebt gegeven.
Dank U wel, dat U niet oordeelt en mij maar opgeeft of aan de kant zet als ik zo worstel met angst, of waar dan ook mee, maar dat U mij wilt helpen en daarin soms heel geduldig wacht tot dat ik zover ben om mij te laten helpen.
Dank U wel, dat u mij daarin ook soms gewoon aanspoort, ook dat heb ik soms gewoon nodig: ‘Hup, nu niet meer zeuren en moeilijk doen, maar kom op!’
Dank U wel, Heer Jezus, dat U mij ook hierin bent voorgegaan, dat U weet, nog meer dan ik, wat angst is.
Dank U wel, dat u ook dit op U hebt genomen en aan het kruis hebt genageld, zodat ook hiervoor bevrijding en genezing is.
Dank U wel! Dank U wel! Dank U wel!
Ik bid U zo ook, lieve Vader, voor een ieder die vast zit in de gevangenis van angst.
Die lam zijn geslagen en geen stap meer vooruit of achteruit kunnen, durven.
Ik bid om Uw hulp voor hen; ontferm U vader, Heer Jezus, over hen!
Wees hen genadig!
Kom, Heer Jezus, met Uw Geest in hun angst, in wat hen angst aanjaagt en breng bevrijding, genezing.
Help een ieder van hen om de stappen te zetten die nodig zijn.
Open hun ogen daarvoor en geef hen de kracht en moed om te gaan, of ook hulp in de vorm van een persoon naast hen.
Ontferm U, Vader, ontferm U!
In Jezus’ Naam bid ik U.

- Amen -


Zie op Mij;
houd je ogen op Mij gericht!
Ik ben er
en zal er altijd voor je zijn.
Schuil in de warmte van Mijn Licht.

Wees maar niet bang,
Ik ben bij je, elke dag!
Wees toch niet bang,
je weet toch dat je met alles
bij Mij komen mag!

Niets is Mij vreemd,
niets is voor Mij verborgen!
Kom bij Mij, schuil bij Mij,
Laat Mij toch elk moment
voor je zorgen!

Ik zie hoe je worstelt,
ik zie hoe je strijdt!
Zie toch op Mij;
Ik ben Degene
die helpt, geneest
en bevrijdt!

Wees toch niet bang,
maar laat Mij je helpen!
Vertrouw Mij;
laat Mij je bloedende
wonden stelpen.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita


* Wat voed jij?
(persoonlijk gedachten rond een citaat van Max Lucado over angst uit het boekje 'Vrees niet'; boekje is overigens echt aan te bevelen)

* De uitgestoken hand
(persoonlijke gedachten rond Mattheüs 15:31)

zondag 1 september 2013

Week 36 - Duisternis

'Als wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben en wij toch in de duisternis wandelen, liegen wij en doen de waarheid niet.'
HSV

'Als we zeggen dat we met Hem verbonden zijn, en tegelijk duistere wegen bewandelen, dan liegen we en handelen we in strijd met de waarheid.'
GNB

1 Johannes 1:6


Kind van God, kind van Het Licht.
Zijn je wegen recht voor Zijn aangezicht?
Wandel je in Zijn waarheid, in Zijn licht,
of ben je ergens voor de duisternis gezwicht?

Kind van God, kind van Het Licht.
Kun je recht staan voor Zijn aangezicht?
Verdraagt je leven Zijn niets bedekkend licht,
of toont het waar je voor de boze bent gezwicht?

De bovenaanstaande tekst doet mij deze vragen stellen.
We zijn kinderen van Het Licht; kinderen van Hem die Het Licht is en in wie totaal geen duisternis is.
Maar zijn onze wegen zo, dat ze Zijn Licht kunnen verdragen?
Zijn we echt met Hem verbonden?
Of zeggen we dat we met Hem verbonden zijn en wandelen we tegelijk op duistere wegen?

Satan gaat rond als een briesende leeuw, zegt de Bijbel, op zoek naar wie hij kan verslinden.
Maar hij doet zijn werk ook heel geniepig en gemeen door middel van leugens en bedrog.
De dingen net zo verdraaien dat ze recht lijken, maar in wezen zo krom zijn als een hoepel en haaks staan op wat Gods woord ons zegt.
We hoeven slechts te kijken naar Adam en Eva, naar hoe Jezus werd verzocht in de woestijn.
‘God heeft zeker gezegd …’ (Genesis 3)
‘Als U de Zoon van God bent …; want er staat geschreven dat God Zijn engelen zal sturen en …’  (Mattheüs 4:1-11)
Zolang de boze met de botte bijl hakt, herkennen we hem nog wel als zodanig, maar wat als hij zich vermomd als een engel des lichts?
2 Korinthiërs 11:1-15 laat een andere kant van de satan en zijn dienaren zien.
Sluw en zich voordoend als …
Hierdoor kunnen we soms ongemerkt op verkeerde wegen terecht komen.
Want als de dominee het zegt …
(of voorganger, pastor, evangelist …)

Maar ook de tijd waarin we leven maakt het niet makkelijker om Gods wegen van waarheid en licht te bewandelen.
Overal om ons heen zien we, dat God en Zijn woord verlaten wordt; Hij en Zijn woord verbannen wordt.
Compromissen, onder het mom van ‘om erger te voorkomen’ worden gesloten, terwijl het compromis Gods woord, Gods waarheid, met voeten treedt.
Dingen worden gewoon, moeten kunnen, want iedereen doet het.
Grenzen worden verlegd, want je moet wel met je tijd mee gaan.
God is liefde, en zou niet willen dat …
Vul maar in.

Abortus, homosexualiteit, euthanasie, echtscheiding, …
Schokkend: de reclame op TV voor Second love!
Er wordt gewoon openlijk opgeroepen tot overspel, als iets wat gewoon moet kunnen en de mogelijkheid er toe wordt zo makkelijk gemaakt.
Inspelen op de vraag naar.
Hoever zijn we niet afgedwaald!

Wat kijken we?
Wat lezen we?
Wat doen we?
Waar ligt de scheidslijn in onze keuzes en beslissingen?
Hoe voelen we ons te midden van deze dingen?
Doet het ons nog iets, of laat het ons hart koud?
Welke invloed hebben al deze dingen op ons persoonlijk leven?
Wat doet het met ons?
De Here Jezus zegt in Johannes 17 dat we niet van deze wereld zijn, maar in hoeverre is ons leven inmiddels één geworden met de wereld door de sluwheid waarmee de satan te werk gaat?

Verdragen onze keuzes en beslissingen Gods licht?
Kan de Here Jezus naast ons zitten op de bank en meelezen wat wij lezen, meekijken wat wij kijken, of zouden we, als Hij plotseling in levende lijve naast ons kwam zitten, niet weten hoe snel we ons boek/blad weg moeten leggen, of de zender op TV wegzappen naar een ander net?
Of als een razende het kleine kruisje rechts bovenin ons computerscherm aaklikken?

Hoe kijken we naar elkaar en hoe gaan we met elkaar om?
Wat zeggen we tegen en over elkaar?
Is, zoals Paulus zegt, onze vriendelijkheid bij iedereen bekend?
Hoe is het met onze zelfbeheersing, vergevensgezindheid, geduld, …?
Maken we van ons hart een moordkuil, of …?
Wat leeft er eigenlijk in ons hart?
Komen Gods woord, onze wil en onze handel en wandel wel met elkaar overeen?

De Bijbel zegt:
‘Wie zegt : Ik sta in het licht, en zijn broeder haat, leeft nog altijd in de duisternis. Wie zijn broeder liefheeft, leeft in het licht en komt niet ten val. Maar wie zijn broeder haat, staat in de duisternis en tast in het donker rond.
Hij weet niet in welke richting hij gaat, omdat de duisternis hem blind gemaakt heeft.’
1 Joh. 2:9-11

‘Verlies uw hart niet aan de wereld of aan iets dat bij de wereld hoort.
Als iemand zijn hart verliest aan de wereld, is er in hem geen plaats voor de liefde van de Vader.
Want al het wereldse, alles waarop de mensen hun zinnen zetten en waarvan ze hun ogen niet vanaf kunnen houden en alle aardse zaken waarvan de mensen zo hoog opgeven, dat alles komt niet uit de Vader voort maar uit de wereld.’
1 Joh. 2:15,16

Wie of wat heeft het voor het zeggen in ons leven?
De wereld of Gods woord?
Wat gewoon gevonden wordt of wat afwijkt omdat het van God komt al zoveel jaren geleden?

Het zijn één en al vragen die deze keer bij mij boven komen en die wachten op een antwoord van mij, van ons allen, aan God.
Die wachten om onder de loep genomen te worden, omdat ze eeuwigheidswaarde hebben en een verandering in ons leven kunnen uitwerking.
Een verandering die onze persoonlijke relatie met Hem ten goede komt, omdat ons wel of niet verbonden zijn met Hem hierdoor herstelt kan worden.

Met Hem verbonden zijn, en blijven, is en moet het belangrijkste doel in ons leven zijn.
‘Heb God lief boven alles (met heel je hart, heel je ziel en met heel je verstand) en je naaste als jezelf’  (Mattheüs 22:37-39)

Hoe kunnen we weten of we met Hem verbonden zijn.
1 Johannes 2:6 geeft het antwoord (even beginnend in vers 5): ‘Hieraan kunnen we zeker weten of we met Hem verbonden zijn. Wie zegt dat hij in God blijft, moet leven zoals Jezus geleefd heb.’

Leven zoals Christus geleefd heeft is de enige manier om in God te blijven, met Hem verbonden te zijn.
Jezus was alles wat Hij zei of deed, gericht op de wil van Zijn Vader.
De wil van Zijn Vader stond altijd en in alles voorop.
Zo moet ook in ons leven wat God wil voorop staan.

Het is niet makkelijk om als kinderen van Het Licht te leven in deze duistere wereld.
De duisternis om ons heen kan ons zo benauwen, ons het leven zo moeilijk en zwaar maken.
Staande blijven is niet makkelijk, maar uiteindelijk meer dan de moeite waard.

‘Die wereld (waarover in vers 16 wordt gesproken; zie een klein stukje hierboven), die wereld met al haar verlokkingen gaat voorbij, maar wie de wil van God doet, blijft leven.’
(1 Johannes 2:17)

Gezien de tijd waarin we leven en de vooruitzichten die ons wachten hier op aarde, is het van levensbelang dat we ons leven regelmatig brengen in Zijn Licht, om te zien of we nog leven in overeenstemming met Hem; dat we niet alleen zeggen dat we met Hem verbonden zijn, maar het ook werkelijk zijn.
Voor ons persoonlijk en voor de buitenwereld mag dit zo lijken, maar God ziet ons hart en weet wat er ten diepste in ons leeft.
God ziet wat we doen, wat we lezen, waar we naar kijken, als er niemand anders bij is.
Kan wat we doen bestaan in Zijn Licht?


Lieve Vader in de hemel.
Zoveel vragen komen deze keer boven als ik stilsta bij dit woord van U.
Ik bid U, dat U mij (en een ieder die dit leest) leid in het beantwoorden van deze vragen en dat U mij zult laten zien, waar ik het één zeg en het ander doet.
Laat mij zien, Vader, waar mijn leven niet in overeenstemming is met Uw woord.
Laat mij zien, Vader, waar ik keuzes maak die U verdriet doen.
Laat mij zien, als ik, al zou het met één been zijn, in de duisternis wandel.
Laat mij zien, Vader, toon mij waar het verbonden zijn met U, verbroken is of wordt.
O, Vader, ik verlang naar een leven in verbondenheid met U; naar te leven zoals de Here Jezus leefde, maar help mij, want vanuit mijzelf kan ik dit niet.
Kom met Uw Geest, en toon mij, leer mij, help mij en heb geduld met mij.
In Jezus’ Naam.

- Amen -


Kind van God, kind van Het Licht,
buig je neer voor Zijn aangezicht.
Leg je leven open in Zijn licht,
opdat zichtbaar wordt
of je ergens bent gezwicht.


Gods rijke zegen
en een liefdevolle groet,
Rita